An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Christus’

Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren

 

 

Psalm 19:1  De hemelen maken de heerlijkheid van God* bekend;+ En het uitspansel vertelt van het werk van zijn handen.+

Exodus 20:1-3: 1 Voorts sprak God al deze woorden* en zei:+ 2 „Ik ben Jehovah, uw God,*+ die u uit het land Egy̱pte heb geleid, uit het slavenhuis.+ Gij moogt geen andere goden*+ tegen mijn persoon in* hebben.

Jesaja 7: 7: Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: „Het zal niet bestaan, noch zal het geschieden.+

Jeremia 1: 9: Daarop stak Jehovah zijn hand uit en liet die mijn mond aanraken.+ Toen zei Jehovah tot mij: „Zie, ik heb mijn woorden in uw mond gelegd.+

Johannes 14:10: 10 Gelooft gij niet dat ik in eendracht met de Vader ben en de Vader in eendracht met mij is?+ De dingen die ik tot ulieden zeg, spreek ik niet uit mijzelf; maar de Vader, die in eendracht met mij blijft, doet zijn werken.+

Efeziërs 6: 17: 17 Neemt ook de helm+ der redding aan en het zwaard+ van de geest,+ dat is Gods woord,+ 

Exodus 3: Zeg daarom tot de zonen van I̱sraël: ’Ik ben Jehovah, en ik zal U stellig van onder de lasten der Egyptenaren uitleiden en U van hun slavernij bevrijden,+ en ik zal U inderdaad opeisen met een uitgestrekte arm en met zware strafgerichten.+

1 John 5:2020 Wij weten echter dat de Zoon van God is gekomen,+ en hij heeft ons het verstandelijke+ vermogen* gegeven om de kennis van de waarachtige te verwerven.+ En wij zijn in eendracht+ met de waarachtige, door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige+ God en het eeuwige leven.+

Revelatie 4: 11 „Gij, Jehovah,* ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid+ en de eer+ en de kracht te ontvangen,+ want gij hebt alle dingen geschapen,+ en vanwege uw wil+ bestonden ze en werden ze geschapen.”+

Exodus 6:2-3: 2 En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+

Job 22:13-14: 13 En toch hebt gij gezegd: ’Wat weet God* feitelijk? Kan hij richten door dikke donkerheid heen? 14 Wolken zijn voor hem een schuilplaats, zodat hij niet ziet, En op het hemelgewelf wandelt hij rond.’

Nehemiah 9: 5-7: En de levieten Je̱sua en Ka̱dmiël, Ba̱ni, Hasa̱bneja, Sere̱bja, Hodi̱a, Seba̱nja [en] Petha̱hja zeiden vervolgens: „Staat op, zegent+ Jehovah, UW God, van onbepaalde tijd tot onbepaalde tijd.+ En men zegene uw glorierijke naam,+ die boven alle zegen en lof verheven is.

Gij alleen zijt Jehovah;+ gijzelf hebt de hemel gemaakt,+ [ja] de hemel der hemelen, en heel zijn heerleger,+ de aarde+ en al wat daarop is,+ de zeeën+ en al wat daarin is;+ en gij houdt dat alles in het leven; en het heerleger+ van de hemel buigt zich voor u neer. Gij zijt Jehovah, de [ware] God, die A̱bram hebt uitgekozen+ en hem uit Ur der Chaldeeën hebt geleid+ en hem de naam A̱braham hebt gegeven.+

Psalm 50:7-17: 7 „Luister toch, o mijn volk, en ik wil spreken,+ O I̱sraël, en ik wil tegen u getuigen.*+ Ik ben God, uw God. 8 Niet aangaande uw slachtoffers wijs ik u terecht,+ Noch [aangaande] uw volledige brandoffers, [die] bestendig vóór mij [zijn]. 9 Ik wil geen stier uit uw huis nemen,+ [Noch] bokken uit uw kooien. 10 Want aan mij behoort al het wild gedierte van het woud toe,+ De beesten op duizend bergen.+ 11 Ik ken elk gevleugeld schepsel van de bergen heel goed,+ En het gewemel van dieren op het open veld is bij mij.+ 12 Indien ik honger had, zou ik het u niet zeggen; Want aan mij behoren het productieve land*+ en zijn volheid toe.+ 13 Zal ik het vlees van sterke [stieren] eten,+ En soms het bloed van bokken drinken?+ 14 Breng God dankzegging als uw slachtoffer,+ En betaal de Allerhoogste uw geloften;+ 15 En roep mij aan op de dag der benauwdheid.+ Ik zal u verlossen, en gij zult mij verheerlijken.”+ 16 Maar tot de goddeloze zal God moeten zeggen:+ „Wat voor recht hebt gij om mijn voorschriften op te sommen,+ En mijn verbond* in uw mond te nemen?+ 17 Zie, gij — gij hebt streng onderricht gehaat,+ En gij blijft mijn woorden achter u werpen.+

Efeziërs 4 4:11-1411 En hij heeft sommigen gegeven als apostelen,+ sommigen als profeten,+ sommigen als evangeliepredikers,*+ sommigen als herders en leraren,+ 12 met het oog op het terechtbrengen*+ van de heiligen, voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van de Christus,+ 13 totdat wij allen geraken tot de eenheid in het geloof en in de nauwkeurige kennis van de Zoon van God, tot een volwassen+ man, tot de mate van wasdom die tot de volheid van de Christus behoort;+ 14 opdat wij niet langer kleine kinderen zouden zijn, heen en weer geslingerd+ als door golven en her- en derwaarts gevoerd door elke wind van leer+ door middel van de bedriegerij+ van mensen, door middel van listigheid in het beramen van dwaling.

1 Korinthiërs 2 : 1,9-10, 14-16: 1 En daarom, broeders, ben ik, toen ik tot U kwam, niet met een overdaad* van woorden+ of van wijsheid gekomen om het heilige geheim+ van God aan U bekend te maken. … Maar zoals er staat geschreven: „Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, noch is het in het hart van een mens opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die hem liefhebben.”+ 10 Want aan ons heeft God het geopenbaard+ door middel van zijn geest,+ want de geest+ onderzoekt alle dingen, zelfs de diepe+ dingen Gods. …

14 Maar een fysiek* mens aanvaardt niet de dingen die van de geest Gods zijn, want ze zijn hem dwaasheid; en hij kan [ze] niet te weten komen+ omdat ze geestelijk worden onderzocht. 15 De geestelijke+ mens* echter onderzoekt wel alle dingen, maar zelf wordt hij door geen mens onderzocht.+ 16 Want „wie heeft de zin van Jehovah* leren kennen,+ dat hij hem zou kunnen onderrichten”?+ Wij hebben echter wel de zin+ van Christus.*

Jesaja 40:13: 13 Wie heeft de afmetingen van de geest van Jehovah opgenomen, en wie kan hem als zijn raadsman iets doen weten?+

Efeziërs 3 :5, 6: In andere geslachten werd dit [geheim+] niet aan de zonen der mensen bekendgemaakt zoals het nu door geest aan zijn heilige apostelen en profeten+ is geopenbaard,+ namelijk dat mensen uit de natiën mede-erfgenamen zouden zijn en medeleden van het lichaam+ en met ons deelgenoten van de belofte+ in eendracht met Christus Jezus door middel van het goede nieuws.

Kolossenzen 2:2opdat hun hart vertroost moge worden,+ opdat zij harmonisch samengevoegd mogen zijn in liefde+ en met het oog op alle rijkdom van de volledige verzekerdheid van [hun] inzicht,+ met het oog op een nauwkeurige kennis van het heilige geheim van God, namelijk Christus.*+

Spreuken 23 : 9 Spreek ten aanhoren van een verstandeloze niet,+ want hij zal uw verstandige woorden verachten.+

2 Samuel 23:2: De geest van Jehovah was het die door mij heeft gesproken,+ En zijn woord* was op mijn tong.+

Handelingen 1:1616 „Mannen, broeders, het schriftwoord moest vervuld worden+ dat de heilige geest+ bij monde van Da̱vid tevoren gesproken heeft over Ju̱das,+ die een gids is geworden van hen die Jezus gevangennamen,+

Handelingen 28 :25: 25 Omdat zij het dan niet met elkaar eens waren, maakten zij aanstalten om te vertrekken, terwijl Pa̱u̱lus deze ene opmerking maakte: „Treffend heeft de heilige geest door bemiddeling van de profeet Jesa̱ja tot UW voorvaders gesproken

1 Petrus 1:11: 11 Zij bleven onderzoeken* op welk speciale tijdperk+ of wat voor een [tijdperk] de geest+ in hen betreffende Christus doelde,*+ toen die van tevoren getuigenis aflegde van het voor Christus [bestemde] lijden+ en van de heerlijkheden+ die daarop zouden volgen.

2 Petrus 1:21:21 Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht,+ maar mensen hebben van Godswege gesproken+ zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.+

Johannes 14:2626 Maar de helper,* de heilige geest, die de Vader in mijn naam zal zenden, die* zal U alle dingen leren en alle dingen welke ik U heb gezegd, in UW herinnering terugbrengen.+

2 Timotheüs 3: 16-17: 16 De gehele Schrift is door God geïnspireerd*+ en nuttig om te onderwijzen,+ terecht te wijzen,+ dingen recht te zetten,*+ streng te onderrichten+ in rechtvaardigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij,+ volledig toegerust* voor ieder goed werk.+

1 Tessalonisense 2: 13: 13 Ja, daarom dank ons God ook onophoudelik,+ want toe julle God se woord ontvang het,+ wat julle by ons gehoor het, het julle dit nie as die woord van mense aangeneem nie+ maar, soos dit waarlik is, as die woord van God, wat ook in julle, die gelowiges, aan die werk is.+

Romeinen 15 :4Want alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht+ geschreven,+ opdat wij door middel van onze volharding+ en door middel van de vertroosting+ uit de Schriften hoop* zouden hebben.+

1 Korinthiërs 10:1111 Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden* en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing+ voor ons, tot wie de einden* van de samenstelsels van dingen*+ gekomen zijn.

Psalmen 119 :49, 50: 49 Gedenk het woord tot uw knecht,+ Waarop gij mij hebt doen wachten. 50 Dit is mijn troost in mijn ellende,+ Want het is uw toezegging die mij in het leven heeft gehouden.+

Spreuken 4: 7-9: Wijsheid is het voornaamste.+ Verwerf wijsheid; en bij alles wat gij verwerft, verwerf verstand.+ Schat haar hoog, en ze zal u verhogen.+ Ze zal u verheerlijken omdat gij haar omhelst.+ Aan uw hoofd zal ze een bekoorlijke krans geven;+ een luisterrijke kroon zal ze u schenken.”+

Spreuken 15:14: 14 Het is het verstandige hart dat naar kennis vorst,+ maar de mond der verstandelozen is op dwaasheid uit.+

Mattheüs 13:23: 23 Die op de voortreffelijke aarde is gezaaid, dat is hij die het woord hoort en de betekenis ervan begrijpt, die werkelijk vrucht draagt en voortbrengt, deze honderd-, die zestig-, de ander dertigvoud.”+

Hebreeën 5:14: 14 Vast voedsel behoort echter bij rijpe mensen, bij hen die door gebruik hun waarnemingsvermogen*+ hebben geoefend* om zowel goed als kwaad te onderscheiden.+

Daniël 1:17: 17 En wat deze kinderen, die vier, betreft, hun gaf de [ware] God kennis en inzicht in alle schrift en wijsheid;+ en Da̱niël zelf had verstand van allerlei visioenen en dromen.+

Spreuken 21: 30 Er is geen wijsheid, noch enig onderscheidingsvermogen, noch enige raad tégen Jehovah.+

Spreuken 19: 21 Vele zijn de plannen in het hart van een man,*+ maar het is de raad van Jehovah die zal bestaan.+

2 Timotheüs 2: 7-10: 7 Denk voortdurend aan* wat ik zeg; de Heer zal u werkelijk onderscheidingsvermogen in alle dingen geven.+

8 Houd in gedachte dat Jezus Christus uit de doden werd opgewekt+ en uit het zaad van Da̱vid was,+ overeenkomstig het goede nieuws dat ik predik,+ 9 in verband waarmee ik zelfs tot [gevangenis]boeien toe als een boosdoener kwaad te lijden heb.+ Niettemin is het woord van God niet gebonden.+ 10 Daarom ga ik voort alle dingen te verduren ter wille van de uitverkorenen,+ opdat ook zij de redding mogen verkrijgen die in eendracht met Christus Jezus is, te zamen met eeuwige heerlijkheid.+

Johannes 17: Dit betekent eeuwig leven,+ dat zij voortdurend kennis+ in zich opnemen van u,* de enige ware God,+ en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.+

1 Johannes 5: 20 Wij weten echter dat de Zoon van God is gekomen,+ en hij heeft ons het verstandelijke+ vermogen* gegeven om de kennis van de waarachtige te verwerven.+ En wij zijn in eendracht+ met de waarachtige, door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige+ God en het eeuwige leven.+

1 Timotheüs 2: 2-4: betreffende koningen+ en allen die een hoge positie bekleden,+ opdat wij een kalm en rustig leven mogen blijven leiden met volledige godvruchtige toewijding* en ernst.+ Dit is voortreffelijk en aangenaam+ in de ogen van onze Redder, God,+ wiens wil het is dat alle soorten van mensen+ worden gered+ en tot een nauwkeurige kennis+ van de waarheid komen.+

*

 


Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift met studieverwijzingen 1984/1995 herziening en aantekeningen

Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift met studieverwijzingen 1984/1995 herziening en aantekeningen

+

Engelse versie / English version: True God giving His Word for getting wisdom

Duitse versie / Deutsh: Wahren Gott gibt sein Wort für immer Weisheit

Franse versie / Français: Vrai Dieu donne Sa Parole pour obtenir la sagesse

Aansluitend op:

+++

Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

File:Alexandr Ivanov 069.jpg

Geißelung Christi – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)

“54  Nachdem sie ihn nun festgenommen hatten, führten sie ihn ab und brachten ihn in das Haus des Hohenpriesters. Petrus aber folgte von ferne. 55 Da sie aber mitten im Hof ein Feuer angezündet hatten und beisammen saßen, setzte sich Petrus mitten unter sie. 56 Es sah ihn aber eine Magd beim Feuer sitzen, schaute ihn an und sprach: Der war auch mit ihm! 57 Er aber leugnete und sprach: Weib, ich kenne ihn nicht! 58 Und bald darnach sah ihn ein anderer und sprach: Du bist auch einer von ihnen! Petrus aber sprach: Mensch, ich bin’s nicht! 59 Und nach einer Weile von ungefähr einer Stunde bekräftigte es ein anderer und sprach: Wahrhaftig, der war auch mit ihm; denn er ist ein Galiläer! 60 Petrus aber sprach: Mensch, ich weiß nicht, was du sagst! Und alsbald, während er noch redete, krähte der Hahn. 61 Und der Herr wandte sich um und sah Petrus an. Da erinnerte sich Petrus an das Wort des Herrn, das er zu ihm gesprochen hatte: Ehe der Hahn kräht, wirst du mich dreimal verleugnen! 62 Und er ging hinaus und weinte bitterlich.
63  Die Männer aber, die Jesus festhielten, verspotteten und mißhandelten ihn; 64 sie verhüllten ihn, schlugen ihn ins Angesicht, fragten ihn und sprachen: Weissage uns, wer ist’s, der dich geschlagen hat? 65 Und viele andere Lästerungen sprachen sie gegen ihn aus.” (Lukas 22:54-65 SCHLACH)

“23 Jesus erwiderte ihm: Habe ich unrecht geredet, so beweise, was daran unrecht war; habe ich aber recht geredet, was schlägst du mich? 24 Da sandte ihn Hannas gebunden zum Hohenpriester Kajaphas.” (Johannes 18:23-24 SCHLACH)

“66 Und als es Tag geworden, versammelten sich die Ältesten des Volkes, die Hohenpriester und Schriftgelehrten, und führten ihn ab vor ihren Hohen Rat; 67 und sie sprachen: Bist du der Christus? Sage es uns! Er aber sprach zu ihnen: Wenn ich es euch sagte, so würdet ihr es nicht glauben; 68 wenn ich aber auch fragte, so würdet ihr mir nicht antworten. 69 Von nun an aber wird des Menschen Sohn sitzen zur Rechten der Kraft Gottes. 70 Da sprachen sie alle: Bist du also der Sohn Gottes? Er aber sprach zu ihnen: Ihr saget, was ich bin! 71 Da sprachen sie: Was bedürfen wir weiter Zeugnis? Denn wir selbst haben es aus seinem Munde gehört.” (Lukas 22:66-71 SCHLACH)

“63 Jesus aber schwieg. Und der Hohepriester sprach zu ihm: Ich beschwöre dich bei dem lebendigen Gott, daß du uns sagest, ob du der Christus, der Sohn Gottes bist! 64 Jesus spricht zu ihm: Du hast es gesagt! Überdies sage ich euch: Von jetzt an werdet ihr des Menschen Sohn sitzen sehen zur Rechten der Kraft und kommen auf den Wolken des Himmels!” (Matthäus 26:63-64 SCHLACH)

“Der König sprach abermal zu ihm: Wie oft muß ich dich beschwören, daß du mir nichts anderes als die Wahrheit sagest im Namen des HERRN?” (1 Könige 22:16 SCHLACH)

“13  Als aber Jesus in die Gegend von Cäsarea Philippi gekommen war, fragte er seine Jünger und sprach: Für wen halten die Leute den Menschensohn? 14 Sie sprachen: Etliche sagen, du seiest Johannes der Täufer; andere aber Elia; noch andere Jeremia oder einer der Propheten. 15 Da spricht er zu ihnen: Ihr aber, für wen haltet ihr mich? 16 Da antwortete Simon Petrus und sprach: Du bist der Christus, der Sohn des lebendigen Gottes! 17 Und Jesus antwortete und sprach zu ihm: Selig bist du, Simon, Jonas Sohn; denn Fleisch und Blut hat dir das nicht geoffenbart, sondern mein Vater im Himmel!” (Matthäus 16:13-17 SCHLACH)

“24 Da umringten ihn die Juden und sprachen zu ihm: Wie lange hältst du unsere Seele im Zweifel? Bist du der Christus, so sag es uns frei heraus! 25 Jesus antwortete ihnen: Ich habe es euch gesagt, und ihr glaubet es nicht; die Werke, die ich tue im Namen meines Vaters, diese zeugen von mir. 26 Aber ihr glaubet nicht, weil ihr nicht von meinen Schafen seid; wie ich euch gesagt habe:” (Johannes 10:24-26 SCHLACH)

“13 Ich sah in den Nachtgesichten und siehe, es kam einer mit den Wolken des Himmels, gleich einem Menschensohn; der gelangte bis zu dem Hochbetagten und wurde vor ihn gebracht. 14 Und ihm wurde Gewalt, Ehre und königliche Würde verliehen, daß ihm alle Völker, Stämme und Zungen dienen sollten; seine Gewalt ist eine ewige Gewalt, die nicht vergeht, und sein Königtum wird nie untergehen.” (Daniel 7:13-14 SCHLACH)

“13 Und niemand ist in den Himmel hinaufgestiegen, außer dem, der aus dem Himmel herabgestiegen ist, des Menschen Sohn, der im Himmel ist. 14 Und wie Mose in der Wüste die Schlange erhöhte, also muß des Menschen Sohn erhöht werden, 15 auf daß jeder, der an ihn glaubt, nicht verloren gehe, sondern ewiges Leben habe. 16 Denn Gott hat die Welt so geliebt, daß er seinen eingeborenen Sohn gab, damit jeder, der an ihn glaubt, nicht verloren gehe, sondern ewiges Leben habe. 17 Denn Gott hat seinen Sohn nicht in die Welt gesandt, daß er die Welt richte, sondern daß die Welt durch ihn gerettet werde. 18 Wer an ihn glaubt, wird nicht gerichtet; wer aber nicht glaubt, der ist schon gerichtet, weil er nicht geglaubt hat an den Namen des eingeborenen Sohnes Gottes. 19 Darin besteht aber das Gericht, daß das Licht in die Welt gekommen ist, und die Menschen liebten die Finsternis mehr als das Licht; denn ihre Werke waren böse.” (Johannes 3:13-19 SCHLACH)

“55 Er aber, voll heiligen Geistes, blickte zum Himmel empor und sah die Herrlichkeit Gottes und Jesus zur Rechten Gottes stehen; 56 und er sprach: Siehe, ich sehe den Himmel offen und des Menschen Sohn zur Rechten Gottes stehen!” (Apostelgescht 7:55-56 SCHLACH)

“5 Denn ihr sollt so gesinnt sein, wie Jesus Christus auch war, 6 welcher, da er sich in Gottes Gestalt befand, es nicht wie einen Raub festhielt, Gott gleich zu sein; 7 sondern sich selbst entäußerte, die Gestalt eines Knechtes annahm und den Menschen ähnlich wurde, 8 und in seiner äußern Erscheinung wie ein Mensch erfunden, sich selbst erniedrigte und gehorsam wurde bis zum Tod, ja bis zum Kreuzestod. 9 Darum hat ihn auch Gott über alle Maßen erhöht und ihm den Namen geschenkt, der über allen Namen ist, 10 damit in dem Namen Jesu sich alle Knie derer beugen, die im Himmel und auf Erden und unter der Erde sind, 11 und alle Zungen bekennen, daß Jesus Christus der Herr sei, zur Ehre Gottes, des Vaters.” (Philipper 2:5-11 SCHLACH)

“5 Gott, der HERR, hat mir das Ohr aufgetan; und ich habe mich nicht widersetzt und bin nicht zurückgewichen. 6 Meinen Rücken bot ich denen dar, die mich schlugen, und meine Wangen denen, die mich rauften; mein Angesicht verbarg ich nicht vor Schmach und Speichel.” (Jesaja 50:5-6 SCHLACH)

“1  Und die ganze Versammlung stand auf, und sie führten ihn vor Pilatus. 2 Sie fingen aber an, ihn zu verklagen und sprachen: Wir haben gefunden, daß dieser das Volk verführt und ihm wehrt, dem Kaiser die Steuern zu zahlen, und behauptet, er sei Christus, der König. 3 Da fragte ihn Pilatus und sprach: Du bist der König der Juden? Er antwortete ihm und sprach: Du sagst es! 4 Da sprach Pilatus zu den Hohenpriestern und dem Volk: Ich finde keine Schuld an diesem Menschen! 5 Sie aber bestanden darauf und sprachen: Er wiegelt das Volk auf, indem er lehrt in ganz Judäa, was er zuerst in Galiläa tat und [fortsetzte] bis hierher!” (Lukas 23:1-5 SCHLACH)

“Als Pilatus dieses Wort hörte, fürchtete er sich noch mehr” (Johannes 19:8 SCHLACH)

“1  Solches habe ich zu euch geredet, damit ihr keinen Anstoß nehmet. 2 Sie werden euch aus der Synagoge ausschließen; es kommt sogar die Stunde, wo jeder, der euch tötet, meinen wird, Gott einen Dienst zu erweisen. 3 Und solches werden sie euch tun, weil sie weder den Vater noch mich kennen. 4 Ich aber habe euch solches gesagt, damit, wenn die Stunde kommt, ihr daran denket, daß ich es euch gesagt habe. Solches aber habe ich euch nicht von Anfang an gesagt, weil ich bei euch war. 5 Nun aber gehe ich hin zu dem, der mich gesandt hat, und niemand unter euch fragt mich: Wohin gehst du? 6 Sondern weil ich euch solches gesagt habe, ist euer Herz voll Trauer.
7  Aber ich sage euch die Wahrheit: Es ist gut für euch, daß ich hingehe; denn wenn ich nicht hingehe, so kommt der Beistand nicht zu euch. Wenn ich aber hingegangen bin, will ich ihn zu euch senden. 8 Und wenn jener kommt, wird er die Welt überzeugen von Sünde und von Gerechtigkeit und von Gericht; 9 von Sünde, weil sie nicht an mich glauben; 10 von Gerechtigkeit aber, weil ich zum Vater gehe und ihr mich hinfort nicht mehr sehet; 11 von Gericht, weil der Fürst dieser Welt gerichtet ist. 12 Noch vieles hätte ich euch zu sagen; aber ihr könnt es jetzt nicht ertragen. 13 Wenn aber jener kommt, der Geist der Wahrheit, wird er euch in die ganze Wahrheit leiten; denn er wird nicht von sich selbst reden, sondern was er hören wird, das wird er reden, und was zukünftig ist, wird er euch verkündigen. 14 Derselbe wird mich verherrlichen; denn von dem Meinigen wird er es nehmen und euch verkündigen. 15 Alles, was der Vater hat, ist mein; darum habe ich gesagt, daß er es von dem Meinigen nehmen und euch verkündigen wird.
16  In kurzem werdet ihr mich nicht mehr sehen, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen, denn ich gehe zum Vater. 17 Da sprachen etliche seiner Jünger zueinander: Was bedeutet das, daß er sagt: In kurzem werdet ihr mich nicht mehr sehen, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen, und: Ich gehe zum Vater? 18 Sie fragten nämlich: Was bedeutet das, daß er sagt: In kurzem? Wir wissen nicht, was er redet! 19 Jesus merkte, daß sie ihn fragen wollten, und sprach zu ihnen: Ihr befraget einander darüber, daß ich gesagt habe: In kurzem sehet ihr mich nicht mehr, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen? 20 Wahrlich, wahrlich, ich sage euch, ihr werdet weinen und wehklagen, aber die Welt wird sich freuen, ihr aber werdet trauern; doch eure Traurigkeit soll in Freude verwandelt werden. 21 Wenn eine Frau gebiert, so hat sie Traurigkeit, weil ihre Stunde gekommen ist; wenn sie aber das Kind geboren hat, denkt sie nicht mehr an die Angst, um der Freude willen, daß ein Mensch zur Welt geboren ist. 22 So habt auch ihr nun Traurigkeit; ich werde euch aber wiedersehen, und dann wird euer Herz sich freuen, und niemand wird eure Freude von euch nehmen.
23  Und an jenem Tage werdet ihr mich gar nichts fragen. Wahrlich, wahrlich, ich sage euch, was irgend ihr den Vater bitten werdet in meinem Namen, er wird es euch geben! 24 Bis jetzt habt ihr gar nichts in meinem Namen gebeten; bittet, so werdet ihr nehmen, auf daß eure Freude völlig werde! 25 Solches habe ich euch in Gleichnissen gesagt; es kommt aber die Stunde, da ich nicht mehr in Gleichnissen zu euch reden, sondern euch offen vom Vater Kunde geben werde. 26 An jenem Tage werdet ihr in meinem Namen bitten, und ich sage euch nicht, daß ich den Vater für euch bitten wolle; 27 denn der Vater selbst hat euch lieb, weil ihr mich liebet und glaubet, daß ich von Gott ausgegangen bin.
28  Ich bin vom Vater ausgegangen und in die Welt gekommen; wiederum verlasse ich die Welt und gehe zum Vater. 29 Da sagen seine Jünger: Siehe, jetzt redest du offen und brauchst kein Gleichnis! 30 Jetzt wissen wir, daß du alles weißt und nicht nötig hast, daß dich jemand frage; darum glauben wir, daß du von Gott ausgegangen bist! 31 Jesus antwortete ihnen: Jetzt glaubet ihr? 32 Siehe, es kommt die Stunde, und sie ist schon da, wo ihr euch zerstreuen werdet, ein jeglicher in das Seine, und mich allein lasset; aber ich bin nicht allein, denn der Vater ist bei mir. 33 Solches habe ich zu euch geredet, auf daß ihr in mir Frieden habet. In der Welt habt ihr Trübsal; aber seid getrost, ich habe die Welt überwunden!” (Johannes 16:1-33 SCHLACH)

“30 Sie antworteten und sprachen zu ihm: Wäre er kein Übeltäter, so hätten wir ihn dir nicht überantwortet! 31 Da sprach Pilatus zu ihnen: So nehmet ihr ihn und richtet ihn nach eurem Gesetz! Die Juden sprachen zu ihm: Wir dürfen niemand töten! 32 auf daß Jesu Wort erfüllt würde, das er sagte, als er andeutete, welches Todes er sterben sollte.” (Johannes 18:30-32 SCHLACH)

“15 Aber auf das Fest pflegte der Landpfleger dem Volke einen Gefangenen freizugeben, welchen sie wollten. 16 Sie hatten aber damals einen berüchtigten Gefangenen namens Barabbas. 17 Als sie nun versammelt waren, sprach Pilatus zu ihnen: Welchen wollt ihr, daß ich euch freilasse, Barabbas oder Jesus, den man Christus nennt? 18 Denn er wußte, daß sie ihn aus Neid überantwortet hatten. 19 Als er aber auf dem Richterstuhl saß, sandte sein Weib zu ihm und ließ ihm sagen: Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; denn ich habe heute im Traume seinetwegen viel gelitten! 20 Aber die Hohenpriester und die Ältesten beredeten die Volksmenge, den Barabbas zu erbitten, Jesus aber umbringen zu lassen. 21 Der Landpfleger aber antwortete und sprach zu ihnen: Welchen von diesen beiden wollt ihr, daß ich euch frei lasse? Sie sprachen: Den Barabbas! 22 Pilatus spricht zu ihnen: Was soll ich denn mit Jesus tun, den man Christus nennt? Sie sprachen alle zu ihm: Kreuzige ihn! 23 Da sagte der Landpfleger: Was hat er denn Böses getan? Sie aber schrieen noch viel mehr und sprachen: Kreuzige ihn! 24 Als nun Pilatus sah, daß er nichts ausrichtete, sondern daß vielmehr ein Aufruhr entstand, nahm er Wasser und wusch sich vor dem Volk die Hände und sprach: Ich bin unschuldig an dem Blut dieses Gerechten; sehet ihr zu! 25 Und alles Volk antwortete und sprach: Sein Blut komme über uns und über unsere Kinder!
26  Da gab er ihnen den Barabbas los; Jesus aber ließ er geißeln und übergab ihn zur Kreuzigung.” (Matthäus 27:15-26 SCHLACH)

“2 Du sollst nicht der Mehrheit folgen zum Bösen und sollst vor Gericht deine Aussagen nicht nach der Mehrheit richten, um zu verdrehen. 3 Du sollst den Armen nicht beschönigen in seinem Prozeß.” (2 Mose 23:2-3 SCHLACH)

“9 Pilatus aber antwortete ihnen und sprach: Wollt ihr, daß ich euch den König der Juden freigebe? 10 Denn er wußte, daß die Hohenpriester ihn aus Neid überantwortet hatten. 11 Aber die Hohenpriester wiegelten das Volk auf, daß er ihnen lieber den Barabbas losgeben solle. 12 Pilatus antwortete und sprach wiederum zu ihnen: Was wollt ihr nun, daß ich mit dem tue, welchen ihr König der Juden nennet? 13 Sie aber schrieen wiederum: Kreuzige ihn! 14 Pilatus sprach zu ihnen: Was hat er denn Böses getan? Sie aber schrieen noch viel mehr: Kreuzige ihn!
15  Da nun Pilatus das Volk befriedigen wollte, gab er ihnen den Barabbas los und überantwortete Jesus, nachdem er ihn hatte geißeln lassen, daß er gekreuzigt werde.” (Markus 15:9-15 SCHLACH)

“16 Die Kriegsknechte aber führten ihn hinein in den Hof, das ist das Amthaus, und riefen die ganze Rotte zusammen, 17 legten ihm einen Purpur um, flochten eine Dornenkrone und setzten sie ihm auf. 18 Und sie fingen an, ihn zu begrüßen: Sei gegrüßt, König der Juden! 19 Und schlugen sein Haupt mit einem Rohr, spieen ihn an, beugten die Knie und fielen vor ihm nieder. 20 Und nachdem sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Purpur aus und legten ihm seine eigenen Kleider an und führten ihn hinaus, um ihn zu kreuzigen.” (Markus 15:16-20 SCHLACH)

“32  Es wurden aber auch zwei andere hingeführt, Übeltäter, um mit ihm hingerichtet zu werden. 33 Und als sie an den Ort kamen, den man Schädelstätte nennt, kreuzigten sie daselbst ihn und die Übeltäter, den einen zur Rechten, den andern zur Linken. 34 Jesus aber sprach: Vater, vergib ihnen, denn sie wissen nicht, was sie tun! Sie teilten aber seine Kleider und warfen das Los.” (Lukas 23:32-34 SCHLACH)

“44 Ich aber sage euch: Liebet eure Feinde, segnet, die euch fluchen, tut wohl denen, die euch hassen, und bittet für die, so euch beleidigen und verfolgen; 45 auf daß ihr Kinder eures Vaters im Himmel seid. Denn er läßt seine Sonne aufgehen über Böse und Gute und läßt regnen über Gerechte und Ungerechte. 46 Denn wenn ihr die liebt, die euch lieben, was habt ihr für einen Lohn? Tun nicht die Zöllner dasselbe? 47 Und wenn ihr nur eure Brüder grüßt, was tut ihr Besonderes? Tun nicht auch die Heiden ebenso? 48 Darum sollt ihr vollkommen sein, gleichwie euer himmlischer Vater vollkommen ist!” (Matthäus 5:44-48 SCHLACH)

“13 Der Gott Abrahams und Isaaks und Jakobs, der Gott unsrer Väter, hat seinen Sohn Jesus verherrlicht, den ihr überliefert und vor Pilatus verleugnet habt, als dieser ihn freisprechen wollte. 14 Ihr aber habt den Heiligen und Gerechten verleugnet und verlangt, daß euch ein Mörder geschenkt werde, 15 den Fürsten des Lebens aber habt ihr getötet; den hat Gott von den Toten auferweckt, dafür sind wir Zeugen. 16 Und auf den Glauben an seinen Namen hin hat sein Name diesen [Mann] hier, den ihr sehet und kennet, gestärkt, und der durch ihn [gewirkte] Glaube hat ihm diese volle Gesundheit gegeben vor euch allen. 17 Und nun, ihr Brüder, ich weiß, daß ihr in Unwissenheit gehandelt habt, wie auch eure Obersten; 18 Gott aber hat das, was er durch den Mund aller seiner Propheten zuvor verkündigte, daß nämlich Christus leiden müsse, auf diese Weise erfüllt.” (Apostelgescht 3:13-18 SCHLACH)

“8 welche keiner der Obersten dieser Welt erkannt hat; denn hätten sie sie erkannt, so würden sie den Herrn der Herrlichkeit nicht gekreuzigt haben. 9 Sondern, wie geschrieben steht: « Was kein Auge gesehen und kein Ohr gehört und keinem Menschen in den Sinn gekommen ist, was Gott denen bereitet hat, die ihn lieben », 10 hat Gott uns aber geoffenbart durch seinen Geist; denn der Geist erforscht alles, auch die Tiefen der Gottheit.” (1 Korinther 2:8-10 SCHLACH)

“Und das Volk stand da und sah zu. Es spotteten aber auch die Obersten und sprachen: Andere hat er gerettet; er rette nun sich selbst, wenn er Christus ist, der Auserwählte Gottes!” (Lukas 23:35 SCHLACH)

“16 (22-17) Denn Hunde umringen mich, eine Rotte von Übeltätern schließt mich ein; sie haben meine Hände und Füße durchgraben. 17 (22-18) Ich kann alle meine Gebeine zählen; sie schauen her und sehen mich schadenfroh an. 18 (22-19) Sie teilen meine Kleider unter sich und werfen das Los um mein Gewand!” (Psalmen 22:16-18 SCHLACH)

“36 Es verspotteten ihn aber auch die Kriegsknechte, indem sie herzutraten, ihm Essig brachten 37 und sprachen: Bist du der König der Juden, so rette dich selbst! 38 Es stand aber auch eine Inschrift über ihm in griechischer, lateinischer und hebräischer Schrift: Dieser ist der König der Juden. 39 Einer aber der gehängten Übeltäter lästerte ihn und sprach: Bist du der Christus, so rette dich selbst und uns! 40 Der andere aber antwortete, tadelte ihn und sprach: Fürchtest auch du Gott nicht, da du doch in gleichem Gerichte bist? 41 Und wir zwar gerechterweise, denn wir empfangen, was unsere Taten wert sind; dieser aber hat nichts Unrechtes getan! 42 Und er sprach zu Jesus: Herr, gedenke meiner, wenn du zu deiner Königswürde kommst! 43 Und Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir, heute wirst du mit mir im Paradiese sein!” (Lukas 23:36-43 SCHLACH)

“1  Die Hauptsache aber bei dem, was wir sagten, ist: Wir haben einen solchen Hohenpriester, der zur Rechten des Thrones der Majestät im Himmel sitzt, 2 einen Diener des Heiligtums und der wahrhaftigen Stiftshütte, welche der Herr errichtet hat, und nicht ein Mensch. 3 Denn jeder Hoherpriester wird eingesetzt, um Gaben und Opfer darzubringen; daher muß auch dieser etwas haben, was er darbringen kann. 4 Wenn er sich nun auf Erden befände, so wäre er nicht einmal Priester, weil hier solche sind, die nach dem Gesetz die Gaben opfern. 5 Diese dienen einem Abbild und Schatten des Himmlischen, gemäß der Weisung, die Mose erhielt, als er die Stiftshütte anfertigen wollte: « Siehe zu », hieß es, « daß du alles nach dem Vorbild machst, das dir auf dem Berge gezeigt worden ist! »
6  Nun aber hat er einen um so bedeutenderen Dienst erlangt, als er auch eines besseren Bundes Mittler ist, der auf besseren Verheißungen ruht. 7 Denn wenn jener erste [Bund] tadellos gewesen wäre, so würde nicht Raum für einen zweiten gesucht. 8 Denn er tadelt sie doch, indem er spricht: « Siehe, es kommen Tage, spricht der Herr, da ich mit dem Hause Israel und mit dem Hause Juda einen neuen Bund schließen werde; 9 nicht wie der Bund, den ich mit ihren Vätern gemacht habe an dem Tage, als ich sie bei der Hand nahm, um sie aus Ägyptenland zu führen (denn sie sind nicht in meinem Bund geblieben, und ich ließ sie gehen, spricht der Herr),” (Hebräer 8:1-9 SCHLACH)

“2 Ich weiß von einem Menschen in Christus, der vor vierzehn Jahren (ob im Leibe, weiß ich nicht, oder ob außerhalb des Leibes, weiß ich nicht; Gott weiß es) bis in den dritten Himmel entrückt wurde. 3 Und ich weiß von dem betreffenden Menschen (ob im Leibe, oder außerhalb des Leibes, weiß ich nicht; Gott weiß es), 4 daß er in das Paradies entrückt wurde und unaussprechliche Worte hörte, welche keinem Menschen zu sagen vergönnt ist. 5 Wegen eines solchen will ich mich rühmen, meiner selbst wegen aber will ich mich nicht rühmen, als nur meiner Schwachheiten. 6 Wenn ich mich zwar rühmen wollte, würde ich darum nicht töricht sein, denn ich würde die Wahrheit sagen. Ich enthalte mich aber dessen, damit niemand mehr von mir halte, als was er an mir sieht oder von mir hört. 7 Und damit ich mich der außerordentlichen Offenbarungen nicht überhebe, wurde mir ein Pfahl fürs Fleisch gegeben, ein Engel Satans, daß er mich mit Fäusten schlage, damit ich mich nicht überhebe.” (2 Korinther 12:2-7 SCHLACH)

“Wer ein Ohr hat, der höre, was der Geist den Gemeinden sagt: Wer überwindet, dem will ich zu essen geben von dem Baum des Lebens, welcher im Paradiese Gottes ist.” (Offenbarung 2:7 SCHLACH)

“6 welcher einem jeglichen vergelten wird nach seinen Werken; 7 denen nämlich, die mit Ausdauer im Wirken des Guten Herrlichkeit, Ehre und Unsterblichkeit erstreben, ewiges Leben; 8 den Streitsüchtigen aber, welche der Wahrheit ungehorsam sind, dagegen der Ungerechtigkeit gehorchen, Zorn und Grimm! 9 Trübsal und Angst über jede Menschenseele, die das Böse vollbringt, zuerst über den Juden, dann auch über den Griechen; 10 Herrlichkeit aber und Ehre und Friede jedem, der das Gute wirkt, zuerst dem Juden, dann auch dem Griechen; 11 denn es gibt kein Ansehen der Person bei Gott: 12 Welche ohne Gesetz gesündigt haben, die werden auch ohne Gesetz verloren gehen; und welche unter dem Gesetz gesündigt haben, die werden durch das Gesetz verurteilt werden. 13 Denn vor Gott sind nicht die gerecht, welche das Gesetz hören; sondern die, welche das Gesetz befolgen, sollen gerechtfertigt werden. 14 Denn wenn die Heiden, die das Gesetz nicht haben, doch von Natur tun, was das Gesetz verlangt, so sind sie, die das Gesetz nicht haben, sich selbst ein Gesetz; 15 da sie ja beweisen, daß des Gesetzes Werk in ihre Herzen geschrieben ist, was auch ihr Gewissen bezeugt, dazu ihre Überlegungen, welche sich untereinander verklagen oder entschuldigen. 16 Das wird an dem Tage offenbar werden, da Gott das Verborgene der Menschen richten wird, laut meinem Evangelium, durch Jesus Christus.” (Römer 2:6-16 SCHLACH)

*

Vorhergehend:

Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Diener um der Wahrheit willen Gottes

Der Gesalbte und der erste Tag des Festes der ungesäuerten Brote

Am ersten Tag für Mazza

Vergeleich:

Nederlandse versie: Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Version Français: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

+++

  • In Which Zwingli Responds to Luther’s ‘Sermon Against the Rabble-Rousers’ (zwingliusredivivus.wordpress.com)
    Luther’s view of the Supper of the Lord is once again questioned (as it had been in the just published Amica Exegesis) and Luther’s unwillingness to come to some equally satisfying agreement on the topic is wondered about aloud.It seems Zwingli had his stomach full of Luther’s accusation that Zwingli and his coworkers were servants of the devil.  Of this wretched and obnoxious attitude, Zwingli reminds Luther of Romans 14:10, ‘Warumb urteilst du eins andren herren eigenman?’  Luther, of course, didn’t think he had.  He thought he had denounced heretics and as everyone knows, heretics are fair game for all manner of denunciation.  Otherwise, they lead others to hell.  Anyway, as we all know, on this subject, it was Luther who was the heretic.
    +

Zwingli remarks

Ich zwyfel nit, christlicher laeser, du vallist in etwas unmuots, so du dise min verglimpfung und ableinung, dero vast not ist, über des treffenlichen Martin Luthers predig, wider die schwermer vom sacrament des lychnams und bluots Christi geton und beschriben, ansehist, darumb daß du sorgest, es werde zwytracht under denen, die ouch bim euangelio stond.

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    Did the reformers assume that everyone would know Christ was supreme and it need not be said?I think a close examination of the Five Solas support that theory because they come close to making that statement.But as they say,”good enough never is.”

    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.

    Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .

  • Good Friday Is Good Indeed (zaraalexis.wordpress.com)
    While the worldly tradition has commercialized Easter to represent confectionary in the shape of a bunny and the fun, children’s activity of hunting for pastel-coloured eggs during nothing more than a long weekend – Good Friday commemorates what is at the center of the Christian faith: Jesus Christ’s crucifixion on the cross.
  • Daily Audio and Video Bible with Music and Images: 1 Timothy 2:5-6 (Greek, English, Spanish, German, Tagalog, Korean, Malayalam) (restart.typepad.com)
    Denn es ist ein Gott und ein Mittler zwischen Gott und den Menschen, nämlich der Mensch Christus Jesus, der sich selbst gegeben hat für alle zur Erlösung, daß solches zu seiner Zeit gepredigt würde.  (LUTH1545)
  • The Angel on the Highway – Der Engel auf der Autobahn (gloryriver.wordpress.com)
    Der HERR hatte meine Verzweiflung gesehen und in welcher Gefahr ich mich befand und war sofort zur Stelle. Das war mir eine Lektion. Wir sollen uns natürlich nicht bewusst in Gefahr bringen, aber wenn wir unter Seinem Schutz sind, und das sind wir als Seine Kinder, dürfen wir wissen, dass Er nicht zulässt, dass wir unseren Fuß an einen Stein stoßen. Er hat immer ein Auge auf uns, Ihm entgeht nichts. Halleluja! Wir mögen in der größten Gefahr sein, aber Er ist dennoch stets zur Stelle uns zu schützen, zu helfen und uns in ruhigere ‚Wasser‘ zu leiten.
  • Passover + Easter = Eternal Life (clydestyle.org)
    We have finally reached Easter weekend and as the vernal equinox predected, Passover and Easter celebrations will not coincide. Each tradition still remains separate, even though it was meant for the two days to collide.
    +
    In both the Passover and Easter, God’s people are granted life and with the favor from God it is truly an abundant life. In each case God saved his people from a condition that they could not save themselves from. Dear reader, can you relate to being placed in a position that you have no control over? A condition that you just have to take because there is nothing you can do about it anyway.
  • Special prayers, meditation mark Good Friday (thehindu.com)
    Devotees participating in a procession organised by Infant Jesus Church, Seetammadhara, Visakhapatnam, to mark Good Friday. Photo: C. V. Subrahmanyam
    Hundreds of Christian in the city participated in the ‘Good Friday Lent Services’ from 11 a.m. to 3 p.m. the exact time when Jesus hanging on the cross prayed ‘Father, into thy hands I commend my Spirit’ and gave up his Ghost. More than 30,000 Christians representing about 1,000 churches started off their services meditating on the historical significance of crucifying of Jesus Christ on an old rugged cross by the then Roman Government.
    +
    Earlier in the day, Infant Jesus Church in Seethammadara organised an impressive rally and re-enacted the scene of crucifixion with a believer disguised as Jesus carrying a huge cross and others dressed as Roman soldiers lashing the saviour with whips and the latter bleeding. The crucifixion scene drew the attention of the general public and was touching.
  • Journey with Jesus: Holy Saturday (lifegivingwater.wordpress.com)
    Jesus had done amazing things. He had healed the sick and gave the blind their sight back. He cast out demons and turned water into wine. He fed thousands of people with only a little bit of food and even walked on water.Even beyond that, Jesus raised a couple of people to life after they had passed! Who can stop such a person? What on earth could possibly get in the way of such power? And yet, Jesus never claimed to have power. He was always giving credit to God, whom he referred to as Abba…father. He always…
  • psychotic for Lenten, day 38 & the Pagan celebration of Easter (Ostara) (christiannoob.wordpress.com)
    It turns out that the celebration of Easter (Eostre or Ostara) is no Christian holiday after all at least with that name. Easter’s a Germanic Pagan celebration of rebirth (similar to Jesus’ coming back to life) and it’s represented by eggs (rebirth) and bunnies (originally statuettes made of wood).
    +
    All the while, the Pagan celebration of Easter (Eostre or Ostara) has become heavily accepted as part of the secular (not to be confused with atheism; but rather the rejection that a bastardized version of a religion mandates people’s lives including hatred, wars, human right violations and murders) American lifestyle, which has bled into Christianity. The most troublesome part of the bunny-and-egg tradition is that it influences all nations what’ve become Americanized for the past century or so.
  • The Faithful Saying (savedbygraceblogdotcom.wordpress.com)
    When it is told us that God hath given unto us his Son out of mere love, we are without any desire to receive it. We care not for the promise of this gift, but bestow all our cares on worldly things.

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

File:Alexandr Ivanov 048.jpg

Jezus voorgebracht om berecht te worden – Smaad van Christus. Uit “Bijbelse Sketches” – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)


*

“54  En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. 55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. 56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. 57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. 58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. 59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileër. 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. 61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. 63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. 64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? 65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.” (Lukas 22:54-65 STV)

“23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)” (Johannes 18:23-24 STV)

“66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, 67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; 68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; 69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. 70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. 71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.” (Lukas 22:66-71 STV)

“63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter [hand] der kracht [Gods], en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:63-64 STV)

“En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (1 Koningen 22:16 STV)

“13  Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 16:13-17 STV)

“24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. 25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. 26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.” (Johannes 10:24-26 STV)

“13 [Verder] zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” (Daniël 7:13-14 STV)

“13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk] de Zoon des mensen, Die in den hemel is. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” (Johannes 3:13-19 STV)

“55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter [hand] Gods. 56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter [hand] Gods.” (Handelingen 7:55-56 STV)

“5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:5-11 STV)

“5 De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts. 6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.” (Jesaja 50:5-6 STV)

“1  En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. 2 En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. 3 En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. 4 En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. 5 En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judéa, begonnen hebbende van Galiléa tot hier toe.” (Lukas 23:1-5 STV)

“Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;” (Johannes 19:8 STV)

“1  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt. 2 Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij. 4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was. 5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? 6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: 9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; 10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; 11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. 12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. 13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
16  Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader. 17 [Sommigen] dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader? 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen [tijd]? Wij weten niet, wat Hij zegt. 19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien? 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. 21 Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is. 22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
23  En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, [dat] zal Hij u geven. 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen. 26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. 29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis. 30 Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt. 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu? 32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en [nochtans] ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij. 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:1-33 STV)

“30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.” (Johannes 18:30-32 STV)

“15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. 16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. 17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? 18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. 20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. 21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. 22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. 23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer [dat] [er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen. 26  Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.” (Mattheüs 27:15-26 STV)

“2 Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om [het] [recht] te buigen. 3 Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.” (Exodus 23:2-3 STV)

“9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? 10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) 11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten. 12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? 13 En zij riepen wederom: Kruis Hem. 14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15  Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden.” (Markus 15:9-15 STV)

“16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; 17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; 18 En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! 19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem. 20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.” (Markus 15:16-20 STV)

“32  En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden. 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel [plaats], kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter [zijde] en den ander ter linker [zijde]. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.” (Lukas 23:32-34 STV)

“44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo? 48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44-48 STV)

“13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten. 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 STV)

“8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Corinthiërs 2:8-10 STV)

“En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten [Hem], zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.” (Lukas 23:35 STV)

“16 (22-17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. 17 (22-18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. 18 (22-19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:16-18 STV)

“36 En ook de krijgsknechten, tot [Hem] komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; 37 En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. 38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven, met Griekse, en Romeinse en Hebreeuwse letters: DEZE IS DE KONING DER JODEN. 39 En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. 40 Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? 41 En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen [straf], waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. 43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” (Lukas 23:36-43 STV)

“1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, [dat] wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter [hand] van den troon der Majesteit in de hemelen: 2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 7 Want indien dat eerste [verbond] onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 8 Want [hen] berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.” (Hebreeën 8:1-9 STV)

“2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het [geschied] [zij] in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied] [zij], weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. 5 Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. 6 Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde [daarvan] af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, [namelijk] een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.” (2 Corinthiërs 12:2-7 STV)

“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.” (Openbaring 2:7 STV)

“6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, [zal] verbolgenheid en toorn [vergolden] [worden]; 9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en [ook] van den Griek; 10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en [ook] den Griek. 11 Want er is geen aanneming des persoons bij God. 12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden; 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; 15 [Als] die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander [hen] beschuldigende, of ook ontschuldigende). 16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.” (Romeinen 2:6-16 STV)

*

Voorgaand: Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

Engelse versie / English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

Franse versie / Version Française: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

+
Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Christ before Pontius Pilate, Mihály Munkácsy,...

Christus Jezus voor Pontius Pilatus – Mihály Munkácsy, 1881 (Photo credit: Wikipedia)

+++

+

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .
    +
    Each of the Five existing Solas depend on Christ.
    Jesus is the Lliving Word of God, the Way, the Truth and the Life. He is the Living Scriptura.
    Christ is the one mediator between God and man, the Sola Christos.
    Christ’s death and resurrection made God’s Grace available to mankind. Jesus is the Sola Gratia.
    Christ said, “believe in Him whom God has sent.” Christ is the Sole Fide, in whom we place our Faith Alone.
    Jesus is our bridge to Sola Deo Gloria, Christ is also our one mediator between God and man as we
  • Learning to Believe and Not to Challenge: A Good Friday Meditation (queerconfessions.wordpress.com)
    High priest. Roman governor. Convicted criminal. Passer by. Roman soldier. They are all guilty of putting Jesus to the test: prove to us that you are truly the Son of Man and the King of the Jews. Give us a sign. Speak with power and authority. Save yourself.
    +
    Neither Christ the Accused nor Christ the Crucified would acquiesce to the selfish demands of his tormentors. They saw the very miracles and teachings of Jesus first hand, and there was nothing left that could be said to change their hearts.
  • Easter Saturday: The Secret Arimathean Apostle (chandlerozconsultants.wordpress.com)
    ‘If a man has committed a crime punishable by death and he is put to death, and you hang him on a tree, his body shall not remain all night upon the tree. but you shall bury him the same day, for a hanged man is accursed by God; you shall not defile your land which the Lord your God gives you for an inheritance.’
  • Good Friday (covestudents.wordpress.com)
    the love of a Savior who died so that we may have life! Believe this truth today and be encouraged that there is nothing you can do that will ever separate you from His great love.
  • Friday of the Passion of the Lord (Good Friday) (catholicglasses.com)
    Though he was harshly treated, he submitted and opened not his mouth;
    like a lamb led to the slaughter or a sheep before the shearers, he was silent and opened not his mouth. Oppressed and condemned, he was taken away, and who would have thought any more of his destiny? When he was cut off from the land of the living, and smitten for the sin of his people, a grave was assigned him among the wicked and a burial place with evildoers, though he had done no wrong nor spoken any falsehood. But the LORD was pleased to crush him in infirmity.
  • “The Right Charge” – Mar. 29 (boyslumber.wordpress.com)
    The trial of Jesus was a sham.  The whole trial of Jesus was unjust according to their own law.  How they did it; where they did it; when they did it; the witness alone; all were against their own law.  Those who prosecuted and convicted Jesus broke their own law in their passionate pursuit to kill Jesus.
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.
    +
    Conflicting testimony against Jesus was brought forth by many witnesses, to which Jesus answered nothing.
  • Carissimi; Today’s Mass: Holy Tuesday (frjeromeosjv.wordpress.com)
    Holy Tuesday: Missa “Nos autem”
    Station at the Church of St. Prisca in Rome . This was one of the 25 parishes of Rome in the fifth century. The Epistle, Gradual, Offertory and Communion are a perfect adaptation of the passages in the Old Testament to Christ persecuted. He is ‘the meek lamb that is carried to be a victim’, and which God, by a striking revenge on them (Epistle) delivers from the hand of the sinner” (Offertory). The Gospel of St. Mark describes the death of Christ. The Introit and the Collect show that the Church, which continues and ‘glories in the Cross of our Lord Jesus Christ, in Whom is our salvation, life and resurrection’ (Introit).
    +
    It is truly meet and just, right and for our salvation, that we should at all times, and in all places, give thanks unto Thee, O holy Lord, Father almighty, everlasting God : Who didst establish the salvation of mankind on the tree of the Cross: that whence death came thence also life might arise again, and that he, Who overcame by the tree, by the tree also might be overcome: Through Christ our Lord.

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Jezus volgen

Jezus volgen en zijn woorden in ons laten doordringen

Wij als Christenen zouden Jezus moeten volgen en proberen om onszelf te veranderen zodat wij zoals Christus kunnen worden. Onze Hoofdleraar bereidde de weg voor ons voor om onze Vader kunnen direct te mogen  benaderen. Aan onze Vader kunnen wij vragen om ons in het vervullen van de taken die Jezus ons op opdroeg te helpen. Het is de Heilige Geest die ons kan begeleiden en ons de mogelijkheden kan geven om de nodige vaardigheden en middelen te hebben tot het noodzakelijke prediken te komen. God kan ons onder Zijn Geest brengen als wij in de vergaderingen zijn, en als wij verzamelen in naam van Christus.

Het geloof komt uit het horen van de boodschap, en het bericht wordt vandaag gehoord door het woord van Christus die het Woord van God * aan allen bracht, en vandaag moeten wij als gelovigen degenen zijn die dit woord over de grenzen van om het even welke natie kunnen dragen.

“ Zo ontstaat dan het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus.” (Romeinen 10:17 WV78)

Het is onder de verdere instructies van Jezus dat wij zouden moeten proberen om ons werk voor God te doen. Hem moeten wij als onze meester nemen, zelfs Messias.

“ En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar een leraar, de Christus.” (Mattheüs 23:10 WV78)

Cover of "Following Jesus"

Cover of Following Jesus

Ons geloof is in de handen van hem die rechts van de Vader zit. Wij hier ter wereld moeten zijn opdracht tot zijn terugkeer volbrengen . Als de verspreiding van Gods Woord over de gehele aarde zal gebeuren kan het einde komen en zal Jezus allen beoordelen.
Het zijn zijn bevelen die zullen worden in acht genomen, en wij kunnen anderen helpen om deze te leren kennen en te aanvaarden, waarna zij dan gedoopt kunnen worden en opgenomen in onze gemeenschap van gelovigen, die elkaar de broederlijke liefde geven.
Deze liefde van Christus met ons dragend kunnen wij in de wereld uitgaan en zijn onderwijs verder gekend laten worden.

“ Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Hebreeën 12:2 WV78)

“ Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en  leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:19-20 WV78)

“ De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mattheüs 24:14 WV78)

“ Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.” (Jakobus 1:22 WV78)

“ Het is duidelijk dat een mens wordt gerechtvaardigd door daden en niet alleen door geloof.” (Jakobus 2:24 WV78)

“ Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad.” (Jakobus 2:26 WV78)

“ Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.  Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.’” (Johannes 13:34-35 WV78)

Gaand door geloof, houdende aan het Woord van de Enige God, geven wij ons zelf bloot om door hem te worden verbeterd en anderen te helpen beter te worden, zodat wij allen onze oude persoonlijkheid terzijde kunnen leggen en meer als Christus worden. Dit kan slechts gebeuren als wij onze geest, ons denken herbronnen en laten doordringen door Gods Woord.

“ En beliegt elkaar niet meer. Legt de oude mens met zijn gedragingen af,  bekleedt u met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn schepper.” (Kolossenzen 3:9-10 WV78)

“ Volgt hieruit, dat wij moeten blijven zondigen om de genade te doen toenemen?  Natuurlijk niet! Hoe zouden wij nog in zonde leven, wij die dood zijn voor de zonde?  Gij weet toch,, dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?  Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden.  Zijn wij een met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,  in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn.” (Romeinen 6:1-6 WV78)

“ Niemand die een lamp aansteekt, zet die in een verscholen hoek of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnenkomt de lichtglans kan zien.  De lamp van het lichaam is uw oog. Wanneer uw oog helder is, is ook heel uw lichaam verlicht. Is het echter slecht, dan is ook uw lichaam duister.  Zie dus toe, of het licht in u geen duisternis is.  Als nu heel uw lichaam verlicht is, geen plekje donker meer heeft, dan zal het in zijn geheel zo verlicht zijn als wanneer de lamp u met haar helle stralen verlicht.’” (Lukas 11:33-36 WV78)

“ Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten.” (Mattheüs 7:12 WV78)

“ Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven,  zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.” (2 Timotheüs 3:16-17 WV78)

“ Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar.  Laten we elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde.  Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen.” (Hebreeën 10:23-25 WV78)

“ Roep dan het volk bijeen, de mannen, de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen in uw steden. Zij moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zodat zij al de bepalingen van deze wet nauwgezet volbrengen.” (Deuteronomium 31:12 WV78)

“ In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op de voorlezing, de vermaning en het onderricht.  Verwaarloos de genadegave niet die in u is en die u krachtens een profetenwoord werd geschonken onder handopleggen van de gezamenlijke presbyters.  Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.  Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht. Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.” (1 Timotheüs 4:13-16 WV78)

“ Op die dag zult gij zeggen: Looft Jahwe, roept zijn naam uit, maakt onder de volken zijn daden bekend, verkondigt zijn hoog verheven naam.  Zingt Jahwe lof, want Hij deed grootse dingen, laat het bekend zijn over heel de aarde!” (Jesaja 12:4-5 WV78)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

* Het Woord van God, de Bestseller aller tijden, hét Boek der Boeken, de Bijbel is nu bijna over de hele wereld beschikbaar in verschijdene talen.

Bescherming door leven in Christus

Ons leven in handen van God leggen dankzij Jezus.

Christus is voor ons de hoop tot glorie geworden. Dankzij hem zullen wij kunnen slagen in ons leven, ook al kan de wereld daar heel anders over denken. Ook al kunnen wij veel wereldse tegenstanders hebben, durven wij een vredelievende houding aan nemen naar al diegenen die ons omringen en zelfs ver af zijn. Aan anderen zullen wij niet doen wat wij niet zouden willen dat zij ons aan doen. Betreft het kwade dat zij ons aandoen weten wij dat het maar tijdelijk zal zijn en dat zij er nooit in zullen slagen om ons totaal te vernietigen. Vrees voor hen word weggenomen door de Kracht van God. Vele begeerlijke dingen kunnen wij van ons af zetten en geven daardoor ons geen frustraties.

Wij kunnen ons leven in de handen van de Allerhoogste leggen. Op Jehovah kunnen wij volledig vertrouwen. Jehovah, God is bij machte, om ons een overvloed te schenken van allerlei gunsten; zodat wij onder alle opzichten en ten allen tijde ruimschoots het nodige zullen bezitten, en nog zullen overhouden voor ieder goed werk. Door ons geloof zullen wij reeds tijdens dit bestaan hier al gunsten mogen ontvangen en zullen wij bewust kunnen worden van Gods zegeningen.

Christus heeft heel wat kunnen verwezenlijken en heel wat kunnen verduren. Door ons geloof is die sterkte van Jezus ons ook gegund en kunnen wij ook bergen verzetten en veel verdragen. In Christus hebben wij voldoende bewijzen gezien om te geloven in Zijn hemelse Vader en hebben wij het vertrouwen gekregen dat ook wij op Hem kunnen steunen.

– –

“Hun heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is onder de heidenvolken. En het luidt: ‘Christus is inu’, en ook: ‘de hoop op een eeuwige heerlijkheid.’” (Col 1:27 WV78)

“Leg uw leven de Heer in de hand, bouw op Hem: Hij zal het volvoeren.” (Ps 37:5 WV78)

“en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht” (Efe 1:19 WV78)

“En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk.” (2Co 9:8 WV78)

“Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.” (2Co 5:7 WV78)

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: