An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Middelaar’

Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’

Betekenis van vervuld zijn met de Heilige Geest en het “spreken in tongen”

Pinksterfeest

In Handelingen van de apostelen hoofdstuk 2 verzen 4-11 lezen wij dat de discipelen begonnen in tongen te spreken en krijgen we de eerste indruk van wat dat werkelijk betekende. Er is sprake van de in de bovenkamer schuilende volgelingen van Jezus die allen vervuld werden met de Heilige Geest en begonnen “met andere tongen” te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Alsook vinden wij dat zij na de uitstorting van de Heilige Geest naar buiten durfden gaan om daar de te Jeruzalem wonende Joden, vrome mannen uit allerlei volken, die daar waren voor het Pinksterfeest, aan te spreken.  Mits zij uit verschillende windstreken kwamen spraken die vrome Joden ook verschillende talen. Maar toen de Kracht van God als een bries (ruach) over hen was gekomen konden zij de menigte aanspreken op zulke wijze dat een iegelijk hen hoorde in hun eigen taal. Waardoor de omstaanders zich verwonderden en tot elkander zegden : “Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileers? En hoe dan doen zij het dat wij we elkaar horen in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?” Het was namelijk een ongelooflijke gebeurtenis waarbij  Parthen, Meden, Elamieten en de bewoners in Mesopotamië, Judea en Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en dezen uit de delen van Libye, en vreemdelingen van Rome, zowel Joden als proselieten (of nieuwbekeerden), Kretenzers en Arabieren hen konden horen in hun eigen taal spreken over de grote werken Gods.

“Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: ‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeers? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamie, van Judea en Kappadocie, van Pontus en Asia, van Frygie en Pamfylie, Egypte en het gebied van Libie bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.’” (Handelingen 2:4-11 WV78)

Glossa

In het Grieks is het woord voor tong hetzelfde als het woord voor taal. We vinden “glossa” of het spreken in een ander soort taal ook in 1 Korinthiërs 13:01, verwijzend naar een toestand van hoge geestelijke opwinding of extase van inspiratie, onbewust van externe dingen geheel en in aanbiddende communicatie met God geabsorbeerd, uit brekend in abrupte uitingen van lof en toewijding die niet coherent zijn en daarom niet altijd begrijpelijk voor anderen. Maar daar spreekt de schrijver over het in talen spreken van wezens, maar dit echter zonder het essentiële element van het spreken, namelijk de liefde. Want zonder enige liefde voor de ander in het spreken, zal dat uiten van klanken er slechts op neer komen klanken te zijn die zelfs misschien luid en schel kunnen klinken.

“Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.” (1 Corinthiërs 13:1 WV78)

Uit deze en nog enkele andere teksten in de Bijbel kunnen wij opmaken dat het “spreken in tongen” gaat over het zich uiten in een taal of dus gelijk is aan “spreken in talen“. In de voorgaande aangehaalde passage, is het duidelijk dat de apostelen spraken in de talen van de Parthen, Meden, Elamieten, enz.De volgelingen van Christus die bijeen waren in de bovenzaal, die met de Kracht van God werden overgoten of de Heilige Geest ontvingen, verkregen daar de begaafdheid zich met gemeenschappelijke grond te verhouden tot anderen en raakten geïnspireerd om anderen te vertellen over wat zij begrepen van wat ze voorheen geleerd hadden van Christus Jezus en van wat er geschreven is in de rollen of de Heilige Schrift.

Adem en wind

Het woord ‘geest’ is in het Hebreeuws hetzelfde woord (ruakh) ‘ruach’ als ‘adem‘ of ‘wind‘. Dit zijn de eerste twee toepassingen in de Bijbel vermeld in Genesis 1:2 en Genesis 6:3 en we kunnen vele verzen vinden waar de (Heilige) Geest wordt verpersoonlijkt, maar minder met de Geest of de Heilige Geest dan met een aantal andere concept woorden gebeurt (bijv. het vlees, de zonde, de wereld, wijsheid, schepping, enz.). Dus, over het algemeen, de manier waarop de zinsnede “de Heilige Geest” wordt gebruikt in de Bijbel geeft een concept, een manier van uiten van  kenmerken of activiteiten van God weer, of van heiligheid in hen die Zijn zoon volgen, en niet zo zeer een levend wezen of een letterlijk iets of iemand, maar eerder een kracht. De toevoeging van het adjectief ‘heilig‘ of ‘apart gezet’ is zo simpel als het lijkt – een geest die heilig is, een geest van heiligheid, iets speciaals, iets anders dan andere dingen, ‘apart geplaatst’. En de aanwezigheid van het lidwoord, “de”, wijst op een specifieke heilige geest, een specifieke geest van heiligheid. In veel gevallen, betekent “de Geest” precies hetzelfde als “de Heilige Geest”, omdat het idee van heiligheid wordt begrepen door de context.

Woord voor allen

God Zijn Woord gaf aan het volk. Hij maakte duidelijk dat het was het woord voor iedereen. Iedereen kan de bijbel nemen en er in lezen . Maar tijdens de eerste eeuw van deze jaartelling had Jezus hen beloofd die bereid waren om te luisteren naar zijn en zijn vaders woorden dat hij een Zendeling zou sturen. De gezondene zou komen van zijn Vader. Deze Vader, de Allerhoogste zou Zijn Kracht over Jezus zijn volgelingen komen uitstorten. De Heilige Geest of de kracht van God, die zij zouden ontvangen zou hen verlichten. Mensen met de ogen gericht naar Jezus zouden de Kracht van God (de Heilige Geest) krijgen om  om de Bijbel te kunnen interpreteren met gezond verstand. God heeft niets te maken met een ingewikkelde de Bijbel, maar de mens heeft de neiging om deze gewoon te willen aanpassen aan zijn egoïstische behoeften.

Mogelijkheid maar noch geen geest

Christus had zijn apostelen “macht” [Grieks dynamis] gegeven, maar niet “geest” [pneuma]. Jezus wist dat alleen zijn Vader mensen dichter tot Hem kan trekken en hen de meest noodzakelijke kracht en geest kan geven.  zelfs hier op aarde kon Jezus niets verwezenlijken zonder de kracht van zijn Vader. Maar Jezus wist ook dat God hem noch zijn volgelingen in de steek zou laten. God zou Jezus niet zo maar laten vertrekken en zijn volgelingen op hun eigen achte laten. Jezus was er zeker van dat zijn Vader een Trooster zou  sturen of hen helpen, zodat de apostelen en de andere leerlingen het werk dat Jezus had opgestart op deze aarde zou kunnen verder gaan.

Advocaat of Trooster

In Christus Jezus kunnen we een advocaat, Trooster, Parakleet van het werkwoord parakaleo, herkennen, (1 Johannes 2:1), maar zonder het Werk van God zou Jezus niets zijn geweest en zouden wij niets zijn. Alle macht komt van Jehovah God. Christus ademde deze “heilige geest”, heilige adem, in de discipelen op die eerste zondagmorgen, wanneer hun gedachten daar met Christus Jezus waren. Hieruit is het gemakkelijk om te zien waar Paulus de idee vond van die ‘adem‘ van Christus als een allegorie van de nieuwe adem, nieuw leven, in de gelovige als hij of zij loopt naar het koninkrijk. (Romeinen 5:05, 2 Korinthiërs 1:22, 2 Korinthiërs 3:03, Gallaten 4:06)

Jezus is de advocaat of de Trooster ‘De Geest van Waarheid “, die het mogelijk maakt mensen tot God op de juiste manier te aanbidden. Na Jezus verkregen ook de apostelen onder de Genade van God de kracht door de zegening met de gave van de Geest om Jezus zijn werk voort te zetten. Na het neerkomen van de Heilige Geest konden zij ook verder de wereld in gaan gaan en het woord van de Geest tot  leven in hun getuigenis afleggen.

Uur van de waarheid

Voor hen was het uur gekomen dat zij als ware aanbidders de Vader aanbaden in geest en in waarheid en zijn Woord verkondigden waar zij zich ook maar konden begeven.

“Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’” (Johannes 4:23-24 WV78) “Wanneer de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen.” (Johannes 15:26 WV78) “Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen.” (Johannes 16:13 WV78)

Mogelijkheid of Durf tot spreken

Door het neerdalen van de Heilige Geest konden die in de bovenkamer verzamelde aanbidders van God, niet enkel God in geest en in waarheid aanbidden, maar ook in geest en waarheid over Hem spreken.  Na de komst van die Trooster, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, getuigde deze van Jezus en kregen zij het volle inzicht van die beloofde Messias.

Die Geest der Waarheid bracht de gedachten niet over als uit een ander personage dan God. In de Schrift staat zelfs opgetekend dat Hij ook al sprak deze in al de waarheid niet uit Zichzelf sprak maar al wat Hij hoorde ging Hij spreken. En Hij zou hen dingen te komen laten zien die God hen ook wenste te zien. Zoals de woorden niet echt het spreken van de vlammen was, was het in tongen spreken van de apostelen geen spreken met letterlijk meerdere tongen, maar het zich uiten met woorden, die niet aangeleerd zijn door de menselijke wijsheid, maar die de Heilige Geest hen had geleerd. Zij konden zich uiten in meerdere talen die door de anderstaligen konden begrepen worden. In die tijd werden aldus de apostelen verzegeld met de Heilige Geest van de belofte. (Efeziërs 1:13)

 “En daarover spreken wij, niet met woorden ontleend aan menselijke wijsheid, maar onderricht door de Geest, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen.” (1 Corinthiërs 2:13 WV78) “Wij echter moeten God altijd danken voor u, broeders, vrienden van de Heer. want vanaf het begin heeft God u uitgekozen om door de Geest die heilig maakt en door uw geloof in de waarheid gered te worden.” (2 Thessalonicen 2:13 WV78)“In Christus zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie van uw heil, hebt aanhoord, in Hem zijt ook gij tot het geloof gekomen, verzegeld met de heilige Geest der belofte,” (Efeziërs 1:13 WV78)

Bijzonderheid tot verwondering

Door de omstaanders in hun eigen taal te kunnen aanspreken konden zij  hen doen opzien om naar hen te luisteren en konden meerderen overtuigen over de positie van Jezus en over wat hen kon te wachten staan als zij zich bekeerden. Door het neerdalen van de Heilige Geest verworven zij ook krachten welke hun broederschap sterk maakte en hen deed verbinden met meerdere uiteenlopende groepen van mensen. Het apart plaatsen of heilig worden kon ook de toehoorders toekomen indien zij zich wensten te dopen in Jezus naam.

Voor anderen moest de uitwerking van Gods Kracht ook een teken zijn dat zij waren gebonden aan elkaar als broeders, door de geliefde van God en omdat God ook hen had gekozen voor zaligheid, in heiligmaking door de Geest en geloof in de waarheid. Door het hoorbare signaal konden mensen inzicht krijgen en zien dat die enthousiastelingen ‘uit God’ waren of bij god hoorden.Maar men kan ook zeggen dat het diegenen waren die God reeds kenden die de apostelen hoorden, konden begrijpen en welwillend waren om op hun spreken in te gaan. Maar ook vandaag geldt nog steeds dat diegenen die niet van God houden noch van God willen weten, niet enkel hun oor niet bij god te luisteren zullen willen leggen, maar ook niet bij mensen die van God houden.  Diegene die niet bij God hoort zal ook onze stem niet horen. Hieraan kennen wij, de Geest der waarheid, en de geest der dwaling.

 “Maar wij horen bij God, en wie God werkelijk kent luistert naar ons. Wie niet van God is weigert naar ons te luisteren. Zo onderscheiden wij de geest der waarheid van de geest der dwaling.” (1 Johannes 4:6 WV78)

Getuigenis van water en bloed

Tegenover hem die door water en bloed is gedoopt, namelijk Jezus, de Christus is het de Geest die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.

“Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Hij is gekomen niet door water alleen, maar door water en door bloed. De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.” (1 Johannes 5:6 WV78)

God voorzag in die angstige mensen een middel om contact te hebben met anderen, zodat ook zij konden kennismaken met het Woord van God. God maakte het mogelijk dat zij hun vele vragen in een taal konden beantwoord krijgen die ze konden begrijpen. Die mannen kregen de mogelijkheid van interpretatie van tongen (zoals er graag over gesproken wordt in 1 Korintiërs 12:10).

“om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan.” (1 Corinthiërs 12:10 WV78)

Van God ontvingen ze de mogelijkheid om vele mysteries begrijpen en kregen zij veel kennis, die ze ook zouden kunnen geven aan anderen, zodat zij, op hun beurt, konden groeien.

Gaven voor de apostelen

Sommigen denken dat de gave van het spreken in tongen ook een geschenk is voor sommigen vandaag. Dat de gaven niet aan de kwalificaties komen van de “Geest der Waarheid” beloofd in Johannes ch.14-16 , blijkt duidelijk, zelfs uit 1 Korinthiërs zelf, waar de context laat zien dat de geschenken falende werden en spreken in tongen al was opgehouden (vergelijk 1Co14: 2 met Handelingen 2:6,8,11), zelfs wanneer Paulus schreef. Ook de Deuteronomium 13:03 test slaagt niet om te doen geloven dat spreken in tongen vandaag nog op gaat. Het zegt zelfs dat succesvolle mirakels geen garantie zijn voor de waarheid, maar juist het tegenovergestelde.

“Wie in vervoering spreekt, spreekt niet voor de mensen, maar voor God; hij uit in geestverrukking geheimzinnige klanken en niemand begrijpt hem.” (1 Corinthiërs 14:2 WV78)

De Pleiter en Middelaar

Als de “Advocaat” en “Geest der Waarheid” een element van eigen activiteit van Christus bevat, dan zijn we onvermijdelijk gedwongen om Christus te zien als de belangrijkste persoon in de belofte van “een andere pleiter”, simpelweg omdat er geen andere persoon tussen God en de mens meer is, dus is er geen andere advocaat. Jezus is de enige Middelaar tussen God en de mensen. Het belangrijkste argument in het voordeel van Christus zelf, in een andere rol, beloofde hij zelf de “andere pleitbezorger ‘, is het gebrek aan andere personen om concreet tussen de mens en God te zijn.

“Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timoteüs 2:05 KJ21)

Ook hier horen wij dat er slechts één God is en dat tussen Hem in de mens er een bemiddelaar is, welke Jezus Christus de Messias is, die zit aan de rechterhand van God en dus niet de positie van God heeft ingenomen. Mits er die bijzondere bemiddelaar is welke ook Hogepriester is hoeven wij geen andere voorsprekers te hebben.

Tijdelijke Noodzaak van gaven

Met de dood van de apostelen (waaronder Paulus) waren de gaven van de Geest ook niet meer nodig in essentie en bleken zij  gestopt zijn als waren ze de enigen die de giften konden doorgeven.

Toen Paulus of andere apostelen mensen hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en konden zij ook in tongen spreken en profeteren.

“Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden.” (Handelingen 6:6 WV78)

“Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen en profeteerden.” (Handelingen 19:6 WV78)

“Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen.” (2 Timotheüs 1:6 WV78)

In de vroege tijden probeerde Simon om deze kracht van het doorgeven van de Geest te kopen, maar vond dat het enkel iets was dat de apostelen konden doen.

“Simon, die zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest geschonken werd, bood hun geld aan en zei: ‘Geeft ook mij die macht, dat ieder aan wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’” (Handelingen 8:18-19 WV78)

“Maar Petrus gaf ten antwoord: ‘Wees ten ondergang gedoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen krijgen. Je hebt part noch deel aan deze leer, want je hart is niet oprecht tegenover God. Leg die slechte gezindheid van je af en bid de Heer, dat die slechte gedachte je vergeven mag worden. Ik zie dat je bitter bent als gal en in boosheid verstrikt.’ Simon antwoordde: ‘Bidt gij voor mij tot de Heer, dat mij niets mag overkomen van wat gij gezegd hebt.’” (Handelingen 8:20-24 WV78)

Door de oplegging van de handen der apostelen kon toentertijd de Heilige Geest gegeven worden. Het was een geschenk van God dat de apostelen met zich mochten dragen.

Doel voor opbouw van vroeg Christelijke Kerk

De Gaven van de Geest werden gegeven voor een doel – om mensen te helpen overtuigen dat het evangelie waar was (Marcus 16:15,17-18) en voor het vaststellen van de vroeg-christelijke kerk (Efeziërs 4:8-14). Zodra het christendom werd opgericht (Ef. 4:13 – ‘volwassen’, perfect, werd), hielden de gaven op te bestaan (1 Kor 13:10.).

“Daarom zegt de Schrift: Hij is opgevaren naar den hoge, Hij heeft gevangenen meegevoerd, Hij heeft gaven gegeven aan de mensen. Hij is opgestegen: dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde. Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen hoog boven alle hemelen, om het heelal te vervullen. Hij heeft ook gaven gegeven: sommigen maakte Hij apostelen, anderen profeten, anderen evangelisten, weer anderen herders en leraars, om de heiligen toe te rusten voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen tezamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus. Dan zullen wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag, ik bedoel, elke leer die door het valse spel van sluwe mensen wordt uitgedacht om tot dwaling te verleiden.” (Efeziërs 4:8-14 WV78)

“Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan.” (1 Corinthiërs 13:10 WV78)

Bij het begin van de Kerk van God waren er de bange apostelen die een stimulans en wat pep-talk konden gebruiken. Ze hadden die oppepper nodig om hen te helpen over hun angst heen te komen en om uit te gaan in de wereld om te getuigen over de werken van Christus. Maar zodra ze de macht hadden gekregen om hun angst te overwinnen waren de gaven van de Geest niet meer nodig want ze hadden de volledige openbaring van God in de Bijbel om hen te begeleiden (2Tim. 3:16-17).

“Elk door God geinspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.” (2 Timotheüs 3:16-17 WV78)

Vandaag

Vandaag hebben ook wij de volledige Schrift om ons te leiden, lering en weerlegging te geven. De meerdere boeken kunnen nu tot ons onderricht dienen. De Bijbel is het Woord van God, welk onze Wachttoren en het Licht voor de wereld zou moeten zijn. De Heilige Schrift, of de Bijbel heeft alles wat we nodig hebben om ons tot “bevoegden, tot alle goed werk” te maken.

In de tijd van het Nieuwe Testament, hadden ze alleen het Oude Testament en een paar van de boeken van het Nieuwe Testament als ze werden geschreven, zoals de brieven die naar bepaalde mensen of gemeenschappen werden geschreven. Wanneer de Bijbel eindelijk voltooid was, hielden de gaven op te bestaan.

In Hebreeën 6:4-5, spreekt de auteur over de Geestelijke gaven en zegt dat ze een voorproefje van de krachten van de toekomende eeuw zijn omdat het onmogelijk is, degenen, die eens verlicht waren en geproefd hadden van de hemelse gave en deelgenoten waren aan de heilige Geest, en het goede Woord van God om deze te evenaren of met gelijke gaven op te volgen.

De apostelen hebben de beginselen van het woord van Christus door gegeven en hebben de gemeenten opgeroepen om zich zo te gedragen dat er niet weer een fundament moet gelegd worden van bekering van dode werken, en van geloof in God, van de leer van het doopsel maar ook van oplegging der handen.

Geen herkansing

Volgens de apostelen is het ook onmogelijk, hen die eenmaal verlicht geworden zijn, en de hemelse gave hebben gesmaakt, en afvallen om hen wederom te vernieuwen tot bekering. De apostelen wensten nu dat een iegelijk dezelfde ijver bewijst tot de volheid van de hoop, ten einde toe; opdat zij niet traag zouden worden, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.

“Laten we daarom niet meer terugkomen op de elementaire christelijke leer. We willen niet opnieuw het fundament leggen van geloof in God en van berouw over daden die ons de dood brachten. We willen niet opnieuw spreken over reinigingsriten en handoplegging, over de opstanding der doden en het onherroepelijke oordeel. Laten we liever op weg gaan naar volwassenheid. En met Gods hulp zullen we haar bereiken. Want wanneer mensen eenmaal het licht hebben gezien en van de hemelse gave hebben geproefd en deelgenoot werden van de heilige Geest, wanneer zij de voortreffelijkheid van Gods woord en de krachten van de toekomstige wereld hebben ervaren en na dit alles afvallen, kunnen zij onmogelijk weer tot bekering worden gebracht; want op hun manier hebben zij de Zoon van God opnieuw gekruisigd en aan bespotting prijsgegeven. Wanneer de grond de telkens neervallende regen indrinkt en voor die hem bewerken bruikbaar was voortbrengt, deelt hij in de goddelijke zegen. Maar als hij distels en dorens voortbrengt, is het duidelijk dat hij niet deugt; de vervloeking is nabij en het einde is verbranding. Maar ook al spreken wij zo streng: in uw geval, vrienden, zijn wij overtuigd van iets beters: gij zijt op weg naar het heil. God is rechtvaardig; Hij kan niet vergeten wat gij uit liefde voor zijn naam hebt gedaan, al de diensten die gij de heiligen hebt bewezen en nog bewijst. Maar ik wensen dat ieder van u dezelfde vurige ijver blijft tonen, totdat uw hoop geheel in vervulling is gegaan. Ge moogt niet lui worden, maar moet een voorbeeld nemen aan hen die door geloof en geduld deel krijgen aan de beloften.” (Hebreeën 6:1-12 WV78)

Er moet dus niet teruggegaan worden naar de tijd van het ontstaan van de kerkgemeenschap. Zeker niet bij diegenen die al het licht hebben gezien en van de hemelse gave hebben geproefd en deelgenoot werden van de heilige Geest. Zij moeten zich kunnen verheugen in de Woorden van de Heilige Schrift zoals God hen ze geopenbaard heeft. Zij horen de voortreffelijkheid van Gods woord te herkennen en te erkennen en geen behoeften te hebben aan andere vreemde ‘tongen’ , talen of klanken.

+

Voorgaande artikels:

Op de Dag van het Pinksterfeest

In Talen sprekend

Teken van authenticiteit of goddelijke backing

Wordt vervolgd

engelse versie / English version: Meaning of “speaking in tongues”

++

Aanvullende lectuur:

  1. De Allerhoogste is het Opperwezen
  2. Rond God de Allerhoogste
  3. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
  6. Dienaar van zijn Vader
  7. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #2 Vorm van beeldtaal
  8. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #3 De Gelijkenis
  9. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #4 Verpersoonlijking
  10. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing
  11. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #4 Stem in het Schrift
  12. Schoonheid van heiligheid
  13. Streven naar heiligheid
  14. Weest heilig
  15. Deelnemers worden van Gods heiligheid
  16. Helden en heiligen
  17. Schoonheid van heiligheid
  18. Geestelijke vorming tot heiligheid #1
  19. Geestelijke vorming tot heiligheid #2
  20. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  21. Geestelijke vorming tot heiligheid #4

Anderen hun visie / Others their viewpoint:

What does it mean to speak in tongues? by Todd Clippard
There is a general misunderstanding, especially among modern pentecostals and charismatics as to the nature of tongues. Those who claim to speak in tongues today are referring to ecstatic utterances made after a so-called personal manifestation of the Holy Spirit.
+
In its simplest form, speaking in tongues simply means to speak in an established and understandable language. English is a tongue, as is Spanish, French, German, and a host of other languages one might mention. To speak in tongues, in a biblical sense, is to speak a language one has never studied or learned. Let’s look at the first incidence of this kind of tongue speaking in the Bible.
+
the apostles had the ability to speak in more than one foreign language. If the Holy Spirit could enable them to speak one foreign language, why not more than one?

Do churches of Christ practice tongue-speaking? By, Todd Clippard
Churches of Christ do not practice tongue-speaking.
+
If tongue-speaking is still a reality today, then every spiritual gift must also be in force and practiced in the sight of all people. But, as we all know, these things are not taking place today.

Who was able to speak in tongues during New Testament times?
There were three groups in the New Testament who could speak in tongues, or languages they had never studied.

William Dwight McKissic Gives a Biblical Basis for Speaking in Tongues In Private
 Jesus affirmed speaking in tongues. He told the eleven that they could expect as one of the signs that would be visible or audible among those who believe is that  “they will speak with new tongues” (Mark 16:17). No matter how one etymologically and theologically parses this statement by Jesus, they would have to conclude that Jesus’ statement here is an affirmation of speaking in tongues. He did not elaborate, give details, qualify his statement, define tongues, or distinguish between public or private tongues here. He did not say if it would be a one-time occurrence among certain people groups or an ongoing experience among certain believers. But what He did say is this:  Counted among those who name His name should be those who speak with “new tongues.”
+
One of the errors of Pentecostalism–or at least among many of them–has been to insist that all who are filled with the Holy Spirit are to also speak in tongues. That was not true in the Book of Acts, neither is it true today. I am convinced though that the private devotional lives of the Samaritans who were filled with joy (Acts 8:5), Phillip and the Ethiopian were all invigorated by the filling of the Holy Spirit.

The Gift  Of Tongues

Original Word: γλῶσσα, ης, ἡ > Short Definition: the tongue, a language, nation
Definition: the tongue, a language, a nation (usually distinguished by their speech).

from the Strong’s, Tongue simple means Language or a Nation, used to describe a nation’s speech. For instance, Americans speak English and Germans speak German.
+
When Jesus was alive with his disciples, he instructed them not to preach to anyone who was not a Jew. You can read this in (Matthew 10). However, after Jesus died and resurrected, the command changed drastically. Jesus told his disciples almost the exact opposite in (ACTS 1:8). The time had come for the Apostles to preach to everyone whether or not they were Jew. Since Jesus went to his own people and they ended up killing him, Jesus made it then possible for anyone to be saved just by believing in him. This is the new covenant(testament). But how could the Apostles preach to everyone without being able to communicate with them? Good question! This is why Jesus gave them the gift of tongues so that they could preach to the Greek, Parthians, Medes, Elamites, Mesopotamians, Judea, Cappadocia, Pontos and Asia, Phrygia, and Pamphylia, In Egypt, Libya about Cyrene and so on… you can read the full list in (Acts 2:9-10) The apostles needed to preach to everyone and the only way to do so was to be able to speak those people’s language or tongue.
+
Does God really need to give us a specific language to talk to him with? Doesn’t God read our thoughts? Do we really think he needs us speaking gibberish before he answers your prayers?

Mark Driscoll Preaches About the Gift of Tongues

Cessationists, such as influential pastor and traditional Calvinist John MacArthur, believe that 1 Corinthians 13:8 and other Biblical passages indicate that the divine ability to speak in other languages or an unknown tongue (glossolalia) ended with the apostles’ deaths, as did prophetic revelations and faith-healings through individuals. Some Christians, however, believe that these Holy Spirit-inspired gifts will continue until Christ’s return.

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

File:Alexandr Ivanov 048.jpg

Jezus voorgebracht om berecht te worden – Smaad van Christus. Uit “Bijbelse Sketches” – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)


*

“54  En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. 55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. 56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. 57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. 58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. 59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileër. 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. 61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. 63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. 64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? 65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.” (Lukas 22:54-65 STV)

“23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)” (Johannes 18:23-24 STV)

“66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, 67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; 68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; 69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. 70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. 71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.” (Lukas 22:66-71 STV)

“63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter [hand] der kracht [Gods], en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:63-64 STV)

“En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (1 Koningen 22:16 STV)

“13  Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 16:13-17 STV)

“24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. 25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. 26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.” (Johannes 10:24-26 STV)

“13 [Verder] zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” (Daniël 7:13-14 STV)

“13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk] de Zoon des mensen, Die in den hemel is. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” (Johannes 3:13-19 STV)

“55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter [hand] Gods. 56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter [hand] Gods.” (Handelingen 7:55-56 STV)

“5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:5-11 STV)

“5 De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts. 6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.” (Jesaja 50:5-6 STV)

“1  En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. 2 En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. 3 En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. 4 En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. 5 En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judéa, begonnen hebbende van Galiléa tot hier toe.” (Lukas 23:1-5 STV)

“Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;” (Johannes 19:8 STV)

“1  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt. 2 Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij. 4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was. 5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? 6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: 9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; 10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; 11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. 12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. 13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
16  Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader. 17 [Sommigen] dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader? 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen [tijd]? Wij weten niet, wat Hij zegt. 19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien? 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. 21 Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is. 22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
23  En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, [dat] zal Hij u geven. 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen. 26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. 29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis. 30 Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt. 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu? 32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en [nochtans] ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij. 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:1-33 STV)

“30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.” (Johannes 18:30-32 STV)

“15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. 16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. 17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? 18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. 20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. 21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. 22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. 23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer [dat] [er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen. 26  Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.” (Mattheüs 27:15-26 STV)

“2 Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om [het] [recht] te buigen. 3 Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.” (Exodus 23:2-3 STV)

“9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? 10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) 11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten. 12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? 13 En zij riepen wederom: Kruis Hem. 14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15  Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden.” (Markus 15:9-15 STV)

“16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; 17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; 18 En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! 19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem. 20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.” (Markus 15:16-20 STV)

“32  En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden. 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel [plaats], kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter [zijde] en den ander ter linker [zijde]. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.” (Lukas 23:32-34 STV)

“44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo? 48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44-48 STV)

“13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten. 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 STV)

“8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Corinthiërs 2:8-10 STV)

“En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten [Hem], zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.” (Lukas 23:35 STV)

“16 (22-17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. 17 (22-18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. 18 (22-19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:16-18 STV)

“36 En ook de krijgsknechten, tot [Hem] komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; 37 En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. 38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven, met Griekse, en Romeinse en Hebreeuwse letters: DEZE IS DE KONING DER JODEN. 39 En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. 40 Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? 41 En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen [straf], waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. 43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” (Lukas 23:36-43 STV)

“1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, [dat] wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter [hand] van den troon der Majesteit in de hemelen: 2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 7 Want indien dat eerste [verbond] onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 8 Want [hen] berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.” (Hebreeën 8:1-9 STV)

“2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het [geschied] [zij] in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied] [zij], weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. 5 Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. 6 Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde [daarvan] af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, [namelijk] een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.” (2 Corinthiërs 12:2-7 STV)

“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.” (Openbaring 2:7 STV)

“6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, [zal] verbolgenheid en toorn [vergolden] [worden]; 9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en [ook] van den Griek; 10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en [ook] den Griek. 11 Want er is geen aanneming des persoons bij God. 12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden; 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; 15 [Als] die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander [hen] beschuldigende, of ook ontschuldigende). 16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.” (Romeinen 2:6-16 STV)

*

Voorgaand: Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

Engelse versie / English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

Franse versie / Version Française: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

+
Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Christ before Pontius Pilate, Mihály Munkácsy,...

Christus Jezus voor Pontius Pilatus – Mihály Munkácsy, 1881 (Photo credit: Wikipedia)

+++

+

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .
    +
    Each of the Five existing Solas depend on Christ.
    Jesus is the Lliving Word of God, the Way, the Truth and the Life. He is the Living Scriptura.
    Christ is the one mediator between God and man, the Sola Christos.
    Christ’s death and resurrection made God’s Grace available to mankind. Jesus is the Sola Gratia.
    Christ said, “believe in Him whom God has sent.” Christ is the Sole Fide, in whom we place our Faith Alone.
    Jesus is our bridge to Sola Deo Gloria, Christ is also our one mediator between God and man as we
  • Learning to Believe and Not to Challenge: A Good Friday Meditation (queerconfessions.wordpress.com)
    High priest. Roman governor. Convicted criminal. Passer by. Roman soldier. They are all guilty of putting Jesus to the test: prove to us that you are truly the Son of Man and the King of the Jews. Give us a sign. Speak with power and authority. Save yourself.
    +
    Neither Christ the Accused nor Christ the Crucified would acquiesce to the selfish demands of his tormentors. They saw the very miracles and teachings of Jesus first hand, and there was nothing left that could be said to change their hearts.
  • Easter Saturday: The Secret Arimathean Apostle (chandlerozconsultants.wordpress.com)
    ‘If a man has committed a crime punishable by death and he is put to death, and you hang him on a tree, his body shall not remain all night upon the tree. but you shall bury him the same day, for a hanged man is accursed by God; you shall not defile your land which the Lord your God gives you for an inheritance.’
  • Good Friday (covestudents.wordpress.com)
    the love of a Savior who died so that we may have life! Believe this truth today and be encouraged that there is nothing you can do that will ever separate you from His great love.
  • Friday of the Passion of the Lord (Good Friday) (catholicglasses.com)
    Though he was harshly treated, he submitted and opened not his mouth;
    like a lamb led to the slaughter or a sheep before the shearers, he was silent and opened not his mouth. Oppressed and condemned, he was taken away, and who would have thought any more of his destiny? When he was cut off from the land of the living, and smitten for the sin of his people, a grave was assigned him among the wicked and a burial place with evildoers, though he had done no wrong nor spoken any falsehood. But the LORD was pleased to crush him in infirmity.
  • “The Right Charge” – Mar. 29 (boyslumber.wordpress.com)
    The trial of Jesus was a sham.  The whole trial of Jesus was unjust according to their own law.  How they did it; where they did it; when they did it; the witness alone; all were against their own law.  Those who prosecuted and convicted Jesus broke their own law in their passionate pursuit to kill Jesus.
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.
    +
    Conflicting testimony against Jesus was brought forth by many witnesses, to which Jesus answered nothing.
  • Carissimi; Today’s Mass: Holy Tuesday (frjeromeosjv.wordpress.com)
    Holy Tuesday: Missa “Nos autem”
    Station at the Church of St. Prisca in Rome . This was one of the 25 parishes of Rome in the fifth century. The Epistle, Gradual, Offertory and Communion are a perfect adaptation of the passages in the Old Testament to Christ persecuted. He is ‘the meek lamb that is carried to be a victim’, and which God, by a striking revenge on them (Epistle) delivers from the hand of the sinner” (Offertory). The Gospel of St. Mark describes the death of Christ. The Introit and the Collect show that the Church, which continues and ‘glories in the Cross of our Lord Jesus Christ, in Whom is our salvation, life and resurrection’ (Introit).
    +
    It is truly meet and just, right and for our salvation, that we should at all times, and in all places, give thanks unto Thee, O holy Lord, Father almighty, everlasting God : Who didst establish the salvation of mankind on the tree of the Cross: that whence death came thence also life might arise again, and that he, Who overcame by the tree, by the tree also might be overcome: Through Christ our Lord.

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

File:Berruguete-Pedro-Gethsemane.jpg

Jezus in de tuin van Getsemane – circa 1500, Pedro Berruguete (1450–1504)

 


“14 En toen de ure kwam, zette hij zich neder, en de twaalf apostelen met hem. 15 En hij zeide tot hen: Ik heb hartelijk verlangd dit Pascha met u te eten, voordat ik lijde; 16 want ik zeg u, dat ik voortaan niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld wordt in het rijk Gods. 17 En hij nam den kelk, dankte, en zeide: Neemt dien en deelt hem onder u; 18 want ik zeg u, dat ik niet drinken zal van het gewas des wijnstoks, totdat het rijk Gods komt. 19 En hij nam het brood, dankte, brak het, en gaf het hun, en zeide: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt: doet dat tot mijne gedachtenis. 20 Desgelijks [nam hij] na het avondmaal, ook den kelk, en zeide: Deze kelk is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:14-20 LU)

“6  Dit nu is ons tot een voorbeeld geschied, opdat wij geen lust zouden hebben tot het kwade, gelijk zij er lust toe hadden. 7 Wordt ook geen afgodsdienaars, gelijk sommigen van hen geworden zijn; gelijk er geschreven staat: “Het volk zat neder om te eten en te drinken, en stond op om te spelen”. 8 Laat ons ook geen hoererij bedrijven, gelijk sommigen van hen hoererij bedreven, en er vielen op één dag drie en twintig duizend. 9 En laat ons ook Christus niet verzoeken, gelijk sommigen van hen hem verzochten, en werden door de slangen omgebracht. 10 Murmureert ook niet, gelijk sommigen van hen murmureerden, en werden omgebracht door den verderver. 11 Al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden, en het is geschreven ons tot waarschuwing, tot wie het einde der wereld gekomen is.” (1 Corinthiërs 10:6-11 LU)

“31 Zie, de tijd komt, spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken: 32 niet gelijk het verbond geweest is, dat Ik met hunne vaderen gemaakt heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypteland te voeren, welk verbond zij niet gehouden hebben, waarom Ik hen dwingen moest, spreekt de Heer; 33 maar dit zal het verbond zijn, hetwelk Ik met het huis van Israël maken zal na dezen tijd, spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun hart geven en in hun binnenste schrijven, en zij zullen mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn; 34 en zij zullen niet meer de een den ander noch de ene broeder den anderen vermanen, zeggende: Erken den Heer; maar zij zullen mij allen kennen, beiden klein en groot, spreekt de Heer, want Ik zal hun hunne misdaad vergeven en hunne zonde nooit meer gedenken. 35  Dus spreekt de Heer, die de zon tot een licht geeft des daags, en de maan en de sterren naar haren loop tot een licht des nachts; die de zee beweegt, dat hare golven woeden, Heer Zebaôth is zijn naam: 36 Indien deze ordeningen zullen ophouden voor mijn aangezicht, spreekt de Heer, zo zal ook het zaad van Israël ophouden, dat het geen volk meer zal zijn voor mijn aangezicht eeuwiglijk.” (Jeremia 31:31-36 LU)

“15  En daarom is hij ook de Middelaar des nieuwen verbonds, opdat, nu zijn dood geschied is tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, degenen, die geroepen zijn, de beloofde eeuwige erfenis ontvangen zouden. 16 Want waar een testament is, daar moet de dood bewezen worden desgenen, die het testament maakte; 17 want een testament wordt vast door den dood, daar het nog geen kracht heeft, wanneer diegene nog leeft, die het gemaakt heeft. 18 Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd. 19 Want toen Mozes alle geboden naar de Wet aan al het volk verkondigd had, nam hij het bloed der kalveren en der bokken, met water en purperen wol en hysop, en besprengde het boek en al het volk, 20 zeggende: “Dit is het bloed des verbonds, hetwelk God u geboden heeft”. 21 En ook de Tabernakel en al het gereedschap van den eredienst besprengde hij desgelijks met bloed. 22 En bijna alle dingen worden met bloed gereinigd naar de Wet, en zonder bloedvergieten geschiedt geen vergeving. 23  Zo moesten nu de voorbeelden der hemelse dingen daarmede gereinigd worden; maar de hemelse dingen zelve moeten betere offers hebben dan gene. 24 Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat een tegenbeeld is van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons. 25 En dit niet, opdat hij zichzelven dikwijls zou offeren, gelijk de hogepriester alle jaren in het heiligdom gaat met vreemd bloed; 26 anders had hij dikwijls moeten lijden van het begin der wereld af; maar nu is hij bij de voleinding der eeuwen éénmaal verschenen, om door zijn eigen offer de zonde te niet te doen. 27 En gelijk het den mensen gezet is éénmaal te sterven, 28 en daarna het oordeel, alzo zal ook Christus, na éénmaal geofferd te zijn om veler zonden weg te nemen, ten tweeden male zonder zonde tot zaligheid verschijnen aan degenen, die op hem wachten.” (Hebreeën 9:15-28 LU)

“1  Want de Wet, die slechts ene schaduw der toekomende goederen heeft, niet het wezen der zaken zelve, kan met dezelfde offers, die men jaar op jaar brengt, nimmer volkomen maken degenen, die daar toetreden; 2 anders had het offeren opgehouden, indien degenen, die den dienst verrichten, geen zonden meer op hun geweten hadden, als zij éénmaal gereinigd zijn. 3 Maar daardoor geschiedt alle jaren ene gedachtenis der zonden. 4 Want het is onmogelijk door het bloed der stieren en der bokken de zonde weg te nemen. 5 Daarom, als hij in de wereld komt, zegt hij: “Offers en gaven hebt Gij niet gewild, maar het lichaam hebt Gij mij toebereid; 6 brandoffers en zondoffers behagen U niet. 7  Toen sprak ik: Zie, ik kom—in de boekrol staat van mij geschreven—om uwen wil, o God! te doen”. 8 Nadat hij eerst gezegd had: “Offers en gave, brandoffers en zondoffers hebt Gij niet gewild, zij behagen U ook niet”—die toch naar de wet geofferd worden, 9 sprak hij daarna: “Zie, ik kom om uwen wil, o God! te doen”. Hij neemt het eerste weg, opdat hij het andere zou instellen. 10 En in dien wil zijn wij geheiligd door het offer des lichaams van Jezus Christus, éénmaal gebracht.” (Hebreeën 10:1-10 LU)

“39  En hij ging naar zijne gewoonte, uit naar den Olijfberg; en zijne jongeren volgden hem. 40 En toen hij aan die plaats gekomen was, zeide hij tot hen: Bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 41 En hij scheidde zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder, en bad, 42 en zeide: Vader, wilt gij, zo neem dezen kelk van mij: doch niet mijn, maar uw wil geschiede. 43 En hem verscheen een Engel van den hemel, die hem sterkte. 44 En in doodsangst zijnde, bad hij vuriger. En zijn zweet werd als druppelen bloeds, die op de aarde vielen.” (Lukas 22:39-44 LU)

“34 en zeide tot hen: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe; vertoeft hier en waakt. 35 En hij ging een weinig verder, viel op de aarde en bad, dat, zo het mogelijk ware, die ure mocht voorbijgaan, 36 en zeide: Abba, mijn Vader! u is alles mogelijk. Neem dezen kelk van mij; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.” (Markus 14:34-36 LU)

“29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is Gods werk, dat gij in dengene gelooft, dien Hij gezonden heeft. 30 Toen zeiden zij tot hem: Wat teken doet gij dan, opdat wij het zien en u geloven? Wat werkt gij? 31 Onze vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, gelijk geschreven staat: “Hij gaf hun brood van den hemel te eten.” 32 Toen zeide Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Mozes heeft u geen brood van den hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood van den hemel; 33 want het brood Gods is dat, hetwelk uit den hemel komt en der wereld het leven geeft. 34 Toen zeiden zij tot hem: Heer, geef ons altijd zulk brood. 35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot mij komt, dien zal niet hongeren; en wie in mij gelooft, dien zal nimmermeer dorsten. 36 Maar ik heb u gezegd, dat gij mij gezien hebt, en gij gelooft toch niet. 37 Al wat mijn Vader mij geeft, dat komt tot mij; en wie tot mij komt, dien zal ik niet uitstoten. 38 Want ik ben van den hemel gekomen, niet opdat ik mijnen wil zou doen, maar den wil desgenen, die mij gezonden heeft. 39 En dit is de wil des Vaders, die mij gezonden heeft, dat ik niets verlieze van al wat Hij mij gegeven heeft, maar dat ik het opwekke ten jongsten dage. 40 En dit is de wil desgenen die mij gezonden heeft, dat ieder, die den Zoon ziet en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten jongsten dage.” (Johannes 6:29-40 LU)

“7 En hij heeft in de dagen zijns vleses gebeden en smeekingen met een sterk geroep en tranen geofferd aan dengene, die hem uit den dood kon uithelpen, en is ook verhoord, omdat hij God in ere hield. 8 En hoewel hij Gods Zoon was, zo heeft hij nochtans uit hetgeen hij leed gehoorzaamheid geleerd; 9 en volkomen geworden, is hij allen, die hem gehoorzaam zijn, ene oorzaak van eeuwige zaligheid geworden, 10  en is door God genoemd een hogepriester naar de ordening van Melchizédek.” (Hebreeën 5:7-10 LU)

“8 en in het gelaat als een mens bevonden; hij vernederde zichzelven en werd gehoorzaam tot den dood, ja, tot den dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd, en hem een naam gegeven, die boven alle namen is, 10 opdat in den naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën dergenen, die in den hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, 11 en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, ter ere Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:8-11 LU)

“25 Voorwaar, voorwaar ik zeg u: De ure komt en is nu reeds, dat de doden de stem van den Zoon Gods zullen horen, en wie haar horen zullen, zullen leven; 26 want gelijk de Vader het leven heeft in zichzelven, alzo heeft Hij aan den Zoon gegeven, het leven te hebben in zichzelven, 27 en heeft hem macht gegeven zelf het oordeel te houden, omdat hij des Mensen Zoon is. 28 Verwondert u niet daarover; want de ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijne stem zullen horen, 29 en zullen uitgaan, zij die goed gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die kwaad gedaan hebben, tot de opstanding des oordeels. 30 Ik kan van mijzelven niets doen. Gelijk ik hoor, zo oordeel ik, en mijn oordeel is recht, want ik zoek niet mijnen wil, maar den wil des Vaders, die mij gezonden heeft. 31  Indien ik van mijzelven getuig, zo is mijne getuigenis niet waar. 32 Een ander is er, die van mij getuigt, en ik weet, dat de getuigenis waar is, welke Hij van mij getuigt.” (Johannes 5:25-32 LU)

“28  Gij hebt gehoord, dat ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u. Hadt gij mij lief, zo zoudt gij u verblijden, omdat ik gezegd heb: Ik ga tot den Vader; want de Vader is groter dan ik. 29 En nu heb ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat, als het geschieden zal, gij gelooft. 30 Ik zal voortaan niet veel meer met u spreken; want de vorst dezer wereld komt, en heeft niets aan mij. 31 Maar opdat de wereld erkenne, dat ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijk de Vader mij geboden heeft: staat op, en laat ons van hier gaan.” (Johannes 14:28-31 LU)

“1  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. 2 Elke rank aan mij, die geen vrucht draagt, zal hij wegnemen; en elke die vrucht draagt, zal hij reinigen, opdat zij meer vrucht drage. 3 Gij zijt nu rein vanwege het woord, dat ik tot u gesproken heb. 4 Blijft in mij, en ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, indien zij niet aan den wijnstok blijft, alzo ook gij niet, zo gij in mij niet blijft. 5 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in mij blijft, en ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:1-5 LU)

“9  Gelijk de Vader mij liefheeft, zo heb ik ook u lief. Blijft in mijne liefde. 10 Indien gij mijne geboden onderhoudt, zo blijft gij in mijne liefde, gelijk ik de geboden mijns Vaders onderhoud en blijf ik zijne liefde. 11 Dit spreek ik tot u, opdat mijne blijdschap in u blijve, en uwe blijdschap volkomen worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk ik u liefheb. 13 Niemand heeft groter liefde dan die zijn leven laat voor zijne vrienden. 14 Gij zijt mijne vrienden, zo gij doet hetgeen ik u gebied 15 Ik noem u niet meer knechten, want de knecht weet niet wat zijn heer doet, maar ik heb u vrienden genoemd, want al wat ik van mijnen Vader gehoord heb, heb ik u bekend gemaakt. 16 Gij hebt mij niet verkoren, maar ik heb u verkoren, en ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en uwe vrucht blijve; opdat al wat gij van den Vader bidden zult in mijnen naam, Hij u dat geve.” (Johannes 15:9-16 LU)

“45 En hij stond op van het gebed, en kwam tot zijne jongeren, en vond hen slapende van treurigheid; en hij zeide tot hen: 46 Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 47  En terwijl hij nog sprak, ziedaar de bende; en een van de twaalve, genaamd Judas, ging voor hen uit, en trad tot Jezus om hem te kussen. 48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij des Mensen Zoon met een kus? 49 Toen nu zij, die bij hem waren, zagen wat het worden zou, zeiden zij tot hem: Heer, zullen wij met het zwaard er onder slaan? 50 En een van hen sloeg des Hogepriesters knecht en hieuw hem het rechteroor af. 51 Maar Jezus antwoordde en zeide: Laat hen toch tot zover begaan! En hij raakte zijn oor aan en heelde hem. 52 En Jezus zeide tot de Hogepriesters en de hoofdlieden des tempels en de Oudsten die tegen hem gekomen waren: Gij zijt uitgegaan als tot een moordenaar met zwaarden en met stokken; 53 ik ben dagelijks bij u geweest in den tempel, en gij hebt geen hand aan mij geslagen; maar dit is uwe ure, en de macht der duisternis.” (Lukas 22:45-53 LU)

“En Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad: dat zal u den kop vertreden, en gij zult het in de verzenen steken.” (Genesis 3:15 LU)

“13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijnen knecht Jezus verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en verloochend voor Pilatus, toen deze oordeelde hem los te laten. 14 Maar gij hebt den heilige en rechtvaardige verloochend, en geeist, dat men u den moordenaar schenken zou; 15 maar den vorst des levens hebt gij gedood, dien God heeft opgewekt van de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in zijnen naam heeft hij zijnen naam bevestigd aan dezen, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door hem is, heeft hem deze gezondheid gegeven voor uw aller ogen. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk ook uwe oversten; 18 maar God heeft alzo vervuld hetgeen Hij door den mond van al zijne profeten te voren verkondigd heeft, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 LU)

“29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den mensen. 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij gedood hebt, en gehangen aan het hout; 31 dezen heeft God door zijne rechterhand verhoogd tot een Vorst en Heiland, om Israël boete en vergeving der zonden te geven. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, welken God gegeven heeft dengenen die hem gehoorzaam zijn.” (Handelingen 5:29-32 LU)

“3 hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zulk ene zaligheid geen acht geven? die, nadat zij eerst gepredikt is door den Heer, onder ons bevestigd is geworden door degenen, die hem gehoord hebben; 4 en God heeft medegetuigenis gegeven door tekenen en wonderen en menigerlei krachten, en met uitdelingen des Heiligen Geestes naar zijnen wil.
5  Want Hij heeft de toekomende wereld, van welke wij spreken, den Engelen niet onderdanig gemaakt. 6 Maar iemand betuigt ergens, zeggende: “Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt! 7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, met eer en heerlijkheid hebt Gij hem gekroond, en hebt hem gesteld over de werken uwer handen; 8 alles hebt Gij onder zijne voeten onderworpen”. Want daarin, dat Hij hem alles onderdanig gemaakt heeft, heeft Hij niets overgelaten, dat hem niet onderdanig gemaakt is; maar nu zien wij nog niet, dat hem alles onderdanig gemaakt is. 9 Maar hem, die een weinig minder gemaakt is dan de Engelen, namelijk Jezus, zien wij door het lijden des doods gekroond met eer en heerlijkheid, opdat hij door Gods genade voor allen den dood zou smaken.
10  Want het betaamde Hem, om wiens wil alle dingen zijn en door wien alle dingen zijn, dewijl Hij vele kinderen tot de heerlijkheid heeft geleid, den bewerker hunner zaligheid door lijden volkomen te maken. 11 Want èn die heiligt, èn die geheiligd worden zijn allen uit éénen; waarom hij zich ook niet schaamt hen broeders te noemen, 12 zeggende: “lk zal uwen naam mijnen broederen verkondigen, en midden in de gemeente zal ik U lofzingen; 13 en wederom: “lk wil mijn vertrouwen op Hem stellen”; en wederom: “Ziehier, ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft”.” (Hebreeën 2:3-13 LU)

*

Voorgaande: Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Engelse versie / English version: For the Will of Him who is greater than Jesus

Franse versie / Version Française: Pour la Volonté de Celui qui est plus grand que Jésus

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter
  20. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten

+++

 

  • Hebrews 8…A Heavenly Priesthood (simplyjuliana.com)
    We have this kind of high priest, who sat down at the right hand of the throne of the Majesty in the heavens, a minister of the sanctuary and the true tabernacle that was set up by the Lord and not man.
  • The Lord is our Salvation (bscribes.wordpress.com)
    Going through the Old Testament I came to understand the word save, or rescue. I came to understand this word through the light of Isaiah 54. Isaiah 54 speaks of a future event to be played out when God redeem his people, an event Jesus fulfilled at his appearance. The prophecy is not yet complete, but for that which Jesus has already fulfilled. What is yet to be fulfilled, is a few verse: Isaiah 15, and 17.
  • Different from all other nights (joaninordinarytime.wordpress.com)
    There are several cues during the Evening Mass on Holy Thursday that tell you something is different tonight.
    +
    It was a memorial they celebrated for 30+ years of their lives, and suddenly Jesus was doing something different.
    +
    The Hebrew understanding of remembering, memorial – zikaron – was not a passive remembering of a past event.  It was a participation in that event.  The past event was being made present for you, so that you too could share in the Passover, the redemption of the first born.
  • Covenant (part 1) (judysdiamondyear.com)
    Theologians have seen this as the first promise of a Redeemer for fallen mankind.
  • Remembering the Betrothal of Christ (tamimyer.wordpress.com)
    The night before He died for her, Christ was thinking of His bride. When He knelt to wash His disciples’ feet, He was the Bridegroom washing His bride to make her radiant. In the strength of humility, He ministered to the needs of His bride.
    +
    Each time that we “drink this cup,” we are not only remembering His sacrifice for us; we are also renewing our vows to Him.
  • Justin Martyr: The Dialogue with Trypho – Chapter XI. – The Law Abrogated (restart.typepad.com)
    “There will be no other God, O Trypho, nor was there from eternity any other existing” (I thus addressed him), “but He who made and disposed all this universe. Nor do we think that there is one God for us, another for you, but that He alone is God who led your fathers out from Egypt with a strong hand and a high arm. Nor have we trusted in any other (for there is no other), but in Him in whom you also have trusted, the God of Abraham, and of Isaac, and of Jacob.”
  • The Jewish Roots of Palm Sunday and the Passion (thesacredpage.com)
    With the Palm Sunday readings, the Church ushers us into the climax of the liturgical year in the celebration of Holy Week. This is the last Sunday feast before the beginning of the Triduum, which will climax in the celebration of Easter (Latin Pascha), what the Catechism calls the “feast of feasts” (CCC 1169).
  • Holy Thursday (johnmsfs.wordpress.com)
    Have you ever noticed that in Leonardo da Vinci’s painting of the Last Supper everybody is on one side of the table? The other side is empty. “Why’s that?” someone asked the great artist. His answer was simple. “So that there may be plenty of room for us to join them.” Want to let Jesus do his thing on earth through you? Then pull up a chair and receive him into your heart.
  • To Gethsemane (nebraskaenergyobserver.wordpress.com)
    We don’t get much of a sense of the daily life of Jesus as He and His disciples tramped the roads of Judea, but the Gospel narratives give us some insight. They settled down for the night in Gethsemane. They’d had a good evening, and only one person at that supper knew why Judas had left early. We get a sense of companionship, and we can grasp something of the feeling of love which Jesus inspired in those close to Him.
    jesus-in-gethsemane
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.

    Based on the details of the Canonical gospels, the Crucifixion of Jesus was most likely to have been on a Friday (John 19:42). The estimated year of the Crucifixion is AD 33, by two different groups, and originally as AD 34 by Isaac Newton via the differences between the Biblical and Julian calendars and the crescent of the moon. A third method, using a completely different astronomical approach based on a lunar Crucifixion darkness and eclipse model (consistent with Apostle Peter‘s reference to a “moon of blood” in Acts 2:20), points to Friday, 3 April AD 33.

Tag Cloud

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

Beit T'Shuvah

Redefining Recovery

%d bloggers like this: