An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Handelingen der Apostelen’

Verkiezing van Matthias

Betrayal, Great Shelford

Het veraad door Judas. – Betrayal, Great Shelford (Photo credit: TheRevSteve)

Judas Iskariot, de zoon van Simon en de beruchte apostel die Jezus verraden heeft. De bijbel verschaft weinig rechtstreekse inlichtingen over de familie en de achtergrond van Judas. Zowel hij als zijn vader werden Iskariot genoemd (Lu 6:16; Jo 6:71). Over het algemeen wordt aangenomen dat zij — gezien deze naam — uit de Judese stad Kerioth-Hezron afkomstig waren. Als dit zo is, dan was Judas onder de twaalf apostelen de enige Judeeër, terwijl alle anderen Galileeërs waren.

Judas wordt enige tijd na het Pascha in 31 G.T., ongeveer anderhalf jaar nadat Jezus met zijn bediening was begonnen, voor het eerst in de door de evangelieverslagen verschafte opsomming van de apostelen genoemd (Mr 3:19; Lu 6:16). Men mag logischerwijs aannemen dat Judas reeds enige tijd een discipel was voordat Jezus hem tot apostel aanstelde. Veel schrijvers schetsen een volledig negatief beeld van Judas, maar kennelijk was hij een tijdlang een discipel die in de ogen van God en van Jezus gunst had gevonden; alleen al zijn verkiezing als apostel getuigt hiervan. Bovendien werd hem het beheer van de gemeenschappelijke financiën van Jezus en de twaalf toevertrouwd. Hierdoor wordt te kennen gegeven dat hij destijds betrouwbaar en bekwaam was, want ofschoon Mattheüs ervaring op het gebied van geld en cijfers had, kreeg hij die toewijzing niet (Jo 12:6; Mt 10:3). Toch werd hij in- en inverdorven, waarvoor geen enkele verontschuldiging aan te voeren is. Ongetwijfeld om die reden wordt hij in de opsomming van de apostelen als laatste genoemd en als de Judas aangeduid „die hem later verraden heeft” en „die een verrader werd”. — Mt 10:4; Lu 6:16.

– it-1 blz. 1361-1365 – Inzicht, Deel 1

English: Saint Matthias, who replaced Judas Is...

Afbeelding van de Heilige Matthias, die ter vervanging van Judas Iskariot als apostel werd verkozen (Photo credit: Wikipedia)

***

Markus 3:16-19:

16 Tot de [groep van] twaalf nu die hij vormde, behoorden Si̱mon, die hij tevens de bijnaam Pe̱trus gaf,+ 17 en Jako̱bus, de [zoon] van Zebede̱üs, en Joha̱nnes, de broer van Jako̱bus+ (aan hen gaf hij ook de bijnaam Boane̱rges,* hetgeen Zonen van de donder betekent), 18 en Andre̱as en Fili̱ppus en Bartholome̱üs en Matthe̱üs en Tho̱mas en Jako̱bus, de [zoon] van Alfe̱üs, en Thadde̱üs en Si̱mon de Kananeeër 19 en Ju̱das Iska̱riot, die hem later verraden heeft.+

En hij ging een huis binnen.

Lukas 6:12-16: 12 In de loop van die dagen ging hij de berg op om te bidden,+ en hij bracht de gehele nacht door in gebed tot God.+ 13 Toen het echter dag werd, riep hij zijn discipelen bij zich en koos er twaalf van hen uit, aan wie hij tevens de naam „apostelen” gaf:+ 14 Si̱mon, aan wie hij ook de naam Pe̱trus gaf,+ en zijn broer Andre̱as, en Jako̱bus en Joha̱nnes,+ en Fili̱ppus+ en Bartholome̱üs, 15 en Matthe̱üs en Tho̱mas,+ en Jako̱bus, [de zoon] van Alfe̱üs, en Si̱mon, die „de ijveraar”* wordt genoemd,+ 16 en Ju̱das, [de zoon] van Jako̱bus, en Ju̱das Iska̱riot, die een verrader werd.+

Mattheüs 10:2-4:

  2 Dit zijn de namen van de twaalf apostelen:+ Als eerste, Si̱mon, die Pe̱trus* wordt genoemd,+ en zijn broer Andre̱as;+ en Jako̱bus, de [zoon] van Zebede̱üs,+ en zijn broer Joha̱nnes; 3 Fili̱ppus en Bartholome̱üs;*+ Tho̱mas+ en Matthe̱üs*+ de belastinginner; Jako̱bus, de [zoon] van Alfe̱üs,+ en Thadde̱üs;* 4 Si̱mon de Kananeeër+ en Ju̱das Iska̱riot, die hem later verraden heeft.+

Johannes 12:6;

6 Dit zei hij echter niet omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was+ en de geldkist had+ en gewoon was het daarin gestorte geld weg te nemen.

Handelingen van de apostelen 1: 15- 26

15 In die dagen nu stond Pe̱trus te midden van de broeders op en zei (er was een schare van ongeveer honderd twintig personen bijeen*): 16 „Mannen, broeders, het schriftwoord moest vervuld worden+ dat de heilige geest+ bij monde van Da̱vid tevoren gesproken heeft over Ju̱das,+ die een gids is geworden van hen die Jezus gevangennamen,+ 17 want hij werd tot de onzen gerekend+ en kreeg een aandeel aan deze bediening.+ 18 (Deze nu heeft met het loon voor onrechtvaardigheid+ een veld gekocht,+ en met het hoofd voorover neergestort,*+ is hij met veel geluid midden opengebarsten, en al zijn ingewanden werden uitgestort. 19 Het werd ook bekend aan alle inwoners van Jeru̱zalem, zodat dat veld in hun taal Akeldama, dat wil zeggen Bloedveld, werd genoemd.) 20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: ’Zijn verblijfplaats worde woest en er zij geen bewoner in’,+ en: ’Iemand anders neme zijn ambt van opzicht.’*+ 21 Daarom is het noodzakelijk dat van de mannen die met ons samenkwamen gedurende al de tijd dat de Heer Jezus onder ons in- en uitging,*+ 22 te beginnen bij zijn doop door Joha̱nnes+ en tot de dag waarop hij van ons werd opgenomen,+ een van deze mannen met ons een getuige wordt van zijn opstanding.”+

23 Derhalve stelden zij er twee voor zich: Jo̱zef, [ook] Ba̱rsabbas geheten, die de bijnaam Ju̱stus droeg, en Matthi̱as. 24 En zij baden en zeiden: „Gij, o Jehovah,* die het hart van allen kent,+ wijs degene aan die gij van deze twee hebt uitgekozen 25 om de plaats in te nemen van deze bediening en dit apostelschap,+ waarvan Ju̱das is afgeweken om naar zijn eigen plaats te gaan.” 26 Toen wierpen zij het lot+ over hen, en het lot viel op Matthi̱as; en hij werd met de elf+ apostelen gerekend.

(Nieuwe Wereld Vertaling)

***

*

 

Verzen 23-26

(Matthi̱as) [waarschijnlijk een verkorte vorm van het Hebr. Mattithjah, wat „Geschenk van Jehovah” betekent].

De discipel die door het lot werd aangewezen om Judas Iskariot als apostel te vervangen. Na Jezus’ hemelvaart vestigde Petrus er de aandacht op dat de psalmist David niet alleen Judas’ ontrouw had voorzegd (Ps 41:9), maar dat David ook geschreven had (Ps 109:8): „Iemand anders neme zijn ambt van opzicht”, en deed de ongeveer 120 bijeengekomen discipelen daarom het voorstel de opengevallen plaats door iemand anders te laten innemen. Jozef Barsabbas en Matthias werden ter verkiezing voorgedragen; na een gebed werd het lot geworpen, en Matthias werd gekozen. Aangezien dit slechts een paar dagen vóór de uitstorting van de heilige geest gebeurde, is dit het laatste in de bijbel opgetekende voorval waarbij men zich van het lot bediende om Jehovah’s beslissing in een aangelegenheid te weten te komen. — Han 1:15-26.

Volgens Petrus’ woorden (Han 1:21, 22) was Matthias gedurende de drie en een half jaar van Jezus’ bediening een volgeling van Christus geweest, was hij nauw verbonden geweest met de apostelen en behoorde hij zeer waarschijnlijk tot de zeventig discipelen of evangelisten die Jezus had uitgezonden om te prediken (Lu 10:1). Nadat hij was gekozen, werd hij door de gemeente „met de elf apostelen gerekend” (Han 1:26), en wanneer in het boek Handelingen onmiddellijk daarna sprake is van „de apostelen” of „de twaalf”, was Matthias daarbij inbegrepen. — Han 2:37, 43; 4:33, 36; 5:12, 29; 6:2, 6; 8:1, 14; 9:27; zie Paulus.

– it-2 blz. 274

+

Er bestaat geen reden eraan te twijfelen dat Matthias door God zelf werd uitgekozen. Het is waar dat Paulus na zijn bekering een zeer vooraanstaande plaats innam en veel meer arbeidde dan alle andere apostelen (1Kor 15:9, 10). Niets duidt er echter op dat Paulus persoonlijk voor het apostelschap voorbestemd was, zodat God het gebed van de bijeengekomen christenen in feite niet had verhoord, de onbezette post van Judas tot de bekering van Paulus had opengelaten en zo de aanstelling van Matthias tot louter een eigenmachtig optreden van de bijeengekomen christenen maakte. Integendeel, er zijn deugdelijke bewijzen dat Matthias door God als vervanger werd aangesteld.

Met Pinksteren kregen de apostelen door de uitstorting van de heilige geest unieke krachten; zij zijn de enigen van wie wordt gezegd dat zij pasgedoopte personen de handen konden opleggen en wonderbaarlijke gaven van de geest op hen konden overdragen. (Zie Apostel [De macht om wonderen te verrichten].) Als Matthias in werkelijkheid niet Gods keus was geweest, zou iedereen hebben gemerkt dat hij dat vermogen niet bezat. Het verslag laat echter het tegendeel zien. Lukas, de schrijver van Handelingen, was tijdens bepaalde etappen van Paulus’ zendingsactiviteit zijn reisgezel en medewerker, en het boek Handelingen weerspiegelt derhalve ongetwijfeld Paulus’ eigen kijk op de zaak en stemt daarmee overeen. Dat boek zegt dat „de twaalf” de zeven mannen aanstelden die het probleem in verband met de voedselverdeling moesten oplossen. Dit was na Pinksteren in 33 G.T., maar vóór Paulus’ bekering. Matthias wordt hier derhalve erkend als een van „de twaalf”, en samen met de andere apostelen legde hij de zeven uitgekozen mannen de handen op. — Han 6:1-6.

– it-2 blz. 577-583

+

Matthias was niet louter een apostel van de gemeente Jeruzalem, net zomin als de overige elf apostelen dat waren. Zijn geval ligt anders dan dat van de leviet Jozef Barnabas, die een apostel van de gemeente Antiochië (Syrië) werd (Han 13:1-4; 14:4, 14; 1Kor 9:4-6). Ook andere mannen worden „apostelen van gemeenten” genoemd in de zin dat zij als vertegenwoordigers van zulke gemeenten werden uitgezonden (2Kor 8:23). En in zijn brief aan de Filippenzen spreekt Paulus over Epafroditus als „uw afgezant [a·po′sto·lon] en persoonlijke dienaar om in mijn behoeften te voorzien” (Fil 2:25). Het is duidelijk dat deze mannen het apostelambt niet op grond van de een of andere apostolische successie bekleedden, en ook behoorden zij niet tot „de twaalf”, zoals Matthias.

– it-1 blz. 132-136

v 23: Jehovah: „Jehovah”; Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH)

Er zijn bewijzen voor dat Jezus’ discipelen in hun geschriften het Tetragrammaton hebben gebruikt. Hiëronymus schreef in de 4de eeuw in zijn werk De viris inlustribus [Over beroemde mannen], hoofdstuk III, het volgende: „Mattheüs, die ook Levi is, en die van belastinginner apostel werd, stelde allereerst in Judea een Evangelie van Christus op in de Hebreeuwse taal en lettertekens ten behoeve van de besnedenen die gelovigen waren geworden. Wie het daarna in het Grieks heeft vertaald, staat niet voldoende vast. Bovendien is de Hebreeuwse [tekst] zelf tot op de huidige dag in de bibliotheek te Cesarea bewaard gebleven, die door de martelaar Pamphilus zo naarstig is bijeengebracht. Ook werd mij door de Nazarenen, die dit boekdeel in de Syrische stad Berea gebruiken, toestemming verleend om het over te schrijven.” (Vertaling uit de Latijnse tekst onder redactie van E. C. Richardson en uitgegeven in de serie „Texte und Untersuchungen zur Geschichte der altchristlichen Literatur”, Deel 14, Leipzig 1896, blz. 8, 9.)

Mattheüs deed meer dan honderd aanhalingen uit de geïnspireerde Hebreeuwse Geschriften. Op de plaatsen waar in deze aanhalingen de goddelijke naam stond, zal hij genoodzaakt zijn geweest getrouw het Tetragrammaton in zijn Hebreeuwse evangelieverslag op te nemen. Toen het Evangelie van Mattheüs in het Grieks werd vertaald, bleef het Tetragrammaton overeenkomstig het gebruik van die tijd onvertaald in de Griekse tekst staan.

Niet alleen Mattheüs maar alle schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften haalden verzen uit de Hebreeuwse tekst of uit de Septuaginta aan waarin de goddelijke naam voorkomt. In Petrus’ toespraak in Han 3:22 bijvoorbeeld wordt een aanhaling gedaan uit De 18:15, waar het Tetragrammaton in een papyrusfragment van de Septuaginta uit de 1ste eeuw v.G.T. voorkomt. (Zie App. 1C [1].) Als volgeling van Christus gebruikte Petrus Gods naam, Jehovah. Toen Petrus’ toespraak op schrift werd gesteld, werd zoals dat in de 1ste eeuw v.G.T. en de 1ste eeuw G.T. de gewoonte was, het Tetragrammaton op die plaats gebruikt.

Ergens tijdens de 2de of 3de eeuw G.T. verwijderden de afschrijvers het Tetragrammaton zowel uit de Septuaginta als uit de christelijke Griekse Geschriften en vervingen het door Ku′ri·os, „Heer”, of The′os, „God”.

v 24: die het hart van allen kent: (1 Samuël 16:7):7 Maar Jehovah zei tot Sa̱muël: „Kijk niet naar zijn uiterlijk en naar zijn rijzige gestalte,+ want ik heb hem verworpen. Want [God ziet*] niet zoals de mens ziet,+ want de méns ziet datgene wat zichtbaar is voor de ogen;*+ maar wat Jehovah aangaat, hij ziet hoe het hart+ is.”*

(1 Kronieken 28:9): 9 En gij, mijn zoon Sa̱lomo, ken+ de God van uw vader en dien+ hem met een onverdeeld hart+ en met een bereidwillige ziel;+ want Jehovah doorzoekt alle harten,+ en elke neiging van de gedachten onderscheidt hij.+ Indien gij hem zoekt, zal hij zich door u laten vinden;+ maar indien gij hem verlaat,+ zal hij u voor eeuwig verstoten.+

(Jeremia 11:20)20 Maar Jehovah der legerscharen oordeelt met rechtvaardigheid;+ hij onderzoekt de nieren* en het hart.+ O moge ik uw wraak op hen zien, want aan u heb ik mijn rechtsgeding onthuld.+
(Handelingen 15:8): 8 en God, die het hart kent,+ heeft getuigenis afgelegd door hun de heilige geest te geven,+ evenals hij die ook aan ons heeft gegeven.
v 25: apostelschap: (Johannes 6:70): 70 Jezus antwoordde hun: „Heb ik niet U twaalf uitgekozen?+ Toch is een van U een lasteraar.”*+

(Lukas 6:13): 13 Toen het echter dag werd, riep hij zijn discipelen bij zich en koos er twaalf van hen uit, aan wie hij tevens de naam „apostelen” gaf:+

(Johannes 15:16): 16 GIJ hebt mij niet uitgekozen, maar ik heb U uitgekozen, en ik heb U gesteld opdat GIJ zoudt heengaan en vrucht zoudt blijven dragen+ en dat UW vrucht zou blijven, opdat wat GIJ de Vader ook vraagt in mijn naam, hij het U zou geven.+

v 26: Toen wierpen zij het lot: (Spreuken 16:33) 33 In de schoot wordt het lot neergeworpen,+ maar elke beslissing daardoor is van Jehovah afkomstig.+

+

Vergelijk:

The Acts Of The Sent Ones Chapter 1

Hebraic Roots Bible Book of The Acts of the Apostles Chapter 1

Nazarene Acts of the Apostles Chapter 1 v23-26 Choice of Matthias

Afrikaans: Matti′as is gekies als een van “die twaalf”

Deutsch: Da warfen sie Lose und das Los fiel auf Matthias

English: Election of the Apostle Matthias

++

Lees ook:

  1. Aleph als beginletter voor titels van God
  2. God over zijn Naam יהוה
  3. Belangrijkheid van Gods Naam
  4. Een Naam voor een God #6 Hoeveel Lettergrepen: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  5. Een Naam voor een God #7 Jahwe(h) niet Hebreeuws: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  6. Een Naam voor een God #8 Vergeten of weigeren: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  7. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  8. Positie en macht
  9. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  10. apostel die Judas verving: bt 19; it-1 134-135; it-2 274, 582-583; w93 1/8 31; w90 1/6 11
  11. een van „de twaalf” (1Kor 15:5): it-1 134-135; w93 1/8 31; w88 15/1 30
  12. naam op fundamentsteen van Nieuwe Jeruzalem: it-1 135; it-2 583

+++

Related articles
  • The Holy Spirit-Empowered Apostles (yourgodmoments.wordpress.com)
    It is here that Jesus completes His gospels through the Holy Spirit by filling His disciples hearts with the remainder of the knowledge that He wants all of God’s children to know in order to pursue a path of righteousness and a life filled with God moments…
    +
    This ‘church’ gathered to pray, and then the apostle Peter addressed the gathering. He told them that Judas Iscariot’s betrayal of Jesus was a fulfilled prophecy, (Ps. 69:25), and that there was also written prophecy that mandated that the vacancy left by the death of Judas’ be filled by the appointment of a new apostle from the church. (Ps. 109:8)
  • Commemoration of the Apostle Matthias, Martyred in Colchis, and Apostolic Succession (georgianorthodoxchurch.wordpress.com)
    The elevation of Matthias from the Seventy to the Twelve Apostles is interesting, as it is one of the first written accounts of Apostolic Succession,.
    +
    Orthodox Christians believe in Apostolic Succession; tracing a direct line of apostolic ordination, Orthodox doctrine, and full communion of Orthodox jurisdictions from the Twelve Apostles to the current Episcopacy of the Orthodox Church. All three elements are integral to apostolic succession. It is through apostolic succession that the Church is the direct spiritual successor to the original body of believers in Christ as the Son of God, composed of the Apostles. This succession manifests itself through the unbroken succession of its bishops back to the Apostles.
  • Intro to the Book of Acts and the choosing of Judas’ replacement (sundayschoolbiblestudy.wordpress.com)
    Peter feels called to stand up and make the case that they now should allow God to choose a successor to Judas Iscariot. Notice that this is the first time in the Bible that we see Peter quote Scripture. He is now relying on the Word of God to steer him through ministry just like Jesus had demonstrated through His earthly ministry and had taught them to do.
  • Wait Upon The Lord (rootstothestream.net)
    21 Therefore it is necessary to choose one of the men who have been with us the whole time the Lord Jesus was living among us, 22 beginning from Johns baptism to the time when Jesus was taken up from us. For one of these must become a witness with us of his resurrection.
    +
    I need to remember that without the direction of the Lord my actions are simply that, my own actions, and not directed (or blessed) by Christ. It is when with grace given patience that I wait upon the direction of the Lord that His will is truly done. Consider if there are any aspects of your life that may be best served with simply waiting on the direction of the Lord.
  • Acts 1 (sisterspray4me.com)
    23 So they nominated two men: Joseph called Barsabbas (also known as Justus) and Matthias. 24 Then they all prayed, “O Lord, you know every heart. Show us which of these men you have chosen 25 as an apostle to replace Judas in this ministry, for he has deserted us and gone where he belongs.” 26 Then they cast lots, and Matthias was selected to become an apostle with the other eleven.
  • Lying to the Holy Spirit and the Apostles on Trial (Round 2) (sundayschoolbiblestudy.wordpress.com)
    God, who knows the heart, showed that he accepted them by giving the Holy Spirit to them, just as he did to us.
    Even better, God’s Holy Spirit intercedes for us.
  • The End of Judas Iscariot (defenderoftruthblog.wordpress.com)
    We see in the tragic end of Judas plain proof of our Lord’s innocence from every charge against Him. In verse 4, Judas declared that he had betrayed “innocent blood.” If there was any living witness who could give evidence against Jesus Christ, Judas was the one. A chosen apostle of Jesus, a constant companion of His followers, and a disciple of all His teachings, both in public and in private, Judas would have known if Christ had done any wrong, either in word or in deed. And as a deserter and betrayer, it would have been in Judas’s own interest to prove Jesus guilty because it would, to some extent, excuse his own conduct if he could show that his Master was an offender or an impostor.
    +
    We see in the unhappy end of Judas how little comfort ungodliness brings to a man at last. In verse 5, we are told that he cast down in the temple the thirty pieces of silver for which he had sold his Master and went away in remorse. That money was dearly earned, at the price of his soul, but it brought him no pleasure even when he had it, let alone when the end came. Moses had learned that the pleasures of sin are but “for a season” (Hebrews 11:25).
    +
    An apostle of Christ, a preacher of the gospel, and a companion of Peter and John, Judas committed suicide and rushed into God’s presence unprepared. Truly, “For everyone that hath shall be given, and he shall have in abundance; but from him that hath not shall be taken away even that which he hath” (Matthew 25:29-30).
  • Monday, August 12 (illustrationstoencourage.wordpress.com)
    Judas received 30 pieces of silver—the price of a slave! Judas never spent his ill-gotten sum, for he threw the money into the temple and went off and committed suicide.—Matt. 26:14-16; 27:3-10.
  • Day 76- don’t be such a Judas! (baldvicar.wordpress.com)
    when we use the word ‘Judas’ to describe someone betraying us, do we have a clue what it means? These are just some of the ideas I have in my head about Judas…
  • Judas: The Last Supper (utbobdylan.wordpress.com)
    Judas I guess was jealous so he betrayed Jesus for some silver.

Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’

Betekenis van vervuld zijn met de Heilige Geest en het “spreken in tongen”

Pinksterfeest

In Handelingen van de apostelen hoofdstuk 2 verzen 4-11 lezen wij dat de discipelen begonnen in tongen te spreken en krijgen we de eerste indruk van wat dat werkelijk betekende. Er is sprake van de in de bovenkamer schuilende volgelingen van Jezus die allen vervuld werden met de Heilige Geest en begonnen “met andere tongen” te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Alsook vinden wij dat zij na de uitstorting van de Heilige Geest naar buiten durfden gaan om daar de te Jeruzalem wonende Joden, vrome mannen uit allerlei volken, die daar waren voor het Pinksterfeest, aan te spreken.  Mits zij uit verschillende windstreken kwamen spraken die vrome Joden ook verschillende talen. Maar toen de Kracht van God als een bries (ruach) over hen was gekomen konden zij de menigte aanspreken op zulke wijze dat een iegelijk hen hoorde in hun eigen taal. Waardoor de omstaanders zich verwonderden en tot elkander zegden : “Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers? En hoe dan doen zij het dat wij we elkaar horen in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?” Het was namelijk een ongelooflijke gebeurtenis waarbij  Parthen, Meden, Elamieten en de bewoners in Mesopotamië, Judea en Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en dezen uit de delen van Libye, en vreemdelingen van Rome, zowel Joden als proselieten (of nieuwbekeerden), Kretenzers en Arabieren hen konden horen in hun eigen taal spreken over de grote werken Gods.

“Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: ‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeers? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamie, van Judea en Kappadocie, van Pontus en Asia, van Frygie en Pamfylie, Egypte en het gebied van Libie bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.’” (Handelingen 2:4-11 WV78)

Glossa

In het Grieks is het woord voor tong hetzelfde als het woord voor taal. We vinden “glossa” of het spreken in een ander soort taal ook in 1 Korinthiërs 13:01, verwijzend naar een toestand van hoge geestelijke opwinding of extase van inspiratie, onbewust van externe dingen geheel en in aanbiddende communicatie met God geabsorbeerd, uit brekend in abrupte uitingen van lof en toewijding die niet coherent zijn en daarom niet altijd begrijpelijk voor anderen. Maar daar spreekt de schrijver over het in talen spreken van wezens, maar dit echter zonder het essentiële element van het spreken, namelijk de liefde. Want zonder enige liefde voor de ander in het spreken, zal dat uiten van klanken er slechts op neer komen klanken te zijn die zelfs misschien luid en schel kunnen klinken.

“Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.” (1 Corinthiërs 13:1 WV78)

Uit deze en nog enkele andere teksten in de Bijbel kunnen wij opmaken dat het “spreken in tongen” gaat over het zich uiten in een taal of dus gelijk is aan “spreken in talen“. In de voorgaande aangehaalde passage, is het duidelijk dat de apostelen spraken in de talen van de Parthen, Meden, Elamieten, enz.De volgelingen van Christus die bijeen waren in de bovenzaal, die met de Kracht van God werden overgoten of de Heilige Geest ontvingen, verkregen daar de begaafdheid zich met gemeenschappelijke grond te verhouden tot anderen en raakten geïnspireerd om anderen te vertellen over wat zij begrepen van wat ze voorheen geleerd hadden van Christus Jezus en van wat er geschreven is in de rollen of de Heilige Schrift.

Adem en wind

Het woord ‘geest’ is in het Hebreeuws hetzelfde woord (ruakh) ‘ruach’ als ‘adem‘ of ‘wind‘. Dit zijn de eerste twee toepassingen in de Bijbel vermeld in Genesis 1:2 en Genesis 6:3 en we kunnen vele verzen vinden waar de (Heilige) Geest wordt verpersoonlijkt, maar minder met de Geest of de Heilige Geest dan met een aantal andere concept woorden gebeurt (bijv. het vlees, de zonde, de wereld, wijsheid, schepping, enz.). Dus, over het algemeen, de manier waarop de zinsnede “de Heilige Geest” wordt gebruikt in de Bijbel geeft een concept, een manier van uiten van  kenmerken of activiteiten van God weer, of van heiligheid in hen die Zijn zoon volgen, en niet zo zeer een levend wezen of een letterlijk iets of iemand, maar eerder een kracht. De toevoeging van het adjectief ‘heilig‘ of ‘apart gezet’ is zo simpel als het lijkt – een geest die heilig is, een geest van heiligheid, iets speciaals, iets anders dan andere dingen, ‘apart geplaatst’. En de aanwezigheid van het lidwoord, “de”, wijst op een specifieke heilige geest, een specifieke geest van heiligheid. In veel gevallen, betekent “de Geest” precies hetzelfde als “de Heilige Geest”, omdat het idee van heiligheid wordt begrepen door de context.

Woord voor allen

God Zijn Woord gaf aan het volk. Hij maakte duidelijk dat het was het woord voor iedereen. Iedereen kan de bijbel nemen en er in lezen . Maar tijdens de eerste eeuw van deze jaartelling had Jezus hen beloofd die bereid waren om te luisteren naar zijn en zijn vaders woorden dat hij een Zendeling zou sturen. De gezondene zou komen van zijn Vader. Deze Vader, de Allerhoogste zou Zijn Kracht over Jezus zijn volgelingen komen uitstorten. De Heilige Geest of de kracht van God, die zij zouden ontvangen zou hen verlichten. Mensen met de ogen gericht naar Jezus zouden de Kracht van God (de Heilige Geest) krijgen om  om de Bijbel te kunnen interpreteren met gezond verstand. God heeft niets te maken met een ingewikkelde de Bijbel, maar de mens heeft de neiging om deze gewoon te willen aanpassen aan zijn egoïstische behoeften.

Mogelijkheid maar noch geen geest

Christus had zijn apostelen “macht” [Grieks dynamis] gegeven, maar niet “geest” [pneuma]. Jezus wist dat alleen zijn Vader mensen dichter tot Hem kan trekken en hen de meest noodzakelijke kracht en geest kan geven.  zelfs hier op aarde kon Jezus niets verwezenlijken zonder de kracht van zijn Vader. Maar Jezus wist ook dat God hem noch zijn volgelingen in de steek zou laten. God zou Jezus niet zo maar laten vertrekken en zijn volgelingen op hun eigen achte laten. Jezus was er zeker van dat zijn Vader een Trooster zou  sturen of hen helpen, zodat de apostelen en de andere leerlingen het werk dat Jezus had opgestart op deze aarde zou kunnen verder gaan.

Advocaat of Trooster

In Christus Jezus kunnen we een advocaat, Trooster, Parakleet van het werkwoord parakaleo, herkennen, (1 Johannes 2:1), maar zonder het Werk van God zou Jezus niets zijn geweest en zouden wij niets zijn. Alle macht komt van Jehovah God. Christus ademde deze “heilige geest”, heilige adem, in de discipelen op die eerste zondagmorgen, wanneer hun gedachten daar met Christus Jezus waren. Hieruit is het gemakkelijk om te zien waar Paulus de idee vond van die ‘adem‘ van Christus als een allegorie van de nieuwe adem, nieuw leven, in de gelovige als hij of zij loopt naar het koninkrijk. (Romeinen 5:05, 2 Korinthiërs 1:22, 2 Korinthiërs 3:03, Gallaten 4:06)

Jezus is de advocaat of de Trooster ‘De Geest van Waarheid “, die het mogelijk maakt mensen tot God op de juiste manier te aanbidden. Na Jezus verkregen ook de apostelen onder de Genade van God de kracht door de zegening met de gave van de Geest om Jezus zijn werk voort te zetten. Na het neerkomen van de Heilige Geest konden zij ook verder de wereld in gaan gaan en het woord van de Geest tot  leven in hun getuigenis afleggen.

Uur van de waarheid

Voor hen was het uur gekomen dat zij als ware aanbidders de Vader aanbaden in geest en in waarheid en zijn Woord verkondigden waar zij zich ook maar konden begeven.

“Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’” (Johannes 4:23-24 WV78) “Wanneer de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen.” (Johannes 15:26 WV78) “Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen.” (Johannes 16:13 WV78)

Mogelijkheid of Durf tot spreken

Door het neerdalen van de Heilige Geest konden die in de bovenkamer verzamelde aanbidders van God, niet enkel God in geest en in waarheid aanbidden, maar ook in geest en waarheid over Hem spreken.  Na de komst van die Trooster, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, getuigde deze van Jezus en kregen zij het volle inzicht van die beloofde Messias.

Die Geest der Waarheid bracht de gedachten niet over als uit een ander personage dan God. In de Schrift staat zelfs opgetekend dat Hij ook al sprak deze in al de waarheid niet uit Zichzelf sprak maar al wat Hij hoorde ging Hij spreken. En Hij zou hen dingen te komen laten zien die God hen ook wenste te zien. Zoals de woorden niet echt het spreken van de vlammen was, was het in tongen spreken van de apostelen geen spreken met letterlijk meerdere tongen, maar het zich uiten met woorden, die niet aangeleerd zijn door de menselijke wijsheid, maar die de Heilige Geest hen had geleerd. Zij konden zich uiten in meerdere talen die door de anderstaligen konden begrepen worden. In die tijd werden aldus de apostelen verzegeld met de Heilige Geest van de belofte. (Efeziërs 1:13)

 “En daarover spreken wij, niet met woorden ontleend aan menselijke wijsheid, maar onderricht door de Geest, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen.” (1 Corinthiërs 2:13 WV78) “Wij echter moeten God altijd danken voor u, broeders, vrienden van de Heer. want vanaf het begin heeft God u uitgekozen om door de Geest die heilig maakt en door uw geloof in de waarheid gered te worden.” (2 Thessalonicen 2:13 WV78)“In Christus zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie van uw heil, hebt aanhoord, in Hem zijt ook gij tot het geloof gekomen, verzegeld met de heilige Geest der belofte,” (Efeziërs 1:13 WV78)

Bijzonderheid tot verwondering

Door de omstaanders in hun eigen taal te kunnen aanspreken konden zij  hen doen opzien om naar hen te luisteren en konden meerderen overtuigen over de positie van Jezus en over wat hen kon te wachten staan als zij zich bekeerden. Door het neerdalen van de Heilige Geest verworven zij ook krachten welke hun broederschap sterk maakte en hen deed verbinden met meerdere uiteenlopende groepen van mensen. Het apart plaatsen of heilig worden kon ook de toehoorders toekomen indien zij zich wensten te dopen in Jezus naam.

Voor anderen moest de uitwerking van Gods Kracht ook een teken zijn dat zij waren gebonden aan elkaar als broeders, door de geliefde van God en omdat God ook hen had gekozen voor zaligheid, in heiligmaking door de Geest en geloof in de waarheid. Door het hoorbare signaal konden mensen inzicht krijgen en zien dat die enthousiastelingen ‘uit God’ waren of bij god hoorden.Maar men kan ook zeggen dat het diegenen waren die God reeds kenden die de apostelen hoorden, konden begrijpen en welwillend waren om op hun spreken in te gaan. Maar ook vandaag geldt nog steeds dat diegenen die niet van God houden noch van God willen weten, niet enkel hun oor niet bij god te luisteren zullen willen leggen, maar ook niet bij mensen die van God houden.  Diegene die niet bij God hoort zal ook onze stem niet horen. Hieraan kennen wij, de Geest der waarheid, en de geest der dwaling.

 “Maar wij horen bij God, en wie God werkelijk kent luistert naar ons. Wie niet van God is weigert naar ons te luisteren. Zo onderscheiden wij de geest der waarheid van de geest der dwaling.” (1 Johannes 4:6 WV78)

Getuigenis van water en bloed

Tegenover hem die door water en bloed is gedoopt, namelijk Jezus, de Christus is het de Geest die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.

“Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Hij is gekomen niet door water alleen, maar door water en door bloed. De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.” (1 Johannes 5:6 WV78)

God voorzag in die angstige mensen een middel om contact te hebben met anderen, zodat ook zij konden kennismaken met het Woord van God. God maakte het mogelijk dat zij hun vele vragen in een taal konden beantwoord krijgen die ze konden begrijpen. Die mannen kregen de mogelijkheid van interpretatie van tongen (zoals er graag over gesproken wordt in 1 Korintiërs 12:10).

“om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan.” (1 Corinthiërs 12:10 WV78)

Van God ontvingen ze de mogelijkheid om vele mysteries begrijpen en kregen zij veel kennis, die ze ook zouden kunnen geven aan anderen, zodat zij, op hun beurt, konden groeien.

Gaven voor de apostelen

Sommigen denken dat de gave van het spreken in tongen ook een geschenk is voor sommigen vandaag. Dat de gaven niet aan de kwalificaties komen van de “Geest der Waarheid” beloofd in Johannes ch.14-16 , blijkt duidelijk, zelfs uit 1 Korinthiërs zelf, waar de context laat zien dat de geschenken falende werden en spreken in tongen al was opgehouden (vergelijk 1Co14: 2 met Handelingen 2:6,8,11), zelfs wanneer Paulus schreef. Ook de Deuteronomium 13:03 test slaagt niet om te doen geloven dat spreken in tongen vandaag nog op gaat. Het zegt zelfs dat succesvolle mirakels geen garantie zijn voor de waarheid, maar juist het tegenovergestelde.

“Wie in vervoering spreekt, spreekt niet voor de mensen, maar voor God; hij uit in geestverrukking geheimzinnige klanken en niemand begrijpt hem.” (1 Corinthiërs 14:2 WV78)

De Pleiter en Middelaar

Als de “Advocaat” en “Geest der Waarheid” een element van eigen activiteit van Christus bevat, dan zijn we onvermijdelijk gedwongen om Christus te zien als de belangrijkste persoon in de belofte van “een andere pleiter”, simpelweg omdat er geen andere persoon tussen God en de mens meer is, dus is er geen andere advocaat. Jezus is de enige Middelaar tussen God en de mensen. Het belangrijkste argument in het voordeel van Christus zelf, in een andere rol, beloofde hij zelf de “andere pleitbezorger ‘, is het gebrek aan andere personen om concreet tussen de mens en God te zijn.

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timoteüs 2:05 KJ21)

Ook hier horen wij dat er slechts één God is en dat tussen Hem in de mens er een bemiddelaar is, welke Jezus Christus de Messias is, die zit aan de rechterhand van God en dus niet de positie van God heeft ingenomen. Mits er die bijzondere bemiddelaar is welke ook Hogepriester is hoeven wij geen andere voorsprekers te hebben.

Tijdelijke Noodzaak van gaven

Met de dood van de apostelen (waaronder Paulus) waren de gaven van de Geest ook niet meer nodig in essentie en bleken zij  gestopt zijn als waren ze de enigen die de giften konden doorgeven.

Toen Paulus of andere apostelen mensen hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en konden zij ook in tongen spreken en profeteren.

“Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden.” (Handelingen 6:6 WV78)

“Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen en profeteerden.” (Handelingen 19:6 WV78)

“Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen.” (2 Timotheüs 1:6 WV78)

In de vroege tijden probeerde Simon om deze kracht van het doorgeven van de Geest te kopen, maar vond dat het enkel iets was dat de apostelen konden doen.

“Simon, die zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest geschonken werd, bood hun geld aan en zei: ‘Geeft ook mij die macht, dat ieder aan wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’” (Handelingen 8:18-19 WV78)

“Maar Petrus gaf ten antwoord: ‘Wees ten ondergang gedoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen krijgen. Je hebt part noch deel aan deze leer, want je hart is niet oprecht tegenover God. Leg die slechte gezindheid van je af en bid de Heer, dat die slechte gedachte je vergeven mag worden. Ik zie dat je bitter bent als gal en in boosheid verstrikt.’ Simon antwoordde: ‘Bidt gij voor mij tot de Heer, dat mij niets mag overkomen van wat gij gezegd hebt.’” (Handelingen 8:20-24 WV78)

Door de oplegging van de handen der apostelen kon toentertijd de Heilige Geest gegeven worden. Het was een geschenk van God dat de apostelen met zich mochten dragen.

Doel voor opbouw van vroeg Christelijke Kerk

De Gaven van de Geest werden gegeven voor een doel – om mensen te helpen overtuigen dat het evangelie waar was (Marcus 16:15,17-18) en voor het vaststellen van de vroeg-christelijke kerk (Efeziërs 4:8-14). Zodra het christendom werd opgericht (Ef. 4:13 – ‘volwassen’, perfect, werd), hielden de gaven op te bestaan (1 Kor 13:10.).

“Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. Hij is opgestegen: dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde. Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars, om de heiligen toe te rusten voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus. Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag, ik bedoel, elke leer die door het valse spel van sluwe mensen wordt uitgedacht om tot dwaling te verleiden.” (Efeziërs 4:8-14 WV78)

“Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan.” (1 Corinthiërs 13:10 WV78)

Bij het begin van de Kerk van God waren er de bange apostelen die een stimulans en wat pep-talk konden gebruiken. Ze hadden die oppepper nodig om hen te helpen over hun angst heen te komen en om uit te gaan in de wereld om te getuigen over de werken van Christus. Maar zodra ze de macht hadden gekregen om hun angst te overwinnen waren de gaven van de Geest niet meer nodig want ze hadden de volledige openbaring van God in de Bijbel om hen te begeleiden (2Tim. 3:16-17).

“Elk door God geinspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.” (2 Timotheüs 3:16-17 WV78)

Vandaag

Vandaag hebben ook wij de volledige Schrift om ons te leiden, lering en weerlegging te geven. De meerdere boeken kunnen nu tot ons onderricht dienen. De Bijbel is het Woord van God, welk onze Wachttoren en het Licht voor de wereld zou moeten zijn. De Heilige Schrift, of de Bijbel heeft alles wat we nodig hebben om ons tot “bevoegden, tot alle goed werk” te maken.

In de tijd van het Nieuwe Testament, hadden ze alleen het Oude Testament en een paar van de boeken van het Nieuwe Testament als ze werden geschreven, zoals de brieven die naar bepaalde mensen of gemeenschappen werden geschreven. Wanneer de Bijbel eindelijk voltooid was, hielden de gaven op te bestaan.

In Hebreeën 6:4-5, spreekt de auteur over de Geestelijke gaven en zegt dat ze een voorproefje van de krachten van de toekomende eeuw zijn omdat het onmogelijk is, degenen, die eens verlicht waren en geproefd hadden van de hemelse gave en deelgenoten waren aan de heilige Geest, en het goede Woord van God om deze te evenaren of met gelijke gaven op te volgen.

De apostelen hebben de beginselen van het woord van Christus door gegeven en hebben de gemeenten opgeroepen om zich zo te gedragen dat er niet weer een fundament moet gelegd worden van bekering van dode werken, en van geloof in God, van de leer van het doopsel maar ook van oplegging der handen.

Geen herkansing

Volgens de apostelen is het ook onmogelijk, hen die eenmaal verlicht geworden zijn, en de hemelse gave hebben gesmaakt, en afvallen om hen wederom te vernieuwen tot bekering. De apostelen wensten nu dat een iegelijk dezelfde ijver bewijst tot de volheid van de hoop, ten einde toe; opdat zij niet traag zouden worden, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.

“Laten we daarom niet meer terugkomen op de elementaire christelijke leer. We willen niet opnieuw het fundament leggen van geloof in God en van berouw over daden die ons de dood brachten. We willen niet opnieuw spreken over reinigingsriten en handoplegging, over de opstanding der doden en het onherroepelijke oordeel. Laten we liever op weg gaan naar volwassenheid. En met Gods hulp zullen we haar bereiken. Want wanneer mensen eenmaal het licht hebben gezien en van de hemelse gave hebben geproefd en deelgenoot werden van de heilige Geest, wanneer zij de voortreffelijkheid van Gods woord en de krachten van de toekomstige wereld hebben ervaren en na dit alles afvallen, kunnen zij onmogelijk weer tot bekering worden gebracht; want op hun manier hebben zij de Zoon van God opnieuw gekruisigd en aan bespotting prijsgegeven. Wanneer de grond de telkens neervallende regen indrinkt en voor die hem bewerken bruikbaar was voortbrengt, deelt hij in de goddelijke zegen. Maar als hij distels en dorens voortbrengt, is het duidelijk dat hij niet deugt; de vervloeking is nabij en het einde is verbranding. Maar ook al spreken wij zo streng: in uw geval, vrienden, zijn wij overtuigd van iets beters: gij zijt op weg naar het heil. God is rechtvaardig; Hij kan niet vergeten wat gij uit liefde voor zijn naam hebt gedaan, al de diensten die gij de heiligen hebt bewezen en nog bewijst. Maar ik wensen dat ieder van u dezelfde vurige ijver blijft tonen, totdat uw hoop geheel in vervulling is gegaan. Ge moogt niet lui worden, maar moet een voorbeeld nemen aan hen die door geloof en geduld deel krijgen aan de beloften.” (Hebreeën 6:1-12 WV78)

Er moet dus niet teruggegaan worden naar de tijd van het ontstaan van de kerkgemeenschap. Zeker niet bij diegenen die al het licht hebben gezien en van de hemelse gave hebben geproefd en deelgenoot werden van de heilige Geest. Zij moeten zich kunnen verheugen in de Woorden van de Heilige Schrift zoals God hen ze geopenbaard heeft. Zij horen de voortreffelijkheid van Gods woord te herkennen en te erkennen en geen behoeften te hebben aan andere vreemde ‘tongen’ , talen of klanken.

+

Voorgaande artikels:

Op de Dag van het Pinksterfeest

In Talen sprekend

Teken van authenticiteit of goddelijke backing

Wordt vervolgd

engelse versie / English version: Meaning of “speaking in tongues”

++

Aanvullende lectuur:

  1. De Allerhoogste is het Opperwezen
  2. Rond God de Allerhoogste
  3. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
  6. Dienaar van zijn Vader
  7. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #2 Vorm van beeldtaal
  8. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #3 De Gelijkenis
  9. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #4 Verpersoonlijking
  10. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing
  11. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #4 Stem in het Schrift
  12. Schoonheid van heiligheid
  13. Streven naar heiligheid
  14. Weest heilig
  15. Deelnemers worden van Gods heiligheid
  16. Helden en heiligen
  17. Schoonheid van heiligheid
  18. Geestelijke vorming tot heiligheid #1
  19. Geestelijke vorming tot heiligheid #2
  20. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  21. Geestelijke vorming tot heiligheid #4

Anderen hun visie / Others their viewpoint:

What does it mean to speak in tongues? by Todd Clippard
There is a general misunderstanding, especially among modern pentecostals and charismatics as to the nature of tongues. Those who claim to speak in tongues today are referring to ecstatic utterances made after a so-called personal manifestation of the Holy Spirit.
+
In its simplest form, speaking in tongues simply means to speak in an established and understandable language. English is a tongue, as is Spanish, French, German, and a host of other languages one might mention. To speak in tongues, in a biblical sense, is to speak a language one has never studied or learned. Let’s look at the first incidence of this kind of tongue speaking in the Bible.
+
the apostles had the ability to speak in more than one foreign language. If the Holy Spirit could enable them to speak one foreign language, why not more than one?

Do churches of Christ practice tongue-speaking? By, Todd Clippard
Churches of Christ do not practice tongue-speaking.
+
If tongue-speaking is still a reality today, then every spiritual gift must also be in force and practiced in the sight of all people. But, as we all know, these things are not taking place today.

Who was able to speak in tongues during New Testament times?
There were three groups in the New Testament who could speak in tongues, or languages they had never studied.

William Dwight McKissic Gives a Biblical Basis for Speaking in Tongues In Private
 Jesus affirmed speaking in tongues. He told the eleven that they could expect as one of the signs that would be visible or audible among those who believe is that  “they will speak with new tongues” (Mark 16:17). No matter how one etymologically and theologically parses this statement by Jesus, they would have to conclude that Jesus’ statement here is an affirmation of speaking in tongues. He did not elaborate, give details, qualify his statement, define tongues, or distinguish between public or private tongues here. He did not say if it would be a one-time occurrence among certain people groups or an ongoing experience among certain believers. But what He did say is this:  Counted among those who name His name should be those who speak with “new tongues.”
+
One of the errors of Pentecostalism–or at least among many of them–has been to insist that all who are filled with the Holy Spirit are to also speak in tongues. That was not true in the Book of Acts, neither is it true today. I am convinced though that the private devotional lives of the Samaritans who were filled with joy (Acts 8:5), Phillip and the Ethiopian were all invigorated by the filling of the Holy Spirit.

The Gift  Of Tongues

Original Word: γλῶσσα, ης, ἡ > Short Definition: the tongue, a language, nation
Definition: the tongue, a language, a nation (usually distinguished by their speech).

from the Strong’s, Tongue simple means Language or a Nation, used to describe a nation’s speech. For instance, Americans speak English and Germans speak German.
+
When Jesus was alive with his disciples, he instructed them not to preach to anyone who was not a Jew. You can read this in (Matthew 10). However, after Jesus died and resurrected, the command changed drastically. Jesus told his disciples almost the exact opposite in (ACTS 1:8). The time had come for the Apostles to preach to everyone whether or not they were Jew. Since Jesus went to his own people and they ended up killing him, Jesus made it then possible for anyone to be saved just by believing in him. This is the new covenant(testament). But how could the Apostles preach to everyone without being able to communicate with them? Good question! This is why Jesus gave them the gift of tongues so that they could preach to the Greek, Parthians, Medes, Elamites, Mesopotamians, Judea, Cappadocia, Pontos and Asia, Phrygia, and Pamphylia, In Egypt, Libya about Cyrene and so on… you can read the full list in (Acts 2:9-10) The apostles needed to preach to everyone and the only way to do so was to be able to speak those people’s language or tongue.
+
Does God really need to give us a specific language to talk to him with? Doesn’t God read our thoughts? Do we really think he needs us speaking gibberish before he answers your prayers?

Mark Driscoll Preaches About the Gift of Tongues

Cessationists, such as influential pastor and traditional Calvinist John MacArthur, believe that 1 Corinthians 13:8 and other Biblical passages indicate that the divine ability to speak in other languages or an unknown tongue (glossolalia) ended with the apostles’ deaths, as did prophetic revelations and faith-healings through individuals. Some Christians, however, believe that these Holy Spirit-inspired gifts will continue until Christ’s return.

Teken van authenticiteit of goddelijke backing

In het voorgaande artikel “In Talen sprekend” hebben wij aangehaald dat het in tongen spreken kwam door de genadegave van Gods Heilige Kracht, de Heilige Geest die zich had uitgestort over de in de bovenkamer verzamelde volgelingen van Jezus. Alsook haalden wij aan dat die wonderbaarlijke verkondiging in meerdere talen voor de omstaanders ook een teken was dat die mannen bijzonder waren en begenadigd werden door de Allerhoogste God.

File:Giovanni Paolo Pannini - Apostle Paul Preaching on the Ruins - WGA16977.jpg

De predikende apostel Paulus – Predikend op de ruïnes – 1744, Giovanni Paolo Panini (1692–1765); Hermitage Museum

In het onderstaande fragment van de Handelingen der apostelen, hoofdstuk 2, verzen 16-22 kunnen wij lezen hoe Petrus met de elf naar voren trad om de toehoorders er op te wijzen dat deze mensen niet dronken waren zoals sommigen wel dachten. Hij verwees er naar wat door de profeet Joël gezegd was geworden dat er in de laatste dagen God “Zijn Geest zal uitgieten over alle mensen” zodat jongeren zouden kunnen profeteren en visioenen kunnen zien en de ouderen dromen zouden dromen.

In het boek Joel was er aangegeven dat over God Zijn dienaren en Zijn dienaressen in die dagen Jehovah Zijn Geest (Ruach) zou “uitgieten”, en dat zij hierdoor in de mogelijkheid zouden gesteld worden om te kunnen profeteren. In een volgend artikel (‘Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’) zullen wij ook nog verder in gaan op de betekenis van die gezonden ‘Beschermer’, ‘Advokaat’ en ‘Geest’ ‘Helper’.

De Israëlieten konden het niet nalaten om te luisteren naar deze woorden die daar in de straten van Jeruzalem werden gesproken door de volgelingen van JeshuaJezus de Nazoreeër. Nu moesten zij wel aanhoren dat deze man die ter dood was gebracht van Godswege aangewezen was om voor Hem te spreken. Door de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Jezus liet doen hadden zij al eerder kunnen vermoeden dat die Joodse jonge man wel erg bijzonder was. Maar zij hadden het niet gezien. Nu echter door de uitstorting van de Heilige Geest durfden eindelijk de apostelen naar voor treden met enkele getrouwe volgelingen, om eindelijk zich te durven uiten over wat Jezus hen had geleerd. Nu hadden zij van God de kracht gekregen om zich te uiten over die wonderdaden en bijzondere leerstellingen die Jezus in hun midden vertoond had.

Ook nu haalden zij aan hoe Jezus onderdeel was van Gods vastgestelde plan. De uitlevering en ophanging aan het stuk hout hoorden in dat plan. Maar na die dood van Jezus moest de wereld nu te weten komen dat God Jezus heeft laten opstaan, door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat hij door de dood werd vastgehouden. (Handelingen 2:14-24)

Dat zij nu zo zonder vrees in meerdere talen konden spreken over die wonderbaarlijke gebeurtenissen was dankzij Gods heilige geest. Ook al mocht het “spreken in tongen” incidenteel zijn, voor iedereen moest het een teken zijn van authenticiteit of goddelijke backing.  (Handelingen 2:16-22).

+

13 Anderen echter bespotten hen en zeiden voorts: „Zij zijn vol zoete wijn.”

14 Maar Pe̱trus stond op met de elf {1} en verhief zijn stem en sprak hen aldus toe: „Mannen van Jude̱a en al GIJ inwoners van Jeru̱zalem,{2} dit zij U bekend en leent het oor aan mijn woorden. 15 Deze [mensen] zijn in werkelijkheid niet dronken,{3} zoals GIJ veronderstelt, want het is het derde uur {*4} van de dag. 16 Integendeel, dit is wat door bemiddeling van de profeet Jo̱ël werd gezegd: 17 ’„En in de laatste dagen”, zegt God, „zal ik wat van mijn geest {*5} uitstorten {5} op alle soorten van vlees,{*6} en UW zonen en UW dochters zullen profeteren en UW jonge mannen zullen visioenen zien en UW oude mannen {*7} zullen dromen dromen;{8} 18 en zelfs op mijn slaven en op mijn slavinnen wil ik in die dagen wat van mijn geest uitstorten, en zij zullen profeteren.{9} 19 En ik wil wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rooknevel;{10} 20 de zon {11} zal in duisternis worden veranderd en de maan in bloed voordat de grote en doorluchtige dag van Jehovah {*12} gekomen zal zijn.{13} 21 En een ieder die de naam van Jehovah {*13} aanroept, zal gered worden.”’{14}

*

(NWV)

Photochrom of Jews in Jerusalem, Holy Land in ...

Fotochrome van Joden in Jeruzalem, in de 1890’s (Foto credit: Wikipedia)

{1} de elf: (Mattheüs 28:16): 16 De elf discipelen gingen echter naar Galile̱a,+ naar de berg waar Jezus met hen had afgesproken,

{2} Jeru̱zalem: (Handelingen 7:2): 2 Hij zei: „Mannen, broeders en vaders, hoort. De God der heerlijkheid+ is aan onze voorvader A̱braham verschenen terwijl hij in Mesopota̱mië was, voordat hij zich in Ha̱ran vestigde,+

(Handelingen 22:1): 22.1 „Mannen, broeders+ en vaders, hoort mijn verdediging+ [die ik] thans tot U [richt].”

{3} dronken: (Handelingen 26:25): 25 Maar Pa̱u̱lus zei: „Ik word niet waanzinnig, Uwe Excellentie Fe̱stus, maar ik uit woorden van waarheid en van gezond verstand.

(1 Thessalonicenzen 5:7): 7 Want zij die slapen,+ zijn gewend ’s nachts te slapen,+ en zij die dronken worden, zijn gewoonlijk ’s nachts dronken.

{*4} het derde uur van de dag: D.w.z. omstreeks 9 uur ’s morgens, gerekend vanaf zonsopgang:

{*5} mijn geest uitstorten Of: „werkzame kracht.” Gr.: pneu′ma·tos; Lat.: Spi′ri·tu; J17,18,22(Hebr.): roe·chi′, „mijn geest”. Zie Ge 1:2 vtn., „Kracht”: (Jesaja 44:3): 3 Want ik zal water uitgieten op de dorstige+ en druppelende stromen op de droge plaats.+ Ik zal mijn geest uitgieten op uw zaad,*+ en mijn zegen op uw nakomelingen.

(Ezechiël 36:27): 27 En mijn geest zal ik in UW binnenste leggen,+ en ik wil dusdanig handelen dat GIJ in míȷ́n voorschriften zult wandelen+ en míȷ́n rechterlijke beslissingen zult onderhouden en werkelijk zult uitvoeren.+

(Zacharia 12:10): 10 En ik wil over het huis van Da̱vid en over de inwoners van Jeru̱zalem de geest* van gunst+ en smekingen+ uitstorten, en zij zullen stellig opzien naar Degene die* zij hebben doorstoken,+ en zij zullen stellig over Hem weeklagen zoals bij het geweeklaag over een enige [zoon]; en er zal een bittere jammerklacht over hem zijn zoals wanneer er een bittere jammerklacht is over de eerstgeboren [zoon].+

{*6} vlees: Of: „op alle vlees.” Gr.: e′pi pa′san sar′ka; Lat.: car′nem; J17,18,22(Hebr.): ba·sar′.

{*7} oude mannen Of: „oudsten.” Gr.: pre·sbu′te·roi.

{8} dromen dromen; (Joël 2:28): 28 En daarna moet het geschieden dat ik mijn geest* zal uitstorten+ op alle soorten van vlees,+ en UW zonen en UW dochters+ zullen stellig profeteren. Wat UW oude mannen betreft, dromen zullen zij dromen. Wat UW jonge mannen betreft, visioenen zullen zij zien.

{9} profeteren: (Numeri 11:29): 29 Maar Mo̱zes zei tot hem: „Zijt gij soms jaloers om mij? Neen, ik wenste wel* dat allen van Jehovah’s volk profeten waren, want Jehovah zou zijn geest* op hen leggen!”+

(Joël 2:29): 29 En zelfs op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal ik in die dagen mijn geest uitstorten.+

(Handelingen 21:4): 4 Na enig zoeken vonden wij de discipelen en bleven daar zeven dagen. Maar door middel van de geest+ zeiden zij Pa̱u̱lus herhaaldelijk geen voet in Jeru̱zalem te zetten.

(1 Korinthiërs 12:10): 10 aan weer een ander het doen van krachtige werken,*+ aan een ander het profeteren,+ aan een ander het onderscheiden+ van geïnspireerde uitspraken,*+ aan een ander verschillende talen+ en aan een ander het uitleggen+ van talen.

{10} rooknevel: (Joël 2:30): 30 En ik wil wondertekenen geven in de hemel+ en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.+

{11} de zon: (Mattheüs 24:29): 29 Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd,+ en de maan+ zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt.+

{*12} doorluchtige dag van Jehovah: dagen van Jehovah; Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH) (Joël 2:31): 31 De zon zelf zal in duisternis worden veranderd+ en de maan in bloed,+ vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah.+

(Markus 13:24): 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven,

{13} gekomen zal zijn: (Joël 2:31) 31 De zon zelf zal in duisternis worden veranderd+ en de maan in bloed,+ vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah.+

(Markus 13:24): 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven,

{*13} de naam van Jehovah: Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH)

{14} zal gered worden: (Joël 2:32): 32 En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen;+ want op de berg Si̱on en in Jeru̱zalem zullen de ontkomenen blijken te zijn,+ juist zoals Jehovah heeft gezegd, en onder de overlevenden,* die Jehovah roept.”*+

(Romeinen 10:13): 13 Want „een ieder die de naam van Jehovah* aanroept, zal gered worden”.+

+

Voorgaand:

Op de Dag van het Pinksterfeest

In Talen sprekend

Wordt vervolgd

Engelse versie / English version:

Tongues a sign of authenticity or divine backing

+:

Meaning of filled with the Holy Spirit and “speaking in tongues”

++

  1. Eerste Eeuw van het Christendom
  2. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  3. Kracht wordt zichtbaar in zwakheid
  4. De Leidsman van geloof
  5. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  6. Jezus’ mirakelen voldoende om zijn identiteit te bewijzen
  7. Hedendaagse wonderen geen werk van Satan
  8. Misleid door valse opwekkingen
  9. De hoop op leven

+++

  • Tongues of Fire and the Fullness of God (fbcpadenok.wordpress.com)
    The power promised by Jesus in Acts 1:8 and Luke 24:49 is an extraordinary power.
    +
    This promise that the disciples would receive power when the Holy Spirit came upon them (Acts 1:8) and that they would be clothed with power from on high (Luke 24:49) was a promise given to sustain the completion of world evangelization, and all the ministry that supports it.
    +
    The task of world evangelization is not yet complete.
    +
    He is not fire. He is not wind. He is not a dove. He is not a warm glow. So he will not use these manifestations in a way that allows us to confuse him with them. He is free. But when he pleases, there may be fire and there may be sound.
  • A Wonderful Word for Wednesday – Anticipation of the Holy Ghost (my-faith-and-fitness.com)
    What impediments prevent you from being on one accord with your fellow believers?What obstacles, internal and external, prevent you from being filled with the Holy Ghost?
  • Pentecost (frstephensmuts.wordpress.com)
    When they heard this sound, a crowd came together in bewilderment, because each one heard their own language being spoken.
  • The Times Of Salvation! June, 2013 (healmenow.wordpress.com)
    “Men of Israel, hear these words: Jesus of Nazareth, a man attested to you by God with mighty works and wonders and signs that God did through him in your midst, as you yourselves know— this Jesus,  delivered up according to the definite plan and foreknowledge of God, you crucified and killed by the hands of lawless men. God raised him up, loosing the pangs of death, because it was not possible for him to be held by it.
  • Acts 10:46 (biblia.com)
  • Mark 16:17 (biblia.com)
  • 1 Kings 19:11 (biblia.com)
  • Beloften van Jezus voor de vereerders van Zijn H.Hoofd als Zetel van goddelijke wijsheid (911ww3.wordpress.com)
    + Goddelijke Wijsheid
    God heeft zich van Jezus bediend om de mens de Waarheid te leren
    +
    Jezus is vervolgens het “Licht der onderwijzende Kerk”

Eerste Eeuw van het Christendom

Geschiedenis van het Christendom

1. De vroege dagen van het Christendom

1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

Toen Jezus (Yeshua) op deze Wereld rond liep sprak hij over het Woord van God dat gegeven werd  aan de mensen door het geschrift in de Heilige Boeken. Tijdens zijn gehele dodelijk leven ter wereld, met inbegrip van de twee of drie jaar van zijn actief ministerie, leefde Christus als godsvruchtige Jood, zelf waarnemend, en aandringend op zijn aanhangers om ook de bevelen van de Wet waar te nemen (Mattheüs 23:3). Het algemene van het zijn onderwijs, zoals dat van zijn voorloper, was de benadering van het „Koninkrijk van God“,niet alleen betekenende dat de regel van oprechtheid in het individuele hart ligt (het „koninkrijk van God is binnen u“ – Lukas 17:21), maar ook in de Kerk (zoals duidelijk uit vele van de gelijkenissen) welke hij zou oprichten.[1]

Jarenlang hadden vele mensen die boekrollen bestudeerd. Jezus zijn discipelen, de apostelen schreven een verslag over het leven van Jezus en over de dingen die zij deden om Jezus bekend te maken in de wereld. Hun brieven werden gelezen door velen en heel wat aanhangers van Christus, die als beweging als de Israëlitische sektede Weg” bekend stond, bestudeerden die geschriften van deze apostels. Voor hen was de gehele geschiedenis van de Joden zoals die in het Oude Testament gedetailleerd wordt iets dat zij met volgende generaties moesten delen. Wanneer dit gelezen werd in het licht van andere gebeurtenissen moest het voor hen duidelijk een geleidelijke voorbereiding voor het prediken van Christendom zijn. De nieuwe godsdienst die in bestaan kwam na de dood van Jezus en na de dag van Pinksteren, in 29 G.T., werd eerst geheel beperkt tot de synagoge, en hun leden hadden nog een groot aandeel van Joodse exclusiviteit; de Wet lezend, besnijdenis uitoefenend, en aanbidding in de Tempel, evenals in de Opperkamer in Jeruzalem.

Lange tijd beschouwde het Christendom zich als deel van het Judaïsme. Apostelen waren als Jezus Joden en beschouwden zich nog als Joden. De aanhangers van Christus en degenen die studenten van het onderwijs van Jezus de Nazareen werden en gedoopt werden overwogen om deelgenoten te worden van één of andere communiën, van het lichaam van Christus. Zij hadden hun centrum in Jeruzalem[2] de stad die God aan Zijn mensen had beloofd.

In de eerste eeuw waren de discipelen betrekkelijk gering in aantal. Hun Leider, Jezus, was als een vermeende oproerling terechtgesteld. Aanvankelijk werden die aanhangers van de Jood Jezus nog aanschouwd als deel van de joodse religie die vast in het zadel zat en in Jeruzalem haar luisterrijke tempel had waar zij ook terecht konden.

Rabbijn Jezus leest voor uit de Thora

De eerste christelijke gemeente in de wereldgeschiedenis bestond uit natuurlijke joden en proselieten en werd in 33 G.T. in Jeruzalem opgericht. Met Pinksteren 33 G.T. bevonden zich in Jeruzalem ook joden uit Kappadocië en uit Pontus (Handelingen van de Apostelen2:9). Het kan zijn dat enkele van deze joden uit Pontus die Petrus’ toespraak hoorden, christenen werden en naar hun eigen gebied terugkeerden. Waarschijnlijk verbreidde het christendom zich tengevolge van de aanwezige Kappadociërs al vroeg naar Kappadocië, en werd Petrus zijn eerste brief aan hen en aan „de tijdelijke inwoners die verstrooid zijn in Pontus” en in andere streken van Klein-Azië gericht.(1Petrus 1:1).

In de eerste eeuw bestonden er overal in de omliggende heidense natiën joodse gemeenschappen. Die gemeenschappen hadden synagogen waar mensen geregeld bijeenkwamen om de Schrift te horen voorlezen en bespreken. Aldus waren vroege christenen in staat om voort te bouwen op de religieuze kennis die mensen reeds bezaten (Handelingen 8:28-36; 17:1, 2).

Geleidelijk aan verspreide het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God zich en kwamen de volgelingen van Jezus Christus onder goddelijke leiding als christenen bekend te staan. Deze term werd voor het eerst in Syrisch Antiochië gebezigd, van waaruit Barnabas en Paulus, vergezeld van Johannes Markus, aan hun eerste zendingsreis begonnen. (Handelingen 11:26).

Ware christenen deden hun uiterste best om dit goede nieuws, dat een begrip omtrent het heilige geheim bevatte, in „heel de schepping die onder de hemel is” te prediken (1Korinthiërs 2:1; Efeziërs 6:19; Kolossenzen 1:23; 4:3, 4). De apostelen en de andere eerste christenen hebben in dit opzicht een duidelijk voorbeeld gegeven. In Handelingen 5:42 lezen wij over hun activiteit: „Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws bekendmaken.”

Het boek over de Handelingen van de Apostelen laat zien dat saamhorigheid voor de eerste christenen een belangrijk deel van hun aanbidding vormde. Wij lezen daar: „En dag aan dag waren zij eensgezind voortdurend in de tempel aanwezig en braken eensgezind het brood van huis tot huis, hun vlees etend met eenheid van hart. En zij loofden God en stonden bij het gehele volk in de gunst, diegenen die gered waren hun vlees etende met vreugde en eensgezindheid van hart” (Handelingen 2:46, 47).

Ook de apostel Paulus vroeg aan de gelovigen eensgezind vast te houden aan het geloof. „Laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw” (Hebreeën 10:23). Voor hem en de andere apostelen was het duidelijk dat deze openbare bekendmaking zich niet beperkte tot uitingen tijdens bijeenkomsten van de gemeente (Psalm 40:9, 10). Een profetisch gebod om buiten de gemeente, tot de natiën, te prediken, kan gevonden worden in de woorden van Psalm 96:2, 3, 7, 10: „Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem. Maakt onder de natiën zijn heerlijkheid bekend, onder alle volken zijn wonderwerken. Geef aan Jahweh/Jehovah glorie en sterkte. Gij geslachten der volken, families van gemeenschappen, brengt Jahweh/Jehovah, glorie en lof. Brengt Adonai Jehovah de glorie welke Zijn Naam toekomt, breng een offer en treed zijn voorhoven binnen. Verkondigt het onder de volken: ’Jehovah zelf is koning geworden.’” En inderdaad gaf Jezus in Mattheüs 28:19, 20 en Handelingen 1:8 Christenen het gebod tot alle natiën te prediken.

Op deze openbare prediking doelt Paulus in zijn verdere woorden tot de gezalfde Hebreeuwse Christenen: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken” (Hebreeën 13:15). Het boek Openbaring laat ons zien dat ook de „grote schare” die uit alle natiën is bijeengebracht, uit personen bestaat die met een luide stem uitroepen: „Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam” (Openbaring 7:9, 10).

Christus had met zijn discipelen vaak vergaderd om hun geestelijk onderricht te geven, en na zijn dood zetten zijn leerlingen deze traditie voort. Zijn volgelingen kwamen bijeen, zoals op de pinksterdag in 33 G.T., toen de heilige geest werd uitgestort op degenen die aldus bijeenwaren. (Handelingen der Apostelen 2:1-4). De eerste Christenen hielden er aan zich, meestal in kleine groepen, te verzamelen en regelmatig ofwel in elkaars huis of in de synagoge samen te komen om het Woord van God te bestuderen. Het was voor de eerste joodse christenen niet moeilijk ordelijke, leerzame Bijbelstudiebijeenkomsten te houden, want het grondpatroon hadden zij in de synagogen waarmee zij vertrouwd waren. De fundamentele kenmerken van de in de synagoge geleide diensten werden door de christenen overgenomen voor hun samenkomsten, waar men de Schriften voorlas en uitlegde, elkaar aanmoedigde, bad en God loofde. (1 Korintiërs 14:26-33, 40; Kolossenzen 4:16). Soms was „een aanzienlijke schare” op hun bijeenkomsten aanwezig (Handelingen 11:26).

Zoals in de joodse synagoge was er in de christelijke gemeente ook geen afzonderlijk priesterschap noch een geestelijke die vrijwel alleen aan het woord was. In de synagoge stond het iedere vrome jood vrij een aandeel aan het voorlezen en uitleggen te hebben. Zo ook in de christelijke gemeente werd er verwacht van iedereen dat deze zijn steentje bijdroeg en moesten allen een openbare bekendmaking doen en elkaar tot liefde en voortreffelijke werken aansporen, maar dit moest op ordelijke wijze geschieden (Hebreeën 10:23-25). In de joodse synagoge onderwezen de vrouwen niet en oefenden zij geen autoriteit over mannen uit; op de christelijke vergadering deden zij dat evenmin. Eén Korintiërs hoofdstuk 14 bevat instructies voor de bijeenkomsten van de christelijke gemeente, en er blijkt duidelijk zeer veel overeenkomst te zijn met de gang van zaken in de synagoge. (1 Korintiërs 14:31-35; 1Timotheus 2:11, 12).

Evenals er in de vroege Kerk op het gebied van de verantwoordelijkheid om het evangelie op alle mogelijke manieren te verbreiden, geen onderscheid bestond tussen volle-tijdbedienaren en leken, was er in dit opzicht ook geen onderscheid tussen de seksen. Het stond onomstotelijk vast dat elke Christen was geroepen om een getuige van Christus te zijn, niet alleen door middel van zijn levenswijze, maar ook met zijn lippen. Iedereen moest een apologeet of verdediger van het geloof zijn, op zijn minst in die mate dat hij bereid was een goede uiteenzetting te geven van de hoop die hij bezat. En dit gold zeer nadrukkelijk ook voor vrouwen. Zij hadden een heel groot aandeel aan de bevordering van het christendom.

Verslagen van de vroege kerk vormen het bewijs dat zij de evangelieprediking niet alleen ernstig maar ook letterlijk opvatten. Zelfs de eenvoudigste leden waren boodschappers die de waarheid verbreidden.

De geschiedenis toont aan hoe de eerste christenen, ofschoon zij eerbiedige, ordelievende burgers waren, vastbesloten waren „geen deel van de wereld” te zijn maar toch door te zetten in hun predikingwerk, ook al bracht dit hevige vervolging over hen.

Het christendom groeide van binnenuit op een natuurlijke wijze door de sereniteit van toegewijde aanhangers van Jezus Christus. Het trok mensen aan door haar eigenlijke aanwezigheid en door de rust en vrede welke die Jezus’ volgelingen uitstraalden. Terwijl er geen professionele missionarissen waren die hun geheel leven wijden aan dit specifieke werk, was elke congregatie een missionaire maatschappij, en elke Christelijke gelovige missionaris, ontstoken door de liefde van Christus om zijn medemensen te bekeren. Het voorbeeld werd geplaatst door Jeruzalem en Antiochië, en door die broeders die, na het martelaarschap van Stefanus, „in het buitenland verspreid waren en over gingen tot het prediken van het Woord.“ (Handelingen 8:4; 11:19). Volders, en arbeiders in wol en leer, rustige en onwetende personen, waren de meest ijverige verbreiders van het Christendom, en brachten het eerst tot vrouwen en kinderen. [3] De vrouwen en de slaven introduceerden het in de huiskring. Het was de glorie van het evangelie dat aan de armen en door de armen werd gepredikt om hen rijk te maken. Origenus deelt ons mee dat de stadskerken hun missionarissen naar de dorpen stuurden. Elke Christen vertelde zijn buur, arbeider aan zijn medewerker, de slaaf aan zijn medeslaaf, de bediende aan zijn meester en bazin.

Het evangelie werd voornamelijk verspreid door de wijze van leven, het prediken en door persoonlijke betrekkingen; in belangrijke mate ook door Heilige Schrift, welke reeds vroeg werd verspreid en vertaald in diverse ‘tongen’, het Latijn (Noord Afrika en Italië), Syrisch (Curetoniaans en Peshito), en het Egyptisch (in drie dialecten, Memphitisch, Thebaisch, en Bashmurisch). De communicatie onder de verschillende delen van het Romeinse imperium van Damascus tot Groot-Brittannië was betrekkelijk gemakkelijk en veilig. De wegen die voor handel en voor de Romeinse legioenen gebouwd werden, dienden ook voor de boodschappers van vrede en de stille veroveringen van de Christenheid. De handel zelf op dat ogenblik, evenals nu, was een krachtig agentschap in het uitdragen van het evangelie en het verspreiden van de zaden van Christelijke beschaving tot in de verste delen van het Romeinse Rijk.

Hoewel verschillende caesars als tirannen regeerden, maakten de wetten in de eerste eeuw het gewoonlijk mogelijk ’het goede nieuws te verdedigen en wettelijk te bevestigen’. (Filippenzen 1:7).


[1] Origin of Christianity and its relation with other religions, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Irenæus, “Adversus Hæreses, i. 26

[3] Celsus

+++

Gerelateerde artikels
  • In het begin van de geloofsgemeenschap gaven de volgelingen van Jezus zichzelf de naam van Nazarener-Netzerim-Natzraya. De talmoed verwijst enkele keren naar hen. dat zij als sekte aanschouwd werden valt op te maken aan het Twelth gebed dat door Gamiliel II was toegevoegd aan de Amidahn tegen de Sectairen, de Sekte van de Nazareners-Netzerim-Natzraya. In de talmoed zijn de vroege Messiaanse gelovigen Saduceeën genaamd en soms Essenen of zelfs Netzerim-Natzraya. Rashi maakte er werk van om de titel Netzerim-Natzraya te herstellen daar waar deze was verwijderd, volgens  What Were The Early Believers Called: HaDerech (The Way), The Natzari Sect, Netzerim-Natzraya, Jessaeans, Essene’s, Saducee’s, Christians or Nasaraeans? What Is There Place In Middle Judiasm? (paradoxparables.wordpress.com) waar men ook geschriften aanhaalt waar men meld dat de Nazareners essentieel niet verschilden van de Orthodoxe Joden, aangezien zij de gewoonten, gebruiken en doctrine beoefenden die door de Joodse Wet werden voorgeschreven; behalve dat zij in Christus geloofden. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
    Zij geloofden in de herrijzenis van de doden en dat het heelal door God werd gecreëerd. Zij predikten dat God één is en dat Jezus Christus zijn zoon was. Zij waren geschoold in de Hebreeuws taal en lazen de Wet (die de Wet van Mozes of Mozaïsche Wet betekent). Vreemd genoeg wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen ander Christus volgelingen of Christenen die zich niet hielden aan de Joodse riten, waarmee eigenlijk bedoeld werd op de nieuwe Christenen of gedoopte heidenen. “Daarom verschillen zij…van de ware christenen omdat zij tot nu [zo] Joodse riten als de besnijdenis volbrengen, sabbat en anderen”. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
  • Ook Earliest (pre-Christian) Nazarenes: Pliny the Elder’s evidence en Earliest Nazarenes: Evidence of Epiphanius gaan in op de benaming van de volgelingen van de Jood Jezus Christus uit Nazareth welke daarom ook wel de Nazareners of Nazoreans (“Panarion 29″ by Epiphanius) werden genoemd. Maar zij werden voor een korte tijd eveneens aangeduid met de benaming “Jessaeans” voor zij in Antiochië als Christenen werden vernoemd. Ook vandaag vinden wij nog de niet-trinitarische Christelijke denominatie ‘Vrienden van de Nazareen’ of “Nazarene Friends”

    “While treating the name of the sect, we may deal here with a short notice by Pliny the Elder which has caused some confusion among scholars. In his Historia Naturalis, Book V, he says: We must now speak of the interior of Syria. Cœle Syria has the town of Apamea, divided by the river Marsyas from the Tetrarchy of the Nazerini; Bambyx, the other name of which is Hierapolis, but by the Syrians called Mabog. This was written before 77 A.D., when the work was dedicated to Titus. The similarity of the name with the Nazerini has led many to conclude, erroneously, that this is an early (perhaps the earliest) witness to Christians  (or Nazarenes) by a pagan writer. Other than this, be it noted, there is no pagan notice of Nazarenes.”
    “… Can Pliny’s Nazerini be early Christians? The answer depends very much on the identification of his sources, and on this basis the answer must be an unequivocal No. It is generally acknowledged that Pliny drew heavily on official records and most likely on those drawn up by Marcus Agrippa (d. 12 B.C.). Jones has shown that this survey was accomplished between 30 and 20 B.C. Any connection between the Nazerini and the Nazarini must, therefore, be ruled out, and we must not attempt to line this up with Epiphanius’ Nazoraioi. One may, however, be allowed to see the Nazerini as the ancestors of today’s Nusairi, the inhabitants of the ethnic region captured some seven centuries later by the Moslems. …” (Neil Godfrey)
    “… everyone called the Christians Nazoraeans, as they say in accusing the apostle Paul, “We have found this man a pestilent fellow and a perverter of the people, a ring-leader of the sect of the Nazoraeans.”  And the holy apostle did not disclaim the name – not to profess the Nazoraean sect, but he was glad to own the name his adversaries’ malice had applied to him for Christ’s sake. For he says in court, “They neither found me in the temple disputing with any man, neither raising up the people, nor have I done any of those things whereof they accuse me. But this I confess unto thee, that after the way which they call heresy, so worship I, believing all things in the Law and the prophets .””

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #1 Abraham de aartsvader

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Abraham de aartsvader.

Some sources which? claim that it was Metatron...

Abraham geportreteerd door Rembrandt

Vroeg in het 2° millennium voor de gewone tijdrekening werd de eerste Hebreeuwse patriarch geboren. Als almachtige God gebruikte Jehovah zijn macht om elk obstakel dat de vervulling van zijn belofte aan Abraham zou kunnen verhinderen, uit de weg te ruimen en stelde aldus die aartsvader in staat de vader van Isaäk te worden. Mettertijd werd Abraham inderdaad de stamvader van de Israëlieten en anderen. [1] Bij de Joden de Christenen zo wel als bij de Moslims wordt Abraham aanschouwd als de aartsvader tot wie God de belofte uitsprak dat er een groot nageslacht zou komen dat een groot rijk zou erven en tot wie de wereld zou toe komen. Het volk van Israel zou het Beloofde land krijgen. Uit de stam van deze aartsvader zou een groot aards koning komen (David) waaruit de Messias zou geboren worden, welke nog een groter Koning zou worden want deze zou mogen heersen over het Koninkrijk van God.

Jezus beperkte zijn prediking grotendeels tot de joden. Maar kort na Pinksteren werd de christelijke apostel Petrus gebruikt om „De Weg” te openen voor Samaritanen, die zich aan de eerste vijf boeken van de bijbel hielden, en later, in 36 G.T., voor alle niet-joden. Paulus werd „een apostel der natiën” en ondernam drie zendingsreizen (Romeinen 11:13). Op deze wijze werden er gemeenten opgericht, en ze floreerden. „Hun ijver om het geloof te verbreiden, kende geen grenzen”, zegt het boek From Christ to Constantine, en voegt eraan toe: „Het door christenen gegeven getuigenis breidde zich niet alleen uit, maar was ook doeltreffend.” Vervolging van christenen had een averechtse uitwerking en droeg ertoe bij dat de boodschap verbreid werd, zoals wind een vlam aanwakkert. Het bijbelboek Handelingen verhaalt een opwindende geschiedenis over de niet te stuiten christelijke activiteit die tijdens de vroege periode van het christendom werd ontplooid.


[1] Genesis 21:1-3; 25:1-4.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: