An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Mariaverering’

Politiek en macht eerste prioriteit # 3 Verhoging van Maria en de Heilige Geest

In de vorige artikelen hebben we gezien dat geestelijken van de late derde en vroege vierde eeuw, zoals Athanasius, hun politieke invloed gebruikten om hun geformuleerde ideeën over de Drie-eenheid door te drukken zodat  op het Concilie van Nicea (325) werd besloten dat de Vader en de Zoon “van dezelfde substantie” moesten zijn. 
In het Westen had men Hilarius van Poitiers ( ca. 315367), en in het Oosten Basilius van Caesarea, ook Basilius de Grote[1] (c.330-379), Griekse prelaat, bischop van Caesarea in Cappadocia, en één van de Vier Vaders van de Griekse Kerk met zijn broer Gregorius van Nyssa en zijn beste vriend Gregorius van Nazianze (c.330-390) die de Nicene formule van de orthodoxe leer van de Drievuldigheid (Drie-eenheid) bleven verdedigen en de Niceense geloofsbeleidenis interpreteerden met God als één wezen in drie hypostasen als een te nemen voorwaarde om christen te zijn. Het niet-christelijk idealisme met zijn hoge morele en esthetische niveau boeide hen en men kan zich indenken dat de beleving van de heidenen door hun verering van meerdere goden een grotere devotie bleek te verwezenlijken. De kerkvaders van die tijd waren er van overtuigd dat de toelegging voor een verering van meerdere goden de kerk tengoede zou komen en daarom opteerden zij voor de gratie van de machtshebbers met instemming voor hun godendom te transplanteren naar hun christelijke figuren, zodat de Maagd Maria en andere heiligen ook vereerd konden worden.

De wijding van Hilarius van Poitiers ook gekend als de ‘Athanasius van het Westen’ – Prent uit een 14e eeuws manuscript.

Het arianisme was een belangrijke levensbeschouwelijke stroming. Ook de keizer van het West-Romeinse Rijk, Constantius II, was het arianisme vriendelijk gezind. Hilarius verzette zich tegen de door de keizer geëiste veroordeling van kerkvader Athanasius en daarmee van de geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan andere Gallische bisschoppen meededen, en werd daarom naar Klein-Azië verbannen (356359). In deze periode schreef hij zijn hoofdwerk, De Trinitate (‘Over de Drievuldigheid‘). In zijn De synodis seu de fide orientalium (‘Over de synoden of de geloofstrouw van de Oosterse bisschoppen’) gaf hij daar een historische toelichting bij.
In het Griekse Oosten geraakte hij nog veel beter thuis in de christologische strijd en deze zette hij, in 360 teruggekeerd, in Gallië voort, in de eerste plaats tegen Saturninus van Arles op een synode te Parijs (361) en enige jaren later – met weinig onmiddellijk succes – tegen Auxentius van Milaan.

Voorafgaand: Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme

De vroege dagen van het Christendom

2.2.3 Politiek en macht de eerste prioriteit: Verhoging van Maria en de Heilige Geest

De keizer Constantinus voltooide wat Paulus was begonnen –  een wereld vijandig aan het geloof  waarin Jezus had geleefd en wasgestorven. De Raad van Nicea of Oecumenische Concilie in Nicea in 325 bepaalde dat de Kerk en de Synagoge niets gemeenschappelijk zouden moeten hebben, en dat wat er ook van de eenheid van God en van de vrijheid van de mens sloeg of een Joods aspect van verering aanbood, van het Katholiek Christendom moest worden geëlimineerd. Alles wat er maar op zou kunnen wijzen dat Jezus zijn leer op de Joodse leer  zou geschoeid zijn wenste men te verwijderen. Mits vele Joden de volgers van Jezus toch als een Joodse sekte beschouwden, zou het niet moeilijk zijn om  door zich te ontdoen van de Joodse verbondenheid zich als een nieuwe godsdienst te laten opmerken.

De overdracht van de zetel van macht van Rome tot Constantinopel, en het oprichten van het Oost Romeinse Rijk onder Constantinus I gaf aan Klein-Azië, en vooral aan Constantinopel, een belangrijk belang in de geschiedenis van de Kerk voor verscheidene eeuwen. De zeven oecumenische Raden van 325 tot 787 waren allen gehouden in die stad of in haar buurt, en de doctrinaire controversen op de Drievuldigheid en de persoon van Christus werden voornamelijk gedragen in Klein-Azië, Syrië, en Egypte.

Het geërodeerde rots-standbeeld van de godin Cybele op de berg Sipylus, op een vroeg 20ste-eeuwse Franse postkaart

Niet ver van Frygië (ook vaak als Phrygië gespeld) in het midwesten van de Anatolische hoogvlakte in Klein-Azië werd Montan of Montanus geboren in Ardaban (Misië) (?- 195), die zich ontdeed van zijn priesterschap van de godin Cybele en zich geroepen vond om als de profeet uit te geven als de trooster, de Parakleet, van wie Jezus beloofd had dat hij hem in de laatste dagen zou sturen.

De Romeinse Staat keurde en ontwikkelde een bepaalde vorm de cultus van de goddelijkheid van de Staat van Frygië goed. Alsook werd deze door Griekse kolonisten van Klein-Azië aangepast, en werd ze verder verspreid van daar naar het  vasteland Griekenland en zijn verdere westelijke kolonies rond de 6de eeuw vGT. In Rome, werd Cybele Magna Mater („Grote Moeder“) genoemd.  Om priester of priesteres te zijn moest men zich castreren en werden Gallos of Galli genoemd. Deze barbaarse verminking werd gerechtvaardigd door de mythe over Attis, de god van de vruchtbaarheid en minnaar van de Grote Moeder, die zichzelf ontmande onder een dennenboom. Cybeles ‘priesteressen’ gingen de uitgelaten festiviteiten voor in ceremonies met veel drank en wilde muziek, waarbij zij, en veel van haar fanatieke volgelingen, zichzelf met messen sneden. De feesten werden in grote processies gevierd nog tot 268 n.Chr. Ook de Nijldelta godin Isis (Grieks) of Aset (Egyptisch Au Set), dochter van Geb en Nut, de god van de aarde en de godin van de hemel geraakten meer verweven met de christelijke gedachten. De Egyptische Moedergodin Isis stond bekend als vruchtbaarheidsgodin zoals Cybele die in de verering werd opgenomen als evenbeeld van Maria, de moeder van Jezus, zodat deze als de ‘moeder van God’  in de cultus kon worden vereerd.[1]

De Romeinen schreven hun succes tegen Carthago tijdens de Punische Oorlogen toe aan de verheerlijking van Cybele en meerdere volgelingen en gelovigen na Montanus dachten dat hun verzoeken aan de Magna Mater of ‘Moeder Gods’ in vervulling gingen door hun toewijding aan haar.

Toen Montanus zich had bekeerd tot het Christendom nam hij de cultus van zijn godin mee over en nadat hij in een trance was gevallen begon hij aan „het profeteren onder de invloed van de Geest.“ Hij werd spoedig vergezeld door twee jonge vrouwen, Prisca, of Priscilla, en Maxirnilla, die ook aan voorspellingen begonnen. Hij kreeg het bericht dat Christus spoedig zou terugkeren en dat de Heilige Geest nu zou regeren.

Als profeet van God, overtuigd dat de Parakleet door hem sprak, kondigde Montanus de steden van Pepuza en Tymion in west-centraal Frygië aan als plaats van het Nieuw Jeruzalem. Hiervoor maakte hij het grotere Pepuza tot zijn hoofdkwartier. Zijn aanhangers, de Montanisten wachtten op de komst van de Heilige Geest om de plaats van de zoon in te nemen en een meer perfect Evangelie aan te kondigen. De Heilige Geest werd gemaakt tot het voorwerp van een exclusieve verering.

De Kerk moest die verering onderdrukken, maar zowel deze verering van de Heilige Geest als van Maria paste netjes in het raamwerk om de Heilige Drievuldigheid aanvaardbaar te maken. Door  de Anatoolse godin naar Maria te transponeren kon de moeder van Jeshua (Jezus) als de Magna Mater, de Grote Moeder, genomen worden en moest zij wel de moeder van God zijn en haar zoon Jeshua (Jezus) kon dan niet anders dan de reïncarnatie van God zijn. Nu kon zij ook tot de andere figuren  behoren als  „heilig“ of ‘apart geplaatste’ .[2]

Deze Maria verering en het maken van de Heilige Geest tot een godheid,  kwam de machthebbers ten goede en stimuleerde de handel van nog meer beeldjes en gekapte stenen.

Meer en meer werden allerlei figuren uit de heidense traditie overgenomen om als beeltenis plaats te nemen voor ‘heiligen’ uit de stroming van Jezus volgers. De anathema’s of artefacten dat in de oudheid door een bezoeker van een heiligdom aan een godheid werden geschonken geraakten alsmaar meer ingeburgerd in het christelijk geloof. Nu kon de Heilige Geest ook voorgesteld worden en kreeg deze ook een plaats op de offeraltaren en in gebedshuizen naast de vele andere artefacten die hun weg vonden in de gebedshuizen.

De Allerhoogste God, Elohim Jehovah, verafschuwt standbeelden of artefacten die vorm wordt gegeven door de mens voor verering. In het Oude Testament, werd reeds vermeld dat geen beeltenis van God hoorde gemaakt te worden. Voorwerpen die werden gebruikt voor votieve dienstenaanbod, mochten niet hergebruikt worden voor een profaan gebruik . Dergelijke voorwerpen moesten vernietigd worden. Deze voor vernietiging bestemde voorwerpen werden „vervloekt“ evenals gewijd of geconsacreerd. De gewijde beelden of anathema werden populair maar de  Apostel Paulus beschouwde ze ook als verwerpelijke standbeelden of steengravures die zouden moeten worden uitgesloten. Hij sprak over het aan de kaak stellen“ [anathema] of vervloeken „maar ook over het  „ aanbieden aan God“.Voor de eerste Christenen gold het bidden tot standbeelden als een misdaad.

De Apostel Paulus gebruikt de naam van die beeltenissen ook als de verwijzing van wat christenen zich niet mogen welgevallen. Aanbidding van beeltenissen is namelijk iets verwerpelijk voor God. Voor de Allerhoogste is het een vervloeking om met een menselijk ontwerp te worden vergeleken of uitgebeeld. Daarom gebruikt Paulus ‘anathema sit’ om uit te drukken dat “hij zij vervloekt” worde. Afbeeldaanbidders hoorden niet thuis bij de eerste christenen en werden ‘vervloekt’ of uit gesloten.  Eigenlijk zijn het afgodenaanbidders. In de betekenis van uitsluiting (excommunicatie, kerkelijke ban) is de formulering sinds de 4e eeuw tegen verschillende ketterijen gebruikt op particuliere en oecumenische concilies in de geijkte vorm “indien iemand dit of dat zegt (dat in strijd is met de besluiten van het concilie), hij zij in de ban is (anathema sit)”.[3]

Zij die hun liefde aan beelden of standbeelden toonden deden iets tegen de bevelen van God en toonden aan dat zij niet zo zeer hielden van Elohim de Hoogste God maar voorwerpen waren van afschuw en execratie aan alle heilige wezens. Voor de eerste Christenen waren zij zonder schuldgevoelens voor een misdaad die de strengste veroordeling verdient en konden zij als dusdanig niet meer deel uitmaken van de ecclesia. Bij zulke ‘verschrikkelijke daden’ moest overwogen worden hen uit de gemeenschap te verwijderen. Zij werden blootgesteld aan de zin van „eeuwige vernietiging van de aanwezigheid van de Heer“ want zij omhelsden geen blijvend geloof, zoals de zin was van geheel de mensheid vóór het zoenoffer, de rechtvaardiging en heiliging van het bloed van Christus dat de afkoop van zonden toestond.[4]

{{{název}}}

Cyrillus I van Alexandrië (Grieks: Κύριλλος Α΄ Αλεξανδρείας) (Alexandrië, 375-380 – Alexandrië, 27 juni 444) monnik en patriarch van Alexandrië van 412 tot 444. Fel bestrijder van het arianisme.

Het gebruik van het woord „anathema“werd verder gebruikt om een vloek en een gedwongen uitwijzing van de gemeenschap van Christenen te betekenen. Het werd overgenomen en werd de standaardtermijn in de kerk na de heilige Cyrillus van Alexandrië, die zijn 12 anathema’s tegen de afvallige Nestorius (in 413 GT) uitsprak. In de 6de eeuw, kwam het anathema als de strengste vorm van excommunicatie te betekenen dat een afvallige van de Christelijke Kerk formeel gescheiden werd en zijn doctrines veroordeeld; maar ook werd het gebruikt voor minder belangrijke excommunicaties, terwijl het vrije ontvangst van de sacramenten belemmerde, de zondaar verplichtend om zijn zondige staat door het sacrament van vergiffenis (Sacrament van verzoening) te rectificeren.

In de eeuw 4° hield men van de idee van de bewondering van de Heilige Geest en Magna Mater of Theotokos, de Griekse titel van Maria, de moeder van Jezus, vooral gebruikt in de Oostelijke Orthodoxe, Oosterse Orthodoxe, en Oostelijke Katholieke Kerken (het Oosters christendom). Haar letterlijke Nederlandse vertalingen omvatten `god-Drager ` ‘God baarster’ en `wie geboorte aan God’ geeft. De Raad van Ephesus die, in oppositie tegen hen werd verordend ontzegden Maria die de titel Theotokos („wie geboorte aan God“geeft) maar noemden haar Christotokos („wie geboorte aan Christus“ geeft).
In de theologische discussie over de natuur van Christus kwam het tot verschillend woordgebruik, dat voor verwarring zorgde. De mens Jezus maakte van Maria een antropotokos (Moeder van de mens Jezus), maar ook een theotokos (moeder van God). Volgens Nestorius (Nestorius van Constantinopel) kon het “eeuwig voortkomen van de Zoon uit de Vader” niet eeuwig via Maria voltrokken worden, en hij koos daarom voor de alternatieve term “christotokos” (moeder van Christus). Het leverde Nestorius een aanval van Cyrillus van Alexandrië op, die in de nestoriaanse Jezus een eenheid, die pas door de ontmoeting tussen de eeuwige Logos en de tijdelijke mens op grond van genade (van God) en vrije wil (van de mens Jezus) tot stand kwam. Hierin zou Jezus Christus niet pre-existent zijn en bovendien meenden sommigen (m.n. Dioscurus, opvolger van Cyrillus) dat de benadrukte twee naturen in een persoon zou kunnen worden geïnterpreteerd als twee personen (Jezus en Christus) in een verschijning.
Athanasius van Alexandrië in 330, Gregorius de Theoloog in 370, Johannes Chrysostomos in 400, en Augustinus gebruikte allen theotokos.[5] (De formulering Theotokos werd op het anti-nestoriaanse Concilie van Efeze in 431 bevestigd.)

Een 18e-eeuwse Russische pictogram dat verschillende soorten van de Theotokos iconen voorstelt

Naast de incarnatie van God kon nu ook de Geest op de aarde komen en kon hij bemind of aanbeden worden. In 380 zouden anathema’s die door de overspelige Paus Damasus uitgesproken werden, in de Vierde Raad van Rome, de veroordeling uitspreken over hen die zouden ontkennen dat de Heilige Geest moest bemind worden  als de Vader en de Zoon door elk schepsel [6]. Deze anathema’s werden vernieuwd door Celestinus I en Virgilius, en de oecumenische raad van 381 in zijn symbool, dat zijn plaats in de liturgie nam, formuleerde haar geloof in de Heilige Geest, „Wie te samen met de Vader en de Zoon is bemind  en verheerlijkt.“ Deze uitdrukkingen wijzen op de eenheid van de bewondering van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest; namelijk dat de één of andere Persoon van de Drievuldigheid kan bemind worden afzonderlijk maar niet met de uitsluiting van de andere twee.

De idee van een Drievuldigheid, die, aangezien de Raad van Nicea in370, en vooral door Basilicum de Grote of Basilius van Caesarea, ook Basilius de Grote en Vader van het Oosterse Monastieke Leven genoemd, (ca. 330 – 379) , het Katholieke dogma was geworden, werd natuurlijk niet alleen door Joden tegenstrijdig aan hun monotheïstisch geloof beschouwd. De echte studenten van de Bijbel vonden geen reden om in zulk een onderwijs te gaan. Voor hen was de Bijbel duidelijk met woorden zoals “de zoon van God”. Het werd nog slechter wanneer bepaalde Christenen ook deze drie-Ene God, `God de zoon‘ `God de Vader‘ samen met de God „de Heilige Geest [“ Ruaḥ Ha-Ḳodesh“]opvatten als een vrouwelijk wezen dat, haar parallellen had in al de heidense mythologieën.[7]

De respons op de Nieuwe Profetie bracht nog een splitsing onder de christelijke gemeenschappen, en vooral de meer orthodoxe geestelijkheid vocht hard om deze stroming te onderdrukken. Men geloofde dat de Frygische profeten werden bezeten door boze geesten, en dat zijn twee profetessen Maximilla en Priscilla, vrouwelijke presbyters, voorbeelden waren van mislukt exorcisme.

Montanisten, die in de tweede eeuw predikten, en uitkeken naar de komst van de Heilige Geest om  de plaats van de Zoon in te nemen en een meer perfect Evangelie aan te kondigen, gaven zeer veel aandacht aan droomduidingen en extase-ervaringen. Bij hen valt het eindtijd denken vooral op. Hun eindtijdverwachting legde hen een sobere levensstijl op met een strikte publieke en individuele moraal , vol vasten, seksuele onthouding, boetedoening, loslaten van het huwelijk en bereidheid tot het martelaarschap.

Montanus zag zich als de laatste definitieve openbaring en Priscilla bezag zichzelf als allerlaatste  profetes waarna  slechts het einde zou komen.

Hun exclusieve verering van de Heilige Geest werd wel hoog geschat en als een aan te nemen element in de godsdienst verering. Zo kon Gods Kracht als derde persoonlijkheid gestaafd worden.

Na het overlijden van Priscilla in 179 zagen de mensen dat Jezus niet terug kwam en liet het nieuwe Jeruzalem op zich wachten waardoor  aan de eindtijdprofetieën een einde kwam, toch bleef het verder bestaan tot het meer te lijden kwam onder de strenge legislatie tegen het Montanisme door keizer Justinianus I die heerste van 527 tot 565. Enkele overgebleven groepen zetten de beweging echter voort tot in de 9° eeuw.

In 380 werd zo een vervloeking of banspreuk uitgesproken door Paus Damasus, op de Vierde Raad of Concilie van Rome. Er werd  uitgesproken dat wie ook maar zou ontkennen dat de Heilige Geest moet worden bemind worden als de Vader en de Zoon door elk schepsel, deze zou verbannen worden uit de Katholische Kerkgemeenschap.  Deze anathema’s werden vernieuwd door Celestinus I en Virgilius, en de oecumenische raad van 381. De anathemata als versierselen in de gebedshuizen werden nu als een vorm van devotie aangekondigd en de liturgische gewaden en symbolen als tekenen van macht.

De Oost-Romeinse / Byzantijnse keizer Theodosius I zag dat er iets moest gedaan worden om de verscheurde christelijke kerk tot een eenheidskerk te brengen. Alsook wenste hij zijn keizerlijke macht te gebruiken  om de nog zeer grote invloedrijke groep aanhangers van het arianisme, dat door het eerste oecumenische concilie in 325 in Nicea al als ketterij was veroordeeld, zoveel mogelijk uit te schakelen.

De Heilige Geest werd nu door nog meer mensen hoog geschat en als een te vereren persoonlijkheid aanschouwd. Het geloof in de Heilige Geest als gelijkwaardige goddelijke derde persoon van de in essentie éne God werd in de – in 325 in Nicea vastgestelde – geloofsbelijdenis opgenomen.

De heilige drie-eenheid, icoon van Andrej Roebljov (ca. 1400)


[1] Jezus werd aanschouwd als de verwerkeling van God op aarde en werd als  Horus de zoon van Isis  de symbolisering van  het jaarlijks verdwijnen en opkomen van het leven, zoals dat in de landbouw zichtbaar wordt (zie ook: Geboorte van Horus). Het gebruik om poppen van de korengeest te maken bestaat nu nog altijd bij de Kopten. Tijdens de goede week wordt een voorstelling van Christus in de vorm van een mummie op het altaar gelegd van vrijdag tot zondag, omgeven door bloemblaadjes e.d. Vrouwen (mannen niet) vullen ook nog altijd potjes met aarde en zaaien daarin. Dit doet denken aan de tuin van Adonis.

[2] In deze betekenis werd de vorm van het woord anathema ooit (in meervoud) gebruikt in het Griekse Nieuwe Testament, in Lukas 21:5, waar het als „giften“ of “geschenken” wordt weergegeven.

[3] De uitdrukking werd ook gebruikt tijdens het Concilie van Trente (15451563) over de aanhangers van de (vanuit de katholieke leer gezien) dwaling van de Reformatie 126 keer het anathema heeft uitgesproken.

[4] Alternatief, zou de apostel Paulus kunnen voorstellen dat zij die niet van de Heer houden zouden moeten tot God aangeboden worden.

[6] Denzinger, Enchiridion, n. 80

[7] Zoals door vele Christelijke geleerden, zoals Zimmern, in zijn „Vater, Sohn, und Fürsprecher“  is aangetoond, 1896, en in Schrader’s „K.A.T.„1902, p. 377; Ebers, in zijn „Sinnbildliches: die Koptische Kunst „1892, p. 10; en anderen.


[1] Enkele van zijn vermeende ruggenwervels worden bewaard als relikwie in Brugge, namelijk drie in de Sint-Salvatorskathedraal en één in de Sint-Basiliuskapel op de Burg (de Heilig Bloedbasiliek).

+

Voorgaand artikel: Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme

Vervolg: Politiek en macht eerste prioriteit #3 Samengaan van Joodse, Oosterse en Helleense gedachtegoed

English version: Politics and power first priority #3 Elevation of Mary and the Holy Spirit

Mozaïek van Maria als theotokos in de Chora-kerk in Istanboel

Vindt ook:

De belangrijkste concilies

  1. Nicaea I
  2. Constantinopel I
  3. Efeze
  4. Chalcedon
  5. Constantinopel II
  6. Constantinopel III
  7. Nicaea II

Lees meer over:

  1. Doctrine van de Drievuldigheid

  2. Drievuldigheid of Heilige Drie-Eeenheid
  3. Is God Drie-één
  4. De Allerhoogste is het Opperwezen
  5. Drie Heilige Hiërarchen: Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomus worden in de Byzantijnse Kerken de Drie Heilige Hiërarchen genoemd.
  6. Niet goddelijkheid van Christus toch
  7. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  8. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  9. Jezus van Nazareth #3 De zoon van God
  10. Voorbestaan van Christus
  11. Al of niet verenigen
  12. De ecclesia als lichaam van Christus
  13. Verzamelen of Bijeenkomen
  14. Maken van een kerk
  15. Congregation – Congregatie
  16. Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  17. Kerst en wenslampions
  18. Waarom gaf Jezus Maria aan Johannes
  19. Slechts één ding is nodig
  20. Groei eerste christenen
  21. Is er een komende Eindtijd
  22. Visie op Jezus’ wederkomst van invloed op vraag hoe met deze aarde omgaan
  23. Laatste dagen omroepers

***

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

Be faithful unto death, and I will give you the crown of life. – Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: