An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Simon Petrus’

Commentaar van Calvijn bij de uitverkiezing der apostelen

Calvijn-Harmonie Evangeliën #Mt 10:1-8 Mr 6:7 Lu 9:1,2.

#Mt 10:1. Zijn twaalf discipelen bijeen geroepen hebbende. Het getal twaalf doelde op het toekomstig herstel van de Kerk. Want gelijk het volk uit twaalf Patriarchen gesproten was, zo roept Christus thans het verstrooide overschot er van tot de gedachte aan zijn oorsprong terug, opdat het een vaste hoop op herstel moge voeden. En ofschoon het rijk van God in Juda niet alzo gebloeid heeft, dat de toestand van het volk ongedeerd gebleven is, en dat volk, dat reeds zo jammerlijk gezonken was, door het verachten van de aangebodene genade zelfs verdiende dubbel ten verderve te gaan, toch verhinderde dit niet dat er weer een nieuw volk geboren werd. Vervolgens heeft God de scepter van de kracht zijns Zoons van uit Sion verder uitgestrekt, opdat uit deze bron stromen vloeien, en alle delen van de wereld rijkelijk besproeien zouden. Toen verzamelde God zijn Israël uit alle oorden, opdat niet slechts deszelfs verstrooide en verscheurde leden, maar ook mensen die vroeger vervreemd waren van het volk van God met hen tot één lichaam verenigd zouden worden. Niet zonder doel heeft dus de Heer door het verordenen van als het ware twaalf Patriarchen van het herstel van de Kerk getuigd. Voeg hierbij, dat hij door dit getal de Joden herinnerde aan het doel waartoe hij gekomen was. Daar zij echter de genade Gods gene plaats gegeven hebben, heeft hij zich een ander Israël verwekt. Ziet men op de aanvang, zo zou het belachelijk kunnen schijnen, dat Christus onbekende en onaanzienlijke lieden met zo’n eerwaardig ambt bekleedde. De ongehoorde voorspoed en zo vruchtbare voortplanting van de Kerk echter heeft getoond, dat de Apostelen, wat eerwaardigheid en vruchtbaarheid in nakomelingen betreft, niet slechts bij de Patriarchen niet ten achter stonden, maar hen daarin zelfs overtroffen. Gaf hun macht. Aangezien er bij de mensen bijna gene achting voor de Apostelen, en toch de zending die Christus hun opdroeg een goddelijke was; aangezien zij voorts noch in geestesgaven, noch in welsprekendheid uitblonken, en toch de uitnemendheid en nieuwheid van de zaak meer dan menselijke gaven eisten, was het nodig dat zij van elders met gezag bekleed werden. Als Christus hun dan beveelt wonderen te doen, geeft hij hun de blijken van de hemelse macht, om hun geloof en eerbied van de zijde van het volk te verschaffen. En hieruit maken we op wat het recht gebruik van de wonderen is; want als Christus hen op een en hetzelfde ogenblik tot predikers van het evangelie en bedienaren van de tekenen aanstelt, zodat de wonderen niets anders zijn dan het zegel van zijn leer, zo is het niet geoorloofd deze onverbreekbaren band los te maken. En daarom handelen de Roomsen vals, en bederven zij het werk Gods op gruwzame wijze, wanneer zij het woord van de wonderen scheiden.

#Mt 10:2. De eerste was Simon. Het is onzinnig van de Roomsen hier hun bisschoppelijken voorrang op te gronden. Wij stemmen gaarne toe dat Simon Petrus de eerste van de Apostelen: geweest is; maar er is geen enkele reden om toe te staan dat, wat voor zekeren kleinen kring van mensen geldt, voor de gehele wereld van kracht gemaakt worde. Daarbij komt, dat wie het eerste genoemd wordt, daarom nog geenszins gezagvoerder over zijn metgezellen is. Maar al geven wij hun aangaande Petrus alles toe wat zij verlangen, toch bewijst zijn waardigheid niets voor die van de Roomsen Stoel, zolang zij ons niet bewijzen dat goddelozen en heiligschenders de opvolgers van Petrus zijn geweest.

#Mt 10:5. Op de weg van de heidenen. Hier blijkt het nog duidelijker dat, gelijk ik straks met een enkel woord gezegd heb, de last, die de Apostelen hier opgedragen werd, geen ander doel had dan bij de Joden de hoop op het naderende heil levendig te maken, en hen alzo aandachtig naar Christus te doen horen. Daarom beperkt hij hier hun prediking, die hij hun later gebiedt overal tot aan de verste einden van de aarde te doen weerklinken, binnen de grenzen van het Joodse land. De reden waarom hij dit deed is deze, dat hij door de Vader als een dienaar van de Besnijdenis gezonden was, om de beloften te vervullen, die voorheen aan de vaderen gedaan waren, volgens #Ro 15:8. God had echter een bijzonder verbond met het geslacht van Abraham opgericht. Niet zonder reden heeft dus Christus in de beginne de genade Gods bij het uitverkoren volk laten berusten, totdat de tijd om haar openlijk te prediken gerijpt zou zijn. Sedert zijn opstanding echter heeft hij de zegen, die in de tweede plaats beloofd was, over alle volken uitgestort, omdat toen de voorhang des tempels gescheurd en de middelmuur des afscheidsels ter neer geworpen was. Indien dus dit verbod, waarbij Christus de heidenen niet waardig keurt deel aan het Evangelie te hebben, iemand niet zeer menselijk toeschijnt, die verheffe zijn stem tegen God, die de gehele wereld uitsloot en alleen met het zaad van Abraham zijn verbond oprichtte, een handeling waarop dit bevel van Christus gegrond is.

+

Engelse versie / english version: Matthew 10:1-4 – Calling of the apostles – by Calvin

Voorgaande

Eerste Eeuw van het Christendom

Positie en macht

Verkiezing van Matthias

 

++

Aanvullende lectuur

  1. Eenheid in Jezus en Jezus in ons en God in hem
  2. De Leidsman van geloof
  3. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  4. Jezus’ mirakelen voldoende om zijn identiteit te bewijzen
  5. Oude afbeeldingen apostelen gepresenteerd
  6. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  7. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  8. Intenties van de ecclesia

Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus

File:Alexandr Ivanov 087.jpg

Een engel die de steen wegrolt voor het graf van Jezus Christus – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)

 

 


*

“1  Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, en Salome welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen. 2 Op de eerste dag van de week, heel vroeg, toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf. 3 Ze zeiden tot elkaar: ‘Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?’” (Markus 16:1-3 WV78)

“Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold.” (Johannes 20:1 WV78)

“En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.’” (Mattheüs 28:14 WV78)

“1  Op de eerste dag van de week echter gingen zij zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. 2 Zij vonden de steen weggerold van het graf, 3 gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. 5 Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: ‘Wat zoekt ge de levende bij de doden? 6 Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: 7 De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en aan het kruis geslagen, maar op de derde dag verrijzen.’ 8 Zij herinnerden zich zijn woorden, 9 keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen.” (Lukas 24:1-9 WV78)

“39 Maar Hij gaf hun ten antwoord: ‘Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal hun gegeven worden dan dat van de profeet Jona. 40 Zoals mogelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde. {drie dagen in sheol/hel}” (Mattheüs 12:39-40 WV78)

“23 Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. 24 Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. 25 Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; 26 daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, 27 omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. 28 Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. 29 Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. 30 Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, 31 zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. 33 Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort. 34 David immers is niet ten hemel opgestegen, maar toch zegt hij zelf: De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zit aan mijn rechterhand, 35 totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd. 36 Voor heel het huis van Israel moet dus onomstotelijk vaststaan, dat God Hem en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt.’” (Handelingen 2:23-36 WV78)

“3 Het is de boodschap over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, 4 die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer.” (Romeinen 1:3-4 WV78)

“1  Broeders, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt 2 en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. 3 In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, 4 en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, 5 en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf. 6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. 7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. 8 En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. 9 Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.” (1 Corinthiërs 15:1-9 WV78)

“3 Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. 4 Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. 5 Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, 7 maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. 8 Toen pas ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen; hij zag en geloofde, 9 want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.” (Johannes 20:3-9 WV78)

“11  Maria stond buiten bij het graf te schreien. En al schreiend boog zij zich naar het graf toe 12 en zag op de plaats waar Jezus’ lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. 13 Zij spraken haar aan: ‘Vrouwe, waarom schreit ge?’ Zij antwoordde: ‘Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.’ 14 Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. 15 Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?’ In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: ‘Heer, mocht gij Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.’ 16 Daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!’Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’- wat leraar betekent. 17 Toen sprak Jezus: ‘Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.’ 18 Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had.” (Johannes 20:11-18 WV78)

“28  Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. 29 Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. 30 Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, 31 maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft. Staat op, laten we hier vandaan gaan.” (Johannes 14:28-31 WV78)

“25 In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. 26 Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, 27 want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.’” (Johannes 16:25-28 WV78)

“13 Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. 14 En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, 15 opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” (Johannes 3:13-15 WV78)

“15 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
17  Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. 18 Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, 19 en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.” (Johannes 17:15-19 WV78)

“19  In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 20 ’Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. 21 Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’” (Johannes 20:19-21 WV78)

“1  De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; 2 om een jaar van Jahwe’s genade te melden, een dag van wraak voor onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen eiken van heil, door Jahwe geplant, een blijk van zijn luister.” (Jesaja 61:1-3 WV78)

“Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist dezen getuigen over Mij.” (Johannes 5:39 WV78)

“Uit uw eigen broeders zal Jahwe uw God een profeet doen opstaan zoals ik dat ben, naar wie gij moet luisteren.” (Deuteronomium 18:15 WV78)

“18 Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. 19 Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en 20 leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:18-20 WV78)

“1  En gij, mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. 2 De leer die gij in het bijzijn van vele getuigen van mij hebt gehoord, geef die door aan betrouwbare mannen, bekwaam om op hun beurt anderen te onderrichten.” (2 Timotheüs 2:1-2 WV78)

“Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.” (2 Timotheüs 1:13 WV78)

“24 Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. 25 De andere leerlingen vertelden hem: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Maar hij antwoordde: ‘Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.’
26  Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ 27 Vervolgens zij Hij tot Tomas: ‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’ 28 Toen riep Tomas uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’ 29 Toen zei Jezus tot hem: ‘Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.’” (Johannes 20:24-29 WV78)

“Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.” (2 Corinthiërs 5:7 WV78)

“8 Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, 9 als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, bereikt.
10  Naar dat heil hebben reeds profeten gezocht en gevorst, toen zij profeteerden over de genade die voor u bestemd was. 11 Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij voorspelde al het lijden dat over Christus zou komen, en de daarop volgende verheerlijking. 12 Maar hun werd geopenbaard, dat zij deze boodschap moesten beheren voor u, niet voor zichzelf. En nu is die boodschap bij monde van de evangeliepredikers openlijk aan u verkondigd, in de kracht van de heilige Geest, die van de hemel is neergezonden. Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen.” (1 Petrus 1:8-12 WV78)

“Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was.” (Johannes 20:14 WV78)

“Terwijl ze daarover spraken, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: ‘Vrede zij u.’” (Lukas 24:36 WV78)

“43 Hij nam het en at het voor hun ogen op. 44 Hij sprak tot hen: ‘Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was: Alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes, in de profeten en psalmen moet vervuld worden.’ 45 Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 46 Hij zei hun: ‘Zo staat er geschreven: dat de Christus moest lijden en op de derde dag verrijzen uit de doden 47 en dat in zijn naam bekering tot vergiffenis van de zonden gepredikt moet worden onder alle volken, te beginnen met Jeruzalem. 48 Gij zijt getuigen hiervan 49 Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is; blijft dus in de stad, totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.
50  Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanie, hief de handen omhoog en zegende hen. 51 En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen. 52 Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. 53 Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en verheerlijkten God.” (Lukas 24:43-53 WV78)

“19  Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. 20 Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.” (Markus 16:19-20 WV78)

“30 Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.
31  Wat moeten wij hieraan nog toevoegen? Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? 32 Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? 34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit? 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? 36 Er staat immers geschreven: Om Uwentwil bedreigt ons de dood de gehele dag; wij worden behandeld als slachtvee. 37 Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. 38 Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht 39 in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” (Romeinen 8:30-39 WV78)

*

Voorgaande rond de dood van Christus Jezus:

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

In andere talen:

Duitstalig / Deutsch: Nach der Sabbat nach dem Passahfest, die Auferstehung von Jesus Christus

Franstalig / Version en Français: Après le sabbat après la Pesach ou Pâque, la résurrection de Jésus-Christ

Engelstalig: After the Sabbath after Passover, the resurrection of Jesus Christ

+

Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Jezus is verrezen

  19. Niet goddelijkheid van Christus toch
  20. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  21. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  22. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  23. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  24. Een gedicht voor Pasen
  25. Pasen 2006
  26. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  27. Laat mij kiezen voor eerste-belang-dingen

  28. Alles zal worden opgeslorpt door de overwinning van het goede

  29. Dagelijkse schoonheid

  30. Hoe zullen de doden weer levend gemaakt worden?

+++

  • Thoughts About Easter (donnaharris.wordpress.com)
    Mary completely forgot what Jesus promised he would do on the third day. She turns and quickly runs to find her friends. I imagine her running on a dirt path as fast as she possibly could, stumbling over rocks, tired, sweaty and breathless. Her friends, Peter and John listened as she told them, “They have taken his body away!” and they too ran quickly to see for themselves.
  • He is not here, He is risen, just as He said (prhayz.com)
    After his resurrection, Jesus appeared to the women near the tomb and afterwards at least twice to the disciples while they had gathered at a house in prayer. He visited two of the disciples on the road to Emmaus, and he also appeared at the Sea of Galilee while some of the disciples were fishing.
  • What Happened on Easter? (citizentom.com)
    Some insist the Bible speaks metaphorically. Others insist the Bible speaks of what actually happened. Over and over again the Bible itself says it speaks of what actually happened. As Settled In Heaven explains in Easter Week Devotion: The Importance of the Resurrection, the Apostle Paul took this issue head on in 1 Cor 15:12-23 (KJV).
  • Easter: He is Risen (christianityandvirtue.wordpress.com)
    Today we celebrate the risen Christ. Let us remember the victory we have in Jesus. Death is defeated. Not only are our sins forgiven, but we are being made new; not only  are we being made new, but Christ is saying to us, “I say you are gods.” Let us celebrate the new reality that Christus Victor brings.
  • He IS Alive.. (ourchristianwalkinfaith.wordpress.com)
    After the Sabbath, at dawn on the first day of the week, Mary Magdalene and the other Mary went to look at the tomb.
  • The Empty Tomb (newcovenantofgrace.wordpress.com)
    Simon Peter, who was behind him, arrived and went into the tomb. He saw the strips of linen lying there, as well as the burial cloth that had been around Jesus’ head. The cloth was folded up by itself, separate from the linen.
  • Jesus is Risen!! (myeverydaygod.com)
    This morning turned the deepest grief into the most passionate praise! As the day dawned, death fell in defeat! Jesus is alive!! He is standing! He is seeking those whom He has called.
  • Happy Easter: Christ Has Died, Christ Has Risen (independentsentinel.com)
    Jesus said to her, “Woman, why are you weeping? Whom do you seek?” Supposing him to be the gardener, she said to him, “Sir, if you have carried him away, tell me where you have laid him, and I will take him away.”
  • Jesus is alive, the tomb is empty. (truthorshame.com)
    There are “many infallible proofs” of the bodily resurrection of the Lord Jesus Christ, but the testimony of the empty tomb is the most conclusive of all. Jesus had been buried, with the tomb sealed and guarded by a watch of Roman soldiers. Yet on the third day of His burial, on the morning of the first day of the week, the body was no longer there, and the empty tomb still stands today as an unanswerable proof that the Lord Jesus rose from the dead.
  • When Nothing Meant All (theonlywai.com)
    I attended a service at the crack of dawn to celebrate the resurrection of our Lord and Saviour Jesus Christ. My sacrifice of lost sleep is insignificant compared with His at Calvary, yet denying my flesh those extra 40 winks made today’s service for St John’s and St Luke’s churches in Colchester seem the sweetest Easter I have ever celebrated.
    +
    In minus degrees temperatures at Highwoods Country Park, about 50 folk encircled a camping table bedecked with a tablecloth, bread and wine. Our breath clouded our voices as we joined the bird’s dawn chorus singing praises to the Risen Lord. Our warm booted feet melted the frost encrusting the grass (see our footprints in the pic) as a rosy blanket slowly covered the horizon.

Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

File:Alexandr Ivanov 069.jpg

Geißelung Christi – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)

“54  Nachdem sie ihn nun festgenommen hatten, führten sie ihn ab und brachten ihn in das Haus des Hohenpriesters. Petrus aber folgte von ferne. 55 Da sie aber mitten im Hof ein Feuer angezündet hatten und beisammen saßen, setzte sich Petrus mitten unter sie. 56 Es sah ihn aber eine Magd beim Feuer sitzen, schaute ihn an und sprach: Der war auch mit ihm! 57 Er aber leugnete und sprach: Weib, ich kenne ihn nicht! 58 Und bald darnach sah ihn ein anderer und sprach: Du bist auch einer von ihnen! Petrus aber sprach: Mensch, ich bin’s nicht! 59 Und nach einer Weile von ungefähr einer Stunde bekräftigte es ein anderer und sprach: Wahrhaftig, der war auch mit ihm; denn er ist ein Galiläer! 60 Petrus aber sprach: Mensch, ich weiß nicht, was du sagst! Und alsbald, während er noch redete, krähte der Hahn. 61 Und der Herr wandte sich um und sah Petrus an. Da erinnerte sich Petrus an das Wort des Herrn, das er zu ihm gesprochen hatte: Ehe der Hahn kräht, wirst du mich dreimal verleugnen! 62 Und er ging hinaus und weinte bitterlich.
63  Die Männer aber, die Jesus festhielten, verspotteten und mißhandelten ihn; 64 sie verhüllten ihn, schlugen ihn ins Angesicht, fragten ihn und sprachen: Weissage uns, wer ist’s, der dich geschlagen hat? 65 Und viele andere Lästerungen sprachen sie gegen ihn aus.” (Lukas 22:54-65 SCHLACH)

“23 Jesus erwiderte ihm: Habe ich unrecht geredet, so beweise, was daran unrecht war; habe ich aber recht geredet, was schlägst du mich? 24 Da sandte ihn Hannas gebunden zum Hohenpriester Kajaphas.” (Johannes 18:23-24 SCHLACH)

“66 Und als es Tag geworden, versammelten sich die Ältesten des Volkes, die Hohenpriester und Schriftgelehrten, und führten ihn ab vor ihren Hohen Rat; 67 und sie sprachen: Bist du der Christus? Sage es uns! Er aber sprach zu ihnen: Wenn ich es euch sagte, so würdet ihr es nicht glauben; 68 wenn ich aber auch fragte, so würdet ihr mir nicht antworten. 69 Von nun an aber wird des Menschen Sohn sitzen zur Rechten der Kraft Gottes. 70 Da sprachen sie alle: Bist du also der Sohn Gottes? Er aber sprach zu ihnen: Ihr saget, was ich bin! 71 Da sprachen sie: Was bedürfen wir weiter Zeugnis? Denn wir selbst haben es aus seinem Munde gehört.” (Lukas 22:66-71 SCHLACH)

“63 Jesus aber schwieg. Und der Hohepriester sprach zu ihm: Ich beschwöre dich bei dem lebendigen Gott, daß du uns sagest, ob du der Christus, der Sohn Gottes bist! 64 Jesus spricht zu ihm: Du hast es gesagt! Überdies sage ich euch: Von jetzt an werdet ihr des Menschen Sohn sitzen sehen zur Rechten der Kraft und kommen auf den Wolken des Himmels!” (Matthäus 26:63-64 SCHLACH)

“Der König sprach abermal zu ihm: Wie oft muß ich dich beschwören, daß du mir nichts anderes als die Wahrheit sagest im Namen des HERRN?” (1 Könige 22:16 SCHLACH)

“13  Als aber Jesus in die Gegend von Cäsarea Philippi gekommen war, fragte er seine Jünger und sprach: Für wen halten die Leute den Menschensohn? 14 Sie sprachen: Etliche sagen, du seiest Johannes der Täufer; andere aber Elia; noch andere Jeremia oder einer der Propheten. 15 Da spricht er zu ihnen: Ihr aber, für wen haltet ihr mich? 16 Da antwortete Simon Petrus und sprach: Du bist der Christus, der Sohn des lebendigen Gottes! 17 Und Jesus antwortete und sprach zu ihm: Selig bist du, Simon, Jonas Sohn; denn Fleisch und Blut hat dir das nicht geoffenbart, sondern mein Vater im Himmel!” (Matthäus 16:13-17 SCHLACH)

“24 Da umringten ihn die Juden und sprachen zu ihm: Wie lange hältst du unsere Seele im Zweifel? Bist du der Christus, so sag es uns frei heraus! 25 Jesus antwortete ihnen: Ich habe es euch gesagt, und ihr glaubet es nicht; die Werke, die ich tue im Namen meines Vaters, diese zeugen von mir. 26 Aber ihr glaubet nicht, weil ihr nicht von meinen Schafen seid; wie ich euch gesagt habe:” (Johannes 10:24-26 SCHLACH)

“13 Ich sah in den Nachtgesichten und siehe, es kam einer mit den Wolken des Himmels, gleich einem Menschensohn; der gelangte bis zu dem Hochbetagten und wurde vor ihn gebracht. 14 Und ihm wurde Gewalt, Ehre und königliche Würde verliehen, daß ihm alle Völker, Stämme und Zungen dienen sollten; seine Gewalt ist eine ewige Gewalt, die nicht vergeht, und sein Königtum wird nie untergehen.” (Daniel 7:13-14 SCHLACH)

“13 Und niemand ist in den Himmel hinaufgestiegen, außer dem, der aus dem Himmel herabgestiegen ist, des Menschen Sohn, der im Himmel ist. 14 Und wie Mose in der Wüste die Schlange erhöhte, also muß des Menschen Sohn erhöht werden, 15 auf daß jeder, der an ihn glaubt, nicht verloren gehe, sondern ewiges Leben habe. 16 Denn Gott hat die Welt so geliebt, daß er seinen eingeborenen Sohn gab, damit jeder, der an ihn glaubt, nicht verloren gehe, sondern ewiges Leben habe. 17 Denn Gott hat seinen Sohn nicht in die Welt gesandt, daß er die Welt richte, sondern daß die Welt durch ihn gerettet werde. 18 Wer an ihn glaubt, wird nicht gerichtet; wer aber nicht glaubt, der ist schon gerichtet, weil er nicht geglaubt hat an den Namen des eingeborenen Sohnes Gottes. 19 Darin besteht aber das Gericht, daß das Licht in die Welt gekommen ist, und die Menschen liebten die Finsternis mehr als das Licht; denn ihre Werke waren böse.” (Johannes 3:13-19 SCHLACH)

“55 Er aber, voll heiligen Geistes, blickte zum Himmel empor und sah die Herrlichkeit Gottes und Jesus zur Rechten Gottes stehen; 56 und er sprach: Siehe, ich sehe den Himmel offen und des Menschen Sohn zur Rechten Gottes stehen!” (Apostelgescht 7:55-56 SCHLACH)

“5 Denn ihr sollt so gesinnt sein, wie Jesus Christus auch war, 6 welcher, da er sich in Gottes Gestalt befand, es nicht wie einen Raub festhielt, Gott gleich zu sein; 7 sondern sich selbst entäußerte, die Gestalt eines Knechtes annahm und den Menschen ähnlich wurde, 8 und in seiner äußern Erscheinung wie ein Mensch erfunden, sich selbst erniedrigte und gehorsam wurde bis zum Tod, ja bis zum Kreuzestod. 9 Darum hat ihn auch Gott über alle Maßen erhöht und ihm den Namen geschenkt, der über allen Namen ist, 10 damit in dem Namen Jesu sich alle Knie derer beugen, die im Himmel und auf Erden und unter der Erde sind, 11 und alle Zungen bekennen, daß Jesus Christus der Herr sei, zur Ehre Gottes, des Vaters.” (Philipper 2:5-11 SCHLACH)

“5 Gott, der HERR, hat mir das Ohr aufgetan; und ich habe mich nicht widersetzt und bin nicht zurückgewichen. 6 Meinen Rücken bot ich denen dar, die mich schlugen, und meine Wangen denen, die mich rauften; mein Angesicht verbarg ich nicht vor Schmach und Speichel.” (Jesaja 50:5-6 SCHLACH)

“1  Und die ganze Versammlung stand auf, und sie führten ihn vor Pilatus. 2 Sie fingen aber an, ihn zu verklagen und sprachen: Wir haben gefunden, daß dieser das Volk verführt und ihm wehrt, dem Kaiser die Steuern zu zahlen, und behauptet, er sei Christus, der König. 3 Da fragte ihn Pilatus und sprach: Du bist der König der Juden? Er antwortete ihm und sprach: Du sagst es! 4 Da sprach Pilatus zu den Hohenpriestern und dem Volk: Ich finde keine Schuld an diesem Menschen! 5 Sie aber bestanden darauf und sprachen: Er wiegelt das Volk auf, indem er lehrt in ganz Judäa, was er zuerst in Galiläa tat und [fortsetzte] bis hierher!” (Lukas 23:1-5 SCHLACH)

“Als Pilatus dieses Wort hörte, fürchtete er sich noch mehr” (Johannes 19:8 SCHLACH)

“1  Solches habe ich zu euch geredet, damit ihr keinen Anstoß nehmet. 2 Sie werden euch aus der Synagoge ausschließen; es kommt sogar die Stunde, wo jeder, der euch tötet, meinen wird, Gott einen Dienst zu erweisen. 3 Und solches werden sie euch tun, weil sie weder den Vater noch mich kennen. 4 Ich aber habe euch solches gesagt, damit, wenn die Stunde kommt, ihr daran denket, daß ich es euch gesagt habe. Solches aber habe ich euch nicht von Anfang an gesagt, weil ich bei euch war. 5 Nun aber gehe ich hin zu dem, der mich gesandt hat, und niemand unter euch fragt mich: Wohin gehst du? 6 Sondern weil ich euch solches gesagt habe, ist euer Herz voll Trauer.
7  Aber ich sage euch die Wahrheit: Es ist gut für euch, daß ich hingehe; denn wenn ich nicht hingehe, so kommt der Beistand nicht zu euch. Wenn ich aber hingegangen bin, will ich ihn zu euch senden. 8 Und wenn jener kommt, wird er die Welt überzeugen von Sünde und von Gerechtigkeit und von Gericht; 9 von Sünde, weil sie nicht an mich glauben; 10 von Gerechtigkeit aber, weil ich zum Vater gehe und ihr mich hinfort nicht mehr sehet; 11 von Gericht, weil der Fürst dieser Welt gerichtet ist. 12 Noch vieles hätte ich euch zu sagen; aber ihr könnt es jetzt nicht ertragen. 13 Wenn aber jener kommt, der Geist der Wahrheit, wird er euch in die ganze Wahrheit leiten; denn er wird nicht von sich selbst reden, sondern was er hören wird, das wird er reden, und was zukünftig ist, wird er euch verkündigen. 14 Derselbe wird mich verherrlichen; denn von dem Meinigen wird er es nehmen und euch verkündigen. 15 Alles, was der Vater hat, ist mein; darum habe ich gesagt, daß er es von dem Meinigen nehmen und euch verkündigen wird.
16  In kurzem werdet ihr mich nicht mehr sehen, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen, denn ich gehe zum Vater. 17 Da sprachen etliche seiner Jünger zueinander: Was bedeutet das, daß er sagt: In kurzem werdet ihr mich nicht mehr sehen, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen, und: Ich gehe zum Vater? 18 Sie fragten nämlich: Was bedeutet das, daß er sagt: In kurzem? Wir wissen nicht, was er redet! 19 Jesus merkte, daß sie ihn fragen wollten, und sprach zu ihnen: Ihr befraget einander darüber, daß ich gesagt habe: In kurzem sehet ihr mich nicht mehr, und wiederum in kurzem werdet ihr mich sehen? 20 Wahrlich, wahrlich, ich sage euch, ihr werdet weinen und wehklagen, aber die Welt wird sich freuen, ihr aber werdet trauern; doch eure Traurigkeit soll in Freude verwandelt werden. 21 Wenn eine Frau gebiert, so hat sie Traurigkeit, weil ihre Stunde gekommen ist; wenn sie aber das Kind geboren hat, denkt sie nicht mehr an die Angst, um der Freude willen, daß ein Mensch zur Welt geboren ist. 22 So habt auch ihr nun Traurigkeit; ich werde euch aber wiedersehen, und dann wird euer Herz sich freuen, und niemand wird eure Freude von euch nehmen.
23  Und an jenem Tage werdet ihr mich gar nichts fragen. Wahrlich, wahrlich, ich sage euch, was irgend ihr den Vater bitten werdet in meinem Namen, er wird es euch geben! 24 Bis jetzt habt ihr gar nichts in meinem Namen gebeten; bittet, so werdet ihr nehmen, auf daß eure Freude völlig werde! 25 Solches habe ich euch in Gleichnissen gesagt; es kommt aber die Stunde, da ich nicht mehr in Gleichnissen zu euch reden, sondern euch offen vom Vater Kunde geben werde. 26 An jenem Tage werdet ihr in meinem Namen bitten, und ich sage euch nicht, daß ich den Vater für euch bitten wolle; 27 denn der Vater selbst hat euch lieb, weil ihr mich liebet und glaubet, daß ich von Gott ausgegangen bin.
28  Ich bin vom Vater ausgegangen und in die Welt gekommen; wiederum verlasse ich die Welt und gehe zum Vater. 29 Da sagen seine Jünger: Siehe, jetzt redest du offen und brauchst kein Gleichnis! 30 Jetzt wissen wir, daß du alles weißt und nicht nötig hast, daß dich jemand frage; darum glauben wir, daß du von Gott ausgegangen bist! 31 Jesus antwortete ihnen: Jetzt glaubet ihr? 32 Siehe, es kommt die Stunde, und sie ist schon da, wo ihr euch zerstreuen werdet, ein jeglicher in das Seine, und mich allein lasset; aber ich bin nicht allein, denn der Vater ist bei mir. 33 Solches habe ich zu euch geredet, auf daß ihr in mir Frieden habet. In der Welt habt ihr Trübsal; aber seid getrost, ich habe die Welt überwunden!” (Johannes 16:1-33 SCHLACH)

“30 Sie antworteten und sprachen zu ihm: Wäre er kein Übeltäter, so hätten wir ihn dir nicht überantwortet! 31 Da sprach Pilatus zu ihnen: So nehmet ihr ihn und richtet ihn nach eurem Gesetz! Die Juden sprachen zu ihm: Wir dürfen niemand töten! 32 auf daß Jesu Wort erfüllt würde, das er sagte, als er andeutete, welches Todes er sterben sollte.” (Johannes 18:30-32 SCHLACH)

“15 Aber auf das Fest pflegte der Landpfleger dem Volke einen Gefangenen freizugeben, welchen sie wollten. 16 Sie hatten aber damals einen berüchtigten Gefangenen namens Barabbas. 17 Als sie nun versammelt waren, sprach Pilatus zu ihnen: Welchen wollt ihr, daß ich euch freilasse, Barabbas oder Jesus, den man Christus nennt? 18 Denn er wußte, daß sie ihn aus Neid überantwortet hatten. 19 Als er aber auf dem Richterstuhl saß, sandte sein Weib zu ihm und ließ ihm sagen: Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; denn ich habe heute im Traume seinetwegen viel gelitten! 20 Aber die Hohenpriester und die Ältesten beredeten die Volksmenge, den Barabbas zu erbitten, Jesus aber umbringen zu lassen. 21 Der Landpfleger aber antwortete und sprach zu ihnen: Welchen von diesen beiden wollt ihr, daß ich euch frei lasse? Sie sprachen: Den Barabbas! 22 Pilatus spricht zu ihnen: Was soll ich denn mit Jesus tun, den man Christus nennt? Sie sprachen alle zu ihm: Kreuzige ihn! 23 Da sagte der Landpfleger: Was hat er denn Böses getan? Sie aber schrieen noch viel mehr und sprachen: Kreuzige ihn! 24 Als nun Pilatus sah, daß er nichts ausrichtete, sondern daß vielmehr ein Aufruhr entstand, nahm er Wasser und wusch sich vor dem Volk die Hände und sprach: Ich bin unschuldig an dem Blut dieses Gerechten; sehet ihr zu! 25 Und alles Volk antwortete und sprach: Sein Blut komme über uns und über unsere Kinder!
26  Da gab er ihnen den Barabbas los; Jesus aber ließ er geißeln und übergab ihn zur Kreuzigung.” (Matthäus 27:15-26 SCHLACH)

“2 Du sollst nicht der Mehrheit folgen zum Bösen und sollst vor Gericht deine Aussagen nicht nach der Mehrheit richten, um zu verdrehen. 3 Du sollst den Armen nicht beschönigen in seinem Prozeß.” (2 Mose 23:2-3 SCHLACH)

“9 Pilatus aber antwortete ihnen und sprach: Wollt ihr, daß ich euch den König der Juden freigebe? 10 Denn er wußte, daß die Hohenpriester ihn aus Neid überantwortet hatten. 11 Aber die Hohenpriester wiegelten das Volk auf, daß er ihnen lieber den Barabbas losgeben solle. 12 Pilatus antwortete und sprach wiederum zu ihnen: Was wollt ihr nun, daß ich mit dem tue, welchen ihr König der Juden nennet? 13 Sie aber schrieen wiederum: Kreuzige ihn! 14 Pilatus sprach zu ihnen: Was hat er denn Böses getan? Sie aber schrieen noch viel mehr: Kreuzige ihn!
15  Da nun Pilatus das Volk befriedigen wollte, gab er ihnen den Barabbas los und überantwortete Jesus, nachdem er ihn hatte geißeln lassen, daß er gekreuzigt werde.” (Markus 15:9-15 SCHLACH)

“16 Die Kriegsknechte aber führten ihn hinein in den Hof, das ist das Amthaus, und riefen die ganze Rotte zusammen, 17 legten ihm einen Purpur um, flochten eine Dornenkrone und setzten sie ihm auf. 18 Und sie fingen an, ihn zu begrüßen: Sei gegrüßt, König der Juden! 19 Und schlugen sein Haupt mit einem Rohr, spieen ihn an, beugten die Knie und fielen vor ihm nieder. 20 Und nachdem sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Purpur aus und legten ihm seine eigenen Kleider an und führten ihn hinaus, um ihn zu kreuzigen.” (Markus 15:16-20 SCHLACH)

“32  Es wurden aber auch zwei andere hingeführt, Übeltäter, um mit ihm hingerichtet zu werden. 33 Und als sie an den Ort kamen, den man Schädelstätte nennt, kreuzigten sie daselbst ihn und die Übeltäter, den einen zur Rechten, den andern zur Linken. 34 Jesus aber sprach: Vater, vergib ihnen, denn sie wissen nicht, was sie tun! Sie teilten aber seine Kleider und warfen das Los.” (Lukas 23:32-34 SCHLACH)

“44 Ich aber sage euch: Liebet eure Feinde, segnet, die euch fluchen, tut wohl denen, die euch hassen, und bittet für die, so euch beleidigen und verfolgen; 45 auf daß ihr Kinder eures Vaters im Himmel seid. Denn er läßt seine Sonne aufgehen über Böse und Gute und läßt regnen über Gerechte und Ungerechte. 46 Denn wenn ihr die liebt, die euch lieben, was habt ihr für einen Lohn? Tun nicht die Zöllner dasselbe? 47 Und wenn ihr nur eure Brüder grüßt, was tut ihr Besonderes? Tun nicht auch die Heiden ebenso? 48 Darum sollt ihr vollkommen sein, gleichwie euer himmlischer Vater vollkommen ist!” (Matthäus 5:44-48 SCHLACH)

“13 Der Gott Abrahams und Isaaks und Jakobs, der Gott unsrer Väter, hat seinen Sohn Jesus verherrlicht, den ihr überliefert und vor Pilatus verleugnet habt, als dieser ihn freisprechen wollte. 14 Ihr aber habt den Heiligen und Gerechten verleugnet und verlangt, daß euch ein Mörder geschenkt werde, 15 den Fürsten des Lebens aber habt ihr getötet; den hat Gott von den Toten auferweckt, dafür sind wir Zeugen. 16 Und auf den Glauben an seinen Namen hin hat sein Name diesen [Mann] hier, den ihr sehet und kennet, gestärkt, und der durch ihn [gewirkte] Glaube hat ihm diese volle Gesundheit gegeben vor euch allen. 17 Und nun, ihr Brüder, ich weiß, daß ihr in Unwissenheit gehandelt habt, wie auch eure Obersten; 18 Gott aber hat das, was er durch den Mund aller seiner Propheten zuvor verkündigte, daß nämlich Christus leiden müsse, auf diese Weise erfüllt.” (Apostelgescht 3:13-18 SCHLACH)

“8 welche keiner der Obersten dieser Welt erkannt hat; denn hätten sie sie erkannt, so würden sie den Herrn der Herrlichkeit nicht gekreuzigt haben. 9 Sondern, wie geschrieben steht: « Was kein Auge gesehen und kein Ohr gehört und keinem Menschen in den Sinn gekommen ist, was Gott denen bereitet hat, die ihn lieben », 10 hat Gott uns aber geoffenbart durch seinen Geist; denn der Geist erforscht alles, auch die Tiefen der Gottheit.” (1 Korinther 2:8-10 SCHLACH)

“Und das Volk stand da und sah zu. Es spotteten aber auch die Obersten und sprachen: Andere hat er gerettet; er rette nun sich selbst, wenn er Christus ist, der Auserwählte Gottes!” (Lukas 23:35 SCHLACH)

“16 (22-17) Denn Hunde umringen mich, eine Rotte von Übeltätern schließt mich ein; sie haben meine Hände und Füße durchgraben. 17 (22-18) Ich kann alle meine Gebeine zählen; sie schauen her und sehen mich schadenfroh an. 18 (22-19) Sie teilen meine Kleider unter sich und werfen das Los um mein Gewand!” (Psalmen 22:16-18 SCHLACH)

“36 Es verspotteten ihn aber auch die Kriegsknechte, indem sie herzutraten, ihm Essig brachten 37 und sprachen: Bist du der König der Juden, so rette dich selbst! 38 Es stand aber auch eine Inschrift über ihm in griechischer, lateinischer und hebräischer Schrift: Dieser ist der König der Juden. 39 Einer aber der gehängten Übeltäter lästerte ihn und sprach: Bist du der Christus, so rette dich selbst und uns! 40 Der andere aber antwortete, tadelte ihn und sprach: Fürchtest auch du Gott nicht, da du doch in gleichem Gerichte bist? 41 Und wir zwar gerechterweise, denn wir empfangen, was unsere Taten wert sind; dieser aber hat nichts Unrechtes getan! 42 Und er sprach zu Jesus: Herr, gedenke meiner, wenn du zu deiner Königswürde kommst! 43 Und Jesus sprach zu ihm: Wahrlich, ich sage dir, heute wirst du mit mir im Paradiese sein!” (Lukas 23:36-43 SCHLACH)

“1  Die Hauptsache aber bei dem, was wir sagten, ist: Wir haben einen solchen Hohenpriester, der zur Rechten des Thrones der Majestät im Himmel sitzt, 2 einen Diener des Heiligtums und der wahrhaftigen Stiftshütte, welche der Herr errichtet hat, und nicht ein Mensch. 3 Denn jeder Hoherpriester wird eingesetzt, um Gaben und Opfer darzubringen; daher muß auch dieser etwas haben, was er darbringen kann. 4 Wenn er sich nun auf Erden befände, so wäre er nicht einmal Priester, weil hier solche sind, die nach dem Gesetz die Gaben opfern. 5 Diese dienen einem Abbild und Schatten des Himmlischen, gemäß der Weisung, die Mose erhielt, als er die Stiftshütte anfertigen wollte: « Siehe zu », hieß es, « daß du alles nach dem Vorbild machst, das dir auf dem Berge gezeigt worden ist! »
6  Nun aber hat er einen um so bedeutenderen Dienst erlangt, als er auch eines besseren Bundes Mittler ist, der auf besseren Verheißungen ruht. 7 Denn wenn jener erste [Bund] tadellos gewesen wäre, so würde nicht Raum für einen zweiten gesucht. 8 Denn er tadelt sie doch, indem er spricht: « Siehe, es kommen Tage, spricht der Herr, da ich mit dem Hause Israel und mit dem Hause Juda einen neuen Bund schließen werde; 9 nicht wie der Bund, den ich mit ihren Vätern gemacht habe an dem Tage, als ich sie bei der Hand nahm, um sie aus Ägyptenland zu führen (denn sie sind nicht in meinem Bund geblieben, und ich ließ sie gehen, spricht der Herr),” (Hebräer 8:1-9 SCHLACH)

“2 Ich weiß von einem Menschen in Christus, der vor vierzehn Jahren (ob im Leibe, weiß ich nicht, oder ob außerhalb des Leibes, weiß ich nicht; Gott weiß es) bis in den dritten Himmel entrückt wurde. 3 Und ich weiß von dem betreffenden Menschen (ob im Leibe, oder außerhalb des Leibes, weiß ich nicht; Gott weiß es), 4 daß er in das Paradies entrückt wurde und unaussprechliche Worte hörte, welche keinem Menschen zu sagen vergönnt ist. 5 Wegen eines solchen will ich mich rühmen, meiner selbst wegen aber will ich mich nicht rühmen, als nur meiner Schwachheiten. 6 Wenn ich mich zwar rühmen wollte, würde ich darum nicht töricht sein, denn ich würde die Wahrheit sagen. Ich enthalte mich aber dessen, damit niemand mehr von mir halte, als was er an mir sieht oder von mir hört. 7 Und damit ich mich der außerordentlichen Offenbarungen nicht überhebe, wurde mir ein Pfahl fürs Fleisch gegeben, ein Engel Satans, daß er mich mit Fäusten schlage, damit ich mich nicht überhebe.” (2 Korinther 12:2-7 SCHLACH)

“Wer ein Ohr hat, der höre, was der Geist den Gemeinden sagt: Wer überwindet, dem will ich zu essen geben von dem Baum des Lebens, welcher im Paradiese Gottes ist.” (Offenbarung 2:7 SCHLACH)

“6 welcher einem jeglichen vergelten wird nach seinen Werken; 7 denen nämlich, die mit Ausdauer im Wirken des Guten Herrlichkeit, Ehre und Unsterblichkeit erstreben, ewiges Leben; 8 den Streitsüchtigen aber, welche der Wahrheit ungehorsam sind, dagegen der Ungerechtigkeit gehorchen, Zorn und Grimm! 9 Trübsal und Angst über jede Menschenseele, die das Böse vollbringt, zuerst über den Juden, dann auch über den Griechen; 10 Herrlichkeit aber und Ehre und Friede jedem, der das Gute wirkt, zuerst dem Juden, dann auch dem Griechen; 11 denn es gibt kein Ansehen der Person bei Gott: 12 Welche ohne Gesetz gesündigt haben, die werden auch ohne Gesetz verloren gehen; und welche unter dem Gesetz gesündigt haben, die werden durch das Gesetz verurteilt werden. 13 Denn vor Gott sind nicht die gerecht, welche das Gesetz hören; sondern die, welche das Gesetz befolgen, sollen gerechtfertigt werden. 14 Denn wenn die Heiden, die das Gesetz nicht haben, doch von Natur tun, was das Gesetz verlangt, so sind sie, die das Gesetz nicht haben, sich selbst ein Gesetz; 15 da sie ja beweisen, daß des Gesetzes Werk in ihre Herzen geschrieben ist, was auch ihr Gewissen bezeugt, dazu ihre Überlegungen, welche sich untereinander verklagen oder entschuldigen. 16 Das wird an dem Tage offenbar werden, da Gott das Verborgene der Menschen richten wird, laut meinem Evangelium, durch Jesus Christus.” (Römer 2:6-16 SCHLACH)

*

Vorhergehend:

Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Diener um der Wahrheit willen Gottes

Der Gesalbte und der erste Tag des Festes der ungesäuerten Brote

Am ersten Tag für Mazza

Vergeleich:

Nederlandse versie: Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Version Français: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

+++

  • In Which Zwingli Responds to Luther’s ‘Sermon Against the Rabble-Rousers’ (zwingliusredivivus.wordpress.com)
    Luther’s view of the Supper of the Lord is once again questioned (as it had been in the just published Amica Exegesis) and Luther’s unwillingness to come to some equally satisfying agreement on the topic is wondered about aloud.It seems Zwingli had his stomach full of Luther’s accusation that Zwingli and his coworkers were servants of the devil.  Of this wretched and obnoxious attitude, Zwingli reminds Luther of Romans 14:10, ‘Warumb urteilst du eins andren herren eigenman?’  Luther, of course, didn’t think he had.  He thought he had denounced heretics and as everyone knows, heretics are fair game for all manner of denunciation.  Otherwise, they lead others to hell.  Anyway, as we all know, on this subject, it was Luther who was the heretic.
    +

Zwingli remarks

Ich zwyfel nit, christlicher laeser, du vallist in etwas unmuots, so du dise min verglimpfung und ableinung, dero vast not ist, über des treffenlichen Martin Luthers predig, wider die schwermer vom sacrament des lychnams und bluots Christi geton und beschriben, ansehist, darumb daß du sorgest, es werde zwytracht under denen, die ouch bim euangelio stond.

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    Did the reformers assume that everyone would know Christ was supreme and it need not be said?I think a close examination of the Five Solas support that theory because they come close to making that statement.But as they say,”good enough never is.”

    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.

    Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .

  • Good Friday Is Good Indeed (zaraalexis.wordpress.com)
    While the worldly tradition has commercialized Easter to represent confectionary in the shape of a bunny and the fun, children’s activity of hunting for pastel-coloured eggs during nothing more than a long weekend – Good Friday commemorates what is at the center of the Christian faith: Jesus Christ’s crucifixion on the cross.
  • Daily Audio and Video Bible with Music and Images: 1 Timothy 2:5-6 (Greek, English, Spanish, German, Tagalog, Korean, Malayalam) (restart.typepad.com)
    Denn es ist ein Gott und ein Mittler zwischen Gott und den Menschen, nämlich der Mensch Christus Jesus, der sich selbst gegeben hat für alle zur Erlösung, daß solches zu seiner Zeit gepredigt würde.  (LUTH1545)
  • The Angel on the Highway – Der Engel auf der Autobahn (gloryriver.wordpress.com)
    Der HERR hatte meine Verzweiflung gesehen und in welcher Gefahr ich mich befand und war sofort zur Stelle. Das war mir eine Lektion. Wir sollen uns natürlich nicht bewusst in Gefahr bringen, aber wenn wir unter Seinem Schutz sind, und das sind wir als Seine Kinder, dürfen wir wissen, dass Er nicht zulässt, dass wir unseren Fuß an einen Stein stoßen. Er hat immer ein Auge auf uns, Ihm entgeht nichts. Halleluja! Wir mögen in der größten Gefahr sein, aber Er ist dennoch stets zur Stelle uns zu schützen, zu helfen und uns in ruhigere ‚Wasser‘ zu leiten.
  • Passover + Easter = Eternal Life (clydestyle.org)
    We have finally reached Easter weekend and as the vernal equinox predected, Passover and Easter celebrations will not coincide. Each tradition still remains separate, even though it was meant for the two days to collide.
    +
    In both the Passover and Easter, God’s people are granted life and with the favor from God it is truly an abundant life. In each case God saved his people from a condition that they could not save themselves from. Dear reader, can you relate to being placed in a position that you have no control over? A condition that you just have to take because there is nothing you can do about it anyway.
  • Special prayers, meditation mark Good Friday (thehindu.com)
    Devotees participating in a procession organised by Infant Jesus Church, Seetammadhara, Visakhapatnam, to mark Good Friday. Photo: C. V. Subrahmanyam
    Hundreds of Christian in the city participated in the ‘Good Friday Lent Services’ from 11 a.m. to 3 p.m. the exact time when Jesus hanging on the cross prayed ‘Father, into thy hands I commend my Spirit’ and gave up his Ghost. More than 30,000 Christians representing about 1,000 churches started off their services meditating on the historical significance of crucifying of Jesus Christ on an old rugged cross by the then Roman Government.
    +
    Earlier in the day, Infant Jesus Church in Seethammadara organised an impressive rally and re-enacted the scene of crucifixion with a believer disguised as Jesus carrying a huge cross and others dressed as Roman soldiers lashing the saviour with whips and the latter bleeding. The crucifixion scene drew the attention of the general public and was touching.
  • Journey with Jesus: Holy Saturday (lifegivingwater.wordpress.com)
    Jesus had done amazing things. He had healed the sick and gave the blind their sight back. He cast out demons and turned water into wine. He fed thousands of people with only a little bit of food and even walked on water.Even beyond that, Jesus raised a couple of people to life after they had passed! Who can stop such a person? What on earth could possibly get in the way of such power? And yet, Jesus never claimed to have power. He was always giving credit to God, whom he referred to as Abba…father. He always…
  • psychotic for Lenten, day 38 & the Pagan celebration of Easter (Ostara) (christiannoob.wordpress.com)
    It turns out that the celebration of Easter (Eostre or Ostara) is no Christian holiday after all at least with that name. Easter’s a Germanic Pagan celebration of rebirth (similar to Jesus’ coming back to life) and it’s represented by eggs (rebirth) and bunnies (originally statuettes made of wood).
    +
    All the while, the Pagan celebration of Easter (Eostre or Ostara) has become heavily accepted as part of the secular (not to be confused with atheism; but rather the rejection that a bastardized version of a religion mandates people’s lives including hatred, wars, human right violations and murders) American lifestyle, which has bled into Christianity. The most troublesome part of the bunny-and-egg tradition is that it influences all nations what’ve become Americanized for the past century or so.
  • The Faithful Saying (savedbygraceblogdotcom.wordpress.com)
    When it is told us that God hath given unto us his Son out of mere love, we are without any desire to receive it. We care not for the promise of this gift, but bestow all our cares on worldly things.

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

File:Alexandr Ivanov 048.jpg

Jezus voorgebracht om berecht te worden – Smaad van Christus. Uit “Bijbelse Sketches” – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)


*

“54  En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. 55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. 56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. 57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. 58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. 59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileër. 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. 61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. 63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. 64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? 65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.” (Lukas 22:54-65 STV)

“23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)” (Johannes 18:23-24 STV)

“66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, 67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; 68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; 69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. 70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. 71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.” (Lukas 22:66-71 STV)

“63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter [hand] der kracht [Gods], en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:63-64 STV)

“En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (1 Koningen 22:16 STV)

“13  Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 16:13-17 STV)

“24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. 25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. 26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.” (Johannes 10:24-26 STV)

“13 [Verder] zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” (Daniël 7:13-14 STV)

“13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk] de Zoon des mensen, Die in den hemel is. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” (Johannes 3:13-19 STV)

“55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter [hand] Gods. 56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter [hand] Gods.” (Handelingen 7:55-56 STV)

“5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:5-11 STV)

“5 De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts. 6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.” (Jesaja 50:5-6 STV)

“1  En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. 2 En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. 3 En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. 4 En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. 5 En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judéa, begonnen hebbende van Galiléa tot hier toe.” (Lukas 23:1-5 STV)

“Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;” (Johannes 19:8 STV)

“1  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt. 2 Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij. 4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was. 5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? 6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: 9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; 10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; 11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. 12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. 13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
16  Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader. 17 [Sommigen] dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader? 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen [tijd]? Wij weten niet, wat Hij zegt. 19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien? 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. 21 Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is. 22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
23  En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, [dat] zal Hij u geven. 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen. 26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. 29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis. 30 Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt. 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu? 32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en [nochtans] ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij. 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:1-33 STV)

“30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.” (Johannes 18:30-32 STV)

“15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. 16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. 17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? 18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. 20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. 21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. 22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. 23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer [dat] [er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen. 26  Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.” (Mattheüs 27:15-26 STV)

“2 Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om [het] [recht] te buigen. 3 Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.” (Exodus 23:2-3 STV)

“9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? 10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) 11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten. 12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? 13 En zij riepen wederom: Kruis Hem. 14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15  Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden.” (Markus 15:9-15 STV)

“16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; 17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; 18 En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! 19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem. 20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.” (Markus 15:16-20 STV)

“32  En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden. 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel [plaats], kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter [zijde] en den ander ter linker [zijde]. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.” (Lukas 23:32-34 STV)

“44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo? 48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44-48 STV)

“13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten. 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 STV)

“8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Corinthiërs 2:8-10 STV)

“En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten [Hem], zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.” (Lukas 23:35 STV)

“16 (22-17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. 17 (22-18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. 18 (22-19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:16-18 STV)

“36 En ook de krijgsknechten, tot [Hem] komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; 37 En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. 38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven, met Griekse, en Romeinse en Hebreeuwse letters: DEZE IS DE KONING DER JODEN. 39 En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. 40 Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? 41 En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen [straf], waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. 43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” (Lukas 23:36-43 STV)

“1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, [dat] wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter [hand] van den troon der Majesteit in de hemelen: 2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 7 Want indien dat eerste [verbond] onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 8 Want [hen] berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.” (Hebreeën 8:1-9 STV)

“2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het [geschied] [zij] in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied] [zij], weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. 5 Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. 6 Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde [daarvan] af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, [namelijk] een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.” (2 Corinthiërs 12:2-7 STV)

“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.” (Openbaring 2:7 STV)

“6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, [zal] verbolgenheid en toorn [vergolden] [worden]; 9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en [ook] van den Griek; 10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en [ook] den Griek. 11 Want er is geen aanneming des persoons bij God. 12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden; 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; 15 [Als] die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander [hen] beschuldigende, of ook ontschuldigende). 16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.” (Romeinen 2:6-16 STV)

*

Voorgaand: Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

Engelse versie / English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

Franse versie / Version Française: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

+
Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Christ before Pontius Pilate, Mihály Munkácsy,...

Christus Jezus voor Pontius Pilatus – Mihály Munkácsy, 1881 (Photo credit: Wikipedia)

+++

+

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .
    +
    Each of the Five existing Solas depend on Christ.
    Jesus is the Lliving Word of God, the Way, the Truth and the Life. He is the Living Scriptura.
    Christ is the one mediator between God and man, the Sola Christos.
    Christ’s death and resurrection made God’s Grace available to mankind. Jesus is the Sola Gratia.
    Christ said, “believe in Him whom God has sent.” Christ is the Sole Fide, in whom we place our Faith Alone.
    Jesus is our bridge to Sola Deo Gloria, Christ is also our one mediator between God and man as we
  • Learning to Believe and Not to Challenge: A Good Friday Meditation (queerconfessions.wordpress.com)
    High priest. Roman governor. Convicted criminal. Passer by. Roman soldier. They are all guilty of putting Jesus to the test: prove to us that you are truly the Son of Man and the King of the Jews. Give us a sign. Speak with power and authority. Save yourself.
    +
    Neither Christ the Accused nor Christ the Crucified would acquiesce to the selfish demands of his tormentors. They saw the very miracles and teachings of Jesus first hand, and there was nothing left that could be said to change their hearts.
  • Easter Saturday: The Secret Arimathean Apostle (chandlerozconsultants.wordpress.com)
    ‘If a man has committed a crime punishable by death and he is put to death, and you hang him on a tree, his body shall not remain all night upon the tree. but you shall bury him the same day, for a hanged man is accursed by God; you shall not defile your land which the Lord your God gives you for an inheritance.’
  • Good Friday (covestudents.wordpress.com)
    the love of a Savior who died so that we may have life! Believe this truth today and be encouraged that there is nothing you can do that will ever separate you from His great love.
  • Friday of the Passion of the Lord (Good Friday) (catholicglasses.com)
    Though he was harshly treated, he submitted and opened not his mouth;
    like a lamb led to the slaughter or a sheep before the shearers, he was silent and opened not his mouth. Oppressed and condemned, he was taken away, and who would have thought any more of his destiny? When he was cut off from the land of the living, and smitten for the sin of his people, a grave was assigned him among the wicked and a burial place with evildoers, though he had done no wrong nor spoken any falsehood. But the LORD was pleased to crush him in infirmity.
  • “The Right Charge” – Mar. 29 (boyslumber.wordpress.com)
    The trial of Jesus was a sham.  The whole trial of Jesus was unjust according to their own law.  How they did it; where they did it; when they did it; the witness alone; all were against their own law.  Those who prosecuted and convicted Jesus broke their own law in their passionate pursuit to kill Jesus.
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.
    +
    Conflicting testimony against Jesus was brought forth by many witnesses, to which Jesus answered nothing.
  • Carissimi; Today’s Mass: Holy Tuesday (frjeromeosjv.wordpress.com)
    Holy Tuesday: Missa “Nos autem”
    Station at the Church of St. Prisca in Rome . This was one of the 25 parishes of Rome in the fifth century. The Epistle, Gradual, Offertory and Communion are a perfect adaptation of the passages in the Old Testament to Christ persecuted. He is ‘the meek lamb that is carried to be a victim’, and which God, by a striking revenge on them (Epistle) delivers from the hand of the sinner” (Offertory). The Gospel of St. Mark describes the death of Christ. The Introit and the Collect show that the Church, which continues and ‘glories in the Cross of our Lord Jesus Christ, in Whom is our salvation, life and resurrection’ (Introit).
    +
    It is truly meet and just, right and for our salvation, that we should at all times, and in all places, give thanks unto Thee, O holy Lord, Father almighty, everlasting God : Who didst establish the salvation of mankind on the tree of the Cross: that whence death came thence also life might arise again, and that he, Who overcame by the tree, by the tree also might be overcome: Through Christ our Lord.

Tag Cloud

Zion, Sion and Zsion News and Journal

About Politics, Religion, Culture, Society, Joy, Thank, Praise, Faith, Hope, Love, Community, Freedom, Peace, Islam, Justice, Truth, Patience and much more.

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: