An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Vlak vóór het festival van Pesach

De discipelen van de Messias waren wijze, intelligente, geschikte mensen – die speciaal door de Gezondene van God, de Messias, zelf werden verkozen om apostelen voor hem te zijn, de leiders van zijn Kerk! Het is onvoorstelbaar dat zij tot na zonsondergang, nadat veertiende Nisan begon, om het Overgangsfeest of Pascha voor te bereiden zouden wachten, alsof het die eigenlijke nacht moest voorkomen! Het Nieuwe Testament verifieert dit feit. Wij lazen in het evangelie van Johannes, dat die nacht Jeshua met zijn discipelen voor een laatste avondmaal ging zitten, dat aan het begin van 14 Nisan voorkwam, en dat dit was „vóór het Feest van de Overgang of Pascha“ (Johannes 13:1).

“Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om” (Johannes 13:1-4 NBV)

Deze maaltijd was niet de „Pesach” maaltijd zelf, maar werd eerder eenvoudig „avondmaal“ genoemd (Johannes 13:2, 4). Als deze maaltijd zulk een belangrijke gebeurtenis als de maaltijd ter herinnering van het Voorbijgaan of Overslaan zou zijn dan had het werkelijk het Pascha maal moeten zijn met het zuurdesembrood en geslacht lam. Indien het dus dat Pascha was, dan hebben wij een ongelooflijke anomalie, omdat tijdens een Paschamaaltijd niemand er ooit maar zou aan denken om tijdens de viering op te staan en op te stappen. Nooit zou iemand tijdens het Pesachfeest zelf weg gaan, en zeker zou niemand het zelfs maar in zijn hoofd halen om er aan te denken de Pesach maaltijd te verlaten om te „gaan winkelen“. Op zoek gaan naar kruidenierswinkels zou trouwens op zulk een dag nutteloos zijn, want tijdens zo een hoogdag zou er geen enkele winkel open zijn. Het ging er duidelijk om voor de apostelen dat Judas verdere voorbereidingen zou gaan maken, door bijvoorbeeld nog bepaalde dingen te gaan kopen. Merk het verslag van Johannes op:

Jesus, Judas and the rest

Jesus, Judas en de rest (Photo credit: FlickrJunkie)

“‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven.” (Johannes 13:26-29 NBV)

Zij dachten dus dat Judas nog inkopen voor het feest moest doen. Indien het voor dat feest die avond zou moeten zijn was dat wel erg laat, want zij zaten trouwens al aan de maaltijd. Hierdoor kunnen wij afleiden dat het Pesachfeest nog later moest zijn.

Vóór het feest van Pascha, terwijl zij bij het avondmaal waren

Als deze maaltijd in de bovenkamer het Pesach maal was, zoals velen aanvechten, dan is het opvallend vreemd dat de discipelen zouden verondersteld hebben dat Judas de Pascha viering verliet, alvorens het werd beëindigd, om vervolgens te gaan winkelen voor kruidenierswaren! Het eigenlijke idee is ongerijmd. Geen enkel helder nadenkend persoon zou ooit maar overwogen hebben om de Pascha maaltijd te verlaten om naar een kruidenierswinkel te gaan.

Het was duidelijk zoals Johannes schrijft “voor het feest van Pascha” of voor het Joodse Paasfeest.

“1 En voor het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde. 2 En onder de maaltijd, toen de duivel reeds Judas, Simons zoon Iskariot, in het hart had gegeven Hem te verraden, 3 stond Hij, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op, 4 en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede. ” (Johannes 13:1-4 NBG51)

“13 Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. 14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; 15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. 16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. 17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. 18 Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven. 19 Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben. 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zend, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft. 21 Na deze woorden werd Jezus ontroerd in de geest en Hij getuigde en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal Mij verraden. 22 De discipelen zagen elkander aan, in het onzekere, van wie Hij sprak. 23 Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; 24 hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zeide tot hem: Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt. 25 Deze, aanstonds zich aan de borst van Jezus werpende, zeide tot Hem: Here, wie is het? 26 Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan het stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27 En na dit stuk brood, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doen wilt, doe het met spoed. 28 Maar niemand van de aanliggenden begreep, waartoe Hij hem dit zeide; 29 want sommigen meenden, dat Jezus, omdat Judas de kas hield, tot hem zeide: Koop wat wij nodig hebben voor het feest, of dat hij iets aan de armen moest geven. 30 Hij nam dan het stuk brood en vertrok terstond. En het was nacht. 31 Toen hij dan heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.” (Johannes 13:13-31 NBG51)

Naleven van de Wet van God

File:V06p145001 Haggadah.jpg

Pagina uit een geïllustreerd Haggadah manuscript van de vijftiende eeuw, met de voorbereidingen voor Pesach.

De discipelen van Jeshua waren allen eerbiedige Joden zoals Jezus die de Wetten van de God Jehovah uitvoerden! Als belijdende Joden stond de naleving van Gods Wet hoog in hun vaandel. De voorgaande passage bewijst ook dat de discipelen wisten dat deze maaltijd niet het „Passover“ of Pascha maal was maar dat het Feest van het Overslaan of Pesach nog een dag later was! Zij dachten namelijk dat Judas werd weg gestuurd om kruidenierswinkels te gaan opzoeken ter voorbereiding voor het aanstaande „Feest“ – dat naar het „Feest van het Voorbijgaan of Overslaan” het “Pascha” moest verwijzen, zoals vers één van dit hoofdstuk zo ronduit zegt! Het behoorde tot de Vieringsdagen.

Dit is de reden waarom wij ons Herinneringsmaal niet Pascha noemen, omdat het dat eenvoudig niet is maar (slechts) één van de herdenkingsdagen van de Pascha viering of het Feest van Pascha, het Joodse paasfeest.

De 14de Nisan was de dag toen de voorbereidingen voor het daadwerkelijke Pascha Feest werden gemaakt dat op vijftiende Nisan werd gevierd. Hierdoor kan men een verschil van één dag zien in onze viering en dat van de Joodse gemeenschap. Wij beginnen onze hoofdherdenking namelijk één dag vroeger, omdat Nisan de veertiende de herinneringsdag werd van de instelling van het Nieuwe Verbond of de Nieuwe Overeenkomst van het „Bloed van het Nieuwe Testament“ en de herinnering van het Lam van God, Jezus Christus.

“Intussen begon het feest der ongedesemde broden te naderen, dat Pasen heet.” (Lukas 22:1 CANIS)

“Toen nu de dag der ongedesemde broden was gekomen, waarop het Pascha moest worden geofferd,” (Lukas 22:7 CANIS)

“17 Toen nam Hij een kelk, sprak het dankgebed uit, en zeide: Neemt en verdeelt  hem onder elkander. 18 Want Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik de vrucht van de wijnstok niet meer  drinken, totdat het koninkrijk Gods is gekomen. 19 Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en  sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot  mijne gedachtenis. 20 Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten.” (Lukas 22:17-20 CANIS)

“28 Gij zijt Mij trouw gebleven bij mijn beproevingen. 29  Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft  verleend: 30 dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Lukas 22:28-30 CANIS)

“35 Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets. 36 Hij ging voort: Maar nu, wie een beurs heeft, moet ze meenemen, en ook  zijn reiszak; en wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen. 37 Want Ik zeg u: Ook dit Schriftwoord moet aan Mij worden vervuld: “En Hij is onder de misdadigers gerekend”. Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.” (Lukas 22:35-37 CANIS)

“26 Terwijl zij nu aten nam Jesus het brood, zegende het, brak het, gaf het zijn leerlingen en sprak: Neemt en eet, dit is mijn lichaam. 27 Daarna nam Hij de kelk, sprak een dankgebed uit, gaf hun de kelk, en zeide: Drinkt allen hieruit; 28 want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden. 29 En Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik deze vrucht van de wijnstok niet meer drinken, tot op de dag, waarop Ik ze hernieuwd met u zal drinken in het rijk van mijn Vader. 30 En nadat zij de lofzang hadden gezongen, gingen zij naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:26-30 CANIS)Communion plate with loaf and chalice

Johannes zegt dat duidelijk! Zo doen Mattheüs en Markus dat ook. Lukas bevestigt ook dit feit (Lukas 22:1, 7). Noch Jeshua noch zijn discipelen zouden tot het allerlaatste ogenblik gewacht hebben om met voorbereiding voor het Pascha te beginnen. Daarom kon het niet aan het begin van Nisan de 14de geweest zijn. Als het zo was, dan kon 14 Nisan niet de „voorbereidingsdag,“ of „voorbereiding van Pascha” of Pesach worden genoemd. Dat zou belachelijk zijn. Hoe kon 14 Nisan de „voorbereiding“ van Pascha zijn, als Pascha vlak na de dag begon, het is te zeggen na zonsondergang voorkwam? De gehele rest van de dag, toen, en alle daglichturen, de ochtend en de middag, van 14 Nisan, zou dan na Pascha zijn, omdat het bestrooien met het bloed van het geslacht lam vóór de nacht of het begin van de dag moest worden gedaan!

+

Vorig hoofdstuk: 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd

Vervolg:14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Geslagen Lam

Engelse versie / English version: 14 Nisan a day to remember #3 Before the Passover-feast

++

Vindt ook:
  1. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  2. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  3. Jezus laatste avondmaal
  4. Jezus laatste avondmaal
  5. Avondmaal des Heren
  6. Teken van het verbond
  7. Een Feestmaal en doodsherinnering
  8. Zondagrust of sabbatviering
  9. Communie en dag des Heren

Comments on: "14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest" (13)

  1. […] version / Nederlandse versie: 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het […]

    Like

  2. […] Vervolg van: 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

  3. […] moeten herinneren dat bovengenoemde Jezus zelf aan de apostelen zei dat hij ernstig wenste dit Overgangsfeest of Pascha/Pesach (Passover) met hen te eten alvorens hij ging […]

    Like

  4. […] 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

  5. […] 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

  6. […] 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

  7. […] 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

  8. […] 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest […]

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Tag Cloud

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

Be faithful unto death, and I will give you the crown of life. – Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Searching Sophia's Pockets

Discovering Wisdom, Love ...and Lint

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

Equipping The Saints

"equipping the saints for the work of ministry, for the edifying of the body of Christ," (Ephesians 4:12)

%d bloggers like this: