An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Naam van God’

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

“In het begin schiep God de hemel en de aarde. {-(1:1-3) In het begin schiep God de hemel en de Aarde…god zei / Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [ … ] zei God’.}” (Genesis 1:1 NBV)

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.” (Genesis 17:1 NBV)

“2 God zei tegen Mozes: ‘Ik ben de HEER. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb ik niet aan hen bekendgemaakt.” (Exodus 6:2-3 NBV)

En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+  –

“Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?” (Exodus 15:11 NBV)

“door wie jullie met zoveel minachting behandeld zijn. Nu zie ik in dat de HEER machtiger is dan alle andere goden.’” (Exodus 18:11 NBV)

“Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Exodus 33:20 NBV)

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! {-(6:4) \@de HEER, onze God, de HEER is de enige\@ Ook mogelijk is de vertaling: ‘de HEER, onze God, de HEER is één’, of: ‘de HEER is onze God, de HEER alleen’.}” (Deuteronomium 6:4 NBV)

Luister, o I̱sraël: Jehovah, onze God, is één Jehovah.*+ En gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart+ en geheel uw ziel+ en geheel uw levenskracht.+ En deze woorden die ik u heden gebied, moeten op uw hart blijken te zijn;+ en gij moet ze uw zoon inscherpen+ en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt+ en wanneer gij opstaat. En gij moet ze als een teken op uw hand binden,+ en ze moeten tot een voorhoofdsband tussen uw ogen dienen;+ en gij moet ze op de deurposten* van uw huis en op uw poorten schrijven.+ –

“Want de naam van de HEER roep ik uit: de HEER is onze God, laat iedereen hem prijzen!” (Deuteronomium 32:3 NBV)

“U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij.” (1 Kronieken 29:11 NBV)

“(2:4) Het moet een grote tempel worden, want onze God is groter dan alle andere goden.” (2 Kronieken 2:5 NBV)

“Zie hoe groot God is, buiten elk begrip, het getal van zijn jaren is ontelbaar.” (Job 36:26 NBV)

“(46:11) ‘Staak de strijd, en erken dat ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’” (Psalmen 46:10 NBV)

“Een lied, een psalm van de Korachieten. (48:2) Groot is de HEER, hem komt alle lof toe. In de stad van onze God, op zijn heilige berg” (Psalmen 48:1 NBV)

“Uw gerechtigheid rijst hoog op, o God, u hebt grootse daden verricht. God, wie is aan u gelijk?” (Psalmen 71:19 NBV)

“Geprezen zij God, de HEER, de God van Israël. Hij doet wonderen, hij alleen.” (Psalmen 72:18 NBV)

“(83:19) Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.” (Psalmen 83:18 NBV)

“Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga.” (Psalmen 86:8 NBV)

“(89:7) Want wie daar boven kan de HEER evenaren, wie van de goden zich meten met de HEER,” (Psalmen 89:6 NBV)

“(92:6) Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe peilloos diep uw gedachten.” (Psalmen 92:5 NBV)

“3 De HEER is een machtige God, een machtige koning, boven alle goden verheven. 4 Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, 5 van hem is de zee, door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd. 6 Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. 7  Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid. Luister vandaag naar zijn stem: 8 ‘Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, 9 toen jullie voorouders mij op de proef stelden, mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.” (Psalmen 95:3-9 NBV)

“U, HEER, bent de hoogste op heel de aarde, boven alle goden hoog verheven.” (Psalmen 97:9 NBV)

“Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig zijn verbond ingesteld. Heilig en ontzagwekkend is zijn naam.” (Psalmen 111:9 NBV)

“Ik weet het: groot is de HEER, onze Heer overtreft alle goden.” (Psalmen 135:5 NBV)

“‘Groot is de HEER, hem komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden.’” (Psalmen 145:3 NBV)

“De HEER van de hemelse machten houdt het recht hoog, de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid.” (Jesaja 5:16 NBV)

“Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’” (Jesaja 6:3 NBV)

“Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.” (Jesaja 8:13 NBV)

“Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden?” (Jesaja 40:18 NBV)

“Ik, ík ben de HEER ! Buiten mij is er niemand die redt.” (Jesaja 43:11 NBV)

“Vrees niet, laat de angst je niet verlammen: heb ik het je niet vanaf het begin laten horen, heb ik het je niet aldoor verteld? Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij, of een andere rots? Ik ken er geen.” (Jesaja 44:8 NBV)

“Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid-heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt.” (Jesaja 57:15 NBV)

“Wie zou geen ontzag voor u hebben? Koning van de volken, dat komt u immers toe. Onder alle wijzen van de volken, onder al hun koningen is niemand als u.” (Jeremia 10:7 NBV)

“Wanneer ik jullie heb weggeleid bij de volken waartussen jullie nu leven, zullen jullie mij als een geurig offer met vreugde vervullen. Ik zal jullie bij elkaar brengen vanuit de landen waarover jullie nu verstrooid zijn, en zo de volken laten zien dat ik heilig ben.” (Ezechiël 20:41 NBV)

“Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat ik de HEER ben-spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat ik heilig ben;” (Ezechiël 36:23 NBV)

“Ik zal mijn grootheid en mijn heiligheid tonen en mij aan vele volken bekendmaken. Ze zullen beseffen dat ik de HEER ben.”” (Ezechiël 38:23 NBV)

“De koning zei tegen Daniël: ‘Het is waar, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij onthult mysteries en daardoor hebt u dit mysterie kunnen onthullen.’” (Daniël 2:47 NBV)

“(3:5) Dan zal ieder die de naam van de HEER aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de HEER heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered.” (Joël 2:32 NBV)

“Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij.” (Sefanja 3:9 NBV)

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mattheüs 6:9 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God.” (Markus 10:18 NBV)

“ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.” (Lukas 1:49 NBV)

“want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’” (Johannes 4:24 NBV)

“1  Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Johannes 17:1-3 NBV)

“Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard,” (Johannes 17:6 NBV)

“25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. 26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’” (Johannes 17:25-26 NBV)

“Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”” (Handelingen 2:21 NBV)

“Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn,” (Romeinen 1:20 NBV)

“want er staat: ‘Ieder die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered.’” (Romeinen 10:13 NBV)

“Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.” (Romeinen 11:33 NBV)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod echt bestaat en dat er maar één God is. 5 Ook al zijn er zogenaamde goden in de hemel of op aarde-en zo zijn er immers heel wat goden en heren-, 6 wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1 Corinthiërs 8:4-6 NBV)

“die in overeenstemming is met het evangelie dat mij is toevertrouwd, het evangelie over de majesteit van de gelukzalige God.” (1 Timotheüs 1:11 NBV)

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NBV)

“Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit.” (Hebreeën 9:24 NBV)

“Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.” (1 Johannes 4:16 NBV)

“Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’” (Openbaring 4:8 NBV)

“met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u.” (Openbaring 11:17 NBV)

“Ik hoorde het altaar antwoorden: ‘Ja, Heer, onze God, Almachtige, uw oordelen zijn betrouwbaar en rechtvaardig.’” (Openbaring 16:7 NBV)

*

 

+

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

Dieu Tout-puissant Qui ont peut pas voir et vivre

El-Shaddai God Almighty Who no-one may see and live

+++

 

Verkiezing van Matthias

Betrayal, Great Shelford

Het veraad door Judas. – Betrayal, Great Shelford (Photo credit: TheRevSteve)

Judas Iskariot, de zoon van Simon en de beruchte apostel die Jezus verraden heeft. De bijbel verschaft weinig rechtstreekse inlichtingen over de familie en de achtergrond van Judas. Zowel hij als zijn vader werden Iskariot genoemd (Lu 6:16; Jo 6:71). Over het algemeen wordt aangenomen dat zij — gezien deze naam — uit de Judese stad Kerioth-Hezron afkomstig waren. Als dit zo is, dan was Judas onder de twaalf apostelen de enige Judeeër, terwijl alle anderen Galileeërs waren.

Judas wordt enige tijd na het Pascha in 31 G.T., ongeveer anderhalf jaar nadat Jezus met zijn bediening was begonnen, voor het eerst in de door de evangelieverslagen verschafte opsomming van de apostelen genoemd (Mr 3:19; Lu 6:16). Men mag logischerwijs aannemen dat Judas reeds enige tijd een discipel was voordat Jezus hem tot apostel aanstelde. Veel schrijvers schetsen een volledig negatief beeld van Judas, maar kennelijk was hij een tijdlang een discipel die in de ogen van God en van Jezus gunst had gevonden; alleen al zijn verkiezing als apostel getuigt hiervan. Bovendien werd hem het beheer van de gemeenschappelijke financiën van Jezus en de twaalf toevertrouwd. Hierdoor wordt te kennen gegeven dat hij destijds betrouwbaar en bekwaam was, want ofschoon Mattheüs ervaring op het gebied van geld en cijfers had, kreeg hij die toewijzing niet (Jo 12:6; Mt 10:3). Toch werd hij in- en inverdorven, waarvoor geen enkele verontschuldiging aan te voeren is. Ongetwijfeld om die reden wordt hij in de opsomming van de apostelen als laatste genoemd en als de Judas aangeduid „die hem later verraden heeft” en „die een verrader werd”. — Mt 10:4; Lu 6:16.

– it-1 blz. 1361-1365 – Inzicht, Deel 1

English: Saint Matthias, who replaced Judas Is...

Afbeelding van de Heilige Matthias, die ter vervanging van Judas Iskariot als apostel werd verkozen (Photo credit: Wikipedia)

***

Markus 3:16-19:

16 Tot de [groep van] twaalf nu die hij vormde, behoorden Si̱mon, die hij tevens de bijnaam Pe̱trus gaf,+ 17 en Jako̱bus, de [zoon] van Zebede̱üs, en Joha̱nnes, de broer van Jako̱bus+ (aan hen gaf hij ook de bijnaam Boane̱rges,* hetgeen Zonen van de donder betekent), 18 en Andre̱as en Fili̱ppus en Bartholome̱üs en Matthe̱üs en Tho̱mas en Jako̱bus, de [zoon] van Alfe̱üs, en Thadde̱üs en Si̱mon de Kananeeër 19 en Ju̱das Iska̱riot, die hem later verraden heeft.+

En hij ging een huis binnen.

Lukas 6:12-16: 12 In de loop van die dagen ging hij de berg op om te bidden,+ en hij bracht de gehele nacht door in gebed tot God.+ 13 Toen het echter dag werd, riep hij zijn discipelen bij zich en koos er twaalf van hen uit, aan wie hij tevens de naam „apostelen” gaf:+ 14 Si̱mon, aan wie hij ook de naam Pe̱trus gaf,+ en zijn broer Andre̱as, en Jako̱bus en Joha̱nnes,+ en Fili̱ppus+ en Bartholome̱üs, 15 en Matthe̱üs en Tho̱mas,+ en Jako̱bus, [de zoon] van Alfe̱üs, en Si̱mon, die „de ijveraar”* wordt genoemd,+ 16 en Ju̱das, [de zoon] van Jako̱bus, en Ju̱das Iska̱riot, die een verrader werd.+

Mattheüs 10:2-4:

  2 Dit zijn de namen van de twaalf apostelen:+ Als eerste, Si̱mon, die Pe̱trus* wordt genoemd,+ en zijn broer Andre̱as;+ en Jako̱bus, de [zoon] van Zebede̱üs,+ en zijn broer Joha̱nnes; 3 Fili̱ppus en Bartholome̱üs;*+ Tho̱mas+ en Matthe̱üs*+ de belastinginner; Jako̱bus, de [zoon] van Alfe̱üs,+ en Thadde̱üs;* 4 Si̱mon de Kananeeër+ en Ju̱das Iska̱riot, die hem later verraden heeft.+

Johannes 12:6;

6 Dit zei hij echter niet omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was+ en de geldkist had+ en gewoon was het daarin gestorte geld weg te nemen.

Handelingen van de apostelen 1: 15- 26

15 In die dagen nu stond Pe̱trus te midden van de broeders op en zei (er was een schare van ongeveer honderd twintig personen bijeen*): 16 „Mannen, broeders, het schriftwoord moest vervuld worden+ dat de heilige geest+ bij monde van Da̱vid tevoren gesproken heeft over Ju̱das,+ die een gids is geworden van hen die Jezus gevangennamen,+ 17 want hij werd tot de onzen gerekend+ en kreeg een aandeel aan deze bediening.+ 18 (Deze nu heeft met het loon voor onrechtvaardigheid+ een veld gekocht,+ en met het hoofd voorover neergestort,*+ is hij met veel geluid midden opengebarsten, en al zijn ingewanden werden uitgestort. 19 Het werd ook bekend aan alle inwoners van Jeru̱zalem, zodat dat veld in hun taal Akeldama, dat wil zeggen Bloedveld, werd genoemd.) 20 Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: ’Zijn verblijfplaats worde woest en er zij geen bewoner in’,+ en: ’Iemand anders neme zijn ambt van opzicht.’*+ 21 Daarom is het noodzakelijk dat van de mannen die met ons samenkwamen gedurende al de tijd dat de Heer Jezus onder ons in- en uitging,*+ 22 te beginnen bij zijn doop door Joha̱nnes+ en tot de dag waarop hij van ons werd opgenomen,+ een van deze mannen met ons een getuige wordt van zijn opstanding.”+

23 Derhalve stelden zij er twee voor zich: Jo̱zef, [ook] Ba̱rsabbas geheten, die de bijnaam Ju̱stus droeg, en Matthi̱as. 24 En zij baden en zeiden: „Gij, o Jehovah,* die het hart van allen kent,+ wijs degene aan die gij van deze twee hebt uitgekozen 25 om de plaats in te nemen van deze bediening en dit apostelschap,+ waarvan Ju̱das is afgeweken om naar zijn eigen plaats te gaan.” 26 Toen wierpen zij het lot+ over hen, en het lot viel op Matthi̱as; en hij werd met de elf+ apostelen gerekend.

(Nieuwe Wereld Vertaling)

***

*

 

Verzen 23-26

(Matthi̱as) [waarschijnlijk een verkorte vorm van het Hebr. Mattithjah, wat „Geschenk van Jehovah” betekent].

De discipel die door het lot werd aangewezen om Judas Iskariot als apostel te vervangen. Na Jezus’ hemelvaart vestigde Petrus er de aandacht op dat de psalmist David niet alleen Judas’ ontrouw had voorzegd (Ps 41:9), maar dat David ook geschreven had (Ps 109:8): „Iemand anders neme zijn ambt van opzicht”, en deed de ongeveer 120 bijeengekomen discipelen daarom het voorstel de opengevallen plaats door iemand anders te laten innemen. Jozef Barsabbas en Matthias werden ter verkiezing voorgedragen; na een gebed werd het lot geworpen, en Matthias werd gekozen. Aangezien dit slechts een paar dagen vóór de uitstorting van de heilige geest gebeurde, is dit het laatste in de bijbel opgetekende voorval waarbij men zich van het lot bediende om Jehovah’s beslissing in een aangelegenheid te weten te komen. — Han 1:15-26.

Volgens Petrus’ woorden (Han 1:21, 22) was Matthias gedurende de drie en een half jaar van Jezus’ bediening een volgeling van Christus geweest, was hij nauw verbonden geweest met de apostelen en behoorde hij zeer waarschijnlijk tot de zeventig discipelen of evangelisten die Jezus had uitgezonden om te prediken (Lu 10:1). Nadat hij was gekozen, werd hij door de gemeente „met de elf apostelen gerekend” (Han 1:26), en wanneer in het boek Handelingen onmiddellijk daarna sprake is van „de apostelen” of „de twaalf”, was Matthias daarbij inbegrepen. — Han 2:37, 43; 4:33, 36; 5:12, 29; 6:2, 6; 8:1, 14; 9:27; zie Paulus.

– it-2 blz. 274

+

Er bestaat geen reden eraan te twijfelen dat Matthias door God zelf werd uitgekozen. Het is waar dat Paulus na zijn bekering een zeer vooraanstaande plaats innam en veel meer arbeidde dan alle andere apostelen (1Kor 15:9, 10). Niets duidt er echter op dat Paulus persoonlijk voor het apostelschap voorbestemd was, zodat God het gebed van de bijeengekomen christenen in feite niet had verhoord, de onbezette post van Judas tot de bekering van Paulus had opengelaten en zo de aanstelling van Matthias tot louter een eigenmachtig optreden van de bijeengekomen christenen maakte. Integendeel, er zijn deugdelijke bewijzen dat Matthias door God als vervanger werd aangesteld.

Met Pinksteren kregen de apostelen door de uitstorting van de heilige geest unieke krachten; zij zijn de enigen van wie wordt gezegd dat zij pasgedoopte personen de handen konden opleggen en wonderbaarlijke gaven van de geest op hen konden overdragen. (Zie Apostel [De macht om wonderen te verrichten].) Als Matthias in werkelijkheid niet Gods keus was geweest, zou iedereen hebben gemerkt dat hij dat vermogen niet bezat. Het verslag laat echter het tegendeel zien. Lukas, de schrijver van Handelingen, was tijdens bepaalde etappen van Paulus’ zendingsactiviteit zijn reisgezel en medewerker, en het boek Handelingen weerspiegelt derhalve ongetwijfeld Paulus’ eigen kijk op de zaak en stemt daarmee overeen. Dat boek zegt dat „de twaalf” de zeven mannen aanstelden die het probleem in verband met de voedselverdeling moesten oplossen. Dit was na Pinksteren in 33 G.T., maar vóór Paulus’ bekering. Matthias wordt hier derhalve erkend als een van „de twaalf”, en samen met de andere apostelen legde hij de zeven uitgekozen mannen de handen op. — Han 6:1-6.

– it-2 blz. 577-583

+

Matthias was niet louter een apostel van de gemeente Jeruzalem, net zomin als de overige elf apostelen dat waren. Zijn geval ligt anders dan dat van de leviet Jozef Barnabas, die een apostel van de gemeente Antiochië (Syrië) werd (Han 13:1-4; 14:4, 14; 1Kor 9:4-6). Ook andere mannen worden „apostelen van gemeenten” genoemd in de zin dat zij als vertegenwoordigers van zulke gemeenten werden uitgezonden (2Kor 8:23). En in zijn brief aan de Filippenzen spreekt Paulus over Epafroditus als „uw afgezant [a·po′sto·lon] en persoonlijke dienaar om in mijn behoeften te voorzien” (Fil 2:25). Het is duidelijk dat deze mannen het apostelambt niet op grond van de een of andere apostolische successie bekleedden, en ook behoorden zij niet tot „de twaalf”, zoals Matthias.

– it-1 blz. 132-136

v 23: Jehovah: „Jehovah”; Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH)

Er zijn bewijzen voor dat Jezus’ discipelen in hun geschriften het Tetragrammaton hebben gebruikt. Hiëronymus schreef in de 4de eeuw in zijn werk De viris inlustribus [Over beroemde mannen], hoofdstuk III, het volgende: „Mattheüs, die ook Levi is, en die van belastinginner apostel werd, stelde allereerst in Judea een Evangelie van Christus op in de Hebreeuwse taal en lettertekens ten behoeve van de besnedenen die gelovigen waren geworden. Wie het daarna in het Grieks heeft vertaald, staat niet voldoende vast. Bovendien is de Hebreeuwse [tekst] zelf tot op de huidige dag in de bibliotheek te Cesarea bewaard gebleven, die door de martelaar Pamphilus zo naarstig is bijeengebracht. Ook werd mij door de Nazarenen, die dit boekdeel in de Syrische stad Berea gebruiken, toestemming verleend om het over te schrijven.” (Vertaling uit de Latijnse tekst onder redactie van E. C. Richardson en uitgegeven in de serie „Texte und Untersuchungen zur Geschichte der altchristlichen Literatur”, Deel 14, Leipzig 1896, blz. 8, 9.)

Mattheüs deed meer dan honderd aanhalingen uit de geïnspireerde Hebreeuwse Geschriften. Op de plaatsen waar in deze aanhalingen de goddelijke naam stond, zal hij genoodzaakt zijn geweest getrouw het Tetragrammaton in zijn Hebreeuwse evangelieverslag op te nemen. Toen het Evangelie van Mattheüs in het Grieks werd vertaald, bleef het Tetragrammaton overeenkomstig het gebruik van die tijd onvertaald in de Griekse tekst staan.

Niet alleen Mattheüs maar alle schrijvers van de christelijke Griekse Geschriften haalden verzen uit de Hebreeuwse tekst of uit de Septuaginta aan waarin de goddelijke naam voorkomt. In Petrus’ toespraak in Han 3:22 bijvoorbeeld wordt een aanhaling gedaan uit De 18:15, waar het Tetragrammaton in een papyrusfragment van de Septuaginta uit de 1ste eeuw v.G.T. voorkomt. (Zie App. 1C [1].) Als volgeling van Christus gebruikte Petrus Gods naam, Jehovah. Toen Petrus’ toespraak op schrift werd gesteld, werd zoals dat in de 1ste eeuw v.G.T. en de 1ste eeuw G.T. de gewoonte was, het Tetragrammaton op die plaats gebruikt.

Ergens tijdens de 2de of 3de eeuw G.T. verwijderden de afschrijvers het Tetragrammaton zowel uit de Septuaginta als uit de christelijke Griekse Geschriften en vervingen het door Ku′ri·os, „Heer”, of The′os, „God”.

v 24: die het hart van allen kent: (1 Samuël 16:7):7 Maar Jehovah zei tot Sa̱muël: „Kijk niet naar zijn uiterlijk en naar zijn rijzige gestalte,+ want ik heb hem verworpen. Want [God ziet*] niet zoals de mens ziet,+ want de méns ziet datgene wat zichtbaar is voor de ogen;*+ maar wat Jehovah aangaat, hij ziet hoe het hart+ is.”*

(1 Kronieken 28:9): 9 En gij, mijn zoon Sa̱lomo, ken+ de God van uw vader en dien+ hem met een onverdeeld hart+ en met een bereidwillige ziel;+ want Jehovah doorzoekt alle harten,+ en elke neiging van de gedachten onderscheidt hij.+ Indien gij hem zoekt, zal hij zich door u laten vinden;+ maar indien gij hem verlaat,+ zal hij u voor eeuwig verstoten.+

(Jeremia 11:20)20 Maar Jehovah der legerscharen oordeelt met rechtvaardigheid;+ hij onderzoekt de nieren* en het hart.+ O moge ik uw wraak op hen zien, want aan u heb ik mijn rechtsgeding onthuld.+
(Handelingen 15:8): 8 en God, die het hart kent,+ heeft getuigenis afgelegd door hun de heilige geest te geven,+ evenals hij die ook aan ons heeft gegeven.
v 25: apostelschap: (Johannes 6:70): 70 Jezus antwoordde hun: „Heb ik niet U twaalf uitgekozen?+ Toch is een van U een lasteraar.”*+

(Lukas 6:13): 13 Toen het echter dag werd, riep hij zijn discipelen bij zich en koos er twaalf van hen uit, aan wie hij tevens de naam „apostelen” gaf:+

(Johannes 15:16): 16 GIJ hebt mij niet uitgekozen, maar ik heb U uitgekozen, en ik heb U gesteld opdat GIJ zoudt heengaan en vrucht zoudt blijven dragen+ en dat UW vrucht zou blijven, opdat wat GIJ de Vader ook vraagt in mijn naam, hij het U zou geven.+

v 26: Toen wierpen zij het lot: (Spreuken 16:33) 33 In de schoot wordt het lot neergeworpen,+ maar elke beslissing daardoor is van Jehovah afkomstig.+

+

Vergelijk:

The Acts Of The Sent Ones Chapter 1

Hebraic Roots Bible Book of The Acts of the Apostles Chapter 1

Nazarene Acts of the Apostles Chapter 1 v23-26 Choice of Matthias

Afrikaans: Matti′as is gekies als een van “die twaalf”

Deutsch: Da warfen sie Lose und das Los fiel auf Matthias

English: Election of the Apostle Matthias

++

Lees ook:

  1. Aleph als beginletter voor titels van God
  2. God over zijn Naam יהוה
  3. Belangrijkheid van Gods Naam
  4. Een Naam voor een God #6 Hoeveel Lettergrepen: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  5. Een Naam voor een God #7 Jahwe(h) niet Hebreeuws: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  6. Een Naam voor een God #8 Vergeten of weigeren: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  7. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees: YaHuWah, Yahweh, Jahwe of Jehovah
  8. Positie en macht
  9. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  10. apostel die Judas verving: bt 19; it-1 134-135; it-2 274, 582-583; w93 1/8 31; w90 1/6 11
  11. een van „de twaalf” (1Kor 15:5): it-1 134-135; w93 1/8 31; w88 15/1 30
  12. naam op fundamentsteen van Nieuwe Jeruzalem: it-1 135; it-2 583

+++

Related articles
  • The Holy Spirit-Empowered Apostles (yourgodmoments.wordpress.com)
    It is here that Jesus completes His gospels through the Holy Spirit by filling His disciples hearts with the remainder of the knowledge that He wants all of God’s children to know in order to pursue a path of righteousness and a life filled with God moments…
    +
    This ‘church’ gathered to pray, and then the apostle Peter addressed the gathering. He told them that Judas Iscariot’s betrayal of Jesus was a fulfilled prophecy, (Ps. 69:25), and that there was also written prophecy that mandated that the vacancy left by the death of Judas’ be filled by the appointment of a new apostle from the church. (Ps. 109:8)
  • Commemoration of the Apostle Matthias, Martyred in Colchis, and Apostolic Succession (georgianorthodoxchurch.wordpress.com)
    The elevation of Matthias from the Seventy to the Twelve Apostles is interesting, as it is one of the first written accounts of Apostolic Succession,.
    +
    Orthodox Christians believe in Apostolic Succession; tracing a direct line of apostolic ordination, Orthodox doctrine, and full communion of Orthodox jurisdictions from the Twelve Apostles to the current Episcopacy of the Orthodox Church. All three elements are integral to apostolic succession. It is through apostolic succession that the Church is the direct spiritual successor to the original body of believers in Christ as the Son of God, composed of the Apostles. This succession manifests itself through the unbroken succession of its bishops back to the Apostles.
  • Intro to the Book of Acts and the choosing of Judas’ replacement (sundayschoolbiblestudy.wordpress.com)
    Peter feels called to stand up and make the case that they now should allow God to choose a successor to Judas Iscariot. Notice that this is the first time in the Bible that we see Peter quote Scripture. He is now relying on the Word of God to steer him through ministry just like Jesus had demonstrated through His earthly ministry and had taught them to do.
  • Wait Upon The Lord (rootstothestream.net)
    21 Therefore it is necessary to choose one of the men who have been with us the whole time the Lord Jesus was living among us, 22 beginning from Johns baptism to the time when Jesus was taken up from us. For one of these must become a witness with us of his resurrection.
    +
    I need to remember that without the direction of the Lord my actions are simply that, my own actions, and not directed (or blessed) by Christ. It is when with grace given patience that I wait upon the direction of the Lord that His will is truly done. Consider if there are any aspects of your life that may be best served with simply waiting on the direction of the Lord.
  • Acts 1 (sisterspray4me.com)
    23 So they nominated two men: Joseph called Barsabbas (also known as Justus) and Matthias. 24 Then they all prayed, “O Lord, you know every heart. Show us which of these men you have chosen 25 as an apostle to replace Judas in this ministry, for he has deserted us and gone where he belongs.” 26 Then they cast lots, and Matthias was selected to become an apostle with the other eleven.
  • Lying to the Holy Spirit and the Apostles on Trial (Round 2) (sundayschoolbiblestudy.wordpress.com)
    God, who knows the heart, showed that he accepted them by giving the Holy Spirit to them, just as he did to us.
    Even better, God’s Holy Spirit intercedes for us.
  • The End of Judas Iscariot (defenderoftruthblog.wordpress.com)
    We see in the tragic end of Judas plain proof of our Lord’s innocence from every charge against Him. In verse 4, Judas declared that he had betrayed “innocent blood.” If there was any living witness who could give evidence against Jesus Christ, Judas was the one. A chosen apostle of Jesus, a constant companion of His followers, and a disciple of all His teachings, both in public and in private, Judas would have known if Christ had done any wrong, either in word or in deed. And as a deserter and betrayer, it would have been in Judas’s own interest to prove Jesus guilty because it would, to some extent, excuse his own conduct if he could show that his Master was an offender or an impostor.
    +
    We see in the unhappy end of Judas how little comfort ungodliness brings to a man at last. In verse 5, we are told that he cast down in the temple the thirty pieces of silver for which he had sold his Master and went away in remorse. That money was dearly earned, at the price of his soul, but it brought him no pleasure even when he had it, let alone when the end came. Moses had learned that the pleasures of sin are but “for a season” (Hebrews 11:25).
    +
    An apostle of Christ, a preacher of the gospel, and a companion of Peter and John, Judas committed suicide and rushed into God’s presence unprepared. Truly, “For everyone that hath shall be given, and he shall have in abundance; but from him that hath not shall be taken away even that which he hath” (Matthew 25:29-30).
  • Monday, August 12 (illustrationstoencourage.wordpress.com)
    Judas received 30 pieces of silver—the price of a slave! Judas never spent his ill-gotten sum, for he threw the money into the temple and went off and committed suicide.—Matt. 26:14-16; 27:3-10.
  • Day 76- don’t be such a Judas! (baldvicar.wordpress.com)
    when we use the word ‘Judas’ to describe someone betraying us, do we have a clue what it means? These are just some of the ideas I have in my head about Judas…
  • Judas: The Last Supper (utbobdylan.wordpress.com)
    Judas I guess was jealous so he betrayed Jesus for some silver.

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

File:Berruguete-Pedro-Gethsemane.jpg

Jezus in de tuin van Getsemane – circa 1500, Pedro Berruguete (1450–1504)

 


“14 En toen de ure kwam, zette hij zich neder, en de twaalf apostelen met hem. 15 En hij zeide tot hen: Ik heb hartelijk verlangd dit Pascha met u te eten, voordat ik lijde; 16 want ik zeg u, dat ik voortaan niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld wordt in het rijk Gods. 17 En hij nam den kelk, dankte, en zeide: Neemt dien en deelt hem onder u; 18 want ik zeg u, dat ik niet drinken zal van het gewas des wijnstoks, totdat het rijk Gods komt. 19 En hij nam het brood, dankte, brak het, en gaf het hun, en zeide: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt: doet dat tot mijne gedachtenis. 20 Desgelijks [nam hij] na het avondmaal, ook den kelk, en zeide: Deze kelk is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:14-20 LU)

“6  Dit nu is ons tot een voorbeeld geschied, opdat wij geen lust zouden hebben tot het kwade, gelijk zij er lust toe hadden. 7 Wordt ook geen afgodsdienaars, gelijk sommigen van hen geworden zijn; gelijk er geschreven staat: “Het volk zat neder om te eten en te drinken, en stond op om te spelen”. 8 Laat ons ook geen hoererij bedrijven, gelijk sommigen van hen hoererij bedreven, en er vielen op één dag drie en twintig duizend. 9 En laat ons ook Christus niet verzoeken, gelijk sommigen van hen hem verzochten, en werden door de slangen omgebracht. 10 Murmureert ook niet, gelijk sommigen van hen murmureerden, en werden omgebracht door den verderver. 11 Al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden, en het is geschreven ons tot waarschuwing, tot wie het einde der wereld gekomen is.” (1 Corinthiërs 10:6-11 LU)

“31 Zie, de tijd komt, spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken: 32 niet gelijk het verbond geweest is, dat Ik met hunne vaderen gemaakt heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypteland te voeren, welk verbond zij niet gehouden hebben, waarom Ik hen dwingen moest, spreekt de Heer; 33 maar dit zal het verbond zijn, hetwelk Ik met het huis van Israël maken zal na dezen tijd, spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun hart geven en in hun binnenste schrijven, en zij zullen mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn; 34 en zij zullen niet meer de een den ander noch de ene broeder den anderen vermanen, zeggende: Erken den Heer; maar zij zullen mij allen kennen, beiden klein en groot, spreekt de Heer, want Ik zal hun hunne misdaad vergeven en hunne zonde nooit meer gedenken. 35  Dus spreekt de Heer, die de zon tot een licht geeft des daags, en de maan en de sterren naar haren loop tot een licht des nachts; die de zee beweegt, dat hare golven woeden, Heer Zebaôth is zijn naam: 36 Indien deze ordeningen zullen ophouden voor mijn aangezicht, spreekt de Heer, zo zal ook het zaad van Israël ophouden, dat het geen volk meer zal zijn voor mijn aangezicht eeuwiglijk.” (Jeremia 31:31-36 LU)

“15  En daarom is hij ook de Middelaar des nieuwen verbonds, opdat, nu zijn dood geschied is tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, degenen, die geroepen zijn, de beloofde eeuwige erfenis ontvangen zouden. 16 Want waar een testament is, daar moet de dood bewezen worden desgenen, die het testament maakte; 17 want een testament wordt vast door den dood, daar het nog geen kracht heeft, wanneer diegene nog leeft, die het gemaakt heeft. 18 Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd. 19 Want toen Mozes alle geboden naar de Wet aan al het volk verkondigd had, nam hij het bloed der kalveren en der bokken, met water en purperen wol en hysop, en besprengde het boek en al het volk, 20 zeggende: “Dit is het bloed des verbonds, hetwelk God u geboden heeft”. 21 En ook de Tabernakel en al het gereedschap van den eredienst besprengde hij desgelijks met bloed. 22 En bijna alle dingen worden met bloed gereinigd naar de Wet, en zonder bloedvergieten geschiedt geen vergeving. 23  Zo moesten nu de voorbeelden der hemelse dingen daarmede gereinigd worden; maar de hemelse dingen zelve moeten betere offers hebben dan gene. 24 Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat een tegenbeeld is van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons. 25 En dit niet, opdat hij zichzelven dikwijls zou offeren, gelijk de hogepriester alle jaren in het heiligdom gaat met vreemd bloed; 26 anders had hij dikwijls moeten lijden van het begin der wereld af; maar nu is hij bij de voleinding der eeuwen éénmaal verschenen, om door zijn eigen offer de zonde te niet te doen. 27 En gelijk het den mensen gezet is éénmaal te sterven, 28 en daarna het oordeel, alzo zal ook Christus, na éénmaal geofferd te zijn om veler zonden weg te nemen, ten tweeden male zonder zonde tot zaligheid verschijnen aan degenen, die op hem wachten.” (Hebreeën 9:15-28 LU)

“1  Want de Wet, die slechts ene schaduw der toekomende goederen heeft, niet het wezen der zaken zelve, kan met dezelfde offers, die men jaar op jaar brengt, nimmer volkomen maken degenen, die daar toetreden; 2 anders had het offeren opgehouden, indien degenen, die den dienst verrichten, geen zonden meer op hun geweten hadden, als zij éénmaal gereinigd zijn. 3 Maar daardoor geschiedt alle jaren ene gedachtenis der zonden. 4 Want het is onmogelijk door het bloed der stieren en der bokken de zonde weg te nemen. 5 Daarom, als hij in de wereld komt, zegt hij: “Offers en gaven hebt Gij niet gewild, maar het lichaam hebt Gij mij toebereid; 6 brandoffers en zondoffers behagen U niet. 7  Toen sprak ik: Zie, ik kom—in de boekrol staat van mij geschreven—om uwen wil, o God! te doen”. 8 Nadat hij eerst gezegd had: “Offers en gave, brandoffers en zondoffers hebt Gij niet gewild, zij behagen U ook niet”—die toch naar de wet geofferd worden, 9 sprak hij daarna: “Zie, ik kom om uwen wil, o God! te doen”. Hij neemt het eerste weg, opdat hij het andere zou instellen. 10 En in dien wil zijn wij geheiligd door het offer des lichaams van Jezus Christus, éénmaal gebracht.” (Hebreeën 10:1-10 LU)

“39  En hij ging naar zijne gewoonte, uit naar den Olijfberg; en zijne jongeren volgden hem. 40 En toen hij aan die plaats gekomen was, zeide hij tot hen: Bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 41 En hij scheidde zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder, en bad, 42 en zeide: Vader, wilt gij, zo neem dezen kelk van mij: doch niet mijn, maar uw wil geschiede. 43 En hem verscheen een Engel van den hemel, die hem sterkte. 44 En in doodsangst zijnde, bad hij vuriger. En zijn zweet werd als druppelen bloeds, die op de aarde vielen.” (Lukas 22:39-44 LU)

“34 en zeide tot hen: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe; vertoeft hier en waakt. 35 En hij ging een weinig verder, viel op de aarde en bad, dat, zo het mogelijk ware, die ure mocht voorbijgaan, 36 en zeide: Abba, mijn Vader! u is alles mogelijk. Neem dezen kelk van mij; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.” (Markus 14:34-36 LU)

“29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is Gods werk, dat gij in dengene gelooft, dien Hij gezonden heeft. 30 Toen zeiden zij tot hem: Wat teken doet gij dan, opdat wij het zien en u geloven? Wat werkt gij? 31 Onze vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, gelijk geschreven staat: “Hij gaf hun brood van den hemel te eten.” 32 Toen zeide Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Mozes heeft u geen brood van den hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood van den hemel; 33 want het brood Gods is dat, hetwelk uit den hemel komt en der wereld het leven geeft. 34 Toen zeiden zij tot hem: Heer, geef ons altijd zulk brood. 35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot mij komt, dien zal niet hongeren; en wie in mij gelooft, dien zal nimmermeer dorsten. 36 Maar ik heb u gezegd, dat gij mij gezien hebt, en gij gelooft toch niet. 37 Al wat mijn Vader mij geeft, dat komt tot mij; en wie tot mij komt, dien zal ik niet uitstoten. 38 Want ik ben van den hemel gekomen, niet opdat ik mijnen wil zou doen, maar den wil desgenen, die mij gezonden heeft. 39 En dit is de wil des Vaders, die mij gezonden heeft, dat ik niets verlieze van al wat Hij mij gegeven heeft, maar dat ik het opwekke ten jongsten dage. 40 En dit is de wil desgenen die mij gezonden heeft, dat ieder, die den Zoon ziet en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten jongsten dage.” (Johannes 6:29-40 LU)

“7 En hij heeft in de dagen zijns vleses gebeden en smeekingen met een sterk geroep en tranen geofferd aan dengene, die hem uit den dood kon uithelpen, en is ook verhoord, omdat hij God in ere hield. 8 En hoewel hij Gods Zoon was, zo heeft hij nochtans uit hetgeen hij leed gehoorzaamheid geleerd; 9 en volkomen geworden, is hij allen, die hem gehoorzaam zijn, ene oorzaak van eeuwige zaligheid geworden, 10  en is door God genoemd een hogepriester naar de ordening van Melchizédek.” (Hebreeën 5:7-10 LU)

“8 en in het gelaat als een mens bevonden; hij vernederde zichzelven en werd gehoorzaam tot den dood, ja, tot den dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd, en hem een naam gegeven, die boven alle namen is, 10 opdat in den naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën dergenen, die in den hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, 11 en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, ter ere Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:8-11 LU)

“25 Voorwaar, voorwaar ik zeg u: De ure komt en is nu reeds, dat de doden de stem van den Zoon Gods zullen horen, en wie haar horen zullen, zullen leven; 26 want gelijk de Vader het leven heeft in zichzelven, alzo heeft Hij aan den Zoon gegeven, het leven te hebben in zichzelven, 27 en heeft hem macht gegeven zelf het oordeel te houden, omdat hij des Mensen Zoon is. 28 Verwondert u niet daarover; want de ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijne stem zullen horen, 29 en zullen uitgaan, zij die goed gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die kwaad gedaan hebben, tot de opstanding des oordeels. 30 Ik kan van mijzelven niets doen. Gelijk ik hoor, zo oordeel ik, en mijn oordeel is recht, want ik zoek niet mijnen wil, maar den wil des Vaders, die mij gezonden heeft. 31  Indien ik van mijzelven getuig, zo is mijne getuigenis niet waar. 32 Een ander is er, die van mij getuigt, en ik weet, dat de getuigenis waar is, welke Hij van mij getuigt.” (Johannes 5:25-32 LU)

“28  Gij hebt gehoord, dat ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u. Hadt gij mij lief, zo zoudt gij u verblijden, omdat ik gezegd heb: Ik ga tot den Vader; want de Vader is groter dan ik. 29 En nu heb ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat, als het geschieden zal, gij gelooft. 30 Ik zal voortaan niet veel meer met u spreken; want de vorst dezer wereld komt, en heeft niets aan mij. 31 Maar opdat de wereld erkenne, dat ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijk de Vader mij geboden heeft: staat op, en laat ons van hier gaan.” (Johannes 14:28-31 LU)

“1  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. 2 Elke rank aan mij, die geen vrucht draagt, zal hij wegnemen; en elke die vrucht draagt, zal hij reinigen, opdat zij meer vrucht drage. 3 Gij zijt nu rein vanwege het woord, dat ik tot u gesproken heb. 4 Blijft in mij, en ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, indien zij niet aan den wijnstok blijft, alzo ook gij niet, zo gij in mij niet blijft. 5 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in mij blijft, en ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:1-5 LU)

“9  Gelijk de Vader mij liefheeft, zo heb ik ook u lief. Blijft in mijne liefde. 10 Indien gij mijne geboden onderhoudt, zo blijft gij in mijne liefde, gelijk ik de geboden mijns Vaders onderhoud en blijf ik zijne liefde. 11 Dit spreek ik tot u, opdat mijne blijdschap in u blijve, en uwe blijdschap volkomen worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk ik u liefheb. 13 Niemand heeft groter liefde dan die zijn leven laat voor zijne vrienden. 14 Gij zijt mijne vrienden, zo gij doet hetgeen ik u gebied 15 Ik noem u niet meer knechten, want de knecht weet niet wat zijn heer doet, maar ik heb u vrienden genoemd, want al wat ik van mijnen Vader gehoord heb, heb ik u bekend gemaakt. 16 Gij hebt mij niet verkoren, maar ik heb u verkoren, en ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en uwe vrucht blijve; opdat al wat gij van den Vader bidden zult in mijnen naam, Hij u dat geve.” (Johannes 15:9-16 LU)

“45 En hij stond op van het gebed, en kwam tot zijne jongeren, en vond hen slapende van treurigheid; en hij zeide tot hen: 46 Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 47  En terwijl hij nog sprak, ziedaar de bende; en een van de twaalve, genaamd Judas, ging voor hen uit, en trad tot Jezus om hem te kussen. 48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij des Mensen Zoon met een kus? 49 Toen nu zij, die bij hem waren, zagen wat het worden zou, zeiden zij tot hem: Heer, zullen wij met het zwaard er onder slaan? 50 En een van hen sloeg des Hogepriesters knecht en hieuw hem het rechteroor af. 51 Maar Jezus antwoordde en zeide: Laat hen toch tot zover begaan! En hij raakte zijn oor aan en heelde hem. 52 En Jezus zeide tot de Hogepriesters en de hoofdlieden des tempels en de Oudsten die tegen hem gekomen waren: Gij zijt uitgegaan als tot een moordenaar met zwaarden en met stokken; 53 ik ben dagelijks bij u geweest in den tempel, en gij hebt geen hand aan mij geslagen; maar dit is uwe ure, en de macht der duisternis.” (Lukas 22:45-53 LU)

“En Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad: dat zal u den kop vertreden, en gij zult het in de verzenen steken.” (Genesis 3:15 LU)

“13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijnen knecht Jezus verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en verloochend voor Pilatus, toen deze oordeelde hem los te laten. 14 Maar gij hebt den heilige en rechtvaardige verloochend, en geeist, dat men u den moordenaar schenken zou; 15 maar den vorst des levens hebt gij gedood, dien God heeft opgewekt van de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in zijnen naam heeft hij zijnen naam bevestigd aan dezen, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door hem is, heeft hem deze gezondheid gegeven voor uw aller ogen. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk ook uwe oversten; 18 maar God heeft alzo vervuld hetgeen Hij door den mond van al zijne profeten te voren verkondigd heeft, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 LU)

“29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den mensen. 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij gedood hebt, en gehangen aan het hout; 31 dezen heeft God door zijne rechterhand verhoogd tot een Vorst en Heiland, om Israël boete en vergeving der zonden te geven. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, welken God gegeven heeft dengenen die hem gehoorzaam zijn.” (Handelingen 5:29-32 LU)

“3 hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zulk ene zaligheid geen acht geven? die, nadat zij eerst gepredikt is door den Heer, onder ons bevestigd is geworden door degenen, die hem gehoord hebben; 4 en God heeft medegetuigenis gegeven door tekenen en wonderen en menigerlei krachten, en met uitdelingen des Heiligen Geestes naar zijnen wil.
5  Want Hij heeft de toekomende wereld, van welke wij spreken, den Engelen niet onderdanig gemaakt. 6 Maar iemand betuigt ergens, zeggende: “Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt! 7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, met eer en heerlijkheid hebt Gij hem gekroond, en hebt hem gesteld over de werken uwer handen; 8 alles hebt Gij onder zijne voeten onderworpen”. Want daarin, dat Hij hem alles onderdanig gemaakt heeft, heeft Hij niets overgelaten, dat hem niet onderdanig gemaakt is; maar nu zien wij nog niet, dat hem alles onderdanig gemaakt is. 9 Maar hem, die een weinig minder gemaakt is dan de Engelen, namelijk Jezus, zien wij door het lijden des doods gekroond met eer en heerlijkheid, opdat hij door Gods genade voor allen den dood zou smaken.
10  Want het betaamde Hem, om wiens wil alle dingen zijn en door wien alle dingen zijn, dewijl Hij vele kinderen tot de heerlijkheid heeft geleid, den bewerker hunner zaligheid door lijden volkomen te maken. 11 Want èn die heiligt, èn die geheiligd worden zijn allen uit éénen; waarom hij zich ook niet schaamt hen broeders te noemen, 12 zeggende: “lk zal uwen naam mijnen broederen verkondigen, en midden in de gemeente zal ik U lofzingen; 13 en wederom: “lk wil mijn vertrouwen op Hem stellen”; en wederom: “Ziehier, ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft”.” (Hebreeën 2:3-13 LU)

*

Voorgaande: Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Engelse versie / English version: For the Will of Him who is greater than Jesus

Franse versie / Version Française: Pour la Volonté de Celui qui est plus grand que Jésus

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter
  20. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten

+++

 

  • Hebrews 8…A Heavenly Priesthood (simplyjuliana.com)
    We have this kind of high priest, who sat down at the right hand of the throne of the Majesty in the heavens, a minister of the sanctuary and the true tabernacle that was set up by the Lord and not man.
  • The Lord is our Salvation (bscribes.wordpress.com)
    Going through the Old Testament I came to understand the word save, or rescue. I came to understand this word through the light of Isaiah 54. Isaiah 54 speaks of a future event to be played out when God redeem his people, an event Jesus fulfilled at his appearance. The prophecy is not yet complete, but for that which Jesus has already fulfilled. What is yet to be fulfilled, is a few verse: Isaiah 15, and 17.
  • Different from all other nights (joaninordinarytime.wordpress.com)
    There are several cues during the Evening Mass on Holy Thursday that tell you something is different tonight.
    +
    It was a memorial they celebrated for 30+ years of their lives, and suddenly Jesus was doing something different.
    +
    The Hebrew understanding of remembering, memorial – zikaron – was not a passive remembering of a past event.  It was a participation in that event.  The past event was being made present for you, so that you too could share in the Passover, the redemption of the first born.
  • Covenant (part 1) (judysdiamondyear.com)
    Theologians have seen this as the first promise of a Redeemer for fallen mankind.
  • Remembering the Betrothal of Christ (tamimyer.wordpress.com)
    The night before He died for her, Christ was thinking of His bride. When He knelt to wash His disciples’ feet, He was the Bridegroom washing His bride to make her radiant. In the strength of humility, He ministered to the needs of His bride.
    +
    Each time that we “drink this cup,” we are not only remembering His sacrifice for us; we are also renewing our vows to Him.
  • Justin Martyr: The Dialogue with Trypho – Chapter XI. – The Law Abrogated (restart.typepad.com)
    “There will be no other God, O Trypho, nor was there from eternity any other existing” (I thus addressed him), “but He who made and disposed all this universe. Nor do we think that there is one God for us, another for you, but that He alone is God who led your fathers out from Egypt with a strong hand and a high arm. Nor have we trusted in any other (for there is no other), but in Him in whom you also have trusted, the God of Abraham, and of Isaac, and of Jacob.”
  • The Jewish Roots of Palm Sunday and the Passion (thesacredpage.com)
    With the Palm Sunday readings, the Church ushers us into the climax of the liturgical year in the celebration of Holy Week. This is the last Sunday feast before the beginning of the Triduum, which will climax in the celebration of Easter (Latin Pascha), what the Catechism calls the “feast of feasts” (CCC 1169).
  • Holy Thursday (johnmsfs.wordpress.com)
    Have you ever noticed that in Leonardo da Vinci’s painting of the Last Supper everybody is on one side of the table? The other side is empty. “Why’s that?” someone asked the great artist. His answer was simple. “So that there may be plenty of room for us to join them.” Want to let Jesus do his thing on earth through you? Then pull up a chair and receive him into your heart.
  • To Gethsemane (nebraskaenergyobserver.wordpress.com)
    We don’t get much of a sense of the daily life of Jesus as He and His disciples tramped the roads of Judea, but the Gospel narratives give us some insight. They settled down for the night in Gethsemane. They’d had a good evening, and only one person at that supper knew why Judas had left early. We get a sense of companionship, and we can grasp something of the feeling of love which Jesus inspired in those close to Him.
    jesus-in-gethsemane
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.

    Based on the details of the Canonical gospels, the Crucifixion of Jesus was most likely to have been on a Friday (John 19:42). The estimated year of the Crucifixion is AD 33, by two different groups, and originally as AD 34 by Isaac Newton via the differences between the Biblical and Julian calendars and the crescent of the moon. A third method, using a completely different astronomical approach based on a lunar Crucifixion darkness and eclipse model (consistent with Apostle Peter‘s reference to a “moon of blood” in Acts 2:20), points to Friday, 3 April AD 33.

Op de eerste dag voor matzah

File:Holbein avondmaal.jpg

Het Laatste Avondmaal – 1497/8 – 1543, Hans Holbein de Jongere

*

“1  Het zou over twee dagen Pasen en ‘Ongegiste Broden’ zijn; de overpriesters en de schriftgeleerden zochten ernaar hoe ze hem met een list zouden kunnen overmeesteren en doden; 2 want, zeiden ze: niet tijdens het feest, dan mag er in geen geval een volksoproer zijn!” (Markus 14:1-2 NB)“10 Dan gaat Judas Isjkariot, die ene van de twaalf, weg naar de overpriesters om hem aan hen over te leveren. 11 Als ze zijn aanbod horen zijn ze verheugd en kondigen aan dat ze hem daarvoor zilvergeld zullen geven; en hij is ernaar gaan zoeken hoe hij hem op het goede moment kon overleveren.” (Markus 14:10-11 NB)

“6 (22:7) En ik,- een wórm, niets máns meer, –de smaad van de mensen, gemínacht bíj de mánschap; 7 (22:8) al wie mij zien dríjven met mij de spót, –trekken met de líp, schuddén het hóofd.” (Psalmen 22:6-7 NB)

“Ik zei tot hen: als het goed is in uw ogen, verleent mij dan mijn loon, en zo niet, laat het! Toen wogen zij mijn loon af: dertig stukken zilver.” (Zacharia 11:12 NB)

“Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten.” (1 Timotheüs 6:10 NB)

“12  Op de eerste dag van de Ongegiste Broden, wanneer ze het paaslam hebben geslacht, zeggen zijn leerlingen tot hem: waar wilt u dat we heengaan en alles gereedmaken dat u er het paasmaal kunt eten? 13 Dan zendt hij twee van zijn leerlingen uit en zegt tot hen: gaat de stad in, en daar zal jullie een mens tegemoet lopen die een kruik water torst; volgt hem, 14 en waar hij naar binnen gaat, zegt daar tot de heer des huizes: ‘de leermeester zegt: waar is die kamer voor mij waar ik met mijn leerlingen het paasmaal kan eten?’- 15 dan zal hij u een grote bovenzaal tonen, ingericht en gereed; maakt het dáár voor ons gereed! 16 De leerlingen trekken er op uit, komen de stad binnen, vinden alles zoals hij hun heeft gezegd en maken het paasmaal gereed. 17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf. 18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’! 19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet? 20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!- 21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!- het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens! 22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam! 23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit. 24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,- dat voor velen wordt vergoten;” (Markus 14:12-24 NB)

“14 Wanneer het uur aanbreekt, gaat hij aanliggen, en de apostelen met hem. 15 Hij zegt tot hen: vol verlangen heb ik ernaar verlangd vóór mijn paaslijden dit paasmaal met u te eten; 16 want ik zeg u dat ik het niet meer zal eten totdat het vervuld wordt in het koninkrijk van God! 17 Hij neemt een drinkbeker aan spreekt een dankgebed en zegt: neemt deze en deelt hem met elkaar; 18 want ik zeg u, ik zal van nu af niet drinken van het gewas van de wijnstok totdat het koninkrijk van God komt! 19 Hij neemt een brood op, spreekt een dankgebed, breekt het en geeft het aan hen, zeggend: dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis! 20 Evenzo met de beker ná de maaltijd, zeggend: deze drinkbeker is het nieuwe verbond door mijn bloed, dat voor u vergoten wordt;” (Lukas 22:14-20 NB)

“De drinkbeker der zegening waarmee wij God zegenen, betekent die niet gemeenschap met het bloed van de Christus?- het brood dat wij breken, is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Christus?” (1 Corinthiërs 10:16 NB)

“21  maar zie, de hand van wie mij prijsgeeft is met mij hier aan tafel; 22 want de mensenzoon gaat voort gelijk bepaald is, maar wee die mens door wie hij wordt prijsgegeven!” (Lukas 22:21-22 NB)

“17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf. 18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’! 19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet? 20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!- 21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!- het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens! 22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam! 23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit. 24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,- dat voor velen wordt vergoten; 25 voorwaar, ik zeg u dat ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot aan díe dag, wanneer ik hem nieuw zal drinken in het koninkrijk van God!” (Markus 14:17-25 NB)

“24 Maar er ontstaat ook onenigheid onder hen, over wie van hen de grootste denkt te zijn. 25 Hij zegt tot hen: de koningen der volkeren heersen over hen, en hun gezagsdragers laten zich weldoeners noemen; 26 maar gíj, niet zo!- nee, laat de grootste onder u als de jongste worden en wie aanvoert als wie bedient; 27 want wie is groter: wie aanligt of wie bedient?- níet wie aanligt!- ík ben in uw midden als degene die bedient!- 28 maar gíj zijt het die bij mij gebleven zijt in mijn beproevingen, 29 en nu verleen ik u, zoals mijn Vader mij verleend heeft, koningsmacht, 30 zodat ge in mijn koninkrijk zult eten en drinken aan mijn tafel, en gezeten op tronen de twaalf stammen van Israël zult oordelen;” (Lukas 22:24-30 NB)

“26 Zij zingen de lofpsalmen en gaan de stad uit naar de Olijfberg. 27 Dan zegt Jezus tot hen: ge zult allen ten val gebracht worden, want er staat geschreven: zal ik de herder slaan, dan zullen ook de schapen worden verstrooid!- 28 echter, nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea!” (Markus 14:26-28 NB)

“Zwaard, ontwaak tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, is de tijding van de ENE, de Omschaarde; sla de herder, dat de schapen verstrooid worden, ik zal mijn hand keren tegen de geringen!” (Zacharia 13:7 NB)

“31  Dán zegt Jezus tot hen: allen zult gij in deze nacht aanstoot aan mij nemen; want er staat geschreven ‘ik zal de herder slaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden’, 32 maar nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea! 33 Ten antwoord zegt Petrus tot hem: al zullen allen aanstoot aan u nemen, ik zal nooit aanstoot aan u nemen! 34 Maar Jezus verklaart hem: zeker is het, zeg ik jou, dat in deze nacht, voordat er een haan kraait, jij mij driemaal zult verloochenen! 35 Petrus zegt tot hem: ook al moet ik met u sterven, ik zal u echt niet verloochenen! Iets dergelijks zeggen ook alle andere leerlingen.” (Mattheüs 26:31-35 NB)

“31 Jezus antwoordt hun: nú hebt ge vertrouwen?- 32 zie, er komt een uur, ja het is gekomen, dat ge verstrooid zult worden -ieder naar het zijne- en mij alleen laat; en toch ben ik niet alleen, omdat de Vader met mij is; 33 dit alles heb ik tot u gesproken opdat ge in de eenheid met mij vrede hebt; in de wereld is het verdrukking wat ge hebt, maar houdt moed, ik heb de wereld overwonnen!” (Johannes 16:31-33 NB)

“1  Als Jezus dit alles heeft uitgesproken heft hij zijn ogen ten hemel en zegt: Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon ú mag verheerlijken, 2 en, nu gij hem zeggenschap hebt gegeven over alle vlees, dat hij aan hen mag geven al wat gij gegeven hebt aan hem: eeuwig leven! 3 En dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen, de eeuwige, waarachtige God, én hem die gij gezonden hebt,- Jezus de Christus. 4 Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te voltooien dat gij mij te doen hebt gegeven; 5 verheerlijk nu gij mij, Vader, daar bij uzelf, met de heerlijkheid die ik had bij u voordat de wereld was. 6  Uw naam heb ik geopenbaard aan de mensen die gij mij hebt gegeven uit de wereld; zij waren van u en gij hebt ze aan mij gegeven; zij hebben zich aan uw woord gehouden 7 en nu erkennen zij dat alles wat gij mij hebt gegeven van bij u is, 8 want de dingen die gij mij hebt gegeven heb ik gegeven aan hen, en zij hebben ze aangenomen en hebben waarachtig erkend dat ik van bij u ben uitgegaan: zij vertrouwen erop dat gij mij hebt gezonden.” (Johannes 17:1-8 NB)

*


Voorgaand: Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

Duitse versie /  In Deutsch: Am ersten Tag für Mazza

Engelse versie / English version: On the first day for matzah

Franse versie / Version Français: Le premier jour de matsa

English: "The Judas Kiss", (Mark 14:...

“De Judas Kus”, (Mark 14:45) door Gustave Doré. (Photo credit: Wikipedia)

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter

+++

  • How to Get Yourself Kosher for Passover (waynehilsden.com)
    The Hebrew Scriptures mention two separate coinciding Feasts: the feast of Passover חג הפסח and the feast of unleavened bread חג המצות.
    Originally, Passover was only one day, then followed by several days called the Feast of Unleavened Bread.  Today, the two holidays are combined and the entire week is called Passover.
    +
    The apostle Paul (Shaul the Rabbi) says that matzah also should remind us that there must be no sin in the camp–and sin in our own individual lives. This is what he writes in 1 Corinthians 5:7: “Therefore purge out the old leaven, that you may be a new lump, since you truly are unleavened. For indeed Christ, our Passover, was sacrificed for us.”
  • Maunday Thursday of Holy Week (opperblog.wordpress.com)
    Jesus knew these men didn’t need a miracle to remember what would happen the next day.  All they needed was sight and an act of remembrance.  He gave them both of those.  We are told biblically to observe communion remembering what He did for us until He returns.
  • So matzah matter with you? (midlifebatmitzvah.wordpress.com)
    discover one thing worse than matzah
  • Jesus came to Jerusalem to celebrate passover (ivarfjeld.com)
    Many Bibles have replaced the word ‘Passover” with ‘Easter”.
    That is to twist the truth.
    Jesus did not ride into Jerusalem on “Palm Sunday”. He entered the city four days before the Passover festival was about to begin. In this way He fulfilled the Law, that told the Jews to select the Passover lamb four days in advance of the festival week.
    Since the Jewish passover started on Monday this year:
    If Jesus had come this week, he would be riding into Jerusalem on “palm Friday”.
    +xlstorstrand says: He was crucified Wednesday morning (Nisan 14th), died at 15:00 hours on the same day, and placed in the grave the same day, before sundown.
  • Holy Thursday (reclaimingourchildren.typepad.com)
    Then Jesus took the bread and the wine and asked his Father to bless it. He broke the bread into pieces, giving it to his disciples and said, “This is my body, given for you. Do this in remembrance of me.”
  • Timely Growth (belgianbiblestudents.wordpress.com)
    Tonight we will begin celebrating Chag Ha Aviv – Passover, our spring holiday – also named Chag HaMatzot the holiday of unleavened bread. But why do we eat unleavened bread – matzah – on Passover?

14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

De dag dat het Lam werd gedood

14 Nisan was de dag dat het zuurdesem werd uit gezet, en de dag dat de ‘Passover’ of Pascha lammeren werden gedood, in de late namiddag – op hetzelfde ogenblik dat Jeshua (Jezus Christus) aan de boomstam werd gehangen! Daarom vervulde Jeshua volkomen de typologie van het „Overgangsoffer“. Niet alleen werd hij gedood voor onze zonden, maar hij werd gedood op het eigenlijke ogenblik dat de Pascha lammeren bij de Tempel werden gedood! Hij was inderdaad het perfecte offer voor het Voorbijgaan of Overslaan voor onze zonden (1 Korintiërs 5:7).

Op de nacht van 14 Nisan, 33 G.T., zongen Jezus en zijn apostelen samen lof voor Jehovah in een hoger gelegen ruimte van een huis in Jeruzalem. (Mattheüs 26:30) Het was passend dat hij zijn vergadering met hen op die manier zou besluiten. Van bij het begin van zijn aards ministerie tot aan het eind, prijsde Jezus zijn Vader en liet zonder ophouden Gods Naam aan iedereen weten (Mattheüs 4:10; 6:9; 22:37, 38; Johannes 12:28; 17:6) Na het zingen van lof met Jezus, zag de apostel Johannes zijn Meester en twee misdadigers die ook tot de dood op martelingsstaken werden gezet. Romeinse militairen braken de benen van de twee misdadigers om hun sterven te verhaasten. Nochtans, braken zij de benen van Jezus niet, aangezien hij al dood was. In Johannes zijn Evangelie, identificeerde Johannes die ontwikkeling als vervulling van een ander deel van Psalm 34: „Niet een been van hem zal worden verpletterd.“

“Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’” (Mattheüs 4:10 NBV)

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mattheüs 6:9 NBV)

“37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod.” (Mattheüs 22:37-38 NBV)

“Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’” (Johannes 12:28 NBV)

“Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard,” (Johannes 17:6 NBV)

“32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’” (Johannes 19:32-36 NBV)

“(34:21) Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld.” (Psalmen 34:20 NBV)

Heilige bijeenroeping moeten wij afkondigen en vieren op de afgekondigde tijd hiervoor

Maar enerzijds is er ook het schrijven:

„4 Deze zijn de vastgestelde feesten van Jehovah, zelfs heilige bijeenroepingen {samenkomsten}, die jij zal afkondigen in het aangesteld seizoen {op de aangewezen tijd}. 5 In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand bij schemeravond, is Jehovah’s Pascha {Pesach}.“ (Leviticus 23:4 – 5 ASVV)

„1 En Jehovah sprak tot Mozes in de wildernis van Sinaï, in de eerste maand van het tweede jaar nadat zij uit het land van Egypte waren gekomen, zeggende, 2 “laat bovendien de kinderen van Israël het (Overslaansfeest of) Pesach vieren op de daarvoor vastgestelde tijd. 3 Op de veertiende dag van deze maand, bij avondschemering, zal jij het op de daarvoor gestelde tijd vieren; volgens alle statuten (of voorschriften {al de daaromtrent gegeven inzettingen}), en volgens alle verordeningen daarvan, zal jij het houden”. 4 En Mozes sprak tot de kinderen van Israël, dat zij Pascha (of Pesach) zouden moeten houden.“ (Numeri 9:1-4 ASVV)

„16 En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, is Jehovah’s Pascha {Pesach}. 17 En op de vijftiende dag van deze maand zal een feest zijn: zeven dagen zal ongedesemd brood worden gegeten.“ (Numeri 28:16-17 ASVV)

“5 Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. 6 Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. 7 Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. 8 Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden.” (Exodus 12:5-8 NBV)

Zo zou u ofwel kunnen zeggen dat de dag die men als de instellingsdag van het Nieuwe Verbond moet vieren ofwel op de dag vóór de veertiende is, dus 13 Nisan (zoals sommigen zeggen). Maar aangezien u uit het boek Numeri van het Oude Testament kunt afleiden was de vijftiende Nisan het grote feest, zodat de bijeenkomst van de apostelen en Jezus in de bovenkamer op de veertiende Nisan plaats vond. Voor ons is die avond, dat Jezus samen was met zijn beste vrienden om de voorgeschreven 14 Nisan maaltijd te hebben, daarom ook een belangrijke avond waarop wij willen en eigenlijk horen samen te komen.

+

Vervolg van: 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest

Vervolgt: 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag

Engelse versie / English version: 14 Nisan a day to remember #4 A Lamb slain

File:Calvary Veszkény.JPG

Calvarieberg aan menselijke voorstelling van een inslaggevend vroegere gebeurtenis

++

Aanverwante lectuur:

Jezus aanbod op het laatste avondmaal

Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing

De verdwijnende heerlijkheid

Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment

Welkomstwoord

Wij wensen allen welkom die hier op deze pagina’s terecht komen en hopen dat zij geïnspireerd mogen geraken om verder de Bijbel ter hand te nemen en zelf op onderzoek te gaan wat er in de Heilige Schrift werkelijk staat.

De artikelen die u hier bij de Belgische Bijbelstudenten kan vinden welke gepubliceerd waren van 2005 tot november 2009 op Bijbelvorsers Blogspot worden hier voor het ogenblik gedeeld sinds mei 2011. Zo lang de reeks over de Geschiedenis van het Christendom niet volledig geplaatst zal zijn zullen zij hier ook ter beschikking blijven.

YAHUAH:Jehovah YHUH Modern Hebrew

YAHUAH:Jehovah YHUH Modern Hebreeuws voor Jehovah of Jahweh

Sommige mensen denken dadelijk aan Jehovah Getuigen als zij Christenen Gods Naam horen noemen of horen dat deze Bijbelonderzoekers zijn. U mag er gerust op aan dat er gelukkig nog andere Christenen zijn die Gods Naam kennen en loven. Alsook zijn er ernstige Bijbelonderzoekers of Bijbelvorsers die niet behoren tot de Getuigen van Jehovah.

Graag houden wij er van om gedachten uit te wisselen en onze kennis te delen met diegenen die houden van en die geïnteresseerd zijn in het Woord van God.
De Belgische Bijbelstudenten willen graag met andere ernstige Bijbelonderzoekers of Bijbelvorsers het Woord van God bestuderen en met elkaar overleggen om tot betere inzichten te komen. Onderlinge uitwisseling van gedachten kan elkaar enkel maar verrijken. Daarom willen wij ook ruimte geven aan anders denkenden om hier met ons van gedachten te wisselen en hopen wij zodanig een platform te kunnen creëren waar mensen samen op weg kunnen gaan naar de Ene Ware God Elohim Hashem Jehovah.

De Belgische Bijbelstudenten zijn wel verbonden met de Internationale Biblestudents en maken deel uit van een wereldwijde gemeenschap van Bijbel studenten wiens genootschap op een gemeenschappelijk begrip van de Bijbel is gebaseerd maar werken wel onafhankelijk en staan niet onder een centrale organisatie  die oplegt wat te doen en te geloven. de verbintenis met onze broeders en zusters over heel de wereld ligt in het onderscheidende gemeenschappelijk overeenkomstig  geloof.

De Belgian Biblestudents, Bijbelonderzoekers en de Christadelphians of Broers in Christus geloven dat Jezus of Jeshua, de Nazarener, de Messias of Christus de zoon van God is, die kwam volgens de Oude Testamentbeloften en om de overeenkomsten van God met de mensheid te volbrengen, hoofdzakelijk de overeenkomsten met Eva, Abraham en David.

Wij geloven alle Bijbelse leerstellingen, inclusief dat:

  1. * De Bijbel, als Boek der boeken, het enige ware bericht van God is welk door Hem aan de mensheid werd volledig  gegeven.  De Bijbel is het Woord van God.
  2. * Er slechts één enkele Ware God is, de Vader, die de wereld maakte en er een geweldig doel voor heeft.
  3. * De Heilige Geest de eigen macht van God is , waardoor hij Zijn eigen heilige wens to volbrenging brengt.
  4. * Jezus de zoon van God is. Hij is ook zoon der mensen door zijn geboorte uit de maagd Maria.
  5. * Jezus alle verleidingen overwon en stierf om de gehele mensheid van zonde en dood te redden.
  6. * Jezus werd van de doden door God verhoogd. Later steeg hij op naar de hemel, maar zal terugkeren.
  7. * Wanneer hij terugkeert zal hij oordelen en de verantwoordelijke doden verhogen en hun sterfelijkheid aan banden leggen en de getrouwen voor eeuwig laten leven.
  8. * Hij zal Koning zijn over het herstelde Koninkrijk van God in Israël en over de hele wereld.
  9. * Wanneer de mens sterft stopt met hij te bestaan. De enige hoop van leven is door herrijzenis aan de terugkeer van Christus.
  10. * Geloof in de beloften van God over het Koninkrijk van God en het werk van Jezus Christus is essentieel.
  11. * Berouw en doop in Christus door onderdompeling in water en het daarop dagelijks volgen van Christus zijn allemaal noodzakelijk voor ultieme redding.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: