An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Trinitariërs’

Enkele kernpunten van het Christelijk geloof

In Mattheüs hoofdstuk 27 komen we één van de kernpunten van het Christelijk geloof tegen. Namelijk is de dood van Jezus een essentieel element in het geloofsgebeuren van een Christen. Het is namelijk een daad van overgave welke een zeer belangrijke rol speelt voor de mensheid.

De Nazareense Jood Jeshua, beter gekend onder de naam Jezus Christus, heeft zijn wil volledig opzij gezet om de wil van zijn hemelse Vader te doen. In het Christendom zijn er beweren dat Jezus God is. Er zijn er zelfs die beweren dat God geboren is. Anderen beweren dat God gestorven is, wat indruist in de Bijbelse verkondiging dat God geen begin en geen einde heeft. Zulke mensen vergeten dat God geen geboorte of begin heeft gehad. God is namelijk een eeuwig of oneindig bestaand Wezen. Zij die beweren dat Jezus God is krijgen in de evangeliën enkele teksten te lezen die hen zouden moeten aanzetten om eens ernstig na te denken over hun visie van de Heilige Drievuldigheid of Drie-Eenheid.

Mattheüs begint zijn evangelie met de geboorte van Christus Jezus, waarbij hij ook de stamboom van Jezus laat zien. Daarbij kunnen wij zijn afstammeling zien van gewone mensen, tot aan de door God voor het eerst geschapen mens. Hierbij moeten wij dan ook denken aan het Genesis verhaal waarin verteld wordt hoe die eerste mens in de fout gegaan is. De eerste Adam heeft zich, met zijn partner, tegen de Wil van God genoegen verschaft om te eten van de Boom van kennis of Boom van moraal. Die daad ging in tegen de Wil van God en dat verzet wordt aanzien als een zonde. God sprak daarom een straf uit over het eerste menselijk koppel. Voor zij uit de Tuin van Eden verbannen werden beloofde God hen echter dat er een oplossing zou komen voor de doodstraf voor hun verzetsdaad, die de dood over hen had gebracht.

In de Boeken van het Oude Testament wordt er meermaals verwezen naar “iemand” die zou komen om “verlossing” te brengen. Jezus’ discipel Mattheüs laat doorheen zijn evangelie woorden vallen die het duidelijk moeten maken dat zijn leermeester Jezus van Nazareth, die beloofde Messias is. Doorheen dit werk kan men zien welk een speciale persoonlijkheid Jezus is en welke bijzondere krachten hij blijkt te hebben. Maar Jezus geeft duidelijk te kennen dat die woorden en kracht die hij bezit niet van hem komen maar van zijn hemelse Vader. Trinitariërs ofwel zien dat niet in of wensen daar geen rekening mee te houden. De gospelschrijver Johannes geeft namelijk aan dat Jezus niet uit zichzelf sprak, maar dat hij woorden bracht die God hem had ingegeven.

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden:

‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Joh 5:19 NBV)

“Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 5:30 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

“‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, ‘ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.” (Joh 8:28 NBV)

“Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” (Joh 12:49 NBV)

“Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.” (Joh 14:10 NBV)

Meermaals gaf Jezus aan dat hij niet hier op aarde was om zijn eigen wil te doen maar dat hij er zich had toegenomen om de Wil van God te doen. Zelfs tijdens één van de moeilijkste momenten in zijn leven verzocht hij zijn hemelse vader hem kracht te geven om toch verder Zijn Wil te doen.

“Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’” (Mt 26:39 NBV)

“Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’” (Mt 26:42 NBV)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lu 22:42 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

Het is duidelijk dat Jezus niet zichzelf verzocht, maar zijn God vroeg om zijn Wil door te voeren en de dingen te laten gebeuren zoals God het wenste dat het zou gebeuren.

Mattheüs vertelt ons hoe al de overpriesters en de oudsten van het volk het besluit tegen Jezus hadden genomen om hem te doden. (Mattheüs 27:1) Via Judas Iskariot waren zij te weten gekomen waar Jezus zich bevond, zodat zij er voor konden zorgen dat hij daar gevangen genomen werd. Het was daar in de Olijftuin waar ze Jezus aantroffen dat Jezus tot God had gebeden. Het is niet zoals Trinitariërs denken dat Jezus God is en dan tot zichzelf zou bidden. Jezus in zijn leven had meerdere keren duidelijk gemaakt dat wij niet hem moesten aanbidden maar zijn Vader tot wie hij ook bad:

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mt 6:9 NBV)

Jezus was er zich ook heel bewust van dat die Vader, De Enige Ware God is, en dat deze groter is dan hij.

“Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.” (Joh 14:28 NBV)

“‘Houd me niet vast, ‘zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’” (Joh 20:17 NBV)

“Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.” (1Co 11:3 NBV)

“En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.” (1Co 15:28 NBV)

“Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,” (Flp 2:6 NBV)

Nooit en nergens heeft Jezus gelijkheid noch gelijkwaardigheid aan God opgeëist. Steeds liet hij blijken dat hij niets kon zonder God Die boven alle ander goden staat en die de Veroorzaker is van alles. Wel gaf Jezus aan dat hij door God gemachtigd of geautoriseerd was te spreken en handelen in Zijn Naam.

“Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.” (Mt 11:27 NBV)

“Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.” (Mt 28:18 NBV)

De apostelen hadden diegene erkend waar in vroegere geschriften was over geschreven dat hij autoriteit zou krijgen en zou heersen over de aarde.

“Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.” (Da 7:14 NBV)

Toen zij Jezus leerden kennen dachten zij eerst dat hij de Romeinse overheersers zou omver werpen en opnieuw het Joodse koninkrijk zou installeren. Zij beseften toen nog niet dat het over een toekomend rijk zou gaan. Voor hen was het nog niet duidelijk dat het over een koninkrijksregering zou gaan boven alle overheid, gezag, kracht en heerschappij, waarbij elke naam die genoemd zou worden, in het niets zou zinken, niet alleen in hun tijd, maar ook in de toekomstige eeuw. Wat de rijkdom zou zijn van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen, en wat de uitnemende grootte van zijn kracht zou zijn tegenover diegenen die zouden gaan geloven, naar de werking van de macht van zijn sterkte, die God heeft gewerkt in Christus door hem uit de doden op te wekken en hem aan zijn rechterhand te zetten in de hemelse gewesten, zouden zij pas later beseffen.

“hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.” (Efe 1:21 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“13 In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.” (Efe 1:13-14 NBV)

“17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.” (Efe 1:17-23 NBV)

Daar ligt de waarheid voor de ware Christen in. Het is de hoop stellen in de gezondene van God, die door God gemachtigd is om in Zijn Naam te handelen en spreken, maar die zich ook als een offerlam heeft aangeboden ter vergeving van alle zonden.

“Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden.” (Joh 5:36 NBV)

“Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’” (Joh 20:21 NBV)

“Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi, ‘zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’” (Joh 3:2 NBV)

Meerdere mensen waren naar die grote verteller komen luisteren en konden zien welk een wonderwerken hij kon verrichten. Door zijn woorden en daden gingen ook meerdere mensen inzien wie die bijzondere man uit Nazareth was. Maar velen echter wensten dit niet te geloven. Ook vandaag zijn er ontkenners van de positie van Jezus. Zij willen niet inzien dat hij door God gezonden is en dat hij de zoon van God is, ook al heeft God zelf dit verklaard en Jezus dit meermaals heeft aangegeven.

“En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’” (Mt 3:17 NBV)

“Onder het volk waren er velen in hem gaan geloven, ‘want, ‘zeiden ze, ‘wanneer de messias komt, zal die niet meer wondertekenen verrichten dan hij heeft gedaan.’” (Joh 7:31 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat ik namens mijn Vader doe getuigt over mij,” (Joh 10:25 NBV)

Voor Jezus was het ook duidelijk dat alle macht van God komt en dat Hij Almachtig is en de Allerhoogste.

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.” (Ge 17:1 NBV)

“(83:19) Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.” (Ps 83:18 NBV)

“(4:14) Dit vonnis is geveld door de wachters, dit oordeel is gesproken door de heilige engelen, opdat de levenden weten dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat: hij bepaalt wie het ambt krijgt toebedeeld, zelfs de laagste onder de mensen kan daartoe verheven worden.”” (Da 4:17 NBV)

Diegene die nu voorgeleid werd voor de stadhouder Pilatus was door velen al gekend als de mensenzoon die ook zoon van God werd genoemd.

“Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.” (Lu 1:32 NBV)

“(9:5) Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 NBV)

De overpriesters en de ouderlingen overreedden de scharen om te roepen dat Jezus, die ook de Christus werd genoemd, zou worden ter dood worden gebracht.

“20 Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden. 21 Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. 22 Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:20-22 NBV)

De stadhouder vroeg de massa wat voor kwaads Jezus had gedaan gedaan. Maar opgejut door de geestelijken schreeuwden de aanwezigen uitermate om hem te laten ophangen.

“Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:23 NBV)

Pilatus merkte dat er nog meer opschudding ontstond, maar wenste toch te getuigen dat hij geen schuld in die man zach en dat hij onschuldig aan zijn bloed wenste te zijn.Toen namen de krijgsknechten van de stadhouders Jezus mee in het rechthuis, en brachten tegen hem geheel de bende zamen. Zij ontkleedden hem en deden hem een scharlakenroode mantel om, vlochten een kroon van doornen en zetten hem die op het hoofd, en een riet in zijn rechterhand, als tekens van ‘koningschap’ waarover zij spot dreven.

“ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,‘” (Mt 27:29 NBV)

Jezus moest de geseling en vernedering ondergaan terwijl hi ook moest blijven vertrouwen op zijn hemelse Vader, Jehovah God. Hij besefte dat zijn einde nabij was maar ook dat de mens niet aan God kan doen terwijl Deze alles wel in het oog houdt en het hart van de mens kent.

Wat kan een mens God doen?

Een mens vermag niets tegen God.

“Maar de HEER zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’” (1Sa 16:7 NBV)

“Een mens kiest in zijn eigen ogen altijd de rechte weg, de HEER toetst wat hem innerlijk beweegt.” (Spr 21:2 NBV)

“Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.” (Jer 17:10 NBV)

Jezus werd danig op de proef gesteld. Na al de bespotting van de soldaten moest hij langs de rijen spottende mensen die langs de weg stonden naar de plaats, genaamd Golgotha, wat zeggen wil: Schedelplaats.

Nadat zij Jezus aan de houten paal hadden opgehangen verdeelden de soldaten zijn kleren en stelden boven zijn hoofd de beschuldiging tegen hem, dat daar de “koning der Joden” zou hangen.

“Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’.” (Mt 27:37 NBV)

Voorbijgangers lasterden Jezus, hun hoofd schuddende terwijl zij hem toeriepen waarom hij zichelf niet kon verlossen.

“39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 40 ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ 41 Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42 ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. 43 Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’” (Mt 27:39-43 NBV)

Als zoon van God had en heeft Jezus natuurlijk niet dezelfde macht als God. Hier ligt een belangrijk putn wat Trinitariërs niet lijken in te zien. Dat indien Jezus God is, dat Jezus niet kan sterven en daar aan die houten paal ook geen vrees moest hebben. Maar zijn angst was uitermate groot. Er kwam zelfs een ogenblik dat Jezus het niet meer zag zitten en twijfelde of zijn God nog wel bij hem was. Toen het zesde uur ban de dag aanbrak kwam er duisternis over de ganse aarde tot het negende uur toe.  En omtrent het negende uur riep Jezus met luide stem op zijn Vader en God, zich afvragende waarom deze hem had verlaten. Indien Jezus God is kan deze zichzelf niet hebben verlaten, mits een wezen zich niet opsplitst en was er zeker geen reden voor Jezus om te roepen waarom hij zichzelf had verlaten. Want God weet alles en is overal, zo God was dar ook. Maar nu Jezus niet God is, was het voor hem zo moeilijk als voor ieder ander mens om dat vertrouwen in God te behouden. Aldus was de noodkreet van Jezus gemeend, omdat hij mens zijnde ook werkelijk kon en zou sterven. God daarentegen is onsterfelijk, dus als Jezus God is moest hij daar helemaal geen vrees voor hebben, want God weet dat een mens hem toch niets kan doen maar dat Hij alles aan een mens kan doen.

“45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid:

‘Eli, Eli, lema sabachtani?’

Dat wil zeggen:

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

47 Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’” (Mt 27:45-47 NBV)

Sommige van de toeschouwers bleven spotten met Jezus en wilden wel eens zien of Elia zou komen om hem te verlossen. Jezus nu riep wederom met luider stem, en gaf de geest. Toen Jezus werkelijk stief, en niet deed alsof, wat hij zou gedaan hebben als hij God zou zijn, scheurde het voorhangsel van de tempel van boven tot beneden in twee, terwijl de aarde beefde, en de rotsen zodanig scheurden dat zelfs de graven open braken. De hoofdman nu en die met hem Jezus bewaarden, die nu ook getuigen waren van de aardbeving en wat er gebeurde, werden zeer bevreesd en erkenden dat zij nu waarlijk met de zoon van God te maken hadden.

“50  Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest
51 Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54 Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’” (Mt 27:50-54 NBV)

De Romeinen wilden niet weten dat er met die dode Jezus iets zou gebeuren en waren blij dat een rijk men van Arimathéa, met name Jozef, die ook zelf een leerling van Jezus was, bereid was voor een graf te betalen. Jezus lichaam werd in een rein lijnwaad gewikkeld, en in een nieuw graf gelegd, dat Jozef van Arimathéa in de rots gehouwen had.  Nadat hij een grote steen tegen de ingang van het graf gewenteld had, ging hij heen terwijl Maria Magdalena en de andere Maria, zittende tegenover het graf bleven waken terwijl eveneens soldaten de wacht hielden zodat niemand het lijk zou kunnen roven.

“62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de Farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem:

‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood, ”en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’

65 Pilatus antwoordde:

‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.” (Mt 27:62-66 NBV)

Aldus werd het graf van Jezus goed bewaakt en zou men denken dat er niets met die dode kon gebeuren. Op de derde dag na zijn dood gebeurde echter wat er ook in de schriften voorspeld stond. Het was na de sabbat, bij het aanbreken van de eersten dag van de week, dat Maria Magdalena en de andere Maria terugkwamen om het graf te bezien. Maar weer beefde de aarde en waren er verschijnselen die de romeinse soldaten schrik aanjoegen. Zij ondergingen doosangsten tijden die beving.

“1  Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.” (Mt 28:1-3 NBV)

“4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ 8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen.” (Mt 28:4-8 NBV)

Zij die de dode Jezus zochten konden hem aldus niet vinden, maar kregen te horen dat hij uit de dood zou zijn opgestaan. Voor de volgers van Jeshua of Jezus, zou daar de verwachtingshoop van af hangen. Namelijk nu bleek de Schriftvoorspelling uitgekomen dat de gezondene van Jezus de derde dag uit de dood zou opstaan. ekt, den gekruisigde. De vrouwen konden de lege plaats in het graf zien en toen de boodschapper van God hen vroeg om spoedig heen te gaan naar Galiléa en de leerlingen te vertellen wat zij hadden gezien, deden zij dat. Spoedig van het graf weggaande, met vrees en grote blijdschap, liepen zij heen om het Jezus zijn leerlingen te berichten.

“16  De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, 17 en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei:

‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’” (Mt 28:16-20 NBV)

Zo werd de opdracht voor de apostelen nogmaals medegedeeld door Jezus. En die opdracht zou toekomen aan allen die zich volgeling van Christus noemen, of hen die zich Christen noemen. Voor hen die zich Christen noemen is het namelijk van essentieel belang dat zij geloven dat Jezus de mensenzoon is die door God gezonden is  en dat deze man uit Nazareth de beloofde zoon van God is, de gezlfde of de Messias, die zich opgeofferd heeft voor velen, terwijl hij steeds de Wil van God heeft gedaan.

Ware Christenen geloven dat die man, geboren in Bethlehem werkelijk gestorven is en op de derde dag na zijn dood is opgestaan uit de doden, om vervolgens later door God verhoogd te worden om naast Hem te komen zetelen en dienst te doen als hogepriester voor God en als bemiddelaar tussen God en de mensen.

“God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven.” (Hnd 5:31 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor.” (Mt 26:44 NBV)

“Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’” (Mr 14:62 NBV)

“Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mr 16:19 NBV)

“Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,” (Lu 20:42 NBV)

“Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’” (Lu 22:69 NBV)

“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond,” (Hnd 7:55 NBV)

“terwijl hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen,” (Heb 10:12 NBV)

“U allen, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,” (Heb 3:1 NBV)

“waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was.” (Heb 6:20 NBV)

“voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 NBV)

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1Ti 2:5 NBV)

Zij die zich Christen wensen te noemen moeten die bovengehaalde Bijbelteksten aannemen en geloven dat Jezus diegene is die God openbaarde als Zijn enig geliefde zoon. Al diegenen die dat niet willen geloven en willen aanhouden dat Jezus God is gaan in tegen Gods Woorden en zijn niet waardig om zich Christen te noemen. Want het Christen noemen houdt in in hem te geloven en zijn woorden en leerstellingen op te volgen en gelijk hem de Wil van God te willen doen en maar één God te aanbidden, Die de God van Jezus en zijn disciplen is. Trwijl God een geest is die niemand kan zien was zijn zoon een mens van vlees en bloed die door velen gezien is en die werkelijk gestorven is en opgestaan uit de doden om naderhand opgenomen te zijn in de hemel waar hij nu naast God zetelt en niet op Gods troon zit.

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Ex 33:20 NBV)

ook al kunnen wij God niet zien moeten wij geloof hebben in hem die ons Deze God verduidelijkt heeft en ons de weg naar God heeft voorbereid.

“Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht:” (Joh 1:8 NBV)

“Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.” (Joh 1:18 NBV)

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” (Joh 14:6 NBV)

Naar deze man moeten wij luiseren en naar de Woorden van zijn hemelse Vader Die De Enige Ware God is.

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!” (De 6:4 NBV)

“wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1Co 8:6 NBV)

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit hem geboren zijn.” (1Jo 5:1 NBV)

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Joh 3:16 NBV)

Ware Christenen zijn diegenen die geloven dat Jezus de zoon van God is die door God opgewekt is uit de doden, waardoor verlossing ons toekomt en een hoop op het Koninkrijk van God waar een eindeloos leven de gelovigen zal te wachten staan.

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.” (1Pe 1:3 NBV)

“Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.” (Opb 1:1 NBV)

“Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.” (Opb 3:12 NBV)

“Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.” (Joh 17:1 NBV)

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Joh 17:3 NBV)

“16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God, ‘antwoordde Simon Petrus. 17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.” (Mt 16:16-17 NBV)

Laat daarom geen twijfel meer in u en geloof de woorden zoals zij zijn opgetkend in de Heilige Schrift. De Bijbel geeft duidelijk aan dat Jezus en God twee verschillende entiteiten zijn. Laat u daarom niet misleiden door hen die beweren dat zij die niet in de Drie-eenheid geloven geen Christenen zijn. Diegenen die namelijk er aan vast houden dat Jezus niet God is maar de zoon van God, en zijn woorden en leerstelling trachten op te volgen zijn juist wel de ware Christenen. Zij die belijden dat Jezus de zoon van God is en zijn geboden opvolgen, zullen diegenen zijn die God tot zich zullen kunnen krijgen.

“Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.” (1Jo 4:15 NBV)

“30 Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34 Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35 De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.” (Lu 1:30-35 NBV)

“21  Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend 22 en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 23 Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli,” (Lu 3:21-23 NBV)

+

Voorgaande

Op de eerste dag voor matzah

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong

14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

Vrijdag 3 april 2015 een dag voor verenigde samenkomst ter herinnering

++

Vindt ook te lezen

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Heilige Drievuldigheid of Drie-eenheid
  3. Drie-eenheid of niet
  4. Drie-Eenheid
  5. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  6. Drie-eenheid – God de zoon of Zoon van God
  7. Rond God de Allerhoogste
  8. De Enige Ware God
  9. God boven alle goden
  10. Aanwijzingen voor redding te vinden
  11. Christus in de Tora: In de boekrol staat van mij geschreven
  12. Gezondene van God (Broeders in Christus)
  13. De gezondene van God (Belgische Christadelphians)
  14. De gezondene van God (Our World)
  15. Man van Nazareth
  16. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  17. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  18. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  19. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  20. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  21. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  22. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  23. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  24. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  25. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  26. Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
  27. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  28. Jezus zoon van God (Our world)
  29. Jezus zoon van God (Belgische Bijbelstudenten)
  30. Christus Jezus: de zoon van God
  31. Zoon van God – de weg naar God
  32. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  33. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  34. Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
  35. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  36. Jezus vertrouwend op zijn God
  37. Een Messias om te Sterven
  38. Het nieuwe verbond in het evangelie en de koninkrijkstijdperken
  39. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  40. Verlossing #4 Het Paaslam
  41. Verlossing #7 Christus levend in de gelovige
  42. Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)
  43. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

+++

Gerelateerde of aanverwante artikelen

  1. As probleme onoorkomlik lyk
  2. Jij bent niet gemaakt om dit probleem alleen op te lossen
  3. Fijne kerstdagen
  4. Onze eindbestemming is bij God
  5. Waarom Doet Gods Perfecte Mix Van Genade En Oordeel Elke Eersteklas Blender Huiveren Als Ze Smoothies Uitblazen Met Griezelige Excuses? – Deel 3,
  6. Pontius Pilatussen – “Zo velen willen geen verantwoordelijkheid nemen voor hun (nood)lot.”
  7. Een religieus hoogtepuntje
  8. Het teken van Jona: Lag Jezus drie dagen en drie nachten in het graf?
  9. Wat Pasen met het milieu te maken heeft
  10. Een inleiding van een website die over het Koninkrijk van God wil hebben en praat over die grote Zoon van David wie het zal zijn en dat Hij inderdaad gekomen is en dat wij kunnen weten wie het is geworden!

Vele kerken

Bijbelstudenten in het licht van zo vele kerken

Mensen vragen vaak hoe het komt dat er zo vele kerken in Christendom zijn. Waarom schijnt het Christendom zo complex en vol verschillende groepen met totaal verschillende opinies?

Sommigen beweren dat er slechts één Universele Katholieke Kerk is. Anderen vinden dat er drie belangrijke categorieën zijn, namelijk de Katholieken, Orthodoxen en Protestanten. Als men dan de twee tegengestelde stromingen neemt waarbij de grootse vasthoudt aan de Heilige Drie-eenheid en de kleinste deze verwerpt en zoals de vroeg Christelijke Kerk wil vasthouden aan het monotheïstisch geloof, of een geloof van slechts één God en niet drie in één. Er zijn er die vinden dat deze niet Trinitariers

helemaal niet thuis horen in het Christendom. Anderen erkennen wel dat zij weldegelijk Christus Jezus willen volgen en daarom ook tot het Christendom behoren. Ook bij de niet-Trinitariers zijn er wel enkelen die dan een verschil willen maken in de Christenheid en het Christendom en al of niet tot een van die partijen wil toebehoren. Maar anderen zullen dan beweren dat alle verschillende benamingen deel uitmaken van het zelfde lichaam van Christus. U kan misschien zeggen dat al die kerken in sommige opzichten gelijk zijn, maar de verschillen zijn echt groot genoeg. De mensen zouden moeten opmerken dat er een verschil van het onderwijs tussen één kerk en een andere is, en dat dit verschil soms zeer wezenlijk is, zelfs fundamenteel. Zelfs in bepaalde kerken kunnen de mensen verschillende leerstellingen of ideeën en praktijken vinden die elkaar tegenspreken, hoewel al die kerken zeggen dat zij Jezus Christus volgen, en sommigen van hen ook beweren de Bijbel te volgen. Erg genoeg zijn er ook denominaties die zeggen dat de gewone mensen de Bijbel niet kunnen bestuderen omdat zij geen theologische vorming hebben. Zij schijnen te vergeten dat Jezus vaak de mensen van zijn eigen tijd berispte — maar hij berispte hen nooit voor het lezen van de Heilige Geschriften, eerder berispte hij hen voor het niet overeenkomstig  handelen voor wat zij lazen. Hij verklaarde de dingen die  in de Geschriften stonden en gaf ook zijn apostelen de opdracht om het vertelde verder te gaan vertellen of het evangelie te prediken, zodat de mensen zich bewust zouden zijn van wat God van hen wilde. Om te weten te komen wat God van ons verlangt, doen wij er best aan het Woord van God, de Bijbel, te bestuderen. Dat er zodanig veel denominaties zijn ontstaan in het Christendom ligt aan het feit dat er verscheidene kerken verkozen zich aan menselijke tradities te houden en het onderwijs van filosofische en theologische schrijvers op de eerste plaats te zetten, in plaats van zich te houden aan het Woord zelf. De geschiedenis toont ons hoe menselijke geschriften voor sommige kerken belangrijker zijn geworden dan de 66 boeken van de Bijbel. Daarom om te begrijpen waarom er zo vele verschillende kerken en zijn om te weten te komen welke richting wij moeten gaan is het best om een weinig achtergrond of geschiedenis van de Christelijke Kerk op te doen. Wanneer u de Christenheid bekijkt kunt u vele invloeden in het Christendom vinden die glashelder worden wanneer zij geplaatst worden in context.

Het is belangrijk dat gelovigen onderscheid maken tussen de culturele vormen verbonden aan een godsdienstige traditie en zijn “critical edge” die gewoonlijk afgeleid wordt vanuit het andere verwoordingsperspectief, of uit het tegenover elkaar stellen van het ideale leven dat in haar geschriften met de historische praktijken van verschillende congregaties wordt afgebeeld.

Toestaand voor beide aspecten, kan de godsdienst als huidige interactie tussen het verleden en de toekomst worden gezien: d.w.z., tussen traditioneel geloof en de hoop voor de toekomst van individuen en hun gemeenschappen. Om de echte waarde van de verschillen in de kerken te begrijpen moeten wij bekijken wat in het verloop van de tijd gebeurde. De geschiedenis toont hoe de mensen beïnvloed werden uit bronnen van buiten af en door zaken die zij graag verlangden. De geschiedenis van het Christendom toont aan hoe de gelovigen werden beïnvloed door andere denkwijzen, andere godsdiensten, tradities, en mythen. Het toont ook hoe de waaier van praktijken, organisaties en verwachtingen tot stand kwam. De geschiedenis toont ook hoe de mensen van de essentie van de Heilige Schrift weg groeiden en waarom door de eeuwen heen, ernstige studenten van de Bijbel, Onderzoekers van de Bijbel, leken en geschoolde theologen er aan hielden de waarheid te zoeken en er zich niet toe brachten om in te gaan om aan te sluiten bij traditionele en institutionele kerken.

Worldwide distribution of Catholic (yellow), P...

Versrpeiding van de Christelijke denominaties - Worldwide distribution of Christian denominations

De essentiële en centrale boodschap van de apostel Petrus zijn geschriften is dat de Heilige Schrift bekwaam is om mensen de waarheid over redding te kunnen onderwijzen en dat de waarheid door gewone mensen begrepen kan worden. Iedereen is bekwaam genoeg om het Woord van God in zich op te nemen als hij zich daar voor open wil stellen. Wij moeten het tot ons nemen zoals het is gegeven aan ons in de Bijbel en het dan ter harte nemen en er genoeg tijd voor uittrekken om het grondig te bestuderen. Wanneer wij door de Bijbel lezen zouden wij moeten vergelijken wat daar wordt geschreven met wat zo vele kerken afkondigen en daaruit lessen trekken. Om aan een goede niet beïnvloede studie van de Bijbel te komen zouden wij een open mening moeten aannemen en geen vooroordelen hebben, zoekend in haar pagina’s voor steun voor doctrines die reeds uit andere bronnen werden geformuleerd. Wij zouden niet blind moeten zijn om te zien dat de doctrines worden gevormd op geïsoleerde teksten zonder verwijzing naar het algemene onderwijs gesteund op de Schrift. Zeer vaak neigen de doctrines geïsoleerd te staan en niet gegrond op de Schriftuurlijke tekst. Zij worden meer gepresenteerd als afzonderlijk verbonden pakketten, en het definitieve en logische resultaat van hun onderwijs wordt niet doorgrondelijk bekeken. Zo worden de discrepantie en de tegenspraak niet aan het licht gebracht. Door de geschiedenis van het Christendom te bekijken kunnen wij zien dat bepaalde kerken door bepaalde doctrines zijn overheerst waarop meer dan de gebruikelijke nadruk is gelegd, welke geresulteerd heeft in de verwaarlozing van het ander belangrijk onderwijs. Het resultaat van dit is een verplaatste en uit zijn evenwicht gebrachte mening van de Bijbelse waarheid die geleid heeft tot valse conclusies en een wanordelijke conceptie van redding.

Vandaag leven wij in een wereld van gemak, van „laisser faire“. Velen denken dat het Christelijke geloof niet kan worden bepaald in voorstellen. Het is verondersteld te persoonlijk en te mystiek te zijn. Het is dit standpunt dat zo velen aanmoedigt om te zeggen dat het van geen belang is wat u gelooft of welke kerk die u toetreedt. Maar in het Nieuwe Testament worden wij duidelijk gewaarschuwd om zeer voorzichtig te zijn. Volgens de Nazareen Jezus, Christus de Messias, is het echter niet gemakkelijk om de juiste weg te volgen en, en om de smalle poort door te gaan. In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat de Kerk de „pijler en de grond van de waarheid“ zou moeten zijn (1 Timotheüs 3: 15). Er is een plechtige plicht die op elke gelovige wordt gelegd ervoor te zorgen dat hun geloof en hun kerk bij op die ware stichting worden voortgebouwd, zoals het in de Bijbel wordt geopenbaard.

Als wij de Geschiedenis van Christendom bekijken zullen wij kunnen opmerken dat veel verkeerd ging omdat de mensen niet bij het woord van God bleven, maar meer andere godsdiensten en tradities bekeken. Het andere probleem was ook dat er altijd prominente leraren in Christendom zijn geweest die zei den dat de leken niet zouden kunnen begrijpen wat in de Bijbel stond. Nog erger was het dat er leraren waren die het onderwijs van de Bijbel over God en Zijn doel ontkenden. Zij legden de weg van de werkelijkheid van de verrijzenis van Christus opzij, en gooiden twijfel op het gezag van het woord van God, en verzwakten Zijn bevelen.

Wanneer wij de geschiedenis van Christendom bekijken zullen wij kunnen zien dat wij niet al te hoog op moeten lopen met de geloofsbrieven van bepaalde geleerden. Waar de wetenschap getrouw is aan het woord van God en ons helpt om het beter te begrijpen zouden wij er voor dankbaar moeten zijn, maar de Bijbel stelt nooit voor dat de menselijke intelligentie het paspoort naar goddelijke kennis is. In plaats daarvan vertelt het ons dat de waarheid het grootste deel van haar gezicht aan hen onthult die bescheiden en van een berouwvolle geest zijn.

Wij hopen dat in deze optekeningen op het net wij samen op de zoektocht naar de Waarheid kunnen gaan, en dat wij u kunnen overtuigen dat het belangrijk is om een grondige studie van de Bijbel te ondernemen, en dat u zelf een goede „student van de Bijbel“ kunt worden.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #6 Constantijn de Grote

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Constantijn de Grote .

In 325 G.T. riep de Romeinse keizer Flavius Valerius Aurelius Constantinus of  Constantijn de Grote (272/280-337)  in de stad Nicea in Klein-Azië een concilie van bisschoppen bijeen. Zijn opzet was, de voortdurende religieuze geschillen over de verhouding tussen de Zoon van God en de Almachtige God te beslechten.

Concilie van Nicea 325

De historicus Philip Schaff merkte op dat „het meest opvallende punt” in de periode vóór het concilie van Nicea in 325 G.T. „het geloof [was] in een aan de algemene opstanding en het algemene oordeel voorafgaande en door de verheerlijkte Christus op aarde uitgeoefende zichtbare regering die duizend jaar zou duren en waarin de opgestane heiligen zouden delen”. In A Dictionary of the Bible, onder redactie van James Hastings, staat: „Tertullianus, Irenaeus en Hippolytus zien nog steeds uit naar een ophanden zijnde Advent [van Jezus Christus]; maar met de Alexandrijnse Vaders komt er een verandering in het gedachtengoed. . . . Toen Augustinus het Millennium met de periode van de strijdende Kerk vereenzelvigde, werd de Tweede Advent naar een verre toekomst geschoven.”

In 314 G.T. trachtte het concilie van Arles (Frankrijk) de Romeinse regeling door te drukken en alle alternatieven af te schaffen. De overgebleven Quartodecimanen hielden stand. In 325 G.T. riep de heidense keizer Constantijn een oecumenische synode bijeen, het concilie van Nicea, om deze en andere kwesties waardoor de belijdende christenen in zijn rijk werden verdeeld, op te lossen. Het concilie vaardigde een decreet uit waarin allen in Klein-Azië werd opgedragen zich aan het Romeinse gebruik aan te passen.[1]
Constantijn I, de Grote, was beslist een man van zijn tijd en zwichtte voor de tijdgeest en achtte het noodzakelijk religie een belangrijke plaats toe te kennen binnen het raamwerk van zijn politieke plannen. Aan het begin van zijn loopbaan had hij enige „goddelijke” steun nodig, en die konden de kwijnende Romeinse goden niet bieden. Het rijk, met inbegrip van de godsdienst en andere instellingen, verkeerde in verval, en er was iets nieuws en bezielends nodig om het weer te consolideren. De encyclopedie Hidria zegt: „Constantijn was vooral in het christendom geïnteresseerd omdat het niet alleen zijn overwinning maar ook de reorganisatie van zijn rijk ondersteunde. De christelijke kerken, die overal bestonden, werden zijn politieke steun. . . . Hij omringde zich met de grote prelaten van die tijd, en hij verlangde dat zij hun eenheid intact hielden.”

Constantijn begreep dat de „christelijkereligie — al was ze inmiddels afvallig en door en door verdorven — doeltreffend kon worden gebruikt als een vernieuwende en verenigende kracht ter verwezenlijking van zijn grootse plan om een absoluut heerser te worden. Hij nam de grondslagen van het afvallige christendom over om steun te winnen ter bevordering van zijn eigen politieke doeleinden en besloot de mensen te verenigen onder één „katholieke” of universele religie. Heidense gewoonten en vieringen kregen een „christelijke” naam. En „christelijke” geestelijken ontvingen de status, het salaris en het invloedrijke gezag van heidense priesters.

Constantinus

Constantinus

Om politieke redenen naar religieuze harmonie zoekend, bracht Constantijn iedereen die een afwijkende mening had, snel tot zwijgen, niet op basis van leerstellige waarheid maar op grond van aanvaarding door de meerderheid. De diepgaande dogmatische geschillen binnen de uiterst verdeelde „christelijke” kerk boden hem de gelegenheid als een „door God gezonden” middelaar tussenbeide te komen. Uit zijn bemoeienissen met de donatisten in Noord-Afrika en de volgelingen van Arius in het oostelijk deel van het rijk begreep hij al gauw dat overredingskracht niet voldoende was om een sterke, verenigde religie te smeden. In een poging de Ariaanse controverse op te lossen, riep hij het eerste oecumenische concilie in de geschiedenis van de kerk bijeen.

De historicus Paul Johnson zegt over Constantijn: „Een van de voornaamste redenen waarom hij het christendom tolereerde, was wellicht dat het hemzelf en de Staat in de gelegenheid stelde zeggenschap uit te oefenen over het beleid van de Kerk inzake orthodoxie en de behandeling van ketterij.”

Als de heidense Pontifex Maximus — en bijgevolg het religieuze hoofd van het Romeinse Rijk — trachtte Constantijn de bisschoppen van de afvallige kerk voor zich te winnen. Hij bood hun posities van macht, aanzien en rijkdom aan als functionarissen van de Romeinse staatsreligie. De Catholic Encyclopedia geeft toe: „Sommige bisschoppen, verblind door de pracht en praal aan het hof, gingen zelfs zo ver dat zij de keizer als een engel van God, als een heilig wezen, loofden en profeteerden dat hij, net als de Zoon van God, in de hemel zou regeren.”

Concilie van Nicaea 325 Verbranding Ariaanse boeken

Naarmate het afvallige christendom bij het politieke bestuur in de gunst kwam, werd het meer en meer een deel van deze wereld, van dit seculiere samenstel, en dreef het af van de leringen van Jezus Christus (Johannes 15:19; 17:14, 16; Openbaring 17:1, 2). Als gevolg daarvan vond er een versmelting plaats van het „christendom” met valse leerstellingen en praktijken — de Drie-eenheid, de onsterfelijkheid van de ziel, het hellevuur, het vagevuur, gebeden voor de doden, het gebruik van rozenkransen, iconen, beelden en dergelijke. — Vergelijk 2 Korinthiërs 6:14-18.

Van Constantijn heeft de kerk ook de neiging tot eigenmachtig optreden geërfd. De bijbelgeleerden Henderson en Buck zeggen: „De eenvoud van het Evangelie werd verdorven, er werden pompeuze riten en ceremoniën ingevoerd, aan de leraren van het christendom werden wereldse eerbewijzen en salarissen geschonken en het Koninkrijk van Christus werd grotendeels in een koninkrijk van deze wereld veranderd.”

De Catholische Kerk werd als de Romeinse Kerk gepromoveerd tot de Koninkrijkskerk. In de Encyclopædia Britannica wordt uiteengezet dat, volgens de theologie van Aurelius Augustinus van Hippo (354–430 G.T.), „het Koninkrijk van God al in deze wereld begonnen is bij de oprichting van de kerk” en „reeds aanwezig [is] in de sacramenten van de kerk”.

De historische feiten onthullen de waarheid achter de „grootheid” van Constantijn. In plaats van gegrondvest te zijn door Jezus Christus, het Hoofd van de ware christelijke gemeente, is de christenheid voor een deel het resultaat van het politieke opportunisme en de slinkse manoeuvres van een heidense keizer. Heel passend vraagt de historicus Paul Johnson: „Is het rijk voor het christendom gezwicht, of heeft het christendom zich met het rijk geprostitueerd?”

Vanaf het concilie van Nicea in 325 G.T. fuseerde keizer Constantijn de heidense Romeinse staatscultus met het afvallige christendom en werd hij het hoofd van de nieuwe Katholieke Kerk. De Rooms-Katholieke Kerk kan haar bestaan derhalve terugvoeren tot de vierde eeuw van onze gewone tijdrekening.

Ondertussen bleven Christelijke broeders en zusters elkaar steunen en het geloof onderhouden, niettegenstaande verhoogde tegenstand.


[1]A Short History of Christian Doctrine; A History of Christianity; Istoria tou Ellinikou Ethnous (Geschiedenis van de Griekse natie); Encyclopedie Hidria; WT 1998; Catholic Encyclopedia

De tegenpaus Hippolytus van Rome ( omstreeks 170 – omstreeks 235) leerling van Irenaeus een van de belangrijkste kerkleraren van zijn tijd. Hij verzette zich openlijk tegen de pausen van zijn tijd die hadden geopteerd om over te gaan naar een Drie-eenheidsleer, opeenvolgend Zephyrinus, Calixtus I en Pontianus, met name wat betreft de heilige drie-eenheid. Hij beschuldigde Paus Zephyrinus van modalism, de ketterij die inhield dat de namen Vader en Zoon eenvoudig verschillende namen waren voor hetzelfde onderwerp zijn. Hippolytus verdedigde de Logo’s doctrine van de Griekse Apologeten, die de Vader van de Logo’s (“Woord”) onderscheidden.

zie ook: “Saint Hippolytus of Rome.” Encyclopædia Britannica. 2010. Encyclopædia Britannica Online. 15 Aug. 2010 > Saint Hippolytus of Rome + Saint Hippolytus of Rome

Constantijns hoofddoel was stabiliteit. De religieuze en theologische geschillenwaren voor hem een doorn in het oog en een gevaar ovor de stabiliteit in zijn rijk. Daarom leek het voor hem ook zeer belangrijk dat er in de uitvoering van het geloof ook een consensus kon gevonden worden en een vrede tussen de heidenen en navolgers van Jezus Christus kon verkregen worden. Voor hem moest de zonnegod  Sol Invictus het symbool zijn van de algemene goddelijkheid.  Het labarum dat als symbool werd aangebracht op de soldaten hun schildenen en het ermee geassocieerde motto in hoc signo vinces (in dit teken zal je overwinnen) zou volgens de overlevering aan Constantijn zijn verschenen in een visioen toen hij in Saxa Rubra was, tot welk Constantijn zijn overwinning toeschreef aan de god van de christenen.

De eenheid of katholiciteit der religies die Constantijn I op het oog had bracht mee dat die gemeenschap van gelovigen die zich profileerde als De Kerk sinds het Eerste Concilie van Nicea in 325 in haar officiële documenten de term ‘Katholieke Kerk’ staande voor Algemene Kerk of Universele Kerk, ook in de documenten van de twee laatste oecumenische concilies ging gebruiken.  Constantijn gaf de paus het Lateraanse paleis, dat jarenlang de pauselijke residentie zou zijn, naast de basiliek San Giovanni in Laterano. Dit paleis werd het bestuurscentrum van de Katholieke Kerk. Ook werd hier de synode van Lateranen gehouden, waar Caecilianus werd vrijgesproken van de aanklacht dat hij de onrechtmatige bisschop van Carthago was. Zijn tegenstander Donatus werd schuldig bevonden aan ketterij, evenals zijn aanhangers, de donatisten. Het begrip ‘rooms-katholiek’ dat wij ook meermaals gebruiken is ontstaan aan het begin van de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie, om onderscheid te maken tussen hen die de paus, of de bisschop van Rome, trouw bleven, alsook om te onderscheiden tussen de  Orthodox, Charismatische en andere Trinitarische Katholieken en de protestanten. Het woord rooms duidt op de stad Rome en verwijst naar de kleine stadstaat Vaticaan waar de pauselijke zetel is gevestigd. Met Rooms-katholieke Kerk wordt dus de organisatie aangeduid: de Katholieke Kerken die verenigd zijn rond de bisschop van Rome.

Ook al waren er sommige keizers die openlijk Ariaans gezind waren en zelfs soms actief het trinitarische christendom tegenwerkten kon de unitaristische gedachte het halen en werd het Trinitarisme de hoofdstroming in het Christendom.

Doordat een groot deel van het christendom zich met het rijk geprostitueerd heeft wordt die Catholische Kerk of Katholieke Kerk ook als de hoer Babylon gepersonifieerd.

Vindt ook achtergrondinformatie:
Apologetics – A theological science which has for its purpose the explanation and defence of the Christian religion

Constantinus (Constantijn) de Grote Augustus van het Westen (313 – 324); Augustus van het Romeinse Rijk (324-337)

Constantine the Great – Information on the Roman emperor
Constantine, Donation of – By this name is understood, since the end of the Middle Ages, a forged document of Emperor Constantine the Great, by which large privileges and rich possessions were conferred on the pope and the Roman Church
Constantinople – Capital, formerly of the Byzantine, now of the Ottoman, Empire (As of 1908, when the article was written.)
Constantinople, First Ecumenical Council of – Called in May, 381, by Emperor Theodosius, to provide for a Catholic succession in the patriarchal See of Constantinople, to confirm the Nicene Faith, to reconcile the semi-Arians with the Church, and to put an end to the Macedonian heresy

Nicaea, First Council of – First ecumenical council, held in 325 to combat Arianism

Nicene Creed – The profession of the Christian Faith common to the Catholic Church, to all the Eastern Churches separated from Rome, and to most of the Protestant denominations.

Aurelius Augustinus (354-430)

Augustine of Hippo, Saint – Biography, with extensive hyperlinks to related articles
Augustine of Hippo, Teaching of Saint – Article on Augustine as a Doctor of the Church, and his influence in the history of philosophy and theology. Particular interest in his teaching on grace
Augustine of Hippo, Works of Saint – Annotated bibliography of Augustine’s principal writings
Augustinian Canons – According to St. Thomas Aquinas, a canon regular is essentially a religious cleric

Tatianus een 2° eeuwse apologist

Athanasian Creed, The – One of the symbols of the Faith approved by the Church and given a place in her liturgy

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

<span>%d</span> bloggers like this: