An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Joden’

Verhoging Afdwaling

De vroege dagen van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.3.              Verhoging Afdwaling

Het christendom bereikte proconsulair Afrika in de tweede, misschien reeds bij het sluiten van de eerste eeuw. Er waren constante betrekkingen met Italië. Het spreidde zeer snel over de vruchtbare gebieden en het brandende zand van Mauritanië en Numidië uit. In 258 kon er een synode van zevenentachtig bisschoppen samen komen, en in 308 hielden de afgescheurde Donatisten een raad van twee honderd zeventig bisschoppen in Carthago. De bisdommen, natuurlijk, waren klein in die dagen.

Jerome

Codex Balliolensis van Terullianus

De oudste Latijnse vertaling van de Bijbel, verkeerd genoemd „Itala“ (de basis van Jerome zijn “Vulgata“) werd waarschijnlijk in Afrika en voor Afrika gemaakt, niet in Rome en voor Rome, waar op dat ogenblik de Griekse taal onder Christenen heerste. De Latijnse theologie, ook, was niet geboren in Rome, maar in Carthago. Tertullius of Tertullianus, is er de vader van. Minutius Felix, Arnobius, en de Cyprioot bewijzen de activiteit en de welvaart van het Afrikaanse christendom en theologie in de derde eeuw. Het bereikte zijn hoogtepunt tijdens het eerste trimester van de vijfde eeuw in het intellect en het brandende hart van St. Augustinus, maar spoedig na zijn dood (430) werd het begraven eerst onder barbarisme van de Vandalen, en in de zevende eeuw door de Moslimverovering. (Volgens de overlevering moedigde hij de bewoners van Hippo aan om zich te verzetten tegen de Vandalen, vooral omdat de Vandalen een Ariaanse variant van het christendom aanhingen, die Augustinus als ketters beschouwde.)  Maar toch leidde zijn geschriften Christelijke gedachten in de Latijnse kerk door de middeleeuwen, bevorderde de Hervormers, en werd het een essentiële kracht voor velen vandaag.

Vanaf de tweede helft van de eerste eeuw G.T. verhoogde het afdwalen en sloop afval de gemeenten binnen, en werden velen erdoor beïnvloed. Zogenaamde christenen raakten geïntegreerd met de natiën van de wereld en konden niet van de wereld om hen heen worden onderscheiden.

Na de zogenaamde bekering van Constantijn in de vierde eeuw stroomden de heidenen in grote aantallen naar de vorm van christendom die toen de boventoon voerde. Met welk gevolg? Het boek Early Christianity and Paganism verklaart: „De betrekkelijk kleine groep echt serieuze gelovigen ging verloren in de grote massa zogenaamde christenen.”

Hoe waar bleken Paulus’ woorden te zijn! Het was alsof het ware christendom werd opgeslokt door heidens bederf. En nergens was deze bezoedeling duidelijker merkbaar dan in de viering van feestdagen.

De eerste vijftien bisschoppen van christendom waren besneden Joden, zij hielden zich aan de Wet en waren eerder onvriendelijk naar het heidendom toe, terwijl zij vriendelijke betrekkingen met de leiders van de synagoge vasthielden. Vele halakic en haggadic bespreking zijn in de Talmoed geregistreerd zoals deze plaats hebben genomen tussen de Christenen en de Rabbi’s. Vermoedelijk heeft de Christelijke Gemeenschap of Kerk van de Heiligen, zichzelf niet onderscheiden van de uiterlijke vorm van de “Ḳehala Ḳaddisha”[1] te Jeruzalem, onder welke naam de Essenen gemeenschap, waartoe Johannes de Doper oorspronkelijk toe behoorde, de ondergang van de Tempel overleefde.[2] (De vroegste vermelding van de Essenen is in Josephus‘ verhaal over ene Judas de Essener, over wie wordt gezegd dat hij de moord van Antigonus door Aristobulus I in 104 v.Chr.had voorspeld.)

The romanticized woodcut engraving of Flavius ...

The romanticized woodcut engraving of Flavius Josephus appearing in William Whiston’s translation of his works. (Photo credit: Wikipedia)

Tussen het ethische en apocalyptische onderwijs van de Evangelies en Epistels en het onderwijs van Essenen van die tijd, zoals aangegeven in Philo, in Hippolytus, en in de Ethiopische en Slavische Boeken van Enoch, evenals die in de rabbijnse literatuur wordt gegeven, is de gelijkenis dusdanig dat de invloed van de laatstgenoemden op de eerstgenoemden nauwelijks kan worden ontkend. Niettemin, is de houding van Jezus en zijn discipelen totaal anti-Esseen, een beschuldiging en loochening van Essene gestrengheid en ascetisme; maar vreemd, terwijl de Romeinse oorlog een beroep deed op mensen van actie zoals de Zeloten, werden de mensen van een vreedzamere en onrealistische aard, die eerder genoeg Essenen waren geworden, meer en meer aangetrokken door het christendom, en gaven de Kerk haar andere wereld karakter; terwijl het Judaïsme een praktischer en meer wereldse kijk op de dingen had, en Essenisme toe stond om slechts in traditie en geheime overlevering te leven.[3] De Essenen braken met het officiële priesterschap, namen niet deel aan religieuze diensten en offers in de tempel, maar hielden zich aan de andere kant strikt aan de Wet. Net als de Farizeeën, met wie zij in menig opzicht overeenkomst vertoonden, vielen zij ten prooi aan hellenistische invloeden en gingen zij geloven in een onsterfelijke ziel.

De Apostelen waren zich ervan bewust dat het Evangelie aan alle naties moest worden gepredikt, en pas dan de voltooiing zal komen, en daarom drukten zij hun hoop opdat mensen het Woord van God zouden blijven bestuderen en aan evangelisatie zouden blijven doen.


[1] Meshullam vormde een maatschappij genoemd “Ḳehala Ḳaddisha”  (de Heilige Gemeenschap), omdat zijn leden één derde van de dag aan de studie van de Thora, één derde aan gebed en het overblijvende derde wijdden aan werken (Yer. . Sheni 53d; Eccl. R. ix. 9).
Read more: http://www.jewishencyclopedia.com/view.jsp?artid=758&letter=S#ixzz15AWdlkt6

[2] Ber. 9b; vergelijk Eccl. R. ix. 9: ‘Edah Ḳedoshah

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Vredelievende waarheidzoekers.

De jodenconversos (bekeerlingen) genoemd, en Moren die zich in de 14de eeuw, dikwijls uit de angst voor het antisemitisme en de pogroms van juni 1391,  tot het christendom hadden bekeerd bleven dikwijls in het geheim trouw aan het voorvaderlijk geloof. Het waren mensen die wilden vasthouden aan het geloof in één enkele God en niet in de drie godheden waartoe de ‘mainstream’ van het Christendom was naar over gegaan. Maar over geheel Europa zo wel als Azië bleven er broeders en zusters in Christus het geloof in de Ene Ware God verkondigen. Deze gelovigen wensten niet toe te geven aan de Drievuldigheidsgedachte en legden zich er op toe hun geloofsregels uit de Bijbel te halen in plaats van menselijke regels op te volgen.

Ook al mag godsdienst gebaseerd zijn op openbaringen door niet empirisch of ‘zuiver rationeel’ aantoonbare persoonlijkheden of actoren (God, goden, geesten, engelen etc.), is het waarheidsbegrip ook nauw verweven met dergelijke bovennatuurlijke openbaringen. Volgens de navolgers van christus kwam het er op aan Jezus ten volle na te volgen en zich te houden aan de Oude Geschriften, naast de verrijking van de evangeliën en brieven van de apostelen. Inzicht in de waarheid kon volgens hen volkomen verkregen worden door de bestudering van dit Oude Testament en het Nieuwe Testament. Veel dogmatische en bevindelijke theologieën gingen en gaan er nog steeds van uit dat de Bijbel als woord van God onfeilbaar juist is, ook vanuit historisch perspectief.

Spiritueel verlichte personen trachtten anderen het Licht te laten zien door de kennis van het Woord van God te vergroten. Een groot probleem hierbij was wel dat de Rooms Katholieke Kerk zich verzette tegen de kennis van de Heilige Schrift. Volgens hun geestelijke leiders waren de mensen niet opgewassen tegen de inhoud van die geschriften. De kennis van de Heilige Schrift zou echter ook bepaalde onschriftuurlijke regels blootleggen.

De bisschop van Rome was in het westen de “primus inter pares” (=”de eerste onder de gelijken”) geworden. Deze had meer en meer gezag gewonnen als hoofd van de Kerk, hoewel de gelovigen in het Griekstalige Oosten zich meer oriënteerden op de patriarch van Constantinopel en de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed bleven houden.
In de loop van de 10e eeuw had de keizer van het Duitse Rijk gaandeweg de verregaande bevoegdheid verworven om bisschoppen te benoemen (dit werd symbolisch tot uitdrukking gebracht bij de ambtsaanvaarding waar de bisschop uit handen van de vorst de investituur (=bekleding) ontving, die bestond uit een ring voor zijn geestelijke taak en een staf voor zijn wereldlijke arbeid). Dit was voor veel geestelijken vanzelfsprekend een buitengewoon onverkwikkelijke zaak: tijdens de 11e eeuw  was er daarom een hervormingsbeweging op gang gekomen, de zgn. Gregoriaanse hervorming, onder meer in de abdijen van Gorze en Cluny, die de invloed van de wereldlijke macht op de benoeming van de bisschoppen wilde uitbannen. De Katholieke Kerk wenste haar macht uit te breiden en verlange ontegensprekelijke gehoorzaamheid en volgzaamheid. Met de investituur op straffe van excommunicatie kon paus Gregorius VII (ca. 1020/1025-1085) het kerkelijk gezag aan de wereldlijke macht ontnemen en het primaat van de Kerk verstevigen. er kwam een hele Investituurstrijd op gang. Er waren niet alleen problemen tussen de keizers en koningen; ook in de tweede helft van de dertiende eeuw waren er verscheidene conflicten met invloedrijke Romeinse families die aanleiding gaven voor de pausen om uit te wijken naar verschillende andere Italiaanse steden, onder andere Viterbo, Orvieto, en Perugia. Paus Bonifatius VIII (1294-1303) raakte door zijn bemoeienissen met wereldse zaken en door zijn claim op de hoogste positie binnen Europa in een ernstig conflict met Filips de Schone van Frankrijk. Er ontstond een machtsvacuüm in Italië en de strijd tussen rivaliserende steden en machtige families bedreigde de macht van de paus over de Kerkelijke Staat en de stad Rome zelf. Men had de Franse paus Clemens V (1305-1314) en Robert van Genève (1342–1394), de bisschop van Kamerijk, die tot tegenpaus Clemens VII werd verkozen tegenover de aartsbisschop van Bari, Bartolomeo Prignano (ca. 1318–1389) paus Urbanus VI.  De zogenaamde onfeilbare pausen begonnen nu driftig elkaars besluiten nietig te verklaren en elkaars volgelingen te excommuniceren. Om de ontstane impasse te doorbreken en een nieuwe kerkelijke scheuring te voorkomen werden tijdens het Concilie van Pisa (1409) de twee rivaliserende pausen afgezet en werd de aartsbisschop van Milaan Petrus van Candia (1340-1410) tot de nieuwe paus, en bijgevolg het hoofd van de heilige katholieke kerk, gekozen. dit leidde echter niet tot een afdoende oplossing en creëerde zelfs het bestaan van drie regerende pausen. Het Concilie van Konstanz (1414-1418) maakte aan deze delicate situatie echter een einde: de eerste paus trad af, de tweede paus werd gedwongen zijn aanspraak op de zetel van Petrus in te trekken en de derde paus: de voortvluchtige tegenpaus Johannes XXIII (ca. 1370-1419) (niet te verwarren met de latere paus Johannes XXIII), de opvolger van Alexander V (die na een kort pontificaat van slechts tien maanden was overleden), werd opgepakt en gevangengezet en pas na het concilie weer vrijgelaten, zodat er nu tot vreugde van de Kerk een nieuwe paus gekozen kon worden: de kardinaal-diaken van de San Giorgio in Velabro Oddone Colonna paus Martinus V (1417-1431).

De Bijbelstudent Nicholas Van Hereford of Nicholas of Herford, (stierf c. 1420, Coventry, Warwickshire, Eng.), was een theologische geleerde en voorstander van de Engelse hervormingsbeweging binnen de Romeinse Kerk die later terugkwam op zijn onorthodoxe overzichten en deelnam aan de repressie van andere hervormers.

Nicholas of Hereford en John Wycliffe die de "arme priesters" de Bijbel vertaling meegeven

Nicholas werd in 1370 aangesteld en ontving later een doctoraat van Oxford in theologie (1382) . Terwijl studeerde aan Oxford werd hij door Wycliffe (ca. 1328/1330–1384) , de stichter van een evangelische christelijke groep Lollards, beïnvloed. Hij ontwikkelde de hervormingstheologie van Lollardism verder door in zijn eigen preken. Ook hij gaf de administratieve luxe aan en bevestigde het recht van iedere Christen om zijn persoonlijk geloof door meditatie op de Bijbel te vestigen. Hij en Wycliffe, samen met andere Lollards, werden voor hun zienswijze veroordeeld en werden opgeroepen om te verschijnen voor de Aartsbisschop van Canterbury zijn rechtbank in 1382. Toen zij weigerden te verschijnen, werden zij geëxcommuniceerd.

Nicholas geloofde met de vertaling van het Oude Testament toegerust te zijn. Deze Hebreewse Geschriften in de Engelse vertaling werden door hem in 1382 vervolledigd. Het is goed mogelijk dat de gekende Wycliffe Bijbel eigenlijk meer gebasseerd is op Nicholas’ zijn onderzoekswerk en studie van de oude geschriften. Namelijk uitgaande van Nicholas van Hereford’s vertaling bracht Wycliffe meerdere Engelstalige bijbels in omloop. Al liep deze vertaling zeer veel kerkekelijke tegenstand op vond zij haar weg door het koninkrijk Engeland.  In 1408 besloot een synode van klerken bijeengeroepen door de aartsbischop van Arundel te Oxford om een verbod op te leggen op de de vertaling en het gebruik van de Bijbel in de spreektaal. Ook al werden er strenge maatregelen getroffen leek het een maat voor niets want de verbreiding zette zich gestaag door. In de loop van de volgende eeuw zou de overgetekende versie van Wycliffe de enige Engelse Bijbelversie zijn. Hij behaalde een wijdverspreide populariteit en met meer dan 200 overgebleven manuscripten kunnen wij het bewijs zien van deze meest gekopieerde Bijbelvertaling tussen 1420 en 1450.

Bij zijn excommunicatie verzocht Nicholas onmiddellijk paus Urbanus VI zijn geval te bekijken, maar hij werd opnieuw veroordeeld en werd tot gevangenschap voor het leven veroordeeld. Hij ontsnapte tijdens een populaire opstand tegen de Paus in juni 1385, maar werd door de Aartsbisschop van Canterbury gevangen genomen bij zijn terugkeer naar Engeland. Hij werd onderworpen aan een strenge behandeling in het Kasteel van Saltwood, Kent (1388–89), en er werd de hand gelegd op zijn schrijven op bevel van Koning Richard II die de geschriften, tijdens Nicholas gevangenschap in Saltwood Kasteel, liet vernietigen, hoewel documenten van de periode zijn Bekentenis van 1382 bewaren en andere openbare verklaringen van zijn geloof .

Onder druk herriep hij zijn geloof in 1391 en werd koninklijke bescherming gegund. Hij werd als theologische ondervrager van verdachte ketters aangesteld. Kroniekschrijvers van zijn tijd halen aan dat hij krachtig discussieerde met zijn voormalige Lollard collega’s . Hij werd aangesteld als kanselier van Hereford Kathedraal (1391) en in 1395 werd hij kanselier van Sint Paulus te Londen. Van 1397 tot 1417 was hij schatmeester aan Hereford; kort voor zijn dood trad hij van de post af en ging een kartuizer klooster binnen.

John Wycliffe in his study

John Wycliffe in zijn bureau

John Wycliffe, de Oxfordse doctor in de theologie (1360 Balliol college & later universiteit) en pastoor te Lutterworth, waar hij ook geïnteresseerd geraakte in de politiek, wilde de wijsbegeerte terugbrengen tot de Bijbel en de kerkvaders. Hij was er zich bewust van dat de Kerk een aardse bedoening was, die eigenlijk geen aards bezit mocht hebben. De goederen die zij bezat diende zij terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren, wat Wycliffe veel steun bezorgde van de Engelse adel.
De aardse kerk als instituut had geen invloed op de uitverkiezing van gelovigen en door God uitverkorenen. Hij vocht aan wat er door de eeuwen gegroeid was van scheiding en ontstane hiërarchieën.  Wycliffe keerde zich tegen de kerkorganisatie, tegen de pausen, priesters en religieuze orden. Volgens hem mochten zij die het Woord van God wensten verkondigen zich niet hechten aan materie of positie en was er dus geen rangorde in de organisatie van volgelingen van Christus.  Zij die Jezus lief hadden zouden ook datgene moeten doen wat Jezus van hen vroeg. De prediking van Jezus moest verder verkondigt worden door mensen met een eenvoud van karakter en zonder winstbejag. De “poor preachers” werden door Wycliffe uitgezonden om het evangelie in de eigen landstaal te verkondigen. Ook al werd hij door de koning en het Engelse parlement graag gezien werd hij door paus Gregorius XI openlijk aangeklaagd. Hij werd gewraakt en in 1377 liep er een arrestatiebevel tegen hem, maar hij werd toen niet in Engeland opgepakt. In 1382 werden zijn werken door de synode van London veroordeeld en werden zijn geschriften te Oxford verbannen.

“The King’s English”  had het Frans verdrongen en kon als verstaanbare taal naar de burgers toegebracht worden. Met deze taal en de versie van het volk, wenste hij het Boek der Boeken tot het volk te brengen. Na zijn dood zijn de “Lollards” in de geest van Wyclif verder gegaan met het preken in de volkstaal. De Engelse theoloog, priester en bijbelvertaler William Tyndale (ca. 1494–1536) of William of Tindale reisde in 1525 naar Keulen, Worms en Marburg waar hij het mogelijk zou maken dat de Engelsen de Heilige Schrift ook in hun eigen taal zouden kunnen gaan lezen. Tyndale was de eerste om aanzienlijke delen van de Bijbel in het Engels te vertalen, voor een amateurlezerspubliek (Worms 1526) . In 1529 hielp Miles Coverdale (1488?-1569) hem in Hamburg de Pentateuch te vertalen. Terwijl er reeds enkel gedeeltelijke en volledige vertalingen van de Bijbel waren gemaakt van af de zevende eeuw en in het bijzonder tijdens de 14de eeuw, was de Tyndalevertaling de eerste Engelse vertaling  rechtstreeks uit het Hebreeuws en uit de Griekse teksten. In de vertaling werd voor het tetragrammaton YHWH en de klinker van adonai: YaHoWaH gekozen voor het plaatsen en aldus kenbaar maken van de Naam van God: Jehovah. Verdere werden ook andere nieuwe woorden in het Engels gebracht zoals: Passover en Atonement en uitdrukkingen als het zout der aarde: salt of the earth. Ook was het de eerste vertaling die gebruik maakte van het nieuwe communicatiemiddel der drukkunst. Deze nieuwe vermenigvuldigingsvorm gaf de mogelijkheid om voor een wijde distributie te zorgen. Dit werd als een rechtstreeks uitdaging genomen  naar de hegemonie van zowel de rooms-katholieke Kerk als de Engelse kerk en staat. Aan zijn wijze van vertalen en ook aan zijn aantekeningen is de invloed van Luthers leer duidelijk te merken. In Engeland verzette de geestelijkheid zich hevig tegen de vertaling van de Bijbel. Uit het vasteland binnengesmokkelde exemplaren werden in beslag genomen en verbrand op bevel van Tunstall.

Portret van William Tyndale

De katholieke geestelijkheid verdroeg niemand die haar positie betwiste en kon het helemaal niet op prijs stellen dat er predikers waren die de mensen lieten horen wat er werkelijk in de Bijbel stond. Op de vlucht voor de kerkelijke achtervolgers ging Tyndale naar het boekdrukcentrum Antwerpen, waar hij bij de uit Frankrijk afkomstig drukker en uitgever Merten de Keyser (Martin Lempereur, Martinus Caesar, Martyne Emperowr)(?-1536), die een volledige Franse druk van de Bijbel maakte, een herziening van zijn Nieuwe Testament (1534), een vertaling van de Pentateuch en verscheidene theologische geschriften het licht liet zien. Merten de Keyser had ook in het Nederlands het Nieuwe Testament uitgegeven in 1525 (Dat nieuwe testament ons heeren Jesu Christi met alder neersticheyt oversien, ende verduytst), psalmboeken, en ander religieus werk. Zijn wapenschild is opgenomen in de tweede complete Nederlandstalige Bijbel van zijn collega Willem Vorsterman in 1528 in Antwerpen; dit wijst op een vorm van samenwerking tussen twee drukkers in dezelfde straat. In 1534 verzorgde hij ook de herziening van de Latijnse Vulgaat door Robert I Estienne (Robert Etienne, Robert Stephens, Robertus Stephanus) (1503 – 1559).

Vanuit Antwerpen kon Tyndale met de Keyzer het vervoer van zijn boeken verzorgen, een onthaaldienst voor Engelse vluchtelingen organiseren en de politieke verwikkelingen in Engeland op de voet volgen via informanten. Voor de Engelse markt drukte Merten de Keyser in 1528 William Tyndales The obedience of a Christen man, en in 1530 diens The practyse of Prelates alsmede diens vertaling van de Pentateuch. Tyndales Exposition of the fyrste Epistle of seynt Ihon kwam van onder de persen in 1531 waarna George Joyes vertaling van Isaiah, en Tyndales vertaling van Jonah volgden. Reeds in 1534 kon er een tweede herziene druk van Tyndales Bijbel voorzien worden. Ook publiceerde de Keyzer dan Joyes nieuwe uitgave van de Davids Psalmen gebaseerd op de Latijnse versie van Zwingli, en Joyes vertaling van Jeremiah. Volgens een onderzoek van Guido Latré in 1997, was het ook Merten de Keyser die de allereerste complete Engelse Bijbel drukte in 1535, de Coverdale Bible, waarvan de 1539 foliouitgave “the Great Bible” de koninklijke vergunning droeg en daarom de eerste officieel goedgekeurde Bijbel vertaling was in het Engels.

William Tyndale op de brandstapel in Vilvoorde 1536

Maar ook in Antwerpen was Tyndale niet veilig voor de Inquisitie. Men nam hem daar gevangen en bracht hem naar Vilvoorde waar verscheidene mensen gefolterd werden vooraleer zij hun dood vonden op de brandstapel. Ook deze gepassioneerde waarheidszoeker vond de marteldood op 6 september 1536 door wurging en verbranding op het binnenplaats van het kasteel van Vilvoorde. Een gedenksteen in de stad Vilvoorde en een klein museum ‘William Tyndale’ bij de protestantse William Tyndalekerk aldaar (Lange Molensstraat 58, bij de Mechelse steenweg – maar een verhuis naar een andere locatie wordt voorbereid) herinneren aan zijn levenswerk en zijn gewelddadige dood als martelaar. De Tyndale Bijbel, zoals hij gekend werd ging een hoofdrol spelen in het uitspreiden van Reformatie ideeën over Europa. De vierenvijftig onafhankelijke geleerden die de Koning James Versie van de bijbel of King Jamesbijbel in 1611 creëerden tekenden beduidend op de vertalingen van Tyndale.  Een schatting stelt voor dat het Nieuwe Testament in de Koning James Versie 83% van Tyndale is en voor het Oude Testament 76%.

Wolfgang Fabricius Capito (1478–1541), Martin Cellarius (1499–1564), Johannes Campanus (ca. 1500–1575) en Thomas Emlyn (1663–ca. 1741) aanvaardden de bijbel als Gods Woord en verwierpen de Drieëenheid. Ook Henry Grew (1781–1862) en George Storrs (1796–1879) aanvaardden de bijbel en verwierpen de Drieëenheid, en tevens brachten zij waardering tot uitdrukking voor het loskoopoffer van Christus.

In 1478 werd de Spaanse Inquisitie door de Reyes Católicos van Spanje opgericht om de katholieke orthodoxie te handhaven tijdens hun heerschappij.

6 Oktober 1530

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #10 De Inquisitie

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

 

De Inquisitie.

Gedurende de drie eerste eeuwen werden tegestanders van het door het staatsaparaat erkende geloof uitlsuiten gestraft op geestelijk vlak. Maar met Constantijn en zijn opvolgers kwam hierin verandering. Sedert Valentianus I (364-378) werden vele wetten tegen zogenaamde ketters uitgevaardigd. De straffen werden confiscatie der goederen, verbanning, het verlies van het recht om een testament te maken, enz.. Eerst stond alleen op het Manicheïsme en het Donatisme de doodstraf, maar in de 11° en 12° eeuw is er al herhaaldelijk sprake van anders gelovigen die aanschouwd worden als maatschappelijk gevarlijk en beter ter dood worden gebracht. De vervolging gaat bijna altijd uit van de spontane verontwaardiging van het volk.[1]

Sedert het midden van de 12° eeuw wordt de toestand anders.
De Katharen verspreiden zich meer en meer, verbonden met de Waldenzen worden zij aanzien als een gevaar voor Kerk en maatschappij. In 1157 werd tijdens het Concilie van Reims voor het eerst opgeroepen tot de vervolging van ketters. Op de synode van Verona (1184) vaardigde Lucius III in tegenwoordigheid van en in samenwerking met koning Frederik Barbarossa een constitutie uit, waarin hij de excommunicatie hernieuwde tegen alle ketters en hun begunstigers. Deze bul Ad Abolendam (Nederlands: Met het doel af te schaffen) betekende een begin van de werkzaamheden van de Inquisitie.

Spanish Inquisition

Spaanse Inquisitie met martelpraktijken

 

Wie zich niet wilde bekeren en behoorlijk boete doen of in de ketterij was hervallen, moest aan de wereldlijke macht ter (billijke) afstraffing overgeleverd worden. Een rijksban werd door de keizer uitgesproken en er werd opgeroepen om de ketters op te sporen. De inquisitie werd een feit.

Met de Regels van Pamiers van 1211 werd de Inquisitie voor het eerst formeel geïnstitutionaliseerd op diocesaan niveau en werd de samenwerking tussen kerk en staat vastgelegd. Vanaf dat moment kon de inquisitie regionaal de vorm aannemen van een systematische vervolging van de katharen en andere andersdenkenden. In verschillende pauselijke decretalen werden telkens aspecten van de toepassing van de inquisitoriale methode verder uitgewerkt. Pas na de verschijning in 1234 van de decretalenverzameling van paus Gregorius IX beschikte men over een min of meer uniforme en consistente regels op dit gebied, in plaats van los overgeleverde relatief toevallig bekende relevante decretalen.

Een aantal religieuze groepen werden door aanscherping van de Regels van Pamiers op aandringen van paus Innocentius III  op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 en namens de hele kerk goedgekeurd.

Joden (welke hun riten mochten onderhouden) moesten een geel insigne gaan dragen zoals ook de Mohammedanen een onderscheidingsteken moesten gaan dragen. Heidenen vielen niet onder de inquisitie wetten, tenzij in bepaalde gevallen, als zij b.v. de Christenen (lees Katholieken) tot afval verleiden. Men richtte zich vooral tegen de Katharen, Waldenzen, verdachte Begijnen, Apostelbroeders enz.[2]

In 1243 besloot paus Innocentius IV dat bij de verhoren van verdachten ook marteling was toegestaan. De inquisitie vormde van toen af aan, onder rechtstreeks toezicht van de paus, een ontzagwekkende, nagenoeg onaantastbare macht, niet alleen van de Kerk over het volk, maar ook binnen de Kerk zelf.

Op het einde der middeleeuwen openbarden zich verschillende religieuze stromingen die zonder direct ketters te zijn, toch de voorbereiding van het later opkomende protestantisme bevorderden.


[1] Handboek der Kerkgeschiedenis #1 p. 539.

[2] Handboek der Kerkgeschiedenis #1 p. 541.

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: