An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Monotheïsme’

Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen

13 Ga naar binnen door de nauwe poort,+ want breed is de poort en wijd is de weg die naar de vernietiging leidt, en veel mensen gaan daardoor naar binnen. 14 Maar nauw is de poort en smal is de weg die naar het leven leidt, en maar weinig mensen vinden die.+

15 Pas op voor de valse profeten,+ die in schaapskleren naar jullie toe komen+ maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn.+ 16 Je zult ze herkennen aan hun vruchten. Je kunt toch geen druiven plukken van een doornstruik of vijgen van een distel?+

17 Zo draagt elke goede boom goede vruchten, terwijl elke slechte boom slechte vruchten draagt.+ 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen en een slechte boom geen goede.+ 19 Elke boom die geen goede vruchten oplevert, wordt omgehakt en in het vuur gegooid.+ 20 Zulke mensen zijn dus te herkennen aan hun vruchten.+

*

    • Lukas 13:24: 4 ‘Span je krachtig in om door de smalle deur naar binnen te gaan.+ Want ik zeg jullie: veel mensen zullen proberen naar binnen te gaan, maar zullen daar niet in slagen.
    • Mattheüs 7:13, 14,(Anne de Vries): „Wijd is de poort en breed de weg die naar de ondergang leidt, en er zijn veel die deze weg inslaan. Maar de poort die naar het leven leidt is nauw en de weg is smal en er zijn er maar weinig die hem vinden”

Als gelovenden in één Ware God moeten wij er bewust van zijn dat er velen op de loer liggen om ons te misleiden. Maar al te graag zijn er mensen die niet liever willen dat wij het opgeven om in zulke kleine gemeenschap te willen leven omdat wij willen vasthouden aan de Bijbelse principes en niet vallen voor de wereldse leerstellingen en de grotere groepen van drie-eenheidsaanbidders.

Onmiddellijk nadat Jezus had gezegd dat er maar twee wegen zijn, zei hij:

„Pas op voor de valse profeten. Ze komen in schaapskleren naar u toe, maar in werkelijkheid zijn het roofzuchtige wolven” (Mattheüs 7:15, Groot Nieuws Bijbel).

Later zei hij:

„Niet ieder die Heer! Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel” (Mattheüs 7:21, Willibrordvertaling).

We mogen redelijkerwijs aannemen dat iemand die een profeet wordt genoemd of die beweert dat Jezus zijn Heer is, godsdienstig is en geen ongelovige. Het is dus duidelijk dat Jezus waarschuwde dat niet alle religies goed zijn en dat men niet alle religieuze leiders zomaar kan vertrouwen.

Er zijn massa’s religieuze groepen. Er zijn de verschillende religies, waarbij in die religieuze groepen ook nog vele verschillen zijn tussen allerlei onderverdelingen of subgroepen. In het Christendom vinden wij zo een hoeveelheid aan soorten kerken of geloofsgemeenschappen die in hun leerstellingen soms sterk afwijken van elkaar.

De grootste afwijking die wij niet mogen verwaarlozen is deze tussen de trinitarische en niet trinitarische of unitaristische gelovigen.  Wij kunnen zo een grote onderverdeling maken van de kerken uit het vroege christendom en de middeleeuwen, gevold door het Nestorianisme en de Oriëntaals-orthodoxie naast het meest gekende Katholicisme en haar dikwijls ontziene tegenvoeter de (Oosters-)orthodoxie, waartegenover de andere grote stroming staat van het Protestantisme met weer een veelheid van stromingen, met daarnaast overige groeperingen die door sommigen ook aanzien worden als een onderdeel van het protestantisme terwijl anderen ze beschouwen als ketters behorende tot sekten. Opvallend hierbij is dat sommige mensen juist diegenen die al de moeite doen om de bijbel te volgen als sekteleden aanschouwen of hen beschuldigen van ketters te zijn en godloochenaars, terwijl zij juist de Enige Ware God trachten te aanbidden. Vreemd is het dan ook dat men tegen die mensen die geen Drieenheid willen aanbidden, maar zich wel tot één God willen richten, dat men daar dikwijls heviger tegen te keer gaat dan niet-gelovigen of atheïsten.

Als men die mensen die het oneens zijn met de hoofdkerken of het niet eens zijn met de “officiële leer van de kerk” beschouwd als ketters, zou men die van de ‘mainstream kerken ‘ (of ‘mainstream churches’) afwijkende groepen dan ketters kunnen noemen, maar dan niet in de negatieve zin, die er wel meestal aan gegeven word en zeker niet aanschouwen als sekten. echter kunnen wij de vraag stellen waarom men dan die hoofdkerk die totaal afwijkt van de leer van Christus geen ketters of sekte noemt maar wel Katholische Kerk. Eveneens kan men dan ook de vraag stellen waarom men al die Katholieke zo wel als protestantse afscheuringen geen ketters noemt terwijl men de ware volgers van Christus wel ketters noemt.

Van al die afscheuringen van de Katholieke Kerk en vervolgens van de Protestantse kerk mag men stellen dat elk van hen geloofsgemeenschappen of religieuze gemeenschappen heeft die dezelfde religie aanhangen of de organisatie daarvan. Dit kan op allerlei niveaus zijn: van plaatselijk (een gemeente) tot (inter)nationaal (bijvoorbeeld een kerk). Kleinere geloofsgemeenschappen kunnen dus deel uitmaken van grote, zelfs mondiale geloofsgemeenschappen. De term kan voor alle religies worden gebruikt en is dus niet gebonden aan het christendom.

Opmerkelijk bij diegenen die zich Christen noemen dat daar de meerderheid helemaal niet die leerstellingen van de Joodse leermeester Jeshua, Christus Jezus, volgt, maar er zich aan houdt om eerder menselijke filosofische en theologische leerstellingen op na te houden in plaats van de Bijbelse leerstellingen. Nochtans zou men toch mogen stellen dat het er op aan komt om de leer te volgen van wie men deel in zijn naam draagt?! Aldus mag men toch verwachten van diegenen die zich Christen noemen dat zij de zelfde God aanbidden als hun zogenaamde stichter? Ook zou men dan toch mogen verwachten dat men de gemeenschap dan opbouwt naar de gebruiken en gewoonten van die leermeester en zijn eerste volgelingen. Maar niets is minder waar. Er is een enorm verschil tussen de lering van die hedendaagse grote kerkgemeenschappen en die eerste volgelingen van Jezus hun kerkgemeenschappen.

Egyptische goden.

De grootste groep van diegenen die zich vandaag Christen noemen beweren wel te geloven in één God maar verdelen deze toch in Drie Personen. Bij de meeste christenen bestaat hun godheid uit een God de Vader, een god de zoon Jezus Christus en als derde figuur een Heilige Geest.  Met die idee van Drievuldigheid voeden zij hun kinderen op en zetten de Romeins-Griekse en heidense traditie voort in hun geloof. Voor velen van die kerkgemeenschappen was Jezus al een gesplitste godheid voor dat de alleswetende God de wereld schiep. Hun Jezus is echter niet een alleswetende god en heeft aldus minder gelijke eigenschappen van de hoofdgod dan in andere polytheïstische geloofsgemeenschappen, ook al willen die christenen niet aanvaarden dat zij polytheïsten zouden worden genoemd.
Toch zou men daar dan de vraag kunnen stellen wat het verschil is tussen hun meer godendom en dat van de heidenen, waarbij er ook bij zijn die hun meerdere goden als onderdeel van de hoofdgod beschouwen en waar wij kunnen zien dat zij eigenlijk voor elke eigenheid van hun hoofdgod een andere naam hebben gegeven. Zo kan men daar Wijsheid , Kennis, Kracht, Tederheid, Liefde en Jaloersheid, om er enkele te noemen als godheden aantreffen, maar moet men ze eerder als eigenheden van die ene godheid zien, en zou men in gelijke trend als de trinitarische christenen ook hen als monotheïsten kunnen beschouwen.

Jezus en zijn apostelen in die eerste eeuw van onze tijdrekening waarschuwden al voor vele valse leerstellingen die wij nu als gemeengoed kunnen terug vinden in vele van die algemeen aanvaarde kerken van het Christendom, waarbij de meerderheid van de mensen vindt dat zij de juiste kerken zijn.

In het volgende hoofdstuk gaan wij verder kijken wat er mis is gegaan en waar de apostel Mattheus dan ook op inspeelt.

+

Voorgaande

  1. Vele kerken
  2. Doopsel en bloedvergieten ter vergeving
  3. 2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is
  4. 2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is – Vervolg 1

++

Aanverwante artikelen

  1. Begeerde zaken, gidsen en betrouwbare leidraad
  2. Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden
  3. Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen
  4. Hoe publiek minachtend te zijn over godsdienst
  5. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  6. Fundamentalisme en religie #6 Versplintering
  7. Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans
  8. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  9. De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?
  10. Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld
  11. Gods volk onderweg – Het leven in de gemeente
  12. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  13. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  14. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  15. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  16. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  17. Communicatie noodzakelijk voor groei in Ecclesia
  18. Doop en Geloof
  19. Geloofstwijfel, geloofsafval en kerk in moeilijkheden
  20. Moeten Christenen over zich heen laten walsen
  21. Heilige-drievuldigheid of drie-eenheid
  22. Doctrine van de Drievuldigheid

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. De Drievuldigheid van God
  2. Die Kerk(11) – Die Kerk en die Drie-eenheid
  3. De ware- en de valse drievuldigheid
  4. Verandering in de traditionele kerk
  5. Die Kerk (7) – Kerk in universele sin
  6. Die Kerk (14) – Die Kerk en sy ekumeniese roeping volgens die Nuwe Testament
  7. Kerk in een post-truth samenleving
  8. Kerken
  9. Religekkies: de eeuwige identiteitscrisis
  10. Praat Nederlands met me
  11. Conflict en theologie

+++

Politiek en macht eerste prioriteit #1

De vroege dagen van het Christendom

2.2.1. Politiek en macht de eerste prioriteit

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Het was gewoon onmogelijk om mensen terug naar de oude eenvoud te brengen alsook om hen terug tot de oude heidense geloofsvormen te brengen en tot de nationale vorm van verering terug te komen. Derhalve moest het imperium zich zo ver mogelijk identificeren met de progressieve beweging, de bestaande middelen van het nationale leven aanwenden, tolerantie uitoefenen, concessies doen aan de nieuwe godsdienstige tendensen, en de Germaanse stammen ontvangen in het imperium. Deze overtuiging spreidde constant uit, vooral aangezien Constantijn zijn vader goede resultaten daar uit had verkregen. In Gallië, Groot-Brittannië, en Spanje, waar Constantius Chlorus heerste, steeg de vrede en de tevredenheid, en de welvaart van de provincies zichtbaar, terwijl in het Oosten de welvaart door de bestaande verwarring en instabiliteit werd ondermijnd. Maar het was vooral in het westelijke deel van het imperium dat verering van Mithras overheerste. Constantijn vroeg zich af of het niet mogelijk zou zijn om alle verschillende nationaliteiten rond zijn altaren te verzamelen. Kon Sol Deus Invictus, waaraan zelfs Constantijn zijn muntstukken lange tijd wijdde, of Sol Mithras Deus Invictus, door Diocletian en Galerius, niet opperste god van het imperium worden om zo vereerd te worden? Constantijn kan hier over lang nagedacht hebben. De officiële zonnereligie moest algemeen door iedereen in zijn rijk aangenomen worden en die het niet erkenden mochten een kopje kleiner gemaakt worden. Maar hij had de gedachte noch niet verworpen zelfs nadat een wonderbare gebeurtenis hem had beïnvloed ten gunste van de God van de Christenen. [1]

Om politieke redenen, na zijn overwinning tegen zijn rivaal Maxentius, verleende Constantijn tolerantie aan de Christenen en trof een verdere maatregel in hun gunst. Hij was de eerste Romeinse keizer die de weerstand van de kerk tegen een heidens Romeinse staat erkende die op de heerserscultus als politieke factor werd gevestigd.

In 313 gaven hij en Licinius in Milaan het beroemde gezamenlijke bevelschrift van tolerantie uit. Dit verklaarde dat de twee keizers in verband met wat voordelig voor de veiligheid en het welzijn van het imperium was en vooral zou zijn, hadden overlegd en de dienst in overweging hadden genomen die de mens aan „de goddelijkheid“ verschuldigd was. Daarom hadden zij beslist Christenen en al de anderen vrijheid in de oefening van godsdienst te verlenen. Iedereen zou die godsdienst kunnen volgen welke hij het beste beschouwde. Zij hoopten dat „de gekroonde goddelijkheid in hemel“gunst en bescherming zou verlenen aan de keizers en hun onderdanen. Dit was op zichzelf bijzonder genoeg om heidenen in de grootste verbazing te werpen. Wanneer de verwoording van het bevelschrift zorgvuldig wordt onderzocht is er duidelijk bewijsmateriaal van een inspanning om de nieuwe gedachte op een manier uit te drukken die onmiskenbaar om het even welke twijfel wil wegnemen. Het bevelschrift bevat meer dan het geloof, waaraan Galerius aan het eind stem had gegeven, dat de vervolgingen nutteloos waren, en dat vrijheid van verering aan Christenen verleende, terwijl het tezelfdertijd poogde geen belediging aan het adres van de heidenen te brengen. Zonder twijfel werd de term goddelijkheid (god-godin) doelbewust gekozen, voor een heidense interpretatie niet uit te sluiten. De voorzichtige uitdrukking kwam waarschijnlijk in de keizerkanselarij voort, waar heidense concepties en heidense uitdrukkingsvormen nog lange tijd duurden. Niettemin kan de verandering van de bloedige vervolging van het christendom tot de tolerantie er van, een stap zijn die erkenning impliceerde, vele heidenen opgeschrokken en in hen verbazing opwekte maar hun ook de kans gaven om hun godsdienst te laten samensmelten met de andere.

De gevangengenomen Christenen werden bevrijd uit de gevangenissen en de mijnen, en werden ontvangen door hun broeders in het Geloof met toejuichingen van vreugde. Opnieuw geraakten de kerken gevuld, en dezen die afvallig waren geweest zochten vergiffenis. Maar gelukkig bleven er godsdienstige lui die er aan hielden om het originele Christelijk geloof te blijven aanhangen en die zich bewust waren van de gevaren van deze politieke handdruk.

Constantijn was hoofd van de Romeinse wereld geworden en was vastberaden om de geestelijke orde in het Oosten te herstellen zoals hij reeds in het Westen ondernomen had om de Donatisten bij de Raad van Arles neer te leggen. Hij slaagde er in om tot een overeenkomst met de meeste kerkleiders te komen door hen ook macht te geven, dit om sommige leerstellingen te veranderen, ingaand op sommige gedachtegangen, en op vieringen.

In de toewijding van Constantinopel in 330 werd een plechtige halve heidense, halve Christelijke dienst gebracht. Er was een triomfwagen voor de zonnegod geplaatst op de markt, en over zijn hoofd werd het Kruis, teken van de god van het kwaad Tamuz, voor Christus geplaatst, terwijl Kyrie Eleison werd gezongen. Kort voor zijn dood bevestigde Constantijn de voorrechten van de priesters van de oude goden. Veel andere acties die hij ondernam hebben ook de verschijning van halve maatregelen, alsof hij zelf had gewankeld en altijd in werkelijkheid aan één of andere vorm van een versmolten godsdienst had gehouden.[2] Aldus beval hij heidense troepen om van een gebed gebruik te maken waarin om het even welke monotheïst zich kon bij aansluiten, en dat zo liep: „Wij erkennen alleen jij als god en koning, wij roepen op jou als onze helper. Van jouw hebben wij de overwinning ontvangen, door jou hebben wij de tegenstander overwonnen. Aan jou zijn wij dat goede dat wij tot nu toe ontvangen hebben verschuldigd geweest, van jou hopen wij voor het in de toekomst. Aan jou bieden wij onze smeekbeden aan en smeken jou dat jij onze keizer Constantijn en zijn godvrezende zonen voor vele jaren niet gewond zullen geraken en victorieus zullen zijn”.[3]

This argenteus was struck in Antioch mint, und...

This argenteus was struck in Antioch mint, under Constantius Chlorus. (Photo credit: Wikipedia)

De kerk tolereerde de cultus van de keizer onder vele vormen. Het werd toegelaten om van de goddelijkheid van de keizer, van zijn heilige paleis, de heilige kamer te spreken, en van het altaar van de keizer, zonder voor dit als heiligschenner te worden aanschouwd. Uit dit standpunt was Constantijn zijn godsdienstige verandering vrij onbelangrijk; het bestond uit weinig meer dan het afstand nemen van een formaliteit. Voor wat zijn voorgangers hadden getracht te bereiken door het gebruik van al hun gezag, en ten koste van onophoudelijk bloedvergieten, was in waarheid slechts de erkenning van hun eigen goddelijkheid. Constantijn bereikte dit eind, hoewel hij van het aanbieden van offers aan zich zelf afstand nam.


[1] The original Catholic Encyclopedia

[2] Syncretisme

[3] http://oce.catholic.com/index.php?title=Constantine_the_Great

Nota:

Neuenheimer Mithraeum

Mithras relief als stierendoder te Neuenheim in de buurt van Heidelberg, omlijst door scènes uit het leven Mithras

De eerste zonnegod consequent aangeduid als Invictus was de provinciale Syrische god Elagabalus. De godheid Elagabalus ook wel als Jupiter en Sol gekend (fuit autem Heliogabali vel Iovis vel Solis).
De naam van de Perzische god Mithra (“Μίθρας”) [Sanskriet Mitra (मित्रः), gevonden in de Rig Veda], werd aangepast in het Grieks als Mithras, in het Sanskriet betekend “Mitra” “vriend” of “vriendschap”en werd gekoppeld aan een nieuwe en onderscheidende beeldtaal. Het Iraanse “Mithra” en het Sanskriet “Mitra” worden verondersteld afkomstig te zijn van een Indo-Iraanse woord mitra betekenend: “contract, overeenkomst, convenant”. De Romeinen namen de religie mysteriën van Mithras of mysteriën van de Perzen over en moderne historici verwijzen naar die godsdienstvorm als Mithraisme, of soms Romeinse Mithraïsme.Vanaf de 2e eeuw werd Mithras gevierd als de belangrijkste zonnegod. Lucius Domitius Aurelianus Augustus, of Aurelian, die de titel van Germanicus Maximus verkreeg en de Romeinse keizer was van 270-275, was verantwoordelijk voor de bouw van de Aureliaanse Muren in Rome en maakte Mithras de officiële religie in 270.Het was Constantijn die verordende (7 maart, 321) dat er een Solis-dag of dag van de zon moest zijn. Die  “zondag” werd daarom aangenomen als de Romeinse rustdag [CJ3.12.2]. Hij beval: “Op de eerbiedwaardige dag van de zon laat de magistraten en mensen die woonachtig zijn in steden rusten, en laat alle workshops worden gesloten. Op het platteland echter kunnen personen die in de landbouw werken, vrij en legaal doorgaan met hun bezigheden, omdat het vaak voorkomt dat een andere dag niet geschikt is voor de inzaai van graan  of aanplant van wijnstokken, opdat door het verwaarlozen van het juiste moment voor deze operaties de overvloed van de hemel zou verloren gaan. “+

Voorgaand: De vroege dagen van het Christendom 2.1. Hellenistische invloeden

Vervolg: De vroege dagen van het Christendom 2.2.2.  Politiek en macht eerste prioriteit #2

Engelse versie / English version: The early days of Christianity 2.2.1. Politics and power first priority

++

Vindt ook:

  1. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  2. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag Van shabbat naar zondag; >‘Heilige’ samenkomst (mikra kodesh)
  3. Groei eerste christenen , “orthodoxie”
  4. Zeus een heerser van hemel en aarde
  5. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  6. Doctrine van de Drievuldigheid
  7. Kerstmis, Saturnalia en de geboorte van Jezus
  8. Jezus’ heerschappij rekt verder dan wij vaak beseffen
    In het Romeinse Rijk was er maar één goddelijke redder, namelijk de keizer. In het begin van het geboorteverhaal van Jezus lijkt deze keizer de wereld te regeren. Hij voert bevel in heel zijn rijk.
  9. Paulus dienaar van het evangelie
  10. Vreemdelingschap
    Christenen in de tijd van de vroege kerk kregen al het verwijt dat ze te veel aan wereldmijding deden.
  11. Groei eerste christenen
  12. Vroege Kerk groeide slechts geleidelijk
  13. Zichtbaar houden van oudste kerken
  14. Scheiding van Kerk en staat
  15. Niet goddelijkheid van Christus toch
  16. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  17. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  18. Schoonheid van heiligheid

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Vele kerken

Bijbelstudenten in het licht van zo vele kerken

Mensen vragen vaak hoe het komt dat er zo vele kerken in Christendom zijn. Waarom schijnt het Christendom zo complex en vol verschillende groepen met totaal verschillende opinies?

Sommigen beweren dat er slechts één Universele Katholieke Kerk is. Anderen vinden dat er drie belangrijke categorieën zijn, namelijk de Katholieken, Orthodoxen en Protestanten. Als men dan de twee tegengestelde stromingen neemt waarbij de grootse vasthoudt aan de Heilige Drie-eenheid en de kleinste deze verwerpt en zoals de vroeg Christelijke Kerk wil vasthouden aan het monotheïstisch geloof, of een geloof van slechts één God en niet drie in één. Er zijn er die vinden dat deze niet Trinitariers

helemaal niet thuis horen in het Christendom. Anderen erkennen wel dat zij weldegelijk Christus Jezus willen volgen en daarom ook tot het Christendom behoren. Ook bij de niet-Trinitariers zijn er wel enkelen die dan een verschil willen maken in de Christenheid en het Christendom en al of niet tot een van die partijen wil toebehoren. Maar anderen zullen dan beweren dat alle verschillende benamingen deel uitmaken van het zelfde lichaam van Christus. U kan misschien zeggen dat al die kerken in sommige opzichten gelijk zijn, maar de verschillen zijn echt groot genoeg. De mensen zouden moeten opmerken dat er een verschil van het onderwijs tussen één kerk en een andere is, en dat dit verschil soms zeer wezenlijk is, zelfs fundamenteel. Zelfs in bepaalde kerken kunnen de mensen verschillende leerstellingen of ideeën en praktijken vinden die elkaar tegenspreken, hoewel al die kerken zeggen dat zij Jezus Christus volgen, en sommigen van hen ook beweren de Bijbel te volgen. Erg genoeg zijn er ook denominaties die zeggen dat de gewone mensen de Bijbel niet kunnen bestuderen omdat zij geen theologische vorming hebben. Zij schijnen te vergeten dat Jezus vaak de mensen van zijn eigen tijd berispte — maar hij berispte hen nooit voor het lezen van de Heilige Geschriften, eerder berispte hij hen voor het niet overeenkomstig  handelen voor wat zij lazen. Hij verklaarde de dingen die  in de Geschriften stonden en gaf ook zijn apostelen de opdracht om het vertelde verder te gaan vertellen of het evangelie te prediken, zodat de mensen zich bewust zouden zijn van wat God van hen wilde. Om te weten te komen wat God van ons verlangt, doen wij er best aan het Woord van God, de Bijbel, te bestuderen. Dat er zodanig veel denominaties zijn ontstaan in het Christendom ligt aan het feit dat er verscheidene kerken verkozen zich aan menselijke tradities te houden en het onderwijs van filosofische en theologische schrijvers op de eerste plaats te zetten, in plaats van zich te houden aan het Woord zelf. De geschiedenis toont ons hoe menselijke geschriften voor sommige kerken belangrijker zijn geworden dan de 66 boeken van de Bijbel. Daarom om te begrijpen waarom er zo vele verschillende kerken en zijn om te weten te komen welke richting wij moeten gaan is het best om een weinig achtergrond of geschiedenis van de Christelijke Kerk op te doen. Wanneer u de Christenheid bekijkt kunt u vele invloeden in het Christendom vinden die glashelder worden wanneer zij geplaatst worden in context.

Het is belangrijk dat gelovigen onderscheid maken tussen de culturele vormen verbonden aan een godsdienstige traditie en zijn “critical edge” die gewoonlijk afgeleid wordt vanuit het andere verwoordingsperspectief, of uit het tegenover elkaar stellen van het ideale leven dat in haar geschriften met de historische praktijken van verschillende congregaties wordt afgebeeld.

Toestaand voor beide aspecten, kan de godsdienst als huidige interactie tussen het verleden en de toekomst worden gezien: d.w.z., tussen traditioneel geloof en de hoop voor de toekomst van individuen en hun gemeenschappen. Om de echte waarde van de verschillen in de kerken te begrijpen moeten wij bekijken wat in het verloop van de tijd gebeurde. De geschiedenis toont hoe de mensen beïnvloed werden uit bronnen van buiten af en door zaken die zij graag verlangden. De geschiedenis van het Christendom toont aan hoe de gelovigen werden beïnvloed door andere denkwijzen, andere godsdiensten, tradities, en mythen. Het toont ook hoe de waaier van praktijken, organisaties en verwachtingen tot stand kwam. De geschiedenis toont ook hoe de mensen van de essentie van de Heilige Schrift weg groeiden en waarom door de eeuwen heen, ernstige studenten van de Bijbel, Onderzoekers van de Bijbel, leken en geschoolde theologen er aan hielden de waarheid te zoeken en er zich niet toe brachten om in te gaan om aan te sluiten bij traditionele en institutionele kerken.

Worldwide distribution of Catholic (yellow), P...

Versrpeiding van de Christelijke denominaties - Worldwide distribution of Christian denominations

De essentiële en centrale boodschap van de apostel Petrus zijn geschriften is dat de Heilige Schrift bekwaam is om mensen de waarheid over redding te kunnen onderwijzen en dat de waarheid door gewone mensen begrepen kan worden. Iedereen is bekwaam genoeg om het Woord van God in zich op te nemen als hij zich daar voor open wil stellen. Wij moeten het tot ons nemen zoals het is gegeven aan ons in de Bijbel en het dan ter harte nemen en er genoeg tijd voor uittrekken om het grondig te bestuderen. Wanneer wij door de Bijbel lezen zouden wij moeten vergelijken wat daar wordt geschreven met wat zo vele kerken afkondigen en daaruit lessen trekken. Om aan een goede niet beïnvloede studie van de Bijbel te komen zouden wij een open mening moeten aannemen en geen vooroordelen hebben, zoekend in haar pagina’s voor steun voor doctrines die reeds uit andere bronnen werden geformuleerd. Wij zouden niet blind moeten zijn om te zien dat de doctrines worden gevormd op geïsoleerde teksten zonder verwijzing naar het algemene onderwijs gesteund op de Schrift. Zeer vaak neigen de doctrines geïsoleerd te staan en niet gegrond op de Schriftuurlijke tekst. Zij worden meer gepresenteerd als afzonderlijk verbonden pakketten, en het definitieve en logische resultaat van hun onderwijs wordt niet doorgrondelijk bekeken. Zo worden de discrepantie en de tegenspraak niet aan het licht gebracht. Door de geschiedenis van het Christendom te bekijken kunnen wij zien dat bepaalde kerken door bepaalde doctrines zijn overheerst waarop meer dan de gebruikelijke nadruk is gelegd, welke geresulteerd heeft in de verwaarlozing van het ander belangrijk onderwijs. Het resultaat van dit is een verplaatste en uit zijn evenwicht gebrachte mening van de Bijbelse waarheid die geleid heeft tot valse conclusies en een wanordelijke conceptie van redding.

Vandaag leven wij in een wereld van gemak, van „laisser faire“. Velen denken dat het Christelijke geloof niet kan worden bepaald in voorstellen. Het is verondersteld te persoonlijk en te mystiek te zijn. Het is dit standpunt dat zo velen aanmoedigt om te zeggen dat het van geen belang is wat u gelooft of welke kerk die u toetreedt. Maar in het Nieuwe Testament worden wij duidelijk gewaarschuwd om zeer voorzichtig te zijn. Volgens de Nazareen Jezus, Christus de Messias, is het echter niet gemakkelijk om de juiste weg te volgen en, en om de smalle poort door te gaan. In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat de Kerk de „pijler en de grond van de waarheid“ zou moeten zijn (1 Timotheüs 3: 15). Er is een plechtige plicht die op elke gelovige wordt gelegd ervoor te zorgen dat hun geloof en hun kerk bij op die ware stichting worden voortgebouwd, zoals het in de Bijbel wordt geopenbaard.

Als wij de Geschiedenis van Christendom bekijken zullen wij kunnen opmerken dat veel verkeerd ging omdat de mensen niet bij het woord van God bleven, maar meer andere godsdiensten en tradities bekeken. Het andere probleem was ook dat er altijd prominente leraren in Christendom zijn geweest die zei den dat de leken niet zouden kunnen begrijpen wat in de Bijbel stond. Nog erger was het dat er leraren waren die het onderwijs van de Bijbel over God en Zijn doel ontkenden. Zij legden de weg van de werkelijkheid van de verrijzenis van Christus opzij, en gooiden twijfel op het gezag van het woord van God, en verzwakten Zijn bevelen.

Wanneer wij de geschiedenis van Christendom bekijken zullen wij kunnen zien dat wij niet al te hoog op moeten lopen met de geloofsbrieven van bepaalde geleerden. Waar de wetenschap getrouw is aan het woord van God en ons helpt om het beter te begrijpen zouden wij er voor dankbaar moeten zijn, maar de Bijbel stelt nooit voor dat de menselijke intelligentie het paspoort naar goddelijke kennis is. In plaats daarvan vertelt het ons dat de waarheid het grootste deel van haar gezicht aan hen onthult die bescheiden en van een berouwvolle geest zijn.

Wij hopen dat in deze optekeningen op het net wij samen op de zoektocht naar de Waarheid kunnen gaan, en dat wij u kunnen overtuigen dat het belangrijk is om een grondige studie van de Bijbel te ondernemen, en dat u zelf een goede „student van de Bijbel“ kunt worden.

Tag Cloud

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

Beit T'Shuvah

Redefining Recovery

%d bloggers like this: