An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Geloof’

Politiek en macht eerste prioriteit #1

De vroege dagen van het Christendom

2.2.1. Politiek en macht de eerste prioriteit

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Het was gewoon onmogelijk om mensen terug naar de oude eenvoud te brengen alsook om hen terug tot de oude heidense geloofsvormen te brengen en tot de nationale vorm van verering terug te komen. Derhalve moest het imperium zich zo ver mogelijk identificeren met de progressieve beweging, de bestaande middelen van het nationale leven aanwenden, tolerantie uitoefenen, concessies doen aan de nieuwe godsdienstige tendensen, en de Germaanse stammen ontvangen in het imperium. Deze overtuiging spreidde constant uit, vooral aangezien Constantijn zijn vader goede resultaten daar uit had verkregen. In Gallië, Groot-Brittannië, en Spanje, waar Constantius Chlorus heerste, steeg de vrede en de tevredenheid, en de welvaart van de provincies zichtbaar, terwijl in het Oosten de welvaart door de bestaande verwarring en instabiliteit werd ondermijnd. Maar het was vooral in het westelijke deel van het imperium dat verering van Mithras overheerste. Constantijn vroeg zich af of het niet mogelijk zou zijn om alle verschillende nationaliteiten rond zijn altaren te verzamelen. Kon Sol Deus Invictus, waaraan zelfs Constantijn zijn muntstukken lange tijd wijdde, of Sol Mithras Deus Invictus, door Diocletian en Galerius, niet opperste god van het imperium worden om zo vereerd te worden? Constantijn kan hier over lang nagedacht hebben. De officiële zonnereligie moest algemeen door iedereen in zijn rijk aangenomen worden en die het niet erkenden mochten een kopje kleiner gemaakt worden. Maar hij had de gedachte noch niet verworpen zelfs nadat een wonderbare gebeurtenis hem had beïnvloed ten gunste van de God van de Christenen. [1]

Om politieke redenen, na zijn overwinning tegen zijn rivaal Maxentius, verleende Constantijn tolerantie aan de Christenen en trof een verdere maatregel in hun gunst. Hij was de eerste Romeinse keizer die de weerstand van de kerk tegen een heidens Romeinse staat erkende die op de heerserscultus als politieke factor werd gevestigd.

In 313 gaven hij en Licinius in Milaan het beroemde gezamenlijke bevelschrift van tolerantie uit. Dit verklaarde dat de twee keizers in verband met wat voordelig voor de veiligheid en het welzijn van het imperium was en vooral zou zijn, hadden overlegd en de dienst in overweging hadden genomen die de mens aan „de goddelijkheid“ verschuldigd was. Daarom hadden zij beslist Christenen en al de anderen vrijheid in de oefening van godsdienst te verlenen. Iedereen zou die godsdienst kunnen volgen welke hij het beste beschouwde. Zij hoopten dat „de gekroonde goddelijkheid in hemel“gunst en bescherming zou verlenen aan de keizers en hun onderdanen. Dit was op zichzelf bijzonder genoeg om heidenen in de grootste verbazing te werpen. Wanneer de verwoording van het bevelschrift zorgvuldig wordt onderzocht is er duidelijk bewijsmateriaal van een inspanning om de nieuwe gedachte op een manier uit te drukken die onmiskenbaar om het even welke twijfel wil wegnemen. Het bevelschrift bevat meer dan het geloof, waaraan Galerius aan het eind stem had gegeven, dat de vervolgingen nutteloos waren, en dat vrijheid van verering aan Christenen verleende, terwijl het tezelfdertijd poogde geen belediging aan het adres van de heidenen te brengen. Zonder twijfel werd de term goddelijkheid (god-godin) doelbewust gekozen, voor een heidense interpretatie niet uit te sluiten. De voorzichtige uitdrukking kwam waarschijnlijk in de keizerkanselarij voort, waar heidense concepties en heidense uitdrukkingsvormen nog lange tijd duurden. Niettemin kan de verandering van de bloedige vervolging van het christendom tot de tolerantie er van, een stap zijn die erkenning impliceerde, vele heidenen opgeschrokken en in hen verbazing opwekte maar hun ook de kans gaven om hun godsdienst te laten samensmelten met de andere.

De gevangengenomen Christenen werden bevrijd uit de gevangenissen en de mijnen, en werden ontvangen door hun broeders in het Geloof met toejuichingen van vreugde. Opnieuw geraakten de kerken gevuld, en dezen die afvallig waren geweest zochten vergiffenis. Maar gelukkig bleven er godsdienstige lui die er aan hielden om het originele Christelijk geloof te blijven aanhangen en die zich bewust waren van de gevaren van deze politieke handdruk.

Constantijn was hoofd van de Romeinse wereld geworden en was vastberaden om de geestelijke orde in het Oosten te herstellen zoals hij reeds in het Westen ondernomen had om de Donatisten bij de Raad van Arles neer te leggen. Hij slaagde er in om tot een overeenkomst met de meeste kerkleiders te komen door hen ook macht te geven, dit om sommige leerstellingen te veranderen, ingaand op sommige gedachtegangen, en op vieringen.

In de toewijding van Constantinopel in 330 werd een plechtige halve heidense, halve Christelijke dienst gebracht. Er was een triomfwagen voor de zonnegod geplaatst op de markt, en over zijn hoofd werd het Kruis, teken van de god van het kwaad Tamuz, voor Christus geplaatst, terwijl Kyrie Eleison werd gezongen. Kort voor zijn dood bevestigde Constantijn de voorrechten van de priesters van de oude goden. Veel andere acties die hij ondernam hebben ook de verschijning van halve maatregelen, alsof hij zelf had gewankeld en altijd in werkelijkheid aan één of andere vorm van een versmolten godsdienst had gehouden.[2] Aldus beval hij heidense troepen om van een gebed gebruik te maken waarin om het even welke monotheïst zich kon bij aansluiten, en dat zo liep: „Wij erkennen alleen jij als god en koning, wij roepen op jou als onze helper. Van jouw hebben wij de overwinning ontvangen, door jou hebben wij de tegenstander overwonnen. Aan jou zijn wij dat goede dat wij tot nu toe ontvangen hebben verschuldigd geweest, van jou hopen wij voor het in de toekomst. Aan jou bieden wij onze smeekbeden aan en smeken jou dat jij onze keizer Constantijn en zijn godvrezende zonen voor vele jaren niet gewond zullen geraken en victorieus zullen zijn”.[3]

This argenteus was struck in Antioch mint, und...

This argenteus was struck in Antioch mint, under Constantius Chlorus. (Photo credit: Wikipedia)

De kerk tolereerde de cultus van de keizer onder vele vormen. Het werd toegelaten om van de goddelijkheid van de keizer, van zijn heilige paleis, de heilige kamer te spreken, en van het altaar van de keizer, zonder voor dit als heiligschenner te worden aanschouwd. Uit dit standpunt was Constantijn zijn godsdienstige verandering vrij onbelangrijk; het bestond uit weinig meer dan het afstand nemen van een formaliteit. Voor wat zijn voorgangers hadden getracht te bereiken door het gebruik van al hun gezag, en ten koste van onophoudelijk bloedvergieten, was in waarheid slechts de erkenning van hun eigen goddelijkheid. Constantijn bereikte dit eind, hoewel hij van het aanbieden van offers aan zich zelf afstand nam.


[1] The original Catholic Encyclopedia

[2] Syncretisme

[3] http://oce.catholic.com/index.php?title=Constantine_the_Great

Nota:

Neuenheimer Mithraeum

Mithras relief als stierendoder te Neuenheim in de buurt van Heidelberg, omlijst door scènes uit het leven Mithras

De eerste zonnegod consequent aangeduid als Invictus was de provinciale Syrische god Elagabalus. De godheid Elagabalus ook wel als Jupiter en Sol gekend (fuit autem Heliogabali vel Iovis vel Solis).
De naam van de Perzische god Mithra (“Μίθρας”) [Sanskriet Mitra (मित्रः), gevonden in de Rig Veda], werd aangepast in het Grieks als Mithras, in het Sanskriet betekend “Mitra” “vriend” of “vriendschap”en werd gekoppeld aan een nieuwe en onderscheidende beeldtaal. Het Iraanse “Mithra” en het Sanskriet “Mitra” worden verondersteld afkomstig te zijn van een Indo-Iraanse woord mitra betekenend: “contract, overeenkomst, convenant”. De Romeinen namen de religie mysteriën van Mithras of mysteriën van de Perzen over en moderne historici verwijzen naar die godsdienstvorm als Mithraisme, of soms Romeinse Mithraïsme.Vanaf de 2e eeuw werd Mithras gevierd als de belangrijkste zonnegod. Lucius Domitius Aurelianus Augustus, of Aurelian, die de titel van Germanicus Maximus verkreeg en de Romeinse keizer was van 270-275, was verantwoordelijk voor de bouw van de Aureliaanse Muren in Rome en maakte Mithras de officiële religie in 270.Het was Constantijn die verordende (7 maart, 321) dat er een Solis-dag of dag van de zon moest zijn. Die  “zondag” werd daarom aangenomen als de Romeinse rustdag [CJ3.12.2]. Hij beval: “Op de eerbiedwaardige dag van de zon laat de magistraten en mensen die woonachtig zijn in steden rusten, en laat alle workshops worden gesloten. Op het platteland echter kunnen personen die in de landbouw werken, vrij en legaal doorgaan met hun bezigheden, omdat het vaak voorkomt dat een andere dag niet geschikt is voor de inzaai van graan  of aanplant van wijnstokken, opdat door het verwaarlozen van het juiste moment voor deze operaties de overvloed van de hemel zou verloren gaan. “+

Voorgaand: De vroege dagen van het Christendom 2.1. Hellenistische invloeden

Vervolg: De vroege dagen van het Christendom 2.2.2.  Politiek en macht eerste prioriteit #2

Engelse versie / English version: The early days of Christianity 2.2.1. Politics and power first priority

++

Vindt ook:

  1. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  2. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag Van shabbat naar zondag; >‘Heilige’ samenkomst (mikra kodesh)
  3. Groei eerste christenen , “orthodoxie”
  4. Zeus een heerser van hemel en aarde
  5. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  6. Doctrine van de Drievuldigheid
  7. Kerstmis, Saturnalia en de geboorte van Jezus
  8. Jezus’ heerschappij rekt verder dan wij vaak beseffen
    In het Romeinse Rijk was er maar één goddelijke redder, namelijk de keizer. In het begin van het geboorteverhaal van Jezus lijkt deze keizer de wereld te regeren. Hij voert bevel in heel zijn rijk.
  9. Paulus dienaar van het evangelie
  10. Vreemdelingschap
    Christenen in de tijd van de vroege kerk kregen al het verwijt dat ze te veel aan wereldmijding deden.
  11. Groei eerste christenen
  12. Vroege Kerk groeide slechts geleidelijk
  13. Zichtbaar houden van oudste kerken
  14. Scheiding van Kerk en staat
  15. Niet goddelijkheid van Christus toch
  16. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  17. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  18. Schoonheid van heiligheid

Eerste Eeuw van het Christendom

Geschiedenis van het Christendom

1. De vroege dagen van het Christendom

1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

Toen Jezus (Yeshua) op deze Wereld rond liep sprak hij over het Woord van God dat gegeven werd  aan de mensen door het geschrift in de Heilige Boeken. Tijdens zijn gehele dodelijk leven ter wereld, met inbegrip van de twee of drie jaar van zijn actief ministerie, leefde Christus als godsvruchtige Jood, zelf waarnemend, en aandringend op zijn aanhangers om ook de bevelen van de Wet waar te nemen (Mattheüs 23:3). Het algemene van het zijn onderwijs, zoals dat van zijn voorloper, was de benadering van het „Koninkrijk van God“,niet alleen betekenende dat de regel van oprechtheid in het individuele hart ligt (het „koninkrijk van God is binnen u“ – Lukas 17:21), maar ook in de Kerk (zoals duidelijk uit vele van de gelijkenissen) welke hij zou oprichten.[1]

Jarenlang hadden vele mensen die boekrollen bestudeerd. Jezus zijn discipelen, de apostelen schreven een verslag over het leven van Jezus en over de dingen die zij deden om Jezus bekend te maken in de wereld. Hun brieven werden gelezen door velen en heel wat aanhangers van Christus, die als beweging als de Israëlitische sektede Weg” bekend stond, bestudeerden die geschriften van deze apostels. Voor hen was de gehele geschiedenis van de Joden zoals die in het Oude Testament gedetailleerd wordt iets dat zij met volgende generaties moesten delen. Wanneer dit gelezen werd in het licht van andere gebeurtenissen moest het voor hen duidelijk een geleidelijke voorbereiding voor het prediken van Christendom zijn. De nieuwe godsdienst die in bestaan kwam na de dood van Jezus en na de dag van Pinksteren, in 29 G.T., werd eerst geheel beperkt tot de synagoge, en hun leden hadden nog een groot aandeel van Joodse exclusiviteit; de Wet lezend, besnijdenis uitoefenend, en aanbidding in de Tempel, evenals in de Opperkamer in Jeruzalem.

Lange tijd beschouwde het Christendom zich als deel van het Judaïsme. Apostelen waren als Jezus Joden en beschouwden zich nog als Joden. De aanhangers van Christus en degenen die studenten van het onderwijs van Jezus de Nazareen werden en gedoopt werden overwogen om deelgenoten te worden van één of andere communiën, van het lichaam van Christus. Zij hadden hun centrum in Jeruzalem[2] de stad die God aan Zijn mensen had beloofd.

In de eerste eeuw waren de discipelen betrekkelijk gering in aantal. Hun Leider, Jezus, was als een vermeende oproerling terechtgesteld. Aanvankelijk werden die aanhangers van de Jood Jezus nog aanschouwd als deel van de joodse religie die vast in het zadel zat en in Jeruzalem haar luisterrijke tempel had waar zij ook terecht konden.

Rabbijn Jezus leest voor uit de Thora

De eerste christelijke gemeente in de wereldgeschiedenis bestond uit natuurlijke joden en proselieten en werd in 33 G.T. in Jeruzalem opgericht. Met Pinksteren 33 G.T. bevonden zich in Jeruzalem ook joden uit Kappadocië en uit Pontus (Handelingen van de Apostelen2:9). Het kan zijn dat enkele van deze joden uit Pontus die Petrus’ toespraak hoorden, christenen werden en naar hun eigen gebied terugkeerden. Waarschijnlijk verbreidde het christendom zich tengevolge van de aanwezige Kappadociërs al vroeg naar Kappadocië, en werd Petrus zijn eerste brief aan hen en aan „de tijdelijke inwoners die verstrooid zijn in Pontus” en in andere streken van Klein-Azië gericht.(1Petrus 1:1).

In de eerste eeuw bestonden er overal in de omliggende heidense natiën joodse gemeenschappen. Die gemeenschappen hadden synagogen waar mensen geregeld bijeenkwamen om de Schrift te horen voorlezen en bespreken. Aldus waren vroege christenen in staat om voort te bouwen op de religieuze kennis die mensen reeds bezaten (Handelingen 8:28-36; 17:1, 2).

Geleidelijk aan verspreide het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God zich en kwamen de volgelingen van Jezus Christus onder goddelijke leiding als christenen bekend te staan. Deze term werd voor het eerst in Syrisch Antiochië gebezigd, van waaruit Barnabas en Paulus, vergezeld van Johannes Markus, aan hun eerste zendingsreis begonnen. (Handelingen 11:26).

Ware christenen deden hun uiterste best om dit goede nieuws, dat een begrip omtrent het heilige geheim bevatte, in „heel de schepping die onder de hemel is” te prediken (1Korinthiërs 2:1; Efeziërs 6:19; Kolossenzen 1:23; 4:3, 4). De apostelen en de andere eerste christenen hebben in dit opzicht een duidelijk voorbeeld gegeven. In Handelingen 5:42 lezen wij over hun activiteit: „Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws bekendmaken.”

Het boek over de Handelingen van de Apostelen laat zien dat saamhorigheid voor de eerste christenen een belangrijk deel van hun aanbidding vormde. Wij lezen daar: „En dag aan dag waren zij eensgezind voortdurend in de tempel aanwezig en braken eensgezind het brood van huis tot huis, hun vlees etend met eenheid van hart. En zij loofden God en stonden bij het gehele volk in de gunst, diegenen die gered waren hun vlees etende met vreugde en eensgezindheid van hart” (Handelingen 2:46, 47).

Ook de apostel Paulus vroeg aan de gelovigen eensgezind vast te houden aan het geloof. „Laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw” (Hebreeën 10:23). Voor hem en de andere apostelen was het duidelijk dat deze openbare bekendmaking zich niet beperkte tot uitingen tijdens bijeenkomsten van de gemeente (Psalm 40:9, 10). Een profetisch gebod om buiten de gemeente, tot de natiën, te prediken, kan gevonden worden in de woorden van Psalm 96:2, 3, 7, 10: „Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem. Maakt onder de natiën zijn heerlijkheid bekend, onder alle volken zijn wonderwerken. Geef aan Jahweh/Jehovah glorie en sterkte. Gij geslachten der volken, families van gemeenschappen, brengt Jahweh/Jehovah, glorie en lof. Brengt Adonai Jehovah de glorie welke Zijn Naam toekomt, breng een offer en treed zijn voorhoven binnen. Verkondigt het onder de volken: ’Jehovah zelf is koning geworden.’” En inderdaad gaf Jezus in Mattheüs 28:19, 20 en Handelingen 1:8 Christenen het gebod tot alle natiën te prediken.

Op deze openbare prediking doelt Paulus in zijn verdere woorden tot de gezalfde Hebreeuwse Christenen: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken” (Hebreeën 13:15). Het boek Openbaring laat ons zien dat ook de „grote schare” die uit alle natiën is bijeengebracht, uit personen bestaat die met een luide stem uitroepen: „Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam” (Openbaring 7:9, 10).

Christus had met zijn discipelen vaak vergaderd om hun geestelijk onderricht te geven, en na zijn dood zetten zijn leerlingen deze traditie voort. Zijn volgelingen kwamen bijeen, zoals op de pinksterdag in 33 G.T., toen de heilige geest werd uitgestort op degenen die aldus bijeenwaren. (Handelingen der Apostelen 2:1-4). De eerste Christenen hielden er aan zich, meestal in kleine groepen, te verzamelen en regelmatig ofwel in elkaars huis of in de synagoge samen te komen om het Woord van God te bestuderen. Het was voor de eerste joodse christenen niet moeilijk ordelijke, leerzame Bijbelstudiebijeenkomsten te houden, want het grondpatroon hadden zij in de synagogen waarmee zij vertrouwd waren. De fundamentele kenmerken van de in de synagoge geleide diensten werden door de christenen overgenomen voor hun samenkomsten, waar men de Schriften voorlas en uitlegde, elkaar aanmoedigde, bad en God loofde. (1 Korintiërs 14:26-33, 40; Kolossenzen 4:16). Soms was „een aanzienlijke schare” op hun bijeenkomsten aanwezig (Handelingen 11:26).

Zoals in de joodse synagoge was er in de christelijke gemeente ook geen afzonderlijk priesterschap noch een geestelijke die vrijwel alleen aan het woord was. In de synagoge stond het iedere vrome jood vrij een aandeel aan het voorlezen en uitleggen te hebben. Zo ook in de christelijke gemeente werd er verwacht van iedereen dat deze zijn steentje bijdroeg en moesten allen een openbare bekendmaking doen en elkaar tot liefde en voortreffelijke werken aansporen, maar dit moest op ordelijke wijze geschieden (Hebreeën 10:23-25). In de joodse synagoge onderwezen de vrouwen niet en oefenden zij geen autoriteit over mannen uit; op de christelijke vergadering deden zij dat evenmin. Eén Korintiërs hoofdstuk 14 bevat instructies voor de bijeenkomsten van de christelijke gemeente, en er blijkt duidelijk zeer veel overeenkomst te zijn met de gang van zaken in de synagoge. (1 Korintiërs 14:31-35; 1Timotheus 2:11, 12).

Evenals er in de vroege Kerk op het gebied van de verantwoordelijkheid om het evangelie op alle mogelijke manieren te verbreiden, geen onderscheid bestond tussen volle-tijdbedienaren en leken, was er in dit opzicht ook geen onderscheid tussen de seksen. Het stond onomstotelijk vast dat elke Christen was geroepen om een getuige van Christus te zijn, niet alleen door middel van zijn levenswijze, maar ook met zijn lippen. Iedereen moest een apologeet of verdediger van het geloof zijn, op zijn minst in die mate dat hij bereid was een goede uiteenzetting te geven van de hoop die hij bezat. En dit gold zeer nadrukkelijk ook voor vrouwen. Zij hadden een heel groot aandeel aan de bevordering van het christendom.

Verslagen van de vroege kerk vormen het bewijs dat zij de evangelieprediking niet alleen ernstig maar ook letterlijk opvatten. Zelfs de eenvoudigste leden waren boodschappers die de waarheid verbreidden.

De geschiedenis toont aan hoe de eerste christenen, ofschoon zij eerbiedige, ordelievende burgers waren, vastbesloten waren „geen deel van de wereld” te zijn maar toch door te zetten in hun predikingwerk, ook al bracht dit hevige vervolging over hen.

Het christendom groeide van binnenuit op een natuurlijke wijze door de sereniteit van toegewijde aanhangers van Jezus Christus. Het trok mensen aan door haar eigenlijke aanwezigheid en door de rust en vrede welke die Jezus’ volgelingen uitstraalden. Terwijl er geen professionele missionarissen waren die hun geheel leven wijden aan dit specifieke werk, was elke congregatie een missionaire maatschappij, en elke Christelijke gelovige missionaris, ontstoken door de liefde van Christus om zijn medemensen te bekeren. Het voorbeeld werd geplaatst door Jeruzalem en Antiochië, en door die broeders die, na het martelaarschap van Stefanus, „in het buitenland verspreid waren en over gingen tot het prediken van het Woord.“ (Handelingen 8:4; 11:19). Volders, en arbeiders in wol en leer, rustige en onwetende personen, waren de meest ijverige verbreiders van het Christendom, en brachten het eerst tot vrouwen en kinderen. [3] De vrouwen en de slaven introduceerden het in de huiskring. Het was de glorie van het evangelie dat aan de armen en door de armen werd gepredikt om hen rijk te maken. Origenus deelt ons mee dat de stadskerken hun missionarissen naar de dorpen stuurden. Elke Christen vertelde zijn buur, arbeider aan zijn medewerker, de slaaf aan zijn medeslaaf, de bediende aan zijn meester en bazin.

Het evangelie werd voornamelijk verspreid door de wijze van leven, het prediken en door persoonlijke betrekkingen; in belangrijke mate ook door Heilige Schrift, welke reeds vroeg werd verspreid en vertaald in diverse ‘tongen’, het Latijn (Noord Afrika en Italië), Syrisch (Curetoniaans en Peshito), en het Egyptisch (in drie dialecten, Memphitisch, Thebaisch, en Bashmurisch). De communicatie onder de verschillende delen van het Romeinse imperium van Damascus tot Groot-Brittannië was betrekkelijk gemakkelijk en veilig. De wegen die voor handel en voor de Romeinse legioenen gebouwd werden, dienden ook voor de boodschappers van vrede en de stille veroveringen van de Christenheid. De handel zelf op dat ogenblik, evenals nu, was een krachtig agentschap in het uitdragen van het evangelie en het verspreiden van de zaden van Christelijke beschaving tot in de verste delen van het Romeinse Rijk.

Hoewel verschillende caesars als tirannen regeerden, maakten de wetten in de eerste eeuw het gewoonlijk mogelijk ’het goede nieuws te verdedigen en wettelijk te bevestigen’. (Filippenzen 1:7).


[1] Origin of Christianity and its relation with other religions, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Irenæus, “Adversus Hæreses, i. 26

[3] Celsus

+++

Gerelateerde artikels
  • In het begin van de geloofsgemeenschap gaven de volgelingen van Jezus zichzelf de naam van Nazarener-Netzerim-Natzraya. De talmoed verwijst enkele keren naar hen. dat zij als sekte aanschouwd werden valt op te maken aan het Twelth gebed dat door Gamiliel II was toegevoegd aan de Amidahn tegen de Sectairen, de Sekte van de Nazareners-Netzerim-Natzraya. In de talmoed zijn de vroege Messiaanse gelovigen Saduceeën genaamd en soms Essenen of zelfs Netzerim-Natzraya. Rashi maakte er werk van om de titel Netzerim-Natzraya te herstellen daar waar deze was verwijderd, volgens  What Were The Early Believers Called: HaDerech (The Way), The Natzari Sect, Netzerim-Natzraya, Jessaeans, Essene’s, Saducee’s, Christians or Nasaraeans? What Is There Place In Middle Judiasm? (paradoxparables.wordpress.com) waar men ook geschriften aanhaalt waar men meld dat de Nazareners essentieel niet verschilden van de Orthodoxe Joden, aangezien zij de gewoonten, gebruiken en doctrine beoefenden die door de Joodse Wet werden voorgeschreven; behalve dat zij in Christus geloofden. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
    Zij geloofden in de herrijzenis van de doden en dat het heelal door God werd gecreëerd. Zij predikten dat God één is en dat Jezus Christus zijn zoon was. Zij waren geschoold in de Hebreeuws taal en lazen de Wet (die de Wet van Mozes of Mozaïsche Wet betekent). Vreemd genoeg wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen ander Christus volgelingen of Christenen die zich niet hielden aan de Joodse riten, waarmee eigenlijk bedoeld werd op de nieuwe Christenen of gedoopte heidenen. “Daarom verschillen zij…van de ware christenen omdat zij tot nu [zo] Joodse riten als de besnijdenis volbrengen, sabbat en anderen”. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
  • Ook Earliest (pre-Christian) Nazarenes: Pliny the Elder’s evidence en Earliest Nazarenes: Evidence of Epiphanius gaan in op de benaming van de volgelingen van de Jood Jezus Christus uit Nazareth welke daarom ook wel de Nazareners of Nazoreans (“Panarion 29″ by Epiphanius) werden genoemd. Maar zij werden voor een korte tijd eveneens aangeduid met de benaming “Jessaeans” voor zij in Antiochië als Christenen werden vernoemd. Ook vandaag vinden wij nog de niet-trinitarische Christelijke denominatie ‘Vrienden van de Nazareen’ of “Nazarene Friends”

    “While treating the name of the sect, we may deal here with a short notice by Pliny the Elder which has caused some confusion among scholars. In his Historia Naturalis, Book V, he says: We must now speak of the interior of Syria. Cœle Syria has the town of Apamea, divided by the river Marsyas from the Tetrarchy of the Nazerini; Bambyx, the other name of which is Hierapolis, but by the Syrians called Mabog. This was written before 77 A.D., when the work was dedicated to Titus. The similarity of the name with the Nazerini has led many to conclude, erroneously, that this is an early (perhaps the earliest) witness to Christians  (or Nazarenes) by a pagan writer. Other than this, be it noted, there is no pagan notice of Nazarenes.”
    “… Can Pliny’s Nazerini be early Christians? The answer depends very much on the identification of his sources, and on this basis the answer must be an unequivocal No. It is generally acknowledged that Pliny drew heavily on official records and most likely on those drawn up by Marcus Agrippa (d. 12 B.C.). Jones has shown that this survey was accomplished between 30 and 20 B.C. Any connection between the Nazerini and the Nazarini must, therefore, be ruled out, and we must not attempt to line this up with Epiphanius’ Nazoraioi. One may, however, be allowed to see the Nazerini as the ancestors of today’s Nusairi, the inhabitants of the ethnic region captured some seven centuries later by the Moslems. …” (Neil Godfrey)
    “… everyone called the Christians Nazoraeans, as they say in accusing the apostle Paul, “We have found this man a pestilent fellow and a perverter of the people, a ring-leader of the sect of the Nazoraeans.”  And the holy apostle did not disclaim the name – not to profess the Nazoraean sect, but he was glad to own the name his adversaries’ malice had applied to him for Christ’s sake. For he says in court, “They neither found me in the temple disputing with any man, neither raising up the people, nor have I done any of those things whereof they accuse me. But this I confess unto thee, that after the way which they call heresy, so worship I, believing all things in the Law and the prophets .””

Jezus volgen

Jezus volgen en zijn woorden in ons laten doordringen

Wij als Christenen zouden Jezus moeten volgen en proberen om onszelf te veranderen zodat wij zoals Christus kunnen worden. Onze Hoofdleraar bereidde de weg voor ons voor om onze Vader kunnen direct te mogen  benaderen. Aan onze Vader kunnen wij vragen om ons in het vervullen van de taken die Jezus ons op opdroeg te helpen. Het is de Heilige Geest die ons kan begeleiden en ons de mogelijkheden kan geven om de nodige vaardigheden en middelen te hebben tot het noodzakelijke prediken te komen. God kan ons onder Zijn Geest brengen als wij in de vergaderingen zijn, en als wij verzamelen in naam van Christus.

Het geloof komt uit het horen van de boodschap, en het bericht wordt vandaag gehoord door het woord van Christus die het Woord van God * aan allen bracht, en vandaag moeten wij als gelovigen degenen zijn die dit woord over de grenzen van om het even welke natie kunnen dragen.

“ Zo ontstaat dan het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus.” (Romeinen 10:17 WV78)

Het is onder de verdere instructies van Jezus dat wij zouden moeten proberen om ons werk voor God te doen. Hem moeten wij als onze meester nemen, zelfs Messias.

“ En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar een leraar, de Christus.” (Mattheüs 23:10 WV78)

Cover of "Following Jesus"

Cover of Following Jesus

Ons geloof is in de handen van hem die rechts van de Vader zit. Wij hier ter wereld moeten zijn opdracht tot zijn terugkeer volbrengen . Als de verspreiding van Gods Woord over de gehele aarde zal gebeuren kan het einde komen en zal Jezus allen beoordelen.
Het zijn zijn bevelen die zullen worden in acht genomen, en wij kunnen anderen helpen om deze te leren kennen en te aanvaarden, waarna zij dan gedoopt kunnen worden en opgenomen in onze gemeenschap van gelovigen, die elkaar de broederlijke liefde geven.
Deze liefde van Christus met ons dragend kunnen wij in de wereld uitgaan en zijn onderwijs verder gekend laten worden.

“ Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Hebreeën 12:2 WV78)

“ Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en  leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:19-20 WV78)

“ De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mattheüs 24:14 WV78)

“ Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.” (Jakobus 1:22 WV78)

“ Het is duidelijk dat een mens wordt gerechtvaardigd door daden en niet alleen door geloof.” (Jakobus 2:24 WV78)

“ Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad.” (Jakobus 2:26 WV78)

“ Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.  Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.’” (Johannes 13:34-35 WV78)

Gaand door geloof, houdende aan het Woord van de Enige God, geven wij ons zelf bloot om door hem te worden verbeterd en anderen te helpen beter te worden, zodat wij allen onze oude persoonlijkheid terzijde kunnen leggen en meer als Christus worden. Dit kan slechts gebeuren als wij onze geest, ons denken herbronnen en laten doordringen door Gods Woord.

“ En beliegt elkaar niet meer. Legt de oude mens met zijn gedragingen af,  bekleedt u met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn schepper.” (Kolossenzen 3:9-10 WV78)

“ Volgt hieruit, dat wij moeten blijven zondigen om de genade te doen toenemen?  Natuurlijk niet! Hoe zouden wij nog in zonde leven, wij die dood zijn voor de zonde?  Gij weet toch,, dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?  Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden.  Zijn wij een met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,  in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn.” (Romeinen 6:1-6 WV78)

“ Niemand die een lamp aansteekt, zet die in een verscholen hoek of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnenkomt de lichtglans kan zien.  De lamp van het lichaam is uw oog. Wanneer uw oog helder is, is ook heel uw lichaam verlicht. Is het echter slecht, dan is ook uw lichaam duister.  Zie dus toe, of het licht in u geen duisternis is.  Als nu heel uw lichaam verlicht is, geen plekje donker meer heeft, dan zal het in zijn geheel zo verlicht zijn als wanneer de lamp u met haar helle stralen verlicht.’” (Lukas 11:33-36 WV78)

“ Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten.” (Mattheüs 7:12 WV78)

“ Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven,  zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.” (2 Timotheüs 3:16-17 WV78)

“ Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar.  Laten we elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde.  Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen.” (Hebreeën 10:23-25 WV78)

“ Roep dan het volk bijeen, de mannen, de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen in uw steden. Zij moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zodat zij al de bepalingen van deze wet nauwgezet volbrengen.” (Deuteronomium 31:12 WV78)

“ In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op de voorlezing, de vermaning en het onderricht.  Verwaarloos de genadegave niet die in u is en die u krachtens een profetenwoord werd geschonken onder handopleggen van de gezamenlijke presbyters.  Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.  Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht. Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.” (1 Timotheüs 4:13-16 WV78)

“ Op die dag zult gij zeggen: Looft Jahwe, roept zijn naam uit, maakt onder de volken zijn daden bekend, verkondigt zijn hoog verheven naam.  Zingt Jahwe lof, want Hij deed grootse dingen, laat het bekend zijn over heel de aarde!” (Jesaja 12:4-5 WV78)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

* Het Woord van God, de Bestseller aller tijden, hét Boek der Boeken, de Bijbel is nu bijna over de hele wereld beschikbaar in verschijdene talen.

De Bijbel als Gids

De Bijbel als leidraad

In de tijd van Jezus kwamen mensen samen in de synagoge maar ook in hun huizen om de rollen van de heilige schrijvers te bestuderen. Voor hen was het duidelijk dat God deze mensen de macht en de faciliteiten had gegeven om Zijn Woord neer te schrijven. Voor de aanhangers van Christus was het duidelijk dat zij met de verhalen over Christus Jezus en de geschriften van zijn apostelen moesten rekening houden. De boeken van de Oude Tijd ontvingen, na Jezus zijn verrijzenis, een broer in de geschriften van de Nieuwe Tijd. Het Oude en Nieuwe Testament werden de twee pijlers van onderwijsmateriaal om geloof op te bouwen en zich aan de Bevelen van God te houden.

Enthousiaste aanhangers van Jezus vergden de tijd om te komen tot het bestuderen van de geschriften, die wij nu als Bijbel kennen. Zij voelden zich verenigd in het houden aan de gedachte dat de Heilige Schrift, Oude en Nieuwe Testamenten, geïnspireerd zijn dat zij het definitieve gezag voor authentieke waarheid zijn. Zij betwijfelden de inhoud van die Geschriften niet en wisten dat als zij tot God baden zij ook begeleiding zouden ontvangen om deze te kunnen volgen en te begrijpen. Zij volgden de regels van Geschriften en wilden hun geloof er op vestigen. Maar zij wensten enkel die dingen geloven die volgens vergelijking van de vele Schriftplaatsen konden opgaan. Zij geloofden dat al de teksten in de Bijbel in harmonie zijn met elkaar. De apostelen hadden hen gewaarschuwd om zorgvuldig te zijn en om zich niet door wereldse gedachten te laten meeslepen en dat zij geen niet-Bijbelse woorden tot een geloofspunt zouden mogen maken.

In de vroege tijden van deze huidige tijdrekening, hadden sommigen gezien dat Jezus, op deze wereld, geheel van vlees en bloed was zoals elke ander sterveling. Terwijl Jezus wonderbaarlijk door God door de Heilige Geest in de moederschoot van Maria werd geplaatst, aanvaardden zij dat de Bijbel impliceert dat zij daarna geen maagd bleef. Trouwens hadden veel van de vroege Christenen de andere kinderen van Jozef en Maria, na de geboorte van Jezus ontmoet. Één van de broers van Jezus had hem trouwens vol geloof gevolgd. De mensen rond Jezus konden over hem meespreken. Zij hadden getuigd over de vele mirakelen, en over de vreemdste gebeurtenis gehoord, namelijk dat deze heilige man uit de dood was opgestaan. Maar er waren ook velen die niets gezien hadden en tegen de groeiende jaren niemand in hun cirkels hadden die mensen hadden ontmoet die Jezus in het echt hadden gekend. Voor hen kwam het er op aan te geloven zonder te zien.

De Bijbel bestuderend werden die mensen die geïnteresseerd waren in het Woord van God volledig overtuigd dat die Nazarener Jood door zijn dood hen redding kon brengen. Zij wisten dat de mens door zijn aard dodelijk is, en dat onsterfelijkheid nu beschikbaar werd in zekere zin, maar slechts door aan voorwaarden van gehoorzaamheid te voldoen. Zij hielden er aan, zoals wij vandaag nog van mening zijn, dat de menselijke ziel geen verschillende entiteit is, maar het resultaat van de unie van het lichaam en de adem, of vonk, van het leven is, en dat de dood de ontbinding van deze twee elementen is. Jezus was gestorven, in het graf gelegd, maar daarna verrezen. Vervolgens was hij naar zijn Vader uitgegaan waaraan hij altijd bescheiden bleef. Jezus had altijd naar zijn Vader gewezen als diegene die alles deed en aan wie wij eer moesten geven. Daarom keurden zij de positie van mede-eeuwigheid of medegelijkheid tussen de Vader en de Zoon niet goed. Maar zij waren tevreden dat sinds zijn verrijzenis Jezus de goddelijke aard had ontvangen en de bemiddelaar tussen hen en God kon zijn.

Michelangelo's The Creation of Adam (1512) is ...

Michelangelo's The Creation of Adam (1512)

Gelovende dat Adam en Eva perfect gecreëerd waren, hielden de gelovigen er aan dat  de zonde door ongehoorzaamheid in de Tuin van Eden resulteerde in het onder de vloek van zonde komen met onvolmaaktheid, en dood tot gevolg. Omdat de dood de ontbinding van lichaam en adem is, zou elke Student van de Bijbel er bewust moeten van zijn dat de ziel (de mens) die zondigt sterft en van het bestaan uitgaat, en dat wij in onze dood gewoon terugkeren tot stof en as en daar niet kunnen aan ontsnappen. Maar zij die in Christus Jezus geloofden vonden vrede in de beloofde Messias die zou gaan terugkeren. Het is hij die dan het verrijzenisproces zal beginnen dat in het toekomstige Koninkrijk van de Messias begint. Hij had zijn lichaam als losgeld bij het kruis van Calvarie gegeven. Dit zoenoffer is doeltreffend voor iedereen wie ooit zal zijn gestorven. Het belooft reanimatie voor het gehele mensdom in het 1000-jarige koninkrijk van Christus, samen met de kans om het perfecte menselijke leven te verkrijgen en te handhaven voor eeuwig. Het losgeld voorziet ook de rehabilitatie van de planeet aarde aan perfecte Edense voorwaarden.

Van de Pinkstergebeurtenis af begonnen vele duizenden op de terugkeer van Christus of Tweede Komst te verheugen. Bij zijn eerste komst, was Jezus reeds begonnen een speciale klasse van mens en voor zijn kerk uit te roepen, om als zijn bruid te zijn. Aan deze beloofde hij een deel in de hemel met zich en de Vader, en een koninkrijksrol voor het regeren over de mensheid, dit tot zegen voor alle families van de aarde. Zij die deze uitnodiging goedkeuren maken volledige consecratie of de verplichting om de wil van God te doen zoals zij het geopenbaard zien en ten koste van een overgave van het recht op het leven ter wereld. Deze overgave wordt getuigd door doopsel (volledige wateronderdompeling,). De verwachting dat Jezus Christus zou terugkeren om het werk te beëindigen dat hij twee duizend jaar geleden begon werd een belangrijk deel van hun geloof. Zij volgden de raad die Jezus en zijn apostelen hadden gegeven om het Woord van God te bestuderen en regelmatig samen te komen, alsook om het Breken van het Brood als teken van de Nieuwe Overeenkomst of het Nieuwe Verbond te herinneren.

Om dergelijke vergaderingen te organiseren moesten zij plaatsen vinden waar zij konden samenkomen, zeker nadat zij niet meer welkom waren in de synagogen. In de verschillende dorpen en kleine gemeenschappen werden kleine groepen gevormd. Door veel huisbijeenkomsten of ’huis parties’ te geven werden de eerste `huiskerken’ gevormd. Elke groep selecteerde zijn leiders (oudsten en dekens) door de volwaardige stem van hun toegewijde leden, en werkten samen met andere congregaties zoals die door die lokale groep werden bepaald. Maar dergelijke vergaderingen of het verzamelen op zich brachten ook uitgaven met zich mee. Om deze te kunnen beheren betaalden de leden van de gemeenschap vrijwillige bijdragen en gaven volledig vrijwillig dienstenaanbod zonder inzamelingen voor verplicht gestelde kosten.

Ook vandaag willen wij als Studenten van de Bijbel ons aan de verordeningen houden die door God en door Jezus werden gegeven en willen wij onze gemeenten houden overeenstemmend de Bijbelse wijze en willen wij op een niet-betaalde en vrijwillige basis dienen.

Doelstelling van Bijbelstudenten

Belgian Biblestudents = Belgische Bijbelstudenten

Als ernstige onderzoekers van de Bijbel, het Woord van God willen wij onafhankelijk tot de Waarheid komen en verbroederd zijn met al die mensen die een sterk zelfde geloof hebben in de originele Joods Hebreeuwse Heilige en Christelijke Geschriften. Samen voelen wij ons verbonden met Jezus de Nazarener.  Zo trachten wij als Broeders in Christus te streven naar een geestelijk geloofsuitvoering die terug grijpt op het geloof van de Christenen van de eerste eeuw.

Ons geloof is volledig en uitsluitend op de Bijbel gebaseerd. Wij zien de Bijbel als Gods woord, en leggen nadruk op de noodzaak om dat woord te lezen en bestuderen. Wij bieden hier dan ook op verschillende manieren hulp bij aan.

Door het onderzoek van de Bijbel zijn we God beter gaan leren kennen en hebben wij voor onze Allerhoogste Vader een intense liefde gekregen om Hem alleen te dienen en te eren.

In antwoord op ons vertrouwen in de Bijbelse Waarheid kijken wij vol verwachting uit naar de Zoon van God welke de beloofde Redder is, of Verlosser van alle gelovigen, de Messias.
Jezus Christus Zijn zoenoffer aanvaarden wij als ultieme daad om ons vrij te kopen van de gevolgen van het kwaad.

Onze doelstelling is om te leven door het geloof in onze Heer Jezus, naar het voorbeeld dat Hij en zijn apostelen ons hebben gegeven en het uiteindelijke doel om zoals Jezus Christus te worden, te bereiken. Uit dankbaarheid en uit geloof zoeken wij te leven in gehoorzaamheid aan onze énige God.  Als ernstige Bijbelonderzoekers of Bijbelstudenten willen wij stappen in de voetsporen van Jezus Christus, de zoon van God en willen wij zoals hem ons ook volledig aan God overdragen en ons ook ten volle als waardige kinderen van God gedragen.

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: