An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘16° Eeuw’

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3

Radio-oproepen en boekjes

Vandaag zijn de Jehovah Getuigen de grootste bekende Bijbel Studenten organisatie in België. Eerst konden ze Bijbelonderzoekers groepen vinden die met hen, ten tijde van Rutherford, wilden associëren. Diegenen die Charles Taze Russell eerst hadden gevold en nu verder wensten te gaan met Rutherford begonnen verder uit te groeien. Maar de interne onenigheden veroorzaakten ook breuken, die zelfs tot in België voelbaar waren.

Français : Blason de Jumet (Charleroi-Belgique...

Blazoen van Jumet (Charleroi België), ook wapenschild van de abdij van Lobbes. (Foto credit: Wikipedia)

Als gevolg van radio uitzendingen, in het Frans en gesponsord door de Broeders van Dawn uit de VS; waren 3 Belgische gezinnen geïnteresseerd in de tegenwoordige waarheid. Het was Broeder Lechien Armand, die in contact kwam met broeder Félix Pilarski via de mail service van Radio Luxemburg: Broeder Félix richte zich tot hem in Jumet. Deze 3 families werden ook eerst lid van de vereniging met de naam “Jehova Getuigen” of Getuigen van Jehovah. Toen zij merkten dat Rutherford met zijn Genootschap meer en meer afweek van de leerstellingen van Russell en vonden dat de leringen die zij hoorden niet in harmonie waren met de Schrift, verlieten zij de beweging. Maar zij bleven verder de Heilige Schrift onderzoeken.

Families die samen kamen in huizen of Huiskerken vormden

De Pools-Belgische broeder en zuster Wlodarski hadden Franse broeders en zusters in hun kennissenkring en vonden meer broeders van de Franse vereniging Association des étudiants de la Bible die ook vaker bij hen wilden komen om te het Woord van God te dienen. Zo konden zij een paar broeders van Saint Etienne treffen: François Wozniak, Kosmalski A. Liszka, T. Kubiak, J.Osorowski S., TF et Ed Pilarski, Speil, en vele anderen; de familie Kula, hun jongste dochter en een zoon woonden de vergaderingen bij. In de volgende jaren, net als in Frankrijk, kwamen pelgrim broeders uit de Verenigde Staten en later uit Polen hen bezoeken.

De families – Armand en Louise Lechien Ernest en Helena Duchateau – Edmond en Jeanne Henrioule besloten bijeenkomsten tijdens de week (woensdag en donderdag) te houden waarbij zij een studie hielden over de Figuren van het Tabernakel. Met hun toestemming voegden zich de families Wlodarski en Kula bij hen. De studies werden gehouden in twee talen met de hulp van een vertaler (de 2 talen die werden gesproken waren Frans en Pools).
Broeder Félix Pilarski en andere broeders werkten veel voor het welslagen van deze bijeenkomsten, omdat ze
perfect Frans spraken.

De Sint-Lambertuskerk in Courcelles.

Broeder Félix Pilarski maakte een fraaie bijdrage aan de ontwikkeling van de vergadering van Courcelles met stichtelijke Bijbelse discoursen en met zijn bezoeken. Hij was ook persoonlijk actief in het streek van Liège (Luik) en in Brussel, waar hij een voorraad van boekjes had. Andere broeders leverden ook vele bezoeken af, onder hen kunnen we onder andere broeder Joseph Wozniak, Adolphe Debski noemen.
Nadat  Broeder
Ernest Duchateau plotseling overleed werden de bijeenkomsten nog  voortgezet voor bepaalde tijd. Toen broeder Lechien overleed na een heel lange ziekte konden we een repetitieve zaak zien rond de huis kerken. De ecclesia van Courcelles verdween in het midden van de jaren ’70.

Voormaling Gemeentehuis. Gebouwd in 1825-1827 door Jan Kuypers, waar de Bijbelstudenten film “Waarom kwam Hij naar de aarde?” werd vertoond.

Op 24 oktober 1987, organiseerde de ecclesia van Jumet twee uitsteeksels van de film Waarom kwam Hij naar de aarde?” In het gemeenschapscentrum van het stadhuis van Charleroi. Die shows werden aangekondigd met reclame: affiches op openbare plaatsen, reclame in de stad met luidsprekers, advertenties in de lokale kranten, op radio en tv, weergave op elektronische schermen, distributie van folders.
Meer dan honderd personen woonden deze filmprojecties bij. Pamfletten en traktaten werden gegeven aan de deelnemers, maar slechts weinigen vroegen voor meer informatie en andere boekjes.

De leer van Christus ‘regering op aarde’

Al snel in de geschiedenis van het Christendom zag men de meerderheid valse leraren nalopen. De mythen waren meer een lust voor het oor dan de werkelijke waarheid. Ze werden tot rust gewiegd met hetgeen zij zelf graag wensten te horen. Wat was er niet fijner om die zaken te horen die je niet moesten doen veranderen van gewoonten en zeden.

Al vroeg in de geschiedenis geraakten de ware volgers van Jezus Christus in de verdrukking. In sommige streken moesten zij zelfs voor hun leven gaan vrezen. Die angst voor vervolging maakte dat zij eerder verdoken hun godsdienst beleden.

De Broeders hun geloof van het ware evangelie was van oorsprong’ puur, maar door de menselijke onzuiverheden werd het ook heen en weer geschud doorheen de jaren. De verscheiden kleine groepjes die thuis de bijbel bestudeerden handelden verder in hun eigen kleine kring. Dit maakte ook dat er niet veel kennis naar buiten bloeide.

In België en Nederland bleven Bijbel Getrouwen naarstig de Bijbel bestuderen maar ook de opdracht van Jezus volgen, met het blijven prediken van het Evangelie van het Koninkrijk van God.
De eerste noch de tweede wereld oorlog had hen er van kunnen weerhouden, hoewel velen van hen angstvallig uitkeken naar de werking van de twee strijdende kampen, omdat ze
tegen het vechten waren en omdat ze handelden op grond van een geloof dat helemaal niet graag gezien werd door iedereen .

Dat Jezus en zijn apostelen spraken over het nieuws dat er een koninkrijk op aarde zou worden opgericht dat zou worden geregeerd door Jezus Christus en dat daar de gelovigen van alle tijden een plaats zouden krijgen naast hun Heer: dwz als coheersers, klonk natuurlijk niet fijn in de oren voor hen (die de Duitse Führer als de enige heerser wilde). Maar de blijde boodschap voor de mensheid overleefde nu de strijd onder de mensen en bracht een ongekende vrede in sommige families.

De leer van Christus’ regering op aarde werd eerst behandeld als zeer symbolisch, werd geleidelijk bestempeld als een zeer twijfelachtige en nutteloze gedachte en werd uiteindelijk als een absurde uitvinding van ketterij en fanatisme afgewezen.
Gods licht dooft gelukkig niet; het is een eeuwige vlam. Het volk van Israël in de oudheid bereikte ook detritus. Zij dienden ook andere goden. Toch blijven er op dit moment gelovigen in de Ene God die ook Hem Alleen als Allerhoogste willen dienen. Ook na de grote verschrikking van de wereldoorlogen kon de geschiedenis zich
nu herhalen. Trouw aan God wilden die Bijbel studenten, niet zo maar één werelds man en zijn organisatie (Rutherford en de Getuigen van Jehovah) volgen. Naast het trouw blijven aan de hoeksteen Jezus, als het enige fundament voor Gods Kerk, bleven er getrouwen aan Dr.Thomas en aan de Bijbel hun bevindingen met anderen delen en ondanks de voortdurende tegenstand durfden zij in te gaan tegen de meest populaire leer van de meeste mensen.

Het krijgen van een basis in Holland

Na pogingen die vanuit Nederland werden gemaakt om de Waarheid naar Engeland te brengen (in de 16e eeuw) en de vlucht van de waarheidszoekers naar de Nieuwe Wereld in de 19e eeuw, konden nu brieven van waarheidszoekers uit de Nieuwe Wereld weer de waarheid naar Europa toe sturen.
De Europeanen konden nu vanuit de Nieuwe Wereld de andere denkwijze horen van mensen die veel tijd hadden gestoken in het onderzoeken van de Bijbel. Het onderricht van Elias Smith en John Thomas kon nu de tijd rijp was, een gelegenheid geven aan een opleving’ van de Bijbel Getrouwen. Zij vonden ook hun weg over de oceaan en in alle Engels sprekende landen, waar ze een voet aan de grond kon vinden. Van daaruit druppelde het naar de Lage Landen.

Door de eeuwen heen, toonde het Evangelie van Gods Koninkrijk, zoals het voorheen gepredikt werd door Jezus en de apostelen, een dynamische kracht die alle tegenstand van de machtige religieuze groepen die het kon trotseren. Dat evangelie van Gods Koninkrijk dient nog steeds als de enige basis van het geloof voor hen die God willen zoeken. En de Engelsen die dat wisten en de Noordzee hadden overgestoken om te gaan verkondigen, konden in Nederland ook mensen vinden die dat Woord van God trouw wensten te blijven.

Website of the Brothers in Christ or Christadelphians in the Netherlands - Website van de Nedrlandse Broeders in Christus

Website of the Brothers in Christ or Christadelphians in the Netherlands – Website van de Nedrlandse Broeders in Christus

In 1956 kon in Nederland eindelijk de groep van Broeders in Christus soliditeit krijgen en ontstonden gemeenschappen in Den Haag, Amersfoort, Ede en Groningen. In Nederland officieel erkend sinds 1957, bleven zij het als hun plicht tegenover onze Heer zien, om zijn Naam bekend te maken onder de mensen in hun omgeving, alsook onder andere volken. Daarbij ligt hun nadruk op de Bijbel als de bron van alle kennis, waarbij hun leidraad daarbij het woord van onze Heer is:

“Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.”

De gemeenschap van Broeders in Christus begon ook het magazine “Met Open Bijbelte verspreiden  waarvan Rudolf Rijkeboer de drijvende kracht was tot aan zijn dood vorig jaar.

Verdwijnende interesse

Het bleek duidelijk dat na de gouden eeuw’ met de kinderboom en inwoners van België die hun leven steeds beter zagen worden, dat hiermee ook de belangstelling voor de Bijbelse boodschap van de Waarheid verminderde. De laatste jaren kan men spreken van totaal geen interesse meer voor Geloof, Bijbel of Kerk.
De Bijbel Studenten zagen hun leden aantal in Ecclesiae verminderen. De enige troost die zij konden hebben was dat ook in de algemeen reguliere kerk een neerwaarste spiraal op gang was gekomen. De bezoekende broeders en zusters van de Christadelphian Bijbel Missie [Christadelphian Bible Mission (CBM)] uit Groot-Brittannië, die voor 25 jaar regelmatige bezoeken maakten aan België om folders en pamfletten in de brievenbussen te steken, konden minder geestdrift vinden bij hun eigen leden, omdat het niets bleek uit te halen. Met hun korte bezoeken probeerden ze mensen op straat te bereiken en hoopten dat er op hun folders zou worden gereageerd. De Nederlandse Broeders die de algemene leiding toen nog hadden over het gehele gebied kregen echter verwaarloosbaar weinig reacties van het zuiden. Op het moment dat ze het allemaal wilden opgeven en verschillende Christadelphians Holland begonnen te verlaten om terug te keren naar hun geboorteland (Engeland of naar Australië), vond in België toch een kentering plaats in de wereld van Bijbelvorsers.
In de jaren ’90 vormden sommige Bijbel Studenten met exJehovah Getuigen de Vrije Christenen. In die beweging was ook de niet-trinitarische Doopsgezinde Marcus Ampe. Nog voordat hij zelf werd opgenomen in de Christadelphian gemeenschap had hij als niet-trinitarisch Baptist al anderen tot het Christadelphian geloof gebracht. Met hem predikend in Vlaams-Brabant en in Henegouwen, plus op het net, werd wederom een poging gedaan om het goede nieuws van het komende Koninkrijk te brengen.

Verwoede pogingen

Vorig jaar deed hij een poging om de verschillende Bijbel Studenten groepen bij elkaar te krijgen. Hij hoopte zo dat de verscheidene splintergroepen meer tot een uitwisseling van ideeën en vergaderingen zouden komen. Spijtig genoeg, werden zijn verzoeningspogingen tussen onderling strijdende groepen niet gewaardeerd. Een man uit het hoge noorden met zijn organisatie die nochtans het linken van hulp in haar naam heeft, hield het tegen dat door hem en zijn organisatie gedoopte Christadelphians met de Christadelphians van de Vrije Christadelphians (toen nog gewoon genaamd: Christadelphians en onder bescherming van CBM) met als basis de regio Leuven en met de Bijbelstudenten Christadelphians samen zouden kunnen komen. Broeder Marcus zijn onderneming liep faliekant uit. In plaats van de Christadelphians verenigd onder één dak te krijgen werd de kleinste groep nog meer uitgedund door onenigheid omtrent unificatie. Bepaalde mensen wensten zelf alles onder controle te hebben en konden het niet verdragen dat iemand anders in hun boeken zou kunnen mee kijken. Vooral de man van het Noorden zorgde voor de grootste struikelsteen.
Een aantal van onze medebroeders konden wij zelf niet zo ver krijgen dat zij over hun meningsverschillen heen zouden kijken. Voor onze Australische broeders, van de Australische Bijbel Studenten werden de CBM-leden niet zuiver genoeg gevonden. Volgens hen zijn de CBM leden te ver afgeweken van de originele leer van broeder Dr. John Thomas. Voor hen zou een samengaan met een groep, die (volgens hen) te los omspringt met de leer, het hele systeem verzwakken. Hierdoor kregen wij het ook moeilijk te verduren om mensen in eigen rangen er toe te bewegen over de menselijke tekortkomingen heen te kijken, en waren wij dan ook slachtoffer van een leegloop.
Bijbelvorsers, Vereniging voor Bijbelstudie, opgericht door Marcus Ampe - Bijbelvorsers (Bible Scholars), association for Bible study, founded by Marcus Ampe

Bijbelvorsers, Vereniging voor Bijbelstudie, opgericht door Marcus Ampe – Bijbelvorsers (Bible Scholars), association for Bible study, founded by Marcus Ampe

Onze uitnodiging om zich te verenigen als Broeders en zusters in Christus blijft open staan. Door al zijn tevergeefse inspanningen heeft broeder Marcus Ampe er ook genoeg van gekregen om de Vereniging voor Bijbelstudie verder te onderhouden en zal hij de website Bijbelvorsers in de nabije toekomst gaan afsluiten. Dit om zich meer te concentreren op de belangrijke opdracht die volgelingen van Jezus hebben gekregen, namelijk de verspreiding van het Goede Nieuws. Hij zal zich dan ook, met enkele doorzetters, verder het Goede Nieuws verkondigen. Broeder Marcus Ampe wil zich meer toeleggen op het prediken zelf in plaats van tijd en energie te verliezen aan het trachten mensen te verenigen, wanneer het er klaarblijkelijk geen tijd voor is om daarin te slagen.

We zijn ervan overtuigd dat ons prediking werk belangrijk is en dat zelfs als we niet zo veel mensen in België kunnen  bereiken, we toch ook hopen dat we enkelen hier kunnen bereiken, maar ook wat anderen die misschien wel ver weg van ons wonen. We hopen dat onze stem ook mag klinken in de duisternis en wat licht tot mensen zal mogen brengen die we niet kennen, maar die we hopen te ontmoeten in het Koninkrijk van God. We kijken ernaar uit om veel nieuwe gezichten, gelukkig te zien onder leiding van de Heer, niet begrensd door enkele mensen, maar gebouwd op de hoeksteen van Jezus Christus.
Hoewel we een andere aanpak in de organisatie van de diensten mogen hebben, geloven we dat we allemaal samen zouden moeten gaan voor dezelfde waarheid en voor de eenwording onder Christus, waarbij elke groep een andere naam zou kunnen hebben, maar bereid is om te worden verenigd in de geest, bereid te delen en samen te werken om positief op te bouwen, elkaar te helpen en constructief gemeenschappen onder Christus te vormen. Wij hopen dat er in de toekomst meer gegadigden kunnen gevonden worden die wel tezamen elkaar willen ondersteunen en er aan werken om nog meer mensen warm te maken om samen op weg te gaan en elkaar te helpen om door de nauwe poort het komende Koninkrijk binnen te kunnen gaan.

+

Voorgaand:

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 1

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 2

++

Aanvullende lectuur:

  1. Welkomstwoord
  2. Staat Europa voor vrijheid van godsdienst
  3. Godsdienstvrijheid mensenrecht
  4. EU wetsvoorstel banning levensbeschouwelijke symbolen
  5. EU wil christenen het zwijgen opleggen
  6. Werk maken van Godsdienstvrijheid
  7. Christendom blijft van invloed
  8. Politiek en macht eerste prioriteit #1
  9. Wat betreft Waar Elke mens recht op heeft
  10. Marx, het Volk, Religie, Christendom en verwrongen ideeën
  11. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #1
  12. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #3
  13. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #4
  14. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5
  15. De Dag is nabij #8 Overzicht
  16. De nacht is ver gevorderd 2 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 1 Intro
  17. De nacht is ver gevorderd 20 Studie 4 Nu actueel: Financiële Crisis
  18. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  19. Een kerk naar smaak en taal
  20. De marketing van God een op maat gemaakt bedrijfsadvies
  21. Oorlog in kerkenland
  22. Manifest Gelovigen nemen het woord
  23. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  24. Fragiliteit en actie #7 Gebeurtenissen en Prioriteiten
  25. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  26. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  27. In de hand #5 Niet bang zich te geven
  28. Geloof heeft te maken met hoe je voelt
  29. Wegen die tot God leiden
  30. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus
  31. Opwekking begint in het gezin
  32. Kerklidmaatschap belangrijk of niet
  33. Kerk niet bepaald gebouw
  34. Samen komen in huizen
  35. Opbouw van een ecclesia
  36. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  37. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  38. Verkondigen
  39. Opdracht tot getuigenis
  40. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers
  41. Zoeken naar waarheid, studiemateriaal, Jehovah Getuigen, ex-Jehovah Getuigen en anderen
  42. Wie, wat & hoe Christadelphians
  43. Volharding en Bijbelstudenten
  44. Overgang 2013-2014 en Met Open Bijbel
  45. Duncan Heaster en Carelinks onverbiddelijke verhinderaars
  46. Nieuwe naam een feit
  47. Seizoen 2013-2014
  48. Op weg naar 2014-2015
  49. Een nieuw seizoen voor de deur
  50. Een terugblik op Christadelphianisme en de Broeders in Christus in België
  51. Denken aan het ontbinden van de Vereniging voor Bijbelstudie: Bijbelvorsers
  52. Bij de opheffing van de Vereniging voor Bijbelstudie
  53. Jehovah steile rots en vesting, bron van inzicht
  54. Jehovah steep rock and fortress, source of insight
  55. By the closing down of the Association for Biblestudy
  56. Dissolution of Bijbelvorsers (Bible scholars), Association for Bible study

+++

Oude spreekwijzen kennen om de Bijbel te begrijpen

Wanneer we de Bijbel lezen mogen we nooit vergeten dat we te maken hebben met een oude cultuur. In de Oude Tijden hadden de mensen een heel andere wijze van uitdrukken dan onze hedendaagse cultuur. Het korte zakelijke en ‘to the point’ was eerder een langere omschrijving om iets over te brengen in eerdere een lyrische taal. We moeten dat voor ogen houden als we grasduinen door die 66 oude boeken die alle  samen de Heilige Schrift of de Bijbel vormen zoals wij die vandaag kennen.

Doorheen de jaren, probeerde een aantal vertalingen de Hebreeuwse , Aramees en Grieks geschriften terug in hedendaagse taal te brengen. Hiervoor moesten zij woordkeuzes maken en een structuur kiezen welke het mogelijk maken om de letterlijke vertaling tot een leesbare taal om te zetten. Maar omdat taal een levend iets is, valt doorheen die vertalingen ook op te merken dat zij slachtoffer van de tijd werden. Ook die vertalingen werden ouder en andere woorden en manieren om iets te zeggen hadden dan hun ingang gevonden latere jaren.

In de tijd van Shakespeare wanneer ze het woord “bully” gebruikten  bedoelden ze niet een stierachtige maar een “homoseksueel”. Wanneer we vandaag over een “bully” spreken dan hebben wij het over een pestkop en  denken we over iets anders dan in de 16-17de eeuw.

William Shakespeare

William Shakespeare (Photo credit: Newton Free Library)

Wanneer u een oudere tekst zou gaan lezen en ervan uit zou gaan dat de man waarover gesproken wordt een wrede onderdrukker van de zwakken zou zijn, hebt u waarschijnlijk de tegenovergestelde indruk dan de zachte man die  zijn liefde wilde delen met een andere man. Dus moeten de mensen denken over alle andere dingen dan een ingehuurde schurk om iedereen te verslaan of te intimideren.

In het Nederlands kunnen we ook het woord ‘gijzelaar’ nemen. Dat was tot de vorige eeuw de persoon die ‘gijzelde’. Het achtervoegsel “-aar” bevestigde de actie welke er werd uitgevoerd door iemand, in dit geval het ‘Gijzelen’. ‘Gijzelen’ betekent in gijzeling nemen of het ondernemen van een ontvoering of ontvoeren. Een tweede betekenis is ook het  gevangen zetten voor minachting of om naar de gevangenis sturen wegens minachting. Het houden van een gijzeling. De “aar” betekent dat het gaat om een ​​persoon die gijzelt. Zoals men over een ‘dronkaard’ spreekt over een mannelijk persoon die dronken is.

De laatste jaren werden woorden als ‘gijzelhouder’ en ‘gijzelnemer’ geïntroduceerd. De “gijzelhouder” zijnde ook de ontvoerder, kaper, vliegtuigkaper.

In de 21e eeuw gebruikten een aantal tv-stations  “gijzelnemer”, letterlijk vertaald “de nemer van een gijzel” (hostage taker) voor de persoon die iemand gegijzeld nam. Maar voor degene die gegijzeld werd begonnen ze  “gijzelaar” te gebruiken. Het lezen van een krant in de jaren 1960 waar men “gegijzelde” gebruikte voor diegene die iemand gijzelde, met de gedachtegang van sommigen vandaag, en misschien van de algemene term over enkele jaren zal, een totaal ander beeld oproepen.  De “gijzelaar” (hostagetaker) vandaag de dag betekent voor veel jongere mensen juist het tegenovergestelde van wat de oudere Nederlandse sprekende generatie er onder verstaat.

Zo ook heeft men het “verschieten”. Normaal gesproken betekende dat in het Nederlands “van kleur veranderen” of verbleken”. ofwel in overgankelijke vorm “schietende verbruiken” zoals in “alle patronen zijn verschoten”. alsook betekende het “verspillen”, zoals in de uitdrukking “zijn kruit op de mussen verschieten” of zijn woorden aan onwaardigen verspillen, of aan mensen die niet horen willen. In kerkelijke taal kwam dit dan ook vroeger veel voor, war men er op duidde dat men al had gedaan om mensen tot inzicht te brengen.

Nederlands: Stilleven met bijbel Vincent van G...

Nederlands: Stilleven met bijbel Vincent van Gogh 1885 (Photo credit: Wikipedia)

In de Bijbel kon men het ook vinden voor het met een schop verplaatsen of door elkaar werken zoals het koren werd verschoten.

Onovergankelijk hield het in dat iets of iemand verbleekte of dat de intensiteit verzwakte. In de Bijbel zal men dan vinden dat de sterren hun intensiteit verloren of ‘verschoten’ of dat iemand of iets van kleur veranderde.

Vandaag neemt de gewestelijke Belgische vorm (Vlaams) meer ingang. Gewestelijk was er het verslikken, maar ook dat bedoeld men vandaag niet, maar wel eerder het “schrikken”. Veel mensen verstaan vandaag onder “verschieten” het met een schok met iets geconfronteerd worden. Met een ruk of schok van zijn plaats of uit zijn stand gaan, verspringen of plotseling afgekoeld worden is echter een heel andere betekenis dan het vroegere “verschieten”. Het Bijbelse “schrikken” heeft ook niets te maken met het metaal dat men doet schrikken in bedrijven. Het plots afkoelen is niet datgene waar de Bijbelschrijvers het over hadden als zij het woordje “schrikken” gebruikte. Ook dachten zij niet aan een “met een ruk losdraaien”. Waarvan dat laatste bij vele mensen ook nu al uit het hoofd gegaan is voor het woordje “schrikken”.

Zo zie je  maar hoe vluchtig een taal kan zijn en snel een andere betekenis op het voorplan kan komen. Dat maakt het zo gevaarlijk om een te hedendaagse Bijbel voor een specifieke doelgroep te maken met het gebruik van bende of groeperingsstalen.  Zulke dialect en mode woorden veranderen zeer snel.

Voor een controle kan u eens het jaarlijks overzicht van nieuwe woorden en favoriete uitdrukking bij houden en dit voorleggen aan de nieuwere generaties.

In het Engels en in andere talen zal men ook in staat zijn om dergelijke veranderingen, als bovenstaand vermeld, te vinden. Als iemand vandaag kwam te lezen over een gebouw dat wordt beschreven als “awesome” in het oudere Engels begrijpen ze misschien niet dat het gebouw wordt beschreven als verschrikkelijk. Voor het afschuwelijke of het vreselijke zal men nu eerder “awful” vinden terwijl het andere nu ontzagwekkend is of iets eerbiedig heeft. In jongere kringen was het vroeger “gaaf” of “geweldig”, nu wordt dat “fantastische” eerder “cool” of “koel”, terwijl dat dan niet koud betekent.

Soms kan het opleggen van een latere betekenis op hetzelfde woord eerder resulteren in een verstoring van de werkelijke betekenis en kan dat in de lezing van de tekst tegenstrijdigheden oproepen. Dezelfde wijziging in de betekenis van een woord gebeurt ook voor de Bijbellezing (het was geschreven in de loop van duizenden jaren).

De volgende keer wanneer u een Bijbel leest en andere manieren ontmoet dan u gewoon bent of andere spreekwoorden tegen komt dan u gewoonlijk gebruikt (als er nog gebruikt worden vandaag) neem dan even de tijd om u zich in de vroeger tijd te verplaatsen en de spreektaal van die tijd eigen te maken.

+

Lees ook:

  1. De Bijbel of Heilige Schrift
  2. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  3. Het belang van het lezen van de Schrift
  4. Studiedag rond Bijbelse Beeldtaal

    Om het best tot een goed Christen en heiliging te komen is het essentieel om de Bijbel te lezen en trachten te begrijpen. Voor sommigen is de taal ouderwets, maar daar kunnen wij slechts aanraden om uit te zien naar een meer hedendaagse vertaling.

  5. De verjaardag van de King James Bijbel als aanleiding voor prediking
  6. Nut van het lezen van de Bijbel
  7. Mondelinge of schriftelijke overlevering en aantal auteurs
  8. De kunst van het neerschrijven
  9. De Bijbel als instructieboek
  10. Een Naam voor een God #2 Optekening en Kenbaarmaking
  11. Een Naam voor een God #5 Zaaien van verwarring
  12. Een Naam voor een God #6 Hoeveel Lettergrepen
  13. Een Naam voor een God #7 Jahwe(h) niet Hebreeuws
  14. Een Naam voor een God #8 Vergeten of weigeren
  15. Het grote ideaal van deze tijd

 

++

  1. Another way looking at a language #1 New Year, Books and Words
  2. Another way looking at a language #2 Meanings
  3. Another way looking at a language #4 Ancient times
  4. Another way looking at a language #5 Aramic, Hebrew and Greek
  5. The Importance Of Scripture

    Lots of  people do laugh at those who enjoy reading the old Books of Books, the Bible. Of all those books the last series bring the world Glad Tidings.

  6. The importance of Reading the Scriptures
    We can find many letters on papers or on the screen, but the words shall have to get meaning. There have been many writers, but those who were in the hands of God and wrote down the Words of God, can bring us the most important words to go through life in the best way.

 

 

 

16° Eeuwse Broeders in Christus

Terecht wijzen veel historici op de Guttenberg drukpers ontworpen in het midden van de vijftiende eeuw als grote bijdrager tot de ontwikkeling van en verspreiding van onderzoekende Bijbelstudenten. De hervorming kon gretig gebruik maken van dit modern medium. Hus of andere protestanten hadden deze middelen niet om hun ideeën dusdanig te verspreiden.

Al in 1525 kunnen we een groep vinden van ernstig, biddende zoekers, die bijeen kwamen in het huis van de jonge geleerde Felix Manz in Zürich, Zwitserland, “in het hart gedrukt” door de overtuiging van Bijbelse waarheden die ze hadden geleerd, die zich “verbonden in een broederschap van het geloof”: “Bruder in Christo, broeders in Christus.” De beslissing was verzegeld door een plechtig maar intiem “breken van het brood”.

Felix Manz

Felix Manz was de onwettige zoon van een Kanunnik van Grossmünster kerk in Zürich. Hoewel er nauwelijks gegevens over zijn vorming zijn, zijn er aanwijzingen dat hij een liberaal onderwijs genoot, met een grondige kennis van Hebreeuws, Grieks en Latijn. Manz werd een aanhanger van de belangrijke Zwitserse reformator Huldrych Zwingli (ook Ulrich Zwingli) ( 14841531), toen deze in 1518 benoemd werd tot priester in de Grossmünster-kerk in Zürich. Zwingly had een bibliotheek van meer dan 300 werken en had ook de geschriften van Erasmus bestudeerd.

Manz werd geconfronteerd met  deze priester in de Grossmünster kerk die openlijk vraagtekens zette bij de dogmatiek van de rooms-katholieke kerk. Toen een priester in 1519 aflaten kwam verkopen in Zürich verzette Zwingli zich tegen hem. Dit voorval vond plaats twee jaar nadat Luther de aflaten veroordeeld had in zijn 95 stellingen. Zwingly had ook twijfels over dat hellevuur waar de Katholieke Kerk de mensen zo bang mee maakte en eigenlijk mee in de ban kon houden. De idee dat een ongedoopt kind zou verdoemd zijn kon hij ook nergens in de Heilige Schrift vinden, terwijl de Bijbel duidelijk vertoonde dat het mensen waren die tot het volle verstand waren die een vrije keuze konden maken om gedoopt te worden. Vervolgens bevroeg Zwingly de excommunicatie en trok daarbij ook de door de Katholieke Kerk toegeëigende macht in twijfel. Zijn aanval op de bewering dat het brengen van geldelijke offers of het brengen van tienden of ‘tithing’ een Goddelijke instelling was bracht die Kerkelijke Macht in gevaar. Zijn leerstellingen hadden dan niet alleen grootse theologische maar ook sociale gevolgen. De boeren konden geen reden vinden in de Bijbel, de enige bron van geloof, waarom zij moesten bijdragen aan de belastingen, tienden en huur van hun heren en weigerden dit nog langer te doen. Dit leidde tot burgerlijke ongehoorzaamheid en de opstand werd pas beslecht na lange onderhandelingen en enkele concessies van de overheid.

Zwingli on the bronze doors by Otto Münch (193...

Zwingli on the bronze doors by Otto Münch (1935) on the Grossmünster in Zürich, Switzerland.dia

Vanaf 1520 nam Zwingli geen inkomen van de paus meer aan. Vervolgens viel hij het huurlingensysteem aan en overreedde hij Zürich, als enige van alle kantons, om de alliantie met Frankrijk te weigeren. Op 11 januari 1522 werden alle buitenlandse diensten en vergoedingen in Zürich verboden.

Vanaf 1522 begon Zwingli met het hervormen van de kerk en het christelijke geloof. Zijn eerste reformatorische geschrift, Vom Erkiesen und Fryheit der Spysen, werd gepubliceerd tijdens een dispuut over het kerkelijk recht aangaande vasten. Volgens Zwingli was het vasten slechts een menselijke regel en niet in overeenstemming met de Bijbelse geboden. Zwingli was er nu van overtuigd dat alleen de Bijbel, en niet de tradities van de kerk, de bron was van het geloof. Hij publiceerde deze gedachten in Archeteles.

Na het Tweede Dispuut van Zürich in 1523 werden Grebel en Manz ontevreden en geloofden zij dat de plannen van Zwingli voor hervorming waren gesloten in compromis met de gemeenteraad.  Grebel, Manz en anderen maakten enkele pogingen om hun positie te pleiten. Enkele ouders weigerden ook om hun kinderen te laten dopen. Er werd een openbaar dispuut met Zwingli  gehoudenop 17 januari 1525 . De raad kondigde Zwingli als de overwinnaar aan.

Nadat zij door de gemeenteraad teruggefloten werden op 18 januari werden zij verzocht op te houden nog verder te debateren en zich te houden aande door de raad vastgestelde regels. De beslissing van de raad op te houden met debatteren en de kinderen te dopen binnen acht dagen bracht de broeders samen in het huis van Felix Manz en zijn moeder op 21 januari. Conrad Grebel doopte George Blaurock en Blaurock op zijn beurt doopte dan weer anderen.  Dit veroorzaakte een volledige breuk met Zwingli en de raad en vormde de eerste kerk van de Radicale Reformatie. De beweging verspreide zich snel en Manz was heel actief daarin. Hij gebruikte zijn taalvaardigheden om zijn teksten in de taal van de mensen te vertalen en werkte enthousiast als een evangelist.

Zwingly van zijn kant verzekerde de positie van zijn hervormingen in de Christelijke Burgerlijke Rechten, waarover Zürich overeenstemming bereikte met de steden van Konstanz (1527), Bern en Sankt Gallen (1528), Biel, Mülhausen en Schaffhausen (1529).

Nu de tijd rijp was voor de prediking van de waarheden van Gods Woord, welk nu makkelijker ter hand kon gesteld worden door de boekdrukkunst, kon men ook het volk laten zien waar de Kerk afweek van de Schriftuurlijke Waarheden. Ervan overtuigd dat elke redelijk denkende man en vrouw graag de zuivere lering van de Schrift zou willen kiezen in plaats van versleten en in diskrediet gebrachte tradities en fouten van de mens, begonnen zij een Bijbel campagne die over heel Europa waaide. Ongetwijfeld vonden velen het fijn dat zij nu meer duidelijkheid van het evangelie konden verkrijgen. Maar voor vele anderen was dit de kans om uiting te geven van hun wrok tegen de beslissingen van de Kerkelijke Macht.

Hun diepe overtuiging, geboren uit ernstige studie van het profetische Woord, dat Jezus Christus spoedig zou terug komen en zijn duizendjarig wereldwijd rijk zou vast stellen gaf een krachtige impuls aan de getuigenis. Binnen de ongelooflijk korte, hooguit, twintig jaar, waren er “Her-dopers” overal.

Felix Manz ter dood gebracht door verdrinking op de Limmat in het Meer van Zürich.

Manz werd op een aantal gelegenheden tussen 1525 en 1527 gearresteerd. Terwijl hij met George Blaurock in het Grüningen gebied preekte, werden zij door verrassing, aangehouden en gevangengenomen en naar Zürich gebracht waar zij in de Wellenburg gevangenis werden opgesloten.
Op 7 maart 1526 had de Zürichse raad een edict voorgedragen dat volwassene her-doop strafbaar maakte tot veroordeling door verdrinking. Op 5 januari 1527 werd Felix Manz het eerste slachtoffer van het edict en de eerste Zwitserse Wederdoper om door andere protestanten gemarteld te worden. Terwijl Manz verklaarde dat hij “wenste om diegenen die gewillig waren Christus aan te nemen, te gehoorzamen aan het Woord en in zijn voetstappen te volgen , samen te brengen om hen door doop te verenigen en de rust in hun huidige overtuiging te laten”, beschuldigde Zwingli en de raad hem van koppigge weigering “om van zijn fout en gril af te stappen”. Om drie uur in de namiddag toen hij van de Wellenburg naar een boot werd geleid, loofde hij God en preekte hij naar de mensen. Een Hervormde dominee ging langs om hem het stilzwijgen op te leggen en om hem wie weet nog toch tot andere gedachten te brengen. Ook al werd hij in de gelegenheid gesteld om op zijn stappen terug te komen, hield Manz vol aan zijn inzichten. De broer van Manz en moeder moedigden hem aan om sterk te staan en voor het belang van Jezus te lijden. Hij werd op een boot de Rivier Limmat op genomen. Zijn handen waren gebonden en achter zijn knieën getrokken  met een stang er tussen geplaatst. Hij werd door verdrinking in het Meer van Zürich ter dood gebracht. Zijn vermeende laatste woorden waren, “In uw handen O God, beveel ik mijn geest “. Zijn eigendom werd geconfisqueerd door de regering van Zürich en hij werd in de Sint Jakobs begraafplaats begraven.

Felix Manz liet geschreven getuigenissen van zijn geloof na alsook een achttien-strofehymne en was schijnbaar de auteur van Protest und Schutzschrift (een verdediging van Anabaptisme voorgesteld aan de raad van Zürich ).
De rooms-katholieke priester Balthasar Hubmaier (14851528) uit  Friedberg, Bavaria was in 1522 met  Heinrich Glarean, (Conrad Grebel‘s leraar) en Erasmus te Basel in contact gekomen. In maart 1523 ontmoette Hübmaier Huldrych Zwingli in Zürich en nam daar zelfs mee deel aan het dispuut in oktober van datzelfde jaar. In het dispuut bracht hij het principe van gehoorzaamheid aan de Bijbel naar voor, schrijvend, “In alle discussies aangaande geloof en godsdienst, zou enkel de Bijbel alleen, die uitging van de mond van God, ons niveau en regel moeten zijn”.  Het was was klaarblijkelijk hier dat Hübmaier de kinderdoop op gaf omdat het tegen de Bijbelse woorden inging en het nooit met de Bijbelzou kunnen gesteund worden. Hij hield er wel aan dat hier en daar de Bijbel wel tegenstrijdigheden leek te bevatten, en dat daar aan beide waarheden gelijktijdig kon vastgehouden worden. In dit respect kan zijn positie zo vergelijkbaar met de doctrine van Bijbelse inerrancy en Bijbelse onfeilbaarheid gezien worden die door later christelijk Fundamentalisme werd aangehouden.

Door zijn keuze voor de doop op geloof in plaats van de kinderdoop en werd hij een anabaptist zoals Wilhelm Reublin (1484–c. 1559) die ook een belangrijke figuur werd in de  “Swiss Brethren movement” of Zwitserse Broeder Beweging.

De Wederdopers van de 16de eeuw hervatten de anti-Constantijnse mantel en het kon geen twijfel lijden dat enige van hen genoodzaakt werden om in de Ondergrondse bewegingen af te dalen. Terwijl er Baptistische proto-protestante bewegingen waren,  waren de Waldenzen en de Boheemse bewegingen dat voornamelijk niet. Spijtig genoeg werden de Waldenzen en zelfs de Unitas Fratrum/Moraviërs uiteindelijk onder de Sacralistische paraplu gebracht. (The Reformation: Romanticism and Reality; A few reflections concerning the Reformation.)

Net als rivieren die uit de Alpen stroomden had hun bericht wortel in Zwitserland, en wortelde het zich in Duitsland, Oostenrijk, Italië, Moravië, het stroomde verder oostwaarts naar Polen, Hongarije en Transsylvanië, westwaarts naar Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en uiteindelijk ook over de oceaan naar Amerika. Hun daden en hun leerstellingen werden geregistreerd in het Duits, Italiaans, Frans, Latijn, Pools, Litouws, Tsjechisch, Hongaars, Oekraïens, Engels, Nederlands en Vlaams en liggen begraven in bibliotheken en archieven in de steppen van Rusland tot de prairies van de Verenigde Staten.

In 1545 waren er hele groepen van gelovigen, georganiseerd door regio en taal: Zwitserse Broeders, de Tsjechische Broeders, Poolse Broeders, en zo verder, soms verschillend in specifieke aspecten van de leer en praktijk, maar het bezit van een gemeenschappelijke band van trouw aan een volledig Bijbel gebaseerde christendom. Tegen het einde van de 16e eeuw spreidde zich een netwerk van kleine gemeenten, verbonden door het geloof en vervolging, verlengd van de Dnjepr naar de Severn.

+

Huldrych Zwingli schreef: De ongelovigen zijn zo afkerig voor het Woord dat zij het tevergeefs bestuderen; daar zij in hun harten er geheel afkerig naar zijn gemaakt.

  • Dat er met vitriool in de taal werd gesmeten brengt Today with Zwingli (zwingliusredivivus.wordpress.com) naar voor, die het dispuut aan haalt tussen Maarten Luther en Zwinlgy betreft zijn “Vriendelijke exegese” van 1527.
  • Het was niet vreemd voor Zwingly om valselijk beschuldigd te worden. [ > What to do When People Lie About You? (zwingliusredivivus.wordpress.com)] Zo heeft hij het belang van het Avondmaal of het “Breken van het Brood” niet ontkend; hij heeft inderdaad Jezus Christus gepreekt als de gekruisigde zoon van God. Ook liep het gerucht dat hij een geheime Jood zou zijn (wegens zijn vertrouwen op de Hebreeuwse Bijbel in plaats van de Latijnse Vulgate voor kwesties van uitlegging of verklaring en interpretatie). Noch ontkende hij de betekenis van Maria (die, eigenaardig, volgens Zwingli een levenslange maagd geweest zou zijn). (Zo zie je maar dat sommige zaken die zo duidelijk kunnen zijn ook wel eens over het hoofd kunnen gezien wordne door een leermeester.)
  • Enkele uiting van Zwingly kan je vinden in: Today with Zwingli: The First War of Kappel (zwingliusredivivus.wordpress.com) waar aangehaald wordt hoe de prediker toch opriep tot een vrije prediking en de poorten open laat tot eigenlijke onschriftuurlijke zaken. “Dat het Woord van God vrij in de volledige federatie wordt gepreekt, maar dat niemand gedwongen wordt de mis, de beelden, en andere ceremonies af te schaffen die van zichzelf onder de invloed van Bijbelse preken zullen vallen;”
  • Zwingli, Theological Education, and the Prophezei (zwingliusredivivus.wordpress.com)
    Over de stichting van het theologisch college Carolinum, dat werd opgericht van de fondsen van de  Overste Generaal en geopend werd op 19 juni 1525.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #13 Hutterieten, Hussisme en Eenheid van Broederschap

Anabaptisten bewegingen in het Oostelijk deel van Europa.
Tiroolse, Moravische en Tsechische bewegingen, Hutterieten en Hussieten

Hutterieten of Hutteriaanse Broeders, Boheemse Broeders en Broederschap van eenheid.

Hutterites of Hutterieten (Duits: Hutterer) zijn een gemeenschappelijke tak van Wederdopers die, als de Amishe Mennonieten en de gewone Mennonieten, hun wortels vinden in de Radicale Reformatie van de 16de eeuw na.

De Tiroolse Anabaptische leider Jakob Hutter

De Tiroolse Anabaptische leider Jakob Hutter (of Jakob Hutter, Hueter) (ca 1500- 1536) hield zich sterk aan de opbouw van de vroegkerkelijke gemeenschap. De Christelijke verbondenheid was essentieel voor hun samenleving en ging in op de soms (zo genoemde) communistische levensvorm die Jezus ook predikte. De colectieven werden en worden ook nog Bruderhof(s) genoemd.

Hij had eerst Wederdopers in Klagenfurt ontmoet. Na zijn bekering tot de Doper leer, trok hij als prediker door Tirol, waar hij verschillende kleine gemeenschappen oprichtte. Toen begin 1529 de autoriteiten in Tirool de vervolging van de wederdopers inzette zochten dezen een uitweg en vluchten naar Moravië  met Hutter en een aantal andere, omdat ze hadden gehoord dat de baptisten er niet werden vervolgd. Na gemerkt te hebben dat de situatie er beter was dan  in Tirool beslisten zij te emigreren. Toen kleine groepen naar Moravië bewogen, bleef Hutter in Tirool als dominee prediken.

Hutter ontsnapte aan de gevangenneming door de autoriteiten omdat andere gevangengenomen Wederdopers zijn verblijfplaats zelfs niet wilden openbaren onder hevige foltering. In 1527 kondigde Aartshertog van Oostenrijk Ferdinand I van het Heilig Romeinse Rijk,  aan dat verleidelijke doctrines en ketterse sekten niet geduld zouden worden.

Hutter ging naar Moravië in 1533, toen de vervolging van de Wederdopers in Tirool op zijn hoogtepunt was. Vele Wederdopers van de Pfalz, Schwaben en Silesia regios kwamen ook naar Moravië. Hutter verenigde de plaatselijke Wederdoper groepen zodat deze de gelegenheid kregen om het Anabaptisme in Moravië te laten floreren. Onder het leiderschap van Hutter namen enkele van de groepen het vroege christelijke gebruik van gemeenschappelijk eigenaarschap van goederen aan, in toevoegingen aan hun Anabaptist of Wederdopers geloof van geweldloosheid en volwassen doop.

Hussieten Tsjechische Broeders en Broederschap van eenheid.

De Boheemse Broeders waren geïnspireerd door de Hussiten hun idealen, welke vorm kregen in het midden van de 15° eeuw. De hussieten ( Engels: Hussites; Czech: Husité or Kališníci of “Mannen van de Beker” naar de kelk van wijn die het centrale symbool van de Hussite beweging werd) zijn een verzameling van protestantse groeperingen, die zich door de Boheemse hoogleraar theoloog filosoof Jan Hus of Johannes Hus (John Huss of Jan van Husinec)  (ca. 1369/13701415) geïnspireerd zagen.

Jan Hus

Portret van Jan Hus

Als één van de grootste autoriteiten van Wycliffes werken in Europa,  mede omdat Hus Wycliffe in zijn studentenjaren – als bijbaantje bij de Praagse Universiteitsbibliotheek – integraal had moeten kopiëren op duur perkament werd hij mee in deze theologie opgezogen. Hus leefde ook voort als strijder van de Tsjechische zaak tegen de Duitsers. Hij is daarom een proto-nationalist genoemd. Voor hem was de Tsjechische taal heilig en moest het volk ook in haar eigen moedertaal de Bijbel kunnen lezen. Naast het theologisch werk waarmee hij de meeste faam verwierf,  heeft Hus een blijvend stempel gedrukt op de Tsjechische maatschappij. Deze academicus, die een voorliefde had voor de Tsjechische taal, komt dan ook de eer toe de háček te hebben geïntroduceerd in het Tsjechische alfabet. De reden daarvoor was waarschijnlijk een economische: Hus leefde in de periode voor de boekdrukkunst, en perkament was duur. Het scheelde ruimte en dus geld om š te kunnen schrijven in plaats van sh, of đ in plaats van dzj. In deze Tsjechische spelling heeft Hus een volledige bijbelvertaling verzorgd.

Centraal in Wycliffes theologie stond het geloof in een “heilige universele kerk” die los stond van de Katholieke Kerk, predestinatie, de verwerping van het gezag van priesters (zeker als deze een doodzonde hadden begaan), en een verwerping van de autoriteit van de paus – en met name diens wereldlijke ambities (bijvoorbeeld de Inquisitie). Bij het Tsjechische publiek sloegen de denkbeelden van Wycliffe in als een bom en Hus speelde hierin de rol van popularisator. Reeds in 1399 kon men de doctrine van Wycliffe betreffende het Laatste Avondmaal van Jezus Christus verspreid vinden tot Praag. Zelfs nadat deze theorieën verboden werden in 1403 preekte en onderrichtte Hus het ook, hoewel het mogelijk is dat hij eenvoudig het herhaalde zonder het te bepleiten. Maar de doctrine werd gretig door de radicale partij, de Taborieten gepakt, die het centrale punt van hun systeem maakte. De taborieten, genoemd naar hun voornaamste basis de Boheemse stad Tábor, zijn als navolgers van het gedachtegoed van Johannes Hus radicaler en verwerpen veel meer als on-Bijbels dan Johannes Hus ooit heeft gedaan. Uit hun beweging werden ook formaties gevormd  rond 1450 die de “broeders van de wet Christus” of ook wel “broedergemeenschap” of “Boheemse broeders” werden genoemd (later ook  Evangelische Broedergemeente). Deze groep richtte zich voornamelijk op het voorbeeld van de eerste christenen.

Volgens hun boek is de Kerk niet die hiërarchie die algemeen is aangesteld als Kerk; de Kerk is het volledige lichaam van diegenen die van eeuwigheid vooraf is bepaald voor redding. Christus, niet de paus, is haar hoofd. Voor hen was het geen artikel van geloof dat zij die één die paus was zouden moeten gehoorzamen om gered te worden. Noch intern lidmaatschap in de Kerk noch kerkkantoren en waardigheid konden een borg zijn voor die personen in kwestie leden van de ‘ware’ Kerk waren.

Hus was kritisch op misstanden binnen de Katholieke Kerk. De belangrijkste grieven die Hus aan de kaak stelde, waren de wijdverbreide simonie of het verhandelen door middel van koop, verkoop of ruilhandel van geestelijke zaken, corruptie, de handel in relieken en aflaten waarbij door middel van een handeling of betaling de kwijtschelding van tijdelijke straffen (penitentie) voor zonden voor God zou kunnen verkregen worden .

Hus was geen originele denker, maar wist als Rector van de Praagse Universiteit het academische proza van Wycliffe te vertalen naar krachtige, heldere boeken en preken. Hij voorkwam hierbij aanvankelijke excommunicatie, door zijn grote populariteit, en zijn machtige beschermheren (koningin Sophia). Daarbij speelde dat door de extreme verdeeldheid binnen de katholieke kerk gedurende het eerste decennium van de 15e eeuw een krachtdadige veroordeling lang uitbleef: tussen 1409 en 1414 betwistten drie pausen elkaar de bevoegdheid

Verdoemenis van Jan Hus - Jan Hus Spiezer Chronik 1485

In 1409 werd Hus geëxcommuniceerd door aartsbisschop Zbynek van Praag en in 1412 werd door de tegenpaus Johannes XXIII (niet te verwarren met de latere Johannes XXIII) het Grote Anathema of dwingende banvloek uitgesproken. Hus werd in een franciscaner klooster te Konstanz in 1414 opgesloten, waar later diezelfde paus in een cel recht over hem zou geplaatst worden door keizer Sigismund. In april 1415 ontving keizer Sigismund een petitie, getekend door 50 Boheemse edelen, waarin de keizer aan zijn Salvus Conductus werd herinnerd. In mei kwam een nieuwe petitie, nu getekend door 250 prominenten uit Bohemen, Moravië en Polen, met dezelfde strekking en het verzoek om Hus onmiddellijk vrij te laten. Keizer Sigismund negeerde de oproep, en greep niet in toen het Concilie Jan Hus tot dood op de brandstapel veroordeelde – een vonnis dat op 6 juli 1415 werd voltrokken.

Hus zijn verbranding bracht geen einde aan de voortzetting van zijn leer. Het Hussisme organiseerde zichzelf tijdens de jaren 1415–1419. Van het begin vormden zich reeds twee partijen. De belangrijkste hussitische facties waren die van de calixtijnen (later ook utraquisten) en taborieten. De hussieten streefden zowel religieuze als maatschappelijke hervormingen na. De hervormingsbeweging beïnvloedde de latere reformatie en stond aan de wieg van het Tsjechische nationale bewustzijn.

Eenheid van Broeders of Unitas Fratrum

In 1467 vormde zich een Eenheid van Broeders of de Unitas Fratrum, welke zich afscheurde van de Ultraquisten. Uit deze groepering zou na vele vervolgingen de Herrnhutters ontstaan.

Eresbuste van de stichter van de Herrnhutter Broedergemeente, Nikolaus Ludwig Graaf von Zinzendorf - 1700-1760

De Unitas Fratrum of de Evangelische Broedergemeente werden gevormd door aanhangers van de Hernhutters of de Moravische Broeders en door de broeders die volgens de regels van Jan Hus leefde, de Hussieten. Later voegden zich ook volgelingen van Nikolaus Ludwig Graf von Zinzendorf (1700-1760) er bij. Hij had namelijk voor enkele vervolgde Moravische broeders op zijn landgoed Mittelberthelsdorf (Saksen/Duitsland) de kolonie Herrnhut gesticht.  Von Zinzendorf  stelde zijn beweging “unter des Herrn Hut” (“onder de hoede van de Heer”) vanwaar ook de naam van deze beweging . Hij  was wars van allerlei onenigheid over dogmatische geloofspunten en wilde terug naar een levend en oprecht geloof in de Heer Jezus Christus. In hun spiritualiteit en liturgie is de rol van muziek bijzonder groot.

Boekomslag over de Hernhutters in Zeist

Nadat Zinzendorf in 1736 naar Nederland was gekomen en enkele doopsgezinden zich bij hen hadden aangesloten, vestigden de Hernhutters zich met toestemming van de Heer van Zeist, Cornelis Schellinger in 1745 in de tuinen van Slot Zeist. Daar ontstonden het Broeder- en Zusterplein, waar heden ten dage nog het in 1768 gebouwde kerkgebouw van de Broedergemeente Zeist staat. De archieven van de Nederlandse tak van dit kerkgenootschap bevinden zich te Utrecht bij Het Utrechts Archief, met daarbij ook vele historische muziekpartituren. Vanuit Zeist opereert sinds 1793 het Zeister Zendingsgenootschap, dat onder andere het geloof in Suriname verspreidde.

In 1742 volgde de Hernhutternederzetting Niesky.

De Evangelische Broedergemeente heeft wereldwijd 825.000

In 1501 drukte de Unitas Fratrum het eerste protestantse hymnen boek.

Doorheen al de onderlinge tegenwerkingen bleven er broeders op staan dat de boodschap van de bergrede het voornaamste bindingspunt der Christenen moest zijn. Erasmus predikte ook zo de liefde tot God en de naaste, geduld en verdraagzaamheid. Zij verwierpen de kinderdoop en hebben een symbolische opvatting van het breken van het brood.

Men krijgt Christenen die zich dan ook laten herdopen en deze vredepredikers bij treden. Uit de wederdopers groeiden verscheidene soorten Baptisten.

Verscheiden broeders bleven zich verzetten tegen de gedachte dat de Geest een persoon in kwestie zou zijn. Zij stichtten gemeenschappen in Engeland, het westen van Canada, Paraguay en de Amerikaanse staat South Dakota.

In de 17° eeuw waren er verscheidene Hutterriaanse Broederschappen in Moravië. Omdat hun geloofsbelijdenis niet werd “gedekt” door de Lutherse, Katholieke of een andere door de overheid aanvaarde belijdenis, waren de leden van de broedergemeenten steeds weer mikpunt van uitsluiting en soms ook vervolging. Vervolging dreef hen meer oostwards en deed hen nestelen in Rusland. In 1874 emmigreerde een groep met Russische Mennonieten naar de Verenigde Staten van Amerika.

De mennonieten ontlenen hun naam aan Menno Simons (ca. 14961561), die veel had gedaan om het slechte bericht dat de Münster-affaire in Nederland had achtergelaten, uit te wissen. Menno stierf in 1561. Op het ogenblik worden de mennonieten in Europa en Noord-Amerika aangetroffen, te zamen met de Amise-mennonieten. De Ammann-mennonieten, naar de Elzas voorman Jacob Ammann kregen het zwaar te verduren in de Elzas. In tegenstelling tot de Bijbelstudenten groepering die vond dat het Laatste Avondmaal maar één keer per jaar moest gevierd worden vond hij dat het tweemaal per jaar kon worden bediend (sacramenten waren niet zo populair bij de wederdopers). Ook wilde hij dat gemeenteleden die een zonde hadden begaan aan de Meidung moesten worden onderworpen. Dat betekende dat zo iemand radicaal werd buitengesloten en geen contact meer mocht hebben met de groep.

Omdat men in Zwitserland ruimer van opvatting was dan Ammann, en hij geen duimbreed wilde toegeven, scheidde hij zich af. Van de 69 voorgangers kozen er 27 voor Ammann. De Amish van tegenwoordig zijn de afstammelingen van de aanhangers van Jacob Ammann; hun naam getuigt ervan. De Ammann-mennonieten kregen het zwaar te verduren in de Elzas. Ze werden Häftler (haften = hechten, blijven zitten) genoemd, omdat ze hun kleding met haken en ogen sloten (de ouderwetse haken en ogen waren goed genoeg), in tegenstelling tot de andere mennonieten, de knopendragers of Knöpfler (Knopf = knoop).  Ook verbood Ammann het bijknippen van de baard.

Elmendorf Christian Community of de Hutterieten Christengemeenschap Ons Thuis, Ploegen met paarden

Sinds de dood van hun stichter Jakob Hutter in 1536 bracht het geloof van de Hutterites, die voornamelijk in een gemeenschap van goederen en absoluut pacifisme leven, een honderdjarige odyssee door vele landen. Bijna uitgestorven in de 18de en 19de eeuwen vonden de Hutterites een nieuw huis in Noord-Amerika. Over 125 jaren groeide hun bevolking van 400 tot rond 42.000.  In 2003 hadden de Broedergemeenten wereldwijd 762.000 leden in 30 landen. In Nederland heeft de Broedergemeente vooral veel aanhang onder Surinaamse Nederlanders. Er zijn gemeenten in Amsterdam (2), Arnhem, Den Haag, Noord-Holland (Haarlem), Rotterdam, Utrecht, Zaandam en Zeist. Samen hebben deze ongeveer 20.000 leden. Als een van de weinige kleine kerkgenootschappen in Nederland is de Evangelische Broedergemeente door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschaperkend als aparte schooldenominatie. Er zijn basisscholen van de Broedergemeente in Almere (“De Hernhutter”), Amsterdam-Zuidoost (“Crescendo”) en Zeist (“Comenius”, deels protestants-christelijk).

In het huidige amerika en Canada vindt men nog Hutterieten als de Hutterische Brethren en Mennonieten, waarvan de meeste wel trinitarisch zijn.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

Anabaptisten

De Lyonese koopman, Petrus Waldo (of Waldus, ook Valdez)(ca. 1140-1206) las in het evangelie volgens Mattheus 19:21 dat Jezus een rijke jongeman opdraagt al zijn bezit te verkopen ten bate van de armen. Waldo raakte hiervan zo onder de indruk dat hij besloot dit voorbeeld te volgen. Hij gaf zijn bezit aan de armen en ging prediken. Gelijkaardig aan de arme priesters van Engeland vindt hij dat een goed christen een bezitloos en arm leven moet leiden.

Petrus Waldo

Waldes’ volgelingen trokken rond op sandalen in de Provence, Languedoc, Sicilië en in de dalen van Piemonte bij Torino, waarbij mannen èn vrouwen predikten.  Hier komt duidelijk de opvolging van Christus leer om te prediken naar voor, waarbij er totaal geen sprake is van een geestelijke hiërarchie. Het zijn allemaal Broeders van Christus die Jezus’ voorbeeld navolgen en de Blijde boodschap verkondigen. Omdat zij dit als leken deden, veroordeelde de paus paus Lucius III hen op het concilie van Verona in 1184 als ketters. Hij herhaalde dit op het concilie van Lateranen in 1215 nog eens. Doordat ze in de ban werden gedaan, werden ze eeuwenlang vervolgd en werden tienduizenden Waldenzen vermoord. Toch nam hun aantal toe in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Aanvankelijk werden zij gesteund door de Zuid-Franse adel, die zich op deze wijze los wilde maken van de koning van Frankrijk. Het meest bekende bloedbad is dat van Mérindol en Cabrières in de Zuidelijke Luberon in 1545. Door het Edict van Nantes uit 1598 kregen de protestanten in Frankrijk godsdienstvrijheid, maar Lodewijk XIV herriep dit edict in 1685, waardoor er opnieuw een verdrukkingsgolf ontstond. Er werd een kruistocht tegen de Waldenzen gericht. Ze verborgen zich echter in de dalen van de Alpen, ten zuidwesten van Turijn. De groep telde ongeveer 700 mensen. Het koninklijk leger probeerde hen daar te verslaan, waarna er slechts 250 mensen over waren.

Pijniging van Waldenzen te Atrecht, Luyken, Casper (1672-1708) 1700 prent

Als ernstige Bijbelonderzoekers en Bijbelgetrouwen vonden de Waldenzen dat zij zich niet mochten verzetten met geweld en verwierpen de wapendracht. Zij wensten ook geen eden af te leggen en onthielden zich van en allerlei kathaarse theorieën en kerkelijke gewoonten zoals aflaatpraktijken en het opdragen van missen voor de overledenen.

Uit de Waldenzen ontstonden doopsgezinde broeders. Omstreeks het jaar 1525 traden de anabaptisten voor het eerst op de voorgrond, en wel in Zürich (Zwitserland). Vanuit die stad verbreidden hun geloofsovertuigingen zich snel naar veel delen van Europa. De vroege zestiende-eeuwse Reformatie had enkele veranderingen teweeggebracht, maar naar de mening van de anabaptisten was men niet ver genoeg gegaan. De doopsgezinden waren onafhankelijke Broeders in Christus. Doordat er geen hierarchie was of een algemeen besturend orgaan vormden zij een  beweging met een groot aantal verschillende groepen met eigen theologische opvattingen. Doch kan men stellen dat de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van de dopers de opvatting is dat wedergeboorte de voorwaarde is voor het toedienen van de doop. Om wedergeborente kunnen worden moet men besef hebben van wat men gedaan heeft.  Als men het leven is ingegaan is men geboren, maar als men tot Jezus Christus komt en zich wil overgeven aan God kan men tot een wedergeboorte komen. Met volheid van verstand kan men enkel die keuze maken. Daarom kan men alleen volwassenen dopen. Omdat men zelfs aan iemand die als baby was gedoopt verzocht zich te laten “herdopen”, gaf men hun de naam „anabaptisten”, wat „wederdopers” betekent.  (Matthéüs 28:19; Handelingen 2:41; 8:12; 10:44-48)

Groepsdoop in een rivier van de Anabaptisten, schilderij van Jeanron

De onafhankelijke opstelling, in het verlengde van de gedachte van de Waldenzen en “poor priests” of “arme priesters” maakte dat zij ook een kerk zagen als een vereniging op basis van vrijwilligheid, los van invloed van de staat, waartoe mensen als zij tot de jaren van verstand waren gekomen konden toetreden. Zij die gedoopt waren moesten dit doopsel ook tot uiting brengen in hun geloof en hun daden. Zij moesten geen academisch geschoolde theologen worden, maar het prediken moest in hun hart en op hun tong liggen. Op deze punten braken de dopers met de middeleeuwse traditie waarin de samenleving gezien werd als een christelijke maatschappij (het corpus christianum) en liepen zij vooruit op de moderne scheiding van kerk en staat.

In hun verlangen tot de christelijke leer van de eerste eeuw terug te keren, verwierpen zij meer van het rooms-katholieke dogma dan Maarten Luther en andere hervormers hadden gedaan.

„Voor de anabaptisten was de ware Kerk een gemeenschap van gelovigen”, schrijft dr. R. J. Smithson in zijn boek The AnabaptistsTheir Contribution to Our Protestant Heritage.Als zodanig beschouwden zij zich als een vereniging van gelovigen binnen de gemeenschap als geheel, en in het begin kenden zij geen speciaal opgeleide of betaalde predikanten. Evenals Jezus’ discipelen waren zij rondtrekkende predikers die steden en dorpen bezochten en de mensen aanspraken op de markt, in werkplaatsen en in huizen. (Matthéüs 9:35; 10:5-7, 11-13; Lukas 10:1-3). Voor hen moesten er geen speciale kerkgebouwen zijn om God te aanbidden en kon dat even goed in een schuur gedaan worden, wat dan ook meermaals gebeurde om de vele volgelingen op te vangen.

Anabaptist martelaar Maria van Beckum haar broeders vrouw, 1554

Men ging ervan uit dat elke anabaptist persoonlijk rekenschap verschuldigd was aan God, dat hij een vrije wil bezat en zijn geloof door middel van zijn werken toonde maar toch wist dat redding niet alleen door werken werd verkregen. Als iemand tegen het geloof zondigde, kon hij uit de gemeente worden geworpen, want voor hen was het belangrijk dat de gehele gemeenschap zuiver bleef. Verschillen in opvatting over de omgang met zondaars en de mate van wereldmijding leidden tot een grote versplintering van de beweging. Herstel volgde alleen nadat oprecht berouw was getoond. (1 Korinthiërs 5:11-13; vergelijk 2 Korinthiërs 12:21).

Net als de vroege christenen werden ook de anabaptisten niet begrepen. En net als de vroege christenen werden zij beschouwd als personen die de gevestigde maatschappelijke orde verstoorden en ’de bewoonde aarde ondersteboven keerden’ (Handelingen 17:6). In Zürich kantten de autoriteiten, die aan de zijde stonden van de hervormer Huldrych Zwingli, zich vooral tegen de anabaptisten omdat zij de kinderdoop verwierpen. In 1527 brachten zij Felix Mantz, een van de anabaptistische leiders, op wrede wijze door verdrinking om het leven en vervolgden zij de Zwitserse anabaptisten zo hevig, dat zij bijna werden uitgeroeid.

In Duitsland werden de anabaptisten zowel door de katholieken als de protestanten hevig vervolgd. Een keizerlijke verordening, die in het jaar 1528 werd uitgevaardigd, bepaalde dat een ieder die anabaptist werd, zonder enige vorm van proces ter dood gebracht zou worden. De vervolging in Oostenrijk deed de meeste aldaar woonachtige anabaptisten hun toevlucht zoeken in Moravië, Bohemen en Polen, en later in Hongarije en Rusland.

Toen zo veel oorspronkelijke leiders stierven, was het onvermijdelijk dat extremisten op de voorgrond traden. Zij brachten een onevenwichtigheid met zich mee die aanleiding gaf tot veel verwarring en tot gevolg had dat men de maatstaven die men in de beginperiode had gehanteerd, liet varen. Dit trad op tragische wijze aan het licht in het jaar 1534, toen de extremisten met geweld het stadsbestuur van Münster (Westfalen) overnamen. Het jaar daarop werd de stad na veel bloedvergieten en martelingen heroverd. Deze episode strookte niet met de werkelijke anabaptistische leer en heeft er veel toe bijgedragen hen in diskrediet te brengen. Sommige gelovigen trachtten zich van de naam anabaptisten te ontdoen door zich „baptisten” te noemen. Maar welke naam zij ook kozen, zij werden toch nog het slachtoffer van oppositie en in het bijzonder van de katholieke inquisitie.

Melchior Hofmann (ca. 1500 – 1543) van oorsprong een Lutherse lekenprediker hield er chiliastische ideeën op na, wat inhield dat hij er in geloofde dat na de wederkomst van Christus een duizendjarig vrederijk en/of een paradijs op aarde zou vestigen. Met zijn apocalyptische preken en geschriften had hij grote invloed op het ontstaan van het doperse rijk van Münster in 1534 onder leiding van de door Jan Matthijs gedoopte Jan van Leiden (Jan of Johan Beukelsz van Leiden, Johann Bockelson of Johan Beukelszoon) (15091536) die het niet zo nauw nam met getrouwheid aan één vrouw en er 17 tot zich nam.

Melchior Hofmann

De Haarlemse bakker Jan Matthijs (ook bekend als Jan Matthias, Johan Mathijszoon) (ca. 15001534) was rond 1520 door toedoen van Melchior Hoffman wederdoper geworden. Deze laatste had Matthijs met zijn toekomstvisioenen geïnspireerd. Nadat Hoffman gevangen was gezet werd Matthijs een vooraanstaand leider bij de wederdopers. Hij stuurde Jan van Leiden als apostel naar Münster om de wederdopers aldaar te ondersteunen. De geweldloosheid die Hoffman had uitgedragen werd door Matthijs verworpen. Hij was de mening toegedaan dat bij onderdrukking gewapend verzet geoorloofd was. Met Jan van Leiden en Bernhard Rottmann probeerde hij in Münster een “Duizendjarig vrederijk” te stichten, dat nog geen twee jaar duurde.

Hofmann, die rondreisde in Oost-Friesland en Holland tot 1532 als prediker, wist daar de grondslag te leggen voor een sterke doperse beweging en zijn ideaal van de geweldloosheid werd overgenomen door de latere Friese doperse leider Menno Simons (ca. 14961561), een voormalig rooms-katholiek priester die door heel het Duitse taalgebied christelijke gemeenten oprichtte. deze ging ook uit van het zuivere apostelschap van de christelijke gemeente die volledig zuiver moest gehouden worden, ‘zonder vlek of rimpel’ (Efezen5:27) . Zijn volgelingen worden nu als oudste nog bestaande doperse kerk beschouwd en zijn gekend origine Doopsgezinden. Die mennonieten of mennisten vallen op door hun ouderwetse kledij en gebruiken omdat zij alle hedendaagse ‘onnatuurlijke” hulpmiddelen afzweren. Het streven naar een geweldloze wereld, het weigeren van de eed en de persoonlijke belijdenis van mondige mensen, in plaats van het onderschrijven van de door de kerk vastgelegde teksten is gebleven. Zij kennen noch steeds geen ambtsdragers zoals er ook geen zijn bij de Christadelphians, waar ook niets moet maar mag. De predikanten worden beschouwd als gewoon lid van de gemeente te midden van alle anderen. In 2004 waren er ongeveer 1 miljoen mennonieten en 1,5 miljoen in 2006 met de grootste groeperingen in Canada, de Democratische Republiek van Congo and the Verenigde  Staten van Amerika.

Ten slotte emigreerden groepen anabaptisten, op zoek naar meer vrijheid en vrede. Op het ogenblik treffen wij hen zowel in Noord- en Zuid-Amerika als in Europa aan. Veel groeperingen hebben een zekere invloed ondervonden van hun vroege leerstellingen, zoals onder andere het door George Fox in 1649 opgerichte “Genootschap der Vrienden” dikwijls beter gekend onder de naam Quakers.Verder baptisten en de Plymouth Brethren. De quakers delen de door de anabaptisten gekoesterde haat ten opzichte van oorlog en de gedachte van leiding door een ’innerlijk licht’.

Not a mennonite

Mennonitische zusters

De anabaptisten bestaan thans voornamelijk voort in twee specifieke groeperingen. De eerste is die der Hutterse Broeders, genoemd naar hun zestiende-eeuwse leider Jacob Hutter. In de quakergemeenschap in Nederland, evenals elders in de wereld, bestaan verschillende affiniteiten waaronder een evangelische, vrijzinnig-christelijke en universalistische. Zoals de de minder radicale Mennonietische hoofdstroom en de Alsaser Anabaptistische  schismatise strekking van Jakob Amman (16441730) de Old Order Mennonite en de groep beter gekend onder de naam Amish (Amisch, Amische) of Amish Mennonites heeft men enkele Quaker groeperingen die het werelds genot verwerpen en een ascetisch leven nastreven. Veel Amish gemeenschappen emigreerden  vanaf 1737 vanuit Europa  naar Noord-Amerika omdat hun levenswijze in Europa vaak nauwelijks getolereerd werd. Dit gebeurde onder invloed van de uitnodiging van William Penn die ook de andere religieuze minderheden zoals Quakers en Hernhutters had gevraagd om naar zijn kolonie Pennsylvania in Noord-Amerika te komen om zich daar te vestigen. Zo’n 500 Amish gingen op deze uitnodiging in. In de 19e eeuw, als reactie op politieke (Franse Revolutie) en economische (Industriële revolutie) veranderingen, volgden nog eens 3.000 personen. Als gevolg hiervan stonden in 2005 zo’n 224.000 Amish geregistreerd in 22 Amerikaanse staten, waarvan het merendeel in Pennsylvania, Ohio en Indiana waar zij nog Pennsylvania Dutch of Pennsylvania German spreken. Dezen hebben wel districten die  worden geleid door een bisschop, enkele ministers en diaken.  Hun leden zijn wel gebonden door opgelegde strengen gemeenschapsregels: de Ordnung. Deze regels bedekken de meeste aspecten van het dagelijkse leven en omvatten verboden of beperkingen op het gebruik van elektrische leidingselektriciteit, telefoons en auto’s evenals voorschriften op kledij. Alsook wordt er de voorkeur gehouden zich afstandelijk te houden van de rest van de wereld. Behalve voor een tijdelijk moment wanneer de jongeren voor de beslissing om over te gaan tot hun doop even in de wereld worden losgelaten om zo hun keuze te bepalen. Deze kennismaking met de rest van de wereld tijdens adolescentie wordt rumspringa (Rumschpringe of Rumshpringa) of “rondlopen” genoemd. Niet alle amishe mennonieten gebruiken deze term (in de verlengde discussie over adolescentie treft men het niet aan bij die van Hostetler) , maar in groepen die het wel doen wordt deze tijd door de amishe ouderen aanschouwd als een tijd voor verkering en het vinden van een echtgenoot/echtgenote. Bij de Amish die zich verzette tegen autogebruik werd de Groffdale Conferentie mennonietische  Kerk of Groffdale Conference Mennonite Church (die ook naar Bisschop Joseph Wenger is genoemd). De rest van de Weaverland Conferentie is gekend onder de naam Horning Church of “Black-bumped Mennonites” (Zwart-Verdrongen mennonieten) voor hun vroegere gewoonte om van hun gekochte auto’s het opzichtige chroom met zwarte verf te verdoezelen.

Mennonitisch zusters anno 2011 zonder gordel

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Vredelievende waarheidzoekers.

De jodenconversos (bekeerlingen) genoemd, en Moren die zich in de 14de eeuw, dikwijls uit de angst voor het antisemitisme en de pogroms van juni 1391,  tot het christendom hadden bekeerd bleven dikwijls in het geheim trouw aan het voorvaderlijk geloof. Het waren mensen die wilden vasthouden aan het geloof in één enkele God en niet in de drie godheden waartoe de ‘mainstream’ van het Christendom was naar over gegaan. Maar over geheel Europa zo wel als Azië bleven er broeders en zusters in Christus het geloof in de Ene Ware God verkondigen. Deze gelovigen wensten niet toe te geven aan de Drievuldigheidsgedachte en legden zich er op toe hun geloofsregels uit de Bijbel te halen in plaats van menselijke regels op te volgen.

Ook al mag godsdienst gebaseerd zijn op openbaringen door niet empirisch of ‘zuiver rationeel’ aantoonbare persoonlijkheden of actoren (God, goden, geesten, engelen etc.), is het waarheidsbegrip ook nauw verweven met dergelijke bovennatuurlijke openbaringen. Volgens de navolgers van christus kwam het er op aan Jezus ten volle na te volgen en zich te houden aan de Oude Geschriften, naast de verrijking van de evangeliën en brieven van de apostelen. Inzicht in de waarheid kon volgens hen volkomen verkregen worden door de bestudering van dit Oude Testament en het Nieuwe Testament. Veel dogmatische en bevindelijke theologieën gingen en gaan er nog steeds van uit dat de Bijbel als woord van God onfeilbaar juist is, ook vanuit historisch perspectief.

Spiritueel verlichte personen trachtten anderen het Licht te laten zien door de kennis van het Woord van God te vergroten. Een groot probleem hierbij was wel dat de Rooms Katholieke Kerk zich verzette tegen de kennis van de Heilige Schrift. Volgens hun geestelijke leiders waren de mensen niet opgewassen tegen de inhoud van die geschriften. De kennis van de Heilige Schrift zou echter ook bepaalde onschriftuurlijke regels blootleggen.

De bisschop van Rome was in het westen de “primus inter pares” (=”de eerste onder de gelijken”) geworden. Deze had meer en meer gezag gewonnen als hoofd van de Kerk, hoewel de gelovigen in het Griekstalige Oosten zich meer oriënteerden op de patriarch van Constantinopel en de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed bleven houden.
In de loop van de 10e eeuw had de keizer van het Duitse Rijk gaandeweg de verregaande bevoegdheid verworven om bisschoppen te benoemen (dit werd symbolisch tot uitdrukking gebracht bij de ambtsaanvaarding waar de bisschop uit handen van de vorst de investituur (=bekleding) ontving, die bestond uit een ring voor zijn geestelijke taak en een staf voor zijn wereldlijke arbeid). Dit was voor veel geestelijken vanzelfsprekend een buitengewoon onverkwikkelijke zaak: tijdens de 11e eeuw  was er daarom een hervormingsbeweging op gang gekomen, de zgn. Gregoriaanse hervorming, onder meer in de abdijen van Gorze en Cluny, die de invloed van de wereldlijke macht op de benoeming van de bisschoppen wilde uitbannen. De Katholieke Kerk wenste haar macht uit te breiden en verlange ontegensprekelijke gehoorzaamheid en volgzaamheid. Met de investituur op straffe van excommunicatie kon paus Gregorius VII (ca. 1020/1025-1085) het kerkelijk gezag aan de wereldlijke macht ontnemen en het primaat van de Kerk verstevigen. er kwam een hele Investituurstrijd op gang. Er waren niet alleen problemen tussen de keizers en koningen; ook in de tweede helft van de dertiende eeuw waren er verscheidene conflicten met invloedrijke Romeinse families die aanleiding gaven voor de pausen om uit te wijken naar verschillende andere Italiaanse steden, onder andere Viterbo, Orvieto, en Perugia. Paus Bonifatius VIII (1294-1303) raakte door zijn bemoeienissen met wereldse zaken en door zijn claim op de hoogste positie binnen Europa in een ernstig conflict met Filips de Schone van Frankrijk. Er ontstond een machtsvacuüm in Italië en de strijd tussen rivaliserende steden en machtige families bedreigde de macht van de paus over de Kerkelijke Staat en de stad Rome zelf. Men had de Franse paus Clemens V (1305-1314) en Robert van Genève (1342–1394), de bisschop van Kamerijk, die tot tegenpaus Clemens VII werd verkozen tegenover de aartsbisschop van Bari, Bartolomeo Prignano (ca. 1318–1389) paus Urbanus VI.  De zogenaamde onfeilbare pausen begonnen nu driftig elkaars besluiten nietig te verklaren en elkaars volgelingen te excommuniceren. Om de ontstane impasse te doorbreken en een nieuwe kerkelijke scheuring te voorkomen werden tijdens het Concilie van Pisa (1409) de twee rivaliserende pausen afgezet en werd de aartsbisschop van Milaan Petrus van Candia (1340-1410) tot de nieuwe paus, en bijgevolg het hoofd van de heilige katholieke kerk, gekozen. dit leidde echter niet tot een afdoende oplossing en creëerde zelfs het bestaan van drie regerende pausen. Het Concilie van Konstanz (1414-1418) maakte aan deze delicate situatie echter een einde: de eerste paus trad af, de tweede paus werd gedwongen zijn aanspraak op de zetel van Petrus in te trekken en de derde paus: de voortvluchtige tegenpaus Johannes XXIII (ca. 1370-1419) (niet te verwarren met de latere paus Johannes XXIII), de opvolger van Alexander V (die na een kort pontificaat van slechts tien maanden was overleden), werd opgepakt en gevangengezet en pas na het concilie weer vrijgelaten, zodat er nu tot vreugde van de Kerk een nieuwe paus gekozen kon worden: de kardinaal-diaken van de San Giorgio in Velabro Oddone Colonna paus Martinus V (1417-1431).

De Bijbelstudent Nicholas Van Hereford of Nicholas of Herford, (stierf c. 1420, Coventry, Warwickshire, Eng.), was een theologische geleerde en voorstander van de Engelse hervormingsbeweging binnen de Romeinse Kerk die later terugkwam op zijn onorthodoxe overzichten en deelnam aan de repressie van andere hervormers.

Nicholas of Hereford en John Wycliffe die de "arme priesters" de Bijbel vertaling meegeven

Nicholas werd in 1370 aangesteld en ontving later een doctoraat van Oxford in theologie (1382) . Terwijl studeerde aan Oxford werd hij door Wycliffe (ca. 1328/1330–1384) , de stichter van een evangelische christelijke groep Lollards, beïnvloed. Hij ontwikkelde de hervormingstheologie van Lollardism verder door in zijn eigen preken. Ook hij gaf de administratieve luxe aan en bevestigde het recht van iedere Christen om zijn persoonlijk geloof door meditatie op de Bijbel te vestigen. Hij en Wycliffe, samen met andere Lollards, werden voor hun zienswijze veroordeeld en werden opgeroepen om te verschijnen voor de Aartsbisschop van Canterbury zijn rechtbank in 1382. Toen zij weigerden te verschijnen, werden zij geëxcommuniceerd.

Nicholas geloofde met de vertaling van het Oude Testament toegerust te zijn. Deze Hebreewse Geschriften in de Engelse vertaling werden door hem in 1382 vervolledigd. Het is goed mogelijk dat de gekende Wycliffe Bijbel eigenlijk meer gebasseerd is op Nicholas’ zijn onderzoekswerk en studie van de oude geschriften. Namelijk uitgaande van Nicholas van Hereford’s vertaling bracht Wycliffe meerdere Engelstalige bijbels in omloop. Al liep deze vertaling zeer veel kerkekelijke tegenstand op vond zij haar weg door het koninkrijk Engeland.  In 1408 besloot een synode van klerken bijeengeroepen door de aartsbischop van Arundel te Oxford om een verbod op te leggen op de de vertaling en het gebruik van de Bijbel in de spreektaal. Ook al werden er strenge maatregelen getroffen leek het een maat voor niets want de verbreiding zette zich gestaag door. In de loop van de volgende eeuw zou de overgetekende versie van Wycliffe de enige Engelse Bijbelversie zijn. Hij behaalde een wijdverspreide populariteit en met meer dan 200 overgebleven manuscripten kunnen wij het bewijs zien van deze meest gekopieerde Bijbelvertaling tussen 1420 en 1450.

Bij zijn excommunicatie verzocht Nicholas onmiddellijk paus Urbanus VI zijn geval te bekijken, maar hij werd opnieuw veroordeeld en werd tot gevangenschap voor het leven veroordeeld. Hij ontsnapte tijdens een populaire opstand tegen de Paus in juni 1385, maar werd door de Aartsbisschop van Canterbury gevangen genomen bij zijn terugkeer naar Engeland. Hij werd onderworpen aan een strenge behandeling in het Kasteel van Saltwood, Kent (1388–89), en er werd de hand gelegd op zijn schrijven op bevel van Koning Richard II die de geschriften, tijdens Nicholas gevangenschap in Saltwood Kasteel, liet vernietigen, hoewel documenten van de periode zijn Bekentenis van 1382 bewaren en andere openbare verklaringen van zijn geloof .

Onder druk herriep hij zijn geloof in 1391 en werd koninklijke bescherming gegund. Hij werd als theologische ondervrager van verdachte ketters aangesteld. Kroniekschrijvers van zijn tijd halen aan dat hij krachtig discussieerde met zijn voormalige Lollard collega’s . Hij werd aangesteld als kanselier van Hereford Kathedraal (1391) en in 1395 werd hij kanselier van Sint Paulus te Londen. Van 1397 tot 1417 was hij schatmeester aan Hereford; kort voor zijn dood trad hij van de post af en ging een kartuizer klooster binnen.

John Wycliffe in his study

John Wycliffe in zijn bureau

John Wycliffe, de Oxfordse doctor in de theologie (1360 Balliol college & later universiteit) en pastoor te Lutterworth, waar hij ook geïnteresseerd geraakte in de politiek, wilde de wijsbegeerte terugbrengen tot de Bijbel en de kerkvaders. Hij was er zich bewust van dat de Kerk een aardse bedoening was, die eigenlijk geen aards bezit mocht hebben. De goederen die zij bezat diende zij terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren, wat Wycliffe veel steun bezorgde van de Engelse adel.
De aardse kerk als instituut had geen invloed op de uitverkiezing van gelovigen en door God uitverkorenen. Hij vocht aan wat er door de eeuwen gegroeid was van scheiding en ontstane hiërarchieën.  Wycliffe keerde zich tegen de kerkorganisatie, tegen de pausen, priesters en religieuze orden. Volgens hem mochten zij die het Woord van God wensten verkondigen zich niet hechten aan materie of positie en was er dus geen rangorde in de organisatie van volgelingen van Christus.  Zij die Jezus lief hadden zouden ook datgene moeten doen wat Jezus van hen vroeg. De prediking van Jezus moest verder verkondigt worden door mensen met een eenvoud van karakter en zonder winstbejag. De “poor preachers” werden door Wycliffe uitgezonden om het evangelie in de eigen landstaal te verkondigen. Ook al werd hij door de koning en het Engelse parlement graag gezien werd hij door paus Gregorius XI openlijk aangeklaagd. Hij werd gewraakt en in 1377 liep er een arrestatiebevel tegen hem, maar hij werd toen niet in Engeland opgepakt. In 1382 werden zijn werken door de synode van London veroordeeld en werden zijn geschriften te Oxford verbannen.

“The King’s English”  had het Frans verdrongen en kon als verstaanbare taal naar de burgers toegebracht worden. Met deze taal en de versie van het volk, wenste hij het Boek der Boeken tot het volk te brengen. Na zijn dood zijn de “Lollards” in de geest van Wyclif verder gegaan met het preken in de volkstaal. De Engelse theoloog, priester en bijbelvertaler William Tyndale (ca. 1494–1536) of William of Tindale reisde in 1525 naar Keulen, Worms en Marburg waar hij het mogelijk zou maken dat de Engelsen de Heilige Schrift ook in hun eigen taal zouden kunnen gaan lezen. Tyndale was de eerste om aanzienlijke delen van de Bijbel in het Engels te vertalen, voor een amateurlezerspubliek (Worms 1526) . In 1529 hielp Miles Coverdale (1488?-1569) hem in Hamburg de Pentateuch te vertalen. Terwijl er reeds enkel gedeeltelijke en volledige vertalingen van de Bijbel waren gemaakt van af de zevende eeuw en in het bijzonder tijdens de 14de eeuw, was de Tyndalevertaling de eerste Engelse vertaling  rechtstreeks uit het Hebreeuws en uit de Griekse teksten. In de vertaling werd voor het tetragrammaton YHWH en de klinker van adonai: YaHoWaH gekozen voor het plaatsen en aldus kenbaar maken van de Naam van God: Jehovah. Verdere werden ook andere nieuwe woorden in het Engels gebracht zoals: Passover en Atonement en uitdrukkingen als het zout der aarde: salt of the earth. Ook was het de eerste vertaling die gebruik maakte van het nieuwe communicatiemiddel der drukkunst. Deze nieuwe vermenigvuldigingsvorm gaf de mogelijkheid om voor een wijde distributie te zorgen. Dit werd als een rechtstreeks uitdaging genomen  naar de hegemonie van zowel de rooms-katholieke Kerk als de Engelse kerk en staat. Aan zijn wijze van vertalen en ook aan zijn aantekeningen is de invloed van Luthers leer duidelijk te merken. In Engeland verzette de geestelijkheid zich hevig tegen de vertaling van de Bijbel. Uit het vasteland binnengesmokkelde exemplaren werden in beslag genomen en verbrand op bevel van Tunstall.

Portret van William Tyndale

De katholieke geestelijkheid verdroeg niemand die haar positie betwiste en kon het helemaal niet op prijs stellen dat er predikers waren die de mensen lieten horen wat er werkelijk in de Bijbel stond. Op de vlucht voor de kerkelijke achtervolgers ging Tyndale naar het boekdrukcentrum Antwerpen, waar hij bij de uit Frankrijk afkomstig drukker en uitgever Merten de Keyser (Martin Lempereur, Martinus Caesar, Martyne Emperowr)(?-1536), die een volledige Franse druk van de Bijbel maakte, een herziening van zijn Nieuwe Testament (1534), een vertaling van de Pentateuch en verscheidene theologische geschriften het licht liet zien. Merten de Keyser had ook in het Nederlands het Nieuwe Testament uitgegeven in 1525 (Dat nieuwe testament ons heeren Jesu Christi met alder neersticheyt oversien, ende verduytst), psalmboeken, en ander religieus werk. Zijn wapenschild is opgenomen in de tweede complete Nederlandstalige Bijbel van zijn collega Willem Vorsterman in 1528 in Antwerpen; dit wijst op een vorm van samenwerking tussen twee drukkers in dezelfde straat. In 1534 verzorgde hij ook de herziening van de Latijnse Vulgaat door Robert I Estienne (Robert Etienne, Robert Stephens, Robertus Stephanus) (1503 – 1559).

Vanuit Antwerpen kon Tyndale met de Keyzer het vervoer van zijn boeken verzorgen, een onthaaldienst voor Engelse vluchtelingen organiseren en de politieke verwikkelingen in Engeland op de voet volgen via informanten. Voor de Engelse markt drukte Merten de Keyser in 1528 William Tyndales The obedience of a Christen man, en in 1530 diens The practyse of Prelates alsmede diens vertaling van de Pentateuch. Tyndales Exposition of the fyrste Epistle of seynt Ihon kwam van onder de persen in 1531 waarna George Joyes vertaling van Isaiah, en Tyndales vertaling van Jonah volgden. Reeds in 1534 kon er een tweede herziene druk van Tyndales Bijbel voorzien worden. Ook publiceerde de Keyzer dan Joyes nieuwe uitgave van de Davids Psalmen gebaseerd op de Latijnse versie van Zwingli, en Joyes vertaling van Jeremiah. Volgens een onderzoek van Guido Latré in 1997, was het ook Merten de Keyser die de allereerste complete Engelse Bijbel drukte in 1535, de Coverdale Bible, waarvan de 1539 foliouitgave “the Great Bible” de koninklijke vergunning droeg en daarom de eerste officieel goedgekeurde Bijbel vertaling was in het Engels.

William Tyndale op de brandstapel in Vilvoorde 1536

Maar ook in Antwerpen was Tyndale niet veilig voor de Inquisitie. Men nam hem daar gevangen en bracht hem naar Vilvoorde waar verscheidene mensen gefolterd werden vooraleer zij hun dood vonden op de brandstapel. Ook deze gepassioneerde waarheidszoeker vond de marteldood op 6 september 1536 door wurging en verbranding op het binnenplaats van het kasteel van Vilvoorde. Een gedenksteen in de stad Vilvoorde en een klein museum ‘William Tyndale’ bij de protestantse William Tyndalekerk aldaar (Lange Molensstraat 58, bij de Mechelse steenweg – maar een verhuis naar een andere locatie wordt voorbereid) herinneren aan zijn levenswerk en zijn gewelddadige dood als martelaar. De Tyndale Bijbel, zoals hij gekend werd ging een hoofdrol spelen in het uitspreiden van Reformatie ideeën over Europa. De vierenvijftig onafhankelijke geleerden die de Koning James Versie van de bijbel of King Jamesbijbel in 1611 creëerden tekenden beduidend op de vertalingen van Tyndale.  Een schatting stelt voor dat het Nieuwe Testament in de Koning James Versie 83% van Tyndale is en voor het Oude Testament 76%.

Wolfgang Fabricius Capito (1478–1541), Martin Cellarius (1499–1564), Johannes Campanus (ca. 1500–1575) en Thomas Emlyn (1663–ca. 1741) aanvaardden de bijbel als Gods Woord en verwierpen de Drieëenheid. Ook Henry Grew (1781–1862) en George Storrs (1796–1879) aanvaardden de bijbel en verwierpen de Drieëenheid, en tevens brachten zij waardering tot uitdrukking voor het loskoopoffer van Christus.

In 1478 werd de Spaanse Inquisitie door de Reyes Católicos van Spanje opgericht om de katholieke orthodoxie te handhaven tijdens hun heerschappij.

6 Oktober 1530

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #6 Constantijn de Grote

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Constantijn de Grote .

In 325 G.T. riep de Romeinse keizer Flavius Valerius Aurelius Constantinus of  Constantijn de Grote (272/280-337)  in de stad Nicea in Klein-Azië een concilie van bisschoppen bijeen. Zijn opzet was, de voortdurende religieuze geschillen over de verhouding tussen de Zoon van God en de Almachtige God te beslechten.

Concilie van Nicea 325

De historicus Philip Schaff merkte op dat „het meest opvallende punt” in de periode vóór het concilie van Nicea in 325 G.T. „het geloof [was] in een aan de algemene opstanding en het algemene oordeel voorafgaande en door de verheerlijkte Christus op aarde uitgeoefende zichtbare regering die duizend jaar zou duren en waarin de opgestane heiligen zouden delen”. In A Dictionary of the Bible, onder redactie van James Hastings, staat: „Tertullianus, Irenaeus en Hippolytus zien nog steeds uit naar een ophanden zijnde Advent [van Jezus Christus]; maar met de Alexandrijnse Vaders komt er een verandering in het gedachtengoed. . . . Toen Augustinus het Millennium met de periode van de strijdende Kerk vereenzelvigde, werd de Tweede Advent naar een verre toekomst geschoven.”

In 314 G.T. trachtte het concilie van Arles (Frankrijk) de Romeinse regeling door te drukken en alle alternatieven af te schaffen. De overgebleven Quartodecimanen hielden stand. In 325 G.T. riep de heidense keizer Constantijn een oecumenische synode bijeen, het concilie van Nicea, om deze en andere kwesties waardoor de belijdende christenen in zijn rijk werden verdeeld, op te lossen. Het concilie vaardigde een decreet uit waarin allen in Klein-Azië werd opgedragen zich aan het Romeinse gebruik aan te passen.[1]
Constantijn I, de Grote, was beslist een man van zijn tijd en zwichtte voor de tijdgeest en achtte het noodzakelijk religie een belangrijke plaats toe te kennen binnen het raamwerk van zijn politieke plannen. Aan het begin van zijn loopbaan had hij enige „goddelijke” steun nodig, en die konden de kwijnende Romeinse goden niet bieden. Het rijk, met inbegrip van de godsdienst en andere instellingen, verkeerde in verval, en er was iets nieuws en bezielends nodig om het weer te consolideren. De encyclopedie Hidria zegt: „Constantijn was vooral in het christendom geïnteresseerd omdat het niet alleen zijn overwinning maar ook de reorganisatie van zijn rijk ondersteunde. De christelijke kerken, die overal bestonden, werden zijn politieke steun. . . . Hij omringde zich met de grote prelaten van die tijd, en hij verlangde dat zij hun eenheid intact hielden.”

Constantijn begreep dat de „christelijkereligie — al was ze inmiddels afvallig en door en door verdorven — doeltreffend kon worden gebruikt als een vernieuwende en verenigende kracht ter verwezenlijking van zijn grootse plan om een absoluut heerser te worden. Hij nam de grondslagen van het afvallige christendom over om steun te winnen ter bevordering van zijn eigen politieke doeleinden en besloot de mensen te verenigen onder één „katholieke” of universele religie. Heidense gewoonten en vieringen kregen een „christelijke” naam. En „christelijke” geestelijken ontvingen de status, het salaris en het invloedrijke gezag van heidense priesters.

Constantinus

Constantinus

Om politieke redenen naar religieuze harmonie zoekend, bracht Constantijn iedereen die een afwijkende mening had, snel tot zwijgen, niet op basis van leerstellige waarheid maar op grond van aanvaarding door de meerderheid. De diepgaande dogmatische geschillen binnen de uiterst verdeelde „christelijke” kerk boden hem de gelegenheid als een „door God gezonden” middelaar tussenbeide te komen. Uit zijn bemoeienissen met de donatisten in Noord-Afrika en de volgelingen van Arius in het oostelijk deel van het rijk begreep hij al gauw dat overredingskracht niet voldoende was om een sterke, verenigde religie te smeden. In een poging de Ariaanse controverse op te lossen, riep hij het eerste oecumenische concilie in de geschiedenis van de kerk bijeen.

De historicus Paul Johnson zegt over Constantijn: „Een van de voornaamste redenen waarom hij het christendom tolereerde, was wellicht dat het hemzelf en de Staat in de gelegenheid stelde zeggenschap uit te oefenen over het beleid van de Kerk inzake orthodoxie en de behandeling van ketterij.”

Als de heidense Pontifex Maximus — en bijgevolg het religieuze hoofd van het Romeinse Rijk — trachtte Constantijn de bisschoppen van de afvallige kerk voor zich te winnen. Hij bood hun posities van macht, aanzien en rijkdom aan als functionarissen van de Romeinse staatsreligie. De Catholic Encyclopedia geeft toe: „Sommige bisschoppen, verblind door de pracht en praal aan het hof, gingen zelfs zo ver dat zij de keizer als een engel van God, als een heilig wezen, loofden en profeteerden dat hij, net als de Zoon van God, in de hemel zou regeren.”

Concilie van Nicaea 325 Verbranding Ariaanse boeken

Naarmate het afvallige christendom bij het politieke bestuur in de gunst kwam, werd het meer en meer een deel van deze wereld, van dit seculiere samenstel, en dreef het af van de leringen van Jezus Christus (Johannes 15:19; 17:14, 16; Openbaring 17:1, 2). Als gevolg daarvan vond er een versmelting plaats van het „christendom” met valse leerstellingen en praktijken — de Drie-eenheid, de onsterfelijkheid van de ziel, het hellevuur, het vagevuur, gebeden voor de doden, het gebruik van rozenkransen, iconen, beelden en dergelijke. — Vergelijk 2 Korinthiërs 6:14-18.

Van Constantijn heeft de kerk ook de neiging tot eigenmachtig optreden geërfd. De bijbelgeleerden Henderson en Buck zeggen: „De eenvoud van het Evangelie werd verdorven, er werden pompeuze riten en ceremoniën ingevoerd, aan de leraren van het christendom werden wereldse eerbewijzen en salarissen geschonken en het Koninkrijk van Christus werd grotendeels in een koninkrijk van deze wereld veranderd.”

De Catholische Kerk werd als de Romeinse Kerk gepromoveerd tot de Koninkrijkskerk. In de Encyclopædia Britannica wordt uiteengezet dat, volgens de theologie van Aurelius Augustinus van Hippo (354–430 G.T.), „het Koninkrijk van God al in deze wereld begonnen is bij de oprichting van de kerk” en „reeds aanwezig [is] in de sacramenten van de kerk”.

De historische feiten onthullen de waarheid achter de „grootheid” van Constantijn. In plaats van gegrondvest te zijn door Jezus Christus, het Hoofd van de ware christelijke gemeente, is de christenheid voor een deel het resultaat van het politieke opportunisme en de slinkse manoeuvres van een heidense keizer. Heel passend vraagt de historicus Paul Johnson: „Is het rijk voor het christendom gezwicht, of heeft het christendom zich met het rijk geprostitueerd?”

Vanaf het concilie van Nicea in 325 G.T. fuseerde keizer Constantijn de heidense Romeinse staatscultus met het afvallige christendom en werd hij het hoofd van de nieuwe Katholieke Kerk. De Rooms-Katholieke Kerk kan haar bestaan derhalve terugvoeren tot de vierde eeuw van onze gewone tijdrekening.

Ondertussen bleven Christelijke broeders en zusters elkaar steunen en het geloof onderhouden, niettegenstaande verhoogde tegenstand.


[1]A Short History of Christian Doctrine; A History of Christianity; Istoria tou Ellinikou Ethnous (Geschiedenis van de Griekse natie); Encyclopedie Hidria; WT 1998; Catholic Encyclopedia

De tegenpaus Hippolytus van Rome ( omstreeks 170 – omstreeks 235) leerling van Irenaeus een van de belangrijkste kerkleraren van zijn tijd. Hij verzette zich openlijk tegen de pausen van zijn tijd die hadden geopteerd om over te gaan naar een Drie-eenheidsleer, opeenvolgend Zephyrinus, Calixtus I en Pontianus, met name wat betreft de heilige drie-eenheid. Hij beschuldigde Paus Zephyrinus van modalism, de ketterij die inhield dat de namen Vader en Zoon eenvoudig verschillende namen waren voor hetzelfde onderwerp zijn. Hippolytus verdedigde de Logo’s doctrine van de Griekse Apologeten, die de Vader van de Logo’s (“Woord”) onderscheidden.

zie ook: “Saint Hippolytus of Rome.” Encyclopædia Britannica. 2010. Encyclopædia Britannica Online. 15 Aug. 2010 > Saint Hippolytus of Rome + Saint Hippolytus of Rome

Constantijns hoofddoel was stabiliteit. De religieuze en theologische geschillenwaren voor hem een doorn in het oog en een gevaar ovor de stabiliteit in zijn rijk. Daarom leek het voor hem ook zeer belangrijk dat er in de uitvoering van het geloof ook een consensus kon gevonden worden en een vrede tussen de heidenen en navolgers van Jezus Christus kon verkregen worden. Voor hem moest de zonnegod  Sol Invictus het symbool zijn van de algemene goddelijkheid.  Het labarum dat als symbool werd aangebracht op de soldaten hun schildenen en het ermee geassocieerde motto in hoc signo vinces (in dit teken zal je overwinnen) zou volgens de overlevering aan Constantijn zijn verschenen in een visioen toen hij in Saxa Rubra was, tot welk Constantijn zijn overwinning toeschreef aan de god van de christenen.

De eenheid of katholiciteit der religies die Constantijn I op het oog had bracht mee dat die gemeenschap van gelovigen die zich profileerde als De Kerk sinds het Eerste Concilie van Nicea in 325 in haar officiële documenten de term ‘Katholieke Kerk’ staande voor Algemene Kerk of Universele Kerk, ook in de documenten van de twee laatste oecumenische concilies ging gebruiken.  Constantijn gaf de paus het Lateraanse paleis, dat jarenlang de pauselijke residentie zou zijn, naast de basiliek San Giovanni in Laterano. Dit paleis werd het bestuurscentrum van de Katholieke Kerk. Ook werd hier de synode van Lateranen gehouden, waar Caecilianus werd vrijgesproken van de aanklacht dat hij de onrechtmatige bisschop van Carthago was. Zijn tegenstander Donatus werd schuldig bevonden aan ketterij, evenals zijn aanhangers, de donatisten. Het begrip ‘rooms-katholiek’ dat wij ook meermaals gebruiken is ontstaan aan het begin van de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie, om onderscheid te maken tussen hen die de paus, of de bisschop van Rome, trouw bleven, alsook om te onderscheiden tussen de  Orthodox, Charismatische en andere Trinitarische Katholieken en de protestanten. Het woord rooms duidt op de stad Rome en verwijst naar de kleine stadstaat Vaticaan waar de pauselijke zetel is gevestigd. Met Rooms-katholieke Kerk wordt dus de organisatie aangeduid: de Katholieke Kerken die verenigd zijn rond de bisschop van Rome.

Ook al waren er sommige keizers die openlijk Ariaans gezind waren en zelfs soms actief het trinitarische christendom tegenwerkten kon de unitaristische gedachte het halen en werd het Trinitarisme de hoofdstroming in het Christendom.

Doordat een groot deel van het christendom zich met het rijk geprostitueerd heeft wordt die Catholische Kerk of Katholieke Kerk ook als de hoer Babylon gepersonifieerd.

Vindt ook achtergrondinformatie:
Apologetics – A theological science which has for its purpose the explanation and defence of the Christian religion

Constantinus (Constantijn) de Grote Augustus van het Westen (313 – 324); Augustus van het Romeinse Rijk (324-337)

Constantine the Great – Information on the Roman emperor
Constantine, Donation of – By this name is understood, since the end of the Middle Ages, a forged document of Emperor Constantine the Great, by which large privileges and rich possessions were conferred on the pope and the Roman Church
Constantinople – Capital, formerly of the Byzantine, now of the Ottoman, Empire (As of 1908, when the article was written.)
Constantinople, First Ecumenical Council of – Called in May, 381, by Emperor Theodosius, to provide for a Catholic succession in the patriarchal See of Constantinople, to confirm the Nicene Faith, to reconcile the semi-Arians with the Church, and to put an end to the Macedonian heresy

Nicaea, First Council of – First ecumenical council, held in 325 to combat Arianism

Nicene Creed – The profession of the Christian Faith common to the Catholic Church, to all the Eastern Churches separated from Rome, and to most of the Protestant denominations.

Aurelius Augustinus (354-430)

Augustine of Hippo, Saint – Biography, with extensive hyperlinks to related articles
Augustine of Hippo, Teaching of Saint – Article on Augustine as a Doctor of the Church, and his influence in the history of philosophy and theology. Particular interest in his teaching on grace
Augustine of Hippo, Works of Saint – Annotated bibliography of Augustine’s principal writings
Augustinian Canons – According to St. Thomas Aquinas, a canon regular is essentially a religious cleric

Tatianus een 2° eeuwse apologist

Athanasian Creed, The – One of the symbols of the Faith approved by the Church and given a place in her liturgy

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: