An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Archive for the ‘Dogma’s’ Category

Enkele kernpunten van het Christelijk geloof

In Mattheüs hoofdstuk 27 komen we één van de kernpunten van het Christelijk geloof tegen. Namelijk is de dood van Jezus een essentieel element in het geloofsgebeuren van een Christen. Het is namelijk een daad van overgave welke een zeer belangrijke rol speelt voor de mensheid.

De Nazareense Jood Jeshua, beter gekend onder de naam Jezus Christus, heeft zijn wil volledig opzij gezet om de wil van zijn hemelse Vader te doen. In het Christendom zijn er beweren dat Jezus God is. Er zijn er zelfs die beweren dat God geboren is. Anderen beweren dat God gestorven is, wat indruist in de Bijbelse verkondiging dat God geen begin en geen einde heeft. Zulke mensen vergeten dat God geen geboorte of begin heeft gehad. God is namelijk een eeuwig of oneindig bestaand Wezen. Zij die beweren dat Jezus God is krijgen in de evangeliën enkele teksten te lezen die hen zouden moeten aanzetten om eens ernstig na te denken over hun visie van de Heilige Drievuldigheid of Drie-Eenheid.

Mattheüs begint zijn evangelie met de geboorte van Christus Jezus, waarbij hij ook de stamboom van Jezus laat zien. Daarbij kunnen wij zijn afstammeling zien van gewone mensen, tot aan de door God voor het eerst geschapen mens. Hierbij moeten wij dan ook denken aan het Genesis verhaal waarin verteld wordt hoe die eerste mens in de fout gegaan is. De eerste Adam heeft zich, met zijn partner, tegen de Wil van God genoegen verschaft om te eten van de Boom van kennis of Boom van moraal. Die daad ging in tegen de Wil van God en dat verzet wordt aanzien als een zonde. God sprak daarom een straf uit over het eerste menselijk koppel. Voor zij uit de Tuin van Eden verbannen werden beloofde God hen echter dat er een oplossing zou komen voor de doodstraf voor hun verzetsdaad, die de dood over hen had gebracht.

In de Boeken van het Oude Testament wordt er meermaals verwezen naar “iemand” die zou komen om “verlossing” te brengen. Jezus’ discipel Mattheüs laat doorheen zijn evangelie woorden vallen die het duidelijk moeten maken dat zijn leermeester Jezus van Nazareth, die beloofde Messias is. Doorheen dit werk kan men zien welk een speciale persoonlijkheid Jezus is en welke bijzondere krachten hij blijkt te hebben. Maar Jezus geeft duidelijk te kennen dat die woorden en kracht die hij bezit niet van hem komen maar van zijn hemelse Vader. Trinitariërs ofwel zien dat niet in of wensen daar geen rekening mee te houden. De gospelschrijver Johannes geeft namelijk aan dat Jezus niet uit zichzelf sprak, maar dat hij woorden bracht die God hem had ingegeven.

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden:

‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Joh 5:19 NBV)

“Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 5:30 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

“‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, ‘ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.” (Joh 8:28 NBV)

“Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” (Joh 12:49 NBV)

“Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.” (Joh 14:10 NBV)

Meermaals gaf Jezus aan dat hij niet hier op aarde was om zijn eigen wil te doen maar dat hij er zich had toegenomen om de Wil van God te doen. Zelfs tijdens één van de moeilijkste momenten in zijn leven verzocht hij zijn hemelse vader hem kracht te geven om toch verder Zijn Wil te doen.

“Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’” (Mt 26:39 NBV)

“Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’” (Mt 26:42 NBV)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lu 22:42 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

Het is duidelijk dat Jezus niet zichzelf verzocht, maar zijn God vroeg om zijn Wil door te voeren en de dingen te laten gebeuren zoals God het wenste dat het zou gebeuren.

Mattheüs vertelt ons hoe al de overpriesters en de oudsten van het volk het besluit tegen Jezus hadden genomen om hem te doden. (Mattheüs 27:1) Via Judas Iskariot waren zij te weten gekomen waar Jezus zich bevond, zodat zij er voor konden zorgen dat hij daar gevangen genomen werd. Het was daar in de Olijftuin waar ze Jezus aantroffen dat Jezus tot God had gebeden. Het is niet zoals Trinitariërs denken dat Jezus God is en dan tot zichzelf zou bidden. Jezus in zijn leven had meerdere keren duidelijk gemaakt dat wij niet hem moesten aanbidden maar zijn Vader tot wie hij ook bad:

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mt 6:9 NBV)

Jezus was er zich ook heel bewust van dat die Vader, De Enige Ware God is, en dat deze groter is dan hij.

“Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.” (Joh 14:28 NBV)

“‘Houd me niet vast, ‘zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’” (Joh 20:17 NBV)

“Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.” (1Co 11:3 NBV)

“En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.” (1Co 15:28 NBV)

“Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,” (Flp 2:6 NBV)

Nooit en nergens heeft Jezus gelijkheid noch gelijkwaardigheid aan God opgeëist. Steeds liet hij blijken dat hij niets kon zonder God Die boven alle ander goden staat en die de Veroorzaker is van alles. Wel gaf Jezus aan dat hij door God gemachtigd of geautoriseerd was te spreken en handelen in Zijn Naam.

“Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.” (Mt 11:27 NBV)

“Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.” (Mt 28:18 NBV)

De apostelen hadden diegene erkend waar in vroegere geschriften was over geschreven dat hij autoriteit zou krijgen en zou heersen over de aarde.

“Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.” (Da 7:14 NBV)

Toen zij Jezus leerden kennen dachten zij eerst dat hij de Romeinse overheersers zou omver werpen en opnieuw het Joodse koninkrijk zou installeren. Zij beseften toen nog niet dat het over een toekomend rijk zou gaan. Voor hen was het nog niet duidelijk dat het over een koninkrijksregering zou gaan boven alle overheid, gezag, kracht en heerschappij, waarbij elke naam die genoemd zou worden, in het niets zou zinken, niet alleen in hun tijd, maar ook in de toekomstige eeuw. Wat de rijkdom zou zijn van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen, en wat de uitnemende grootte van zijn kracht zou zijn tegenover diegenen die zouden gaan geloven, naar de werking van de macht van zijn sterkte, die God heeft gewerkt in Christus door hem uit de doden op te wekken en hem aan zijn rechterhand te zetten in de hemelse gewesten, zouden zij pas later beseffen.

“hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.” (Efe 1:21 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“13 In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.” (Efe 1:13-14 NBV)

“17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.” (Efe 1:17-23 NBV)

Daar ligt de waarheid voor de ware Christen in. Het is de hoop stellen in de gezondene van God, die door God gemachtigd is om in Zijn Naam te handelen en spreken, maar die zich ook als een offerlam heeft aangeboden ter vergeving van alle zonden.

“Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden.” (Joh 5:36 NBV)

“Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’” (Joh 20:21 NBV)

“Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi, ‘zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’” (Joh 3:2 NBV)

Meerdere mensen waren naar die grote verteller komen luisteren en konden zien welk een wonderwerken hij kon verrichten. Door zijn woorden en daden gingen ook meerdere mensen inzien wie die bijzondere man uit Nazareth was. Maar velen echter wensten dit niet te geloven. Ook vandaag zijn er ontkenners van de positie van Jezus. Zij willen niet inzien dat hij door God gezonden is en dat hij de zoon van God is, ook al heeft God zelf dit verklaard en Jezus dit meermaals heeft aangegeven.

“En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’” (Mt 3:17 NBV)

“Onder het volk waren er velen in hem gaan geloven, ‘want, ‘zeiden ze, ‘wanneer de messias komt, zal die niet meer wondertekenen verrichten dan hij heeft gedaan.’” (Joh 7:31 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat ik namens mijn Vader doe getuigt over mij,” (Joh 10:25 NBV)

Voor Jezus was het ook duidelijk dat alle macht van God komt en dat Hij Almachtig is en de Allerhoogste.

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.” (Ge 17:1 NBV)

“(83:19) Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.” (Ps 83:18 NBV)

“(4:14) Dit vonnis is geveld door de wachters, dit oordeel is gesproken door de heilige engelen, opdat de levenden weten dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat: hij bepaalt wie het ambt krijgt toebedeeld, zelfs de laagste onder de mensen kan daartoe verheven worden.”” (Da 4:17 NBV)

Diegene die nu voorgeleid werd voor de stadhouder Pilatus was door velen al gekend als de mensenzoon die ook zoon van God werd genoemd.

“Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.” (Lu 1:32 NBV)

“(9:5) Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 NBV)

De overpriesters en de ouderlingen overreedden de scharen om te roepen dat Jezus, die ook de Christus werd genoemd, zou worden ter dood worden gebracht.

“20 Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden. 21 Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. 22 Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:20-22 NBV)

De stadhouder vroeg de massa wat voor kwaads Jezus had gedaan gedaan. Maar opgejut door de geestelijken schreeuwden de aanwezigen uitermate om hem te laten ophangen.

“Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:23 NBV)

Pilatus merkte dat er nog meer opschudding ontstond, maar wenste toch te getuigen dat hij geen schuld in die man zach en dat hij onschuldig aan zijn bloed wenste te zijn.Toen namen de krijgsknechten van de stadhouders Jezus mee in het rechthuis, en brachten tegen hem geheel de bende zamen. Zij ontkleedden hem en deden hem een scharlakenroode mantel om, vlochten een kroon van doornen en zetten hem die op het hoofd, en een riet in zijn rechterhand, als tekens van ‘koningschap’ waarover zij spot dreven.

“ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,‘” (Mt 27:29 NBV)

Jezus moest de geseling en vernedering ondergaan terwijl hi ook moest blijven vertrouwen op zijn hemelse Vader, Jehovah God. Hij besefte dat zijn einde nabij was maar ook dat de mens niet aan God kan doen terwijl Deze alles wel in het oog houdt en het hart van de mens kent.

Wat kan een mens God doen?

Een mens vermag niets tegen God.

“Maar de HEER zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’” (1Sa 16:7 NBV)

“Een mens kiest in zijn eigen ogen altijd de rechte weg, de HEER toetst wat hem innerlijk beweegt.” (Spr 21:2 NBV)

“Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.” (Jer 17:10 NBV)

Jezus werd danig op de proef gesteld. Na al de bespotting van de soldaten moest hij langs de rijen spottende mensen die langs de weg stonden naar de plaats, genaamd Golgotha, wat zeggen wil: Schedelplaats.

Nadat zij Jezus aan de houten paal hadden opgehangen verdeelden de soldaten zijn kleren en stelden boven zijn hoofd de beschuldiging tegen hem, dat daar de “koning der Joden” zou hangen.

“Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’.” (Mt 27:37 NBV)

Voorbijgangers lasterden Jezus, hun hoofd schuddende terwijl zij hem toeriepen waarom hij zichelf niet kon verlossen.

“39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 40 ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ 41 Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42 ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. 43 Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’” (Mt 27:39-43 NBV)

Als zoon van God had en heeft Jezus natuurlijk niet dezelfde macht als God. Hier ligt een belangrijk putn wat Trinitariërs niet lijken in te zien. Dat indien Jezus God is, dat Jezus niet kan sterven en daar aan die houten paal ook geen vrees moest hebben. Maar zijn angst was uitermate groot. Er kwam zelfs een ogenblik dat Jezus het niet meer zag zitten en twijfelde of zijn God nog wel bij hem was. Toen het zesde uur ban de dag aanbrak kwam er duisternis over de ganse aarde tot het negende uur toe.  En omtrent het negende uur riep Jezus met luide stem op zijn Vader en God, zich afvragende waarom deze hem had verlaten. Indien Jezus God is kan deze zichzelf niet hebben verlaten, mits een wezen zich niet opsplitst en was er zeker geen reden voor Jezus om te roepen waarom hij zichzelf had verlaten. Want God weet alles en is overal, zo God was dar ook. Maar nu Jezus niet God is, was het voor hem zo moeilijk als voor ieder ander mens om dat vertrouwen in God te behouden. Aldus was de noodkreet van Jezus gemeend, omdat hij mens zijnde ook werkelijk kon en zou sterven. God daarentegen is onsterfelijk, dus als Jezus God is moest hij daar helemaal geen vrees voor hebben, want God weet dat een mens hem toch niets kan doen maar dat Hij alles aan een mens kan doen.

“45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid:

‘Eli, Eli, lema sabachtani?’

Dat wil zeggen:

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

47 Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’” (Mt 27:45-47 NBV)

Sommige van de toeschouwers bleven spotten met Jezus en wilden wel eens zien of Elia zou komen om hem te verlossen. Jezus nu riep wederom met luider stem, en gaf de geest. Toen Jezus werkelijk stief, en niet deed alsof, wat hij zou gedaan hebben als hij God zou zijn, scheurde het voorhangsel van de tempel van boven tot beneden in twee, terwijl de aarde beefde, en de rotsen zodanig scheurden dat zelfs de graven open braken. De hoofdman nu en die met hem Jezus bewaarden, die nu ook getuigen waren van de aardbeving en wat er gebeurde, werden zeer bevreesd en erkenden dat zij nu waarlijk met de zoon van God te maken hadden.

“50  Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest
51 Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54 Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’” (Mt 27:50-54 NBV)

De Romeinen wilden niet weten dat er met die dode Jezus iets zou gebeuren en waren blij dat een rijk men van Arimathéa, met name Jozef, die ook zelf een leerling van Jezus was, bereid was voor een graf te betalen. Jezus lichaam werd in een rein lijnwaad gewikkeld, en in een nieuw graf gelegd, dat Jozef van Arimathéa in de rots gehouwen had.  Nadat hij een grote steen tegen de ingang van het graf gewenteld had, ging hij heen terwijl Maria Magdalena en de andere Maria, zittende tegenover het graf bleven waken terwijl eveneens soldaten de wacht hielden zodat niemand het lijk zou kunnen roven.

“62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de Farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem:

‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood, ”en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’

65 Pilatus antwoordde:

‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.” (Mt 27:62-66 NBV)

Aldus werd het graf van Jezus goed bewaakt en zou men denken dat er niets met die dode kon gebeuren. Op de derde dag na zijn dood gebeurde echter wat er ook in de schriften voorspeld stond. Het was na de sabbat, bij het aanbreken van de eersten dag van de week, dat Maria Magdalena en de andere Maria terugkwamen om het graf te bezien. Maar weer beefde de aarde en waren er verschijnselen die de romeinse soldaten schrik aanjoegen. Zij ondergingen doosangsten tijden die beving.

“1  Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.” (Mt 28:1-3 NBV)

“4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ 8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen.” (Mt 28:4-8 NBV)

Zij die de dode Jezus zochten konden hem aldus niet vinden, maar kregen te horen dat hij uit de dood zou zijn opgestaan. Voor de volgers van Jeshua of Jezus, zou daar de verwachtingshoop van af hangen. Namelijk nu bleek de Schriftvoorspelling uitgekomen dat de gezondene van Jezus de derde dag uit de dood zou opstaan. ekt, den gekruisigde. De vrouwen konden de lege plaats in het graf zien en toen de boodschapper van God hen vroeg om spoedig heen te gaan naar Galiléa en de leerlingen te vertellen wat zij hadden gezien, deden zij dat. Spoedig van het graf weggaande, met vrees en grote blijdschap, liepen zij heen om het Jezus zijn leerlingen te berichten.

“16  De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, 17 en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei:

‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’” (Mt 28:16-20 NBV)

Zo werd de opdracht voor de apostelen nogmaals medegedeeld door Jezus. En die opdracht zou toekomen aan allen die zich volgeling van Christus noemen, of hen die zich Christen noemen. Voor hen die zich Christen noemen is het namelijk van essentieel belang dat zij geloven dat Jezus de mensenzoon is die door God gezonden is  en dat deze man uit Nazareth de beloofde zoon van God is, de gezlfde of de Messias, die zich opgeofferd heeft voor velen, terwijl hij steeds de Wil van God heeft gedaan.

Ware Christenen geloven dat die man, geboren in Bethlehem werkelijk gestorven is en op de derde dag na zijn dood is opgestaan uit de doden, om vervolgens later door God verhoogd te worden om naast Hem te komen zetelen en dienst te doen als hogepriester voor God en als bemiddelaar tussen God en de mensen.

“God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven.” (Hnd 5:31 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor.” (Mt 26:44 NBV)

“Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’” (Mr 14:62 NBV)

“Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mr 16:19 NBV)

“Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,” (Lu 20:42 NBV)

“Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’” (Lu 22:69 NBV)

“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond,” (Hnd 7:55 NBV)

“terwijl hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen,” (Heb 10:12 NBV)

“U allen, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,” (Heb 3:1 NBV)

“waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was.” (Heb 6:20 NBV)

“voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 NBV)

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1Ti 2:5 NBV)

Zij die zich Christen wensen te noemen moeten die bovengehaalde Bijbelteksten aannemen en geloven dat Jezus diegene is die God openbaarde als Zijn enig geliefde zoon. Al diegenen die dat niet willen geloven en willen aanhouden dat Jezus God is gaan in tegen Gods Woorden en zijn niet waardig om zich Christen te noemen. Want het Christen noemen houdt in in hem te geloven en zijn woorden en leerstellingen op te volgen en gelijk hem de Wil van God te willen doen en maar één God te aanbidden, Die de God van Jezus en zijn disciplen is. Trwijl God een geest is die niemand kan zien was zijn zoon een mens van vlees en bloed die door velen gezien is en die werkelijk gestorven is en opgestaan uit de doden om naderhand opgenomen te zijn in de hemel waar hij nu naast God zetelt en niet op Gods troon zit.

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Ex 33:20 NBV)

ook al kunnen wij God niet zien moeten wij geloof hebben in hem die ons Deze God verduidelijkt heeft en ons de weg naar God heeft voorbereid.

“Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht:” (Joh 1:8 NBV)

“Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.” (Joh 1:18 NBV)

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” (Joh 14:6 NBV)

Naar deze man moeten wij luiseren en naar de Woorden van zijn hemelse Vader Die De Enige Ware God is.

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!” (De 6:4 NBV)

“wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1Co 8:6 NBV)

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit hem geboren zijn.” (1Jo 5:1 NBV)

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Joh 3:16 NBV)

Ware Christenen zijn diegenen die geloven dat Jezus de zoon van God is die door God opgewekt is uit de doden, waardoor verlossing ons toekomt en een hoop op het Koninkrijk van God waar een eindeloos leven de gelovigen zal te wachten staan.

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.” (1Pe 1:3 NBV)

“Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.” (Opb 1:1 NBV)

“Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.” (Opb 3:12 NBV)

“Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.” (Joh 17:1 NBV)

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Joh 17:3 NBV)

“16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God, ‘antwoordde Simon Petrus. 17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.” (Mt 16:16-17 NBV)

Laat daarom geen twijfel meer in u en geloof de woorden zoals zij zijn opgetkend in de Heilige Schrift. De Bijbel geeft duidelijk aan dat Jezus en God twee verschillende entiteiten zijn. Laat u daarom niet misleiden door hen die beweren dat zij die niet in de Drie-eenheid geloven geen Christenen zijn. Diegenen die namelijk er aan vast houden dat Jezus niet God is maar de zoon van God, en zijn woorden en leerstelling trachten op te volgen zijn juist wel de ware Christenen. Zij die belijden dat Jezus de zoon van God is en zijn geboden opvolgen, zullen diegenen zijn die God tot zich zullen kunnen krijgen.

“Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.” (1Jo 4:15 NBV)

“30 Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34 Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35 De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.” (Lu 1:30-35 NBV)

“21  Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend 22 en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 23 Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli,” (Lu 3:21-23 NBV)

+

Voorgaande

Op de eerste dag voor matzah

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong

14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

Vrijdag 3 april 2015 een dag voor verenigde samenkomst ter herinnering

++

Vindt ook te lezen

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Heilige Drievuldigheid of Drie-eenheid
  3. Drie-eenheid of niet
  4. Drie-Eenheid
  5. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  6. Drie-eenheid – God de zoon of Zoon van God
  7. Rond God de Allerhoogste
  8. De Enige Ware God
  9. God boven alle goden
  10. Aanwijzingen voor redding te vinden
  11. Christus in de Tora: In de boekrol staat van mij geschreven
  12. Gezondene van God (Broeders in Christus)
  13. De gezondene van God (Belgische Christadelphians)
  14. De gezondene van God (Our World)
  15. Man van Nazareth
  16. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  17. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  18. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  19. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  20. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  21. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  22. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  23. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  24. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  25. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  26. Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
  27. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  28. Jezus zoon van God (Our world)
  29. Jezus zoon van God (Belgische Bijbelstudenten)
  30. Christus Jezus: de zoon van God
  31. Zoon van God – de weg naar God
  32. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  33. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  34. Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
  35. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  36. Jezus vertrouwend op zijn God
  37. Een Messias om te Sterven
  38. Het nieuwe verbond in het evangelie en de koninkrijkstijdperken
  39. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  40. Verlossing #4 Het Paaslam
  41. Verlossing #7 Christus levend in de gelovige
  42. Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)
  43. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

+++

Gerelateerde of aanverwante artikelen

  1. As probleme onoorkomlik lyk
  2. Jij bent niet gemaakt om dit probleem alleen op te lossen
  3. Fijne kerstdagen
  4. Onze eindbestemming is bij God
  5. Waarom Doet Gods Perfecte Mix Van Genade En Oordeel Elke Eersteklas Blender Huiveren Als Ze Smoothies Uitblazen Met Griezelige Excuses? – Deel 3,
  6. Pontius Pilatussen – “Zo velen willen geen verantwoordelijkheid nemen voor hun (nood)lot.”
  7. Een religieus hoogtepuntje
  8. Het teken van Jona: Lag Jezus drie dagen en drie nachten in het graf?
  9. Wat Pasen met het milieu te maken heeft
  10. Een inleiding van een website die over het Koninkrijk van God wil hebben en praat over die grote Zoon van David wie het zal zijn en dat Hij inderdaad gekomen is en dat wij kunnen weten wie het is geworden!

Matthew 24 about temples or Houses of God and the end of the age

Today we start with a chapter where Jesus, after he has been discoursing all day in the courts of the temple, went out from the temple, going on his way to the Mount of Olives, and his disciples coming to him to show him the buildings of the temple. (Matthew 21:23; 24:3)

The apostle Mark let us know that the disciples particularly pointed out the stones of the temple, as well as the buildings.

“In that temple,”

says Josephus, the Jewish historian,

“were several stones which were forty-five cubits in length, five in height, and sixth in breadth”;

that is, more than seventy feet long, ten wide, and eight high. These stones, of such enormous size, were principally used in building the high wall on the east side, from the base to the top of the mountain. They were also, it is said, beautifully painted with variegated colours.

The Temple was renowned for its beauty and was considered to be one of the wonders of the world. It is written in the Talmud,

‘Whoever has not seen Herod’s Temple has never yet seen a beautiful building.’ (SB I,944).

We find the disciples on the Mount of Olives where they question the Nazarene in particular about his own future coming, the time of the desolation of God’s temple and its destruction and the sign of its advent and the end of the world (verses 1-3). They do not understand Jesus his predictions and cannot believe that the temple should be destroyed in their time. – The one by Herod I in 20 BCE. The new construction of the temple that was started was only really completed seven years before it was destroyed.

We are coming closer to the imprisonment of Christ. The writing here can well be talking about the last private school before their final gathering at the upper room. Jesus comes to talk once more about a future time, namely of the last things, and extends to the end of the world, modelled on the impending end of the Jewish Republic. But this private school is still somewhat linked to the previous lesson. – Jesus went out, as he said, and away from the temple,
in which he made the previous speech, of which the last words were that their house should be left deserted to them. Thus, these words refer back to chapter 23:38, where is mentioned that the House shall be left abandoned.

We shall find a discourse that foretells in the outset the destruction of Jerusalem (e. g., v. 15-21, v. 34); and in the conclusion certainly foretells the final coming of the son of man, with the gathering of all nations, the general judgment of mankind and the resulting permanent state of the good and the bad, (Matthew 25:31-46) in a way substantially equivalent to the predictive descriptions afterwards given by the apostles.

The question of the disciples in verse 3 was obviously misguided, because it attracts the response from Jesus

“Take heed that no man deceive you”.

which echoes the words of God to Zedekiah (Jeremiah 37:9) where he was anticipating a deliverance from the Chaldeans. – When the Romans were surrounding Jerusalem there would have been Jews who encouraged the people, falsely, saying that the Romans would not over throw the city.

Did the disciples think that the coming of Jesus, and the end of the world was to be very soon? Jesus goes to great lengths to let them in gently on the fact that the “time of the gentiles” was to come in the intervening period. (v. 6, 8, 14).

Today still many may wonder what an unfolding end with beginnings of birth pains and those rumors of wars may imply. They should remember it shall only be when the Good News of the kingdom shall be proclaimed in the whole world as a testimony to all the nations, and then the end will come.

In this last of the five major sermons, Jesus focuses on prophetic and apocalyptic themes of judgment and the end times. The disciples have been listening to the prophetic judgment Jesus has issued on the religious leaders. They have images of collapsing temple buildings, of prophets pursued from town to town, of floggings, and of blood-soaked garments. They can imagine themselves blood-soaked. They wonder when this all will happen, and what it means.

Their master teacher Jeshua answers them to be careful that no one leads them astray, which we should take at heart also! We too must be be aware of it for many will come in Jesus name, doing as if they are the Messiah or the one who can bring people to salvation. Jesus warns for all those people, preachers and so called prophets who, by their talking and frigtening people will lead many astray. (Matthew 24:4-5,11)

You will hear of wars and rumors of wars, but should not directly be alarmed, for this must happen but it is not yet the end. In Scriptures many signs of times to come are notated. In the Book of books is written that nation will rise up against nation, and kingdom against kingdom, and there will be famines and earthquakes in various places. But all these things are only the beginning of birth pains, it is to say the start of a generation which shall come to see more. (Matthew 24:4-8)

In Scriptures is told that God provides time for man to listen to His Words, and as such, first all over the world, shall the Good News being preached, before the worst battle commences. And we should know that those who preach the Good News and worship the Only One True God, Who is One (and not two or three), shall be mocked and laughed at, and even worse being hand over to persecution and being killed. They that pronounce the Name of the Only One True God  and the true name of the Messiah, Christ (Jeshua the Messiah) will be hated by all the nations because of Jesus and his Father’s name’s sake. (Matthew 24:9-14)

We shall have to face it that many will fall away and will betray one another and hate one other. All that leading astray might happen because of people prefering to listen to false prophets and human dogma‘s instead of listening to the the Word of God and the believe in the Biblical dogma‘s. It shall all happen also because lawlessness will multiply and the love of many will grow cold, by their selfishness.
Though we might have hope, because those who endures to the end will be saved. They that take time to listen to this Good News of the kingdom which shall be proclaimed in the whole world as a testimony to all the nations, shall recognise the signs when there will be great trouble such as has not happened since the beginning of the world, the end will come. We must hear and listen to the words of Jesus Christ, know and believe that for the sake of the chosen, those days will be cut short.(Matthew 24:10-14, 21-22)

Even when false messiahs and false prophets will rise up and show great signs and wonders so as to lead astray, if possible, even the chosen, we should be alert and keep tot he writings of Scripture and the call of God and His master teacher, because that last one told us beforehand. (Matthew 24:24-25)

We should know that it shall be with the coming of the Son of Man, being as lightning comes from the east and flashes as far as the west, that we should come to see the signs clearly. Because immediately after the trouble of those days, the sun will be darkened, and the moon will not give its light and the stars will fall from heaven and the powers of the heavens will be shaken.
That is when the sign of the Son of Man will appear in the sky. (Matthew 24:26-28, 29-30)
At that time all the tribes of the land will mourn, and they will see the Son of Man coming on the clouds of heaven with power and great glory. He will send out his angels with a great shofar, and those heavenly messengers will gather his beloved faithful elect from the four corners of creation, from one end of heaven to the other. (Matthew 24:30-31)

This 24th chapter concludes with a parable of a fig tree. We too should learn from that parable from the fig tree. (Matthew 24:32-33)
Jesus tells them that story because he wants to warn that generation which will not pass away until all these things happen. Though it will pass away, Jeshua’s words will never pass away. (Matthew 24:34-35) But of that day and hour no one knows, not even the angels of heaven nor the Son, except the Father alone, because only Jehovah God is the Only God above all gods Who knows everything. (Matthew 24:36)

Afterwards Jesus also reminds his disciples of those days before the flood, when people enjoyed all the best things of life and were eating and drinking, marrying and giving in marriage, until the day Noah entered the ark. We may not forget that at that time they did not understand until the flood came and swept them all away, but then it was too late. So shall it be at the coming of the Son of Man. (Matthew 24:37-39) Then many shal be at work as well, but also find some one taken and the other one left. (Matthew 24:40-41) Therefore we all have to stay alert; for like Jesus and his disciples did not know the time of the end, we do not know what day our Lord is coming. (Matthew 24:42) But know this, that if the master of the house had known what time the thief was coming, he would have kept watch and not let his house be broken into. So you also must be ready, for the Son of Man is coming at an hour you do not expect. (Matthew 24:43-44)

The chapter ends by talking about the “Faithful Servant“, a subject that can also confuse or despair many, or use some to present their leaders as that only reliable servant.
Jesus questions

“ “Who then is the faithful and wise servant, whom the master has put in charge of the servants in his household to give them their food at the proper time?” (Mt 24:45 NIV)

and then continues with telling that the faithful and wise servant, has to be some one who takes good care of that household to give them the necessary things at the proper time (Matthew 24:45-46)

+

Preceding

Matthew 11:20-24 Encouragement for John and Reproach for cities 5 Reproached Cities a Lesson for Judgment Day

Matthew 12:33-37 – The Nazarene’s Commentary: Judgment Day

Matthew 13:36-43 – The Nazarene’s Commentary: Parable of the Zizania in the Field Explained

Matthew 13:47-50 – The Nazarene’s Commentary: Parable of the Dragnet

Matthew 16 Calvin’s view

Matthew 16 Asking for signs from heaven

Matthew 16:1-4 – The Nazarene’s Commentary: The Signs of the Times

Signs of the last days when difficult times will come

Matthew 23:37-39 – The Nazarene’s Commentary: Jerusalem, Jerusalem – Your House Is Abandoned!

Next:

Matthew 24:1-2 – The Nazarene’s Commentary: Desolation, Oppression and the Parousia – The Setting

Photo from the blog of Aaron Richert, pastor of The Church at North Pole in North Pole, Alaska. From the article: Is Matthew 24 about the Rapture?

++

Additional reading

  1. Looking into the Future
  2. Prophecies over coming days
  3. Signs of the Last Days
  4. Sign of the Times and the Last Days #1 The Son of man revealing
  5. Sign of the Times and the Last Days #2 Wars, natural disasters, famine and false Messiahs
  6. Signs of the times – “An object of scorn and ridicule”
  7. The Rapture Wars
  8. Jesus … will come in the same way as you saw him go
  9. Memorizing wonderfully 35 When the son returns it shall be As it came to pass in the days of Noah
  10. Be not afraid of those trials which God may see fit to send upon thee
  11. From pain to purpose

+++

The ice in the photo above reminded Tekoa Manning of judgment that often is described using hail. Mexico’s second-largest city, Guadalajara, has an Arabic name meaning ‘valley of stones and also, a valley of streams.’ – Photo from Obadiah’s Cave article Comfortably Numb

Related

  1. Give Your Precious Time To God
  2. The Events of 70 AD do not Fulfill End Times Prophecies Jesus prophesied that the Great Tribulation will be the most severe time in world history. It will surpass all other times of crisis. Some seek to minimize this prophecy by reducing it to symbolism or by seeing it as being totally fulfilled in 70 AD.
    The Great Tribulation will be so severe that God shortens it to three and a half years to keep the entire human race from being physically killed (Matthew 24:21-22). One million people died in 70 AD and in World War II, 50 million died.
  3. This is Not the Way It’s Supposed To Be
  4. Abundant Fruit (Matthew 24: 6, 11)
  5. Famine
  6. Storm Clouds
  7. Stars Falling From the Sky: Figurative Language
  8. Day 159: There will be wars
  9. A Rising Called For!
  10. Fear Not!
  11. Be alert
  12. Comfortably Numb
  13. Trouble Such as Never Was before
  14. “This Generation” Shall Not Pass Away “Until the times of the Gentiles be fulfilled”
  15. What Did Jesus Mean When He Said “This Generation Won’t Pass Away”?
  16. The darker it gets
  17. The Olivet Discourse: For Israelis Only?
  18. The Olivet Discourse: 02 – The Destruction of the Temple Foretold
  19. The Last Days Acceleration of Time
  20. Study Guide for Matthew 24: (Matthew 24:1-2) Jesus predicts the destruction of the temple. (Mat 24:3) Jesus’ prediction brings up two questions. (Matthew 24:4-8) Jesus describes general world conditions during the period between His Ascension and the time immediately preceding His second coming. (Matthew 24:9-14) Jesus describes what His disciples must expect during the time between His Ascension and Second Coming. (Matthew 24:15) The sign: the abomination of desolation, spoken of by Daniel.
    1. Yet when we understand the importance and what is said about this event – the abomination of desolation – we must give priority to this event, even more than the easiest interpretation of Matthew 24:34.

+

  1. Explaining Matthew 24
  2. Matthew 24:1 // Reboot – The end of times
  3. Matthew 24:3 And Olivet’s Structure
  4. AND when you SEE these THINGS BEGIN
  5. Apocalypse Talks: Temporary Temples – Matthew 24:1-8
  6. Apocalypse Talks: The Fall Is Approaching – Matthew 24:9-14
  7. Apocalypse Talks: Mitigating Disaster – Matthew 24:15-22
  8. Apocalypse Talks: The Bigger Picture
  9. Apocalypse Talks: The Mean Time
  10. Armageddon, Part 3: Are there ‘signs’ that the end is coming?
  11. 11.24.19 Matthew 24 Part I
  12. 11.24.19 Matthew 24 Part III
  13. 11.24.19 Matthew 24 Part V
  14. Matthew 24:12,13
  15. Matthew 24:14
  16. Matthew 24:23,24
  17. Matthew 24:36-44 Sunday School Lessons and Activities
  18. Matthew 24 and the Fig Tree Matthew 24:32-33
  19. Three things that must happen before Jesus returns – Matthew 23:37-39; Matthew 24:14; 2 Thessalonians 2:3
  20. End Times Q&A
  21. Christ’s Coming Again to Judge
  22. Timing of Christ’s second coming
  23. Don’t Be Deceived (about the Coming of Christ)
  24. The Parable of the Fig Tree
  25. Mark 11 – Fig Tree
  26. Being a good servant – talk-notes for 27th Oct 2019
  27. Called or Chosen?
  28. Paul Explains the Second Coming
  29. Hope in the Second-Coming
  30. Faith That Is Fruitful For God

Matthew 23:13-14 – The Nazarene’s Commentary: Woe 1: Shutting Up the Kingdom

Matthew 23:13-14 – Woe 1: Shutting Up the Kingdom

|| Luke 11:52

MT23:13 “WOE to you hypocritical Scribes and Pharisees, because right in front of people[1] you are closing the door to the Realm of Heaven.[2] You do not enter and you prevent those who might from entering.[3] MT23:14 [[Woe to you hypocritical Scribes and Pharisees, for you devour the houses of widows and for a pretence you make long prayers. This is why you will receive a heavier judgment.]][4]

*

Woe

[1] Right in front of people: [Or, you slam the door in men’s faces] Or, GDSP: you lock the doors of the Kingdom of Heaven in men’s faces.

[2] Closing the door to the Realm of Heaven: We have seen elsewhere in Matthew that the Realm of Heaven is the domain over which Christ rules; that is, Christendom – the Church. The Jewish religious hierarchy opposed the Jesus movement and acted as a restraint in preventing many persons from gaining membership in the congregation Jesus was building. There are modern movements who teach that lesser persons do not attain heaven, but live on earth forever**. These actually teach that opportunity to enter heaven closed.

[3] You do not enter and you prevent those who might from entering: Or, BECK: you won’t come into it yourself, and when others try to come in, you won’t let them. They do not follow the Nazarene and any who try they threaten with excommunication (See John 9:22; 16:2).

[4] [[…]]: Most recognize this verse does not have ancient support and is not supported by the older manuscripts.

**

Many philosophers and preachers talk about some sort of incarnation, where the person keeps returning on earth, each time in another form. Though all should know there is no such incarnation and not every body is going to go to heaven after death. God’s Kingdom shall be on earth as it is in heaven.

+

Preceding

Matthew 23:1-12 – The Nazarene’s Commentary: Prominence and Humility

+++

Related literature

  1. The Good & Bad of the Pharisees
  2. Hypocrisy & Judgmentalism – Two Unmistakable Marks Of Narcissism – Part 1
  3. Strength and Authority
  4. Leadership and Titles– Part I
  5. Woe unto you…..
  6. “But woe unto you, religious elites (scribes and Pharisees), hypocrites! You shut up the kingdom of heaven against men: for you neither go in yourselves, neither suffer you them that are entering to go in.” ~Jesus
  7. Judgement

Matthew 23 – A Jeremiad against the religious hypocrites

CHAPTER TWENTY-THREE:
A JEREMIAD AGAINST THE RELIGIOUS HYPOCRITES

[“Woe to a Generation of Vipers”]
(Key word: Woe!)

Already in chapter 16 of Matthews’s account of Jesus his life the apostle wrote about Jesus warning them to be careful and to pay attention regarding the leaven (Pharisees, Sadducees, and Herodians (Matthew 16:6, 11, 12; Mark 8:15; Luke 12:1) or particular people who claim to be speaking in the name of God.

Today we start looking at chapter 23 of Matthew’s gospel where Jesus speaks directly to those who claim they are the only ones who have the right to speak about God and His commandments and demanded followship.

This chapter clearly shows the extent to which the disciples are viewed as Jews in relation to the nation, even though their master condemned the leaders who misguided the people and dishonoured Jehovah God by their hypocrisy.

To speak to the crowd and to His disciples, Jesus says:

“The scribes and the Pharisees have sat down in Moses’ chair”;

and though their behaviour was only hypocrisy, they had to follow them, as the interpreters of the law, yet in all that they spoke in accordance with it.

We find Jesus speaking to the multitudes and to his disciple in the most public manner.

First of all, Jesus acknowledges the official position and the orthodoxy of the leaders of the people, and therefore encourages his disciples to bear the fetters of the stricter statue even longer than by premature dropping the semblance of indiscipline (the temple falls soon enough) V. 36).

On the other hand, he recommends to the disciples the harmony of change with doctrine, fraternal equality and humble service (his, the Messiah’s, as the sole leader V. 10); that was the basis of all greatness in his kingdom.

In this chapter we shall come to see how certain people shall try to convince people how they can not come in the Kingdom of God in case they do not follow their teachings. Also in our present day we do find such teachers of religion, Pharisees and hypocrites who love to prevent ordinary people from entering the kingdom of God (v 14) or who set up a show, putting themselves in the spotlights, doing as if they are very devout people and saying ‘great prayers’.

Today we still find people who are more attracted to the writings and sayings of so called theologians instead of concentrating on the words of the Holy Scriptures. They let themselves being carried away by the many theological theories even when those would be not according the Bible texts. Often those church leaders want to have full control over their congregation and therefore make them afraid with all sorts of stories which are not in accordance with the Bible, or of taking certain texts to literally instead of reading in between the lines and seeing the essence of the text.

+

Preceding

Matthew 13:33 – The Nazarene’s Commentary: Parable of the Fermented Whole

Matthew 16:5-12 – The Nazarene’s Commentary: Watch Out for the Leaven of False Teaching

Matthew 22:41-46 – The Nazarene’s Commentary: Jesus Asks a Trump Question

Additional readings to Matthew 22:41-46

Next

Matthew 23:1-12 – The Nazarene’s Commentary: Prominence and Humility

By Whose authority did that Nazarene rebbe speak and did he such incredible things

“Jesus entered the temple courts, and, while he was teaching, the chief priests and the elders of the people came to him.

“By what authority are you doing these things?” they asked.

“And who gave you this authority?”” (Mt 21:23 NIV)

In the previous chapters written by Matthew we came to see a Jesus who was in everything like other people around him, except for his goodness and certain miraculous things he could do. He was hungry and needed sleep like any other of us. He also wanted some quietness of some time for himself.

Many were amazed about the strange things that Jesus could do. Many wondered how it was possible that this man could do such special things. Some found it also strange that this man dared to pose certain questions  and speak against the people in charge of the temple, though he was not a priest.
He was making great changes in the affairs of the temple, and the priests claimed the right to know why this was done, contrary to their permission. He was not a priest; he had no civil or ecclesiastical authority as a Jew. It was sufficient authority indeed, that he came as a prophet, and worked miracles. But they professed not to be satisfied with that.

Never did Jesus claim to speak or act in his own name. He told the people around him that the doctrine he preached was not his doctrine, but the one of his heavenly Father, Who is the Only One True God. though at certain times this teacher dared to warn those around him that they had to listen to his words and should act on them because otherwise they would be like a stupid man who built his house on sand. (Matthew 7:26)

“But everyone who hears these words of mine and does not put them into practice is like a foolish man who built his house on sand.” (Mt 7:26 NIV)

“But the one who hears my words and does not put them into practice is like a man who built a house on the ground without a foundation. The moment the torrent struck that house, it collapsed and its destruction was complete.”” (Lu 6:49 NIV)

Also today we can hear those words from Jesus, by the delivered stories of the gospel-writers. They clearly wrote down the words of Jesus so that people after them also could get to know them. By those writings we also can come to see what wonderful things Jesus not only said but also did.

The question the religious leaders asked was relevant both to the cleansing of the Temple (vv. 12-14;’are you doing’) and to his teaching in the Temple (’ while he was teaching’). The double form of the question is typically Jewish. {cf. Mr 12:14 13:4 Ac 4:7 } The two questions are certainly interrelated but not identical.

The first questions the quality of Jesus’ authority:

is it that of a scribe, or a prophet, or is it something else again?

The second question concerns the source of Jesus’ authority.

The authority to instruct on one’s own account could only be given to a rabbi by the laying on of hands (SB, II, 647-649). The deputation’s question was especially suitable as the starting-point for a lawsuit against him.

Any Jew was allowed to talk publicly about religious questions (as in our social meetings), but if he proposed to be a regular teacher (Rabbi), than he had to be authorized by a rebbe or an other high rabbi or by the Sanhedrin. Lots of people told about this man who was going from one place to an other, always teachings and as such it could be considered that he was making it not only his occupation to teach, but he was also working miracles, cleansing the temple as if a prophet, and apparently justifying his followers in greeting him as the Messiah.

Jesus had no intention to becoming a worldly ruler at that time, getting rid of the Romans, though many thought he was the promised one who would liberate them from those Roman occupiers. By this time Jesus had become very well aware of his task, being a speaker for God, even when that required to put himself aside.

The spiritual leaders of the land did not like this man who was telling so many things and doing so many things which got people away from their teachings and seemed to undermine their position. But many where convinced that he spoke with authority.

“The people were amazed at his teaching, because he taught them as one who had authority, not as the teachers of the law.” (Mr 1:22 NIV)

“All the people were amazed and said to each other, “What is this teaching? With authority and power he gives orders to evil spirits and they come out!”” (Lu 4:36 NIV)

Because Jesus came to see that many thought it would be from himself that he was saying and doing those things, he told them that he could do nothing without his heavenly Father.

“Jesus gave them this answer: “I tell you the truth, the Son can do nothing by himself; he can do only what he sees his Father doing, because whatever the Father does the Son also does.” (Joh 5:19 NIV)

According to Jesus the problem was that many did not know the God, like we can see also today.  At that time there was probably not one person who had taken Jesus as their god, though today many have done so and do not see how Jesus was the sent one from God, Who is much greater than Jesus. Therefore many of those persons do not see and are blind for the word because they prefer to keep to human doctrines instead of the words of God and the words of Christ.

“Jesus answered, “My teaching is not my own. It comes from him who sent me.” (Joh 7:16 NIV)

“Jesus said to them, “If God were your Father, you would love me, for I came from God and now am here. I have not come on my own; but he sent me.” (Joh 8:42 NIV)

“”You heard me say, ‘I am going away and I am coming back to you.’ If you loved me, you would be glad that I am going to the Father, for the Father is greater than I.” (Joh 14:28 NIV)

Jesus told everybody it was by him they could come to see and to understand, him being the way to God, (and not to himself) and therefore he was going to suffer.

“But I tell you, Elijah has already come, and they did not recognise him, but have done to him everything they wished. In the same way the Son of Man is going to suffer at their hands.”” (Mt 17:12 NIV)

“5 Thomas said to him, “Lord, we don’t know where you are going, so how can we know the way?” 6 Jesus answered, “I am the way and the truth and the life. No-one comes to the Father except through me.” (Joh 14:5-6 NIV)

It is by Jesus we can come to know the truth and find the way to the small gate.

“13 “Enter through the narrow gate. For wide is the gate and broad is the road that leads to destruction, and many enter through it. 14 But small is the gate and narrow the road that leads to life, and only a few find it.” (Mt 7:13-14 NIV)

“7 Therefore Jesus said again, “I tell you the truth, I am the gate for the sheep. 8 All who ever came before me were thieves and robbers, but the sheep did not listen to them. 9 I am the gate; whoever enters through me will be saved. {Or kept safe } He will come in and go out, and find pasture.” (Joh 10:7-9 NIV)

The spiritual leaders of that time where afraid this Nazarene would come to be favoured more by the people and would take their place as a reformer.

Jesus dispatched them with speed, as if he had been loath to have been taken with his task undone.

Jesus was not willing to have a high position prepared by men, nor to be crowned by the multitude, there being only too good reason, him being sent by his heavenly Father. Their ideas of royalty were entirely different from his. Had he allowed himself to be borne on the tide of popular favour to royal honours, His kingdom would have been thereby marked as “of this world,” it would have been stamped as something very different from the kingdom of “righteousness and peace and joy in the Holy Ghost” he had come to establish.

Had he been a mere enthusiast, he would have undoubtedly have yielded to such a tidal wave of public excitement; but his unerring wisdom taught him that he must reach the throne by another path than that of popular favour. Rather must it be through popular rejection — through the dark portals of despite and death; and for that, his hour had not then come.

So many years later we should see by Whose authority Jesus said and and all those things. Everything he did and said was done because God allowed him to do that and gave him power to do so. today still a lot of Christians too, like the Pharisees, do not believe Jesus acted as a sent one from God. Many christians have taken Jesus into their god and do not see how he should be their way to God.

Do you think Jesus is God, or do you accept Jesus as the sent one from God, who was authorised by God?

+

Preceding

Authority from the One God to one mediator between God and men

Matthew 7:13-23 – The Nazarene’s Commentary: The True Disciple #5 Matthew 7:28-29 – The Crowd’s Reaction

Matthew 9:1-8 – The Nazarene’s Commentary: Messiah Forgives Sins and Heals Paralytic

Matthew 9:32-34 – How others look at the blind, speechless and demoniac being healed

Matthew 13 – Parables on Kingdom mysteries

Matthew 21:1-3 – The Nazarene’s Commentary: Sent Ahead for a Donkey

Matthew 21:4-5 – The Nazarene’s Commentary: Your King Is Coming upon a Donkey

Matthew 21:6-9 – The Nazarene’s Commentary: Blessed the One Coming in God’s Name!

Matthew 21:10-11 – The Nazarene’s Commentary: Who Is This?

Matthew 21:12-14 – The Nazarene’s Commentary: Temple Cleansed

Matthew 21:12-14 – From a den of thieves to a house of prayer

Matthew 21:15-17 – The Nazarene’s Commentary: Out of the Mouth of Babes

Matthew 21:18-22 – The Nazarene’s Commentary: A Cursed Fig Tree a Lesson in Faith

Matthew 21:23-27 – The Nazarene’s Commentary: The Question of Authority

Matthew 21:10-11 – The Nazarene’s Commentary: Who Is This?

Matthew 21:10-11 Who Is This? – a Question still posed today #1

Matthew 21:10-11 Who Is This? – a Question still posed today #2

More than just a man with authority of speaking

 

++

Additional reading

  1. The 1st Adam in the Hebrew Scriptures #8 Looking for the 2nd Adam
  2. A god who gave his people commandments and laws he knew they never could keep to it
  3. Americans their stars, pretension, God, Allah and end of times signs #2 War on God’s Plan, Name and title
  4. The meek one riding on an ass
  5. Infinite payment of sin by the son of God
  6. The son of man given authority by God
  7. Authority given to him To give eternal life
  8. Blindness in the Christian world
  9. Memorizing wonderfully 52 Acts 7:56: the Son of man standing on the right hand of God
  10. Priest, scribes and others with authority

+++

Related

  1. the Authority of Jesus questioned
  2. Luke – Chapter 20
  3. Words of Life ~ Author(ity)
  4. His U
  5. A King & a Kingdom
  6. Authority of Jesus — It is Questioned

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: