An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Aanbidding’

Alleenvoelend bang om met anderen te verbinden om te groeien in geloof

In dit leven waarin er niet veel belangstelling voor Jehovah God lijkt te zijn, kunnen we ons soms alleen voelen, zeker als we geen kerk hebben om mee te verbinden.

Om die keten van eenzaamheid te doorbreken, moeten we proberen moedig te zijn om anderen te laten weten dat we God liefhebben en de echte Christus volgen. We zijn misschien trots op onze hemelse Vader, Jehovah, en willen dat anderen Hem leren kennen, maar omdat we ons zo eenzaam voelen, voelen we ons vaak alleen en te zwak om anderen onze keuze voor het leven te laten weten.

Een van de beste manieren waarop we anderen liefde kunnen tonen, is door het goede nieuws met hen te delen.

19 Ga dus en maak discipelen van mensen uit alle volken.+ Doop ze+ in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, 20 en leer ze om zich te houden aan alles wat ik jullie heb opgedragen.+ En weet: ik ben met jullie, alle dagen, tot het einde van het tijdperk.’+ (Mattheüs 28:19, 20)

Als we alleen zijn, denken we vaak dat we niet in staat zullen zijn om “leerlingen te maken”, omdat we geen mensen zien die om ons heen willen zijn. Het Griekse werkwoord ma · the · teuʹo heeft de fundamentele betekenis ‘onderwijzen‘ met de bedoeling leerlingen of discipelen te maken. Als zodanig komen we situaties tegen waarin er geen directe mensen om ons heen zijn om les te krijgen, maar als we om ons heen kijken, zullen we zien dat er mensen zijn die we zouden kunnen aantrekken door de juiste woorden, om onze woorden te horen en te volgen.

Er is een bevel gegeven aan degenen die volgelingen van Christus willen zijn. Dit gebod om “mensen uit alle natiën” te bereiken, was nieuw in de eerste eeuw. Vóór Jezus ‘bediening geeft de Bijbel te kennen dat heidenen in Israël werden verwelkomd als ze kwamen Jehovah te dienen.

41 En als de buitenlander die geen deel uitmaakt van uw volk Israël, vanwege uw naam* uit een ver land komt+42 (want ze zullen over uw grote naam,+ uw sterke hand en uw uitgestrekte arm horen) en in de richting van dit huis bidt, 43 luister dan alstublieft vanuit de hemel, uw woonplaats.+ Doe alles wat de buitenlander u vraagt, zodat alle volken op aarde net als uw volk Israël uw naam kennen en ontzag voor u hebben+ en weten dat uw naam verbonden is aan dit huis dat ik heb gebouwd. (1 Koningen 8:41-43)

Tegenwoordig kunnen we de Naam van Jehovah niet over het land horen weerklinken. We horen de Grote Naam van Jehovah niet vaak genoemd. Omdat de Naam niet bekend is en er niet veel over wordt gesproken, kunnen mensen niet gemakkelijk anderen ontmoeten die van die Grote Naam houden en die Goddelijke Schepper willen prijzen.

Wat als we timide zijn? Hoe kunnen we moedig worden? Hoe kunnen we het lef vinden om uit te gaan en over die Grote Naam te spreken?

We worden moedig als we ons concentreren op hoe gelukkig we Jehovah kunnen maken en op hoeveel anderen er baat bij hebben meer over hem te weten te komen. Hoewel we ons misschien alleen voelen, zonder dat mensen hetzelfde voelen over Jehovah God, moeten we te weten komen en gaan voelen dat Deze Grote God, boven alle goden, bereid is ons te helpen wanneer we bereid zijn voor Hem te werken.

Jehovah zal ons de moed geven die we nodig hebben. Hij hielp onze eerste-eeuwse broeders moedig te worden, en Hij zal ons ook helpen.

En zoals jullie bekend is, hebben we daarvóór in Fili̱ppi+ geleden en zijn we vernederd, maar met de hulp van onze God vonden we de vrijmoedigheid* om jullie ondanks veel tegenstand* het goede nieuws van God te vertellen.+ (1 Thessalonicenzen 2:2)

Zelfs als we in een land wonen waar de regering geen mensen heeft die over Jehovah praten, zullen we moeten nadenken over de eerste christenen en hun vervolging.
Aan het begin van de uitbreiding van de beweging van volgelingen van Christus droegen die ware christenen de gevolgen van hun geloof. In de eerste eeuwen nadat Christus was gestorven, verwachtten zijn volgelingen vervolgd te worden.

Ware christenen verwachten vervolgd te worden. Waar we ook wonen, kunnen wereldlijke autoriteiten ons plotseling en onverwachts verbieden onze liefdevolle God, Jehovah, te aanbidden. Als een regering onze aanbidding verbiedt, zouden we ten onrechte kunnen concluderen dat we Gods zegen niet hebben. Maar bedenk dat vervolging niet betekent dat Jehovah ongelukkig met ons is. Neem bijvoorbeeld de apostel Paulus. Hij had beslist Gods goedkeuring. Hij had het voorrecht veertien brieven uit de christelijke Griekse Geschriften te schrijven, en hij was een apostel voor de natiën. Toch werd hij geconfronteerd met hevige vervolging.

23 Zijn zij dienaren van Christus? Het klinkt alsof ik gek ben, maar ik nog meer: ik heb meer werk gedaan,+ heb vaker gevangengezeten,+ ben heel wat afgeranseld en ben vaak bijna dood geweest.+ 24 Vijf keer heb ik van de Joden 40 slagen min één gekregen,+ 25 drie keer kreeg ik stokslagen,+ één keer ben ik gestenigd,+ drie keer heb ik schipbreuk geleden,+ een dag en een nacht heb ik op volle zee rondgedreven. 26 Ik was altijd onderweg, bedreigd door rivieren, struikrovers, mijn eigen volksgenoten+ en heidenen,*+ in gevaar in de stad,+ in de woestijn, op zee en bij valse broeders. 27 Ik heb geploeterd en gezwoegd, vaak zonder slaap,+ met honger en dorst,+ vaak zonder iets te eten,+ koud en onvoldoende gekleed.* (2 Korinthiërs 11:23-27 )

We leren uit de ervaring van de apostel Paulus dat Jehovah toestaat dat Zijn trouwe dienstknechten vervolgd worden.

Jehovah is niet partijdig, Hij oordeelt niet naar uiterlijk en begunstigt mensen niet vanwege hun ras, nationaliteit, sociale status of welke externe factoren dan ook, en Hij is blij als Hij ziet dat we liefde voor anderen tonen, ongeacht hun achtergrond.

34 Toen nam Petrus het woord en zei: ‘Nu begrijp ik echt dat God niet partijdig is,+35 maar in elk volk is iedereen die ontzag voor hem heeft en het juiste doet, aanvaardbaar voor hem.+ (Handelingen 10:34, 35)

Uit liefde voor onze naasten dienen we bereid te zijn uit ons isolement te treden en over Jehovah te durven praten. We zouden onze angst voor de ander moeten beheersen en met hen durven praten als we door onze buurt stappen. We moeten weten dat we iets speciaals te bieden hebben. Degenen die naar ons luisteren, kunnen hun leven nu verbeteren en het vooruitzicht krijgen in de toekomst eeuwig leven te genieten.

16 Let constant op jezelf en je onderwijs.+ Blijf deze dingen doen, want zo zul je zowel jezelf redden als degenen die naar je luisteren.+ (1 Timotheüs 4:16)

Jehovah is een liefdevolle ouder, dus Hij wil dat Zijn gezin gelukkig is.

65 ‘Ik heb me laten zoeken door hen die niet naar me vroegen. Ik heb me laten vinden door hen die me niet zochten.

Ik zei: “Hier ben ik, hier ben ik!” tegen een volk dat mijn naam niet aanriep.+ (Jesaja 65:1)

14 Mijn dienaren zullen juichen vanwege de vreugde* in hun hart, maar jullie zullen het uitschreeuwen vanwege jullie hartenpijn en jullie zullen jammeren vanwege een gebroken geest. (Jesaja 65:14)

Zelfs als we slechts één dienaar van God zijn in afzondering, en het niet gemakkelijk hebben om ons verbonden te voelen met andere gelovigen, zouden we in ons hart blij moeten zijn dat we deel kunnen uitmaken van het lichaam van zijn zoon en deel kunnen uitmaken van zijn wijdverbreide gezin. Het is waar dat onze geest vaak gekwetst wordt en aanvoelt als een stuk kristalglas dat op de grond wordt gegooid, volledig in stukken gebroken. Onze moed kan vaak diep in onze schoenen zakken, maar we moeten hopen dat er ooit meer mensen om ons heen zullen zijn die met ons in contact willen komen. In de tussentijd moeten we ons niet laten vangen door depressieve stemmingen door ons eenzaam te voelen.

We moeten opkijken en streven om dichter bij Jehovah God als onze Onderhouder en Inspirator te komen.

Op God vertrouwend zullen we de moed moeten vinden om in onze eenzaamheid door te gaan en het pad voor te bereiden voor anderen die nog komen. Vertrouwen en geduld zijn wat ons op de been moet houden. Dit zou ons niet bang moeten maken om anderen uit te nodigen om bij ons te wonen in het huis van de hoogste God boven alle goden, al de dagen van ons leven, om de schoonheid van de Heer te aanschouwen en Hem te zoeken in Zijn tempel.

Eén ding vraag ik van Jehovah, iets wat ik heel graag wil: dat ik alle dagen van mijn leven in Jehovah’s huis mag wonen+ om de goedheid* van Jehovah te zien en met waardering* naar zijn tempel*+ te kijken. (Psalm 27:4)

We kunnen gelukkig blijven omdat we de vaste hoop hebben dat het leven in de toekomst nog beter zal worden. We weten dat Jehovah binnenkort alle goddelozen zal verwijderen en dat de aarde onder leiding van Zijn koninkrijk in het paradijs zal worden hersteld. We hebben ook de geweldige hoop dat degenen die zijn gestorven weer tot leven zullen worden gewekt en herenigd met hun dierbaren.

28 Verbaas je daar niet over, want de tijd komt dat alle mensen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen+29 en tevoorschijn zullen komen — wie goede dingen hebben gedaan tot een opstanding voor leven en wie walgelijke dingen hebben gedaan tot een opstanding voor oordeel.+ (Johannes 5:28, 29)

Wat een vreugde zal dat zijn! En het allerbelangrijkste: we zijn er zeker van dat binnenkort iedereen in de hemel en op aarde onze liefdevolle Vader de eer, lof en toewijding zal geven die Hij verdient.

Dus laten we de moed vinden om ons verdriet van het alleen zijn te overwinnen. Jehovah God is altijd met ons, net als onze schaduw, en Hij is het die ons vleugels en kracht kan geven.

Ik zal voor altijd gast zijn in uw tent,+ ik zal bescherming zoeken onder uw veilige vleugels.+ (sela) (Psalm 61:4)

We voelen ons misschien in het duister, maar door ons geloof in de opstanding van Christus zou er licht in ons leven moeten schijnen. We moeten anderen laten weten dat hij de weg naar God is, het licht en het leven, maar ook degene die ons een grote hoop geeft. Laten we met onze hoop op een beter leven uit broederlijke liefde onze hoop met anderen delen. Degenen die naar ons luisteren, kunnen hun leven nu verbeteren en het vooruitzicht krijgen in de toekomst eeuwig leven te genieten.

16 Let constant op jezelf en je onderwijs.+ Blijf deze dingen doen, want zo zul je zowel jezelf redden als degenen die naar je luisteren.+ (1 Timotheüs 4:16)

+

Voorgaande

Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad

Onvolmaakte mensen die kunnen leren van Degene die onze Vader wil zijn

God liefhebben en Bekommeren om je medemensen

Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen

++

Aanvullend

  1. Leeg en alleen
  2. Proef Eenzaamheid
  3. Eenzaamheid is van iedereen
  4. Eenzaamheid in een wereld van Communicatie
  5. Vermoeidheid van de ziel en geestelijke afzondering
  6. Praten over eenzaamheid
  7. Who’s to blame?
  8. Welkom:: Waarom sterren zoeken?
  9. Welke eenzaamheid is meer eenzaam dan wantrouwen?
  10. Nieuwe sociale etiquette
  11. Op zoek naar spiritualiteit 2 Hoe te vinden
  12. Gods vergeten Woord 2 Verloren Wetboek 1 Wie heeft nog belangstelling
  13. Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren
  14. Verbindt u met de geloofwaardige Schepper
  15. Verbondenheid met de wereld
  16. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 1 Liefhebben
  17. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  18. 2019-2020-2021 Twee seizoenen vol veranderingen #4 Medewerking
  19. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  20. Voor een hechte band met Jehovah God
  21. Zelfs wanneer de wereld tegen jou is hebt geen vrees
  22. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  23. Elkaar liefhebben met daden en in oprechtheid
  24. Bepaal de aandrijving
  25. Hoe leest u? – Wat leest u? “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw verstand en met heel uw kracht
  26. Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren
  27. Gods vergeten Woord 21 Intro: In de wereld maar niet van de wereld
  28. Woord zonder boeien vol van kracht
  29. God is positief
  30. Getroost worden door de Allerhoogste en zijn familie
  31. De nacht is ver gevorderd 24 Studie 4 Zorg voor de naaste
  32. Na 2020 jaar
  33. Bij beperktheid van plaats toch nog verkondigend
  34. Kunnen focussen in een hectische tijd
  35. De uitdagingen van het leven mogen u niet verlammen
  36. God is mijn toevlucht, mijn fort en sterkte, op Hem zal ik vertrouwen
  37. God te vertrouwen schuilplaats, veiligheid en geborgenheid
  38. Vertrouw de toekomst aan God toe
  39. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  40. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #3 Behaging in Volhouding
  41. Vrees hebben voor de juiste persoon
  42. Moed is angst die haar gebeden heeft gezegd
  43. Moed voor het dagelijkse leven
  44. Moed brult niet altijd
  45. Wees sterk en moedig
  46. Als u integriteit hebt
  47. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #4 Openbare prediking en Wederdopers
  48. Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld
  49. Geloof delen
  50. Geloof dat stenen verplaatst
  51. Dagelijks helpen in het geloof
  52. Missionaire hermeneutiek 3/5
  53. Missionaire hermeneutiek 5/5
  54. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
  55. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  56. Betreffende het spirituele lichaam
  57. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  58. Hersteld Paradijs
  59. Paradijselijk Koninkrijk

+++

Gerelateerd

  1. Kwetsbaar en eenzaam?
  2. Duistere gevangenis
  3. feest
  4. Depressie volgens de DSM
  5. Adem zonlicht in
  6. Shawna Howson over eigenwaarde
  7. Hoe om te vat met die Vingers van Geloof (1) – Vra sonder twyfel
  8. Hoe om te vat met die vingers van geloof (2)

Politiek en macht eerste prioriteit #1

De vroege dagen van het Christendom

2.2.1. Politiek en macht de eerste prioriteit

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Het was gewoon onmogelijk om mensen terug naar de oude eenvoud te brengen alsook om hen terug tot de oude heidense geloofsvormen te brengen en tot de nationale vorm van verering terug te komen. Derhalve moest het imperium zich zo ver mogelijk identificeren met de progressieve beweging, de bestaande middelen van het nationale leven aanwenden, tolerantie uitoefenen, concessies doen aan de nieuwe godsdienstige tendensen, en de Germaanse stammen ontvangen in het imperium. Deze overtuiging spreidde constant uit, vooral aangezien Constantijn zijn vader goede resultaten daar uit had verkregen. In Gallië, Groot-Brittannië, en Spanje, waar Constantius Chlorus heerste, steeg de vrede en de tevredenheid, en de welvaart van de provincies zichtbaar, terwijl in het Oosten de welvaart door de bestaande verwarring en instabiliteit werd ondermijnd. Maar het was vooral in het westelijke deel van het imperium dat verering van Mithras overheerste. Constantijn vroeg zich af of het niet mogelijk zou zijn om alle verschillende nationaliteiten rond zijn altaren te verzamelen. Kon Sol Deus Invictus, waaraan zelfs Constantijn zijn muntstukken lange tijd wijdde, of Sol Mithras Deus Invictus, door Diocletian en Galerius, niet opperste god van het imperium worden om zo vereerd te worden? Constantijn kan hier over lang nagedacht hebben. De officiële zonnereligie moest algemeen door iedereen in zijn rijk aangenomen worden en die het niet erkenden mochten een kopje kleiner gemaakt worden. Maar hij had de gedachte noch niet verworpen zelfs nadat een wonderbare gebeurtenis hem had beïnvloed ten gunste van de God van de Christenen. [1]

Om politieke redenen, na zijn overwinning tegen zijn rivaal Maxentius, verleende Constantijn tolerantie aan de Christenen en trof een verdere maatregel in hun gunst. Hij was de eerste Romeinse keizer die de weerstand van de kerk tegen een heidens Romeinse staat erkende die op de heerserscultus als politieke factor werd gevestigd.

In 313 gaven hij en Licinius in Milaan het beroemde gezamenlijke bevelschrift van tolerantie uit. Dit verklaarde dat de twee keizers in verband met wat voordelig voor de veiligheid en het welzijn van het imperium was en vooral zou zijn, hadden overlegd en de dienst in overweging hadden genomen die de mens aan „de goddelijkheid“ verschuldigd was. Daarom hadden zij beslist Christenen en al de anderen vrijheid in de oefening van godsdienst te verlenen. Iedereen zou die godsdienst kunnen volgen welke hij het beste beschouwde. Zij hoopten dat „de gekroonde goddelijkheid in hemel“gunst en bescherming zou verlenen aan de keizers en hun onderdanen. Dit was op zichzelf bijzonder genoeg om heidenen in de grootste verbazing te werpen. Wanneer de verwoording van het bevelschrift zorgvuldig wordt onderzocht is er duidelijk bewijsmateriaal van een inspanning om de nieuwe gedachte op een manier uit te drukken die onmiskenbaar om het even welke twijfel wil wegnemen. Het bevelschrift bevat meer dan het geloof, waaraan Galerius aan het eind stem had gegeven, dat de vervolgingen nutteloos waren, en dat vrijheid van verering aan Christenen verleende, terwijl het tezelfdertijd poogde geen belediging aan het adres van de heidenen te brengen. Zonder twijfel werd de term goddelijkheid (god-godin) doelbewust gekozen, voor een heidense interpretatie niet uit te sluiten. De voorzichtige uitdrukking kwam waarschijnlijk in de keizerkanselarij voort, waar heidense concepties en heidense uitdrukkingsvormen nog lange tijd duurden. Niettemin kan de verandering van de bloedige vervolging van het christendom tot de tolerantie er van, een stap zijn die erkenning impliceerde, vele heidenen opgeschrokken en in hen verbazing opwekte maar hun ook de kans gaven om hun godsdienst te laten samensmelten met de andere.

De gevangengenomen Christenen werden bevrijd uit de gevangenissen en de mijnen, en werden ontvangen door hun broeders in het Geloof met toejuichingen van vreugde. Opnieuw geraakten de kerken gevuld, en dezen die afvallig waren geweest zochten vergiffenis. Maar gelukkig bleven er godsdienstige lui die er aan hielden om het originele Christelijk geloof te blijven aanhangen en die zich bewust waren van de gevaren van deze politieke handdruk.

Constantijn was hoofd van de Romeinse wereld geworden en was vastberaden om de geestelijke orde in het Oosten te herstellen zoals hij reeds in het Westen ondernomen had om de Donatisten bij de Raad van Arles neer te leggen. Hij slaagde er in om tot een overeenkomst met de meeste kerkleiders te komen door hen ook macht te geven, dit om sommige leerstellingen te veranderen, ingaand op sommige gedachtegangen, en op vieringen.

In de toewijding van Constantinopel in 330 werd een plechtige halve heidense, halve Christelijke dienst gebracht. Er was een triomfwagen voor de zonnegod geplaatst op de markt, en over zijn hoofd werd het Kruis, teken van de god van het kwaad Tamuz, voor Christus geplaatst, terwijl Kyrie Eleison werd gezongen. Kort voor zijn dood bevestigde Constantijn de voorrechten van de priesters van de oude goden. Veel andere acties die hij ondernam hebben ook de verschijning van halve maatregelen, alsof hij zelf had gewankeld en altijd in werkelijkheid aan één of andere vorm van een versmolten godsdienst had gehouden.[2] Aldus beval hij heidense troepen om van een gebed gebruik te maken waarin om het even welke monotheïst zich kon bij aansluiten, en dat zo liep: „Wij erkennen alleen jij als god en koning, wij roepen op jou als onze helper. Van jouw hebben wij de overwinning ontvangen, door jou hebben wij de tegenstander overwonnen. Aan jou zijn wij dat goede dat wij tot nu toe ontvangen hebben verschuldigd geweest, van jou hopen wij voor het in de toekomst. Aan jou bieden wij onze smeekbeden aan en smeken jou dat jij onze keizer Constantijn en zijn godvrezende zonen voor vele jaren niet gewond zullen geraken en victorieus zullen zijn”.[3]

This argenteus was struck in Antioch mint, und...

This argenteus was struck in Antioch mint, under Constantius Chlorus. (Photo credit: Wikipedia)

De kerk tolereerde de cultus van de keizer onder vele vormen. Het werd toegelaten om van de goddelijkheid van de keizer, van zijn heilige paleis, de heilige kamer te spreken, en van het altaar van de keizer, zonder voor dit als heiligschenner te worden aanschouwd. Uit dit standpunt was Constantijn zijn godsdienstige verandering vrij onbelangrijk; het bestond uit weinig meer dan het afstand nemen van een formaliteit. Voor wat zijn voorgangers hadden getracht te bereiken door het gebruik van al hun gezag, en ten koste van onophoudelijk bloedvergieten, was in waarheid slechts de erkenning van hun eigen goddelijkheid. Constantijn bereikte dit eind, hoewel hij van het aanbieden van offers aan zich zelf afstand nam.


[1] The original Catholic Encyclopedia

[2] Syncretisme

[3] http://oce.catholic.com/index.php?title=Constantine_the_Great

Nota:

Neuenheimer Mithraeum

Mithras relief als stierendoder te Neuenheim in de buurt van Heidelberg, omlijst door scènes uit het leven Mithras

De eerste zonnegod consequent aangeduid als Invictus was de provinciale Syrische god Elagabalus. De godheid Elagabalus ook wel als Jupiter en Sol gekend (fuit autem Heliogabali vel Iovis vel Solis).
De naam van de Perzische god Mithra (“Μίθρας”) [Sanskriet Mitra (मित्रः), gevonden in de Rig Veda], werd aangepast in het Grieks als Mithras, in het Sanskriet betekend “Mitra” “vriend” of “vriendschap”en werd gekoppeld aan een nieuwe en onderscheidende beeldtaal. Het Iraanse “Mithra” en het Sanskriet “Mitra” worden verondersteld afkomstig te zijn van een Indo-Iraanse woord mitra betekenend: “contract, overeenkomst, convenant”. De Romeinen namen de religie mysteriën van Mithras of mysteriën van de Perzen over en moderne historici verwijzen naar die godsdienstvorm als Mithraisme, of soms Romeinse Mithraïsme.Vanaf de 2e eeuw werd Mithras gevierd als de belangrijkste zonnegod. Lucius Domitius Aurelianus Augustus, of Aurelian, die de titel van Germanicus Maximus verkreeg en de Romeinse keizer was van 270-275, was verantwoordelijk voor de bouw van de Aureliaanse Muren in Rome en maakte Mithras de officiële religie in 270.Het was Constantijn die verordende (7 maart, 321) dat er een Solis-dag of dag van de zon moest zijn. Die  “zondag” werd daarom aangenomen als de Romeinse rustdag [CJ3.12.2]. Hij beval: “Op de eerbiedwaardige dag van de zon laat de magistraten en mensen die woonachtig zijn in steden rusten, en laat alle workshops worden gesloten. Op het platteland echter kunnen personen die in de landbouw werken, vrij en legaal doorgaan met hun bezigheden, omdat het vaak voorkomt dat een andere dag niet geschikt is voor de inzaai van graan  of aanplant van wijnstokken, opdat door het verwaarlozen van het juiste moment voor deze operaties de overvloed van de hemel zou verloren gaan. “+

Voorgaand: De vroege dagen van het Christendom 2.1. Hellenistische invloeden

Vervolg: De vroege dagen van het Christendom 2.2.2.  Politiek en macht eerste prioriteit #2

Engelse versie / English version: The early days of Christianity 2.2.1. Politics and power first priority

++

Vindt ook:

  1. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  2. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag Van shabbat naar zondag; >‘Heilige’ samenkomst (mikra kodesh)
  3. Groei eerste christenen , “orthodoxie”
  4. Zeus een heerser van hemel en aarde
  5. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  6. Doctrine van de Drievuldigheid
  7. Kerstmis, Saturnalia en de geboorte van Jezus
  8. Jezus’ heerschappij rekt verder dan wij vaak beseffen
    In het Romeinse Rijk was er maar één goddelijke redder, namelijk de keizer. In het begin van het geboorteverhaal van Jezus lijkt deze keizer de wereld te regeren. Hij voert bevel in heel zijn rijk.
  9. Paulus dienaar van het evangelie
  10. Vreemdelingschap
    Christenen in de tijd van de vroege kerk kregen al het verwijt dat ze te veel aan wereldmijding deden.
  11. Groei eerste christenen
  12. Vroege Kerk groeide slechts geleidelijk
  13. Zichtbaar houden van oudste kerken
  14. Scheiding van Kerk en staat
  15. Niet goddelijkheid van Christus toch
  16. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  17. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  18. Schoonheid van heiligheid

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Tag Cloud

undercoverjw

I go undercover in the Jehovah's Witness Church

Jehovah's Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10, Tanakh.Psalm.87 and https://zsion.mom

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

%d bloggers like this: