An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Nieuwe Verbond’

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

File:Alexandr Ivanov 048.jpg

Jezus voorgebracht om berecht te worden – Smaad van Christus. Uit “Bijbelse Sketches” – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)


*

“54  En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. 55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. 56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. 57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. 58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. 59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileër. 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. 61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. 63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. 64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? 65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.” (Lukas 22:54-65 STV)

“23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)” (Johannes 18:23-24 STV)

“66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, 67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; 68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; 69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. 70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. 71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.” (Lukas 22:66-71 STV)

“63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter [hand] der kracht [Gods], en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:63-64 STV)

“En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (1 Koningen 22:16 STV)

“13  Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 16:13-17 STV)

“24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. 25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. 26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.” (Johannes 10:24-26 STV)

“13 [Verder] zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” (Daniël 7:13-14 STV)

“13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk] de Zoon des mensen, Die in den hemel is. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” (Johannes 3:13-19 STV)

“55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter [hand] Gods. 56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter [hand] Gods.” (Handelingen 7:55-56 STV)

“5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:5-11 STV)

“5 De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts. 6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.” (Jesaja 50:5-6 STV)

“1  En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. 2 En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. 3 En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. 4 En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. 5 En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judéa, begonnen hebbende van Galiléa tot hier toe.” (Lukas 23:1-5 STV)

“Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;” (Johannes 19:8 STV)

“1  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt. 2 Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij. 4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was. 5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? 6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: 9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; 10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; 11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. 12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. 13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
16  Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader. 17 [Sommigen] dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader? 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen [tijd]? Wij weten niet, wat Hij zegt. 19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien? 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. 21 Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is. 22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
23  En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, [dat] zal Hij u geven. 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen. 26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. 29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis. 30 Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt. 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu? 32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en [nochtans] ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij. 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:1-33 STV)

“30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.” (Johannes 18:30-32 STV)

“15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. 16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. 17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? 18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. 20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. 21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. 22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. 23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer [dat] [er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen. 26  Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.” (Mattheüs 27:15-26 STV)

“2 Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om [het] [recht] te buigen. 3 Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.” (Exodus 23:2-3 STV)

“9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? 10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) 11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten. 12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? 13 En zij riepen wederom: Kruis Hem. 14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15  Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden.” (Markus 15:9-15 STV)

“16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; 17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; 18 En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! 19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem. 20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.” (Markus 15:16-20 STV)

“32  En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden. 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel [plaats], kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter [zijde] en den ander ter linker [zijde]. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.” (Lukas 23:32-34 STV)

“44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo? 48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44-48 STV)

“13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten. 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 STV)

“8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Corinthiërs 2:8-10 STV)

“En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten [Hem], zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.” (Lukas 23:35 STV)

“16 (22-17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. 17 (22-18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. 18 (22-19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:16-18 STV)

“36 En ook de krijgsknechten, tot [Hem] komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; 37 En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. 38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven, met Griekse, en Romeinse en Hebreeuwse letters: DEZE IS DE KONING DER JODEN. 39 En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. 40 Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? 41 En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen [straf], waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. 43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” (Lukas 23:36-43 STV)

“1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, [dat] wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter [hand] van den troon der Majesteit in de hemelen: 2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 7 Want indien dat eerste [verbond] onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 8 Want [hen] berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.” (Hebreeën 8:1-9 STV)

“2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het [geschied] [zij] in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied] [zij], weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. 5 Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. 6 Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde [daarvan] af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, [namelijk] een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.” (2 Corinthiërs 12:2-7 STV)

“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.” (Openbaring 2:7 STV)

“6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, [zal] verbolgenheid en toorn [vergolden] [worden]; 9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en [ook] van den Griek; 10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en [ook] den Griek. 11 Want er is geen aanneming des persoons bij God. 12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden; 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; 15 [Als] die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander [hen] beschuldigende, of ook ontschuldigende). 16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.” (Romeinen 2:6-16 STV)

*

Voorgaand: Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

Engelse versie / English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

Franse versie / Version Française: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

+
Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Christ before Pontius Pilate, Mihály Munkácsy,...

Christus Jezus voor Pontius Pilatus – Mihály Munkácsy, 1881 (Photo credit: Wikipedia)

+++

+

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .
    +
    Each of the Five existing Solas depend on Christ.
    Jesus is the Lliving Word of God, the Way, the Truth and the Life. He is the Living Scriptura.
    Christ is the one mediator between God and man, the Sola Christos.
    Christ’s death and resurrection made God’s Grace available to mankind. Jesus is the Sola Gratia.
    Christ said, “believe in Him whom God has sent.” Christ is the Sole Fide, in whom we place our Faith Alone.
    Jesus is our bridge to Sola Deo Gloria, Christ is also our one mediator between God and man as we
  • Learning to Believe and Not to Challenge: A Good Friday Meditation (queerconfessions.wordpress.com)
    High priest. Roman governor. Convicted criminal. Passer by. Roman soldier. They are all guilty of putting Jesus to the test: prove to us that you are truly the Son of Man and the King of the Jews. Give us a sign. Speak with power and authority. Save yourself.
    +
    Neither Christ the Accused nor Christ the Crucified would acquiesce to the selfish demands of his tormentors. They saw the very miracles and teachings of Jesus first hand, and there was nothing left that could be said to change their hearts.
  • Easter Saturday: The Secret Arimathean Apostle (chandlerozconsultants.wordpress.com)
    ‘If a man has committed a crime punishable by death and he is put to death, and you hang him on a tree, his body shall not remain all night upon the tree. but you shall bury him the same day, for a hanged man is accursed by God; you shall not defile your land which the Lord your God gives you for an inheritance.’
  • Good Friday (covestudents.wordpress.com)
    the love of a Savior who died so that we may have life! Believe this truth today and be encouraged that there is nothing you can do that will ever separate you from His great love.
  • Friday of the Passion of the Lord (Good Friday) (catholicglasses.com)
    Though he was harshly treated, he submitted and opened not his mouth;
    like a lamb led to the slaughter or a sheep before the shearers, he was silent and opened not his mouth. Oppressed and condemned, he was taken away, and who would have thought any more of his destiny? When he was cut off from the land of the living, and smitten for the sin of his people, a grave was assigned him among the wicked and a burial place with evildoers, though he had done no wrong nor spoken any falsehood. But the LORD was pleased to crush him in infirmity.
  • “The Right Charge” – Mar. 29 (boyslumber.wordpress.com)
    The trial of Jesus was a sham.  The whole trial of Jesus was unjust according to their own law.  How they did it; where they did it; when they did it; the witness alone; all were against their own law.  Those who prosecuted and convicted Jesus broke their own law in their passionate pursuit to kill Jesus.
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.
    +
    Conflicting testimony against Jesus was brought forth by many witnesses, to which Jesus answered nothing.
  • Carissimi; Today’s Mass: Holy Tuesday (frjeromeosjv.wordpress.com)
    Holy Tuesday: Missa “Nos autem”
    Station at the Church of St. Prisca in Rome . This was one of the 25 parishes of Rome in the fifth century. The Epistle, Gradual, Offertory and Communion are a perfect adaptation of the passages in the Old Testament to Christ persecuted. He is ‘the meek lamb that is carried to be a victim’, and which God, by a striking revenge on them (Epistle) delivers from the hand of the sinner” (Offertory). The Gospel of St. Mark describes the death of Christ. The Introit and the Collect show that the Church, which continues and ‘glories in the Cross of our Lord Jesus Christ, in Whom is our salvation, life and resurrection’ (Introit).
    +
    It is truly meet and just, right and for our salvation, that we should at all times, and in all places, give thanks unto Thee, O holy Lord, Father almighty, everlasting God : Who didst establish the salvation of mankind on the tree of the Cross: that whence death came thence also life might arise again, and that he, Who overcame by the tree, by the tree also might be overcome: Through Christ our Lord.

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

File:Berruguete-Pedro-Gethsemane.jpg

Jezus in de tuin van Getsemane – circa 1500, Pedro Berruguete (1450–1504)

 


“14 En toen de ure kwam, zette hij zich neder, en de twaalf apostelen met hem. 15 En hij zeide tot hen: Ik heb hartelijk verlangd dit Pascha met u te eten, voordat ik lijde; 16 want ik zeg u, dat ik voortaan niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld wordt in het rijk Gods. 17 En hij nam den kelk, dankte, en zeide: Neemt dien en deelt hem onder u; 18 want ik zeg u, dat ik niet drinken zal van het gewas des wijnstoks, totdat het rijk Gods komt. 19 En hij nam het brood, dankte, brak het, en gaf het hun, en zeide: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt: doet dat tot mijne gedachtenis. 20 Desgelijks [nam hij] na het avondmaal, ook den kelk, en zeide: Deze kelk is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:14-20 LU)

“6  Dit nu is ons tot een voorbeeld geschied, opdat wij geen lust zouden hebben tot het kwade, gelijk zij er lust toe hadden. 7 Wordt ook geen afgodsdienaars, gelijk sommigen van hen geworden zijn; gelijk er geschreven staat: “Het volk zat neder om te eten en te drinken, en stond op om te spelen”. 8 Laat ons ook geen hoererij bedrijven, gelijk sommigen van hen hoererij bedreven, en er vielen op één dag drie en twintig duizend. 9 En laat ons ook Christus niet verzoeken, gelijk sommigen van hen hem verzochten, en werden door de slangen omgebracht. 10 Murmureert ook niet, gelijk sommigen van hen murmureerden, en werden omgebracht door den verderver. 11 Al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden, en het is geschreven ons tot waarschuwing, tot wie het einde der wereld gekomen is.” (1 Corinthiërs 10:6-11 LU)

“31 Zie, de tijd komt, spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken: 32 niet gelijk het verbond geweest is, dat Ik met hunne vaderen gemaakt heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypteland te voeren, welk verbond zij niet gehouden hebben, waarom Ik hen dwingen moest, spreekt de Heer; 33 maar dit zal het verbond zijn, hetwelk Ik met het huis van Israël maken zal na dezen tijd, spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun hart geven en in hun binnenste schrijven, en zij zullen mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn; 34 en zij zullen niet meer de een den ander noch de ene broeder den anderen vermanen, zeggende: Erken den Heer; maar zij zullen mij allen kennen, beiden klein en groot, spreekt de Heer, want Ik zal hun hunne misdaad vergeven en hunne zonde nooit meer gedenken. 35  Dus spreekt de Heer, die de zon tot een licht geeft des daags, en de maan en de sterren naar haren loop tot een licht des nachts; die de zee beweegt, dat hare golven woeden, Heer Zebaôth is zijn naam: 36 Indien deze ordeningen zullen ophouden voor mijn aangezicht, spreekt de Heer, zo zal ook het zaad van Israël ophouden, dat het geen volk meer zal zijn voor mijn aangezicht eeuwiglijk.” (Jeremia 31:31-36 LU)

“15  En daarom is hij ook de Middelaar des nieuwen verbonds, opdat, nu zijn dood geschied is tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, degenen, die geroepen zijn, de beloofde eeuwige erfenis ontvangen zouden. 16 Want waar een testament is, daar moet de dood bewezen worden desgenen, die het testament maakte; 17 want een testament wordt vast door den dood, daar het nog geen kracht heeft, wanneer diegene nog leeft, die het gemaakt heeft. 18 Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd. 19 Want toen Mozes alle geboden naar de Wet aan al het volk verkondigd had, nam hij het bloed der kalveren en der bokken, met water en purperen wol en hysop, en besprengde het boek en al het volk, 20 zeggende: “Dit is het bloed des verbonds, hetwelk God u geboden heeft”. 21 En ook de Tabernakel en al het gereedschap van den eredienst besprengde hij desgelijks met bloed. 22 En bijna alle dingen worden met bloed gereinigd naar de Wet, en zonder bloedvergieten geschiedt geen vergeving. 23  Zo moesten nu de voorbeelden der hemelse dingen daarmede gereinigd worden; maar de hemelse dingen zelve moeten betere offers hebben dan gene. 24 Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat een tegenbeeld is van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons. 25 En dit niet, opdat hij zichzelven dikwijls zou offeren, gelijk de hogepriester alle jaren in het heiligdom gaat met vreemd bloed; 26 anders had hij dikwijls moeten lijden van het begin der wereld af; maar nu is hij bij de voleinding der eeuwen éénmaal verschenen, om door zijn eigen offer de zonde te niet te doen. 27 En gelijk het den mensen gezet is éénmaal te sterven, 28 en daarna het oordeel, alzo zal ook Christus, na éénmaal geofferd te zijn om veler zonden weg te nemen, ten tweeden male zonder zonde tot zaligheid verschijnen aan degenen, die op hem wachten.” (Hebreeën 9:15-28 LU)

“1  Want de Wet, die slechts ene schaduw der toekomende goederen heeft, niet het wezen der zaken zelve, kan met dezelfde offers, die men jaar op jaar brengt, nimmer volkomen maken degenen, die daar toetreden; 2 anders had het offeren opgehouden, indien degenen, die den dienst verrichten, geen zonden meer op hun geweten hadden, als zij éénmaal gereinigd zijn. 3 Maar daardoor geschiedt alle jaren ene gedachtenis der zonden. 4 Want het is onmogelijk door het bloed der stieren en der bokken de zonde weg te nemen. 5 Daarom, als hij in de wereld komt, zegt hij: “Offers en gaven hebt Gij niet gewild, maar het lichaam hebt Gij mij toebereid; 6 brandoffers en zondoffers behagen U niet. 7  Toen sprak ik: Zie, ik kom—in de boekrol staat van mij geschreven—om uwen wil, o God! te doen”. 8 Nadat hij eerst gezegd had: “Offers en gave, brandoffers en zondoffers hebt Gij niet gewild, zij behagen U ook niet”—die toch naar de wet geofferd worden, 9 sprak hij daarna: “Zie, ik kom om uwen wil, o God! te doen”. Hij neemt het eerste weg, opdat hij het andere zou instellen. 10 En in dien wil zijn wij geheiligd door het offer des lichaams van Jezus Christus, éénmaal gebracht.” (Hebreeën 10:1-10 LU)

“39  En hij ging naar zijne gewoonte, uit naar den Olijfberg; en zijne jongeren volgden hem. 40 En toen hij aan die plaats gekomen was, zeide hij tot hen: Bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 41 En hij scheidde zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder, en bad, 42 en zeide: Vader, wilt gij, zo neem dezen kelk van mij: doch niet mijn, maar uw wil geschiede. 43 En hem verscheen een Engel van den hemel, die hem sterkte. 44 En in doodsangst zijnde, bad hij vuriger. En zijn zweet werd als druppelen bloeds, die op de aarde vielen.” (Lukas 22:39-44 LU)

“34 en zeide tot hen: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe; vertoeft hier en waakt. 35 En hij ging een weinig verder, viel op de aarde en bad, dat, zo het mogelijk ware, die ure mocht voorbijgaan, 36 en zeide: Abba, mijn Vader! u is alles mogelijk. Neem dezen kelk van mij; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.” (Markus 14:34-36 LU)

“29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is Gods werk, dat gij in dengene gelooft, dien Hij gezonden heeft. 30 Toen zeiden zij tot hem: Wat teken doet gij dan, opdat wij het zien en u geloven? Wat werkt gij? 31 Onze vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, gelijk geschreven staat: “Hij gaf hun brood van den hemel te eten.” 32 Toen zeide Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Mozes heeft u geen brood van den hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood van den hemel; 33 want het brood Gods is dat, hetwelk uit den hemel komt en der wereld het leven geeft. 34 Toen zeiden zij tot hem: Heer, geef ons altijd zulk brood. 35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot mij komt, dien zal niet hongeren; en wie in mij gelooft, dien zal nimmermeer dorsten. 36 Maar ik heb u gezegd, dat gij mij gezien hebt, en gij gelooft toch niet. 37 Al wat mijn Vader mij geeft, dat komt tot mij; en wie tot mij komt, dien zal ik niet uitstoten. 38 Want ik ben van den hemel gekomen, niet opdat ik mijnen wil zou doen, maar den wil desgenen, die mij gezonden heeft. 39 En dit is de wil des Vaders, die mij gezonden heeft, dat ik niets verlieze van al wat Hij mij gegeven heeft, maar dat ik het opwekke ten jongsten dage. 40 En dit is de wil desgenen die mij gezonden heeft, dat ieder, die den Zoon ziet en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten jongsten dage.” (Johannes 6:29-40 LU)

“7 En hij heeft in de dagen zijns vleses gebeden en smeekingen met een sterk geroep en tranen geofferd aan dengene, die hem uit den dood kon uithelpen, en is ook verhoord, omdat hij God in ere hield. 8 En hoewel hij Gods Zoon was, zo heeft hij nochtans uit hetgeen hij leed gehoorzaamheid geleerd; 9 en volkomen geworden, is hij allen, die hem gehoorzaam zijn, ene oorzaak van eeuwige zaligheid geworden, 10  en is door God genoemd een hogepriester naar de ordening van Melchizédek.” (Hebreeën 5:7-10 LU)

“8 en in het gelaat als een mens bevonden; hij vernederde zichzelven en werd gehoorzaam tot den dood, ja, tot den dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd, en hem een naam gegeven, die boven alle namen is, 10 opdat in den naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën dergenen, die in den hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, 11 en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, ter ere Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:8-11 LU)

“25 Voorwaar, voorwaar ik zeg u: De ure komt en is nu reeds, dat de doden de stem van den Zoon Gods zullen horen, en wie haar horen zullen, zullen leven; 26 want gelijk de Vader het leven heeft in zichzelven, alzo heeft Hij aan den Zoon gegeven, het leven te hebben in zichzelven, 27 en heeft hem macht gegeven zelf het oordeel te houden, omdat hij des Mensen Zoon is. 28 Verwondert u niet daarover; want de ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijne stem zullen horen, 29 en zullen uitgaan, zij die goed gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die kwaad gedaan hebben, tot de opstanding des oordeels. 30 Ik kan van mijzelven niets doen. Gelijk ik hoor, zo oordeel ik, en mijn oordeel is recht, want ik zoek niet mijnen wil, maar den wil des Vaders, die mij gezonden heeft. 31  Indien ik van mijzelven getuig, zo is mijne getuigenis niet waar. 32 Een ander is er, die van mij getuigt, en ik weet, dat de getuigenis waar is, welke Hij van mij getuigt.” (Johannes 5:25-32 LU)

“28  Gij hebt gehoord, dat ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u. Hadt gij mij lief, zo zoudt gij u verblijden, omdat ik gezegd heb: Ik ga tot den Vader; want de Vader is groter dan ik. 29 En nu heb ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat, als het geschieden zal, gij gelooft. 30 Ik zal voortaan niet veel meer met u spreken; want de vorst dezer wereld komt, en heeft niets aan mij. 31 Maar opdat de wereld erkenne, dat ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijk de Vader mij geboden heeft: staat op, en laat ons van hier gaan.” (Johannes 14:28-31 LU)

“1  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. 2 Elke rank aan mij, die geen vrucht draagt, zal hij wegnemen; en elke die vrucht draagt, zal hij reinigen, opdat zij meer vrucht drage. 3 Gij zijt nu rein vanwege het woord, dat ik tot u gesproken heb. 4 Blijft in mij, en ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, indien zij niet aan den wijnstok blijft, alzo ook gij niet, zo gij in mij niet blijft. 5 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in mij blijft, en ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:1-5 LU)

“9  Gelijk de Vader mij liefheeft, zo heb ik ook u lief. Blijft in mijne liefde. 10 Indien gij mijne geboden onderhoudt, zo blijft gij in mijne liefde, gelijk ik de geboden mijns Vaders onderhoud en blijf ik zijne liefde. 11 Dit spreek ik tot u, opdat mijne blijdschap in u blijve, en uwe blijdschap volkomen worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk ik u liefheb. 13 Niemand heeft groter liefde dan die zijn leven laat voor zijne vrienden. 14 Gij zijt mijne vrienden, zo gij doet hetgeen ik u gebied 15 Ik noem u niet meer knechten, want de knecht weet niet wat zijn heer doet, maar ik heb u vrienden genoemd, want al wat ik van mijnen Vader gehoord heb, heb ik u bekend gemaakt. 16 Gij hebt mij niet verkoren, maar ik heb u verkoren, en ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en uwe vrucht blijve; opdat al wat gij van den Vader bidden zult in mijnen naam, Hij u dat geve.” (Johannes 15:9-16 LU)

“45 En hij stond op van het gebed, en kwam tot zijne jongeren, en vond hen slapende van treurigheid; en hij zeide tot hen: 46 Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 47  En terwijl hij nog sprak, ziedaar de bende; en een van de twaalve, genaamd Judas, ging voor hen uit, en trad tot Jezus om hem te kussen. 48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij des Mensen Zoon met een kus? 49 Toen nu zij, die bij hem waren, zagen wat het worden zou, zeiden zij tot hem: Heer, zullen wij met het zwaard er onder slaan? 50 En een van hen sloeg des Hogepriesters knecht en hieuw hem het rechteroor af. 51 Maar Jezus antwoordde en zeide: Laat hen toch tot zover begaan! En hij raakte zijn oor aan en heelde hem. 52 En Jezus zeide tot de Hogepriesters en de hoofdlieden des tempels en de Oudsten die tegen hem gekomen waren: Gij zijt uitgegaan als tot een moordenaar met zwaarden en met stokken; 53 ik ben dagelijks bij u geweest in den tempel, en gij hebt geen hand aan mij geslagen; maar dit is uwe ure, en de macht der duisternis.” (Lukas 22:45-53 LU)

“En Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad: dat zal u den kop vertreden, en gij zult het in de verzenen steken.” (Genesis 3:15 LU)

“13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijnen knecht Jezus verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en verloochend voor Pilatus, toen deze oordeelde hem los te laten. 14 Maar gij hebt den heilige en rechtvaardige verloochend, en geeist, dat men u den moordenaar schenken zou; 15 maar den vorst des levens hebt gij gedood, dien God heeft opgewekt van de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in zijnen naam heeft hij zijnen naam bevestigd aan dezen, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door hem is, heeft hem deze gezondheid gegeven voor uw aller ogen. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk ook uwe oversten; 18 maar God heeft alzo vervuld hetgeen Hij door den mond van al zijne profeten te voren verkondigd heeft, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 LU)

“29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den mensen. 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij gedood hebt, en gehangen aan het hout; 31 dezen heeft God door zijne rechterhand verhoogd tot een Vorst en Heiland, om Israël boete en vergeving der zonden te geven. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, welken God gegeven heeft dengenen die hem gehoorzaam zijn.” (Handelingen 5:29-32 LU)

“3 hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zulk ene zaligheid geen acht geven? die, nadat zij eerst gepredikt is door den Heer, onder ons bevestigd is geworden door degenen, die hem gehoord hebben; 4 en God heeft medegetuigenis gegeven door tekenen en wonderen en menigerlei krachten, en met uitdelingen des Heiligen Geestes naar zijnen wil.
5  Want Hij heeft de toekomende wereld, van welke wij spreken, den Engelen niet onderdanig gemaakt. 6 Maar iemand betuigt ergens, zeggende: “Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt! 7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, met eer en heerlijkheid hebt Gij hem gekroond, en hebt hem gesteld over de werken uwer handen; 8 alles hebt Gij onder zijne voeten onderworpen”. Want daarin, dat Hij hem alles onderdanig gemaakt heeft, heeft Hij niets overgelaten, dat hem niet onderdanig gemaakt is; maar nu zien wij nog niet, dat hem alles onderdanig gemaakt is. 9 Maar hem, die een weinig minder gemaakt is dan de Engelen, namelijk Jezus, zien wij door het lijden des doods gekroond met eer en heerlijkheid, opdat hij door Gods genade voor allen den dood zou smaken.
10  Want het betaamde Hem, om wiens wil alle dingen zijn en door wien alle dingen zijn, dewijl Hij vele kinderen tot de heerlijkheid heeft geleid, den bewerker hunner zaligheid door lijden volkomen te maken. 11 Want èn die heiligt, èn die geheiligd worden zijn allen uit éénen; waarom hij zich ook niet schaamt hen broeders te noemen, 12 zeggende: “lk zal uwen naam mijnen broederen verkondigen, en midden in de gemeente zal ik U lofzingen; 13 en wederom: “lk wil mijn vertrouwen op Hem stellen”; en wederom: “Ziehier, ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft”.” (Hebreeën 2:3-13 LU)

*

Voorgaande: Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Engelse versie / English version: For the Will of Him who is greater than Jesus

Franse versie / Version Française: Pour la Volonté de Celui qui est plus grand que Jésus

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter
  20. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten

+++

 

  • Hebrews 8…A Heavenly Priesthood (simplyjuliana.com)
    We have this kind of high priest, who sat down at the right hand of the throne of the Majesty in the heavens, a minister of the sanctuary and the true tabernacle that was set up by the Lord and not man.
  • The Lord is our Salvation (bscribes.wordpress.com)
    Going through the Old Testament I came to understand the word save, or rescue. I came to understand this word through the light of Isaiah 54. Isaiah 54 speaks of a future event to be played out when God redeem his people, an event Jesus fulfilled at his appearance. The prophecy is not yet complete, but for that which Jesus has already fulfilled. What is yet to be fulfilled, is a few verse: Isaiah 15, and 17.
  • Different from all other nights (joaninordinarytime.wordpress.com)
    There are several cues during the Evening Mass on Holy Thursday that tell you something is different tonight.
    +
    It was a memorial they celebrated for 30+ years of their lives, and suddenly Jesus was doing something different.
    +
    The Hebrew understanding of remembering, memorial – zikaron – was not a passive remembering of a past event.  It was a participation in that event.  The past event was being made present for you, so that you too could share in the Passover, the redemption of the first born.
  • Covenant (part 1) (judysdiamondyear.com)
    Theologians have seen this as the first promise of a Redeemer for fallen mankind.
  • Remembering the Betrothal of Christ (tamimyer.wordpress.com)
    The night before He died for her, Christ was thinking of His bride. When He knelt to wash His disciples’ feet, He was the Bridegroom washing His bride to make her radiant. In the strength of humility, He ministered to the needs of His bride.
    +
    Each time that we “drink this cup,” we are not only remembering His sacrifice for us; we are also renewing our vows to Him.
  • Justin Martyr: The Dialogue with Trypho – Chapter XI. – The Law Abrogated (restart.typepad.com)
    “There will be no other God, O Trypho, nor was there from eternity any other existing” (I thus addressed him), “but He who made and disposed all this universe. Nor do we think that there is one God for us, another for you, but that He alone is God who led your fathers out from Egypt with a strong hand and a high arm. Nor have we trusted in any other (for there is no other), but in Him in whom you also have trusted, the God of Abraham, and of Isaac, and of Jacob.”
  • The Jewish Roots of Palm Sunday and the Passion (thesacredpage.com)
    With the Palm Sunday readings, the Church ushers us into the climax of the liturgical year in the celebration of Holy Week. This is the last Sunday feast before the beginning of the Triduum, which will climax in the celebration of Easter (Latin Pascha), what the Catechism calls the “feast of feasts” (CCC 1169).
  • Holy Thursday (johnmsfs.wordpress.com)
    Have you ever noticed that in Leonardo da Vinci’s painting of the Last Supper everybody is on one side of the table? The other side is empty. “Why’s that?” someone asked the great artist. His answer was simple. “So that there may be plenty of room for us to join them.” Want to let Jesus do his thing on earth through you? Then pull up a chair and receive him into your heart.
  • To Gethsemane (nebraskaenergyobserver.wordpress.com)
    We don’t get much of a sense of the daily life of Jesus as He and His disciples tramped the roads of Judea, but the Gospel narratives give us some insight. They settled down for the night in Gethsemane. They’d had a good evening, and only one person at that supper knew why Judas had left early. We get a sense of companionship, and we can grasp something of the feeling of love which Jesus inspired in those close to Him.
    jesus-in-gethsemane
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.

    Based on the details of the Canonical gospels, the Crucifixion of Jesus was most likely to have been on a Friday (John 19:42). The estimated year of the Crucifixion is AD 33, by two different groups, and originally as AD 34 by Isaac Newton via the differences between the Biblical and Julian calendars and the crescent of the moon. A third method, using a completely different astronomical approach based on a lunar Crucifixion darkness and eclipse model (consistent with Apostle Peter‘s reference to a “moon of blood” in Acts 2:20), points to Friday, 3 April AD 33.

Op de eerste dag voor matzah

File:Holbein avondmaal.jpg

Het Laatste Avondmaal – 1497/8 – 1543, Hans Holbein de Jongere

*

“1  Het zou over twee dagen Pasen en ‘Ongegiste Broden’ zijn; de overpriesters en de schriftgeleerden zochten ernaar hoe ze hem met een list zouden kunnen overmeesteren en doden; 2 want, zeiden ze: niet tijdens het feest, dan mag er in geen geval een volksoproer zijn!” (Markus 14:1-2 NB)“10 Dan gaat Judas Isjkariot, die ene van de twaalf, weg naar de overpriesters om hem aan hen over te leveren. 11 Als ze zijn aanbod horen zijn ze verheugd en kondigen aan dat ze hem daarvoor zilvergeld zullen geven; en hij is ernaar gaan zoeken hoe hij hem op het goede moment kon overleveren.” (Markus 14:10-11 NB)

“6 (22:7) En ik,- een wórm, niets máns meer, –de smaad van de mensen, gemínacht bíj de mánschap; 7 (22:8) al wie mij zien dríjven met mij de spót, –trekken met de líp, schuddén het hóofd.” (Psalmen 22:6-7 NB)

“Ik zei tot hen: als het goed is in uw ogen, verleent mij dan mijn loon, en zo niet, laat het! Toen wogen zij mijn loon af: dertig stukken zilver.” (Zacharia 11:12 NB)

“Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten.” (1 Timotheüs 6:10 NB)

“12  Op de eerste dag van de Ongegiste Broden, wanneer ze het paaslam hebben geslacht, zeggen zijn leerlingen tot hem: waar wilt u dat we heengaan en alles gereedmaken dat u er het paasmaal kunt eten? 13 Dan zendt hij twee van zijn leerlingen uit en zegt tot hen: gaat de stad in, en daar zal jullie een mens tegemoet lopen die een kruik water torst; volgt hem, 14 en waar hij naar binnen gaat, zegt daar tot de heer des huizes: ‘de leermeester zegt: waar is die kamer voor mij waar ik met mijn leerlingen het paasmaal kan eten?’- 15 dan zal hij u een grote bovenzaal tonen, ingericht en gereed; maakt het dáár voor ons gereed! 16 De leerlingen trekken er op uit, komen de stad binnen, vinden alles zoals hij hun heeft gezegd en maken het paasmaal gereed. 17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf. 18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’! 19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet? 20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!- 21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!- het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens! 22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam! 23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit. 24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,- dat voor velen wordt vergoten;” (Markus 14:12-24 NB)

“14 Wanneer het uur aanbreekt, gaat hij aanliggen, en de apostelen met hem. 15 Hij zegt tot hen: vol verlangen heb ik ernaar verlangd vóór mijn paaslijden dit paasmaal met u te eten; 16 want ik zeg u dat ik het niet meer zal eten totdat het vervuld wordt in het koninkrijk van God! 17 Hij neemt een drinkbeker aan spreekt een dankgebed en zegt: neemt deze en deelt hem met elkaar; 18 want ik zeg u, ik zal van nu af niet drinken van het gewas van de wijnstok totdat het koninkrijk van God komt! 19 Hij neemt een brood op, spreekt een dankgebed, breekt het en geeft het aan hen, zeggend: dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis! 20 Evenzo met de beker ná de maaltijd, zeggend: deze drinkbeker is het nieuwe verbond door mijn bloed, dat voor u vergoten wordt;” (Lukas 22:14-20 NB)

“De drinkbeker der zegening waarmee wij God zegenen, betekent die niet gemeenschap met het bloed van de Christus?- het brood dat wij breken, is dat niet gemeenschap met het lichaam van de Christus?” (1 Corinthiërs 10:16 NB)

“21  maar zie, de hand van wie mij prijsgeeft is met mij hier aan tafel; 22 want de mensenzoon gaat voort gelijk bepaald is, maar wee die mens door wie hij wordt prijsgegeven!” (Lukas 22:21-22 NB)

“17 Als het later op de dag wordt komt hij er met de twaalf. 18 En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’! 19 Zij beginnen bedroefd te worden en tot hem te zeggen, de een na de ander: ík toch niet? 20 Maar hij zegt tot hen: één van de twaalf, dus een die met mij in de schaal indoopt!- 21 omdat de mensenzoon wel heengaat zoals over hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de mensenzoon wordt uitgeleverd!- het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was, die mens! 22 Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam! 23 Dan neemt hij een drinkbeker, spreekt het dankgebed uit en geeft hem aan hen, en zij drinken er allen uit. 24 Hij zegt tot hen: dit is mijn bloed van het verbond,- dat voor velen wordt vergoten; 25 voorwaar, ik zeg u dat ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot aan díe dag, wanneer ik hem nieuw zal drinken in het koninkrijk van God!” (Markus 14:17-25 NB)

“24 Maar er ontstaat ook onenigheid onder hen, over wie van hen de grootste denkt te zijn. 25 Hij zegt tot hen: de koningen der volkeren heersen over hen, en hun gezagsdragers laten zich weldoeners noemen; 26 maar gíj, niet zo!- nee, laat de grootste onder u als de jongste worden en wie aanvoert als wie bedient; 27 want wie is groter: wie aanligt of wie bedient?- níet wie aanligt!- ík ben in uw midden als degene die bedient!- 28 maar gíj zijt het die bij mij gebleven zijt in mijn beproevingen, 29 en nu verleen ik u, zoals mijn Vader mij verleend heeft, koningsmacht, 30 zodat ge in mijn koninkrijk zult eten en drinken aan mijn tafel, en gezeten op tronen de twaalf stammen van Israël zult oordelen;” (Lukas 22:24-30 NB)

“26 Zij zingen de lofpsalmen en gaan de stad uit naar de Olijfberg. 27 Dan zegt Jezus tot hen: ge zult allen ten val gebracht worden, want er staat geschreven: zal ik de herder slaan, dan zullen ook de schapen worden verstrooid!- 28 echter, nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea!” (Markus 14:26-28 NB)

“Zwaard, ontwaak tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, is de tijding van de ENE, de Omschaarde; sla de herder, dat de schapen verstrooid worden, ik zal mijn hand keren tegen de geringen!” (Zacharia 13:7 NB)

“31  Dán zegt Jezus tot hen: allen zult gij in deze nacht aanstoot aan mij nemen; want er staat geschreven ‘ik zal de herder slaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden’, 32 maar nadat ik ben opgewekt zal ik u voorgaan naar Galilea! 33 Ten antwoord zegt Petrus tot hem: al zullen allen aanstoot aan u nemen, ik zal nooit aanstoot aan u nemen! 34 Maar Jezus verklaart hem: zeker is het, zeg ik jou, dat in deze nacht, voordat er een haan kraait, jij mij driemaal zult verloochenen! 35 Petrus zegt tot hem: ook al moet ik met u sterven, ik zal u echt niet verloochenen! Iets dergelijks zeggen ook alle andere leerlingen.” (Mattheüs 26:31-35 NB)

“31 Jezus antwoordt hun: nú hebt ge vertrouwen?- 32 zie, er komt een uur, ja het is gekomen, dat ge verstrooid zult worden -ieder naar het zijne- en mij alleen laat; en toch ben ik niet alleen, omdat de Vader met mij is; 33 dit alles heb ik tot u gesproken opdat ge in de eenheid met mij vrede hebt; in de wereld is het verdrukking wat ge hebt, maar houdt moed, ik heb de wereld overwonnen!” (Johannes 16:31-33 NB)

“1  Als Jezus dit alles heeft uitgesproken heft hij zijn ogen ten hemel en zegt: Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon ú mag verheerlijken, 2 en, nu gij hem zeggenschap hebt gegeven over alle vlees, dat hij aan hen mag geven al wat gij gegeven hebt aan hem: eeuwig leven! 3 En dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen, de eeuwige, waarachtige God, én hem die gij gezonden hebt,- Jezus de Christus. 4 Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te voltooien dat gij mij te doen hebt gegeven; 5 verheerlijk nu gij mij, Vader, daar bij uzelf, met de heerlijkheid die ik had bij u voordat de wereld was. 6  Uw naam heb ik geopenbaard aan de mensen die gij mij hebt gegeven uit de wereld; zij waren van u en gij hebt ze aan mij gegeven; zij hebben zich aan uw woord gehouden 7 en nu erkennen zij dat alles wat gij mij hebt gegeven van bij u is, 8 want de dingen die gij mij hebt gegeven heb ik gegeven aan hen, en zij hebben ze aangenomen en hebben waarachtig erkend dat ik van bij u ben uitgegaan: zij vertrouwen erop dat gij mij hebt gezonden.” (Johannes 17:1-8 NB)

*


Voorgaand: Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

Duitse versie /  In Deutsch: Am ersten Tag für Mazza

Engelse versie / English version: On the first day for matzah

Franse versie / Version Français: Le premier jour de matsa

English: "The Judas Kiss", (Mark 14:...

“De Judas Kus”, (Mark 14:45) door Gustave Doré. (Photo credit: Wikipedia)

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter

+++

  • How to Get Yourself Kosher for Passover (waynehilsden.com)
    The Hebrew Scriptures mention two separate coinciding Feasts: the feast of Passover חג הפסח and the feast of unleavened bread חג המצות.
    Originally, Passover was only one day, then followed by several days called the Feast of Unleavened Bread.  Today, the two holidays are combined and the entire week is called Passover.
    +
    The apostle Paul (Shaul the Rabbi) says that matzah also should remind us that there must be no sin in the camp–and sin in our own individual lives. This is what he writes in 1 Corinthians 5:7: “Therefore purge out the old leaven, that you may be a new lump, since you truly are unleavened. For indeed Christ, our Passover, was sacrificed for us.”
  • Maunday Thursday of Holy Week (opperblog.wordpress.com)
    Jesus knew these men didn’t need a miracle to remember what would happen the next day.  All they needed was sight and an act of remembrance.  He gave them both of those.  We are told biblically to observe communion remembering what He did for us until He returns.
  • So matzah matter with you? (midlifebatmitzvah.wordpress.com)
    discover one thing worse than matzah
  • Jesus came to Jerusalem to celebrate passover (ivarfjeld.com)
    Many Bibles have replaced the word ‘Passover” with ‘Easter”.
    That is to twist the truth.
    Jesus did not ride into Jerusalem on “Palm Sunday”. He entered the city four days before the Passover festival was about to begin. In this way He fulfilled the Law, that told the Jews to select the Passover lamb four days in advance of the festival week.
    Since the Jewish passover started on Monday this year:
    If Jesus had come this week, he would be riding into Jerusalem on “palm Friday”.
    +xlstorstrand says: He was crucified Wednesday morning (Nisan 14th), died at 15:00 hours on the same day, and placed in the grave the same day, before sundown.
  • Holy Thursday (reclaimingourchildren.typepad.com)
    Then Jesus took the bread and the wine and asked his Father to bless it. He broke the bread into pieces, giving it to his disciples and said, “This is my body, given for you. Do this in remembrance of me.”
  • Timely Growth (belgianbiblestudents.wordpress.com)
    Tonight we will begin celebrating Chag Ha Aviv – Passover, our spring holiday – also named Chag HaMatzot the holiday of unleavened bread. But why do we eat unleavened bread – matzah – on Passover?

14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

De dag dat het Lam werd gedood

14 Nisan was de dag dat het zuurdesem werd uit gezet, en de dag dat de ‘Passover’ of Pascha lammeren werden gedood, in de late namiddag – op hetzelfde ogenblik dat Jeshua (Jezus Christus) aan de boomstam werd gehangen! Daarom vervulde Jeshua volkomen de typologie van het „Overgangsoffer“. Niet alleen werd hij gedood voor onze zonden, maar hij werd gedood op het eigenlijke ogenblik dat de Pascha lammeren bij de Tempel werden gedood! Hij was inderdaad het perfecte offer voor het Voorbijgaan of Overslaan voor onze zonden (1 Korintiërs 5:7).

Op de nacht van 14 Nisan, 33 G.T., zongen Jezus en zijn apostelen samen lof voor Jehovah in een hoger gelegen ruimte van een huis in Jeruzalem. (Mattheüs 26:30) Het was passend dat hij zijn vergadering met hen op die manier zou besluiten. Van bij het begin van zijn aards ministerie tot aan het eind, prijsde Jezus zijn Vader en liet zonder ophouden Gods Naam aan iedereen weten (Mattheüs 4:10; 6:9; 22:37, 38; Johannes 12:28; 17:6) Na het zingen van lof met Jezus, zag de apostel Johannes zijn Meester en twee misdadigers die ook tot de dood op martelingsstaken werden gezet. Romeinse militairen braken de benen van de twee misdadigers om hun sterven te verhaasten. Nochtans, braken zij de benen van Jezus niet, aangezien hij al dood was. In Johannes zijn Evangelie, identificeerde Johannes die ontwikkeling als vervulling van een ander deel van Psalm 34: „Niet een been van hem zal worden verpletterd.“

“Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’” (Mattheüs 4:10 NBV)

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mattheüs 6:9 NBV)

“37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod.” (Mattheüs 22:37-38 NBV)

“Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’” (Johannes 12:28 NBV)

“Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard,” (Johannes 17:6 NBV)

“32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’” (Johannes 19:32-36 NBV)

“(34:21) Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld.” (Psalmen 34:20 NBV)

Heilige bijeenroeping moeten wij afkondigen en vieren op de afgekondigde tijd hiervoor

Maar enerzijds is er ook het schrijven:

„4 Deze zijn de vastgestelde feesten van Jehovah, zelfs heilige bijeenroepingen {samenkomsten}, die jij zal afkondigen in het aangesteld seizoen {op de aangewezen tijd}. 5 In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand bij schemeravond, is Jehovah’s Pascha {Pesach}.“ (Leviticus 23:4 – 5 ASVV)

„1 En Jehovah sprak tot Mozes in de wildernis van Sinaï, in de eerste maand van het tweede jaar nadat zij uit het land van Egypte waren gekomen, zeggende, 2 “laat bovendien de kinderen van Israël het (Overslaansfeest of) Pesach vieren op de daarvoor vastgestelde tijd. 3 Op de veertiende dag van deze maand, bij avondschemering, zal jij het op de daarvoor gestelde tijd vieren; volgens alle statuten (of voorschriften {al de daaromtrent gegeven inzettingen}), en volgens alle verordeningen daarvan, zal jij het houden”. 4 En Mozes sprak tot de kinderen van Israël, dat zij Pascha (of Pesach) zouden moeten houden.“ (Numeri 9:1-4 ASVV)

„16 En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, is Jehovah’s Pascha {Pesach}. 17 En op de vijftiende dag van deze maand zal een feest zijn: zeven dagen zal ongedesemd brood worden gegeten.“ (Numeri 28:16-17 ASVV)

“5 Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. 6 Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. 7 Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. 8 Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden.” (Exodus 12:5-8 NBV)

Zo zou u ofwel kunnen zeggen dat de dag die men als de instellingsdag van het Nieuwe Verbond moet vieren ofwel op de dag vóór de veertiende is, dus 13 Nisan (zoals sommigen zeggen). Maar aangezien u uit het boek Numeri van het Oude Testament kunt afleiden was de vijftiende Nisan het grote feest, zodat de bijeenkomst van de apostelen en Jezus in de bovenkamer op de veertiende Nisan plaats vond. Voor ons is die avond, dat Jezus samen was met zijn beste vrienden om de voorgeschreven 14 Nisan maaltijd te hebben, daarom ook een belangrijke avond waarop wij willen en eigenlijk horen samen te komen.

+

Vervolg van: 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest

Vervolgt: 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag

Engelse versie / English version: 14 Nisan a day to remember #4 A Lamb slain

File:Calvary Veszkény.JPG

Calvarieberg aan menselijke voorstelling van een inslaggevend vroegere gebeurtenis

++

Aanverwante lectuur:

Jezus aanbod op het laatste avondmaal

Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing

De verdwijnende heerlijkheid

Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment

14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest

Vlak vóór het festival van Pesach

De discipelen van de Messias waren wijze, intelligente, geschikte mensen – die speciaal door de Gezondene van God, de Messias, zelf werden verkozen om apostelen voor hem te zijn, de leiders van zijn Kerk! Het is onvoorstelbaar dat zij tot na zonsondergang, nadat veertiende Nisan begon, om het Overgangsfeest of Pascha voor te bereiden zouden wachten, alsof het die eigenlijke nacht moest voorkomen! Het Nieuwe Testament verifieert dit feit. Wij lazen in het evangelie van Johannes, dat die nacht Jeshua met zijn discipelen voor een laatste avondmaal ging zitten, dat aan het begin van 14 Nisan voorkwam, en dat dit was „vóór het Feest van de Overgang of Pascha“ (Johannes 13:1).

“Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om” (Johannes 13:1-4 NBV)

Deze maaltijd was niet de „Pesach” maaltijd zelf, maar werd eerder eenvoudig „avondmaal“ genoemd (Johannes 13:2, 4). Als deze maaltijd zulk een belangrijke gebeurtenis als de maaltijd ter herinnering van het Voorbijgaan of Overslaan zou zijn dan had het werkelijk het Pascha maal moeten zijn met het zuurdesembrood en geslacht lam. Indien het dus dat Pascha was, dan hebben wij een ongelooflijke anomalie, omdat tijdens een Paschamaaltijd niemand er ooit maar zou aan denken om tijdens de viering op te staan en op te stappen. Nooit zou iemand tijdens het Pesachfeest zelf weg gaan, en zeker zou niemand het zelfs maar in zijn hoofd halen om er aan te denken de Pesach maaltijd te verlaten om te „gaan winkelen“. Op zoek gaan naar kruidenierswinkels zou trouwens op zulk een dag nutteloos zijn, want tijdens zo een hoogdag zou er geen enkele winkel open zijn. Het ging er duidelijk om voor de apostelen dat Judas verdere voorbereidingen zou gaan maken, door bijvoorbeeld nog bepaalde dingen te gaan kopen. Merk het verslag van Johannes op:

Jesus, Judas and the rest

Jesus, Judas en de rest (Photo credit: FlickrJunkie)

“‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven.” (Johannes 13:26-29 NBV)

Zij dachten dus dat Judas nog inkopen voor het feest moest doen. Indien het voor dat feest die avond zou moeten zijn was dat wel erg laat, want zij zaten trouwens al aan de maaltijd. Hierdoor kunnen wij afleiden dat het Pesachfeest nog later moest zijn.

Vóór het feest van Pascha, terwijl zij bij het avondmaal waren

Als deze maaltijd in de bovenkamer het Pesach maal was, zoals velen aanvechten, dan is het opvallend vreemd dat de discipelen zouden verondersteld hebben dat Judas de Pascha viering verliet, alvorens het werd beëindigd, om vervolgens te gaan winkelen voor kruidenierswaren! Het eigenlijke idee is ongerijmd. Geen enkel helder nadenkend persoon zou ooit maar overwogen hebben om de Pascha maaltijd te verlaten om naar een kruidenierswinkel te gaan.

Het was duidelijk zoals Johannes schrijft “voor het feest van Pascha” of voor het Joodse Paasfeest.

“1 En voor het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde. 2 En onder de maaltijd, toen de duivel reeds Judas, Simons zoon Iskariot, in het hart had gegeven Hem te verraden, 3 stond Hij, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op, 4 en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede. ” (Johannes 13:1-4 NBG51)

“13 Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. 14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; 15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. 16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. 17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. 18 Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven. 19 Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben. 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zend, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft. 21 Na deze woorden werd Jezus ontroerd in de geest en Hij getuigde en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal Mij verraden. 22 De discipelen zagen elkander aan, in het onzekere, van wie Hij sprak. 23 Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; 24 hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zeide tot hem: Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt. 25 Deze, aanstonds zich aan de borst van Jezus werpende, zeide tot Hem: Here, wie is het? 26 Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan het stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. 27 En na dit stuk brood, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doen wilt, doe het met spoed. 28 Maar niemand van de aanliggenden begreep, waartoe Hij hem dit zeide; 29 want sommigen meenden, dat Jezus, omdat Judas de kas hield, tot hem zeide: Koop wat wij nodig hebben voor het feest, of dat hij iets aan de armen moest geven. 30 Hij nam dan het stuk brood en vertrok terstond. En het was nacht. 31 Toen hij dan heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.” (Johannes 13:13-31 NBG51)

Naleven van de Wet van God

File:V06p145001 Haggadah.jpg

Pagina uit een geïllustreerd Haggadah manuscript van de vijftiende eeuw, met de voorbereidingen voor Pesach.

De discipelen van Jeshua waren allen eerbiedige Joden zoals Jezus die de Wetten van de God Jehovah uitvoerden! Als belijdende Joden stond de naleving van Gods Wet hoog in hun vaandel. De voorgaande passage bewijst ook dat de discipelen wisten dat deze maaltijd niet het „Passover“ of Pascha maal was maar dat het Feest van het Overslaan of Pesach nog een dag later was! Zij dachten namelijk dat Judas werd weg gestuurd om kruidenierswinkels te gaan opzoeken ter voorbereiding voor het aanstaande „Feest“ – dat naar het „Feest van het Voorbijgaan of Overslaan” het “Pascha” moest verwijzen, zoals vers één van dit hoofdstuk zo ronduit zegt! Het behoorde tot de Vieringsdagen.

Dit is de reden waarom wij ons Herinneringsmaal niet Pascha noemen, omdat het dat eenvoudig niet is maar (slechts) één van de herdenkingsdagen van de Pascha viering of het Feest van Pascha, het Joodse paasfeest.

De 14de Nisan was de dag toen de voorbereidingen voor het daadwerkelijke Pascha Feest werden gemaakt dat op vijftiende Nisan werd gevierd. Hierdoor kan men een verschil van één dag zien in onze viering en dat van de Joodse gemeenschap. Wij beginnen onze hoofdherdenking namelijk één dag vroeger, omdat Nisan de veertiende de herinneringsdag werd van de instelling van het Nieuwe Verbond of de Nieuwe Overeenkomst van het „Bloed van het Nieuwe Testament“ en de herinnering van het Lam van God, Jezus Christus.

“Intussen begon het feest der ongedesemde broden te naderen, dat Pasen heet.” (Lukas 22:1 CANIS)

“Toen nu de dag der ongedesemde broden was gekomen, waarop het Pascha moest worden geofferd,” (Lukas 22:7 CANIS)

“17 Toen nam Hij een kelk, sprak het dankgebed uit, en zeide: Neemt en verdeelt  hem onder elkander. 18 Want Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik de vrucht van de wijnstok niet meer  drinken, totdat het koninkrijk Gods is gekomen. 19 Toen nam Hij brood, sprak een dankgebed uit, brak het, gaf het hun, en  sprak: Dit is mijn lichaam, dat voor u wordt overgeleverd; doet dit tot  mijne gedachtenis. 20 Zo ook de kelk, na het avondmaal; en Hij sprak: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten.” (Lukas 22:17-20 CANIS)

“28 Gij zijt Mij trouw gebleven bij mijn beproevingen. 29  Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft  verleend: 30 dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Lukas 22:28-30 CANIS)

“35 Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets. 36 Hij ging voort: Maar nu, wie een beurs heeft, moet ze meenemen, en ook  zijn reiszak; en wie geen zwaard heeft, moet zijn mantel verkopen en er een kopen. 37 Want Ik zeg u: Ook dit Schriftwoord moet aan Mij worden vervuld: “En Hij is onder de misdadigers gerekend”. Ja, wat over Mij is gezegd, is zijn vervulling nabij.” (Lukas 22:35-37 CANIS)

“26 Terwijl zij nu aten nam Jesus het brood, zegende het, brak het, gaf het zijn leerlingen en sprak: Neemt en eet, dit is mijn lichaam. 27 Daarna nam Hij de kelk, sprak een dankgebed uit, gaf hun de kelk, en zeide: Drinkt allen hieruit; 28 want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden. 29 En Ik zeg u: Van nu af aan zal Ik deze vrucht van de wijnstok niet meer drinken, tot op de dag, waarop Ik ze hernieuwd met u zal drinken in het rijk van mijn Vader. 30 En nadat zij de lofzang hadden gezongen, gingen zij naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:26-30 CANIS)Communion plate with loaf and chalice

Johannes zegt dat duidelijk! Zo doen Mattheüs en Markus dat ook. Lukas bevestigt ook dit feit (Lukas 22:1, 7). Noch Jeshua noch zijn discipelen zouden tot het allerlaatste ogenblik gewacht hebben om met voorbereiding voor het Pascha te beginnen. Daarom kon het niet aan het begin van Nisan de 14de geweest zijn. Als het zo was, dan kon 14 Nisan niet de „voorbereidingsdag,“ of „voorbereiding van Pascha” of Pesach worden genoemd. Dat zou belachelijk zijn. Hoe kon 14 Nisan de „voorbereiding“ van Pascha zijn, als Pascha vlak na de dag begon, het is te zeggen na zonsondergang voorkwam? De gehele rest van de dag, toen, en alle daglichturen, de ochtend en de middag, van 14 Nisan, zou dan na Pascha zijn, omdat het bestrooien met het bloed van het geslacht lam vóór de nacht of het begin van de dag moest worden gedaan!

+

Vorig hoofdstuk: 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd

Vervolg:14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Geslagen Lam

Engelse versie / English version: 14 Nisan a day to remember #3 Before the Passover-feast

++

Vindt ook:
  1. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  2. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  3. Jezus laatste avondmaal
  4. Jezus laatste avondmaal
  5. Avondmaal des Heren
  6. Teken van het verbond
  7. Een Feestmaal en doodsherinnering
  8. Zondagrust of sabbatviering
  9. Communie en dag des Heren

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: