An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Heilige Schrift’

God liefhebben en Bekommeren om je medemensen

 

“4  Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5 Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. 6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. 8 Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.” (Deuteronomium 6:4-8 NBV)

“8  Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf, ‘dan handelt u juist. 9 Maar als u op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders. 10 Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke.” (Jakobus 2:8-10 NBV)

“Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten.” (Leviticus 19:15 NBV)

“door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.” (Leviticus 19:18 NBV)

“want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’” (Galaten 5:14 NBV)

“Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.” (Galaten 6:2 NBV)

“36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’” (Mattheüs 22:36-40 NBV)

“28  Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29 Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31 Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’” (Markus 12:28-31 NBV)

“38 U moet dus weten, broeders en zusters, dat het dankzij hem is dat aan u de vergeving van de zonden verkondigd wordt; iedereen die op grond van de wet van Mozes geen vrijspraak kon krijgen, 39 wordt door hem geheel vrijgesproken, mits hij gelooft.” (Handelingen 13:38-39 NBV)

“Wij weten dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn natuur ben ik uitgeleverd aan de zonde.” (Romeinen 7:14 NBV)

“Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?” (Jesaja 58:7 NBV)

“Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent?” (1 Corinthiërs 6:19 NBV)

“‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen.” (Psalmen 132:14 NBV)

*

Voorgaande

Opgepast voor oproepers tot wraak

+++

Gerelateerd

Gods Uitspraken opgetekend in een boek

De Allerhoogste Schepper van hemel en aarde heeft door Zijn woord alles doen ontstaan en laat Zijn Woord tot in eeuwigheid verder duren.

 

 

Schrift door God geïnspireerd om ernstig te nemen

“Is er ooit een volk geweest dat net als u vanuit een vuur de stem van een god heeft gehoord en dat heeft overleefd?” (Deuteronomium 4:33 NBV)

“Vanuit de hemel heeft hij zijn stem laten horen om u op te voeden, en op aarde heeft hij u dat grote vuur laten zien en vanuit het vuur zijn geboden bekendgemaakt.” (Deuteronomium 4:36 NBV)

“En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond.” (Jeremia 1:9 NBV)

“11  De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 12  Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’” (Exodus 4:11-12 NBV)

“want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” (2 Petrus 1:21 NBV)

“9  Denk terug aan alles wat eertijds is gebeurd. Ik ben God, er is geen ander, ik ben God, niemand is aan mij gelijk. 10  Die in het begin al het einde aankondigde en lang tevoren wat nog gebeuren moest. Die zegt: ‘Wat ik besluit, wordt van kracht, en alles wat ik wil, breng ik ten uitvoer.’” (Jesaja 46:9-10 NBV)

“12  Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13  Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14  Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15  en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. 16  Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17  zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:12-17 NBV)

“Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag.” (Deuteronomium 18:18 NBV)

“Hij was het die, toen het volk in de woestijn bijeen was, als bemiddelaar optrad tussen onze voorouders en de engel die op de berg Sinai tegen hem sprak, hij was het die de levenbrengende woorden ontving om ze aan ons door te geven.” (Handelingen 7:38 NBV)

“Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.” (Johannes 14:10 NBV)

“maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.’” (Johannes 10:38 NBV)

“Dit zei God, de HEER, de Heilige van Israël: ‘In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’ Maar jullie wilden niet.” (Jesaja 30:15 NBV)

“12  Ik, ik ben het die jullie troost. Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling, voor een mensenkind dat vergaat als gras? 13  Hoe kun je de HEER vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen? Waar blijven die belagers met hun toorn?” (Jesaja 51:12-13 NBV)

“Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.” (Mattheüs 10:28 NBV)

“7  Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ 8  Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” (Jesaja 40:7-8 NBV)

“zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.” (Jesaja 55:11 NBV)

“Dit verbond sluit ik met hen-zegt de HEER: mijn geest, die op jou rust, en de woorden die ik je in de mond heb gelegd, zullen uit jouw mond niet wijken, noch uit de mond van je kinderen, noch uit de mond van je kindskinderen, van nu tot in eeuwigheid-zegt de HEER.” (Jesaja 59:21 NBV)

“Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.” (Mattheüs 5:18 NBV)

“Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.” (Mattheüs 24:35 NBV)

“Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt.” (Lukas 16:17 NBV)

*

Neergeschreven namens God om op te voeden tot een deugdzaam leven

“23  En dit is niet alleen voor hem geschreven, 24 maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt:” (Romeinen 4:23-24 NBV)

“Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.” (Romeinen 15:4 NBV)

“16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:16-17 NBV)

“19  Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” (2 Petrus 1:19-21 NBV)

“die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld.” (Handelingen 3:21 NBV)

“De HEER heeft deze woorden-deze, en niet meer-tot u gesproken toen u daar bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigende, donkere wolken, en hij schreef ze op twee stenen platen en gaf die aan mij.” (Deuteronomium 5:22 NBV)

“8 Schrijf alle bepalingen van deze wet heel duidelijk op die stenen.’ 9 Omringd door de Levitische priesters zei Mozes tegen heel Israël: ‘Wees stil en luister, Israël. Vandaag bent u het volk van de HEER, uw God, geworden. 10 Wees hem daarom gehoorzaam en leef zijn geboden en wetten na, zoals ik ze u nu heb voorgehouden.’” (Deuteronomium 27:8-10 NBV)

“2 ‘De geest van de HEER sprak in mij, zijn woorden zijn op mijn tong. 3 De God van Israël heeft gesproken, de rots van Israël heeft over mij gezegd: “Wie rechtvaardig heerst over de mensen, heerst in diep ontzag voor God. 4 Hij is als een stralende morgenzon die na de regens opkomt aan een wolkeloze hemel en met zijn warmte het jonge groen laat opschieten.”” (2 Samuël 23:2-4 NBV)

“Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? spreekt de HEER.” (Jeremia 23:29 NBV)

“Toen zei hij: ‘Luister, dit zegt de HEER over Zerubbabel: Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen-zegt de HEER van de hemelse machten-maar met de hulp van mijn geest.” (Zacharia 4:6 NBV)

“Ze lieten de woorden en vermaningen die de HEER van de hemelse machten hun door zijn geest bij monde van de vroegere profeten voorhield niet tot zich doordringen, maar sloten zich ervoor af. Daarom werden ze getroffen door de toorn van de HEER van de hemelse machten.” (Zacharia 7:12 NBV)

“Zelf heeft David, geïnspireerd door de heilige Geest, gezegd: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ ”” (Markus 12:36 NBV)

“‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan.” (Handelingen 1:16 NBV)

“Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.” (Handelingen 3:18 NBV)

“(12:14) Door een profeet leidde de HEER Israël uit Egypte weg, door een profeet werd Israël gehoed.” (Hosea 12:13 NBV)

“Dit is de troost in mijn ellende: dat uw belofte mij doet leven.” (Psalmen 119:50 NBV)

“Want de lessen van je vader en je moeder zijn een lamp, een licht dat je vermaant en de weg wijst naar het leven.” (Spreuken 6:23 NBV)

“maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” (Exodus 20:6 NBV)

“De HEER zei tegen Mozes: ‘Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.’” (Exodus 24:12 NBV)

“Houd je aan je verplichtingen tegenover de HEER, je God: gehoorzaam hem en neem zijn bepalingen, geboden, rechtsregels en voorschriften in acht, zoals die zijn vastgelegd in de wetten van Mozes. Dan zul je slagen in alles wat je doet en onderneemt,” (1 Koningen 2:3 NBV)

“Blijf volkomen toegewijd aan de HEER, onze God, door zijn voorschriften te volgen en u aan zijn geboden te houden, zoals u dat nu ook doet.’” (1 Koningen 8:61 NBV)

“Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’” (1 Corinthiërs 9:10 NBV)

“Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen.” (1 Corinthiërs 10:11 NBV)

“want de HEER straft wie hij liefheeft, zoals een vader die houdt van zijn zoon.” (Spreuken 3:12 NBV)

“En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen.” (Titus 1:9 NBV)

“ontuchtplegers, knapenschenders, slavenhandelaars, leugenaars en plegers van meineed. De wet is er voor alles wat indruist tegen de heilzame leer,” (1 Timotheüs 1:10 NBV)

“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof,” (1 Timotheüs 6:3 NBV)

“Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn.” (2 Timotheüs 1:13 NBV)

“Dát is pas een waar woord! Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen,” (Titus 1:13 NBV)

“Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terechtgewezen wordt,” (Hebreeën 12:5 NBV)

“Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’” (Johannes 2:17 NBV)

“De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is Geest, en leven.” (Johannes 6:63 NBV)

“23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. 24 Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie ik gezonden ben. 25  Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben. 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb. 27 Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. 28  Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik. 29 Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is. 30 Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, 31 maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.’” (Johannes 14:23-31 NBV)

“Jezus zei: ‘Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft.” (Johannes 7:16 NBV)

“Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” (Johannes 12:49 NBV)

“10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. 11 Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. 12  Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. 13 En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. 14 Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen. 15  Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. 16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: 17 de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. 18  Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.” (Johannes 14:10-18 NBV)

“Ze werden het niet met elkaar eens en gingen uiteen, maar niet voordat Paulus nog een laatste woord had gesproken: ‘Volkomen terecht heeft de heilige Geest bij monde van de profeet Jesaja tegen uw voorouders gezegd:” (Handelingen 28:25 NBV)

“10  Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11 Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12 Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. 13 Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. 14 Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, 15 de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, 16 en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. 17 Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.” (Efeziërs 6:10-17 NBV)

“maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het harnas van geloof en liefde, en getooid met de helm van de hoop op redding.” (1 Thessalonicen 5:8 NBV)

“De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is Geest, en leven.” (Johannes 6:63 NBV)

“Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.” (Hebreeën 4:12 NBV)

“die hoeft zijn ouders geen eerbied te tonen.” Zo ontkracht u het woord van God uit eerbied voor uw eigen traditie.” (Mattheüs 15:6 NBV)

“en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’” (Markus 7:13 NBV)

“als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.” (1 Petrus 1:23 NBV)

“De apostelen en de gemeenteleden in Judea hoorden dat ook de heidenen Gods woord hadden aanvaard.” (Handelingen 11:1 NBV)

“Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.” (1 Thessalonicen 2:13 NBV)

“Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan.” (1 Thessalonicen 4:15 NBV)

“Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.” (Jakobus 1:18 NBV)

*

+

Écrit pour Dieu de mettre à une vie vertueuse

Denn Gott aufgeschrieben, um bis zu einem tugendhaften Leben zu erwecken

Neergeskryf namens God om op te voed tot ‘n deugsame lewe

Jehova kann veranlassen, dass er steht

Jehovah kan hem staande houden

Jehovah kan hom staande hou

Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren

De heilige geest zal alle dingen welke gezegd zijn in herinnering terugbrengen

++

  1. Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen
  2. Ewige woord dat alles vertel
  3. Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)
  4. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  5. Hele Skrif deur God geïnspireer om in die waarheid te onderrig en dwaling te bestry
  6. Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes
  7. Bibel, Helm des Heils, nütze zur Lehre, zur Strafe, zur Besserung und zur Züchtigung
  8. Bibel Gott redet Worte zu unserer Belehrung geschrieben

+++

Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren

 

 

Psalm 19:1  De hemelen maken de heerlijkheid van God* bekend;+ En het uitspansel vertelt van het werk van zijn handen.+

Exodus 20:1-3: 1 Voorts sprak God al deze woorden* en zei:+ 2 „Ik ben Jehovah, uw God,*+ die u uit het land Egy̱pte heb geleid, uit het slavenhuis.+ Gij moogt geen andere goden*+ tegen mijn persoon in* hebben.

Jesaja 7: 7: Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: „Het zal niet bestaan, noch zal het geschieden.+

Jeremia 1: 9: Daarop stak Jehovah zijn hand uit en liet die mijn mond aanraken.+ Toen zei Jehovah tot mij: „Zie, ik heb mijn woorden in uw mond gelegd.+

Johannes 14:10: 10 Gelooft gij niet dat ik in eendracht met de Vader ben en de Vader in eendracht met mij is?+ De dingen die ik tot ulieden zeg, spreek ik niet uit mijzelf; maar de Vader, die in eendracht met mij blijft, doet zijn werken.+

Efeziërs 6: 17: 17 Neemt ook de helm+ der redding aan en het zwaard+ van de geest,+ dat is Gods woord,+ 

Exodus 3: Zeg daarom tot de zonen van I̱sraël: ’Ik ben Jehovah, en ik zal U stellig van onder de lasten der Egyptenaren uitleiden en U van hun slavernij bevrijden,+ en ik zal U inderdaad opeisen met een uitgestrekte arm en met zware strafgerichten.+

1 John 5:2020 Wij weten echter dat de Zoon van God is gekomen,+ en hij heeft ons het verstandelijke+ vermogen* gegeven om de kennis van de waarachtige te verwerven.+ En wij zijn in eendracht+ met de waarachtige, door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige+ God en het eeuwige leven.+

Revelatie 4: 11 „Gij, Jehovah,* ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid+ en de eer+ en de kracht te ontvangen,+ want gij hebt alle dingen geschapen,+ en vanwege uw wil+ bestonden ze en werden ze geschapen.”+

Exodus 6:2-3: 2 En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+

Job 22:13-14: 13 En toch hebt gij gezegd: ’Wat weet God* feitelijk? Kan hij richten door dikke donkerheid heen? 14 Wolken zijn voor hem een schuilplaats, zodat hij niet ziet, En op het hemelgewelf wandelt hij rond.’

Nehemiah 9: 5-7: En de levieten Je̱sua en Ka̱dmiël, Ba̱ni, Hasa̱bneja, Sere̱bja, Hodi̱a, Seba̱nja [en] Petha̱hja zeiden vervolgens: „Staat op, zegent+ Jehovah, UW God, van onbepaalde tijd tot onbepaalde tijd.+ En men zegene uw glorierijke naam,+ die boven alle zegen en lof verheven is.

Gij alleen zijt Jehovah;+ gijzelf hebt de hemel gemaakt,+ [ja] de hemel der hemelen, en heel zijn heerleger,+ de aarde+ en al wat daarop is,+ de zeeën+ en al wat daarin is;+ en gij houdt dat alles in het leven; en het heerleger+ van de hemel buigt zich voor u neer. Gij zijt Jehovah, de [ware] God, die A̱bram hebt uitgekozen+ en hem uit Ur der Chaldeeën hebt geleid+ en hem de naam A̱braham hebt gegeven.+

Psalm 50:7-17: 7 „Luister toch, o mijn volk, en ik wil spreken,+ O I̱sraël, en ik wil tegen u getuigen.*+ Ik ben God, uw God. 8 Niet aangaande uw slachtoffers wijs ik u terecht,+ Noch [aangaande] uw volledige brandoffers, [die] bestendig vóór mij [zijn]. 9 Ik wil geen stier uit uw huis nemen,+ [Noch] bokken uit uw kooien. 10 Want aan mij behoort al het wild gedierte van het woud toe,+ De beesten op duizend bergen.+ 11 Ik ken elk gevleugeld schepsel van de bergen heel goed,+ En het gewemel van dieren op het open veld is bij mij.+ 12 Indien ik honger had, zou ik het u niet zeggen; Want aan mij behoren het productieve land*+ en zijn volheid toe.+ 13 Zal ik het vlees van sterke [stieren] eten,+ En soms het bloed van bokken drinken?+ 14 Breng God dankzegging als uw slachtoffer,+ En betaal de Allerhoogste uw geloften;+ 15 En roep mij aan op de dag der benauwdheid.+ Ik zal u verlossen, en gij zult mij verheerlijken.”+ 16 Maar tot de goddeloze zal God moeten zeggen:+ „Wat voor recht hebt gij om mijn voorschriften op te sommen,+ En mijn verbond* in uw mond te nemen?+ 17 Zie, gij — gij hebt streng onderricht gehaat,+ En gij blijft mijn woorden achter u werpen.+

Efeziërs 4 4:11-1411 En hij heeft sommigen gegeven als apostelen,+ sommigen als profeten,+ sommigen als evangeliepredikers,*+ sommigen als herders en leraren,+ 12 met het oog op het terechtbrengen*+ van de heiligen, voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van de Christus,+ 13 totdat wij allen geraken tot de eenheid in het geloof en in de nauwkeurige kennis van de Zoon van God, tot een volwassen+ man, tot de mate van wasdom die tot de volheid van de Christus behoort;+ 14 opdat wij niet langer kleine kinderen zouden zijn, heen en weer geslingerd+ als door golven en her- en derwaarts gevoerd door elke wind van leer+ door middel van de bedriegerij+ van mensen, door middel van listigheid in het beramen van dwaling.

1 Korinthiërs 2 : 1,9-10, 14-16: 1 En daarom, broeders, ben ik, toen ik tot U kwam, niet met een overdaad* van woorden+ of van wijsheid gekomen om het heilige geheim+ van God aan U bekend te maken. … Maar zoals er staat geschreven: „Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, noch is het in het hart van een mens opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die hem liefhebben.”+ 10 Want aan ons heeft God het geopenbaard+ door middel van zijn geest,+ want de geest+ onderzoekt alle dingen, zelfs de diepe+ dingen Gods. …

14 Maar een fysiek* mens aanvaardt niet de dingen die van de geest Gods zijn, want ze zijn hem dwaasheid; en hij kan [ze] niet te weten komen+ omdat ze geestelijk worden onderzocht. 15 De geestelijke+ mens* echter onderzoekt wel alle dingen, maar zelf wordt hij door geen mens onderzocht.+ 16 Want „wie heeft de zin van Jehovah* leren kennen,+ dat hij hem zou kunnen onderrichten”?+ Wij hebben echter wel de zin+ van Christus.*

Jesaja 40:13: 13 Wie heeft de afmetingen van de geest van Jehovah opgenomen, en wie kan hem als zijn raadsman iets doen weten?+

Efeziërs 3 :5, 6: In andere geslachten werd dit [geheim+] niet aan de zonen der mensen bekendgemaakt zoals het nu door geest aan zijn heilige apostelen en profeten+ is geopenbaard,+ namelijk dat mensen uit de natiën mede-erfgenamen zouden zijn en medeleden van het lichaam+ en met ons deelgenoten van de belofte+ in eendracht met Christus Jezus door middel van het goede nieuws.

Kolossenzen 2:2opdat hun hart vertroost moge worden,+ opdat zij harmonisch samengevoegd mogen zijn in liefde+ en met het oog op alle rijkdom van de volledige verzekerdheid van [hun] inzicht,+ met het oog op een nauwkeurige kennis van het heilige geheim van God, namelijk Christus.*+

Spreuken 23 : 9 Spreek ten aanhoren van een verstandeloze niet,+ want hij zal uw verstandige woorden verachten.+

2 Samuel 23:2: De geest van Jehovah was het die door mij heeft gesproken,+ En zijn woord* was op mijn tong.+

Handelingen 1:1616 „Mannen, broeders, het schriftwoord moest vervuld worden+ dat de heilige geest+ bij monde van Da̱vid tevoren gesproken heeft over Ju̱das,+ die een gids is geworden van hen die Jezus gevangennamen,+

Handelingen 28 :25: 25 Omdat zij het dan niet met elkaar eens waren, maakten zij aanstalten om te vertrekken, terwijl Pa̱u̱lus deze ene opmerking maakte: „Treffend heeft de heilige geest door bemiddeling van de profeet Jesa̱ja tot UW voorvaders gesproken

1 Petrus 1:11: 11 Zij bleven onderzoeken* op welk speciale tijdperk+ of wat voor een [tijdperk] de geest+ in hen betreffende Christus doelde,*+ toen die van tevoren getuigenis aflegde van het voor Christus [bestemde] lijden+ en van de heerlijkheden+ die daarop zouden volgen.

2 Petrus 1:21:21 Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht,+ maar mensen hebben van Godswege gesproken+ zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.+

Johannes 14:2626 Maar de helper,* de heilige geest, die de Vader in mijn naam zal zenden, die* zal U alle dingen leren en alle dingen welke ik U heb gezegd, in UW herinnering terugbrengen.+

2 Timotheüs 3: 16-17: 16 De gehele Schrift is door God geïnspireerd*+ en nuttig om te onderwijzen,+ terecht te wijzen,+ dingen recht te zetten,*+ streng te onderrichten+ in rechtvaardigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij,+ volledig toegerust* voor ieder goed werk.+

1 Tessalonisense 2: 13: 13 Ja, daarom dank ons God ook onophoudelik,+ want toe julle God se woord ontvang het,+ wat julle by ons gehoor het, het julle dit nie as die woord van mense aangeneem nie+ maar, soos dit waarlik is, as die woord van God, wat ook in julle, die gelowiges, aan die werk is.+

Romeinen 15 :4Want alle dingen die eertijds werden geschreven, werden tot ons onderricht+ geschreven,+ opdat wij door middel van onze volharding+ en door middel van de vertroosting+ uit de Schriften hoop* zouden hebben.+

1 Korinthiërs 10:1111 Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden* en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing+ voor ons, tot wie de einden* van de samenstelsels van dingen*+ gekomen zijn.

Psalmen 119 :49, 50: 49 Gedenk het woord tot uw knecht,+ Waarop gij mij hebt doen wachten. 50 Dit is mijn troost in mijn ellende,+ Want het is uw toezegging die mij in het leven heeft gehouden.+

Spreuken 4: 7-9: Wijsheid is het voornaamste.+ Verwerf wijsheid; en bij alles wat gij verwerft, verwerf verstand.+ Schat haar hoog, en ze zal u verhogen.+ Ze zal u verheerlijken omdat gij haar omhelst.+ Aan uw hoofd zal ze een bekoorlijke krans geven;+ een luisterrijke kroon zal ze u schenken.”+

Spreuken 15:14: 14 Het is het verstandige hart dat naar kennis vorst,+ maar de mond der verstandelozen is op dwaasheid uit.+

Mattheüs 13:23: 23 Die op de voortreffelijke aarde is gezaaid, dat is hij die het woord hoort en de betekenis ervan begrijpt, die werkelijk vrucht draagt en voortbrengt, deze honderd-, die zestig-, de ander dertigvoud.”+

Hebreeën 5:14: 14 Vast voedsel behoort echter bij rijpe mensen, bij hen die door gebruik hun waarnemingsvermogen*+ hebben geoefend* om zowel goed als kwaad te onderscheiden.+

Daniël 1:17: 17 En wat deze kinderen, die vier, betreft, hun gaf de [ware] God kennis en inzicht in alle schrift en wijsheid;+ en Da̱niël zelf had verstand van allerlei visioenen en dromen.+

Spreuken 21: 30 Er is geen wijsheid, noch enig onderscheidingsvermogen, noch enige raad tégen Jehovah.+

Spreuken 19: 21 Vele zijn de plannen in het hart van een man,*+ maar het is de raad van Jehovah die zal bestaan.+

2 Timotheüs 2: 7-10: 7 Denk voortdurend aan* wat ik zeg; de Heer zal u werkelijk onderscheidingsvermogen in alle dingen geven.+

8 Houd in gedachte dat Jezus Christus uit de doden werd opgewekt+ en uit het zaad van Da̱vid was,+ overeenkomstig het goede nieuws dat ik predik,+ 9 in verband waarmee ik zelfs tot [gevangenis]boeien toe als een boosdoener kwaad te lijden heb.+ Niettemin is het woord van God niet gebonden.+ 10 Daarom ga ik voort alle dingen te verduren ter wille van de uitverkorenen,+ opdat ook zij de redding mogen verkrijgen die in eendracht met Christus Jezus is, te zamen met eeuwige heerlijkheid.+

Johannes 17: Dit betekent eeuwig leven,+ dat zij voortdurend kennis+ in zich opnemen van u,* de enige ware God,+ en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.+

1 Johannes 5: 20 Wij weten echter dat de Zoon van God is gekomen,+ en hij heeft ons het verstandelijke+ vermogen* gegeven om de kennis van de waarachtige te verwerven.+ En wij zijn in eendracht+ met de waarachtige, door bemiddeling van zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige+ God en het eeuwige leven.+

1 Timotheüs 2: 2-4: betreffende koningen+ en allen die een hoge positie bekleden,+ opdat wij een kalm en rustig leven mogen blijven leiden met volledige godvruchtige toewijding* en ernst.+ Dit is voortreffelijk en aangenaam+ in de ogen van onze Redder, God,+ wiens wil het is dat alle soorten van mensen+ worden gered+ en tot een nauwkeurige kennis+ van de waarheid komen.+

*

 


Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift met studieverwijzingen 1984/1995 herziening en aantekeningen

Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift met studieverwijzingen 1984/1995 herziening en aantekeningen

+

Engelse versie / English version: True God giving His Word for getting wisdom

Duitse versie / Deutsh: Wahren Gott gibt sein Wort für immer Weisheit

Franse versie / Français: Vrai Dieu donne Sa Parole pour obtenir la sagesse

Aansluitend op:

+++

Hellenistische invloeden

De vroege dagen van het Christendom

2. Hellenistische invloeden

In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening was de invloed van de Griekse cultuur in het Romeinse Rijk nog steeds merkbaar en behoedde Griekenland zijn culturele erfgoed; een van de belangrijkste universiteiten van het Romeinse Rijk stond in Athene.

Bij de Atheense scholen konden onder haar leden ook Christenen, zoals Prohæresios, de sofist, gevonden worden. (σοφιστης; sophistés, kan het best vertaald worden als geleerde of deskundige. Sophos of sophia betekende “wijs”)

Vooral tijdens de periode van de 2e helft van de 5e eeuw v.G.T. kon men meestal rondreizende “beroepsdenkers” aantreffen die hun encyclopedische vakkennis inzake wiskunde, literatuur, filosofie en vooral ook welsprekendheid, praktische staatkunde en recht, tegen (hoge) betaling dienstbaar maakten aan de opleiding van de rijpere jeugd uit de gegoede middenklasse. Zo zorgden dezen dat hun leerlingen door middel van onderwijs op het vlak van kennisleer en welsprekendheid op geleid werden tot bekwame mensen die een leidende rol zouden kunnen spelen in de gedemocratiseerde maatschappij en in staat waren het woord te nemen in de volksvergadering (Grieks: ekklèsia).

De sofisten, aan wie de eer toe komt om als eersten de wetten van het denken te hebben gesystematiseerd (logica), kwamen uit vrijwel alle gebieden van de Griekse wereld en doceerden in bijna alle steden.

Zij waren ook de voorlopers van de socratische dialectiek en van aristotelische logica. Latere sofisten waren meer op materieel succes uit en benadrukten het belang van retoriek als de kunst van de overtuiging in de politiek, in de rechtszaal of in andere discussies. Tegen deze praktijk nam Socrates stelling, want waarheid kon volgens hem niet afhankelijk zijn van degene die het overtuigendst op gevoelens inpraatte en met alle mogelijke middelen zijn gelijk probeerde te halen. Op die manier werd een slechte zaak immers als goed voorgesteld. Vooral onder invloed van de dialogen van Plato en Xenophon, kregen de sofisten een kwalijke reputatie, en werd sofistiek verbonden met een manier van redeneren waarbij drogredenen werden gebruikt (sofismen). Zij werden door sommigen er van beschuldigt eerder uit te zijn op macht dat te zoeken naar waarheid en gerechtigheid.

The "obscene" medieval depiction of ...

Obscene middeleeuwse voorstelling van Socrates en Plato

Ook Sixtus II, of Xystos, die aan martelaarschap leed in Rome ongeveer rond 258 G.T., kan ook in Athene gestudeerd hebben en is de „zoon van een Atheense filosoof“. Maar de meest genoteerde mensen die deze scholen frequenteerden waren Basil van Kæsareia, en Gregorius van Nazianzos, rond het midden van de vierde eeuw. Deze scholen van filosofie hielden het heidendom voor vier eeuwen levend, maar tegen de vijfde eeuw was de oude godsdienst van Elevsis en Athene praktisch bezweken. In de Raad van Nikæa was er een bisschop van Athene aanwezig. In 529 waren de scholen van filosofie gesloten. Van die datum had het christendom geen rivaal meer in Athene.[1]

De Nazarener Jood Jezus kreeg bij de doop door zijn neef Johannes een wolk en duif boven hem, waarbij de stem van God te kennen gaf dat hij de “zoon van God” was.  God zij niet “dit ben ik hier in menselijke gedaante” of “ziehier God de zoon“. Tijdens zijn openbaar leven leerde Jezus de mensen ook dat er slechts één ware God was tussen de vele goden die werden aanbeden door de verschillende volkeren. Hij aanschouwde zijn vader in de hemel als de Allerhoogste God. Eveneens leerde hij de mensen dat de ziel, het eigenlijke levensbestaan van de mens beperkt in de tijd was. Elke mens was volgens Jezus sterfelijk. (Johannes 17:3; Mattheus 10:28) Bij de dood van de apostelen kwam er een verzwakking in de originele structuur van de geloofsvereniging en werden zulke leerstellingen vermengd met heidense leerstellingen. Het christendom raakte alom meer bezoedeld door die heidense en hellenistische gedachten.

Ook de Naam van God, Jehovah, die Jezus zeer belangrijk vond, werd meer opzij geschoven ten voordele van andere namen. De voorkeur om de godheid meerdere persoonlijkheden toe te kennen zoals in het hellenistische systeem bracht mee dat verscheidene christenen hun godheid ook gingen opsplitsen in drie persoonlijkheden, de geboorte van de zogenaamde Heilige Drie-eenheid. Het zou echter nog enkele decennia duren eer de drievuldigheid grote navolging kreeg.

Als gevolg van de vermenging van de verscheidene geloofsideeën werden heidense doctrines zoals de Drie-eenheidsleer en de onsterfelijkheid van de ziel al sijpelde opgenomen in de christelijke leer om deze te bederven. Deze leringen gaan echter veel verder terug dan de Griekse filosofen. De Grieken verworven ze daadwerkelijk van oudere culturen, want er is bewijs van een dergelijk onderricht in de oude Egyptische en Babylonische religies. Zoals andere heidense doctrine bleef zij het christendom infiltreren en werden andere Schriftuurlijke leerstellingen ook vervormd of verlaten.

Arabisch Diatessaron, Vertaald door Abul Faraj Al Tayyeb van Syrisch naar Arabisch, 11e eeuw

De vraag welke betrekking de Zoon had tegenover de Vader (zelf erkend bij allen om één Opperste Godheid te zijn), gaf een toename tussen de jaren. 60 en 200 G.T.,  aan een aantal Theosofische systemen, over het algemeen Gnosticisme genoemd, met als voorname auteurs Basilides, Valentinus, Tatianus de Syriër, ontwerper van het Diatessaron (‘Uit vier samengesteld’; geschreven tussen 170 en 180), een harmonie van de vier evangeliën, en andere Griekse speculanten.[2] Volgens sommigen was het door Gnosticisme dat heidense invloeden in de Christelijke verering zijn toegetreden. Gnosticisme, beweren zij, diende dan enigszins als brug tussen heidendom en christendom.[3] De Gnostische systemen openbaarden meer theosofie dan theologie. Zo ook in de Joodse kabbala, met de  Sefer Yetzirah, The Zohar, Pardes Rimonim, en Eitz Chaim, waarin de leer van een geheime, mystieke interpretatie van de Torah wordt gegeven, treft men de theosofie aan die een oplossing zoekt te vinden voor de natuurverschijnselen en de bedoeling van het bestaan De verscheidene ontologische vragen brachten een vermenging in de godsdienst met diverse vormen van magie en occultisme.

Flemish edition of the Corpus Hermeticum or the Hermetic Corpus

Corpus Hermeticum, Vlaamse uitgave uit 1643

De belangrijkste hellenistische bron is het Corpus Hermeticum, een verzameling teksten toegeschreven aan Hermes Trismegistus wiens leerstellingen weer erg relevant werden in de New Age. Daarin worden astrologie en andere occulte wetenschappen behandeld, alsook spirituele vernieuwing.

Alexandrië, vol Joden, was het literaire evenals commerciële centrum van het Oosten, en het verbindende verband tussen het Oosten en het Westen. Daar werden de grootste bibliotheken verzameld; daar kwam de Joodse geest dicht in contact met de Griekse, en de godsdienst van Mozes met de filosofie van Plato en Aristoteles. Daar schreef Philo, terwijl Christus in Jeruzalem en Galilea onderwees, en zijn werken waren bestemd om een grote invloed op Christelijke exegese door de Alexandrische vaders uit te oefenen.

Tijdens de vierde eeuw ging Egypte aan de kerk de Ariaanse, Athanasian orthodoxie, en kloosterpiëteit van St. Antonius en St. Pachomius geven, die met onweerstaanbare kracht over het christendom uitspreiden.

De theologische literatuur van Egypte was voornamelijk Grieks. De meeste vroege manuscripten van de Griekse Geschriften – inclusief de waarschijnlijk onschatbare Sinaitische en Vaticaanse Manuscripten omvattend. – werden geschreven in Alexandrië. Maar reeds in de tweede eeuw werd de Heilige Schrift vertaald in de lokale taal, in drie verschillende dialecten. Wat van deze versies overblijft is van aanzienlijk gewicht in het nagaan van de vroegste tekst van het Griekse Testament.

Tot de joden die het meest ontvankelijk waren voor hellenistische invloeden, behoorden de priesters. Voor velen van hen betekende het aanvaarden van het hellenisme een manier om het judaïsme met zijn tijd te laten meegaan.

Terwijl veel joden het hellenisme aanvaardden, moedigde een nieuwe groep die zich Hasidim of Chassidim noemde — vromen (letterlijk “liefhebbende vriendelijkheid”, afgeleid van het Hebreeuwse חסידות (chassidoet), dat “vroomheid” betekent) —, aan tot striktere gehoorzaamheid aan de wet van Mozes of Mozaïsche Wet.

De eerste groep Hasidim, ook genoemd Chasideeën of Assideeën (Hebreeuws: חסידים Hassidim, “Integeren” of “Vromen”; Koinè: Ἁσιδαίοι Asidaioi) of Hasideans (afgeleid van het Griekse asidaioi, of van het Hebreeuwse Hasidim, “het vrome”), waren een oude Joodse sekte die zich tussen 300 en 175 V.G.T. ontwikkelde. Zij waren de stijfste aanhangers van Judaïsme in tegenstelling tot die Joden die door Hellenistische invloeden waren beïnvloed. Hasidim leidde de weerstand tegen de hellenizerings campagne van Antiochus IV van Syrië, en zij kwamen grotendeels in de vroege fasen van de opstand voor van Maccabeeën of Machabees, Joodse families van de 2d en 1st eeuw voor Christus welke een restauratie van het Joodse politieke en godsdienstige leven bewerkstelligde. Zij worden ook Hasmoneans of Asmoneans genoemd naar hun voorvader, Hashmon. Hun rituele striktheid heeft sommigen veroorzaakt om hen als voorlopers van Farizeeërs te zien. Doorheen de Talmoedische periode werden talrijke als Hasidim omschreven.[4] Het gewone volk walgde nu van de gehelleniseerde priesters en koos meer en meer partij voor de Chassidim. Er brak een periode van martelaarschap aan toen joden in het hele land werden gedwongen zich in heidense gebruiken en offers te schikken of te sterven.[5]

De hellenisering van de Joden in de pre-Hasmoneaanse periode werd niet door iedereen weerstaan. In het algemeen, accepteerden de Joden vreemde overheersing wanneer ze enkel werden gevraagd om er erkenning aan te geven. Wanneer zij formeel alleen maar hulde hoefden te brengen te brengen, en zich verder zelf intern mochten besturen was er geen probleem . Toch geraakten de Joden verdeeld tussen dezen die  de hellenisering begunstigden  en diegenen die zich daar  tegenover verzetten. Zo groeide de verdeeldheid tussen hen die trouw aan de Ptolemaeën verkozen, en diegenen die de Seleuciden verkozen. Toen hogepriester Simon II stierf in 175 vGT, brak er een conflict uit tussen de aanhangers van zijn zoon Onias III (die tegen hellenisering was, en de Ptolemaeën verkoos) en zijn zoon Jason (die de voorkeur gaf aan hellenisering, en de Seleuciden verkoos). Een periode van politieke intriges volgde, met priesters zoals Menelaus die de koning omkocht voor het hoge priesterschap te verkrijgen, en beschuldigingen van moord van concurrerende kanshebbers voor de titel. Het resultaat was een korte burgeroorlog. De Tobiads, een filo-Hellenistische partij, slaagden er in om Jason in de machtige positie van de Hogepriester te plaatsen. Hij vestigde een arena voor openbare spelen dicht bij de tempel. (Ginzberg, Lewis. “The Tobiads and Oniads.”. Retrieved 2007-01-23. Jewish Encyclopedia.) Auteur Lee I. Levine merkt op: “De ‘pièce de resistance’ van Judese hellenisering, en de meest dramatische van al deze ontwikkelingen, kwam in 175 vGT toen de hogepriester Jason Jeruzalem bekeerde tot een Griekse polis vol met gymnasiums en ephebeion (2 Makkabeeën 4). Of deze stap het hoogtepunt van een 150-jaar durend proces van hellenisering werd binnen Jeruzalem in het algemeen, of dat het slechts het initiatief was van een kleine kliek van Jeruzalemse priesters zonder wijdere vertakkingen, is voor decennia besproken geworden. “(Levine, Lee I. jodendom en hellenisme in de oudheid: conflict of samenvloeiing Hendrickson Publishers, 1998 pp 38 tot 45 Via.. “De impact van de Griekse cultuur op normatieve jodendom.”)

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Constantijn (C., Flavius Valerius Constantinus) trachtte het christendom met bepaalde heidense gebruiken en leerstellingen te versmelten, en hij ondernam de eerste stappen om deze fusiereligie tot de officiële staatsreligie te maken. Aldus werd Griekenland een deel van de christenheid.

Constantijn was tijdens de vervalperiode van het Romeinse Rijk de Grote keizer (306–337 G.T.) en verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk van Rome naar Byzantium, welk hij ter ere van zichzelf Constantinopel noemde.

In 321 G.T. verordende Constantijn dat de zondag (Lat.: dies Solis, een oude titel die verband hield met astrologie en zonaanbidding, niet Sabbatum [sabbat] of dies Domini [dag des Heren]) een rustdag voor iedereen, behalve voor de boeren, zou zijn. Constantijn bovendien plaatste de zondag onder de bescherming van de Staat. Constantijn spreekt niet van de dag van de Heer, maar van de eeuwige dag van de zon zoals de gelovigen in Mithras ook zondag evenals Kerstmis waarnamen.

Mesopotamische kalksteen rolzegel en afdruk: verering van Šamaš de zonnegod (Louvre)

Geloof in het oude polytheïsme was door elkaar geschud; in flegmatieker naturen, als de Romeinse keizer Diocletianus, en toonde haar kracht enkel in de vorm van bijgeloof, magie en waarzegging. Waarschijnlijk erkenden veel van de meer edelmoedigen de waarheid in Judaïsme en christendom, maar geloofden dat zij er deel van konden gaan uitmaken zonder verplicht te worden te verzaken aan hun heidense praktijken en verering van o.a. hemellichamen. Zulk iemand was Keizer Alexander Severus; een andere gelijkdenkende was Aurelian, wiens opinies bevestigd werden door Christenen zoals Paulus van Samosata. Niet alleen Gnostici en andere ketters, maar ook Christenen die zich als gelovige beschouwden, namen de maatregelen aan om de zon te vereren. Ook Constantijn koesterde dit verkeerde geloof.[6]


[1] Christian Athens, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Arianism., Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[3] Notion and characteristics, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[4] In de 18de Eeuw zou deze beweging opnieuw, voor de derde keer, opgenomen worden, maar nu in Oost Europa, door rabbijn Yisroel ben Eliezer (1698-1760) ook gekend als Rabijn Israël Baal Shem Tov (Hebreeuws voor Meester van de Goede Naam)als reactie tegen overdreven legalistische Judaïsme.

[5] S. Lieberman, Hellenism in Jewish Palestine (1962); S. G. Kramer, God and Man in the Sefer Hasidim (1966); A. L. Lowenkopf, The Hasidim (1973).

[6] The original Catholic Encyclopedia

Schijnbaar onmogelijke opdracht

Leven in een vredige nieuwe wereld

Leven in een vredige nieuwe wereld - Getuigen voor een betere toekomst

Op het eerste gezicht lijkt de opdracht van Jezus om uit te trekken en te gaan verkondigen een onmogelijke opdracht voor ons.
Indien wij echter de Handelingen van de apostelen ter hand nemen zien wij dat wij niet alleen zijn met onze twijfels en moeilijkheden omtrent het verspreiden van het Goede Nieuws of Gospel.
De Heilige Schrift lijkt vol onmogelijke verwachtingen of eisen. Vele opdrachten naar ons toe zijn ook niet haalbaar op menselijke kracht alleen. Ook Jezus vraagt ons om dingen te doen welke wij niet alleen kunnen verrichten. Maar aan de apostelen had Hij een Helper belooft welke op Pinksterdag is gekomen. Allen werden zij vervuld van de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Het was de Kracht van God welke hun mogelijkheden gaf naargelang de Geestesadem hun gaf uit te spreken.
Wij kunnen ook onze hoop uit drukken dat God ons zal begeleiden en ons de mogelijkheden zal geven om ons te laten spreken zoals God wil dat wij spreken. Zodat anderen ons als het ware in tongen de grote dingen van God zullen kunnen horen vertolken, dit wil zeggen in een taal die voor onze toehoorders verstaanbaar zal zijn en juist niet een soort wartaal zal zijn, maar in hun eigen taal.
Misschien is de tijd gekomen dat onder ons ook jonge mannen visioenen zullen schouwen en ouderen dromen zullen vertellen, als ware nieuwsberichten, waarschuwingen of profetische gedachten.
Bloed en vuur hebben deze aarde steeds omringd, maar walmende rook heeft misschien aan intensiteit toegenomen en tekenen zijn met de dagen der tijden duidelijker geworden. Het komt er op aan om de blinden nu te laten zien, welke tekens God ons gegeven heeft. Woorden van Leven kunnen wij aanbieden aan hen die willen horen. Aan ons is de taak gegeven die Blijde Boodschap te verkondigen.
God heeft Jezus als Leidsman en Verlosser verheven en naar Hem kunnen wij opkijken en Zijn voorbeeld trachten na te volgen. Dit heeft tot gevolg dat wij soms op de rand van de afgrond moeten stappen om verder te gaan. Onaangename confrontaties mogen wij verwachten indien wij de Heer willen volgen.
Ook Paulus voorbeeld kunnen wij ter harte nemen. In Damascus was hij vrijmoedig opgetreden in de naam van Jezus en hij probeerde ook de angst voor de oorspronkelijke leerlingen van Christus die bang waren voor hem als Saulus, de Christen vervolger, opzij te schuiven. Vertrouwelijk ging hij met de andere volgers van Christus om. Door gehoorzaamheid aan de Heer nam het werk van de gemeenschap toe en werd de Kerk door de Heilige Geest versterkt. Het ledenaantal nam toe onder de bemoediging van de Heilige Geest. en dat is waar wij vandaag ook op hopen, dat de Kerk verder mag groeien en waar zij leek doodgebloed dat zij terug mag opschieten en ontluiken om weer vrucht te dragen.
Dat de Heilige Geest ook ons zal bemoedigen en steeds meer mensen zal doen aansluiten ter verheerlijking van God.
Dat wij mogen gered worden en begeleid worden om op de juiste wijze het Woord van God te verkondigen en anderen aan te moedigen de juiste Weg te volgen en Gods Woord lief te hebben met de verwachting van het komend Koninkrijk van God.
Indien wij een zuiver perspectief hebben is het makkelijker om te leven voor het geloof. Wij mogen er op vertrouwen dat er een Kracht is die ons zal dragen.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: