An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘11° Eeuw’

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Vredelievende waarheidzoekers.

De jodenconversos (bekeerlingen) genoemd, en Moren die zich in de 14de eeuw, dikwijls uit de angst voor het antisemitisme en de pogroms van juni 1391,  tot het christendom hadden bekeerd bleven dikwijls in het geheim trouw aan het voorvaderlijk geloof. Het waren mensen die wilden vasthouden aan het geloof in één enkele God en niet in de drie godheden waartoe de ‘mainstream’ van het Christendom was naar over gegaan. Maar over geheel Europa zo wel als Azië bleven er broeders en zusters in Christus het geloof in de Ene Ware God verkondigen. Deze gelovigen wensten niet toe te geven aan de Drievuldigheidsgedachte en legden zich er op toe hun geloofsregels uit de Bijbel te halen in plaats van menselijke regels op te volgen.

Ook al mag godsdienst gebaseerd zijn op openbaringen door niet empirisch of ‘zuiver rationeel’ aantoonbare persoonlijkheden of actoren (God, goden, geesten, engelen etc.), is het waarheidsbegrip ook nauw verweven met dergelijke bovennatuurlijke openbaringen. Volgens de navolgers van christus kwam het er op aan Jezus ten volle na te volgen en zich te houden aan de Oude Geschriften, naast de verrijking van de evangeliën en brieven van de apostelen. Inzicht in de waarheid kon volgens hen volkomen verkregen worden door de bestudering van dit Oude Testament en het Nieuwe Testament. Veel dogmatische en bevindelijke theologieën gingen en gaan er nog steeds van uit dat de Bijbel als woord van God onfeilbaar juist is, ook vanuit historisch perspectief.

Spiritueel verlichte personen trachtten anderen het Licht te laten zien door de kennis van het Woord van God te vergroten. Een groot probleem hierbij was wel dat de Rooms Katholieke Kerk zich verzette tegen de kennis van de Heilige Schrift. Volgens hun geestelijke leiders waren de mensen niet opgewassen tegen de inhoud van die geschriften. De kennis van de Heilige Schrift zou echter ook bepaalde onschriftuurlijke regels blootleggen.

De bisschop van Rome was in het westen de “primus inter pares” (=”de eerste onder de gelijken”) geworden. Deze had meer en meer gezag gewonnen als hoofd van de Kerk, hoewel de gelovigen in het Griekstalige Oosten zich meer oriënteerden op de patriarch van Constantinopel en de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed bleven houden.
In de loop van de 10e eeuw had de keizer van het Duitse Rijk gaandeweg de verregaande bevoegdheid verworven om bisschoppen te benoemen (dit werd symbolisch tot uitdrukking gebracht bij de ambtsaanvaarding waar de bisschop uit handen van de vorst de investituur (=bekleding) ontving, die bestond uit een ring voor zijn geestelijke taak en een staf voor zijn wereldlijke arbeid). Dit was voor veel geestelijken vanzelfsprekend een buitengewoon onverkwikkelijke zaak: tijdens de 11e eeuw  was er daarom een hervormingsbeweging op gang gekomen, de zgn. Gregoriaanse hervorming, onder meer in de abdijen van Gorze en Cluny, die de invloed van de wereldlijke macht op de benoeming van de bisschoppen wilde uitbannen. De Katholieke Kerk wenste haar macht uit te breiden en verlange ontegensprekelijke gehoorzaamheid en volgzaamheid. Met de investituur op straffe van excommunicatie kon paus Gregorius VII (ca. 1020/1025-1085) het kerkelijk gezag aan de wereldlijke macht ontnemen en het primaat van de Kerk verstevigen. er kwam een hele Investituurstrijd op gang. Er waren niet alleen problemen tussen de keizers en koningen; ook in de tweede helft van de dertiende eeuw waren er verscheidene conflicten met invloedrijke Romeinse families die aanleiding gaven voor de pausen om uit te wijken naar verschillende andere Italiaanse steden, onder andere Viterbo, Orvieto, en Perugia. Paus Bonifatius VIII (1294-1303) raakte door zijn bemoeienissen met wereldse zaken en door zijn claim op de hoogste positie binnen Europa in een ernstig conflict met Filips de Schone van Frankrijk. Er ontstond een machtsvacuüm in Italië en de strijd tussen rivaliserende steden en machtige families bedreigde de macht van de paus over de Kerkelijke Staat en de stad Rome zelf. Men had de Franse paus Clemens V (1305-1314) en Robert van Genève (1342–1394), de bisschop van Kamerijk, die tot tegenpaus Clemens VII werd verkozen tegenover de aartsbisschop van Bari, Bartolomeo Prignano (ca. 1318–1389) paus Urbanus VI.  De zogenaamde onfeilbare pausen begonnen nu driftig elkaars besluiten nietig te verklaren en elkaars volgelingen te excommuniceren. Om de ontstane impasse te doorbreken en een nieuwe kerkelijke scheuring te voorkomen werden tijdens het Concilie van Pisa (1409) de twee rivaliserende pausen afgezet en werd de aartsbisschop van Milaan Petrus van Candia (1340-1410) tot de nieuwe paus, en bijgevolg het hoofd van de heilige katholieke kerk, gekozen. dit leidde echter niet tot een afdoende oplossing en creëerde zelfs het bestaan van drie regerende pausen. Het Concilie van Konstanz (1414-1418) maakte aan deze delicate situatie echter een einde: de eerste paus trad af, de tweede paus werd gedwongen zijn aanspraak op de zetel van Petrus in te trekken en de derde paus: de voortvluchtige tegenpaus Johannes XXIII (ca. 1370-1419) (niet te verwarren met de latere paus Johannes XXIII), de opvolger van Alexander V (die na een kort pontificaat van slechts tien maanden was overleden), werd opgepakt en gevangengezet en pas na het concilie weer vrijgelaten, zodat er nu tot vreugde van de Kerk een nieuwe paus gekozen kon worden: de kardinaal-diaken van de San Giorgio in Velabro Oddone Colonna paus Martinus V (1417-1431).

De Bijbelstudent Nicholas Van Hereford of Nicholas of Herford, (stierf c. 1420, Coventry, Warwickshire, Eng.), was een theologische geleerde en voorstander van de Engelse hervormingsbeweging binnen de Romeinse Kerk die later terugkwam op zijn onorthodoxe overzichten en deelnam aan de repressie van andere hervormers.

Nicholas of Hereford en John Wycliffe die de "arme priesters" de Bijbel vertaling meegeven

Nicholas werd in 1370 aangesteld en ontving later een doctoraat van Oxford in theologie (1382) . Terwijl studeerde aan Oxford werd hij door Wycliffe (ca. 1328/1330–1384) , de stichter van een evangelische christelijke groep Lollards, beïnvloed. Hij ontwikkelde de hervormingstheologie van Lollardism verder door in zijn eigen preken. Ook hij gaf de administratieve luxe aan en bevestigde het recht van iedere Christen om zijn persoonlijk geloof door meditatie op de Bijbel te vestigen. Hij en Wycliffe, samen met andere Lollards, werden voor hun zienswijze veroordeeld en werden opgeroepen om te verschijnen voor de Aartsbisschop van Canterbury zijn rechtbank in 1382. Toen zij weigerden te verschijnen, werden zij geëxcommuniceerd.

Nicholas geloofde met de vertaling van het Oude Testament toegerust te zijn. Deze Hebreewse Geschriften in de Engelse vertaling werden door hem in 1382 vervolledigd. Het is goed mogelijk dat de gekende Wycliffe Bijbel eigenlijk meer gebasseerd is op Nicholas’ zijn onderzoekswerk en studie van de oude geschriften. Namelijk uitgaande van Nicholas van Hereford’s vertaling bracht Wycliffe meerdere Engelstalige bijbels in omloop. Al liep deze vertaling zeer veel kerkekelijke tegenstand op vond zij haar weg door het koninkrijk Engeland.  In 1408 besloot een synode van klerken bijeengeroepen door de aartsbischop van Arundel te Oxford om een verbod op te leggen op de de vertaling en het gebruik van de Bijbel in de spreektaal. Ook al werden er strenge maatregelen getroffen leek het een maat voor niets want de verbreiding zette zich gestaag door. In de loop van de volgende eeuw zou de overgetekende versie van Wycliffe de enige Engelse Bijbelversie zijn. Hij behaalde een wijdverspreide populariteit en met meer dan 200 overgebleven manuscripten kunnen wij het bewijs zien van deze meest gekopieerde Bijbelvertaling tussen 1420 en 1450.

Bij zijn excommunicatie verzocht Nicholas onmiddellijk paus Urbanus VI zijn geval te bekijken, maar hij werd opnieuw veroordeeld en werd tot gevangenschap voor het leven veroordeeld. Hij ontsnapte tijdens een populaire opstand tegen de Paus in juni 1385, maar werd door de Aartsbisschop van Canterbury gevangen genomen bij zijn terugkeer naar Engeland. Hij werd onderworpen aan een strenge behandeling in het Kasteel van Saltwood, Kent (1388–89), en er werd de hand gelegd op zijn schrijven op bevel van Koning Richard II die de geschriften, tijdens Nicholas gevangenschap in Saltwood Kasteel, liet vernietigen, hoewel documenten van de periode zijn Bekentenis van 1382 bewaren en andere openbare verklaringen van zijn geloof .

Onder druk herriep hij zijn geloof in 1391 en werd koninklijke bescherming gegund. Hij werd als theologische ondervrager van verdachte ketters aangesteld. Kroniekschrijvers van zijn tijd halen aan dat hij krachtig discussieerde met zijn voormalige Lollard collega’s . Hij werd aangesteld als kanselier van Hereford Kathedraal (1391) en in 1395 werd hij kanselier van Sint Paulus te Londen. Van 1397 tot 1417 was hij schatmeester aan Hereford; kort voor zijn dood trad hij van de post af en ging een kartuizer klooster binnen.

John Wycliffe in his study

John Wycliffe in zijn bureau

John Wycliffe, de Oxfordse doctor in de theologie (1360 Balliol college & later universiteit) en pastoor te Lutterworth, waar hij ook geïnteresseerd geraakte in de politiek, wilde de wijsbegeerte terugbrengen tot de Bijbel en de kerkvaders. Hij was er zich bewust van dat de Kerk een aardse bedoening was, die eigenlijk geen aards bezit mocht hebben. De goederen die zij bezat diende zij terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren, wat Wycliffe veel steun bezorgde van de Engelse adel.
De aardse kerk als instituut had geen invloed op de uitverkiezing van gelovigen en door God uitverkorenen. Hij vocht aan wat er door de eeuwen gegroeid was van scheiding en ontstane hiërarchieën.  Wycliffe keerde zich tegen de kerkorganisatie, tegen de pausen, priesters en religieuze orden. Volgens hem mochten zij die het Woord van God wensten verkondigen zich niet hechten aan materie of positie en was er dus geen rangorde in de organisatie van volgelingen van Christus.  Zij die Jezus lief hadden zouden ook datgene moeten doen wat Jezus van hen vroeg. De prediking van Jezus moest verder verkondigt worden door mensen met een eenvoud van karakter en zonder winstbejag. De “poor preachers” werden door Wycliffe uitgezonden om het evangelie in de eigen landstaal te verkondigen. Ook al werd hij door de koning en het Engelse parlement graag gezien werd hij door paus Gregorius XI openlijk aangeklaagd. Hij werd gewraakt en in 1377 liep er een arrestatiebevel tegen hem, maar hij werd toen niet in Engeland opgepakt. In 1382 werden zijn werken door de synode van London veroordeeld en werden zijn geschriften te Oxford verbannen.

“The King’s English”  had het Frans verdrongen en kon als verstaanbare taal naar de burgers toegebracht worden. Met deze taal en de versie van het volk, wenste hij het Boek der Boeken tot het volk te brengen. Na zijn dood zijn de “Lollards” in de geest van Wyclif verder gegaan met het preken in de volkstaal. De Engelse theoloog, priester en bijbelvertaler William Tyndale (ca. 1494–1536) of William of Tindale reisde in 1525 naar Keulen, Worms en Marburg waar hij het mogelijk zou maken dat de Engelsen de Heilige Schrift ook in hun eigen taal zouden kunnen gaan lezen. Tyndale was de eerste om aanzienlijke delen van de Bijbel in het Engels te vertalen, voor een amateurlezerspubliek (Worms 1526) . In 1529 hielp Miles Coverdale (1488?-1569) hem in Hamburg de Pentateuch te vertalen. Terwijl er reeds enkel gedeeltelijke en volledige vertalingen van de Bijbel waren gemaakt van af de zevende eeuw en in het bijzonder tijdens de 14de eeuw, was de Tyndalevertaling de eerste Engelse vertaling  rechtstreeks uit het Hebreeuws en uit de Griekse teksten. In de vertaling werd voor het tetragrammaton YHWH en de klinker van adonai: YaHoWaH gekozen voor het plaatsen en aldus kenbaar maken van de Naam van God: Jehovah. Verdere werden ook andere nieuwe woorden in het Engels gebracht zoals: Passover en Atonement en uitdrukkingen als het zout der aarde: salt of the earth. Ook was het de eerste vertaling die gebruik maakte van het nieuwe communicatiemiddel der drukkunst. Deze nieuwe vermenigvuldigingsvorm gaf de mogelijkheid om voor een wijde distributie te zorgen. Dit werd als een rechtstreeks uitdaging genomen  naar de hegemonie van zowel de rooms-katholieke Kerk als de Engelse kerk en staat. Aan zijn wijze van vertalen en ook aan zijn aantekeningen is de invloed van Luthers leer duidelijk te merken. In Engeland verzette de geestelijkheid zich hevig tegen de vertaling van de Bijbel. Uit het vasteland binnengesmokkelde exemplaren werden in beslag genomen en verbrand op bevel van Tunstall.

Portret van William Tyndale

De katholieke geestelijkheid verdroeg niemand die haar positie betwiste en kon het helemaal niet op prijs stellen dat er predikers waren die de mensen lieten horen wat er werkelijk in de Bijbel stond. Op de vlucht voor de kerkelijke achtervolgers ging Tyndale naar het boekdrukcentrum Antwerpen, waar hij bij de uit Frankrijk afkomstig drukker en uitgever Merten de Keyser (Martin Lempereur, Martinus Caesar, Martyne Emperowr)(?-1536), die een volledige Franse druk van de Bijbel maakte, een herziening van zijn Nieuwe Testament (1534), een vertaling van de Pentateuch en verscheidene theologische geschriften het licht liet zien. Merten de Keyser had ook in het Nederlands het Nieuwe Testament uitgegeven in 1525 (Dat nieuwe testament ons heeren Jesu Christi met alder neersticheyt oversien, ende verduytst), psalmboeken, en ander religieus werk. Zijn wapenschild is opgenomen in de tweede complete Nederlandstalige Bijbel van zijn collega Willem Vorsterman in 1528 in Antwerpen; dit wijst op een vorm van samenwerking tussen twee drukkers in dezelfde straat. In 1534 verzorgde hij ook de herziening van de Latijnse Vulgaat door Robert I Estienne (Robert Etienne, Robert Stephens, Robertus Stephanus) (1503 – 1559).

Vanuit Antwerpen kon Tyndale met de Keyzer het vervoer van zijn boeken verzorgen, een onthaaldienst voor Engelse vluchtelingen organiseren en de politieke verwikkelingen in Engeland op de voet volgen via informanten. Voor de Engelse markt drukte Merten de Keyser in 1528 William Tyndales The obedience of a Christen man, en in 1530 diens The practyse of Prelates alsmede diens vertaling van de Pentateuch. Tyndales Exposition of the fyrste Epistle of seynt Ihon kwam van onder de persen in 1531 waarna George Joyes vertaling van Isaiah, en Tyndales vertaling van Jonah volgden. Reeds in 1534 kon er een tweede herziene druk van Tyndales Bijbel voorzien worden. Ook publiceerde de Keyzer dan Joyes nieuwe uitgave van de Davids Psalmen gebaseerd op de Latijnse versie van Zwingli, en Joyes vertaling van Jeremiah. Volgens een onderzoek van Guido Latré in 1997, was het ook Merten de Keyser die de allereerste complete Engelse Bijbel drukte in 1535, de Coverdale Bible, waarvan de 1539 foliouitgave “the Great Bible” de koninklijke vergunning droeg en daarom de eerste officieel goedgekeurde Bijbel vertaling was in het Engels.

William Tyndale op de brandstapel in Vilvoorde 1536

Maar ook in Antwerpen was Tyndale niet veilig voor de Inquisitie. Men nam hem daar gevangen en bracht hem naar Vilvoorde waar verscheidene mensen gefolterd werden vooraleer zij hun dood vonden op de brandstapel. Ook deze gepassioneerde waarheidszoeker vond de marteldood op 6 september 1536 door wurging en verbranding op het binnenplaats van het kasteel van Vilvoorde. Een gedenksteen in de stad Vilvoorde en een klein museum ‘William Tyndale’ bij de protestantse William Tyndalekerk aldaar (Lange Molensstraat 58, bij de Mechelse steenweg – maar een verhuis naar een andere locatie wordt voorbereid) herinneren aan zijn levenswerk en zijn gewelddadige dood als martelaar. De Tyndale Bijbel, zoals hij gekend werd ging een hoofdrol spelen in het uitspreiden van Reformatie ideeën over Europa. De vierenvijftig onafhankelijke geleerden die de Koning James Versie van de bijbel of King Jamesbijbel in 1611 creëerden tekenden beduidend op de vertalingen van Tyndale.  Een schatting stelt voor dat het Nieuwe Testament in de Koning James Versie 83% van Tyndale is en voor het Oude Testament 76%.

Wolfgang Fabricius Capito (1478–1541), Martin Cellarius (1499–1564), Johannes Campanus (ca. 1500–1575) en Thomas Emlyn (1663–ca. 1741) aanvaardden de bijbel als Gods Woord en verwierpen de Drieëenheid. Ook Henry Grew (1781–1862) en George Storrs (1796–1879) aanvaardden de bijbel en verwierpen de Drieëenheid, en tevens brachten zij waardering tot uitdrukking voor het loskoopoffer van Christus.

In 1478 werd de Spaanse Inquisitie door de Reyes Católicos van Spanje opgericht om de katholieke orthodoxie te handhaven tijdens hun heerschappij.

6 Oktober 1530

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #10 De Inquisitie

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

 

De Inquisitie.

Gedurende de drie eerste eeuwen werden tegestanders van het door het staatsaparaat erkende geloof uitlsuiten gestraft op geestelijk vlak. Maar met Constantijn en zijn opvolgers kwam hierin verandering. Sedert Valentianus I (364-378) werden vele wetten tegen zogenaamde ketters uitgevaardigd. De straffen werden confiscatie der goederen, verbanning, het verlies van het recht om een testament te maken, enz.. Eerst stond alleen op het Manicheïsme en het Donatisme de doodstraf, maar in de 11° en 12° eeuw is er al herhaaldelijk sprake van anders gelovigen die aanschouwd worden als maatschappelijk gevarlijk en beter ter dood worden gebracht. De vervolging gaat bijna altijd uit van de spontane verontwaardiging van het volk.[1]

Sedert het midden van de 12° eeuw wordt de toestand anders.
De Katharen verspreiden zich meer en meer, verbonden met de Waldenzen worden zij aanzien als een gevaar voor Kerk en maatschappij. In 1157 werd tijdens het Concilie van Reims voor het eerst opgeroepen tot de vervolging van ketters. Op de synode van Verona (1184) vaardigde Lucius III in tegenwoordigheid van en in samenwerking met koning Frederik Barbarossa een constitutie uit, waarin hij de excommunicatie hernieuwde tegen alle ketters en hun begunstigers. Deze bul Ad Abolendam (Nederlands: Met het doel af te schaffen) betekende een begin van de werkzaamheden van de Inquisitie.

Spanish Inquisition

Spaanse Inquisitie met martelpraktijken

 

Wie zich niet wilde bekeren en behoorlijk boete doen of in de ketterij was hervallen, moest aan de wereldlijke macht ter (billijke) afstraffing overgeleverd worden. Een rijksban werd door de keizer uitgesproken en er werd opgeroepen om de ketters op te sporen. De inquisitie werd een feit.

Met de Regels van Pamiers van 1211 werd de Inquisitie voor het eerst formeel geïnstitutionaliseerd op diocesaan niveau en werd de samenwerking tussen kerk en staat vastgelegd. Vanaf dat moment kon de inquisitie regionaal de vorm aannemen van een systematische vervolging van de katharen en andere andersdenkenden. In verschillende pauselijke decretalen werden telkens aspecten van de toepassing van de inquisitoriale methode verder uitgewerkt. Pas na de verschijning in 1234 van de decretalenverzameling van paus Gregorius IX beschikte men over een min of meer uniforme en consistente regels op dit gebied, in plaats van los overgeleverde relatief toevallig bekende relevante decretalen.

Een aantal religieuze groepen werden door aanscherping van de Regels van Pamiers op aandringen van paus Innocentius III  op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 en namens de hele kerk goedgekeurd.

Joden (welke hun riten mochten onderhouden) moesten een geel insigne gaan dragen zoals ook de Mohammedanen een onderscheidingsteken moesten gaan dragen. Heidenen vielen niet onder de inquisitie wetten, tenzij in bepaalde gevallen, als zij b.v. de Christenen (lees Katholieken) tot afval verleiden. Men richtte zich vooral tegen de Katharen, Waldenzen, verdachte Begijnen, Apostelbroeders enz.[2]

In 1243 besloot paus Innocentius IV dat bij de verhoren van verdachten ook marteling was toegestaan. De inquisitie vormde van toen af aan, onder rechtstreeks toezicht van de paus, een ontzagwekkende, nagenoeg onaantastbare macht, niet alleen van de Kerk over het volk, maar ook binnen de Kerk zelf.

Op het einde der middeleeuwen openbarden zich verschillende religieuze stromingen die zonder direct ketters te zijn, toch de voorbereiding van het later opkomende protestantisme bevorderden.


[1] Handboek der Kerkgeschiedenis #1 p. 539.

[2] Handboek der Kerkgeschiedenis #1 p. 541.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Afstandelijken, donatisten en arianen.

Doopsel.

In de periode van de joodse diaspora na de Babylonische ballingschap (586-538 v. Chr.) kwam het meer voor dat heidenen over wensten te gaan naar het jodendom. Om Jodengenoot of proseliet te worden was een reinigingsbad noodzakelijk: de zogenaamde proselietendoop. Heidenen die naar de synagoge kwamen werden in geval van bekering door de rabbi’s nauwkeurig onderzocht op hun motieven, waarna men door besnijdenis én doop (en zo mogelijk een offer) tot het joodse geloofoverging.

Johannes de Doper

Voor Jezus’ tijd doopte zijn neef Johannes de Doper volwassen mensen in de rivier de Jordaan in de provincie Judea in Palestina. De profeet zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabeth riep de Joden op deugdzaam te leven. De mensen moesten tegenover elkaar gerechtigheid betrachten, en eerbied tegenover God. Pas als zij die dingen konden doen konden zij klaar zijn om gedoopt te worden. Het volledig onderdompelen in het water moest dan een teken van witwassing zijn tegenover God en de mensheid. Enkel en alleen als men voldeed aan die vooropgestelde voorwaarden en men zich volledig aan God wilde geven kon men over gaan tot een doop die welgevallig zou zijn in de ogen van God. De doop diende niet tot vrijstelling van zonden, maar was een manier om het lichaam ritueel te reinigen nadat ze daaraan voorafgaande hun ziel al gereinigd hadden door te leven in gerechtigheid.Duidelijk ging het hier niet om kinderen of om mensen die niet goed bij hun zinnen waren. Volledig besef was nodig om een keuze te maken. Trouwens werd ook het zondigen aanschouwd als een tegen God verkeerd gaan of handelen tegen de Wil van God. Een kind zonder voldoende besef en zonder kennis van de Wil van God of de Mozaïsche Wetten kon hier dan ook niet tegen zondigen.

Ook Jezus, die zichzelf op dertigjarige leeftijd liet dopen, gaf opdracht aan zijn apostelen om de wijde wereld in te gaan, Gods Naam  en het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God te verkondigen, en dan over te gaan tot het dopen van diegenen die het evangelie wilden geloven. Zo gingen de apostelen over tot de voortzetting van het dopen van volwassen mensen waarbij meestal gebruik werd gemaakt van de voorhanden zijnde wateren, de rivieren en meren of binnenzeeën.

Toen de eerste eeuw van onze Gewone Tijdrekening naar zijn einde ging waren er al afwijkingen van de leer van Christus.  Het verlangen en neiging om christendom naar Judaïsme te enten vanwege de bekeerde Joden en het onvermogen van de Niet-joden om de fundamentele principes van christendom helemaal te begrijpen leidde tot corruptie in de kerk. Gewoon aan de idee dat buitenwaartse ceremonies en offers de vereisten van hun Opperste Heerser moesten voldoen, probeerden de Joden de leerstellingen van Christus en de apostels met de ideeën van hun voormalige eredienst te harmoniseren. Men had verscheidene Joodse leerstellingen die ook reeds afgedwaald waren van het geloof van Abraham en waar men een substitutie van formalisme voor geestelijkheid had, toewijding naar de uiterlijke vorm van godsdienst die de plaats van levend geloof had ingenomen. Daarnaast was er de vermenging met de heidenen die ook hun eigen riten bleven liefhebben. Het is gemakkelijk begrepen hoe deze neigingen tot een corruptie van doctrine en gemeenschap leidden; hoe die de eenvoud van de Nieuwe Testamentkerkorganisatie, met zijn absoluut tekort van riten en ceremonies, de vraag van ritualisten en formalisten in de kerken niet tegemoet kon komen.

Verscheidene heidense volkeren voerden bij de geboorte van een kind rituelen uit om de boze geesten op afstand te houden of om het kind een gezonde toekomst te bezorgen. Zo werden kinderen met kruidenwater besprenkelt in de gedachte dat de boze geesten hen dan niet mee zouden voeren naar het slechte godenrijk of de onderwereld. Andere heidense groepen wasten de babies in kruidenwater met de bedoeling dat de kinderen de sappen en krachten van de kruiden in zich zouden opnemen en om hun lichaam te sterken en voor te bereiden op het zware dagelijkse leven.

Na de eerste eeuw waren er zogenaamde ‘christelijke priesters’ die de onderdompeling van volwassenen niet zo spectaculair vonden als de rituele handelingen van hun heidense collegae die meer aanhang hadden. In plaats van het kruidenwater creëerden zij het ‘heilig water’. In de beginjaren was het eerst enkel heilig water om te dopen maar dan werd het wijwater ook gebruikt om allerlei riten uitte voeren, zoals kruistekens maken, bezweringen en genezingen te doen. Het wijwater werd aanschouwd als één van de sacramentalia welke verder in de canones 1166 tot en met 1172 van het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 en artikels 1667 tot en met 1679 van de Catechismus van de Katholieke Kerk werden behandeld.

Mars, Mars pater, Marspiter, Maspiter, Mavors, Mamers, Marmar of Mamerd, zoon van Juno (de koningin der Goden) en een magische bloem (of Jupiter (vader der Goden) ws de meest vereerde god van het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk omdat zijn zonen (Romulus en Remus) gezien worden als de stichters van Rome. Oorspronkelijk was hij de Romeinse god van de vruchtbaarheid en beschermer van het vee, maar smolt later samen met de Griekse god Ares en werd toen vooral geassocieerd met de strijd en werd ook de god van de dood en oorlog. Ter ere van hem werden tempels en badplaatsen opgericht.  Doorheen de geschiedenis ontstonden er driegoden systemen zoals bij de de Grieken, Kelten, Indo-Iraniërs, Baltische volkeren, Germanen en Slavische volkeren. Zo had men in het Romeinse Rijk de oud-Romeinse trias Jupiter-Mars-Quirinus en de Umbrische trias Jupiter-Mars-Vofionus. De Indo-Europese trias vertegenwoordigde de drie maatschappelijke lagen van de Indo-Europese maatschappij: heersende klasse (hemelgod, hier Jupiter), krijgersklasse (oorlogsgod die zich meestal op aarde manifesteert, hier Mars) en boerenklasse (vruchtbaarheidsgod die zich meestal onder de grond manifesteert, hier Quirinus). Deze indeling in een trias treft men aan in vele Indo-Europese culturen. De oude trias zou in de Etruskisch periode (eind 6e eeuw v.Chr. vervangen worden de Capitolijns-Etruskische trias Jupiter-Juno-Minerva (naar analogie met de Etruskische trias Tinia-Uni-Menrva).

Romeinse krijgers voor dat zij ten strijde gingen, wilden hun lichaam ook hiervoor eerst reinigen en de gunsten van de drie goden afsmeken. Zij gingen daarvoor dan ook naar die tempel om te baden en te bidden om zo hun god van oorlog met hen te hebben en vol kracht te zijn. Het besprenkelen van kinderen met heilig water zou de krachten van de goden van vruchtbaarheid, kracht en oorlog over hen brengen.
Ook bij de Joden en andere volkeren kon men in de oudheid reeds verscheidene vormen van ritueel wassen vinden, dus voor de volken in het Midden Oosten was het niets nieuws. In het Oude Testament waren bepaalde rituele wassingen voorgeschreven. Ze speelden vooral een rol in het kader van de dienst in de tabernakel en in de tempel. Als Jood kende Jezus deze handelingen zeer goed en wist hij de betekenis er van. Toen hij de apostelen uitzond om nu ook doopsels uit te voeren ging het niet over een ander ritueel dan bij het Joodse gebruik.

Onder de valse leermeesters in het Christendom was het een dankbaar element om over te nemen en zo toch populair te zijn omdat zij de kinderen van hun volgelingen ook die zekerheden van het leven konden aanbieden. Zij verkochten hun waar onder het mom dat als de kinderen niet door hen gedoopt zouden worden zij zouden branden in de hel, een doemplaats waar er voor eeuwig foltering zou zijn. Ongedoopte kinderen zouden nooit een kans krijgen om later met hun ouders verenigd te worden in het eeuwig leven. Mits een eeuwig leven hier op aarde te simpel leek en niet op kon tornen tegen de vele rijken van de afgoden, vond het beeld van zeven hemelen meer gading.

Firenze Battistero San Giovanni 1059-1128

De plaatsen waar de kinderen moesten gedoopt worden gaf men graag de vorm van de Mars tempels. Zo  dachten in de 15e eeuw de Florentijnen dat hun Baptisterium, dat vergelijkingen oproept met dat van het Pantheon in Rome, ooit een Romeinse tempel, gewijd aan de god Mars was geweest.

Achtvormige doopvont

De doopvont of kort Vont (Latijn fons voor bron) is een waterbekken, vaak achtkantig, verwijzend naar de achtste dag, duidend naar de nieuwe schepping, als de achtste dag waarop de besnijdenis van Jezus Christus plaatsvond, gemaakt van hout, (natuur)steen of (edel) metaal, ontworpen om de baby’s te dopen.

In de 3° & 4° eeuw kwam de controverse rond het doopsel meer op de voorgrond. Het neoplatonisme won meer veld en filosofische gedachten infiltreerden het christelijk geloof. De Ierse (of Britse) monnik Pelagius die nog aan nam dat de zondige mens in staat is de eerste en fundamentele stappen op de weg naar de verlossing te zetten, zonder de hulp van de goddelijke genade kwam in conflict met Augustinus. Volgens Pelagius heeft een mens, althans in theorie, nog steeds de mogelijkheid om zondeloos te blijven. Pasgeboren kinderen dragen de zonde niet in zich en zouden volgens Pelagius nog steeds de Adamitische toestand kunnen behouden indien tijdens hun opgroei zich voldoende zouden kunnen bewapenen of verzetten tegen inkomende verkeerde gedachten. Zoals Jezus als klein kind zuiver was, maar toch de mogelijkheid had om verkeerd te gaan, heeft deze wel getoond en bewezen dat wij mensen vrij zouden kunnen blijven van zonde indien onze geest sterk genoeg was.

Catharijneconvent - Doopvont

Image by Pachango via Flickr

In de 11° en 12° eeuw uitten de Petrobrusians, volgelingen van Peter van Bruys,  zich tegen de meer gangbaar geworden kinderdoop.

Peter van Bruys liet de leerstellige autoriteit van de Gospels in hun letterlijke interpretatie toe; de andere Nieuwe Testament geschriften beschouwde hij vermoedelijk waardeloos, zo van twijfelachtige apostolische oorsprong. Naar de Nieuwe Testamentepistels wees hij enkel een ondergeschikte plaats toe omdat zij niet van Jezus Christus zelf kwamen. Hij keurde de autoriteit van de Kerkvaders af. Zijn verachting voor de Kerk werd overgebracht naar de leken tot wie hij ook tot lichamelijk geweld tegen priesters en monniken opriep. In zijn lering werd doop beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor redding, maar het was doop die door persoonlijk geloof werd voorafgegaan, zodat zijn toepassing naar zuigelingen, dat meer en meer in voege was gekomen, als  waardeloos werd beschouwd.

De doopvonten die in de speciale opgerichte gebouwen werden gevonden werden als verwerpelijk aanschouwd.
Zoals de Kerk niet in muren bestaat, maar in de gemeenschap van het trouwe volk, zouden kerkgebouwen moeten vernietigd worden, want Peter van Bruys liet de mensen weten dat zij naar God kunnen bidden in een schuur evenals in een kerk. Een gewone tafel kon overal dienst doen als de tafel waar rond de gelovigen vergaderden. Er moest niet een speciaal altaar voorzien zijn. Geen goede werken van de levenden kunnen tot het profijt van de doden komen. Kruisen, als het instrument van de dood van Christus, kunnen zeker geen verering verdienen; daarom waren zij voor de Petrobrusians voorwerpen van schending en werden zij in vreugdevuren vernietigd.

Bernardus van Clairvaux bekeert Willem van Aquitanië

Bernard van Clairvaux of Bernardus zou er verder voor zorgen dat er een omvorming van het sacramenteel rituele christendom van de Vroege Middeleeuwen naar een nieuw, meer persoonlijk beleefd geloof zou komen, met het leven van Christus als een rolmodel en met een nieuw accent op de Maagd Maria. In tegenstelling tot de rationele benadering om het goddelijke te begrijpen dat de scholastici voorstonden, predikte Bernard een onmiddellijk geloof, waarin de bemiddelaar de maagd Maria was. Volgelingen van hem en zijn leerling Henri van Lausanne werden bekend als de Henricianen zouden zich ook heftig tegen de kinderdoop verzetten zoals de Waldensen, Albigezen en Bohemiaanse Broeders.

Pierre Abelard

Later zou Pierre Abélard, gelatiniseerd Petrus Abaelardus (10791142) de middeleeuwse Franse theoloog en filosoof, die ook gerekend wordt tot de scholastici en een grote reputatie te Parijs had, de Drie-eenheidsleer en de doopgedachte nog verder ter discussie brengen. Zijn ideeën van niet-trinitarisme, riteloosheid en een geloof, waar begrip op de voorgrond trad, waren natuurlijk in tegenspraak met de oplegging van allerlei dogma‘s in de Kerk. Doordat er nog geen universiteiten waren en de opleidingsscholen onafhankelijk waren kon Abaelardus vrij zijn gedachten uitten. Maar het was  Bernard van Clairvaux die zich hevig tegen Abaelardus zou verzetten. Volgens Bernard zou de onafhankelijke lering leiden tot de verheerlijking van de menselijke rede en het rationalisme, vooral als men aannam dat een zonde alleen een zonde zou zijn als die uit vrije wil werd gepleegd en dus tegen het eigen geweten inging. Abaelardus wees daarmee als eerste op het belang van de intentie van een daad, een aspect dat een grote rol is gaan spelen in de latere middeleeuwse theologie over schuld en boete. De leer van Abaelardus was in strijd met de heersende kerkelijke ideeën. Pierre Abélard diens verhandeling over de Drie-eenheid werd in 1121 veroordeeld, omdat het teveel met behulp van de ratio de basisbeginselen van het christelijk geloof probeerde te benaderen. Abélard werd gedwongen zijn eigen boek tijdens een boekverbranding in het vuur te gooien. In 1139 bepleitte hij opnieuw denkbeelden die in tegenspraak waren met die van Rome. Bernard van Clairvaux, hiervan op de hoogte gesteld door William van St.-Thierry, sprak Abélard hier streng op aan. Toen deze hem vervolgens op beledigende wijze van repliek diende, kaartte Bernard deze zaak bij de paus aan, die vervolgens in 1141 in Sens een concilie belegde om deze zaak uit de wereld te helpen. Tijdens dit concilie vroeg Abélard om een openbaar debat met zijn tegenstander. Bernard bepleitte de zaak van Rome echter met een zo uitmuntende helderheid en met zulk een logische kracht, dat zijn opposant ervan afzag hem van repliek te dienen. Abélard werd veroordeeld en werd gedwongen zich uit het openbare leven terug te trekken. De paus bevestigde deze uitspraak van het concilie van Sens. Abélard legde zich hier zonder verzet bij neer. Hij vestigde zich onder abt Petrus Venerabilis als monnik in Cluny, waar hij twee jaar later stierf.
Diezelfde Bernard zou ook achter  Henri van Lausanne gaan, een voormalige Cluniacenzer monnik die de leer van de petrobrusianen ook had aangenomen en deze leer in een gewijzigde vorm na de dood van Peter van Bruys verder verspreid. Henri van Lausanne’s volgelingen werden bekend als de henricianen. In juni 1145 reisde Bernard op uitnodiging van kardinaal Alberic van Ostia door Zuid-Frankrijk waar hij met zijn preken, geholpen door zijn ascetische uiterlijk en eenvoudige kledij, deze  nieuwe geloofsgroeperingen tot de ondergang veroordeelde . Zowel de Henriciaanse als Petrobrusiaanse geloofsrichtingen begonnen reeds aan het einde van het jaar 1145 uit te sterven. Kort daarna werd Henri van Lausanne gearresteerd. Zijn zaak werd voor de bisschop van Toulouse gebracht en zeer waarschijnlijk werd Henri tot levenslang veroordeeld. In een brief aan de inwoners van Toulouse uit het einde van 1146, roept Bernard hen op de laatste overblijfselen van de ketterij van Henri te verdelgen. Hij predikte ook tegen de Katharen.

Ook bleven vele Christelijke broeders het goed en kwaad in de mens bekijken als iets van uit hem zelf. Het overgieten van water over het hoofd ging niets aan een zaligmaking of verdoemenis verhelpen. Volgens diegenen die het Woord van God goed bestudeerden kon men er duidelijk in vinden dat er geen geesten of goden waren die aanspraak konden maken op het leven van een kind of van een mens. Boze geesten konden het kind niet toeeigenen en God, die een God van liefde is, zou Zijn pasgeborenen geen onrecht laten aandoen door vreemde wezens die in de fantasieën van de mens bestonden.

De Albigensen verkregen hun naam aan de Zuid Franse stad Albi maar was hoofdzakelijk gebruikt voor de Katharen en navolgers van het Neo-Machineïsme.

***

Lees meer over Petrobrusians in de Katholieke Encyclopedie: The Catholic Encyclopedia. Vol. 11. New York: Robert Appleton Company, 1911. 31 May 2011.

Tag Cloud

Zion, Sion and Zsion News and Journal

About Politics, Religion, Culture, Society, Joy, Thank, Praise, Faith, Hope, Love, Community, Freedom, Peace, Islam, Justice, Truth, Patience and much more.

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: