An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Constantinopel’

Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme

De vroege dagen van het Christendom

2.2. Politiek en macht de eerste prioriteit

2.2.2. Politiek en macht de eerste prioriteit #2

“Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping:” (Colossenzen 1:15 NBV)

Tussen ‘eerstgeborene’  heeft men een eerstgeborene van het gehele wereldstelsel, de eerste mens of Adam en  de eerste geborene van de Nieuwe Verbond periode, de eerstgeborene van de nieuwe schepping, welke duidelijk bij uitstek de Messias was voor de volgelingen van  Jezus, de nieuwe Adam die de poorten opende voor het nieuwe volk van God.

Het Grieks voor eerstgeborene is proto met tikto: eerstgeborene. Het Griekse woord voor ‘het eerst gemaakt’ of ‘het eerst gecreëerd’ zou proto met ktizo zijn: voor het eerst gemaakt. Paulus maakte geen gebruik van de tweede, maar het eerste. Ten tweede, het Bijbelse gebruik van het woord “eerstgeborene” is interessant. Het kan het eerste geboren kind zijn in een gezin (Lukas 2:7), maar het kan ook betekenen “pre-eminentie.” In Psalm 89:20, 27 wordt gezegd: “Ik heb gevonden David, Mijn knecht, met Mijn heilige olie heb ik hem gezalfd … ik zal hem ook Mijn eerstgeborene maken”(NASB).

“(89:21) In David vond ik een dienaar, ik zalfde hem met heilige olie.” (Psalmen 89:20 NBV)

“(89:28) Ik maak hem tot mijn eerstgeborene, tot de hoogste van de koningen der aarde.” (Psalmen 89:27 NBV)

Zoals u kunt zien, is David, die wel de laatste geboren in de familie was, de eerstgeborene van God genoemd. Dit ‘eerstgeboren” zijn is een titel van superioriteit hier. De Grieks voor eerstgeborene is proto met tikto:. Eerstgeborene. Het Griekse woord voor het eerst gemaakt zou proto met ktizo zijn: voor het eerst gemaakt. Paulus maakte geen gebruik van de tweede, maar het eerste. Ten tweede, de bijbelse gebruik van het woord “eerstgeborene” is het meest interessant. Het kan het eerste geboren kind in een gezin (Lucas 2:7), maar het kan ook betekenen “pre-eminentie.” In Psalm 89:20, 27 zegt: “Ik heb gevonden David, Mijn knecht, met Mijn heilige olie ik heb hem gezalfd … ik heb ook zal hem Mijn eerstgeborene “(NASB). Zoals u kunt zien, is David, die was de laatste geboren in de familie noemde de eerstgeborene van God. Dit is een titel van superioriteit hier. {zie ook: CARM Christian Apologetics and Research Ministry}

De gedachte van het ‘eerstgeboren zijn’ en de natuur van Jezus Christus werd onder vuur genomen. Geleidelijk aan in de tijd begonnen bepaalde mensen te geloven dat Jezus de eerste persoon geboren was, zelfs vóór Adam, de eerste mens geschapen werd. Dit idee ingevoerd in de tweede periode van de 2e eeuw en verder ontwikkeld in de 3e eeuw met Clemens van Alexandrië [c. 150 – c. 214 GT] die de term “protoktistos” gebruikt in zijn Stromata [Boek 5, hoofdstuk 6, sectie 35, en boek 5, hoofdstuk 14, sectie 89], maar later Jezus  “protoktistos”, [eerste-geschapene] noemt [Stromata in ANF 2, hoofdstuk 6, pagina 452] Clemens gebruikt de term ‘eerst geschapen’, alsof het algemeen de eerstgeborene is in het hele wereld gebeuren. Voor Clemens en anderen, hebben de twee dezelfde betekenis gekregen en waren ze in feite uitwisselbaar. Als we kijken naar Clemens zijn zelfde werk [Stromata] vinden wij al een beetje later in hoofdstuk 14, pagina 465, de uitdrukking: “tes sophias tes protoktistou tw Thew “, wat betekent” Wijsheid, dat was het eerste van de schepping van God “; hier zien we duidelijk de [genitief]” protoktistou “[van de schepping]! Clemens identificeert herhaaldelijk het Woord met de wijsheid van God, en toch   verwijst hij naar Wijsheid als eerst geschapen door God, terwijl hij in een passage dat  epitheton hecht aan “Eerst-gemaakt,” en in een ander “Eerst-verwekt,” aan het Woord.

Voor de kerkvaders [pre-Nicea] waren de termen “prototokos” en “protoktistos” natuurlijk synoniem en verwisselbare termen, ze behandelen beide even gelijkaardig en met dezelfde betekenis!

Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea verbranden ariaanse boeken, afbeelding uit ca. 825.

Er was een vennootschap gevormd (harmonia, syymphonia) dat één van de fundamenten van het Christelijke Imperium werd. [1] Omdat de godsdienstige vrede van het Oosten werd bedreigd riep de Romeinse Keizer Constantijn de eerste oecumenische raad (de Eerste Raad van Nicaea in 325) bijeen om de problemen op te lossen die door het Arianisme werden veroorzaakt.

Arianisme had als theologische mening dat Jezus goddelijk was, werd gecreëerd en minder is dan God de Vader. Sommigen beweren dat het een stroming is die pas in de 4° eeuw ontstond, maar zij vergeten dat de Leer van Arius in lijn was met de stroming van de 1° eeuw. De apostolische leer dat Jezus de zoon van God is en niet god de zoon.  Wel is er het bijkomende element dat wel anders was dan de apostolische leer van slechts één God, namelijk dat er ook werd gedacht dat de Heilige Geest ook een schepping van God de Vader was, die ondergeschikt zou zijn aan God. De Heilige Geest is echter de Kracht van God en was er dus reeds van bij het begin, en is er steeds geweest, mits God oneindig is en aldus geen begin en geen einde heeft. Zijn Adem of Zijn ‘Zijn’ is dus zijn ‘Eigenlijk wezen’ of Zijn eigenlijk bestaan’ (van het “Ik die ben”) alom tegenwoordig in de eeuwigheid.

Er werd onjuist gekeken naar het ‘god zijn’ of ‘goddelijk zijn’ en naar de goddelijkheid in de vierde eeuw. Er was zo veel verwarring ontstaan dat er een noodzaak ontstond om dit uit te kaarten en hiervoor een raad bijeen te roepen welke vergaderde te Nicaea in 325. De aanhangers van het trinitarisme wonnen daar het pleit en het Arianisme werd er veroordeeld.

De Griekse term consubstantiële homoousios [van de zelfde substantie] die door de raad wordt gebruikt om de verhouding van de Zoon aan de Vader te bepalen was niet universeel populair: het was gebruikt voordien door de afvallige Sabellius. Wat door de Galatian geestelijke Marcellus van Ancyra, de hevigste tegenstander van Arianisme in Klein-Azië, zich ontwikkelde tot de theorie dat de Drievuldigheid het resultaat van emanaties van God was die uiteindelijk tot God in de definitieve uitspraak, het laatste oordeel, zou terugkeren.

Icoon van de heilige Gregorius van Nazianze, met de heilige Basilius de Grote de grondlegger van het Oosterse kloosterleven.

Op het Concilie van Nicea (325) werd er besloten dat de Vader en de Zoon “van dezelfde substantie” moesten zijn en er werd een Catechismus opgesteld met de Niceense Geloofsleer.

De stemmen van orthodoxie, echter, waren niet stil. In het Westen had men de heilige Hilary van Poitiers en in het Oosten de heilige Basilicum de Grote (c.330-379), Griekse prelaat, bisschop van Caesarea in Cappadocia, Dokter van de Kerk en één van de Vier Vaders van de Griekse Kerk met Cappadosische theoloog Gregorius van Nazianze (c.330-390) en de jongere broer van Basilius de Grote,  Gregorius van Nyssa (d. 394?) bleven de formule van de orthodoxe leer van de Drievuldigheid (Drie-eenheid)verdedigen en interpreteerden de Niceense geloofsbeleidenis met God als één wezen in drie hypostasen als een te nemen voorwaarde om christen te zijn. Het niet-christelijk idealisme met zijn hoge morele en esthetische niveau boeide hem. en men kan zich indenken dat de beleving van de heidenen door hun verering van meerdere goden een grotere devotie bleek te verwezenlijken. De toelegging voor een verering van meerdere goden zou de kerk tengoede komen

Tegen 364 had het Westen een Katholieke keizer met de in Cibalis (het huidige Vinkovci) geboren Flavius Valentinianus bekend als Valentinianus I, en toen de Katholieke Theodosius I (346? – 395) (schoonzoon van  Valentinianus I), Romeinse keizer van het Oosten (379-95) en de keizer van het Westen (394-95),  werd Arianisme verbannen.

Valentinianus I die ook wel wordt beschouwd als de laatste grote West-Romeinse keizer was eerlijk en hardwerkend, stichtte scholen, hoewel hij zelf amper kon lezen, en gaf geen belastinggeld uit aan luxe zaken, maar aan forten en andere praktische dingen, zoals gratis medische zorg voor de armen in Rome. Valentinianus was zelf christen, maar er was voor iedereen geloofsvrijheid.

In 379 vroeg  de Antiochië synode en de aartsbisschop Meletios, Gregorius om naar Constantinopel te komen om een theologische campagne te winnen die de stad tot de Nicea orthodoxie zou over halen.

De tweede oecumenische raad werd bijeengeroepen om de Niceense geloofsleer opnieuw te bevestigen en de eenheid van de christenen te versterken. (Constantinopel, de Eerste Raad van 381, tweede oecumenische raad). Het werd bijeengeroepen door Theodosius I, dan keizer van het Oosten en een recente bekeerling, om de overwinning over Arianisme te bevestigen. Aangezien het arianisme door het eerste oecumenische concilie in 325 in Nicea al als ketterij was veroordeeld, hoefde dit onderwerp niet op de agenda van het tweede concilie te staan. Theodosius gebruikte gewoon zijn keizerlijke macht om de nog zeer grote invloedrijke groep aanhangers van het arianisme zoveel mogelijk uit te schakelen.

Ook al leek het Arianisme binnen het imperium meteen verlopen te zijn, kon het toch verder ontwikkelen.
De Gotische Ulfilas of Wulfila [= kleine wolf], (c.311-383) werd als Gotische bisschop (341) aangesteld en vertaalde de Bijbel in het Gotisch. De fragmenten die van deze vertaling zijn overgebleven vormen de oudst opgetekende bronnen in een Germaanse taal. Zijn bekering tot het Christendom in Constantinopel en consecratie tot bischop  door de Ariaanse bisschop Eusebius van Nicomedia droeg  er toe bij dat het Homoeaanse Arianisme tot de Gothen werd gebracht (c.340). Zo werden zij die leefden in wat nu Hongarije en het NW Balkan Schiereiland is met dergelijk succes bekeerd dat Visigothen en andere Germaanse stammen hevige Arianen werden. Arianisme werd zo verder overgedragen over Westelijk Europa en in Afrika.

De Visigotische emigratie

De vandalen bleven Arianen tot hun nederlaag van Belisarius (c.534). Onder de Lombarden waren de inspanningen van Paus St. Gregorius I en de Lombardse koningin succesvol, en Arianisme verdween daar definitief (c.650). In Bourgondië verdeelden de Katholieke Franken het Arianisme door verovering in de 6de eeuw.

Naarmate de Romeinse infrastructuur verder instortte en daarmee de invloed van Rome steeds kleiner werd, verspreidden de Visigoten zich over grotere delen van Gallië.

In Spanje, waar de veroverende Visigoten Arianen waren, werd het Katholicisme niet gevestigd tot midden zesde eeuw (toen Reccared I zich in 589 tot het katholicisme bekeerde), en overleefden de Ariaanse ideeën voor minstens een andere eeuw.
In 554 moesten de Visigoten de provincie Spania in het zuiden (weer) afstaan aan het Byzantijnse Rijk onder keizer Justinianus I, die het op zich genomen had het westen te heroveren.

Bij een poging de invasie van Amayyadische moslims in het zuiden tegen te houden,  kwam koning Roderik om en kwam het grootste deel van Spanje al snel onder islamitisch bestuur. De nog overgebleven Visigotische edelen trokken zich terug, eerst tot in Catalonië maar onder aanhoudende druk van de Moren uiteindelijk tot in Septimanië dat in 762 ook door de Moren bezet werd voor een korte tijd. In 768 werden de Moren door een Frankisch leger onder Pepijn de Korte verjaagd.

De tegenstand tegen het Arianisme bracht heel wat resultaten – de oecumenische raad, het Katholieke Christologische systeem, en zelfs Nestorianisme, en, door reactie, Monofysitisme.
Nestorianisme dat enerzijds zegt dat Jezus uit twee verschillende personen moest bestaan , en Monophystium anderzijds, dicht en onafscheidelijk verbonden met  uniteofysitisme [Gr., =geloof in één aard], of ‘ketterij‘ van de 5de en 6de eeuw, die uit een reactie tegen Nestorianisme voortkwam. Het werd geanticipeerd door het Apollinarianisme en was het eens met de principes van Eutyches, wiens doctrine in 451 in Chalcedon op de vierde oecumenische raad was verworpen.

File:Saint Nestor.jpg

Nestorius – Saint Nestorius of Kyiv Caves – Kiev klooster, Oukraïne

Ook al had Nestorius de eerste ariaanse kerk in Alexandrië  laten verwoesten en kondigde  de keizer een edict af tegen alle ketterijen op instigatie van Nestorius waarin negentien groeperingen bij naam werden genoemd, volgde hij de leer van het trinitarisme en van de incarnatie  van Jezus niet.

Volgens de leer van de Syrische monnik Nestor of Nestoriuspatriarch van Constantinopel, was er de Logos of Woord die de zoon van God was en de man Jezus. Hij trad op tegen gelovigen die Maria de mariologische eretitel Theotokos (moeder van God) gaven. Hij benadrukte de scheiding tussen Jezus’ goddelijke en menselijke kenmerken, zodat Maria enkel de moeder van de menselijke Jezus kon zijn. De tegenstanders van de Moeder Gods gedachte noemden Maria uit de stam van David (of Miriam), Maria Antropotokos. In de strijd tussen de Theotokos- en Antropotokos-aanhangers stelde Nestorius de term Christotokos als compromis voor, zolang maar duidelijk bleef, dat de twee naturen in Christus niet vermengd zijn en de menselijke natuur van Christus niet wordt opgelost in zijn goddelijke natuur. Cyrillus, de patriarch van Alexandrië, protesteerde hiertegen. Voor deze laatste was de menselijkheid van Jezus ondergeschikt aan zijn goddelijkheid. Cyrillus volgde hiermee de Alexandrijnse school. Eusebius van Doryleum timmerde een klaagschrift aan de deur van de kathedraal en stuurde preken van Nestorius naar Rome en Alexandrië. De kwestie werd voorgelegd aan paus Celestinus I (of Coelestinus I) in 430 die tijdens een synode in Rome met Cyrillus van Alexandrië als onderzoeksrechter, Nestorius vroeg zijn stellingen op te geven. In De incarnatione Domini contra Nestorium werd Nestorius veroordeeld, maar overtuigd van zijn gelijk vroeg deze de keizer een algemeen concilie bijeen te roepen in Efeze in 431. De uitspraken van dit  Concilie van Efeze waren dat in Christus de eenheid van twee naturen voorkomt, menselijk en goddelijk. Maria werd gedefinieerd als de moeder van God, ook al was God reeds eeuwig aanwezig en heeft die alles geschapen en kwam de schepping niet voor uit Maria. Cyrillus van Alexandrië heeft een zeer grote invloed gehad op deze concilaire beslissingen. Nogmaals had Cyrillus van Alexandrië als concilievoorzitter een zeer grote invloed op de beslissing om Nestorius te veroordelen.

Candidianus, die als keizerlijk vertegenwoordiger verantwoordelijk was voor de ordehandhaving en al eerder geprotesteerd had tegen de weigering tot uitstel van de zittingen, verklaarde de besluiten tegen Nestorius ongeldig. Theodosius II besloot op 29 juni dat de besluiten ongeldig waren en dat niemand mocht vertrekken.

Johannes van Antiochië en de Syrische bisschoppen kwamen uiteindelijk op 26 juni in Efeze aan en organiseerden in een plaatselijke kroeg een eigen concilie toen zij van het afzettingsbesluit tegen Nestorius hoorden. Zij excommuniceerden op hun beurt Cyrillus van Alexandrië.

Wegens de tweespalt had keizer Theodosius dan maar besloten om zowel Nestorius als Cyrillus af te zetten.

De veroordeling van Nestorius werd niet door iedereen binnen de Antiocheense kerkgemeenschap aanvaard. In de Nestoriaanse Kerk of de Kerk van het Oosten leefden zijn ideeën verder, zoals bij Theodoretus van Cyrrhus, die in de uiteenzettingen van Cyrillus een wederopleving van het apollinarisme zag.

Het Monofysitisme dat ontstond tijdens de christologische controverses van de 5e eeuw ging niet akkoord met het nestorianisme, met zijn duofysitische leer, noch met de twee-naturenleer, zoals vastgelegd in de uitspraken van het Concilie van Chalcedon waarbij men aan Christus zowel een menselijke als een goddelijke natuur gaf die onafscheidelijk van elkaar in Jezus verbonden zou zijn.


[1] Juni, 325. (First Council of Nicaea) plus veertien concilies, gehouden tussen 341 en 360

+

Voorgaand:

Simplified English version: Politics and power first priority #2

Lees ook:

  1. Niet goddelijkheid van Christus toch
  2. Doctrine van de Drievuldigheid
  3. Drie-eenheid of Heilige Drievuldigheid
  4. Is God Drie-eenheid
  5. Ware Geloof en Ware Geloofsgemeenschap
  6. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  7. Jezus, Heer maar niet God
  8. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #5 Apologeten
  9. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #6 Constantijn de Grote
  10. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #7 Afstandelijken, donatisten en arianisten
  11. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #8 Concilie van Constantinopel
  12. Groot Drie-eenheidsdebat
  13. God of een god
  14. Heidense invloeden op het trinitarisme

+++

Hellenistische invloeden

De vroege dagen van het Christendom

2. Hellenistische invloeden

In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening was de invloed van de Griekse cultuur in het Romeinse Rijk nog steeds merkbaar en behoedde Griekenland zijn culturele erfgoed; een van de belangrijkste universiteiten van het Romeinse Rijk stond in Athene.

Bij de Atheense scholen konden onder haar leden ook Christenen, zoals Prohæresios, de sofist, gevonden worden. (σοφιστης; sophistés, kan het best vertaald worden als geleerde of deskundige. Sophos of sophia betekende “wijs”)

Vooral tijdens de periode van de 2e helft van de 5e eeuw v.G.T. kon men meestal rondreizende “beroepsdenkers” aantreffen die hun encyclopedische vakkennis inzake wiskunde, literatuur, filosofie en vooral ook welsprekendheid, praktische staatkunde en recht, tegen (hoge) betaling dienstbaar maakten aan de opleiding van de rijpere jeugd uit de gegoede middenklasse. Zo zorgden dezen dat hun leerlingen door middel van onderwijs op het vlak van kennisleer en welsprekendheid op geleid werden tot bekwame mensen die een leidende rol zouden kunnen spelen in de gedemocratiseerde maatschappij en in staat waren het woord te nemen in de volksvergadering (Grieks: ekklèsia).

De sofisten, aan wie de eer toe komt om als eersten de wetten van het denken te hebben gesystematiseerd (logica), kwamen uit vrijwel alle gebieden van de Griekse wereld en doceerden in bijna alle steden.

Zij waren ook de voorlopers van de socratische dialectiek en van aristotelische logica. Latere sofisten waren meer op materieel succes uit en benadrukten het belang van retoriek als de kunst van de overtuiging in de politiek, in de rechtszaal of in andere discussies. Tegen deze praktijk nam Socrates stelling, want waarheid kon volgens hem niet afhankelijk zijn van degene die het overtuigendst op gevoelens inpraatte en met alle mogelijke middelen zijn gelijk probeerde te halen. Op die manier werd een slechte zaak immers als goed voorgesteld. Vooral onder invloed van de dialogen van Plato en Xenophon, kregen de sofisten een kwalijke reputatie, en werd sofistiek verbonden met een manier van redeneren waarbij drogredenen werden gebruikt (sofismen). Zij werden door sommigen er van beschuldigt eerder uit te zijn op macht dat te zoeken naar waarheid en gerechtigheid.

The "obscene" medieval depiction of ...

Obscene middeleeuwse voorstelling van Socrates en Plato

Ook Sixtus II, of Xystos, die aan martelaarschap leed in Rome ongeveer rond 258 G.T., kan ook in Athene gestudeerd hebben en is de „zoon van een Atheense filosoof“. Maar de meest genoteerde mensen die deze scholen frequenteerden waren Basil van Kæsareia, en Gregorius van Nazianzos, rond het midden van de vierde eeuw. Deze scholen van filosofie hielden het heidendom voor vier eeuwen levend, maar tegen de vijfde eeuw was de oude godsdienst van Elevsis en Athene praktisch bezweken. In de Raad van Nikæa was er een bisschop van Athene aanwezig. In 529 waren de scholen van filosofie gesloten. Van die datum had het christendom geen rivaal meer in Athene.[1]

De Nazarener Jood Jezus kreeg bij de doop door zijn neef Johannes een wolk en duif boven hem, waarbij de stem van God te kennen gaf dat hij de “zoon van God” was.  God zij niet “dit ben ik hier in menselijke gedaante” of “ziehier God de zoon“. Tijdens zijn openbaar leven leerde Jezus de mensen ook dat er slechts één ware God was tussen de vele goden die werden aanbeden door de verschillende volkeren. Hij aanschouwde zijn vader in de hemel als de Allerhoogste God. Eveneens leerde hij de mensen dat de ziel, het eigenlijke levensbestaan van de mens beperkt in de tijd was. Elke mens was volgens Jezus sterfelijk. (Johannes 17:3; Mattheus 10:28) Bij de dood van de apostelen kwam er een verzwakking in de originele structuur van de geloofsvereniging en werden zulke leerstellingen vermengd met heidense leerstellingen. Het christendom raakte alom meer bezoedeld door die heidense en hellenistische gedachten.

Ook de Naam van God, Jehovah, die Jezus zeer belangrijk vond, werd meer opzij geschoven ten voordele van andere namen. De voorkeur om de godheid meerdere persoonlijkheden toe te kennen zoals in het hellenistische systeem bracht mee dat verscheidene christenen hun godheid ook gingen opsplitsen in drie persoonlijkheden, de geboorte van de zogenaamde Heilige Drie-eenheid. Het zou echter nog enkele decennia duren eer de drievuldigheid grote navolging kreeg.

Als gevolg van de vermenging van de verscheidene geloofsideeën werden heidense doctrines zoals de Drie-eenheidsleer en de onsterfelijkheid van de ziel al sijpelde opgenomen in de christelijke leer om deze te bederven. Deze leringen gaan echter veel verder terug dan de Griekse filosofen. De Grieken verworven ze daadwerkelijk van oudere culturen, want er is bewijs van een dergelijk onderricht in de oude Egyptische en Babylonische religies. Zoals andere heidense doctrine bleef zij het christendom infiltreren en werden andere Schriftuurlijke leerstellingen ook vervormd of verlaten.

Arabisch Diatessaron, Vertaald door Abul Faraj Al Tayyeb van Syrisch naar Arabisch, 11e eeuw

De vraag welke betrekking de Zoon had tegenover de Vader (zelf erkend bij allen om één Opperste Godheid te zijn), gaf een toename tussen de jaren. 60 en 200 G.T.,  aan een aantal Theosofische systemen, over het algemeen Gnosticisme genoemd, met als voorname auteurs Basilides, Valentinus, Tatianus de Syriër, ontwerper van het Diatessaron (‘Uit vier samengesteld’; geschreven tussen 170 en 180), een harmonie van de vier evangeliën, en andere Griekse speculanten.[2] Volgens sommigen was het door Gnosticisme dat heidense invloeden in de Christelijke verering zijn toegetreden. Gnosticisme, beweren zij, diende dan enigszins als brug tussen heidendom en christendom.[3] De Gnostische systemen openbaarden meer theosofie dan theologie. Zo ook in de Joodse kabbala, met de  Sefer Yetzirah, The Zohar, Pardes Rimonim, en Eitz Chaim, waarin de leer van een geheime, mystieke interpretatie van de Torah wordt gegeven, treft men de theosofie aan die een oplossing zoekt te vinden voor de natuurverschijnselen en de bedoeling van het bestaan De verscheidene ontologische vragen brachten een vermenging in de godsdienst met diverse vormen van magie en occultisme.

Flemish edition of the Corpus Hermeticum or the Hermetic Corpus

Corpus Hermeticum, Vlaamse uitgave uit 1643

De belangrijkste hellenistische bron is het Corpus Hermeticum, een verzameling teksten toegeschreven aan Hermes Trismegistus wiens leerstellingen weer erg relevant werden in de New Age. Daarin worden astrologie en andere occulte wetenschappen behandeld, alsook spirituele vernieuwing.

Alexandrië, vol Joden, was het literaire evenals commerciële centrum van het Oosten, en het verbindende verband tussen het Oosten en het Westen. Daar werden de grootste bibliotheken verzameld; daar kwam de Joodse geest dicht in contact met de Griekse, en de godsdienst van Mozes met de filosofie van Plato en Aristoteles. Daar schreef Philo, terwijl Christus in Jeruzalem en Galilea onderwees, en zijn werken waren bestemd om een grote invloed op Christelijke exegese door de Alexandrische vaders uit te oefenen.

Tijdens de vierde eeuw ging Egypte aan de kerk de Ariaanse, Athanasian orthodoxie, en kloosterpiëteit van St. Antonius en St. Pachomius geven, die met onweerstaanbare kracht over het christendom uitspreiden.

De theologische literatuur van Egypte was voornamelijk Grieks. De meeste vroege manuscripten van de Griekse Geschriften – inclusief de waarschijnlijk onschatbare Sinaitische en Vaticaanse Manuscripten omvattend. – werden geschreven in Alexandrië. Maar reeds in de tweede eeuw werd de Heilige Schrift vertaald in de lokale taal, in drie verschillende dialecten. Wat van deze versies overblijft is van aanzienlijk gewicht in het nagaan van de vroegste tekst van het Griekse Testament.

Tot de joden die het meest ontvankelijk waren voor hellenistische invloeden, behoorden de priesters. Voor velen van hen betekende het aanvaarden van het hellenisme een manier om het judaïsme met zijn tijd te laten meegaan.

Terwijl veel joden het hellenisme aanvaardden, moedigde een nieuwe groep die zich Hasidim of Chassidim noemde — vromen (letterlijk “liefhebbende vriendelijkheid”, afgeleid van het Hebreeuwse חסידות (chassidoet), dat “vroomheid” betekent) —, aan tot striktere gehoorzaamheid aan de wet van Mozes of Mozaïsche Wet.

De eerste groep Hasidim, ook genoemd Chasideeën of Assideeën (Hebreeuws: חסידים Hassidim, “Integeren” of “Vromen”; Koinè: Ἁσιδαίοι Asidaioi) of Hasideans (afgeleid van het Griekse asidaioi, of van het Hebreeuwse Hasidim, “het vrome”), waren een oude Joodse sekte die zich tussen 300 en 175 V.G.T. ontwikkelde. Zij waren de stijfste aanhangers van Judaïsme in tegenstelling tot die Joden die door Hellenistische invloeden waren beïnvloed. Hasidim leidde de weerstand tegen de hellenizerings campagne van Antiochus IV van Syrië, en zij kwamen grotendeels in de vroege fasen van de opstand voor van Maccabeeën of Machabees, Joodse families van de 2d en 1st eeuw voor Christus welke een restauratie van het Joodse politieke en godsdienstige leven bewerkstelligde. Zij worden ook Hasmoneans of Asmoneans genoemd naar hun voorvader, Hashmon. Hun rituele striktheid heeft sommigen veroorzaakt om hen als voorlopers van Farizeeërs te zien. Doorheen de Talmoedische periode werden talrijke als Hasidim omschreven.[4] Het gewone volk walgde nu van de gehelleniseerde priesters en koos meer en meer partij voor de Chassidim. Er brak een periode van martelaarschap aan toen joden in het hele land werden gedwongen zich in heidense gebruiken en offers te schikken of te sterven.[5]

De hellenisering van de Joden in de pre-Hasmoneaanse periode werd niet door iedereen weerstaan. In het algemeen, accepteerden de Joden vreemde overheersing wanneer ze enkel werden gevraagd om er erkenning aan te geven. Wanneer zij formeel alleen maar hulde hoefden te brengen te brengen, en zich verder zelf intern mochten besturen was er geen probleem . Toch geraakten de Joden verdeeld tussen dezen die  de hellenisering begunstigden  en diegenen die zich daar  tegenover verzetten. Zo groeide de verdeeldheid tussen hen die trouw aan de Ptolemaeën verkozen, en diegenen die de Seleuciden verkozen. Toen hogepriester Simon II stierf in 175 vGT, brak er een conflict uit tussen de aanhangers van zijn zoon Onias III (die tegen hellenisering was, en de Ptolemaeën verkoos) en zijn zoon Jason (die de voorkeur gaf aan hellenisering, en de Seleuciden verkoos). Een periode van politieke intriges volgde, met priesters zoals Menelaus die de koning omkocht voor het hoge priesterschap te verkrijgen, en beschuldigingen van moord van concurrerende kanshebbers voor de titel. Het resultaat was een korte burgeroorlog. De Tobiads, een filo-Hellenistische partij, slaagden er in om Jason in de machtige positie van de Hogepriester te plaatsen. Hij vestigde een arena voor openbare spelen dicht bij de tempel. (Ginzberg, Lewis. “The Tobiads and Oniads.”. Retrieved 2007-01-23. Jewish Encyclopedia.) Auteur Lee I. Levine merkt op: “De ‘pièce de resistance’ van Judese hellenisering, en de meest dramatische van al deze ontwikkelingen, kwam in 175 vGT toen de hogepriester Jason Jeruzalem bekeerde tot een Griekse polis vol met gymnasiums en ephebeion (2 Makkabeeën 4). Of deze stap het hoogtepunt van een 150-jaar durend proces van hellenisering werd binnen Jeruzalem in het algemeen, of dat het slechts het initiatief was van een kleine kliek van Jeruzalemse priesters zonder wijdere vertakkingen, is voor decennia besproken geworden. “(Levine, Lee I. jodendom en hellenisme in de oudheid: conflict of samenvloeiing Hendrickson Publishers, 1998 pp 38 tot 45 Via.. “De impact van de Griekse cultuur op normatieve jodendom.”)

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Constantijn (C., Flavius Valerius Constantinus) trachtte het christendom met bepaalde heidense gebruiken en leerstellingen te versmelten, en hij ondernam de eerste stappen om deze fusiereligie tot de officiële staatsreligie te maken. Aldus werd Griekenland een deel van de christenheid.

Constantijn was tijdens de vervalperiode van het Romeinse Rijk de Grote keizer (306–337 G.T.) en verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk van Rome naar Byzantium, welk hij ter ere van zichzelf Constantinopel noemde.

In 321 G.T. verordende Constantijn dat de zondag (Lat.: dies Solis, een oude titel die verband hield met astrologie en zonaanbidding, niet Sabbatum [sabbat] of dies Domini [dag des Heren]) een rustdag voor iedereen, behalve voor de boeren, zou zijn. Constantijn bovendien plaatste de zondag onder de bescherming van de Staat. Constantijn spreekt niet van de dag van de Heer, maar van de eeuwige dag van de zon zoals de gelovigen in Mithras ook zondag evenals Kerstmis waarnamen.

Mesopotamische kalksteen rolzegel en afdruk: verering van Šamaš de zonnegod (Louvre)

Geloof in het oude polytheïsme was door elkaar geschud; in flegmatieker naturen, als de Romeinse keizer Diocletianus, en toonde haar kracht enkel in de vorm van bijgeloof, magie en waarzegging. Waarschijnlijk erkenden veel van de meer edelmoedigen de waarheid in Judaïsme en christendom, maar geloofden dat zij er deel van konden gaan uitmaken zonder verplicht te worden te verzaken aan hun heidense praktijken en verering van o.a. hemellichamen. Zulk iemand was Keizer Alexander Severus; een andere gelijkdenkende was Aurelian, wiens opinies bevestigd werden door Christenen zoals Paulus van Samosata. Niet alleen Gnostici en andere ketters, maar ook Christenen die zich als gelovige beschouwden, namen de maatregelen aan om de zon te vereren. Ook Constantijn koesterde dit verkeerde geloof.[6]


[1] Christian Athens, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Arianism., Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[3] Notion and characteristics, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[4] In de 18de Eeuw zou deze beweging opnieuw, voor de derde keer, opgenomen worden, maar nu in Oost Europa, door rabbijn Yisroel ben Eliezer (1698-1760) ook gekend als Rabijn Israël Baal Shem Tov (Hebreeuws voor Meester van de Goede Naam)als reactie tegen overdreven legalistische Judaïsme.

[5] S. Lieberman, Hellenism in Jewish Palestine (1962); S. G. Kramer, God and Man in the Sefer Hasidim (1966); A. L. Lowenkopf, The Hasidim (1973).

[6] The original Catholic Encyclopedia

Tag Cloud

Zion, Sion and Zsion News and Journal

About Politics, Religion, Culture, Society, Joy, Thank, Praise, Faith, Hope, Love, Community, Freedom, Peace, Islam, Justice, Truth, Patience and much more.

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: