An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Archive for the ‘Her-dopers’ Category

Doopsel en bloedvergieten ter vergeving

In de volgende tekst van broeder Islip Collyer gaat het over de keuze die wij moeten maken omtrent het bloed van Christus.

“Zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving van zonden.”

De leer van de verzoening betrokken bij het Bijbelse principe is één van de meest belangrijke en in sommige opzichten een van de moeilijkste van alle primaire waarheden verbonden met het Evangelie. Nergens anders is het zo makkelijk voor de mens  uit zijn diepte te krijgen, en er is geen ander onderwerp dat bewijst zo verleidelijk te zijn.

Er is zeker gevaar dat vitale waarheden die het offer van Christus aan gaan in twijfel kunnen worden getrokken of verduisterd kunnen worden door verkeerde leer over dit onderwerp. Wij mogen het niet minimaliseren hoe gevaarlijk het kan zijn hoe de mens kijkt naar het zoenoffer van Jezus. Vooral als men weet dat bepaalde Christenen er aan vast houden dat Jezus wel God moet zijn omdat zij vinden dat geen enkel mens bekwaam zou zijn om Gods Wil te doen. Hierbij onderschatten zij wel een hele boel mensen.

Dr. Thomas merkte meteen dat er slechts weinig elementaire waarheden over verlossing waren en dat deze eenvoudig waren en dat er geen reden kan worden gegeven voor hen over het “het feit dat God hen wil “. Als wij een gemeenschap willen vormen moet men zich afvragen welke de noodzakelijke kennis moet zijn om toe te treden tot de gemeenschap.  Het staat vast dat men zeker niet alle begrip en kennis kan vereisen van iemand die pas in het geloof staat. Dr. Thomas was er daarom van overtuigd dat men iemand tot de doop kan toe laten als deze een gedegen kennis blijkt te bezitten van deze eenvoudige waarheden. Ook al zouden zij slechts een eenvoudige uitleg van die Bijbelse principes kunnen voorleggen moeten we niet durven hen het “water te weren”. Eens iemand zich komt aanbieden om gedoopt te worden moeten wij na gaan of hij of zij voldoende kennis heeft van de Waarheid.

Indien de persoon getuigt te geloven in de vereiste van God in een perfect offer voordat Hij de zonde zou kunnen vergeven en dat Deze Enige Ware God voorzag in die éne die zich bereid toonde zich op te offeren, moeten wij dit teken van geloof aanvaarden. Natuurlijk moeten wij dan na zien of hij de persoon van Christus Jezus wel degelijk kan plaatsen en deze niet als God aanschouwt. Als de doopkandidaat getuigt kennis te hebben van Jezus rol en dat deze de gezondene van God is, de zoon van God en een profeet wiens woorden wij ter harte moeten nemen, moeten wij in die persoon een valide kandidaat zien.

Er mag geen reden zijn om de doop te verbieden omdat de kandidaat niet bekwaam zou zijn om uit te leggen waarom God een volmaakt offer nodig had, of waarom Hij het vergieten van bloed eiste voor de zonden konden worden vergeven.

Sommigen zullen zich wel afvragen waarom wij een ‘doop‘ vragen als mensen vroeger reeds gedoopt zijn. Daarbij moet men de vraag stellen of die mensen zelf persoonlijk een doopbelijdenis hebben afgelegd, of waren het anderen die het voor hem of haar hebben gedaan, zoals bij een kinderdoop gebeurt. Een baby heeft niet de kennis noch het verstand om al dan niet voor God te kiezen en kan zeker zich niet uitdrukken deze keuze voor God te maken. Ook heeft het nog geen zonden gedaan mist het nog niet in kennis is van wat mag en niet mag, van wat juist of verkeerd is.

In sommige kerkgemeenschappen mag dan wel een wederhelft van de babydoop bestaan met een geloofsbelijdenis die op latere leeftijd wordt afgelegd door de ‘communiekant’. Doch bij zo een eerste en bij de tweede of plechtige communie kan er geen sprake zijn van een doop of geldige doopbelijdenis, mist de doop door onderdompeling in water moet gebeuren. Bij die gemeenschappen waar men gelegenheid heeft om de belijdenis zogezegd te vernieuwen, valt op dat die jongeren bij zulke gelegenheid dan nog te jong zijn of niet echt een keuze kunnen maken maar eerder de traditie volgen om op die leeftijd zich aan te bieden voor een communiefeest en/of vormsel.

Bij zulke een gelegenheid om een geloofsbelijdenis af te leggen moet de persoon werkelijk voldoende bijzijn of haar zinnen zijn. Hij of zij moet getuigen van zelf een eigen keuze te maken zich aan te bieden voor God en de gemeenschap van Christus. Hierbij moet de persoon ook getuigenis afleggen en bewijzen dat hij of zij verandering wil hebben van het voorgaande, het voorbije leven. De bekeerling komt namelijk in een nieuw soort leven, in onderworpenheid aan God en niet meer in onderworpenheid aan de wereld.

Een goed begrip van eenvoudige elementen moet volstaan om de intrede te laten maken.

Het kan nuttig zijn om kennis te nemen van de belangrijkste oorzaken die hebben geleid dat mensen of zelfs broeders dwalen als ze geprobeerd hebben om dieper in de leer van de verzoening te gaan. Hiervoor moeten wij op onze hoede zijn.

Een van de oorzaken is door de tendens om de schaduw met de stof verwarren. Broeders hebben geredeneerd dat de aard van de wet die en die voorgestelde noodzakelijkheden en het offer van Christus moesten conformeren. De waarheid is natuurlijk precies andersom. Het werk van Christus was het zeer centrale kenmerk van het goddelijke doel en al de schaduwen van de wet moesten er aan voldoen. De apostel die schrijft aan de Hebreeën redeneert vanuit de types naar Christus, maar maakt het duidelijk dat Christus de stof is. Wij erkennen dat de geschriften van de apostelen precies dezelfde autoriteit hebben als het Oude Testament. We doen er daarom goed aan hun duidelijkste taal te nemen als onze gids en na te gaan dat ons begrip van types en symbolen er mee in lijn valt.

Ook zien wij dat er verwarring kan ontstaan door de neiging om een verklaring te zoeken op basis van een menselijke opvatting van logica en legaliteit. Vele jaren geleden moesten we erop wijzen dat terwijl de menselijke wetten vaak effecten hebben die ver verwijderd waren van de bedoeling van de makers van de wet, kan dit nooit het geval zijn met de wetten van God. We kunnen geen onderscheid herkennen tussen de goddelijke wet en de goddelijke wil. Als God een wet maakt is het de uitdrukking van Zijn wil voor het tijdstip waarop zij van toepassing is, en is het gemaakt met een volledige kennis van de gevolgen ervan (zie Handelingen 15: 18). We kunnen nauwelijks veronderstellen dat elke broer ooit deze stelling zou betwisten; maar sommigen hebben zodanig geredeneerd alsof ze nooit aan een dergelijk idee gedacht hebben. We doen er dus goed aan elkaar te herinneren aan deze eenvoudige waarheid, die ons verbiedt om onderscheid te maken tussen juridische behoeften en de goddelijke wil.

Bij het tot de gemeenschap willen behoren houdt in dat  men zijn taal en handelingen zal aanpassen zodat zij niet indruisen tegen de Wil van God. De bekeerling en diegene die tot de broedergemeenschap is toegetreden horen zich dan ook aan de ethiek en Goddelijke moraal te houden en zich goed te gedragen en met elkaar te communiceren met een waardig taal gebruik waarin dubbelzinnigheden best wordt vermeden.

Ernstige broeders en zusters, die popelen om de waarheid vast te houden, zijn soms verbijsterd en bijna afgeleid in de strijd van woorden, buiten hun vermogen om te begrijpen.

De ravage die dergelijke conflicten kunnen veroorzaken is misschien het best geïllustreerd door het feit dat een van de meest capabele mensen die we ooit in ons midden hadden, in zijn inspanningen voor juridische logica eindigde door het onderwijs van rechtvaardiging voor de zonde zonder geloof. Hierbij waren we allemaal traag om ons te realiseren van de volledige omvang van de positie. Ik herinner me goed de verbazing en ontsteltenis zelfs van één van zijn aanhangers toen hij voor het eerst dit aspect van de zaak werd getoond.

schrijft broeder Islip Collyer, die vervolgt

Ook nu is er dezelfde neiging tot juridische redenering met betrekking tot types en schaduwen met de duidelijke principes van de Schrift verwaarloosd. Hoewel twistende partijen de lading zouden ontkennen, is het een feit dat sommigen van hen voortdurend het feit uit het oog verliezen dat alle dingen in Gods handelen met deze wereld centreren rond Christus.

De reden dat alle dingen onder de wet werden gereinigd door het offer van bloed, was dat alle dingen in de komende eeuw ook door het offer van Christus tot stand zullen komen. In de redenering met de joden kan het nodig zijn om het argument te keren, maar wij die het voorrecht hebben om de inhoud van Gods grote doel te weten mogen dat nooit uit het oog verliezen .

File:1292-1-doop-kamerling.jpg

Tafereeltegel, tegel in tegelveld van vier stuks, twee hoog, twee breed, ‘De doop van de kamerling’, hoekmotief kwartrozet

Het is dat besef van onze reiniging door Christus zoenoffer dat ons moet overhalen om gereinigd te worden in het water van zuivering. Onze overgang van deze wereld tot de wereld van Christus moet via de weg verlopen van volledige onderdompeling als teken van witwassing. Hierbij moet het geloof er zijn dat Jezus zijn loskoopoffer ons de genade brengt van God. Enkel als de bekeerling werkelijk aanvaard dat Jezus zijn eigen wil opzij zette om de wil van God te doen, waarbij het duidelijk moet zijn dat daarom Jezus God niet kan zijn (want anders zou het steeds zijn wil zijn) en niet tegenstaande alle verleidingen zich toch gehouden heeft aan Gods Wil, zich aangeboden heeft als zoenoffer en een lam voor God, dan kan de gegadigde toe treden. Met het volle besef dat God niet in verleiding kan gebracht worden en niet kan sterven, alsook geen bloed heeft, moet de doopkandidaat dat bloedvergieten van Christus Jezus erkennen als een noodzakelijkheid om ons  voor eens en voor goed los te kopen. Maar daarbij zal hij of zij ook moeten beseffen dat door dat bloedvergieten de Genade van God over ons gekomen is maar ons niet het vrijrecht geeft om zomaar alles te doen wat wij wel graag zouden doen. Neen, een heel boel dingen blijven nog steeds ongeoorloofd en zullen steeds onaanvaardbaar zijn voor een ware volgeling van Christus Jezus.

De letterlijke waarheid geopenbaard in het Nieuwe Testament over de betekenis van het offer houdt in dat God zonden vergeeft en het eeuwige leven aanbiedt  aan de hand van het volmaakte offer gebracht door Christus in zijn leven en dood. Welke figuratieve of gedeeltelijk figuurlijk taal van de Bijbel mag gebruikt worden, dit is de echte betekenis. Gewassen in zijn bloed, onze zonden op Hem gelegd, een peiling van onze zonden in zijn eigen lichaam, de aankoop van zijn bloed, het losgeld, hij overgeleverd om onze zonden, de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen – al deze uitdrukkingen moet worden verstaan in harmonie met de letterlijke waarheid van die vergevende God.

Overtredingen van de goddelijke wet kan alleen opzij gezet worden door de vergeving en verdraagzaamheid van God. Fysieke onreinheid van de natuur kan slechts weggeblazen worden door de kracht van God. Het offer van Christus is de door God aangewezen basis, waarin God in Zijn genade en verdraagzaamheid vergeving en verlossing biedt aan zondaren.

“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God;” (Romeinen 3:23 NBV)

“‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt;” (Romeinen 4:7 NBV)

“In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade” (Efeziërs 1:7 NBV)

“die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.” (Colossenzen 1:14 NBV)

“Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:9 NBV)

“Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam.” (1 Johannes 2:12 NBV)

Het is die aanvaarding van Jezus zoenoffer door God en door ons welke dankzij Gods aanvaarding ons vrede en hoop mag brengen op bevrijding van de vloek der zonde of de vloek der dood.

Als we willen verder te onderzoeken en de vraag stellen waarom heeft God een dergelijk offer als de basis van de vergeving aangeboden aan de mensheid nodig heeft, zullen wij nooit een antwoord te vinden door middel van de verschillende interpretaties van de wet of gesprek van de straf als gevolg van de zonde. Goddelijke wet is gewoon een uitdrukking van de goddelijke wil. Het was niet de wil van God dat de mens zou zondigen, maar het was de wil van God dat de mens een vrije persoon zou moeten zijn en dat de dood het loon van de zonde moest zijn. Het was de wil van God, dat het menselijk ras, dat door de zonde verontreinigd is, geen toegang zou hebben tot Zijn heilige aanwezigheid, behalve op basis van een volmaakte offer.

En het is de wil van God dat we moeten inspelen op de genadige uitnodiging en dat wij worden gered op de basis die Hij heeft voorzien.

“Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.” (1 Thessalonicen 5:9 NBV)

Indien wij ons aanbieden zal God ons ook tegemoet komen want Hij is bij de mens, bereid om hen te ontvangen. Als we vragen waarom God een dergelijk offer nodig heeft, moeten we een morele verklaring zoeken. Het is geen antwoord om de wet aan te halen die zijn wil tot uitdrukking brengt. Geleid door de Schrift kunnen we een morele verklaring vinden die elke eis dat de intelligentie kan maken voldoet. Het volmaakte offer was nodig zodat het vlees daadwerkelijk kan worden ontkend, dat de zonde zou kunnen worden overwonnen en veroordeeld, dat de gerechtigheid en heiligheid van God zou worden verklaard, en dat de zondige mens zou vernederd worden, zonder een deeltje van de grond voor roem over te laten aan hem.

“23 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; 24 en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. 25 (25-26) Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft. 26 27 Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat u hem naleeft? Nee, door de wet die eist dat u gelooft.” (Romeinen 3:23-27 NBV)

“Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend,” (Romeinen 8:3 NBV)

“1  U was dood door de misstappen en zonden 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4  Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5 heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6 Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7 Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8 Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9 en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.” (Efeziërs 2:1-9 NBV)

Nu is het geloof in Christus Jezus essentieel om tot God te komen en zij die tot de gemeenschap van Christus willen komen moeten die Nazareense man ook werkelijk de volle erkenning geven voor wie hij is en voor wat hij gedaan heeft. Zij die zich vroeger Christen noemden maar geloofden dat Jezus God zou zijn hun voorgaand doopsel heeft generlei waarde, mits het de persoon en daad van Jezus niet ten volle erkende – een essentieel punt van Christelijk geloof.

God maakte het duidelijk, zelfs in oude tijden, dat de mensheid enkel tot Hem kon naderen met een nederig geloof en aan de hand van het bloed vergieten. Hij gaf een wet die de zondigheid en hulpeloosheid van Zijn volk benadrukte. De erkenning van dat bloedvergieten van Jezus opent die weg naar God. Enkel dat zoen- of reinigingsoffer kan de zonden op zij zetten en vergeving afroepen.

“U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.” (Romeinen 8:15 NBV)

“Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig.” (Romeinen 5:2 NBV)

“Hij moet de stier op dezelfde wijze offeren als de stier van zijn eigen reinigingsoffer. Zo voltrekt de priester voor het volk de verzoeningsrite en krijgt het vergeving.” (Leviticus 4:20 NBV)

“Al het vet moet hij op het altaar verbranden, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt. Zo voltrekt de priester voor de leider van het volk de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:26 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het op het altaar verbranden als een geurige gave die de HEER behaagt. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:31 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het schaap voor het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het verbranden op het altaar, samen met de andere offergaven voor de HEER. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:35 NBV)

God beloofde een verlosser, die een einde moest maken aan zonde en “eeuwige gerechtigheid brengen” (Dan. 9). Toen de volheid van de tijd gekomen was onthulde Hij die regeling van de liefde waarin zelfs de engelen hadden gewenst te kijken. Hij maakte de selectie van een maagd uit het huis van Israël en produceerde uit haar iemand die sterk genoeg was voor het grote werk dat nodig zou moeten zijn. Dus het vlees werd verstoten, zelfs in de geboorte van Christus, werd de zonde overwonnen en veroordeeld in elke daad van zijn leven, en uiteindelijk presenteerde hij vrijelijk de laatste gehoorzaamheid tot de dood toe, dat hij naar onsterfelijkheid en glorie kon worden opgewekt uit de doden als de kapitein van onze zaligheid volmaakt door lijden.

“Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.” (Hebreeën 2:10 NBV)

In onze onvolmaaktheid moeten wij oog hebben voor eenieder die zich aan biedt om opgenomen te worden in de gemeenschap van Christus. Niemand kan de volledige waarheid bezitten noch volmaakt zijn tot in de uiteinden van zijn lenden. Maar door te erkennen dat Jezus als mens daar wel in geslaagd is geven wij toe aan God dat wij onder zijn bescherming willen komen te staan.

Aan Jezus werd veel gegeven maar ook veel gevraagd. Datgene wat van hem gevergd werd zouden velen van ons niet eens halen. Hij werkte zijn perfectie uit en bracht redding door de kracht die God hem gaf, en dus door hem opende God de manier van leven voor ons. Hier is de zondige natuur die alleen hulpeloze zondaars, gecontroleerd, veroordeeld en uiteindelijk de sterke Zoon van God weg zette in zijn volmaakte gehoorzaamheid van leven en dood. Op basis hiervan kan de mensheid de heiligheid van de Schepper benaderen en kunnen de mensen van het geloof, alhoewel zondaars, worden verhoogd tot het goddelijke. Op deze basis van de overwonnen zondige natuur, verworpen en veroordeeld door de ene die God sterk voor Zichzelf maakte, vergeeft God. Dat is de werkelijke betekenis van de verzoening.

Het Nieuwe Testament beschrijft het offer van Christus in duidelijke en letterlijke taal. Laten we alle figuren en symbolen  interpreteren op basis van de duidelijke uitspraken. God, die het einde vanaf het begin weet, Die doet naar Zijn wil, maar die “Zichzelf niet kan verloochenen” voorzag de voorwaarde voor het veroordelen en het overwinnen van zonden op basis waarvan Hij met veel verdraagzaamheid diegenen vergeeft die Hem behagen door hun geloof .

Aldus moet diegene die zich ook aan biedt om als kind van God in de gemeenschap opgenomen te worden, spijt betuigen van voorheen gedane fouten en hier om vergiffenis vragen.

Veel controverse is ontstaan door de vraag of Christus voor zijn eigen reiniging aangeboden. Het is grotendeels een oorlog van woorden, te wijten aan de ene kant om een angst te zeggen of een abonnement op iets denigrerende aan Christus en aan de andere kant misschien een neiging tot terugvallen in de oude overdrijving van ‘erfzonde’ geweest. Er behoort niet tot een minuut moeite met het omgaan met de vraag en het veiligstellen van overeenkomst.

Verder zal hij ook de belofte moeten maken om de ‘zonde’ in het vlees terzijde te zetten. (Uiteraard is het een afgeleide of secundaire betekenis van het woord, voor het primaire betekenis van de zonde is overtreding van de goddelijke wet.)

Zij die Jezus als God aanschouwen vallen buiten beschouwing voor het geloof in Christus, want zij negeren de persoonlijkheid van de Nazareense Jood. Zoals wij worden geboren met de mogelijkheid tot zondigen was dat ook zo bij Jezus. Hij was echter sterk genoeg om dit niet te doen en zich vrij van zonden te houden. Zij die beweren dat hij daarom wel God moest zijn  vergeten dat zij zo van God een vreselijk wezen maken die wetten oplegde aan Zijn schepselen waarvan Hij wist dat zij die toch niet zouden kunnen houden. Om te veronderstellen dat een buitengewoon zuiver en rechtvaardig mens deze zwakte minder dan anderen zou voelen is een enorme vergissing. De waarheid is andersom. De man met de hoogste idealen en de meest spirituele geest zal de strijd meest voelen. Om te suggereren dat Christus in alle dingen werd verzocht als wij en toch zonder deze wet van de zonde in zijn leden is, is een verkondiging in complete tegenspraak. Het is hetzelfde als zeggen:

“Behalve dat hij in het geheel niet geneigd was!”

Suggesties van buitenaf zijn geen verleiding op ons als ze geen beroep doen op iets in. Christus droeg alleen deze zelfde ontkende natuur die wij dragen. God kan niet verleid worden maar Jezus wel (mits hij god niet is) maar doordat hij niet voor de verleiding viel kon niet veroordeeld worden en overwon zonde. Christus droeg deze kwaliteit in het vlees, maar hij heeft nooit toegestaan om “zwanger te worden van zonde”, zelfs tot op het punt van de zondige gedachte. Daarin was dit voor hem de meest geweldige strijd en de meest onheilspellende overwinning van alle menselijke ervaring.

Zoals Jezus gehoorzaamheid aan God vertoonde moet diegene die zich christen wil noemen ook gehoorzaamheid aan God willen vertonen en tegelijkertijd ook de leer van Christus Jezus na volgen.  anders heeft hij of zij geen recht om zich Christen te noemen.

Na het tot het geloof komen en de wil zich aan God en Zijn gemeenschap over te geven moet blijken dat die persoon ook daadwerkelijk de wil van God wil uitvoeren.

Christus kwam om Gods wil te doen, hij was in alles gehoorzaam tot de dood, en zo met zijn eigen bloed, met andere woorden, op basis van zijn volmaakte offer, ging hij het Allerheiligste in om voor ons een voorspreker of bemiddelaar te zijn. Met zijn eigen bloed betrad hij het heilige der heiligen, een eeuwige verlossing, en wij, als we getrouw zijn, kunnen eindelijk ” van onze zonden in zijn bloed worden gewassen” en bedekt worden met zijn gerechtigheid.

Zij die in Jezus geloof stellen zullen ook terecht mogen inzien dat God bereid is om hen te accepteren, te vergeven en te reinigen, dit op basis van het volmaakte leven en de dood van Zijn Gezalfde Zoon. Hen is het gegeven om zich aan te bieden om gedoopt te worden en deel uit te maken van de gemeenschap van broeders en zusters in Christus.

+

Voorgaande artikelen

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

16° Eeuwse Broeders in Christus

++

Aanvullende artikelen

  1. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  2. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  3. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  4. Op zoek naar spiritualiteit 5 Vrucht van de geest
  5. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  6. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  7. Kiemend zaad
  8. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  9. Doop
  10. Doopsel
  11. Doop en Geloof
  12. Dopen en herdopen
  13. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  14. Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk
  15. Ontdopen gaat verder in België, een keerpunt om stil bij te staan
  16. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #9 Controverse betreft doop
  17. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten
  18. 16° Eeuwse Broeders in Christus
  19. Synode: Jezus annuleerde Bijbels ‘Gekozen volk’
  20. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  21. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  22. Doopverplichting bij Baptisten
  23. Nederlandse Raad van Kerken wil gezamelijke dooperkenning
  24. Pinksterkerken en RKK dichter bij elkaar
  25. Doop in de huiskerk
  26. Religieuze feesten in mei 2016
  27. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

+++

Aanverwante lectuur

  1. Hoe weet je eigenlijk of God bestaat? @trouw #geloof(sovertuiging) #religie #bewijzen
  2. Wijsheid op woensdag: religiegoïsme
  3. Wie of wat is God?
  4. Geloof
  5. Life Changing
  6. Herbelijdenis
  7. Over communies en vestimentaire keuzes maken
  8. en toen was het eindelijk zo ver !!!!
  9. foto souvenierke
  10. ‘n Paar geloofsvrae bespreek
  11. Stel je eens voor, als dat zou kunnen …
  12. YHWH, ons Skepper
  13. Lewe en dood
  14. Pasen 2016
  15. Hoop
  16. Goal
  17. Gehandicapte mensen: goed of slecht voor het karma van gelovigen?
  18. Ascension Day

16° Eeuwse Broeders in Christus

Terecht wijzen veel historici op de Guttenberg drukpers ontworpen in het midden van de vijftiende eeuw als grote bijdrager tot de ontwikkeling van en verspreiding van onderzoekende Bijbelstudenten. De hervorming kon gretig gebruik maken van dit modern medium. Hus of andere protestanten hadden deze middelen niet om hun ideeën dusdanig te verspreiden.

Al in 1525 kunnen we een groep vinden van ernstig, biddende zoekers, die bijeen kwamen in het huis van de jonge geleerde Felix Manz in Zürich, Zwitserland, “in het hart gedrukt” door de overtuiging van Bijbelse waarheden die ze hadden geleerd, die zich “verbonden in een broederschap van het geloof”: “Bruder in Christo, broeders in Christus.” De beslissing was verzegeld door een plechtig maar intiem “breken van het brood”.

Felix Manz

Felix Manz was de onwettige zoon van een Kanunnik van Grossmünster kerk in Zürich. Hoewel er nauwelijks gegevens over zijn vorming zijn, zijn er aanwijzingen dat hij een liberaal onderwijs genoot, met een grondige kennis van Hebreeuws, Grieks en Latijn. Manz werd een aanhanger van de belangrijke Zwitserse reformator Huldrych Zwingli (ook Ulrich Zwingli) ( 14841531), toen deze in 1518 benoemd werd tot priester in de Grossmünster-kerk in Zürich. Zwingly had een bibliotheek van meer dan 300 werken en had ook de geschriften van Erasmus bestudeerd.

Manz werd geconfronteerd met  deze priester in de Grossmünster kerk die openlijk vraagtekens zette bij de dogmatiek van de rooms-katholieke kerk. Toen een priester in 1519 aflaten kwam verkopen in Zürich verzette Zwingli zich tegen hem. Dit voorval vond plaats twee jaar nadat Luther de aflaten veroordeeld had in zijn 95 stellingen. Zwingly had ook twijfels over dat hellevuur waar de Katholieke Kerk de mensen zo bang mee maakte en eigenlijk mee in de ban kon houden. De idee dat een ongedoopt kind zou verdoemd zijn kon hij ook nergens in de Heilige Schrift vinden, terwijl de Bijbel duidelijk vertoonde dat het mensen waren die tot het volle verstand waren die een vrije keuze konden maken om gedoopt te worden. Vervolgens bevroeg Zwingly de excommunicatie en trok daarbij ook de door de Katholieke Kerk toegeëigende macht in twijfel. Zijn aanval op de bewering dat het brengen van geldelijke offers of het brengen van tienden of ‘tithing’ een Goddelijke instelling was bracht die Kerkelijke Macht in gevaar. Zijn leerstellingen hadden dan niet alleen grootse theologische maar ook sociale gevolgen. De boeren konden geen reden vinden in de Bijbel, de enige bron van geloof, waarom zij moesten bijdragen aan de belastingen, tienden en huur van hun heren en weigerden dit nog langer te doen. Dit leidde tot burgerlijke ongehoorzaamheid en de opstand werd pas beslecht na lange onderhandelingen en enkele concessies van de overheid.

Zwingli on the bronze doors by Otto Münch (193...

Zwingli on the bronze doors by Otto Münch (1935) on the Grossmünster in Zürich, Switzerland.dia

Vanaf 1520 nam Zwingli geen inkomen van de paus meer aan. Vervolgens viel hij het huurlingensysteem aan en overreedde hij Zürich, als enige van alle kantons, om de alliantie met Frankrijk te weigeren. Op 11 januari 1522 werden alle buitenlandse diensten en vergoedingen in Zürich verboden.

Vanaf 1522 begon Zwingli met het hervormen van de kerk en het christelijke geloof. Zijn eerste reformatorische geschrift, Vom Erkiesen und Fryheit der Spysen, werd gepubliceerd tijdens een dispuut over het kerkelijk recht aangaande vasten. Volgens Zwingli was het vasten slechts een menselijke regel en niet in overeenstemming met de Bijbelse geboden. Zwingli was er nu van overtuigd dat alleen de Bijbel, en niet de tradities van de kerk, de bron was van het geloof. Hij publiceerde deze gedachten in Archeteles.

Na het Tweede Dispuut van Zürich in 1523 werden Grebel en Manz ontevreden en geloofden zij dat de plannen van Zwingli voor hervorming waren gesloten in compromis met de gemeenteraad.  Grebel, Manz en anderen maakten enkele pogingen om hun positie te pleiten. Enkele ouders weigerden ook om hun kinderen te laten dopen. Er werd een openbaar dispuut met Zwingli  gehoudenop 17 januari 1525 . De raad kondigde Zwingli als de overwinnaar aan.

Nadat zij door de gemeenteraad teruggefloten werden op 18 januari werden zij verzocht op te houden nog verder te debateren en zich te houden aande door de raad vastgestelde regels. De beslissing van de raad op te houden met debatteren en de kinderen te dopen binnen acht dagen bracht de broeders samen in het huis van Felix Manz en zijn moeder op 21 januari. Conrad Grebel doopte George Blaurock en Blaurock op zijn beurt doopte dan weer anderen.  Dit veroorzaakte een volledige breuk met Zwingli en de raad en vormde de eerste kerk van de Radicale Reformatie. De beweging verspreide zich snel en Manz was heel actief daarin. Hij gebruikte zijn taalvaardigheden om zijn teksten in de taal van de mensen te vertalen en werkte enthousiast als een evangelist.

Zwingly van zijn kant verzekerde de positie van zijn hervormingen in de Christelijke Burgerlijke Rechten, waarover Zürich overeenstemming bereikte met de steden van Konstanz (1527), Bern en Sankt Gallen (1528), Biel, Mülhausen en Schaffhausen (1529).

Nu de tijd rijp was voor de prediking van de waarheden van Gods Woord, welk nu makkelijker ter hand kon gesteld worden door de boekdrukkunst, kon men ook het volk laten zien waar de Kerk afweek van de Schriftuurlijke Waarheden. Ervan overtuigd dat elke redelijk denkende man en vrouw graag de zuivere lering van de Schrift zou willen kiezen in plaats van versleten en in diskrediet gebrachte tradities en fouten van de mens, begonnen zij een Bijbel campagne die over heel Europa waaide. Ongetwijfeld vonden velen het fijn dat zij nu meer duidelijkheid van het evangelie konden verkrijgen. Maar voor vele anderen was dit de kans om uiting te geven van hun wrok tegen de beslissingen van de Kerkelijke Macht.

Hun diepe overtuiging, geboren uit ernstige studie van het profetische Woord, dat Jezus Christus spoedig zou terug komen en zijn duizendjarig wereldwijd rijk zou vast stellen gaf een krachtige impuls aan de getuigenis. Binnen de ongelooflijk korte, hooguit, twintig jaar, waren er “Her-dopers” overal.

Felix Manz ter dood gebracht door verdrinking op de Limmat in het Meer van Zürich.

Manz werd op een aantal gelegenheden tussen 1525 en 1527 gearresteerd. Terwijl hij met George Blaurock in het Grüningen gebied preekte, werden zij door verrassing, aangehouden en gevangengenomen en naar Zürich gebracht waar zij in de Wellenburg gevangenis werden opgesloten.
Op 7 maart 1526 had de Zürichse raad een edict voorgedragen dat volwassene her-doop strafbaar maakte tot veroordeling door verdrinking. Op 5 januari 1527 werd Felix Manz het eerste slachtoffer van het edict en de eerste Zwitserse Wederdoper om door andere protestanten gemarteld te worden. Terwijl Manz verklaarde dat hij “wenste om diegenen die gewillig waren Christus aan te nemen, te gehoorzamen aan het Woord en in zijn voetstappen te volgen , samen te brengen om hen door doop te verenigen en de rust in hun huidige overtuiging te laten”, beschuldigde Zwingli en de raad hem van koppigge weigering “om van zijn fout en gril af te stappen”. Om drie uur in de namiddag toen hij van de Wellenburg naar een boot werd geleid, loofde hij God en preekte hij naar de mensen. Een Hervormde dominee ging langs om hem het stilzwijgen op te leggen en om hem wie weet nog toch tot andere gedachten te brengen. Ook al werd hij in de gelegenheid gesteld om op zijn stappen terug te komen, hield Manz vol aan zijn inzichten. De broer van Manz en moeder moedigden hem aan om sterk te staan en voor het belang van Jezus te lijden. Hij werd op een boot de Rivier Limmat op genomen. Zijn handen waren gebonden en achter zijn knieën getrokken  met een stang er tussen geplaatst. Hij werd door verdrinking in het Meer van Zürich ter dood gebracht. Zijn vermeende laatste woorden waren, “In uw handen O God, beveel ik mijn geest “. Zijn eigendom werd geconfisqueerd door de regering van Zürich en hij werd in de Sint Jakobs begraafplaats begraven.

Felix Manz liet geschreven getuigenissen van zijn geloof na alsook een achttien-strofehymne en was schijnbaar de auteur van Protest und Schutzschrift (een verdediging van Anabaptisme voorgesteld aan de raad van Zürich ).
De rooms-katholieke priester Balthasar Hubmaier (14851528) uit  Friedberg, Bavaria was in 1522 met  Heinrich Glarean, (Conrad Grebel‘s leraar) en Erasmus te Basel in contact gekomen. In maart 1523 ontmoette Hübmaier Huldrych Zwingli in Zürich en nam daar zelfs mee deel aan het dispuut in oktober van datzelfde jaar. In het dispuut bracht hij het principe van gehoorzaamheid aan de Bijbel naar voor, schrijvend, “In alle discussies aangaande geloof en godsdienst, zou enkel de Bijbel alleen, die uitging van de mond van God, ons niveau en regel moeten zijn”.  Het was was klaarblijkelijk hier dat Hübmaier de kinderdoop op gaf omdat het tegen de Bijbelse woorden inging en het nooit met de Bijbelzou kunnen gesteund worden. Hij hield er wel aan dat hier en daar de Bijbel wel tegenstrijdigheden leek te bevatten, en dat daar aan beide waarheden gelijktijdig kon vastgehouden worden. In dit respect kan zijn positie zo vergelijkbaar met de doctrine van Bijbelse inerrancy en Bijbelse onfeilbaarheid gezien worden die door later christelijk Fundamentalisme werd aangehouden.

Door zijn keuze voor de doop op geloof in plaats van de kinderdoop en werd hij een anabaptist zoals Wilhelm Reublin (1484–c. 1559) die ook een belangrijke figuur werd in de  “Swiss Brethren movement” of Zwitserse Broeder Beweging.

De Wederdopers van de 16de eeuw hervatten de anti-Constantijnse mantel en het kon geen twijfel lijden dat enige van hen genoodzaakt werden om in de Ondergrondse bewegingen af te dalen. Terwijl er Baptistische proto-protestante bewegingen waren,  waren de Waldenzen en de Boheemse bewegingen dat voornamelijk niet. Spijtig genoeg werden de Waldenzen en zelfs de Unitas Fratrum/Moraviërs uiteindelijk onder de Sacralistische paraplu gebracht. (The Reformation: Romanticism and Reality; A few reflections concerning the Reformation.)

Net als rivieren die uit de Alpen stroomden had hun bericht wortel in Zwitserland, en wortelde het zich in Duitsland, Oostenrijk, Italië, Moravië, het stroomde verder oostwaarts naar Polen, Hongarije en Transsylvanië, westwaarts naar Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en uiteindelijk ook over de oceaan naar Amerika. Hun daden en hun leerstellingen werden geregistreerd in het Duits, Italiaans, Frans, Latijn, Pools, Litouws, Tsjechisch, Hongaars, Oekraïens, Engels, Nederlands en Vlaams en liggen begraven in bibliotheken en archieven in de steppen van Rusland tot de prairies van de Verenigde Staten.

In 1545 waren er hele groepen van gelovigen, georganiseerd door regio en taal: Zwitserse Broeders, de Tsjechische Broeders, Poolse Broeders, en zo verder, soms verschillend in specifieke aspecten van de leer en praktijk, maar het bezit van een gemeenschappelijke band van trouw aan een volledig Bijbel gebaseerde christendom. Tegen het einde van de 16e eeuw spreidde zich een netwerk van kleine gemeenten, verbonden door het geloof en vervolging, verlengd van de Dnjepr naar de Severn.

+

Huldrych Zwingli schreef: De ongelovigen zijn zo afkerig voor het Woord dat zij het tevergeefs bestuderen; daar zij in hun harten er geheel afkerig naar zijn gemaakt.

  • Dat er met vitriool in de taal werd gesmeten brengt Today with Zwingli (zwingliusredivivus.wordpress.com) naar voor, die het dispuut aan haalt tussen Maarten Luther en Zwinlgy betreft zijn “Vriendelijke exegese” van 1527.
  • Het was niet vreemd voor Zwingly om valselijk beschuldigd te worden. [ > What to do When People Lie About You? (zwingliusredivivus.wordpress.com)] Zo heeft hij het belang van het Avondmaal of het “Breken van het Brood” niet ontkend; hij heeft inderdaad Jezus Christus gepreekt als de gekruisigde zoon van God. Ook liep het gerucht dat hij een geheime Jood zou zijn (wegens zijn vertrouwen op de Hebreeuwse Bijbel in plaats van de Latijnse Vulgate voor kwesties van uitlegging of verklaring en interpretatie). Noch ontkende hij de betekenis van Maria (die, eigenaardig, volgens Zwingli een levenslange maagd geweest zou zijn). (Zo zie je maar dat sommige zaken die zo duidelijk kunnen zijn ook wel eens over het hoofd kunnen gezien wordne door een leermeester.)
  • Enkele uiting van Zwingly kan je vinden in: Today with Zwingli: The First War of Kappel (zwingliusredivivus.wordpress.com) waar aangehaald wordt hoe de prediker toch opriep tot een vrije prediking en de poorten open laat tot eigenlijke onschriftuurlijke zaken. “Dat het Woord van God vrij in de volledige federatie wordt gepreekt, maar dat niemand gedwongen wordt de mis, de beelden, en andere ceremonies af te schaffen die van zichzelf onder de invloed van Bijbelse preken zullen vallen;”
  • Zwingli, Theological Education, and the Prophezei (zwingliusredivivus.wordpress.com)
    Over de stichting van het theologisch college Carolinum, dat werd opgericht van de fondsen van de  Overste Generaal en geopend werd op 19 juni 1525.

Zweren en het afleggen van eden

Amish man

Amish man - Image via Wikipedia

In de Gemeenten van de Mennonieten, Amish en andere doopsgezinden wordt algemeen aangenomen dat een christen geen eed kan afleggen of zweren en dit op basis van Mattheüs 5:33-37 waar staat: “Eveneens hebt GIJ gehoord dat er tot hen die in de oudheid leefden, werd gezegd: ’Gij moogt niet zweren zonder [uw eed] gestand te doen, maar gij moet uw geloften aan de Heer betalen.’ Ik zeg U echter: Zweert in het geheel niet, noch bij de hemel, want [de hemel] is Gods troon; noch bij de aarde, want ze is de voetbank van zijn voeten; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. Ook moogt gij niet bij uw hoofd zweren, want gij kunt niet één haar wit of zwart maken. Laat UW woord Ja gewoon Ja betekenen, [en] UW Neen, Neen; want wat daar nog bij komt, is uit de goddeloze.”

Dit zijn de woorden van onze Heer Jezus Christus. Zijn halfbroer Jakobus bevestigde wat Jezus in zijn bergrede had gezegd, zoals we kunnen lezen in Jakobus 5:12: “Bovenal echter, mijn broeders, houdt op met zweren, ja, hetzij bij de hemel of bij de aarde of met enige andere eed. Maar laat UW Ja, Ja betekenen en UW Neen, Neen, opdat GIJ niet onder een oordeel valt.”

Eigenlijk zou het duidelijk moeten zijn dat Jezus en Jakobus duidelijk zeggen: “houd op met zweren”.Maar zoals vaak worden deze eenvoudige woorden geïnterpreteerd tot op het punt dat men het tegenovergestelde gaat doen van wat er in de Schrift staat.

Waarom ophouden met zweren?

In het artikel Zweren en het afleggen van eden wordt in gegaan op het feit dat een christen reeds gebonden is door zijn woord en altijd de waarheid zal spreken.

Lees verder > Zweren en het afleggen van eden

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: