An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Allerhoogste’

Looft Jehovah en bezingt Hem met melodieën

 

*Looft Jah,
Want het is goed onze God te bezingen met melodieën;
Want het is aangenaam — lofzang is passend.

Jehovah bouwt Jeru̱zalem;
De verdrevenen van I̱sraël brengt hij bijeen.

Hij geneest de gebrokenen van hart,
En verbindt hun pijnlijke plekken.

+

“5  Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de HEER, zijn God, 6 die hemel en aarde heeft gemaakt, de zee en alles wat daar leeft, hij die trouw is tot in eeuwigheid,” (Psalmen 146:5-6 NBV)

“8 de HEER opent de ogen van blinden, de HEER richt de gebogenen op, de HEER heeft de rechtvaardigen lief, 9 de HEER beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwen steunt hij, maar wie kwaad doen, richt hij te gronde.” (Psalmen 146:8-9 NBV)

“De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren.” (Zacharia 14:16 NBV)

“Als iemand hun kwaad wil doen, komt er vuur uit hun mond, dat hun vijanden verteert; op die manier zal iedereen die hun kwaad wil doen moeten sterven.” (Openbaring 11:5 NBV)

“Een psalm van David. HEER, u roep ik aan, kom mij te hulp, luister naar mij nu ik tot u roep.” (Psalmen 141:1 NBV)

“2 (142:3) bij hem stort ik mijn hart uit, bij hem klaag ik mijn nood. 3 (142:4) Ik ben ten einde raad, u kent de weg die ik moet volgen, u weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt.” (Psalmen 142:2-3 NBV)

“1  Een pelgrimslied. Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht. 2 Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de HEER. 3 Moge uit Sion de HEER u zegenen, die hemel en aarde gemaakt heeft.” (Psalmen 134:1-3 NBV)

“Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar;” (Deuteronomium 10:17 NBV)

“1  Halleluja! Loof de naam van de HEER, loof hem, dienaren van de HEER, 2 u die staat in het huis van de HEER, in de voorhoven van het huis van onze God. 3 Loof de HEER, want hij is goed, bezing zijn naam, zo lieflijk van klank. 4 De HEER heeft Jakob uitgekozen, Israël als zijn kostbaar bezit. 5  Ik weet het: groot is de HEER, onze Heer overtreft alle goden. 6 De HEER maakt alles wat hij wil in de hemel en op de aarde en in de diepten van de oceanen. 7 Wolken wekt hij aan de einder der aarde, bliksems maakt hij en de regen valt, de wind laat hij los uit zijn schatkamers.” (Psalmen 135:1-7 NBV)

“De HEER is een machtige God, een machtige koning, boven alle goden verheven.” (Psalmen 95:3 NBV)

“Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, geducht is hij, meer dan alle goden.” (Psalmen 96:4 NBV)

“Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.” (Psalmen 139:14 NBV)

“1  Voor de koorleider. Op de wijs van De dood van de zoon. Een psalm van David. (9:2) Ik wil u loven, HEER, met heel mijn hart, vertellen van uw wonderdaden. 2 (9:3) Ik wil vrolijk zijn, u toejuichen, uw naam bezingen, Allerhoogste,” (Psalmen 9:1-2 NBV)

“Alle volken, door u gemaakt, komen en buigen zich, Heer, voor u en prijzen uw naam.” (Psalmen 86:9 NBV)

“Elke nieuwemaan en elke sabbat opnieuw zal alles wat leeft hierheen komen om zich voor mij neer te buigen-zegt de HEER.” (Jesaja 66:23 NBV)

“(22:8) Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd:” (Psalmen 22:7 NBV)

“1  Voor de koorleider. Een lied, een psalm. Heel de aarde, juich voor God, 2 bezing de eer van zijn naam, breng hem eer en lof. 3 Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn uw daden, uw vijanden kruipen voor u, zo groot is uw macht. 4 Laat heel de aarde voor u buigen en zingen, uw naam bezingen.’ \@sela\@” (Psalmen 66:1-4 NBV)

“Loof de HEER, alle volken, prijs hem, alle naties:” (Psalmen 117:1 NBV)

“(48:11) Zoals uw naam, o God, zo reikt ook uw roem tot aan de einden der aarde, uw rechterhand is vol van gerechtigheid.” (Psalmen 48:10 NBV)

“1  Voor de koorleider. Een psalm van David, een lied. (65:2) U komt de lof toe, God die woont op de Sion, u zult ontvangen wat u is beloofd. 2 (65:3) U die ons bidden hoort-tot u komt de sterveling.” (Psalmen 65:1-2 NBV)

“(65:14) de weiden kleden zich met kudden, de dalen tooien zich met graan. Zij zingen en juichen elkaar toe.” (Psalmen 65:13 NBV)

“13 Ik zal de beker van bevrijding heffen, de naam aanroepen van de HEER 14 en mijn geloften aan de HEER inlossen in het bijzijn van heel zijn volk. 15 Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen. 16 Ach, HEER, ik ben uw dienaar, uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares: u hebt mijn boeien verbroken. 17 U wil ik een dankoffer brengen. Ik zal de naam aanroepen van de HEER 18 en mijn geloften aan de HEER inlossen in het bijzijn van heel zijn volk, 19 in de voorhoven van het huis van de HEER, binnen uw muren, Jeruzalem. Halleluja!” (Psalmen 116:13-19 NBV)

“21 Laat zó mijn mond de lof spreken van de HEER, en alles wat leeft zijn heilige naam prijzen, tot in eeuwigheid. 146:1  Halleluja! Loof de HEER, mijn ziel.” (Psalmen 145:21-146:1 NBV)

“” ( NBV)

“De HEER wil ik loven, zolang ik leef, mijn God bezingen zolang ik besta.” (Psalmen 146:2 NBV)

“11 vreugde vindt de HEER in wie hem eren en in wie hopen op zijn liefde en trouw. 12  Prijs, Jeruzalem, prijs de HEER, loof, Sion, loof je God. 13 Hij heeft de grendels van je poorten versterkt, het volk binnen je muren gezegend. 14 Hij geeft je vrede en veilige grenzen, met vette tarwe stilt hij je honger. 15 Hij zendt zijn bevelen naar de aarde, vlug als een renbode gaat zijn woord.” (Psalmen 147:11-15 NBV)

“1  Halleluja! Loof de HEER, bewoners van de hemel, loof hem daar in de hoogten, 2 loof hem, al zijn herauten, loof hem, heel zijn engelenmacht. 3 Loof hem, zon en maan, loof hem, heldere sterren, 4 loof hem, hoogste hemelen, water boven de hoge hemel. 5 Laten zij loven de naam van de HEER: op zijn bevel zijn zij geschapen, 6 hij gaf hun een plaats voor eeuwig en altijd, hij stelde een wet die nooit zal vergaan. 7 Loof de HEER, bewoners van de aarde, zeemonsters en oceanen,” (Psalmen 148:1-7 NBV)

“1  Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw lied, roem hem te midden van zijn getrouwen. 2 Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker, het volk van Sion juichen om zijn koning. 3 Laten zij dansend zijn naam loven, bij lier en tamboerijn voor hem zingen. 4 Ja, de HEER vindt vreugde in zijn volk, hij kroont de vernederden met de zege. 5 Laten zijn getrouwen juichen in triomf, nog jubelen als zij te ruste gaan, 6  met lofzang voor God uit hun kelen, een tweesnijdend zwaard in hun hand.” (Psalmen 149:1-6 NBV)

“1  Halleluja! Loof God in zijn heilige woning, loof hem in zijn machtig gewelf, 2 loof hem om zijn krachtige daden, loof hem om zijn oneindige grootheid. 3 Loof hem met hoorngeschal, loof hem met harp en lier, 4 loof hem met dans en tamboerijn, loof hem met snaren en fluit. 5 Loof hem met klinkende bekkens, loof hem met slaande cimbalen. 6 Alles wat adem heeft, loof de HEER. Halleluja!” (Psalmen 150:1-6 NBV)

“(21:14) Verhef u, HEER, in uw kracht, wij zullen uw macht in liederen bezingen.” (Psalmen 21:13 NBV)

“1  Niet ons, HEER, niet ons, geef uw naam alle eer, om uw liefde, uw trouw. 2 Waarom zeggen de volken: ‘Waar is die God van hen?’” (Psalmen 115:1-2 NBV)

“HEER, mijn enig bezit, mijn levensbeker, u houdt mijn lot in handen.” (Psalmen 16:5 NBV)

“(80:19) Dan zullen wij niet van u wijken. Laat ons leven, en wij roepen uw naam:” (Psalmen 80:18 NBV)

“(65:6) Ontzagwekkend is uw antwoord, u doet recht en redt ons, God, op u hopen de einden der aarde, de verten van de zee.” (Psalmen 65:5 NBV)

*


Voorgaand:

Bring praise to the Creator

Praise Jehovah, ​You people

Afrikaans: Ek sal u prys, o Jehovah, met my hele hart

Deutsch: Preiset Jehova, Denn es ist gut, unserem Gott Melodien zu spielen

English: Praise Jehovah, ​You people

Français: Répondez à Jéhovah par des actions de grâces

Gods Uitspraken opgetekend in een boek

De Allerhoogste Schepper van hemel en aarde heeft door Zijn woord alles doen ontstaan en laat Zijn Woord tot in eeuwigheid verder duren.

 

 

Schrift door God geïnspireerd om ernstig te nemen

“Is er ooit een volk geweest dat net als u vanuit een vuur de stem van een god heeft gehoord en dat heeft overleefd?” (Deuteronomium 4:33 NBV)

“Vanuit de hemel heeft hij zijn stem laten horen om u op te voeden, en op aarde heeft hij u dat grote vuur laten zien en vanuit het vuur zijn geboden bekendgemaakt.” (Deuteronomium 4:36 NBV)

“En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond.” (Jeremia 1:9 NBV)

“11  De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 12  Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’” (Exodus 4:11-12 NBV)

“want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” (2 Petrus 1:21 NBV)

“9  Denk terug aan alles wat eertijds is gebeurd. Ik ben God, er is geen ander, ik ben God, niemand is aan mij gelijk. 10  Die in het begin al het einde aankondigde en lang tevoren wat nog gebeuren moest. Die zegt: ‘Wat ik besluit, wordt van kracht, en alles wat ik wil, breng ik ten uitvoer.’” (Jesaja 46:9-10 NBV)

“12  Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13  Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14  Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15  en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. 16  Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17  zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:12-17 NBV)

“Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag.” (Deuteronomium 18:18 NBV)

“Hij was het die, toen het volk in de woestijn bijeen was, als bemiddelaar optrad tussen onze voorouders en de engel die op de berg Sinai tegen hem sprak, hij was het die de levenbrengende woorden ontving om ze aan ons door te geven.” (Handelingen 7:38 NBV)

“Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.” (Johannes 14:10 NBV)

“maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.’” (Johannes 10:38 NBV)

“Dit zei God, de HEER, de Heilige van Israël: ‘In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’ Maar jullie wilden niet.” (Jesaja 30:15 NBV)

“12  Ik, ik ben het die jullie troost. Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling, voor een mensenkind dat vergaat als gras? 13  Hoe kun je de HEER vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen? Waar blijven die belagers met hun toorn?” (Jesaja 51:12-13 NBV)

“Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.” (Mattheüs 10:28 NBV)

“7  Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ 8  Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” (Jesaja 40:7-8 NBV)

“zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.” (Jesaja 55:11 NBV)

“Dit verbond sluit ik met hen-zegt de HEER: mijn geest, die op jou rust, en de woorden die ik je in de mond heb gelegd, zullen uit jouw mond niet wijken, noch uit de mond van je kinderen, noch uit de mond van je kindskinderen, van nu tot in eeuwigheid-zegt de HEER.” (Jesaja 59:21 NBV)

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.” (Mattheüs 5:18 NBV)

“Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.” (Mattheüs 24:35 NBV)

“Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt.” (Lukas 16:17 NBV)

*

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

“In het begin schiep God de hemel en de aarde. {-(1:1-3) In het begin schiep God de hemel en de Aarde…god zei / Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [ … ] zei God’.}” (Genesis 1:1 NBV)

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.” (Genesis 17:1 NBV)

“2 God zei tegen Mozes: ‘Ik ben de HEER. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb ik niet aan hen bekendgemaakt.” (Exodus 6:2-3 NBV)

En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+  –

“Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?” (Exodus 15:11 NBV)

“door wie jullie met zoveel minachting behandeld zijn. Nu zie ik in dat de HEER machtiger is dan alle andere goden.’” (Exodus 18:11 NBV)

“Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Exodus 33:20 NBV)

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! {-(6:4) \@de HEER, onze God, de HEER is de enige\@ Ook mogelijk is de vertaling: ‘de HEER, onze God, de HEER is één’, of: ‘de HEER is onze God, de HEER alleen’.}” (Deuteronomium 6:4 NBV)

Luister, o I̱sraël: Jehovah, onze God, is één Jehovah.*+ En gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart+ en geheel uw ziel+ en geheel uw levenskracht.+ En deze woorden die ik u heden gebied, moeten op uw hart blijken te zijn;+ en gij moet ze uw zoon inscherpen+ en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt+ en wanneer gij opstaat. En gij moet ze als een teken op uw hand binden,+ en ze moeten tot een voorhoofdsband tussen uw ogen dienen;+ en gij moet ze op de deurposten* van uw huis en op uw poorten schrijven.+ –

“Want de naam van de HEER roep ik uit: de HEER is onze God, laat iedereen hem prijzen!” (Deuteronomium 32:3 NBV)

“U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij.” (1 Kronieken 29:11 NBV)

“(2:4) Het moet een grote tempel worden, want onze God is groter dan alle andere goden.” (2 Kronieken 2:5 NBV)

“Zie hoe groot God is, buiten elk begrip, het getal van zijn jaren is ontelbaar.” (Job 36:26 NBV)

“(46:11) ‘Staak de strijd, en erken dat ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’” (Psalmen 46:10 NBV)

“Een lied, een psalm van de Korachieten. (48:2) Groot is de HEER, hem komt alle lof toe. In de stad van onze God, op zijn heilige berg” (Psalmen 48:1 NBV)

“Uw gerechtigheid rijst hoog op, o God, u hebt grootse daden verricht. God, wie is aan u gelijk?” (Psalmen 71:19 NBV)

“Geprezen zij God, de HEER, de God van Israël. Hij doet wonderen, hij alleen.” (Psalmen 72:18 NBV)

“(83:19) Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.” (Psalmen 83:18 NBV)

“Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga.” (Psalmen 86:8 NBV)

“(89:7) Want wie daar boven kan de HEER evenaren, wie van de goden zich meten met de HEER,” (Psalmen 89:6 NBV)

“(92:6) Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe peilloos diep uw gedachten.” (Psalmen 92:5 NBV)

“3 De HEER is een machtige God, een machtige koning, boven alle goden verheven. 4 Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, 5 van hem is de zee, door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd. 6 Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. 7  Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid. Luister vandaag naar zijn stem: 8 ‘Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, 9 toen jullie voorouders mij op de proef stelden, mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.” (Psalmen 95:3-9 NBV)

“U, HEER, bent de hoogste op heel de aarde, boven alle goden hoog verheven.” (Psalmen 97:9 NBV)

“Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig zijn verbond ingesteld. Heilig en ontzagwekkend is zijn naam.” (Psalmen 111:9 NBV)

“Ik weet het: groot is de HEER, onze Heer overtreft alle goden.” (Psalmen 135:5 NBV)

“‘Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden.’” (Psalmen 145:3 NBV)

“De HEER van de hemelse machten houdt het recht hoog, de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid.” (Jesaja 5:16 NBV)

“Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’” (Jesaja 6:3 NBV)

“Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.” (Jesaja 8:13 NBV)

“Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden?” (Jesaja 40:18 NBV)

“Ik, ík ben de HEER ! Buiten mij is er niemand die redt.” (Jesaja 43:11 NBV)

“Vrees niet, laat de angst je niet verlammen: heb ik het je niet vanaf het begin laten horen, heb ik het je niet aldoor verteld? Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij, of een andere rots? Ik ken er geen.” (Jesaja 44:8 NBV)

“Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid-heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt.” (Jesaja 57:15 NBV)

“Wie zou geen ontzag voor u hebben? Koning van de volken, dat komt u immers toe. Onder alle wijzen van de volken, onder al hun koningen is niemand als u.” (Jeremia 10:7 NBV)

“Wanneer ik jullie heb weggeleid bij de volken waartussen jullie nu leven, zullen jullie mij als een geurig offer met vreugde vervullen. Ik zal jullie bij elkaar brengen vanuit de landen waarover jullie nu verstrooid zijn, en zo de volken laten zien dat ik heilig ben.” (Ezechiël 20:41 NBV)

“Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat ik de HEER ben-spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat ik heilig ben;” (Ezechiël 36:23 NBV)

“Ik zal mijn grootheid en mijn heiligheid tonen en mij aan vele volken bekendmaken. Ze zullen beseffen dat ik de HEER ben.”” (Ezechiël 38:23 NBV)

“De koning zei tegen Daniël: ‘Het is waar, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij onthult mysteries en daardoor hebt u dit mysterie kunnen onthullen.’” (Daniël 2:47 NBV)

“(3:5) Dan zal ieder die de naam van de HEER aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de HEER heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered.” (Joël 2:32 NBV)

“Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij.” (Sefanja 3:9 NBV)

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mattheüs 6:9 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God.” (Markus 10:18 NBV)

“ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.” (Lukas 1:49 NBV)

“want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’” (Johannes 4:24 NBV)

“1  Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Johannes 17:1-3 NBV)

“Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard,” (Johannes 17:6 NBV)

“25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. 26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’” (Johannes 17:25-26 NBV)

“Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”” (Handelingen 2:21 NBV)

“Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn,” (Romeinen 1:20 NBV)

“want er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’” (Romeinen 10:13 NBV)

“Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.” (Romeinen 11:33 NBV)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod echt bestaat en dat er maar één God is. 5 Ook al zijn er zogenaamde goden in de hemel of op aarde-en zo zijn er immers heel wat goden en heren-, 6 wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1 Corinthiërs 8:4-6 NBV)

“die in overeenstemming is met het evangelie dat mij is toevertrouwd, het evangelie over de majesteit van de gelukzalige God.” (1 Timotheüs 1:11 NBV)

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NBV)

“Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit.” (Hebreeën 9:24 NBV)

“Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.” (1 Johannes 4:16 NBV)

“Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’” (Openbaring 4:8 NBV)

“met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u.” (Openbaring 11:17 NBV)

“Ik hoorde het altaar antwoorden: ‘Ja, Heer, onze God, Almachtige, uw oordelen zijn betrouwbaar en rechtvaardig.’” (Openbaring 16:7 NBV)

*

 

+

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

Dieu Tout-puissant Qui ont peut pas voir et vivre

El-Shaddai God Almighty Who no-one may see and live

+++

 

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie


Genesis 1 1 In die begin+ het God+ die hemel en die aarde+ geskep.+

Genesis 17: 1 Toe Abram nege-en-negentig jaar oud was, het Jehovah aan Abram verskyn en vir hom gesê:+ “Ek is God die Almagtige.+ Wandel voor my en wees onberispelik.+

Eksodus 6 2-3: 2 En God het verder met Moses gepraat en vir hom gesê: “Ek is Jehovah.+ En ek het altyd aan Abraham,+ Isak+ en Jakob+ verskyn as God die Almagtige,+ maar wat my naam Jehovah+ betref, daarmee het ek my nie aan hulle bekend gemaak nie.+ 

Eksodus 15:11:11 Wie onder die gode is soos u, o Jehovah?+ Wie is soos u, magtig in heiligheid?+ Die Een wat gevrees moet word+ met lofliedere,+ die Een wat wonders doen.+

Eksodus 18: 11 Nou weet ek dat Jehovah groter is as al die ander gode,+ weens hierdie aangeleentheid waarin hulle vermetel teen hulle gehandel het.”

Eksodus 33:20: 20 En hy het bygevoeg: “Jy kan my aangesig nie sien nie, want geen mens kan my sien en nogtans lewe nie.”+

Deuteronomium 6:4: “Luister, o Israel: Jehovah ons God is een Jehovah.+

Deuteronomium 32:3: Want ek sal die naam van Jehovah bekend maak.+ SKRYF grootheid toe aan ons God!+

1 Kronieke 29:11:11 Aan u, o Jehovah, behoort die grootheid+ en die mag+ en die luisterrykheid+ en die voortreflikheid+ en die waardigheid;+ want alles in die hemel en op die aarde behoort aan u.+ Aan u behoort die koninkryk,+ o Jehovah, u wat u ook as hoof oor alles verhef.+

2 Kronieke 2:5: En die huis wat ek bou, sal groot wees,+ want ons God is groter as al die ander gode.+

Job 36:26: 26 Kyk! God is meer verhewe as wat ons kan weet;+ Die getal van sy jare is onnaspeurlik.+

Psalm 46:10: 10 “GEE toe en weet dat ek God is.+ Ek sal verhef word onder die nasies,+ Ek sal verhef word op die aarde.”+

Psalm 48:1: Jehovah is groot en baie lofwaardig+ In die stad van ons God,+ op sy heilige berg.+

Psalm 71:19: 19 U regverdigheid, o God, is tot in die hoogte;+ Wat die groot dinge betref wat u gedoen het,+ O God, wie is soos u?+

Psalm 72:18: 18 Mag Jehovah God, Israel se God, geloof word,+ Wat alleen wonderlike werke doen.+

Psalm 83:18: 18 Sodat mense kan weet+ dat u, wie se naam Jehovah is,+ U alleen die Allerhoogste+ oor die hele aarde is.+

Psalm 86:8: Daar is niemand soos u onder die gode nie, o Jehovah,+ Ook is daar niks soos u werke nie.+

Psalm 89:6: Want wie in die hemelruim kan met Jehovah vergelyk word?+ Wie is soos Jehovah onder die seuns van God?+

Psalm 92:5: Hoe groot is u werke, o Jehovah!+ Baie diep is u gedagtes.+

Psalm 95:3-9: Want Jehovah is ’n groot God+ En ’n groot Koning bo alle ander gode,+ Hy in wie se hand die diepste plekke van die aarde is+ En aan wie die pieke van die berge behoort; Aan wie die see behoort, wat hy gemaak het,+ En wie se hande die droë land gevorm het. Kom tog in, laat ons aanbid en ons neerbuig;+ Laat ons kniel+ voor Jehovah, ons Maker. Want hy is ons God, en ons is die volk van sy weiding en die skape van sy hand.+ Vandag, as julle na sy stem luister, Moet julle julle hart nie verhard soos by Meʹriba,+ Soos op die dag van Massa in die wildernis nie,+ 9  Toe julle voorvaders my op die proef gestel het;+ Hulle het my getoets, hulle het ook my dade gesien.+

Psalm 97:9: Want u, o Jehovah, is die Allerhoogste oor die hele aarde;+ U is baie hoog verhewe bo alle ander gode.+

Psalm 111:9: Hy het verlossing aan sy volk gestuur.+ צ [Sadeʹ] Tot onbepaalde tyd het hy sy verbond ingestel.+ ק [Kof] Sy naam is heilig en vreesinboesemend.+

Psalm 135:5: Want ek weet goed dat Jehovah groot is,+ En ons Here is meer as alle ander gode.+

Psalm 145:3 Jehovah is groot en baie lofwaardig,+ En sy grootheid is ondeurgrondelik.+

Jesaja 5:16: 16 En Jehovah van die leërs sal hoog word deur die strafgerig,+ en die ware God, die Heilige,+ sal homself beslis heilig deur regverdigheid.+

Jesaja 6:3:En die een het die ander toegeroep en gesê: “Heilig, heilig, heilig is Jehovah van die leërs.+ Die volheid van die hele aarde is sy heerlikheid.”

Jesaja 8:13: 13 Jehovah van die leërs—Hom moet julle as heilig beskou,+ en hy moet die voorwerp van julle vrees wees,+ en hy moet julle laat bewe.”+

Jesaja 40:18:18 En met wie kan julle God vergelyk,+ en watter gelykenis kan julle naas hom stel?+

Jesaja 43:11: Ek—ek is Jehovah,+ en buiten my is daar geen redder nie.”+

Jesaja 44:8: MOENIE in angs verkeer nie, en moenie verbysterd raak nie.+ Het ek jou dit nie van daardie tyd af persoonlik laat hoor en dit aangekondig nie?+ En julle is my getuies.+ Bestaan daar ’n God buiten my?+ Nee, daar is geen Rots nie.+ Ek het geeneen geken nie.’”

Jesaja 57:15: 15 Want só het die Hoë en Verhewene,+ wat tot in ewigheid woon+ en wie se naam heilig is,+ gesê: “In die hoogte en in die heilige plek woon ek,+ asook by die verbryselde en nederige van gees,+ om die gees van die nederiges te laat herlewe en om die hart van die verbryseldes te laat herlewe.+

Jeremia 10:7: Wie sou u nie vrees nie,+ o Koning van die nasies,+ want dit kom u toe; want onder al die wyses van die nasies en onder al hulle koningskappe is daar hoegenaamd niemand soos u nie.+

Esegiël 20:41: 41 Weens die rustige geur sal ek behae in julle hê+ wanneer ek julle onder die volke uitlei en julle bymekaarmaak uit die lande waarheen julle verstrooi is,+ en ek sal deur middel van julle geheilig word voor die oë van die nasies.’+

Esegiël 36:23: 23 ‘En ek sal beslis my groot naam heilig,+ wat onder die nasies ontheilig is, wat julle onder hulle ontheilig het; en die nasies sal moet weet dat ek Jehovah is’,+ is die woord van die Soewereine Heer Jehovah, ‘wanneer ek onder julle geheilig word voor hulle oë.+

Esegiël 38:23: 23 En ek sal my beslis groot maak en my heilig+ en my bekend maak voor die oë van baie nasies; en hulle sal moet weet dat ek Jehovah is.’+

Daniël 2:47: 47 Die koning het Daniël geantwoord en gesê: “Waarlik, julle God is ’n God van die gode+ en ’n Here van die konings+ en ’n Openbaarder van geheime, want jy kon hierdie geheim openbaar.”+

Joël 2:32:32 En elkeen wat die naam van Jehovah aanroep, sal veilig wegkom;+ want dié wat ontkom het, sal op die berg Sion en in Jerusalem wees,+ net soos Jehovah gesê het, en onder die oorlewendes, wat deur Jehovah geroep word.”+

Sefanja 3:9: Want dan sal ek volke tot ’n suiwer taal laat oorgaan,+ sodat hulle almal die naam van Jehovah sal aanroep,+ om hom skouer aan skouer te dien.’+

Matteus 6: 9:  “Julle moet dan só bid:+ “‘Ons Vader in die hemele, laat u naam+ geheilig word.+

Markus 10:18: 18 Jesus het vir hom gesê: “Waarom noem jy my goed?+ Niemand is goed nie, behalwe een, God.+

Lukas 1:49:49 omdat die Magtige groot dade vir my gedoen het, en heilig is sy naam;+

Johannes 4:24:24 God is ’n Gees,+ en dié wat hom aanbid, moet met gees en waarheid aanbid.”+

Johannes 17:1-3: 1 Jesus het hierdie dinge gespreek, en terwyl hy sy oë na die hemel opgeslaan het,+ het hy gesê: “Vader, die uur het gekom; verheerlik u seun, sodat u seun u kan verheerlik,+ soos u hom gesag oor alle vlees gegee het,+ sodat hy aan almal wat u hom gegee het,+ die ewige lewe kan gee.+ Dít beteken die ewige lewe,+ dat hulle kennis inneem+ van u, die enigste ware God,+ en van die een wat u uitgestuur het, Jesus Christus.+

Johannes 17:6: “Ek het u naam openbaar gemaak aan die mense wat u my uit die wêreld gegee het.+ Hulle het aan u behoort, en u het hulle aan my gegee, en hulle het u woord bewaar.

Johannes 17: 25-26: 25 Regverdige+ Vader, die wêreld het u inderdaad nie leer ken nie;+ maar ek het u leer ken, en hierdie mense het te wete gekom dat u my uitgestuur het.+ 26 En ek het u naam aan hulle bekend gemaak+ en sal dit bekend maak, sodat die liefde waarmee u my liefgehad het, in hulle kan wees en ek in eenheid met hulle.”+

Handelinge 2:21: 21 En elkeen wat die naam van Jehovah aanroep, sal gered word.”’+

Romeine 1:20: 20 Want sy onsigbare+ eienskappe word van die wêreld se skepping af duidelik gesien,+ omdat hulle waargeneem word in die dinge wat gemaak is,+ ja, sy ewige krag+ en Godheid,+ sodat hulle onverskoonbaar is;+

Romeine 10: 13 Want “elkeen wat die naam van Jehovah aanroep, sal gered word”.+

Romeine 11:33: 33 O die diepte van God se rykdom+ en wysheid+ en kennis!+ Hoe ondeurgrondelik is sy oordele+ en hoe onnaspeurlik sy weë!

1 Korintiërs 8:4-6: En wat die eet+ van voedsel betref wat aan afgode geoffer is: ons weet dat ’n afgod niks+ in die wêreld is nie en dat daar geen God is nie, behalwe een.+ En wat die eet+ van voedsel betref wat aan afgode geoffer is: ons weet dat ’n afgod niks+ in die wêreld is nie en dat daar geen God is nie, behalwe een.+ Want selfs al is daar dié wat “gode” genoem word,+ hetsy in die hemel+ of op die aarde,+ net soos daar baie “gode” en baie “here” is,+ is daar in werklikheid vir ons een God,+ die Vader,+ uit wie alles is, en ons vir hom;+ en daar is een Here,+ Jesus Christus,+ deur wie alles is,+ en ons deur hom.

1 Timoteus 1:11: 11 volgens die glorieryke goeie nuus van die gelukkige+ God wat aan my toevertrou is.+

1 Timoteus 2:5: Want daar is een God,+ en een middelaar+ tussen God+ en die mense,+ ’n mens, Christus Jesus,+

Hebreërs 9:24: 24 Want Christus het nie ingegaan in ’n heiligdom wat met hande gemaak is,+ wat ’n kopie van die werklikheid is nie,+ maar in die hemel self,+ om nou vir ons voor die aangesig van God te verskyn.+

1 Johannes 4:16:16 En ons het self die liefde+ wat God in ons geval het, leer ken en geglo. God is liefde,+ en hy wat in die liefde bly,+ bly in eenheid met God, en God bly in eenheid+ met hom.

Openbaring 4:8: En wat die vier lewende wesens betref,+ elkeen van hulle het onderskeidelik ses vlerke;+ rondom en aan die onderkant is hulle vol oë.+ En hulle het dag en nag geen rus nie terwyl hulle sê: “Heilig, heilig, heilig is Jehovah+ God, die Almagtige,+ wat was en wat is+ en wat kom.”

Openbaring 11:17: 17 en gesê: “Ons dank u,+ Jehovah God, die Almagtige,+ die Een wat is+ en wat was, want u het u groot krag opgeneem+ en as koning begin heers.+

Openbaring 16:7: En ek het die altaar hoor sê: “Ja, Jehovah God, die Almagtige,+ waaragtig en regverdig is u regterlike beslissings.”+

 

*


+

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

Dieu Tout-puissant Qui ont peut pas voir et vivre

El-Shaddai God Almighty Who no-one may see and live

+++

Bescherming door leven in Christus

Ons leven in handen van God leggen dankzij Jezus.

Christus is voor ons de hoop tot glorie geworden. Dankzij hem zullen wij kunnen slagen in ons leven, ook al kan de wereld daar heel anders over denken. Ook al kunnen wij veel wereldse tegenstanders hebben, durven wij een vredelievende houding aan nemen naar al diegenen die ons omringen en zelfs ver af zijn. Aan anderen zullen wij niet doen wat wij niet zouden willen dat zij ons aan doen. Betreft het kwade dat zij ons aandoen weten wij dat het maar tijdelijk zal zijn en dat zij er nooit in zullen slagen om ons totaal te vernietigen. Vrees voor hen word weggenomen door de Kracht van God. Vele begeerlijke dingen kunnen wij van ons af zetten en geven daardoor ons geen frustraties.

Wij kunnen ons leven in de handen van de Allerhoogste leggen. Op Jehovah kunnen wij volledig vertrouwen. Jehovah, God is bij machte, om ons een overvloed te schenken van allerlei gunsten; zodat wij onder alle opzichten en ten allen tijde ruimschoots het nodige zullen bezitten, en nog zullen overhouden voor ieder goed werk. Door ons geloof zullen wij reeds tijdens dit bestaan hier al gunsten mogen ontvangen en zullen wij bewust kunnen worden van Gods zegeningen.

Christus heeft heel wat kunnen verwezenlijken en heel wat kunnen verduren. Door ons geloof is die sterkte van Jezus ons ook gegund en kunnen wij ook bergen verzetten en veel verdragen. In Christus hebben wij voldoende bewijzen gezien om te geloven in Zijn hemelse Vader en hebben wij het vertrouwen gekregen dat ook wij op Hem kunnen steunen.

– –

“Hun heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is onder de heidenvolken. En het luidt: ‘Christus is inu’, en ook: ‘de hoop op een eeuwige heerlijkheid.’” (Col 1:27 WV78)

“Leg uw leven de Heer in de hand, bouw op Hem: Hij zal het volvoeren.” (Ps 37:5 WV78)

“en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht” (Efe 1:19 WV78)

“En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk.” (2Co 9:8 WV78)

“Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.” (2Co 5:7 WV78)

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

Be faithful unto death, and I will give you the crown of life. – Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: