An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Archive for the ‘Kerkplanting’ Category

Doopsel en bloedvergieten ter vergeving

In de volgende tekst van broeder Islip Collyer gaat het over de keuze die wij moeten maken omtrent het bloed van Christus.

“Zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving van zonden.”

De leer van de verzoening betrokken bij het Bijbelse principe is één van de meest belangrijke en in sommige opzichten een van de moeilijkste van alle primaire waarheden verbonden met het Evangelie. Nergens anders is het zo makkelijk voor de mens  uit zijn diepte te krijgen, en er is geen ander onderwerp dat bewijst zo verleidelijk te zijn.

Er is zeker gevaar dat vitale waarheden die het offer van Christus aan gaan in twijfel kunnen worden getrokken of verduisterd kunnen worden door verkeerde leer over dit onderwerp. Wij mogen het niet minimaliseren hoe gevaarlijk het kan zijn hoe de mens kijkt naar het zoenoffer van Jezus. Vooral als men weet dat bepaalde Christenen er aan vast houden dat Jezus wel God moet zijn omdat zij vinden dat geen enkel mens bekwaam zou zijn om Gods Wil te doen. Hierbij onderschatten zij wel een hele boel mensen.

Dr. Thomas merkte meteen dat er slechts weinig elementaire waarheden over verlossing waren en dat deze eenvoudig waren en dat er geen reden kan worden gegeven voor hen over het “het feit dat God hen wil “. Als wij een gemeenschap willen vormen moet men zich afvragen welke de noodzakelijke kennis moet zijn om toe te treden tot de gemeenschap.  Het staat vast dat men zeker niet alle begrip en kennis kan vereisen van iemand die pas in het geloof staat. Dr. Thomas was er daarom van overtuigd dat men iemand tot de doop kan toe laten als deze een gedegen kennis blijkt te bezitten van deze eenvoudige waarheden. Ook al zouden zij slechts een eenvoudige uitleg van die Bijbelse principes kunnen voorleggen moeten we niet durven hen het “water te weren”. Eens iemand zich komt aanbieden om gedoopt te worden moeten wij na gaan of hij of zij voldoende kennis heeft van de Waarheid.

Indien de persoon getuigt te geloven in de vereiste van God in een perfect offer voordat Hij de zonde zou kunnen vergeven en dat Deze Enige Ware God voorzag in die éne die zich bereid toonde zich op te offeren, moeten wij dit teken van geloof aanvaarden. Natuurlijk moeten wij dan na zien of hij de persoon van Christus Jezus wel degelijk kan plaatsen en deze niet als God aanschouwt. Als de doopkandidaat getuigt kennis te hebben van Jezus rol en dat deze de gezondene van God is, de zoon van God en een profeet wiens woorden wij ter harte moeten nemen, moeten wij in die persoon een valide kandidaat zien.

Er mag geen reden zijn om de doop te verbieden omdat de kandidaat niet bekwaam zou zijn om uit te leggen waarom God een volmaakt offer nodig had, of waarom Hij het vergieten van bloed eiste voor de zonden konden worden vergeven.

Sommigen zullen zich wel afvragen waarom wij een ‘doop‘ vragen als mensen vroeger reeds gedoopt zijn. Daarbij moet men de vraag stellen of die mensen zelf persoonlijk een doopbelijdenis hebben afgelegd, of waren het anderen die het voor hem of haar hebben gedaan, zoals bij een kinderdoop gebeurt. Een baby heeft niet de kennis noch het verstand om al dan niet voor God te kiezen en kan zeker zich niet uitdrukken deze keuze voor God te maken. Ook heeft het nog geen zonden gedaan mist het nog niet in kennis is van wat mag en niet mag, van wat juist of verkeerd is.

In sommige kerkgemeenschappen mag dan wel een wederhelft van de babydoop bestaan met een geloofsbelijdenis die op latere leeftijd wordt afgelegd door de ‘communiekant’. Doch bij zo een eerste en bij de tweede of plechtige communie kan er geen sprake zijn van een doop of geldige doopbelijdenis, mist de doop door onderdompeling in water moet gebeuren. Bij die gemeenschappen waar men gelegenheid heeft om de belijdenis zogezegd te vernieuwen, valt op dat die jongeren bij zulke gelegenheid dan nog te jong zijn of niet echt een keuze kunnen maken maar eerder de traditie volgen om op die leeftijd zich aan te bieden voor een communiefeest en/of vormsel.

Bij zulke een gelegenheid om een geloofsbelijdenis af te leggen moet de persoon werkelijk voldoende bijzijn of haar zinnen zijn. Hij of zij moet getuigen van zelf een eigen keuze te maken zich aan te bieden voor God en de gemeenschap van Christus. Hierbij moet de persoon ook getuigenis afleggen en bewijzen dat hij of zij verandering wil hebben van het voorgaande, het voorbije leven. De bekeerling komt namelijk in een nieuw soort leven, in onderworpenheid aan God en niet meer in onderworpenheid aan de wereld.

Een goed begrip van eenvoudige elementen moet volstaan om de intrede te laten maken.

Het kan nuttig zijn om kennis te nemen van de belangrijkste oorzaken die hebben geleid dat mensen of zelfs broeders dwalen als ze geprobeerd hebben om dieper in de leer van de verzoening te gaan. Hiervoor moeten wij op onze hoede zijn.

Een van de oorzaken is door de tendens om de schaduw met de stof verwarren. Broeders hebben geredeneerd dat de aard van de wet die en die voorgestelde noodzakelijkheden en het offer van Christus moesten conformeren. De waarheid is natuurlijk precies andersom. Het werk van Christus was het zeer centrale kenmerk van het goddelijke doel en al de schaduwen van de wet moesten er aan voldoen. De apostel die schrijft aan de Hebreeën redeneert vanuit de types naar Christus, maar maakt het duidelijk dat Christus de stof is. Wij erkennen dat de geschriften van de apostelen precies dezelfde autoriteit hebben als het Oude Testament. We doen er daarom goed aan hun duidelijkste taal te nemen als onze gids en na te gaan dat ons begrip van types en symbolen er mee in lijn valt.

Ook zien wij dat er verwarring kan ontstaan door de neiging om een verklaring te zoeken op basis van een menselijke opvatting van logica en legaliteit. Vele jaren geleden moesten we erop wijzen dat terwijl de menselijke wetten vaak effecten hebben die ver verwijderd waren van de bedoeling van de makers van de wet, kan dit nooit het geval zijn met de wetten van God. We kunnen geen onderscheid herkennen tussen de goddelijke wet en de goddelijke wil. Als God een wet maakt is het de uitdrukking van Zijn wil voor het tijdstip waarop zij van toepassing is, en is het gemaakt met een volledige kennis van de gevolgen ervan (zie Handelingen 15: 18). We kunnen nauwelijks veronderstellen dat elke broer ooit deze stelling zou betwisten; maar sommigen hebben zodanig geredeneerd alsof ze nooit aan een dergelijk idee gedacht hebben. We doen er dus goed aan elkaar te herinneren aan deze eenvoudige waarheid, die ons verbiedt om onderscheid te maken tussen juridische behoeften en de goddelijke wil.

Bij het tot de gemeenschap willen behoren houdt in dat  men zijn taal en handelingen zal aanpassen zodat zij niet indruisen tegen de Wil van God. De bekeerling en diegene die tot de broedergemeenschap is toegetreden horen zich dan ook aan de ethiek en Goddelijke moraal te houden en zich goed te gedragen en met elkaar te communiceren met een waardig taal gebruik waarin dubbelzinnigheden best wordt vermeden.

Ernstige broeders en zusters, die popelen om de waarheid vast te houden, zijn soms verbijsterd en bijna afgeleid in de strijd van woorden, buiten hun vermogen om te begrijpen.

De ravage die dergelijke conflicten kunnen veroorzaken is misschien het best geïllustreerd door het feit dat een van de meest capabele mensen die we ooit in ons midden hadden, in zijn inspanningen voor juridische logica eindigde door het onderwijs van rechtvaardiging voor de zonde zonder geloof. Hierbij waren we allemaal traag om ons te realiseren van de volledige omvang van de positie. Ik herinner me goed de verbazing en ontsteltenis zelfs van één van zijn aanhangers toen hij voor het eerst dit aspect van de zaak werd getoond.

schrijft broeder Islip Collyer, die vervolgt

Ook nu is er dezelfde neiging tot juridische redenering met betrekking tot types en schaduwen met de duidelijke principes van de Schrift verwaarloosd. Hoewel twistende partijen de lading zouden ontkennen, is het een feit dat sommigen van hen voortdurend het feit uit het oog verliezen dat alle dingen in Gods handelen met deze wereld centreren rond Christus.

De reden dat alle dingen onder de wet werden gereinigd door het offer van bloed, was dat alle dingen in de komende eeuw ook door het offer van Christus tot stand zullen komen. In de redenering met de joden kan het nodig zijn om het argument te keren, maar wij die het voorrecht hebben om de inhoud van Gods grote doel te weten mogen dat nooit uit het oog verliezen .

File:1292-1-doop-kamerling.jpg

Tafereeltegel, tegel in tegelveld van vier stuks, twee hoog, twee breed, ‘De doop van de kamerling’, hoekmotief kwartrozet

Het is dat besef van onze reiniging door Christus zoenoffer dat ons moet overhalen om gereinigd te worden in het water van zuivering. Onze overgang van deze wereld tot de wereld van Christus moet via de weg verlopen van volledige onderdompeling als teken van witwassing. Hierbij moet het geloof er zijn dat Jezus zijn loskoopoffer ons de genade brengt van God. Enkel als de bekeerling werkelijk aanvaard dat Jezus zijn eigen wil opzij zette om de wil van God te doen, waarbij het duidelijk moet zijn dat daarom Jezus God niet kan zijn (want anders zou het steeds zijn wil zijn) en niet tegenstaande alle verleidingen zich toch gehouden heeft aan Gods Wil, zich aangeboden heeft als zoenoffer en een lam voor God, dan kan de gegadigde toe treden. Met het volle besef dat God niet in verleiding kan gebracht worden en niet kan sterven, alsook geen bloed heeft, moet de doopkandidaat dat bloedvergieten van Christus Jezus erkennen als een noodzakelijkheid om ons  voor eens en voor goed los te kopen. Maar daarbij zal hij of zij ook moeten beseffen dat door dat bloedvergieten de Genade van God over ons gekomen is maar ons niet het vrijrecht geeft om zomaar alles te doen wat wij wel graag zouden doen. Neen, een heel boel dingen blijven nog steeds ongeoorloofd en zullen steeds onaanvaardbaar zijn voor een ware volgeling van Christus Jezus.

De letterlijke waarheid geopenbaard in het Nieuwe Testament over de betekenis van het offer houdt in dat God zonden vergeeft en het eeuwige leven aanbiedt  aan de hand van het volmaakte offer gebracht door Christus in zijn leven en dood. Welke figuratieve of gedeeltelijk figuurlijk taal van de Bijbel mag gebruikt worden, dit is de echte betekenis. Gewassen in zijn bloed, onze zonden op Hem gelegd, een peiling van onze zonden in zijn eigen lichaam, de aankoop van zijn bloed, het losgeld, hij overgeleverd om onze zonden, de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen – al deze uitdrukkingen moet worden verstaan in harmonie met de letterlijke waarheid van die vergevende God.

Overtredingen van de goddelijke wet kan alleen opzij gezet worden door de vergeving en verdraagzaamheid van God. Fysieke onreinheid van de natuur kan slechts weggeblazen worden door de kracht van God. Het offer van Christus is de door God aangewezen basis, waarin God in Zijn genade en verdraagzaamheid vergeving en verlossing biedt aan zondaren.

“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God;” (Romeinen 3:23 NBV)

“‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt;” (Romeinen 4:7 NBV)

“In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade” (Efeziërs 1:7 NBV)

“die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.” (Colossenzen 1:14 NBV)

“Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:9 NBV)

“Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam.” (1 Johannes 2:12 NBV)

Het is die aanvaarding van Jezus zoenoffer door God en door ons welke dankzij Gods aanvaarding ons vrede en hoop mag brengen op bevrijding van de vloek der zonde of de vloek der dood.

Als we willen verder te onderzoeken en de vraag stellen waarom heeft God een dergelijk offer als de basis van de vergeving aangeboden aan de mensheid nodig heeft, zullen wij nooit een antwoord te vinden door middel van de verschillende interpretaties van de wet of gesprek van de straf als gevolg van de zonde. Goddelijke wet is gewoon een uitdrukking van de goddelijke wil. Het was niet de wil van God dat de mens zou zondigen, maar het was de wil van God dat de mens een vrije persoon zou moeten zijn en dat de dood het loon van de zonde moest zijn. Het was de wil van God, dat het menselijk ras, dat door de zonde verontreinigd is, geen toegang zou hebben tot Zijn heilige aanwezigheid, behalve op basis van een volmaakte offer.

En het is de wil van God dat we moeten inspelen op de genadige uitnodiging en dat wij worden gered op de basis die Hij heeft voorzien.

“Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.” (1 Thessalonicen 5:9 NBV)

Indien wij ons aanbieden zal God ons ook tegemoet komen want Hij is bij de mens, bereid om hen te ontvangen. Als we vragen waarom God een dergelijk offer nodig heeft, moeten we een morele verklaring zoeken. Het is geen antwoord om de wet aan te halen die zijn wil tot uitdrukking brengt. Geleid door de Schrift kunnen we een morele verklaring vinden die elke eis dat de intelligentie kan maken voldoet. Het volmaakte offer was nodig zodat het vlees daadwerkelijk kan worden ontkend, dat de zonde zou kunnen worden overwonnen en veroordeeld, dat de gerechtigheid en heiligheid van God zou worden verklaard, en dat de zondige mens zou vernederd worden, zonder een deeltje van de grond voor roem over te laten aan hem.

“23 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; 24 en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. 25 (25-26) Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft. 26 27 Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat u hem naleeft? Nee, door de wet die eist dat u gelooft.” (Romeinen 3:23-27 NBV)

“Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend,” (Romeinen 8:3 NBV)

“1  U was dood door de misstappen en zonden 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4  Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5 heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6 Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7 Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8 Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9 en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.” (Efeziërs 2:1-9 NBV)

Nu is het geloof in Christus Jezus essentieel om tot God te komen en zij die tot de gemeenschap van Christus willen komen moeten die Nazareense man ook werkelijk de volle erkenning geven voor wie hij is en voor wat hij gedaan heeft. Zij die zich vroeger Christen noemden maar geloofden dat Jezus God zou zijn hun voorgaand doopsel heeft generlei waarde, mits het de persoon en daad van Jezus niet ten volle erkende – een essentieel punt van Christelijk geloof.

God maakte het duidelijk, zelfs in oude tijden, dat de mensheid enkel tot Hem kon naderen met een nederig geloof en aan de hand van het bloed vergieten. Hij gaf een wet die de zondigheid en hulpeloosheid van Zijn volk benadrukte. De erkenning van dat bloedvergieten van Jezus opent die weg naar God. Enkel dat zoen- of reinigingsoffer kan de zonden op zij zetten en vergeving afroepen.

“U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.” (Romeinen 8:15 NBV)

“Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig.” (Romeinen 5:2 NBV)

“Hij moet de stier op dezelfde wijze offeren als de stier van zijn eigen reinigingsoffer. Zo voltrekt de priester voor het volk de verzoeningsrite en krijgt het vergeving.” (Leviticus 4:20 NBV)

“Al het vet moet hij op het altaar verbranden, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt. Zo voltrekt de priester voor de leider van het volk de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:26 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het op het altaar verbranden als een geurige gave die de HEER behaagt. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:31 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het schaap voor het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het verbranden op het altaar, samen met de andere offergaven voor de HEER. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:35 NBV)

God beloofde een verlosser, die een einde moest maken aan zonde en “eeuwige gerechtigheid brengen” (Dan. 9). Toen de volheid van de tijd gekomen was onthulde Hij die regeling van de liefde waarin zelfs de engelen hadden gewenst te kijken. Hij maakte de selectie van een maagd uit het huis van Israël en produceerde uit haar iemand die sterk genoeg was voor het grote werk dat nodig zou moeten zijn. Dus het vlees werd verstoten, zelfs in de geboorte van Christus, werd de zonde overwonnen en veroordeeld in elke daad van zijn leven, en uiteindelijk presenteerde hij vrijelijk de laatste gehoorzaamheid tot de dood toe, dat hij naar onsterfelijkheid en glorie kon worden opgewekt uit de doden als de kapitein van onze zaligheid volmaakt door lijden.

“Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.” (Hebreeën 2:10 NBV)

In onze onvolmaaktheid moeten wij oog hebben voor eenieder die zich aan biedt om opgenomen te worden in de gemeenschap van Christus. Niemand kan de volledige waarheid bezitten noch volmaakt zijn tot in de uiteinden van zijn lenden. Maar door te erkennen dat Jezus als mens daar wel in geslaagd is geven wij toe aan God dat wij onder zijn bescherming willen komen te staan.

Aan Jezus werd veel gegeven maar ook veel gevraagd. Datgene wat van hem gevergd werd zouden velen van ons niet eens halen. Hij werkte zijn perfectie uit en bracht redding door de kracht die God hem gaf, en dus door hem opende God de manier van leven voor ons. Hier is de zondige natuur die alleen hulpeloze zondaars, gecontroleerd, veroordeeld en uiteindelijk de sterke Zoon van God weg zette in zijn volmaakte gehoorzaamheid van leven en dood. Op basis hiervan kan de mensheid de heiligheid van de Schepper benaderen en kunnen de mensen van het geloof, alhoewel zondaars, worden verhoogd tot het goddelijke. Op deze basis van de overwonnen zondige natuur, verworpen en veroordeeld door de ene die God sterk voor Zichzelf maakte, vergeeft God. Dat is de werkelijke betekenis van de verzoening.

Het Nieuwe Testament beschrijft het offer van Christus in duidelijke en letterlijke taal. Laten we alle figuren en symbolen  interpreteren op basis van de duidelijke uitspraken. God, die het einde vanaf het begin weet, Die doet naar Zijn wil, maar die “Zichzelf niet kan verloochenen” voorzag de voorwaarde voor het veroordelen en het overwinnen van zonden op basis waarvan Hij met veel verdraagzaamheid diegenen vergeeft die Hem behagen door hun geloof .

Aldus moet diegene die zich ook aan biedt om als kind van God in de gemeenschap opgenomen te worden, spijt betuigen van voorheen gedane fouten en hier om vergiffenis vragen.

Veel controverse is ontstaan door de vraag of Christus voor zijn eigen reiniging aangeboden. Het is grotendeels een oorlog van woorden, te wijten aan de ene kant om een angst te zeggen of een abonnement op iets denigrerende aan Christus en aan de andere kant misschien een neiging tot terugvallen in de oude overdrijving van ‘erfzonde’ geweest. Er behoort niet tot een minuut moeite met het omgaan met de vraag en het veiligstellen van overeenkomst.

Verder zal hij ook de belofte moeten maken om de ‘zonde’ in het vlees terzijde te zetten. (Uiteraard is het een afgeleide of secundaire betekenis van het woord, voor het primaire betekenis van de zonde is overtreding van de goddelijke wet.)

Zij die Jezus als God aanschouwen vallen buiten beschouwing voor het geloof in Christus, want zij negeren de persoonlijkheid van de Nazareense Jood. Zoals wij worden geboren met de mogelijkheid tot zondigen was dat ook zo bij Jezus. Hij was echter sterk genoeg om dit niet te doen en zich vrij van zonden te houden. Zij die beweren dat hij daarom wel God moest zijn  vergeten dat zij zo van God een vreselijk wezen maken die wetten oplegde aan Zijn schepselen waarvan Hij wist dat zij die toch niet zouden kunnen houden. Om te veronderstellen dat een buitengewoon zuiver en rechtvaardig mens deze zwakte minder dan anderen zou voelen is een enorme vergissing. De waarheid is andersom. De man met de hoogste idealen en de meest spirituele geest zal de strijd meest voelen. Om te suggereren dat Christus in alle dingen werd verzocht als wij en toch zonder deze wet van de zonde in zijn leden is, is een verkondiging in complete tegenspraak. Het is hetzelfde als zeggen:

“Behalve dat hij in het geheel niet geneigd was!”

Suggesties van buitenaf zijn geen verleiding op ons als ze geen beroep doen op iets in. Christus droeg alleen deze zelfde ontkende natuur die wij dragen. God kan niet verleid worden maar Jezus wel (mits hij god niet is) maar doordat hij niet voor de verleiding viel kon niet veroordeeld worden en overwon zonde. Christus droeg deze kwaliteit in het vlees, maar hij heeft nooit toegestaan om “zwanger te worden van zonde”, zelfs tot op het punt van de zondige gedachte. Daarin was dit voor hem de meest geweldige strijd en de meest onheilspellende overwinning van alle menselijke ervaring.

Zoals Jezus gehoorzaamheid aan God vertoonde moet diegene die zich christen wil noemen ook gehoorzaamheid aan God willen vertonen en tegelijkertijd ook de leer van Christus Jezus na volgen.  anders heeft hij of zij geen recht om zich Christen te noemen.

Na het tot het geloof komen en de wil zich aan God en Zijn gemeenschap over te geven moet blijken dat die persoon ook daadwerkelijk de wil van God wil uitvoeren.

Christus kwam om Gods wil te doen, hij was in alles gehoorzaam tot de dood, en zo met zijn eigen bloed, met andere woorden, op basis van zijn volmaakte offer, ging hij het Allerheiligste in om voor ons een voorspreker of bemiddelaar te zijn. Met zijn eigen bloed betrad hij het heilige der heiligen, een eeuwige verlossing, en wij, als we getrouw zijn, kunnen eindelijk ” van onze zonden in zijn bloed worden gewassen” en bedekt worden met zijn gerechtigheid.

Zij die in Jezus geloof stellen zullen ook terecht mogen inzien dat God bereid is om hen te accepteren, te vergeven en te reinigen, dit op basis van het volmaakte leven en de dood van Zijn Gezalfde Zoon. Hen is het gegeven om zich aan te bieden om gedoopt te worden en deel uit te maken van de gemeenschap van broeders en zusters in Christus.

+

Voorgaande artikelen

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

16° Eeuwse Broeders in Christus

++

Aanvullende artikelen

  1. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  2. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  3. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  4. Op zoek naar spiritualiteit 5 Vrucht van de geest
  5. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  6. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  7. Kiemend zaad
  8. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  9. Doop
  10. Doopsel
  11. Doop en Geloof
  12. Dopen en herdopen
  13. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  14. Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk
  15. Ontdopen gaat verder in België, een keerpunt om stil bij te staan
  16. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #9 Controverse betreft doop
  17. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten
  18. 16° Eeuwse Broeders in Christus
  19. Synode: Jezus annuleerde Bijbels ‘Gekozen volk’
  20. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  21. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  22. Doopverplichting bij Baptisten
  23. Nederlandse Raad van Kerken wil gezamelijke dooperkenning
  24. Pinksterkerken en RKK dichter bij elkaar
  25. Doop in de huiskerk
  26. Religieuze feesten in mei 2016
  27. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

+++

Aanverwante lectuur

  1. Hoe weet je eigenlijk of God bestaat? @trouw #geloof(sovertuiging) #religie #bewijzen
  2. Wijsheid op woensdag: religiegoïsme
  3. Wie of wat is God?
  4. Geloof
  5. Life Changing
  6. Herbelijdenis
  7. Over communies en vestimentaire keuzes maken
  8. en toen was het eindelijk zo ver !!!!
  9. foto souvenierke
  10. ‘n Paar geloofsvrae bespreek
  11. Stel je eens voor, als dat zou kunnen …
  12. YHWH, ons Skepper
  13. Lewe en dood
  14. Pasen 2016
  15. Hoop
  16. Goal
  17. Gehandicapte mensen: goed of slecht voor het karma van gelovigen?
  18. Ascension Day
Advertisements

Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger

Gij alleen zijt Jehovah; gijzelf hebt de hemel gemaakt, ja de hemel der hemelen, en heel zijn heerleger, de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is; en gij houdt dat alles in het leven; en het heerleger van de hemel buigt zich voor u neer. — Nehemia 9:6.

Gij alleen zijt Jehovah:

  • Exodus 20:3: Gij moogt geen andere goden*+ tegen mijn persoon in* hebben.
  • Deuteronomium 4:35: 35 U — u is het getoond, opdat gij weet dat Jehovah de [ware] God is;+ er is geen ander buiten hem.+
  • Deuteronomium 5:7: Gij moogt nooit enige andere goden tegen mijn persoon in* hebben.+
  • Deuteronomium 6:4: Luister, o I̱sraël: Jehovah, onze God, is één Jehovah.*+
  • 1 Koningen 8:23: 23 en hij zei vervolgens: „O Jehovah, de God van I̱sraël,+ er is in de hemel boven of op de aarde beneden geen God* als gij,+ die zich houdt aan het verbond en de liefderijke goedheid*+ jegens uw knechten,+ die met geheel hun hart voor uw aangezicht wandelen,+
  • 1 Koningen 8:60: 60 opdat alle volken der aarde mogen weten+ dat Jehovah de [ware] God is.+ Er is geen ander.+
  • 2 Koningen 17:35: 35 toen Jehovah een verbond+ met hen sloot en hun het volgende gebood: „GIJ moogt geen andere goden vrezen,+ en GIJ moogt U voor die niet neerbuigen, noch ze dienen* noch er slachtoffers aan brengen.+
  • 2 Koningen 19:19: En nu, o Jehovah, onze God,+ red ons+ alstublieft uit zijn hand, opdat alle koninkrijken van de aarde mogen weten dat gij, o Jehovah, alléén God zijt.”+
  • Psalm 83:18: 18 Opdat men weet+ dat gij, wiens naam Jehovah is, Gij alleen de Allerhoogste zijt+ over heel de aarde.+
  • Jesaja 37:16: 16 „O Jehovah der legerscharen, de God van I̱sraël,+ die op de cherubs zit, gij alleen zijt de [ware] God van alle koninkrijken der aarde.+ Gíȷ́ hebt de hemel en de aarde gemaakt.+
  • Jesaja 42:8: Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam;+ en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven,+ noch mijn lof+ aan gehouwen beelden.+
  • Jesaja 44:6: Dit heeft Jehovah gezegd, de Koning van I̱sraël+ en zijn Terugkoper,+ Jehovah der legerscharen: ’Ik ben de eerste en ik ben de laatste,+ en buiten mij is er geen God.*+
  • Jesaja 44:8: Hebt geen angst en staat niet verstomd.+ Heb ik [het] u niet van die tijd af ieder afzonderlijk doen horen en aangekondigd?+ En GIJ zijt mijn getuigen.+ Bestaat er een God* buiten mij?+ Neen, er is geen Rots.*+ Ik heb er geen erkend.’”
  • Jesaja 45:5: Ik ben Jehovah, en er is geen ander.+ Behalve mij is er geen God.+ Ik zal u vast omgorden, ofschoon gij mij niet hebt gekend,
  • Jeremia 25:6: En loopt geen andere goden* achterna om die te dienen en U ervoor neer te buigen, opdat GIJ mij niet krenkt door het werk van UW handen en ik geen rampspoed over U breng.’+
  • Joël 2:27: 27 En gijlieden zult moeten weten dat ik in het midden van I̱sraël ben,+ en dat ik Jehovah, UW God, ben en er geen ander is.+ En mijn volk zal tot onbepaalde tijd niet beschaamd staan.*
  • Zacharia 14:9: En Jehovah moet koning worden over de gehele aarde.*+ Op die dag zal Jehovah één+ blijken te zijn, en zijn naam één.+
  • Markus 12:29: 29 Jezus antwoordde: „Het eerste is: ’Hoor, o I̱sraël, Jehovah,* onze God, is één Jehovah,*+
  • 1 Korinthiërs 8:6: in werkelijkheid is er voor ons maar één God,*+ de Vader,+ uit wie alle dingen zijn en wij voor hem;+ en er is één Heer,+ Jezus Christus,+ door bemiddeling van wie alle dingen zijn+ en wij door bemiddeling van hem.

hemel en de aarde gemaakt:

  • Genesis 1:1: 1 In [het] begin*+ schiep+ God*+ de hemel en de aarde.+ {„In het begin.” Hebr.: Bereʼ·sjithʹ. Dit eerste boek van de bijbel is in het Hebr. naar dit aanvangswoord genoemd. LXXVg noemen het boek „Genesis”.}
  • Genesis 2:1: 2 Zo kwamen de hemel en de aarde en hun gehele leger tot voltooiing.+
  • Genesis 2:4: Dit is [de] geschiedenis* van de hemel en de aarde ten tijde dat ze werden geschapen, op de dag waarop Jehovah* God* aarde en hemel maakte.+
  • Genesis 14:19: 19 Toen zegende hij hem en zei: „Gezegend zij A̱bram van de Allerhoogste God,+ Voortbrenger* van hemel en aarde;+
  • Exodus 20:11: 11 Want in zes dagen heeft Jehovah de hemel en de aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt,+ en vervolgens rustte hij* op de zevende dag.+ Daarom zegende Jehovah de sabbatdag en heiligde hij hem vervolgens.*+
  • Job 26:7: Hij spant het noorden uit over de lege ruimte,+Hangt de aarde op aan niets;
  • Job 38:4:  Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte?+ Vertel het [mij], indien gij werkelijk over verstand beschikt.
  • Psalm 104:2: U hullend in het licht als in een gewaad,+ De hemel uitspannend als een tentkleed,+
  • Psalm 146:6: De Maker van hemel en aarde,+ Van de zee, en van al wat daarin is,+ Die waarachtig blijft tot onbepaalde tijd,+
  • Psalm 102:25: 25 Lang geleden hebt gij de grondvesten gelegd van de aarde,+ En de hemelen zijn het werk van uw handen.+
  • Psalm 148:5 Dat ze de naam van Jehovah loven;+ Want híȷ́ gebood, en ze werden geschapen.+
  • Jesaja 42:5: Dit heeft de [ware] God, Jehovah, gezegd, de Schepper van de hemelen+ en de Grootse Uitspanner* ervan;+ die de aarde uitspreidde+ met al wat ze voortbrengt,+ die adem*+ geeft aan het volk daarop,+ en geest aan hen die erop wandelen:+
  • Jesaja 44:24:24 Dit heeft Jehovah gezegd, uw Terugkoper+ en uw Formeerder van de buik af:* „Ik, Jehovah, ben het die alles doet, die de hemelen uitspande,+ geheel alleen, de aarde uitspreidde.+ Wie was bij mij?
  • Jesaja 45:18: 18 Want dit heeft Jehovah gezegd, de Schepper van de hemelen,+ Hij, de [ware] God,+ de Formeerder van de aarde en de Maker ervan,+ Hij, die haar stevig heeft bevestigd,+ die haar niet louter voor niets heeft geschapen, die haar geformeerd heeft om ook bewoond te worden:+ „Ik ben Jehovah, en er is geen ander.+
  • Jesaja 48:13: 13 Bovendien is het mijn hand die de aarde heeft gegrondvest,+ en mijn rechterhand die de hemelen heeft uitgespannen.+ Ik roep ze toe, opdat ze te zamen in stand blijven.+
  • Zacharia 12:1: 12 Een formele uitspraak: „Het woord van Jehovah betreffende I̱sraël”, is de uitspraak van Jehovah, die [de] hemel uitspant+ en [de] aarde grondvest+ en de geest+ van de mens* in zijn binnenste vormt.
  • Handelingen 4:24: 24 Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God+ en zeiden: „Soevereine+ Heer,* gij zijt Degene die de hemel en de aarde en de zee en al wat daarin is, hebt gemaakt,+
  • Openbaring 4:11: 11 „Gij, Jehovah,* ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid+ en de eer+ en de kracht te ontvangen,+ want gij hebt alle dingen geschapen,+ en vanwege uw wil+ bestonden ze en werden ze geschapen.”+
  • Openbaring 10:6: en hij zwoer bij Degene die tot in alle eeuwigheid+ leeft,+ die de hemel en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de zee en wat daarin is,* heeft geschapen:+ „Er zal geen uitstel* meer zijn;+
  • Openbaring 14:7: en hij zei met een luide stem: „Vreest God+ en geeft hem heerlijkheid,+ want het uur van het oordeel door hem is gekomen,+ en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen gemaakt+ heeft.”+

heel zijn heerleger:

  • Genesis 2:1: 2 Zo kwamen de hemel en de aarde en hun gehele leger tot voltooiing.+
  • Psalm 148:2: Looft hem, al GIJ zijn engelen.+ Looft hem, heel GIJ zijn legerschare.+
  • Jesaja 47:4: „Er is Iemand die ons terugkoopt.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam,+ de Heilige I̱sraëls.”+
  • Jeremia 10:16: 16 Het Deel van Ja̱kob+ is niet als deze dingen, want hij is de Formeerder van alles,+ en I̱sraël is de staf* van zijn erfdeel.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam.+
  • Jeremia 32:18: 18 Degene die jegens duizenden liefderijke goedheid betracht+ en de dwaling van de vaderen vergeldt in de boezem van hun zonen na hen,+ de [ware] God,* de grote,+ de sterke [God],*+ wiens naam Jehovah der legerscharen+ is,+
  • Jeremia 51:19: 19 Het Deel van Ja̱kob is niet als deze dingen,+ want hij is de Formeerder van alles,+ ja, de staf* van zijn erfdeel.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam.+
  • Mattheüs 26:53: 53 Of denkt gij dat ik geen beroep op mijn Vader kan doen om mij op dit ogenblik meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking te stellen?+

de aarde … al wat daarop is: Jesaja 45:18

  • Genesis 1:28: 28 Voorts zegende+ God hen en God zei tot hen: „Weest vruchtbaar+ en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt+ haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt,* in onderworpenheid.”+
  • Genesis 9:1: 9 Vervolgens zegende God No̱ach en zijn zonen en zei tot hen: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde.+
  • Psalm 37:29: 29 De rechtvaardigen, díé zullen de aarde bezitten,+ En zij zullen er eeuwig op verblijven.+
  • Psalm 115:16: 16 Wat de hemel betreft, aan Jehovah behoort de hemel toe,+ Maar de aarde heeft hij aan de mensenzonen* gegeven.+

de zeeën:

  • Genesis 1:10: 10 En God noemde het droge land voortaan Aarde,+ maar de verzameling der wateren noemde hij Zeeën.+ Voorts zag God dat [het] goed [was].+
  • Psalmen 8: 3,6: Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers,+ De maan en de sterren die gij hebt bereid,+ Gij doet hem heersen over de werken van uw handen;Alles hebt gij onder zijn voeten gelegd:+
  • Job 38:8 En [wie] heeft de zee met deuren* gebarricadeerd,+ Die te voorschijn kwam als brak ze los uit de moederschoot;
  • Spreuken 8:29:29 toen hij de zee zijn verordening stelde, dat de wateren zelf zijn bevel* niet zouden overschrijden,+ toen hij de grondvesten der aarde verordende,+

al wat daarin is:

  • Genesis 1:20-21: 20 Verder zei God: „Dat de wateren een gewemel van levende zielen*+ voortbrengen en dat vliegende schepselen over de aarde vliegen langs het vlak van het uitspansel van de hemel.”+ {„Van levende zielen.” Gr.: ψυχῶν ζωσῶν (psuʹchon zoʹson, mv.); Hebr.: neʹfesj chai·jahʹ, enk., betrekking hebbend op zeedieren. In het Hebr. wordt dezelfde uitdr. gebruikt met betrekking tot de mens in 2:7. Zie App. 4A.} 21 En God ging ertoe over de grote zeemonsters+ te scheppen* en elke levende ziel* die zich beweegt,+ waarvan de wateren gingen wemelen naar hun soort, en elk gevleugeld vliegend schepsel naar zijn soort.+ Toen zag God dat [het] goed [was].
  • Exodus 20:11: 11 Want in zes dagen heeft Jehovah de hemel en de aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt,+ en vervolgens rustte hij* op de zevende dag.+ Daarom zegende Jehovah de sabbatdag en heiligde hij hem vervolgens.*+
  • Leviticus 11:10: 10 En al wat in de zeeën en de stromen geen vinnen en schubben heeft, van elk wemelend schepsel der wateren en van elke levende ziel {„Ziel.” Hebr.: neʹfesj; Gr.: psuʹches; Syr.: naf·sjaʼ.} die in de wateren is — ze zijn voor U een gruwel.
  • Psalmen 14:6: De Maker van hemel en aarde,+ Van de zee, en van al wat daarin is,+ Die waarachtig blijft tot onbepaalde tijd,+
  • Handelingen 4:24: 24 Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God+ en zeiden: „Soevereine+ Heer,* gij zijt Degene die de hemel en de aarde en de zee en al wat daarin is, hebt gemaakt,+
  • Handelingen 14:15: 15 en zeiden: „Mannen, waarom doet GIJ deze dingen? Ook wij zijn mensen+ en hebben dezelfde zwakheden+ als GIJ en maken het goede nieuws aan U bekend, opdat GIJ U van deze ijdele+ dingen zoudt afkeren en U zoudt wenden tot de levende God,+ die de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is, heeft gemaakt.+
  • Openbaring 10:6:en hij zwoer bij Degene die tot in alle eeuwigheid+ leeft,+ die de hemel en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de zee en wat daarin is,* heeft geschapen:+ „Er zal geen uitstel* meer zijn;+
  • Openbaring 14:7:en hij zei met een luide stem: „Vreest God+ en geeft hem heerlijkheid,+ want het uur van het oordeel door hem is gekomen,+ en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen gemaakt+ heeft.”+

het heerleger van de hemel buigt zich voor u neer:

  • 1 Koningen 22:19: 19 En hij zei verder: „Hoor daarom het woord van Jehovah:+ Voorwaar, ik zie Jehovah op zijn troon zitten+ en heel het hemelleger aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand bij hem staan.+
  • Psalm 103:21: 21 Zegent Jehovah, al GIJ legerscharen van hem,+ GIJ zijn dienaren, die zijn wil* doet.+
  • Psalm 148:2: Looft hem, al GIJ zijn engelen.+ Looft hem, heel GIJ zijn legerschare.+
  • Lukas 2:13-14: 13 En plotseling bevond zich bij de engel een menigte van de hemelse legerschare,*+ die God loofde+ en zei: 13 En plotseling bevond zich bij de engel een menigte van de hemelse legerschare,*+ die God loofde+ en zei: 14 „Glorie in de hoogste hoogten+ aan God, en op aarde vrede+ onder mensen van goede wil.”*+

 

Jehovah heeft inderdaad het universum gemaakt met „heel zijn heerleger”, al zijn sterrenstelsels. Net zo bijzonder is alles op onze schitterende planeet. Hij heeft die gemaakt met het indrukwekkende vermogen om een enorme verscheidenheid aan levensvormen in stand te houden, die zich allemaal voortplanten naar hun soort. Het gebed noemt nog een leger. Het beschrijft Gods engelen als „het heerleger van de hemel” (1 Kon. 22:19; Job 38:4, 7). Deze engelen doen nederig Gods wil door zondige mensen te dienen „die redding zullen beërven” (Hebr. 1:14). We kunnen het geweldige voorbeeld van de engelen volgen door Jehovah eensgezind te dienen als een goed getraind leger (1 Kor. 14:33, 40). w13 15/10 3:9

Sing to Jehovah, Jehovah's Witnesses' current ...

Sing to Jehovah, Jehovah’s Witnesses’ current hymnal (Photo credit: Wikipedia)

+

Terwyl ons Jehovah eendragtig soos ’n goed opgeleide leër dien

Jehova ebenfalls wie ein gut ausgebildetes „Heer“ demütig und vereint dienen

Servons Jéhovah Dieu, qui créé l’univers entier et ses innombrables galaxies, dans l’unité

Jehovah God Maker of the entire universe served by a well-trained army

++

Aanvullende lectuur:

  1. Hoe weet ik wat Gods wil is
  2. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  3. Schepper en Blogger God 7 Een Blog van een Boek 1 De Blogger geloven
  4. Geestelijke vorming tot heiligheid #2
  5. Ademen om les te geven
  6. Niet alle Getuigen behorend tot Getuige van Jehovah
  7. Volharding en Bijbelstudenten

+++

Jehova ebenfalls wie ein gut ausgebildetes „Heer“ demütig und vereint dienen

Du bist Jehova, [du] allein;+ du selbst hast die Himmel gemacht,+ [ja] die Himmel der Himmel, und all ihr Heer,+ die Erde+ und alles, was darauf ist,+ die Meere+ und alles, was darin ist;+ und du erhältst sie alle am Leben; und das Heer+ der Himmel beugt sich vor dir nieder. (Neh. 9:6)

Jehova erschuf das Weltall mit seinen zahllosen Galaxien und „all ihr Heer“ an Sternen. Nicht weniger beeindruckend ist das, was er auf unserer schönen Erde ins Dasein gebracht hat — diesem Planeten mit der erstaunlichen Fähigkeit, eine unglaubliche Vielfalt von Geschöpfen am Leben zu erhalten, die sich nach ihrer Art fortpflanzen. Als ein weiteres „Heer der Himmel“ werden dann Gottes heilige Engel erwähnt, die seine Schöpfungstätigkeit miterleben durften (1. Kö. 22:19; Hiob 38:4, 7). Demütig tun diese Engel den Willen Jehovas und dienen sündhaften Menschen, „die die Rettung erben werden“ (Heb. 1:14). Sind sie uns nicht ein ausgezeichnetes Vorbild darin, Jehova ebenfalls wie ein gut ausgebildetes „Heer“ demütig und vereint zu dienen? (1. Kor. 14:33, 40). w13 15. 10. 3:9

gekreuzte Säbel; Abzeichen der Schirmmütze des...

gekreuzte Säbel; Abzeichen der Schirmmütze des deutschen Heeres (Photo credit: Wikipedia)

+

In anderen Sprachen:

Terwyl ons Jehovah eendragtig soos ’n goed opgeleide leër dien

Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger

Servons Jéhovah Dieu, qui créé l’univers entier et ses innombrables galaxies, dans l’unité

Jehovah God Maker of the entire universe served by a well-trained army

++

  1. Jehova kann veranlassen, dass er steht
  2. Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht
  3. Der Allmächtige Gott der Götter, größer und mächtiger als alle Götter
  4. El Shaddai Jehova der Abraham erschienen
  5. Ich will dich lobpreisen, mich freuen und in dir frohlocken, o Jehova

+++

The Lord is my Shepherd – Jehova es mi Pastor (SPANISH-ESPAÑOL: Reina-Valera Biblica 1909)

The Lord is my Shepherd – Jehová es mi Pastor (SPANISH-ESPAÑOL: Reina-Valera Biblica 1977)

“Dios Actúa En El Desorden/God Works in the Disarray”

“Yo Confió En Jehová & Permanezco En El”

Jehova Jireh – God provides

Dios es Nuestro Refuerzo

Terwyl ons Jehovah eendragtig soos ’n goed opgeleide leër dien

“U alleen is Jehovah;+ u het die hemel gemaak,+ ja, die hemel der hemele, en sy hele leër,+ die aarde+ en alles wat daarop is,+ die seë+ en alles wat daarin is;+ en u hou dit alles in die lewe; en die leër+ van die hemel buig hulle voor u neer. Neh. 9:6.

 

Ja, Jehovah God het die ganse heelal geskep, wat uit tallose sterrestelsels bestaan. Dit is net so ontsagwekkend om te dink dat hy alles geskep het op ons pragtige planeet, wat die wonderlike vermoë het om ’n verstommende verskeidenheid lewende dinge te onderhou—lewende dinge wat aanhou om volgens hulle soort voort te plant. Die heilige engele van God, wat ook beskryf kan word as die “leër van die hemel”, het dit alles gesien (1 Kon. 22:19; Job 38:4, 7). Wat meer is, die engele doen nederig God se wil deur te dien ten behoewe van sondige mense “wat redding gaan beërf” (Heb. 1:14). Wat ’n uitstekende voorbeeld stel die engele tog vir ons terwyl ons Jehovah eendragtig soos ’n goed opgeleide leër dien!—1 Kor. 14:33, 40. w13 10/15 3:9

Sing to Jehovah, Jehovah's Witnesses' current ...

Sing to Jehovah, Jehovah’s Witnesses’ current hymnal (Photo credit: Wikipedia)

+

In andere tale:

Jehova ebenfalls wie ein gut ausgebildetes „Heer“ demütig und vereint dienen

Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger

Servons Jéhovah Dieu, qui créé l’univers entier et ses innombrables galaxies, dans l’unité

Jehovah God Maker of the entire universe served by a well-trained army

++

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

Der Allmächtige Gott der Götter, größer und mächtiger als alle Götter

El Shaddai Jehova der Abraham erschienen

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

Deel van God se Rykdom en Wysheid

Ek sal u prys, o Jehovah, met my hele hart

Bibel sprechen über Gott

+++

Jehova kann veranlassen, dass er steht

Wer bist du, daß du den Hausknecht eines anderen richtest?+ Er steht oder fällt seinem eigenen Herrn.+ In der Tat, er wird zum Stehen veranlaßt werden, denn Jehova* kann veranlassen, daß er steht.+

Jehova kann veranlassen, dass er steht (Röm. 14:4)

Worauf es ankommt, ist, wie Jehova uns bewertet. Für ihn zählt unsere Treue und Ergebenheit. Er misst uns nicht daran, was wir leisten. Dabei ist es gut möglich, dass du mehr für ihn geleistet hast, als dir bewusst ist. So manchem in der Versammlung hast du vielleicht weitergeholfen, womöglich ohne es zu wissen. Und nicht zuletzt durch deinen mühevollen Einsatz sind Menschen im Gebiet mit der Wahrheit in Berührung gekommen. Sieh in jeder Aufgabe von Jehova einen Beweis dafür, dass er mit dir ist (Jer. 20:11). Vielleicht bist du manchmal deprimiert, weil es dir so vorkommt, als ob dein Dienst nutzlos ist, oder weil das eine oder andere Ziel im Dienst für Jehova unerreichbar zu sein scheint. Dann denk daran: Du hast die ehrenvollste Aufgabe, die ein Mensch heute überhaupt haben kann — du darfst die gute Botschaft predigen und den Namen Jehovas tragen! Bleib daher unbedingt treu. Dann wirst du — um eine Formulierung Jesu in übertragenem Sinn zu gebrauchen — „in die Freude deines Herrn“ aufgenommen werden (Mat. 25:23). w14 15. 3. 2:17, 18

Svenska: Gudsnamnet Jehova på predikstolen i I...

Svenska: Gudsnamnet Jehova på predikstolen i Ivetofta kyrka (Photo credit: Wikipedia)

+

Vorherige Artikel:

Freigeben von Gottes Reichtum und Weisheit

Jehovah kan hem staande houden

Jehovah kan hom staande hou

Deel van God se Rykdom en Wysheid

Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid

+++

 

Jehovah kan hem staande houden

Wie zijt gij, dat gij de huisknecht van een ander oordeelt?+ Hij staat of valt voor zijn eigen meester.+ Hij zal trouwens staande worden gehouden, want Jehovah* kan hem staande houden.+ (Romeinen 14:4)

een ander oordeelt?:

  • Jakobus 4:12: 12 Eén is wetgever en rechter,+ hij die kan redden en vernietigen.+ Maar gij, wie zijt gij, dat gij [uw] naaste oordeelt?+
  • Lukas 6:37: 37 Houdt bovendien op met oordelen, en GIJ zult geenszins geoordeeld worden;+ en houdt op met veroordelen, en GIJ zult geenszins veroordeeld worden. Blijft vrijlaten, en GIJ zult vrijgelaten worden.+
  • Romeinen 2:1 2 Daarom zijt gij, o mens,+ wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen wanneer gij oordeelt;+ want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf, aangezien gij die oordeelt,+ dezelfde dingen beoefent.+
  • Romeinen 14:10: 10 Maar waarom oordeelt gij uw broeder?+ Of waarom ziet gij ook neer op uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel+ van God staan;
  • Romeinen 14:13: 13 Laten wij elkaar daarom niet langer oordelen,+ maar neemt liever deze beslissing,+ een broeder+ geen struikelblok+ in de weg te leggen noch iets waarover hij kan vallen.
  • 1 Korinthiërs 4:5: Oordeelt daarom niets+ vóór de bestemde tijd, totdat de Heer komt,+ die zowel de verborgen dingen der duisternis aan het licht zal brengen+ als de raadslagen der harten openbaar zal maken,+ en dan zal een ieder zijn lof van God ontvangen.*+
  • Jakobus 4:11-12: 11 Spreekt niet langer ten nadele van elkaar, broeders.+ Wie ten nadele van een broeder spreekt of zijn broeder oordeelt,+ spreekt ten nadele van de wet en oordeelt de wet. Nu dan, indien gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader van de wet, maar een rechter.+  12 Eén is wetgever en rechter,+ hij die kan redden en vernietigen.+ Maar gij, wie zijt gij, dat gij [uw] naaste oordeelt?+

Hij staat of valt voor zijn eigen meester

  • 1 Korinthiërs 4:4: Want ik ben mij er niet van bewust+ dat er iets tegen mij is. Toch is daardoor nog niet bewezen dat ik rechtvaardig ben, maar hij die mij onderzoekt, is Jehovah.*+

Jehovah {„Jehovah”, J18,23; P46אABC(Gr.): ho Kuʹri·os; DVgSyh: „God.”} kan hem staande houden:

  • Jeremia 35:19:19 daarom heeft Jehovah der legerscharen, de God van I̱sraël, dit gezegd: „Van Jo̱nadab, de zoon van Re̱chab, zal niet worden afgesneden een man die voor altijd*+ voor mijn aangezicht staat.”’”*+

 

Jehovah kan hem staande houden. — Rom. 14:4.

Het gaat erom wat God van ons vindt. Jehovah waardeert onze toewijding en loyaliteit aan hem en beoordeelt ons niet op onze prestaties. En het zou kunnen dat je meer voor Jehovah hebt gedaan dan je beseft. Waarschijnlijk heb je een goede invloed gehad op anderen in de gemeente en ook op personen in je gebied die dankzij jouw inspanningen over de waarheid hebben gehoord. Bezie elke taak die je van Jehovah krijgt als een bewijs dat hij met je is (Jeremias 20:11). Misschien ben je ontmoedigd omdat je dienst onproductief lijkt of omdat een bepaald geestelijk doel onbereikbaar lijkt. Toch heb je nog steeds het grootste voorrecht dat er is: het goede nieuwsprediken en Gods naam dragen. Blijf Jehovah daarom trouw. Dan kan er ook tegen jou gezegd worden:

„Ga de vreugde van uw meester binnen” (Matth. 25:23).

w14 15/3 2:17, 18

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig - samen sterk in de verkondiging van het Goede Nieuws en bekendmaking van Gods Heilige Naam en Zijn Plan van wereldvrede

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig – samen sterk in de verkondiging van het Goede Nieuws en bekendmaking van Gods Heilige Naam en Zijn Plan van wereldvrede

+

Voorgaande:

Jehovah kan hom staande hou

Deel van God se Rykdom en Wysheid

Freigeben von Gottes Reichtum und Weisheit

Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid

Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad

++

Aanvullende lektuur:

  1. Geloof aan mijn voordeur
  2. De Mens op zoek naar God
  3. Intentie en Toewijding

Jehovah kan hom staande hou

Wie is jy om ’n ander se huiskneg te oordeel?+ Hy staan of val ten opsigte van sy eie heer.+ Trouens, hy sal staande gehou word, want Jehovah kan hom staande hou.+

Jehovah kan hom staande hou.—Rom. 14:4.

Hoe God ons beoordeel, is wat werklik saak maak. Jehovah waardeer ons toegewydheid en getrouheid aan hom; hy meet ons nie aan wat ons vir hom gedoen het nie. Jy het heel moontlik meer vir Jehovah gedoen as wat jy besef. Daar is waarskynlik mense in die gemeente op wie jy ’n goeie invloed gehad het, asook mense in die gebied wat weens jou pogings aan die waarheid blootgestel is. Beskou elke toewysing wat jy van Jehovah ontvang, as ’n bewys dat hy met jou is (Jer. 20:11). Jy is dalk mismoedig omdat jy voel dat jy niks in jou diens bereik nie of omdat dit lyk of die een of ander geestelike doelwit buite jou bereik is. Tog geniet jy nog steeds die grootste voorreg wat enigeen van ons nou kan hê—om die goeie nuus te verkondig en God se naam te dra. Bly getrou. Dan kan die woorde in een van Jesus se gelykenisse in sekere sin aan jou gerig word:

“Gaan in die vreugde van jou heer in.”—Matt. 25:23.

w14 3/15 2:17, 18

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig

+

Vorige en aansluitende artikels:

Deel van God se Rykdom en Wysheid

Die helper, die heilige gees sal julle alles leer en julle herinner

De heilige geest zal alle dingen welke gezegd zijn in herinnering terugbrengen

Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid

Der heilige Geist wird euch an alle Dinge erinnern

Freigeben von Gottes Reichtum und Weisheit

+++

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: