An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Atheist’

An atheist writer meeting Jehovah’s witnesses far from home

What may bring an atheist going for miles to a place to meet people with a strict belief?

2016-rio-olympics759-1An amateur Brazilian writer invites readers to come along and to enjoy journeys with him and become his partner to build his blog together. He lives in the Olympic city, the famous Rio soon the Olympus, where a wall is standing so that the poor shall not be seen.

With Adevenir who died 54 years old of a haemorrhagic stroke, he gave blood, sweat and health to our employer – BB Tecnologia e Serviços (in Portuguese). This year on July 17th, 2016 he went, in a car going faster than 140 kilometres per hour, to a city where he has never been before.

It might surprise us that he would be a Jehovah’s Witnesses’ guest though he himself is an atheist and he does not know what they think about it, or how they treat people like him.

I want to be a good guest because my mother taught me great manners, although she taught me to be myself as well. Socializing can be very stressful to me.

he writes.

Sunset

Stunning sunset and The Pomba River

Arriving at night his friend’s aunt and his friend’s grandmother were waiting for them with some juice and snacks.

The grandma recognized me after a couple years and it made me content because she is 92 years old, and she is a bit sick. We talked and laughed. Then, after two hours, my friend’s uncle and my friend’s cousin sister arrived from the Jehovah’s Witnesses’ temple. My friend’s cousin sister is very beautiful, polite and a little shy. She is single but only men of the same religion can date her with parents’ consent.

Can you imagine how difficult it sometimes may be when a young girl encounters than a person of the opposite sex which she knows is not of the same faith.

I think she looked like shy in front of a strange man because she was avoiding looking directly in my eyes. Often she moved out looking towards the ground.

the writer continues his story.

To be honest I think she is a male chauvinist religious daddy’s victim. She lent her bedroom to us, and it was very nice. Her behaviour towards us showed how she thinks and feels about guests.

My friend’s uncle is a distinguished man. He clearly is the person in charge of his family. He is serious but kind, very gentle. He used to monitor my eyes directions, especially when his daughter was close even when she looked towards nowhere. In this evening, nobody spoke about religion. We had a magnificent dinner, a good shower and a perfect bed.

In his path during 3 or 4 hours, the following day the writer passed by along 6 kilometres of amazing views.

The entrance of Sociability Island

The entrance of Sociability Island – Centre of Psycho-social Attention

Raul Veiga Bridge, Pomba River, The Centre of Psycho-social Attention that stays in a small island that is called Sociability Island, a stunning sunset, milk-shake, “churros” (I do not know its name in English.) and a delicious salad for dinner.

Before his departure the grandma gave him a magazine called The Watchtower (Sentinela, in Portuguese).

According to Jehovah’s Witnesses, The Watchtower shows us the significance of world events in the light of Bible prophecies. It comforts people with the good news of God’s Kingdom and promotes faith in Jesus Christ. I heard my friend’s uncle talking about it until the goodbye moment. My friend told me I was able to accept annoying behaviour without becoming angry and also, that I was the most patient atheist in the whole world. I do not think so. In spite of my atheism, I owned to the most respectful comportment to my great host. After that, we left and came back to home in God’s peace.

Strange then to find ‘God’s peace’ in that heart of that atheist writer who went such a long way from home to meet a Jehovah witness. Was this trip solely just to see an uncle of his friend? For sure Jehovah’s Witnesses he could have found enough in Rio itself and when gone so far why did he not challenge the moment of wondering what brought such people to such a faith?

Find his original article: It is not a trip at all

+

Preceding

Oklahoma City Regional Convention of Jehovah’s Witnesses

++

Related article

  1. Meet the atheist … who believes in God

+++

Further related

  1. Rio Olympics 2016
  2. London has its own Rio Olympic Lounge
  3. Olym-Picking the Top Stories in Rio
  4. Hope Solo Downplays Problems In Brazil, Complains Of US media
  5. What abandoned Olympic venues from around the world look like today
  6. The Most Controversial Moments in Olympics Opening Ceremony History
  7. Usain Bolt visits kids from most dangerous communities in Rio ahead of Olympics
  8. In Rio’s Slums, Gangs, Drugs, Murders Carry the Day
  9. World’s Fastest Growing Religion?
  10. A fallen Prince
  11. Prince found ’real happiness’ as Jehovah’s Witness, talking about Bible, longtime friend and bassist says
  12. A Different Sort of Church History 1
  13. Who were the Arians and what did they believe?
  14. Two Pillars of Freedom
  15. Why do Jehovah’s Witnesses preach?
  16. Two Classes Of Christians?
  17. Are Jehovah’s Witnesses Christian?
  18. My first false baptism
  19. You are Welcome to be Unwelcome….

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Position and power

History of Christianity

1. The early days of Christianity

1.1.       Considered as a danger

1.1.1.  Position and power

The founder of the Christianity, Jesus from Nazareth, the Christ, prayed that between his followers could exist unity (John 17:21), and the apostles really tried to keep the unity of the Christian municipality (1 Corinthians 1:10; Jude 17-19), but already in the first century false teachings entered Christianity.

The fact, that the Christians were a closely united body, fresh, vigorous, hopeful, and daily increasing, while the heathen were for the most part a loose aggregation, daily diminishing, made the true prospective strength of the church much greater. But they remained strongly surrounded by all kinds of several pagan belief forms and popular activities which could be sometimes very tempting.

With the years going by, the Christians came to stand for all sorts of trials and persecution.  As the first disciples they draw consolation and encouragement from their meetings.  Consequently the apostle[1] Paul wrote to the Hebrews 10:24, 25: “let us keep paying attention to one another, in order to spur each other on to love and good deeds, not forsaking the assembling of ourselves together, as the manner of some is; but exhorting one another: and so much the more, as you see the day approaching.” Those words are much more than a command to come and remain together. They provide a through God inspired standard that counts for all Christian assemblies— and actually for each occasion that Christians come together.

The apostles had been aware that dispute in the belief could lead to vehemently, discord and even enmity. (Acts of the Apostles 23:7-10) The apostles and early inspired men of the first century defended the Christian faith in two ways: verbally (Acts 22.1, Philippians 1.7, 16, 2 Timotheüs 4.16) and by means of literature (1 Corinthians 9.3).
Already in their time the apostles had to warn the followers of Christ for false teachers and wrong teachings which slowly entered the faith already n the first century.

the Conversion of Saul on the road to Damascus...

Conversion of Saul (Paul) on the road to Damascus

The apostle John refutes misconceptions of how to live godly in the face of the docetic-gnostic teachers infiltrating the church (1 John 2.1). “For many deceivers have entered into the world, who confess not that Yahshua the Messiah has come in the flesh. This is a deceiver and an antichrist.” (2 John 1:7 KJBPNV) “Because a number of false teachers have gone out into the world, who do not give witness that Jesus Christ came in the flesh. Such a one is a false teacher and Antichrist.” (2 John 1:7 BBE)

Peter writes: “But there were false prophets also among the people, even as there shall be false teachers among you, who secretly shall bring in damnable heresies, even denying the Lord that bought them, and bring upon themselves swift destruction.” (2 Peter 2:1 KJBPNV) “Especially those who follow their old natures in lust for filth and who despise authority. Presumptuous and self-willed, these false teachers do not tremble at insulting angelic beings;” (2 Peter 2:10 CJB)

No one of genuine concern wants to be wrong on what the Bible teaches. Therefore we must be cautious and ready to see all the biblical evidence as slowly or quickly as it is analyzed. In principle, it is what we find in Paul’s instruction to the Thessalonians: “Quench not the Spirit. Despise not prophesying. Prove all things; hold fast that which is good. Abstain from all appearance of evil.” (1 Thessalonians 5:19-22 KJBPNV)

Abiding in the words of the Gospel (John 8.31-32) we must be patient, hoping to receive the gift of the Holy Spirit, and let the scriptural facts reveal themselves on their own terms. Some early Christians were lacking that patience and found it not pleasant to give up their old customs. They then became attracted by those who found that it did not matter so much to love so strictly.

As long as the apostles lived, they protected the municipality. The history shows that the early Christians were not concerned by the political matters of the Roman Realm and that they had no prominent class of clergymen. Instead they were all diligent proclaimers of Gods kingdom. To the end of the first century, they had given testimony in all parts of the Roman Realm and had made disciples in Asia, Europe and North-Africa. (Colossians 1:23). These performances in the preaching meant however not that it was not longer necessarily to remain spiritually watchful. Jesus predicted coming lay yet far in the future.

Sects had to be avoided, since they belonged to the works of the meat (Galatians 5:19-21). Christians were admonished to promote no sects neither to let them self bring on a wrong track by false teachers (Acts of the Apostles 20:28; 2 Timothy 2:17, 18; 2 Peter 2:1). In his letter to Titus the apostle Paul commanded that a man who after a first and a second serious admonition continued to promote a sect, had to become rejected, what apparently meant that he must become rejected from the municipality (Titus 3:10). Those who refused to become involved by the causing of disunion within the municipality or by the supporting of a particular party, would distinct themselves through their faithful walk and give a token to own Gods approval. This was what Paul apparently meant when he said to the Corinthians: “For there must be also factions or sects among you, that they that are approved may be made manifest among you.” (1 Corinthians 11:19).

The Christians kept high principles of morality and probity, and with fiery diligence made the message of hope known. Thousands left Judaism and accepted Christianity (Acts 2:41; 4:4; 6:7). In the eyes of the Jewish religious leaders Jesus’ followers were unfaithful or apostate.  (Acts of the Apostles 13:45.) These furious leaders were of opinion that Christianity annulled their traditions. Yes, it denied even the view that they had on heathen! From 36 C. T. a heathens could become Christian and believe and hope in the same privileges as Jewish Christians. (Acts 10:34, 35).

Because of their high morality beginnings and the holding fast on to their belief conviction on more than one issue superior the Christians in the Roman world became not loved. Their separateness of the world (Johannes 15:19) triggered aversion. They did not take up political office and refused military service. As consequence of this they “became proposed as men that were dead for the world, and useless for all matters of life”, according to the historian August Neander. Not being part of the world, meant also to avoid the godless ways of the Roman world. “The small Christian-communities disturbed the pleasure making pagan world with their piety and decency”, explains the historian Will Durant (1 Petrus 4:3, 4). By pursuing and bringing the Christians before court perhaps the Romans tried to bring well the tormenting voice of the conscience till silence.

Extent of the Roman Empire from 133 BC unto 117 AD

Extent of the Roman Empire from 133 BCT unto 117 CT

The first-century Christians preached the good news of God’s kingdom with unshakable diligence (Matthew 24:14). About 60 C. T. Paul could say that the good news’ was preached in whole the creation that under the heaven is ‘(Colossians 1:23). At the end of the first century, Jesus’ followers had made supporters and disciples in the whole Roman Realm — in Asia, Europe and Africa! Even some members of “the house of Caesar” became Christians (Philippians 4:22). This diligent preaching woke resentment.  Neander says:’ Christianity steadily progressed under lay men from all forms of population and threatened to bring the state religion to fall.’ You can imagine how considerably important it really could be to let men infiltrate to let bring them on other thoughts.

Jesus’ followers offered Jehovah exclusive devotion (Matthew 4:8-10). Perhaps this aspect of their adoration brought them more than what else in conflict with Rome. The Romans were tolerant to other religions, as long as their supporters also participated at the emperor adoration. The early Christians normally could not participate at such adoration. They looked at themselves as people, that were due account at an authority that was higher, than that of the Roman state, namely Jehovah God (Acts 5:29). As a consequence of this a Christian became, though he was further in such a way in all respects such an exemplary citizen, considered as an enemy of the state.

There was yet another reason, about which faithful Christians in the Roman world became “objects of hatred”: Common backbiting over them was believed stylus, accusations, for which the Jewish religious leaders were in not small extent responsible, (Acts 17:5-8). About 60 or 61 C. T., when Paul waited in Rome for his trial by emperor Nero, prominent Jews said over Christians: “Really, what concerns this sect, it is us known that she experiences everywhere arguments” (Acts 28:22). Nero would certainly have heard defamatory stories over them. In 64 C. T. he chose, when he was held responsible for the fire that Rome afflicted, according to reports to use the already everywhere slandered Christians as scapegoats. This appears to have brought on a wave of violent persecution that had as target to exterminate the Christians.[2]

The false accusations that were brought in against the Christians were often based on a mixture of straight lies and a twist of their belief views. Because they were monotheistic and not adored the emperors, they were labelled as atheists. Because some non-Christian family members revolted with their Christian family members, they became accused to disrupt their family (Matthew 10:21). They were constituted for cannibals, an accusation that was based according to some sources on a twisting of the words that Jesus had uttered during the Last Supper. (Matthew 26:26-28).

Towards the end of Nero’s reign the Christians were required, under the heaviest penalties, even that of death, to offer sacrifices to the emperor and to the heathen gods. After the death of Nero the persecution ceased, and the followers of Jesus enjoyed comparative peace until the reign of Domitian, an emperor little behind Nero in wickedness.

The dispersion of the Jews, and the total destruction of their city and temple in 70 C.T., are the next events of consideration in the remainder of the first century. The numbers that perished under Vespasian in the country, and under Titus in the city, from A.D. 67-70, by famine, internal factions, and the Roman sword, were one million three hundred and fifty thousand four hundred and sixty, besides one hundred thousand sold into slavery.[3]

Domitian,” says Eusebius, the father of ecclesiastical history, “having exercised his cruelty against many, and unjustly slain no small number of noble and illustrious men at Rome, and having, without cause, punished vast numbers of honourable men with exile and the confiscation of their property, at length established himself as the successor of Nero in his hatred and hostility to God.”[4] He also followed Nero in deifying himself. He commanded his own statue to be worshipped as a god, revived the law of treason, and surrounded himself with spies and informers to bring a second persecution of the Christians.

Christianity, in spite of Roman emperors, and Roman prisons, and Roman executions, pursued its silent steady course. In little more than seventy years after the death of Christ, it had made such rapid progress in some places as to threaten the downfall of paganism.

Artemis Apollon Herakles

Artemis Apollon Herakles

Christians got the hatred of pagan worshippers on their neck. As the making of small silver temples of the goddess Artemis was a profitable business in the old Ephesus. But when Paul preached over there, a considerable number Ephesians reacted positively to his preaching and turned for this purpose their back to the adoration of Artemis. Now their trade was threatened, caused the silver blacksmith a tumult (Acts 19:24-41).  Something similar did happen after Christianity had expanded itself until Bithynia (now Northwest-Turkey). Not long after the Christian Greek Writings were finished, the ruler of Bithynia, Pliny the Younger, informed that pagan temples became left and the sale of feed for offering animals drastically collapsed. The Christians were blamed — and were prosecuted — because in their adoration there was no place for animal offerings and idols (Hebrew 10:1-9; 1 Johannes 5:21). It is clear that the spread of Christianity practiced influence on particular established interests connected with pagan adoration, and, those who as consequence of this lost as well trade as earnings, fumed about this.

By the progress of Christianity the temporal interests of a great number of persons were seriously affected. This was a fruitful and bitter source of persecution. The heathen temples became more and more deserted, the worship of the gods was neglected, and victims for sacrifices were rarely purchased. This naturally raised a popular cry against Christianity, such as the one at Ephesus: “This, our craft is in danger to be set at nought, and the temple of the great goddess Diana to be despised.”

goddess of hunting

Diana goddess of hunting

A countless throng of priests, image-makers, dealers, soothsayers, augurs, and artisans, found good livings in connection with the worship of so many deities. All these, seeing their craft in danger, rose up in united strength against the Christians, and sought by every means to arrest the progress of Christianity. The cunning priests and the artful soothsayers easily persuaded the vulgar, and the public mind in general, that all the calamities, wars, tempests, and diseases that afflicted mankind, were sent upon them by the angry gods, because the Christians who despised their authority were everywhere tolerated.[5] They invented and disseminated the vilest calumnies against everything Christian and laid many and grievous complaints against the Christians before the governors. This was especially so in the Asiatic provinces where Christianity was most prevalent.The First Christians naturally withdrew themselves from the pagans and became a separate and distinct people and held their meetings secretly. They could not but condemn and abhor polytheism, as utterly opposed to the one living and true God, and to the gospel of His Son Jesus Christ; this gave the Romans the idea that Christians were unfriendly to the human race, seeing they condemned all religions but their own. Hence they were called “Atheists,” because they did not believe in the heathen deities, and derided the heathen worship.[6] But that confinement of that pagan population seemed not always even easy.


[1] “apostle” signifies one “sent forth.”

[2] In the month of July A.D. 64 a great fire broke out in the Circus, which continued to spread until it laid in ruins all the ancient grandeur of the imperial city. The flames extended with great rapidity, and Rome being a city of long narrow streets, and of hills and valleys, the fire gathered force from the winds, and soon became a general conflagration. In a short time the whole city seemed wrapped in one sheet of burning flame.

[3] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[4] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[5] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[6] Christian worship, in true simplicity, without the aid of temples and priests, rites and ceremonies, is not much better understood now by professing Christendom than it was then by pagan Rome. Still it is true Today a lot of name Christians want also to see priests in special clothes and services with offerrings, incense and symbols in temples or special church buildings. Instead of knowing that “God is a Spirit, and they that worship Him must worship Him in spirit and in truth.” (John 4:24)

+

Persecution of Christians under Nero > Bible-history Nero

The Institutions behind the Terms in the 1st Century

Tag Cloud

Zion, Sion and Zsion News and Journal

About Politics, Religion, Culture, Society, Joy, Thank, Praise, Faith, Hope, Love, Community, Freedom, Peace, Islam, Justice, Truth, Patience and much more.

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: