An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Valse Leraren’

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3

Radio-oproepen en boekjes

Vandaag zijn de Jehovah Getuigen de grootste bekende Bijbel Studenten organisatie in België. Eerst konden ze Bijbelonderzoekers groepen vinden die met hen, ten tijde van Rutherford, wilden associëren. Diegenen die Charles Taze Russell eerst hadden gevold en nu verder wensten te gaan met Rutherford begonnen verder uit te groeien. Maar de interne onenigheden veroorzaakten ook breuken, die zelfs tot in België voelbaar waren.

Français : Blason de Jumet (Charleroi-Belgique...

Blazoen van Jumet (Charleroi België), ook wapenschild van de abdij van Lobbes. (Foto credit: Wikipedia)

Als gevolg van radio uitzendingen, in het Frans en gesponsord door de Broeders van Dawn uit de VS; waren 3 Belgische gezinnen geïnteresseerd in de tegenwoordige waarheid. Het was Broeder Lechien Armand, die in contact kwam met broeder Félix Pilarski via de mail service van Radio Luxemburg: Broeder Félix richte zich tot hem in Jumet. Deze 3 families werden ook eerst lid van de vereniging met de naam “Jehova Getuigen” of Getuigen van Jehovah. Toen zij merkten dat Rutherford met zijn Genootschap meer en meer afweek van de leerstellingen van Russell en vonden dat de leringen die zij hoorden niet in harmonie waren met de Schrift, verlieten zij de beweging. Maar zij bleven verder de Heilige Schrift onderzoeken.

Families die samen kamen in huizen of Huiskerken vormden

De Pools-Belgische broeder en zuster Wlodarski hadden Franse broeders en zusters in hun kennissenkring en vonden meer broeders van de Franse vereniging Association des étudiants de la Bible die ook vaker bij hen wilden komen om te het Woord van God te dienen. Zo konden zij een paar broeders van Saint Etienne treffen: François Wozniak, Kosmalski A. Liszka, T. Kubiak, J.Osorowski S., TF et Ed Pilarski, Speil, en vele anderen; de familie Kula, hun jongste dochter en een zoon woonden de vergaderingen bij. In de volgende jaren, net als in Frankrijk, kwamen pelgrim broeders uit de Verenigde Staten en later uit Polen hen bezoeken.

De families – Armand en Louise Lechien Ernest en Helena Duchateau – Edmond en Jeanne Henrioule besloten bijeenkomsten tijdens de week (woensdag en donderdag) te houden waarbij zij een studie hielden over de Figuren van het Tabernakel. Met hun toestemming voegden zich de families Wlodarski en Kula bij hen. De studies werden gehouden in twee talen met de hulp van een vertaler (de 2 talen die werden gesproken waren Frans en Pools).
Broeder Félix Pilarski en andere broeders werkten veel voor het welslagen van deze bijeenkomsten, omdat ze
perfect Frans spraken.

De Sint-Lambertuskerk in Courcelles.

Broeder Félix Pilarski maakte een fraaie bijdrage aan de ontwikkeling van de vergadering van Courcelles met stichtelijke Bijbelse discoursen en met zijn bezoeken. Hij was ook persoonlijk actief in het streek van Liège (Luik) en in Brussel, waar hij een voorraad van boekjes had. Andere broeders leverden ook vele bezoeken af, onder hen kunnen we onder andere broeder Joseph Wozniak, Adolphe Debski noemen.
Nadat  Broeder
Ernest Duchateau plotseling overleed werden de bijeenkomsten nog  voortgezet voor bepaalde tijd. Toen broeder Lechien overleed na een heel lange ziekte konden we een repetitieve zaak zien rond de huis kerken. De ecclesia van Courcelles verdween in het midden van de jaren ’70.

Voormaling Gemeentehuis. Gebouwd in 1825-1827 door Jan Kuypers, waar de Bijbelstudenten film “Waarom kwam Hij naar de aarde?” werd vertoond.

Op 24 oktober 1987, organiseerde de ecclesia van Jumet twee uitsteeksels van de film Waarom kwam Hij naar de aarde?” In het gemeenschapscentrum van het stadhuis van Charleroi. Die shows werden aangekondigd met reclame: affiches op openbare plaatsen, reclame in de stad met luidsprekers, advertenties in de lokale kranten, op radio en tv, weergave op elektronische schermen, distributie van folders.
Meer dan honderd personen woonden deze filmprojecties bij. Pamfletten en traktaten werden gegeven aan de deelnemers, maar slechts weinigen vroegen voor meer informatie en andere boekjes.

De leer van Christus ‘regering op aarde’

Al snel in de geschiedenis van het Christendom zag men de meerderheid valse leraren nalopen. De mythen waren meer een lust voor het oor dan de werkelijke waarheid. Ze werden tot rust gewiegd met hetgeen zij zelf graag wensten te horen. Wat was er niet fijner om die zaken te horen die je niet moesten doen veranderen van gewoonten en zeden.

Al vroeg in de geschiedenis geraakten de ware volgers van Jezus Christus in de verdrukking. In sommige streken moesten zij zelfs voor hun leven gaan vrezen. Die angst voor vervolging maakte dat zij eerder verdoken hun godsdienst beleden.

De Broeders hun geloof van het ware evangelie was van oorsprong’ puur, maar door de menselijke onzuiverheden werd het ook heen en weer geschud doorheen de jaren. De verscheiden kleine groepjes die thuis de bijbel bestudeerden handelden verder in hun eigen kleine kring. Dit maakte ook dat er niet veel kennis naar buiten bloeide.

In België en Nederland bleven Bijbel Getrouwen naarstig de Bijbel bestuderen maar ook de opdracht van Jezus volgen, met het blijven prediken van het Evangelie van het Koninkrijk van God.
De eerste noch de tweede wereld oorlog had hen er van kunnen weerhouden, hoewel velen van hen angstvallig uitkeken naar de werking van de twee strijdende kampen, omdat ze
tegen het vechten waren en omdat ze handelden op grond van een geloof dat helemaal niet graag gezien werd door iedereen .

Dat Jezus en zijn apostelen spraken over het nieuws dat er een koninkrijk op aarde zou worden opgericht dat zou worden geregeerd door Jezus Christus en dat daar de gelovigen van alle tijden een plaats zouden krijgen naast hun Heer: dwz als coheersers, klonk natuurlijk niet fijn in de oren voor hen (die de Duitse Führer als de enige heerser wilde). Maar de blijde boodschap voor de mensheid overleefde nu de strijd onder de mensen en bracht een ongekende vrede in sommige families.

De leer van Christus’ regering op aarde werd eerst behandeld als zeer symbolisch, werd geleidelijk bestempeld als een zeer twijfelachtige en nutteloze gedachte en werd uiteindelijk als een absurde uitvinding van ketterij en fanatisme afgewezen.
Gods licht dooft gelukkig niet; het is een eeuwige vlam. Het volk van Israël in de oudheid bereikte ook detritus. Zij dienden ook andere goden. Toch blijven er op dit moment gelovigen in de Ene God die ook Hem Alleen als Allerhoogste willen dienen. Ook na de grote verschrikking van de wereldoorlogen kon de geschiedenis zich
nu herhalen. Trouw aan God wilden die Bijbel studenten, niet zo maar één werelds man en zijn organisatie (Rutherford en de Getuigen van Jehovah) volgen. Naast het trouw blijven aan de hoeksteen Jezus, als het enige fundament voor Gods Kerk, bleven er getrouwen aan Dr.Thomas en aan de Bijbel hun bevindingen met anderen delen en ondanks de voortdurende tegenstand durfden zij in te gaan tegen de meest populaire leer van de meeste mensen.

Het krijgen van een basis in Holland

Na pogingen die vanuit Nederland werden gemaakt om de Waarheid naar Engeland te brengen (in de 16e eeuw) en de vlucht van de waarheidszoekers naar de Nieuwe Wereld in de 19e eeuw, konden nu brieven van waarheidszoekers uit de Nieuwe Wereld weer de waarheid naar Europa toe sturen.
De Europeanen konden nu vanuit de Nieuwe Wereld de andere denkwijze horen van mensen die veel tijd hadden gestoken in het onderzoeken van de Bijbel. Het onderricht van Elias Smith en John Thomas kon nu de tijd rijp was, een gelegenheid geven aan een opleving’ van de Bijbel Getrouwen. Zij vonden ook hun weg over de oceaan en in alle Engels sprekende landen, waar ze een voet aan de grond kon vinden. Van daaruit druppelde het naar de Lage Landen.

Door de eeuwen heen, toonde het Evangelie van Gods Koninkrijk, zoals het voorheen gepredikt werd door Jezus en de apostelen, een dynamische kracht die alle tegenstand van de machtige religieuze groepen die het kon trotseren. Dat evangelie van Gods Koninkrijk dient nog steeds als de enige basis van het geloof voor hen die God willen zoeken. En de Engelsen die dat wisten en de Noordzee hadden overgestoken om te gaan verkondigen, konden in Nederland ook mensen vinden die dat Woord van God trouw wensten te blijven.

Website of the Brothers in Christ or Christadelphians in the Netherlands - Website van de Nedrlandse Broeders in Christus

Website of the Brothers in Christ or Christadelphians in the Netherlands – Website van de Nedrlandse Broeders in Christus

In 1956 kon in Nederland eindelijk de groep van Broeders in Christus soliditeit krijgen en ontstonden gemeenschappen in Den Haag, Amersfoort, Ede en Groningen. In Nederland officieel erkend sinds 1957, bleven zij het als hun plicht tegenover onze Heer zien, om zijn Naam bekend te maken onder de mensen in hun omgeving, alsook onder andere volken. Daarbij ligt hun nadruk op de Bijbel als de bron van alle kennis, waarbij hun leidraad daarbij het woord van onze Heer is:

“Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.”

De gemeenschap van Broeders in Christus begon ook het magazine “Met Open Bijbelte verspreiden  waarvan Rudolf Rijkeboer de drijvende kracht was tot aan zijn dood vorig jaar.

Verdwijnende interesse

Het bleek duidelijk dat na de gouden eeuw’ met de kinderboom en inwoners van België die hun leven steeds beter zagen worden, dat hiermee ook de belangstelling voor de Bijbelse boodschap van de Waarheid verminderde. De laatste jaren kan men spreken van totaal geen interesse meer voor Geloof, Bijbel of Kerk.
De Bijbel Studenten zagen hun leden aantal in Ecclesiae verminderen. De enige troost die zij konden hebben was dat ook in de algemeen reguliere kerk een neerwaarste spiraal op gang was gekomen. De bezoekende broeders en zusters van de Christadelphian Bijbel Missie [Christadelphian Bible Mission (CBM)] uit Groot-Brittannië, die voor 25 jaar regelmatige bezoeken maakten aan België om folders en pamfletten in de brievenbussen te steken, konden minder geestdrift vinden bij hun eigen leden, omdat het niets bleek uit te halen. Met hun korte bezoeken probeerden ze mensen op straat te bereiken en hoopten dat er op hun folders zou worden gereageerd. De Nederlandse Broeders die de algemene leiding toen nog hadden over het gehele gebied kregen echter verwaarloosbaar weinig reacties van het zuiden. Op het moment dat ze het allemaal wilden opgeven en verschillende Christadelphians Holland begonnen te verlaten om terug te keren naar hun geboorteland (Engeland of naar Australië), vond in België toch een kentering plaats in de wereld van Bijbelvorsers.
In de jaren ’90 vormden sommige Bijbel Studenten met exJehovah Getuigen de Vrije Christenen. In die beweging was ook de niet-trinitarische Doopsgezinde Marcus Ampe. Nog voordat hij zelf werd opgenomen in de Christadelphian gemeenschap had hij als niet-trinitarisch Baptist al anderen tot het Christadelphian geloof gebracht. Met hem predikend in Vlaams-Brabant en in Henegouwen, plus op het net, werd wederom een poging gedaan om het goede nieuws van het komende Koninkrijk te brengen.

Verwoede pogingen

Vorig jaar deed hij een poging om de verschillende Bijbel Studenten groepen bij elkaar te krijgen. Hij hoopte zo dat de verscheidene splintergroepen meer tot een uitwisseling van ideeën en vergaderingen zouden komen. Spijtig genoeg, werden zijn verzoeningspogingen tussen onderling strijdende groepen niet gewaardeerd. Een man uit het hoge noorden met zijn organisatie die nochtans het linken van hulp in haar naam heeft, hield het tegen dat door hem en zijn organisatie gedoopte Christadelphians met de Christadelphians van de Vrije Christadelphians (toen nog gewoon genaamd: Christadelphians en onder bescherming van CBM) met als basis de regio Leuven en met de Bijbelstudenten Christadelphians samen zouden kunnen komen. Broeder Marcus zijn onderneming liep faliekant uit. In plaats van de Christadelphians verenigd onder één dak te krijgen werd de kleinste groep nog meer uitgedund door onenigheid omtrent unificatie. Bepaalde mensen wensten zelf alles onder controle te hebben en konden het niet verdragen dat iemand anders in hun boeken zou kunnen mee kijken. Vooral de man van het Noorden zorgde voor de grootste struikelsteen.
Een aantal van onze medebroeders konden wij zelf niet zo ver krijgen dat zij over hun meningsverschillen heen zouden kijken. Voor onze Australische broeders, van de Australische Bijbel Studenten werden de CBM-leden niet zuiver genoeg gevonden. Volgens hen zijn de CBM leden te ver afgeweken van de originele leer van broeder Dr. John Thomas. Voor hen zou een samengaan met een groep, die (volgens hen) te los omspringt met de leer, het hele systeem verzwakken. Hierdoor kregen wij het ook moeilijk te verduren om mensen in eigen rangen er toe te bewegen over de menselijke tekortkomingen heen te kijken, en waren wij dan ook slachtoffer van een leegloop.
Bijbelvorsers, Vereniging voor Bijbelstudie, opgericht door Marcus Ampe - Bijbelvorsers (Bible Scholars), association for Bible study, founded by Marcus Ampe

Bijbelvorsers, Vereniging voor Bijbelstudie, opgericht door Marcus Ampe – Bijbelvorsers (Bible Scholars), association for Bible study, founded by Marcus Ampe

Onze uitnodiging om zich te verenigen als Broeders en zusters in Christus blijft open staan. Door al zijn tevergeefse inspanningen heeft broeder Marcus Ampe er ook genoeg van gekregen om de Vereniging voor Bijbelstudie verder te onderhouden en zal hij de website Bijbelvorsers in de nabije toekomst gaan afsluiten. Dit om zich meer te concentreren op de belangrijke opdracht die volgelingen van Jezus hebben gekregen, namelijk de verspreiding van het Goede Nieuws. Hij zal zich dan ook, met enkele doorzetters, verder het Goede Nieuws verkondigen. Broeder Marcus Ampe wil zich meer toeleggen op het prediken zelf in plaats van tijd en energie te verliezen aan het trachten mensen te verenigen, wanneer het er klaarblijkelijk geen tijd voor is om daarin te slagen.

We zijn ervan overtuigd dat ons prediking werk belangrijk is en dat zelfs als we niet zo veel mensen in België kunnen  bereiken, we toch ook hopen dat we enkelen hier kunnen bereiken, maar ook wat anderen die misschien wel ver weg van ons wonen. We hopen dat onze stem ook mag klinken in de duisternis en wat licht tot mensen zal mogen brengen die we niet kennen, maar die we hopen te ontmoeten in het Koninkrijk van God. We kijken ernaar uit om veel nieuwe gezichten, gelukkig te zien onder leiding van de Heer, niet begrensd door enkele mensen, maar gebouwd op de hoeksteen van Jezus Christus.
Hoewel we een andere aanpak in de organisatie van de diensten mogen hebben, geloven we dat we allemaal samen zouden moeten gaan voor dezelfde waarheid en voor de eenwording onder Christus, waarbij elke groep een andere naam zou kunnen hebben, maar bereid is om te worden verenigd in de geest, bereid te delen en samen te werken om positief op te bouwen, elkaar te helpen en constructief gemeenschappen onder Christus te vormen. Wij hopen dat er in de toekomst meer gegadigden kunnen gevonden worden die wel tezamen elkaar willen ondersteunen en er aan werken om nog meer mensen warm te maken om samen op weg te gaan en elkaar te helpen om door de nauwe poort het komende Koninkrijk binnen te kunnen gaan.

+

Voorgaand:

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 1

Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 2

++

Aanvullende lectuur:

  1. Welkomstwoord
  2. Staat Europa voor vrijheid van godsdienst
  3. Godsdienstvrijheid mensenrecht
  4. EU wetsvoorstel banning levensbeschouwelijke symbolen
  5. EU wil christenen het zwijgen opleggen
  6. Werk maken van Godsdienstvrijheid
  7. Christendom blijft van invloed
  8. Politiek en macht eerste prioriteit #1
  9. Wat betreft Waar Elke mens recht op heeft
  10. Marx, het Volk, Religie, Christendom en verwrongen ideeën
  11. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #1
  12. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #3
  13. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #4
  14. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5
  15. De Dag is nabij #8 Overzicht
  16. De nacht is ver gevorderd 2 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 1 Intro
  17. De nacht is ver gevorderd 20 Studie 4 Nu actueel: Financiële Crisis
  18. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  19. Een kerk naar smaak en taal
  20. De marketing van God een op maat gemaakt bedrijfsadvies
  21. Oorlog in kerkenland
  22. Manifest Gelovigen nemen het woord
  23. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  24. Fragiliteit en actie #7 Gebeurtenissen en Prioriteiten
  25. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  26. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  27. In de hand #5 Niet bang zich te geven
  28. Geloof heeft te maken met hoe je voelt
  29. Wegen die tot God leiden
  30. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus
  31. Opwekking begint in het gezin
  32. Kerklidmaatschap belangrijk of niet
  33. Kerk niet bepaald gebouw
  34. Samen komen in huizen
  35. Opbouw van een ecclesia
  36. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  37. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  38. Verkondigen
  39. Opdracht tot getuigenis
  40. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers
  41. Zoeken naar waarheid, studiemateriaal, Jehovah Getuigen, ex-Jehovah Getuigen en anderen
  42. Wie, wat & hoe Christadelphians
  43. Volharding en Bijbelstudenten
  44. Overgang 2013-2014 en Met Open Bijbel
  45. Duncan Heaster en Carelinks onverbiddelijke verhinderaars
  46. Nieuwe naam een feit
  47. Seizoen 2013-2014
  48. Op weg naar 2014-2015
  49. Een nieuw seizoen voor de deur
  50. Een terugblik op Christadelphianisme en de Broeders in Christus in België
  51. Denken aan het ontbinden van de Vereniging voor Bijbelstudie: Bijbelvorsers
  52. Bij de opheffing van de Vereniging voor Bijbelstudie
  53. Jehovah steile rots en vesting, bron van inzicht
  54. Jehovah steep rock and fortress, source of insight
  55. By the closing down of the Association for Biblestudy
  56. Dissolution of Bijbelvorsers (Bible scholars), Association for Bible study

+++

Minimaliseren van Gods Kracht de Heilige Geest

De vroege dagen van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.2.              Minimaliseren van Gods Kracht de Heilige Geest

Het “uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk tot een speciaal bezit” ( 1 Petrus 2:9 ) trachtte zich recht te houden en hun leerstellingen zuiver te bewaren. Zij verrichtten hun christelijke bediening onder heel moeilijke omstandigheden. Paulus bracht het als volgt onder woorden: „Wij worden in elk opzicht bestookt, maar toch niet zo in het nauw gedreven dat wij ons niet meer kunnen bewegen; wij zijn ten einde raad, maar niet totaal zonder uitweg; wij worden vervolgd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeworpen, maar niet vernietigd.” (2 Korintiërs 4:8, 9).

Men hoeft slechts de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen der Apostelen te lezen om te zien hoeveel enthousiasme en vreugde ervan uitging, zelfs ondanks vervolging (Handelingen 2:44-47; 4:32-34; 5:41; 6:7). Maar in de loop van tientallen jaren veranderde de situatie, en veel joodse christenen gingen het in de wedloop om het leven kennelijk wat langzamer aan doen. Een toestand van matheid en vermoeidheid, van onvervulde verwachtingen, uitgestelde hoop, bewust tekortschieten en feitelijk ongeloof kwam over de gelovigen. Zij waren christenen, maar hadden weinig waardering voor de heerlijkheid van hun roeping. Voor sommigen van hen leken Gods beloften onwerkelijk en een brug te ver.

Speyer---Cathedral---South-View---(Gentry)

4° Eeuwse bijeenkomstruimte. - Zuidzijde van de Kaiser- und Mariendoms zu Speyer. - Foto Alfred Hutter

Tijdens de eerste eeuw zag de toekomst voor de georganiseerde christelijke gemeente er donker uit. Jezus had voorzegd dat het zou zijn alsof een pas bezaaid tarweveld met onkruid bezaaid werd waardoor de tarwe vrijwel niet van het onkruid te onderscheiden was. Voor vrees dat men toevallig terwijl men de valse leraren zou verwijderen ook de normale gelovigen met hen zouden kwijt spelen. (Mattheüs 13:24-30). En zo geschiedde het ook. Tegen het einde van de eerste eeuw, toen de bejaarde apostel Johannes als de laatste belemmering tegen verdorvenheid fungeerde, bloeide de afval reeds (2 Thessalonicenzen 2:6; 1 Johannes 2:18). Niet lang na de dood van de apostelen ontstond er een afzonderlijke klasse van geestelijken, die de kudde onderdrukte en onderscheidende kledij droeg. De afval verbreidde zich als gangreen.

Van de dagen van de apostelen tot nu vindt men de wortel van de gehele opzet en heerschappij van klerikalisme. De filosofie en heterodoxie, zonder twijfel, deed er veel aan om de kerk te bederven en haar ertoe te brengen om zich bij de wereld aan te sluiten: maar de orde van de geestelijkheid en alles dat er bij behoorde moest op de godsdienst van de Joden worden gebaseerd. Het is meer dan waarschijnlijk, echter, dat velen dan kunnen overreed zijn om het christendom als een voortzetting van Judaïsme te nemen, in plaats van haar perfecte contrast te zijn. De Judaïzerende leraren bevestigden dapper dat het christendom slechts een enting op Judaïsme was. Maar door de epistels leren wij overal dat er zijn die tot het oude behoren en andere aan de nieuwe verwezenlijking behoren; dat de wet door Mozes werd gegeven, maar de gunst en de waarheid kwamen door Jezus Christus.

Ook al had Paulus de Hebreeën gewaarschuwd om op te letten dat er zich in niemand van hen ooit een goddeloos, ongelovig hart zou ontwikkelen, doordat hij zich zou terugtrekken van de levende God. Alsook bleken de andere waarschuwingen van de mede apostelen soms een maat voor niets. Sommigen die in de gemeente kwamen, begonnen hun geloofsovertuigingen in de termen van de Griekse filosofie tot uitdrukking te brengen, om datgene wat zij predikten aanvaardbaarder te maken voor de mensen van de wereld. Geleidelijk gingen heidense leerstellingen, zoals de Drie-eenheid en de inherente onsterfelijkheid van de ziel, deel uitmaken van een bezoedelde vorm van het christendom. Dit leidde tot het prijsgeven van de hoop op het Millennium.

Early-Christians-Worship-in-the-Catacombs-of-Saint-Calixtus

19° Eeuws beeld van de 1° eeuwse catacomben bijeenkomst - Catacomben van de heilige Calixtus - eind 19° eeuw

Het gevaar dat er dreigde werd meer en meer werkelijkheid en zonde en afval kwamen meer voor. Om die reden had Paulus de gemeenten er aan herinnerd steeds waakzaam te blijven en elkaar te vermanen.[1] Vanuit de gemeenschappen zelf kwamen mensen die er de voorkeur aan gaven verkeerde leerstellingen te prediken om zo volgelingen voor henzelf te verkrijgen. Op subtiele wijze schreven zij aan hun eigen meningen en leringen een zelfde of zelfs nog hogere waarde toe dan aan de Schrift. Toen de gelegenheid hiertoe zich voordeed, stelde deze afvallige kerk zich zelfs beschikbaar om de belangen van de politieke staat te dienen. (Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1, 3).[2] Om de gemeenschap te beschermen was het belangrijk om het gevoelen van eenheid hoog te houden, zoals dat ook vandaag nog steeds belangrijk is. Paulus’ uitdrukking „past op” beklemtoont de noodzaak om waakzaam te zijn (Hebreeën 3:12, 13). De vroege Christenen kregen de waarschuwing die ook vandaag nog steeds op gaat om geen gebrek aan geloof en Bijbelstudie te hebben, zodat wij in ons hart niets verkeerds zouden kunnen ontwikkelen, en wij ons zouden kunnen terugtrekken van Godin plaats van hem te naderen (Jakobus 4:8).

Toen en nu komt het er op aan dat de leden van de gemeenschap elkaar durven vertrouwen, steunen maar ook durven vermanen. Wij hebben de warmte van broederlijke omgang nodig. „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken; tegen alle praktische wijsheid zal hij losbarsten” (Spreuken 18:1). De noodzaak van een dergelijke omgang beweegt Christenen in deze tijd ertoe geregeld gemeentevergaderingen, grotere bijeenkomsten en congressen te bezoeken.

Men moest belangstelling aan kweken voor „de breedte en lengte en hoogte en diepte” van de waarheid, en aldus tot rijpheid voort gaan. (Efeziërs 3:18, Hebreeën 6:1, 2 Timotheüs 4:7)

Sommige Joden en heidenen die naar het christendom waren over gestapt bleken in gebreke te blijven hun waarnemingsvermogen te vergroten. Zij waren traag geworden in het aanvaarden van het toegenomen licht met betrekking tot de Wet en de besnijdenis (Handelingen 15:27-29; Galaten 2:11-14; 6:12, 13). Sommigen hechtten misschien nog steeds grote waarde aan traditionele praktijken zoals de wekelijkse sabbat en de plechtige jaarlijkse Yom Kippur of Verzoendag. (Kolossenzen 2:16, 17; Hebreeën 9:1-14).

In de eerste eeuw had de apostel Paulus reeds Timotheüs gewaarschuwd dat „goddeloze mensen en bedriegers” de christelijke gemeente zouden binnensluipen en velen zouden misleiden (2 Timotheüs 3:13)[3]. Deze grote afval begon na de dood van de apostelen (Handelingen 20:29, 30).

Epicurus-PergamonMuseum

Buste van Epicurus, in het Pergamon Museum, Berlijn.

Sommige christenen onderhielden misschien nauwe banden met personen die onder invloed stonden van de Griekse filosofieën, met inbegrip van die van de epicuristen. De epicuristen waren volgelingen van de Griekse filosoof Epicurus, die van 341 tot 270 v. G.T. leefde. Hij onderwees dat genot het enige of hoogste goed in het leven was. Hij onderwees daarentegen dat genot het beste te bereiken is door zich in het leven met beleid, moed, zelfbeheersing en gerechtigheid te gedragen. Hij bepleitte niet het najagen van onmiddellijk en kortstondig genot, maar van genot dat het hele leven duurt. Hierdoor kunnen de epicuristen, vergeleken met mensen die grove zonde beoefenden, deugdzaam hebben geschenen.(Vergelijk Titus 1:12). De epicuristen betrachtten bijvoorbeeld matiging in hun najagen van genot. Zij hechtten meer waarde aan lustgevoelensvan de geest dan aan lichamelijk genot.

De apostolische Vaders, zoals zij werden genoemd, zoals Clement, Polycarp, Ignatius, en Barnabas, waren oorspronkelijk de directe aanhangers van geïnspireerde. Apostelen. Zij hadden naar hun instructies geluisterd, met hen in het evangelie gewerkt en waren waarschijnlijk informeel op de hoogte van hen. Maar niettegenstaande de hoge voorrechten die zij als volgelingen van de apostelen genoten, vertrokken zij zeer spoedig van de doctrines die aan hen, vooral in verband met kerkoverheid overgebracht waren geweest. Zij schijnen volledig de grote Nieuwe waarheid van het Testament van de aanwezigheid van de Heilige Geest in de bijeenroeping vergeten te hebben – oordelend naar de Epistels die hun namen dragen. Hun ijdelheid om te beweren dat het slechts aan een bepaalde elite gegeven is om het Woord van God te kunnen begrijpen en te verklaren negeert gewoon de Kracht van God in Zijn zending van de Heilige Geest over alle mensen die wensen God te naderen.

De nieuwe leraren van de kerk schijnen ook de mooie eenvoud van de goddelijke orde in de kerk vergeten te hebben. Er waren slechts twee orden van ambtsbekleders – oudsten en diakens. De ene benoemd voor tijdelijke, de andere voor de geestelijke behoefte van de bijeengebrachte heiligen. Ouder, of bisschop, betekent eenvoudig opzichter, wie een geestelijke oplettendheid op zich neemt. Hij kan geschikt geweest zijn om te onderwijzen, maar ook niet; hij was geen verordende leraar, maar een verordend toezichter. En zoals voor de instellingen van goddelijke benoeming, vinden wij in het Nieuwe Testament slechts, doopsel en het Avondmaal van de Heer of het “Breken van het Brood”. Niets zou, in verband met alle aangevingen eenvoudiger, duidelijker, of makkelijker te begrijpen kunnen zijn dan die voor geloof en praktijk worden gegeven, maar er was geen ruimte gelaten voor de verheffing en de glorie van de mens in de kerk van God. De Heilige Geest was neer gekomen om de leiding in de vereniging of bijeenkomst te nemen, volgens het Woord van de heer, en de belofte van de Vader; en geen enkele Christen, hoe begaafd ook, dit gelovend, kon de plaats van leider nemen, en zo praktisch de Heilige Geest verplaatsen. Maar van het ogenblik dat deze waarheid uit het oog was verloren, begonnen de mensen voor plaats en macht te vechten, en natuurlijk had de Heilige Geest Zijn juiste plaats niet meer in de gemeente of congregatie.

Nauwelijks was de stem van inspiratie in de kerk stil geworden, of wij hoorden de stem van de nieuwe leraren die luid en ernstig voor de hoogste eer schreeuwden die aan de bisschop zou moeten worden betaald, en een opperste plaats die aan hem hoorde te worden gegeven. Niet een woord over de plaats van de Geest als soevereine heerser in de kerk van God. Dit is duidelijk van de Brieven of epistels van de bovengenoemde Ignatius, geschreven in 107 G.T.. Wij zijn bewust dat vele grote namen, hun authenticiteit hebben bevraagd; en dat vele grote namen naar genoegen vochten om hun echtheid bewezen te zien. Het echte geestelijk ambt is van de Heer en alleen van Hem. Dit is van wat wij zouden moeten opmerken in het licht van wat er plaats greep op de eigenlijke drempel van christendom. Enkel Christus is het ware Hoofd van de kerk. Het is een ernstig en plechtig ding voor om het even wie om zich in de eisen van Christus op de dienst van Zijn bediende te mengen. Dit te raken is de verantwoordelijkheid terzijde leggen aan Christus, en het fundamentele principe van Christelijke bediening omverwerpen.

St James' church - rood screen - geograph.org.uk - 868346

Vroegere geestelijken: Gregorius, Ambrosius, Jeromius en Augustinus - 15° eeuwse rood screen panels St James' church - Foto Evelyn Simak

Priesterschap was het onderscheidende kenmerk van de Joodse dispensatie; bediening, volgens God, is kenmerkend voor de Christelijke periode. Vandaar de uiterste mislukking van de bewerende kerk, toen het tot doel had om Judaïsme op zo vele manieren, zowel in zijn priesterschap als zijn ritualisme te imiteren. Als een priesterlijke orde, met riten en ceremonies, nog noodzakelijk is, wordt de doeltreffendheid van het werk van Christus in vraag gesteld. In feite, doch niet in woorden, slaat het bij de wortel van christendom. Maar alles wordt geregeld door het woord van God. [4]  „Maar deze mens, nadat hij één enkel offer voor zonden had aangeboden, voor altijd is gaan zitten bij de rechterhand van God; nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten. Want door een offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. Dit getuigt ons ook de heilige geest. Waar de zonden vergeven en vergeten zijn, is geen zoenoffermeer nodig. We hebben nu ‘die grote priester die over het huis van God is aangesteld.’” (zie Heb. 10: 1-25)

Het geestelijk ambt is dus een onderwerp van de hoogste waardigheid en van het hoogste belang. Het getuigt aan het werk, de overwinning, en de glorie van Jezus, dat verlorenen kunnen worden gered. Het is de activiteit van de uitgaande liefde van de God aan een vreemde en geruïneerde wereld, en aan ernstig smekende zielen om met hem te worden verzoend. [5]  „God was in Christus, de wereld verzoenend in overeenstemming brengend tot zichzelf. Hij telde de fouten van de mensen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Zo zijn wij dan gezanten van Christus alsof God u door ons zou oproepen. (2 Korinthiërs 5:19-21)

Helaas vond de kerk spoedig dat om bediening te belemmeren, zoals het vóór ons in het woord van God wordt geplaatst, en een nieuwe orde van dingen te introduceren, dit geen belemmering gaf om afdelingen, afwijkingen en dwaalleren, en valse leraren deed ontstaan. Van die tijd – het begin van de tweede eeuw, en er vóór – werd de kerk zeer gestoord door dwaalleren; en aangezien de tijd verderging, groeiden de dingen nooit beter, maar altijd slechter. [6]


[1] “ Zorgt ervoor, broeders, dat onder u niemand zo’n slechte en trouweloze gezindheid heeft, die leidt tot afval van de levende God.  Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang dat ‘heden’ duurt, zodat niemand zich door de zonde tot zulk een halsstarrigheid laat verleiden.” (Hebreeën 3:12-13 WV78)

[2] “ Toch zijn er onder het volk ook valse profeten geweest. En zo zullen er onder u valse leraars komen, die heimelijk verderfelijke ketterijen invoeren. Zij zullen zich niet ontzien tot hun eigen schielijke ondergang de Heerser te verloochenen die hen heeft vrijgekocht.” (2 Petrus 2:1 WV78)

“ In hun hebzucht zullen zij u met verzonnen verhalen geld uit de zak kloppen. Maar hun vonnis is al lang geveld, hun ondergang zal niet op zich laten wachten.” (2 Petrus 2:3 WV78)

[3] “ Trouwens, allen die godvruchtig willen leven in de Messias Christus Jezus Yashua, zullen lijden onder vervolging, terwijl mensen met het kwaad in zich, deugnieten, charlatans en verleiders van kwaad tot erger zullen komen, anderen misleidend en zichzelf.” (2 Timotheüs 3:12-13)

[4] Miller’s Church History

[5] Miller’s Church History

[6] Miller’s Church History

+

Engelse versie: Please do find an English version in: Minimizing the power of God’s Force the Holy Spirit

++

Aansluitende artikelen:

  1. De Bijbel onze Gids #1 Fundament in de Schrift
  2. Judaisme & Katholicisme Universele ‘kerken’
  3. Over de stelling van Luther en de Heilige Geest: 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #2:6-1395 stellingen Wittenberg Maarten Luther #3:14-2595 stellingen Wittenberg Maarten Luther #6:42-5295 stellingen Wittenberg Maarten Luther #8:64-75 +   95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #9:76-7995 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #3 Betreft Jezus C95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #10: 80-85 + 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader + 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #2 De Geest
  4. Over de Godheid Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam” + God of een god + God is geen mens + God versus goden
  5. Over de positie van Jezus Christus en zijn goddelijkheid: Bedenkingen Verwarring tussen Jezus en God + Wie zijt Gij, Here?Niet goddelijkheid van Christus toch + Met wie kan je hem vergelijken + Hoe kijken trinitariërs op tegen het gelijk christus worden + Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid + Hij die zit aan de Rechterhand van Zijn Vader
  6. Doctrine van de Drievuldigheid
  7. Heidense invloeden op het trinitarisme
  8. Calvijn worstelde ook met de drie-eenheidsleer
  9. Christenen
  10. In elkaar zijn
  11. De Bijbel onze Gids #9God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  12. De Bijbel onze Gids #13 Het Christelijk Leven
  13. Joodse interpretatie van Zoon van God
  14. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  15. Christus verwekt door de Kracht van de Heilige Geest
  16. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  17. Verlichting door Gods Geest
  18. Bedenkingen Denominaties
  19. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  20. Bedenkingen Leegloop der kerken
  21. Kerkgroei en samengaan
  22. Openbare Samenkomsten
  23. Volharden in het Avondmaal regelmatig vieren
  24. Breken van het brood
  25. Eucharistie
  26. Communie en dag des Heren
  27. On-Bijbelse instituut van de kerk
  28. Intenties van de ecclesia
  29. Een samenkomst of meeting
  30. Maken van een kerk
  31. Al of niet toegeven aan de wereld
  32. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  33. Parochie
  34. Keerpunt in de Kerk
  35. De voordelen van een kleine gemeenschap of een huiskerk
  36. Zichtbaar houden van oudste kerken
  37. Het niet goed gaan in de Kerk
  38. Kerk geen afhaal Chinees
  39. Een kerk verlaten om lid te worden van een ander
  40. Helft Amerikanen verandert wel van geloofstraditie
  41. Ontkerkten terug naar de Kerk brengen
  42. Tijdperk van het christendom voorbij volgens Mike Love
  43. Dementia in de Kerk
  44. Vlaamse kerk met uitsterven bedreigd
  45. Waarom kerken soms doodgaan
  46. Christenen in België
  47. Voorgangers Engeland debet aan secularisatie
  48. De Kerk als realiteitsspel
  49. Focussen op Christus
  50. Verenigen
  51. Kerk dak boven evangelie
  52. Waarom lopen kerken leeg?
  53. Verlangen naar vernieuwing in de kerk
  54. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  55. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

+

Engelstalige artikelen: English realted articles:

Please do find more on Judaism and Christianity:

  1. Seeing the world through the lens of his own experience
  2. Judaism & Catholicism Universal ‘churches’

+

Please do find articles on Jesus as the Cornerstone of the community:

  1. Video: Who was Jesus?
  2. Who is Jesus #2 Jesus Christ, man who died
  3. Who is Jesus #4 Clear statements that our heavenly Father is his “God”
  4. Who is Jesus #6 Jesus prays to God
  5. Who is Jesus #8 Father greater than Jesus
  6. Who is Jesus #9 100% or not
  7. Who is Jesus #12 Conclusion
  8. Da Vinci Code: Was Jesus Human or Divine?
  9. Jesus son of God
  10. Christian thought: acknowledge that Jesus is the Son of God
  11. Jesus Christ the same yesterday, today and forever
  12. Christ begotten through the power of the Holy Spirit
  13. The Victor
  14. How is it that Christ pleased God so perfectly?
  15. The builder of the Kingdom
  16. Can we not do what Jesus did?
  17. The increasing rejection of the teaching of Christ
  18. For those who have not the rudiments of an historical sense

+

Other articles of interest:

  1. How did the Trinity Doctrine Develop
  2. Historical Development of Trinity
  3. How the Doctrine of the Trinity came to the Church
  4. Trinity function
  5. Trinity versus Tritheism
  6. Why the trinity was accepted in Europe
  7. The Pagan Influence of The catholic church ……The Pagan Trinity, and Saint B
  8. Summary on trinity
  9. Holy Sabbath
  10. A man with an outstanding personality
  11. Misleading Pictures
  12. A small company of Jesus’ footstep follower
  13. Quit griping about your church
  14. Rebirth and belonging to a church
  15. An ecclesia in your neighborhood
  16. Making church
  17. Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  18. Intentions of an Ecclesia
  19. He has given us the Pneuma, the force, from Him
  20. The radiance of God’s glory and the counsellor
  21. Millions of Christians leaving conventional churches to meet in homes
  22. Working for God
  23. Efeziërs 2:21-22 Church no longer holds a central place in many Christian lives
  24. Prefering to be a Christian

Samen komen in huizen

Bijbelstudie kan in de kleine huiskring gebeuren

Ten tijde van Christus kwam de Heer samen met zijn trouwste volgelingen in hun huizen en met de voetbende op de heuvels en in de open natuur.

Na Christus dood gingen de apostelen van het ene naar het andere dorp en kwamen zij in private huizen lezingen geven. Het was in de woningen van vrienden en kennissen dat de Christenen samen kwamen om dienst te houden. Meer dan alleen kleine Woordstudiegroepen, leverden de kleine ecclesiae een netwerk van doorgaande contacten, verhoudingen en groeiende Christenen.

Vandaag is het niet meer dan toen, maar nog wel belangrijker. De nood is veel hoger geworden. Het einde der tijden is dichter bij gekomen en nu zijn de mensen nog meer vervreemd geraakt van God dan in de eerste eeuwen van deze nieuwe tijdregeling. Men moet geen groot kerkgebouw hebben om samen te komen. Een eenvoudig huis, appartement of zelfs in openbare plaatsen als snackbars kan men samen komen.

English: The Geneva Bible (1560): God's name I...

Gods Naam in The Geneva Bible (1560): God's name Iehouah (in older Latin transcription form), that is/dat is Jehovah

Als geïnteresseerden in Gods Woord en hoe wij het best God kunnen dienen, verlangen wij er naar om zo veel mogelijk inzicht te verkrijgen. Hiervoor willen wij ons inzetten. Meerdere Bijbelstudenten zijn ons voorgegaan. De ernstige Bijbelstudenten trachten zoveel mogelijk van Jehovah God te weten te komen. Door zich te verdiepen in de Heilige Geschriften trachten ze zo ook de relatie tussen God Jehovah/Yahweh en Jezus/Yeshua/Yashua beter te leren kennen. zij willen alle vergissingen uitsluiten en zich ontdoen van elke verkeerde leerstelling. Het is doeltreffender in gemeenschap het leerproces te volbrengen. Zo kan iedereen elkaar helpen om de Bijbel beter te begrijpen en al de kruisreferenties op te merken. Hierbij kunnen zij ook letten op de zuiverheid, zodat niemand zich vergaapt aan mensenregels of door mensen gepropageerde stelregels. Als navolgers van Christus, willen wij ons houden aan het Woord van God en schunnen wij valse leerstellingen.

Wij durven terug kijken op de handelingen en uitspraken van de apostelen die de mensen rondom hen waarschuwden voor de valse leraars. De apostelen toonden ons welke houding wij hoorden aan te nemen en hoe wij elkaar konden helpen om samen onze gemeenschap zuiver te houden. In Jezus tijd waren zij steeds op weg met hun leermeester die elke gelegenheid waar nam om te prediken. Of het nu in een gemeente, een stad, een tempel, open plein, een tuin of een park was, Jezus sprak zijn toehoorders overal toe waar zij de mogelijkheid zagen om te verzamelen of samen te komen. Na zijn dood waren de apostelen eerst bang om zich in het openbaar te komen, maar zij lieten niet na om nog steeds in elkaars huizen samen te komen. Naar de traditie van de medeburgers die ook vergaderingen belegden om allerlei dingen te bespreken, vormden de volgelingen van Christus ook bijeenkomsten. Gebruikelijk werden deze vergaderingen of bijeenkomsten ecclesia genoemd. Deze bijeenkomsten konden, na de herwinning van hun durf, terug in de synagogen of aan de tempels plaats grijpen, maar er werd ook gretig gebruik gemaakt van de vriendelijke burgers die sympathie vertoonden met de leer van Christus Jezus en hun huis open stelden om meerdere mensen te kunnen opvangen. Met de tijd groeiden uit die bijeenkomsten in private huizen ook vaste groepen die zich verenigd voelden in die huisgemeenschap.

Zoals de kerk van de eerste Christenen groeide vanuit de huisgemeenschappen willen ook wij graag de kerk terug levendig zien worden in die kleine gemeenschapsvormen. Het gezin in de eerste plaats is het sleutelmoment voor het geloofsleven. Daarnaast staat de vrienden en kennissenkring. Voor Christus was de omgeving, de naaste zeer belangrijk, en in de kleine gemeenschap hoort ook alles te draaien rond die gemeenschap van gelijk zoekenden of gelijkdenkenden. Het is trouwens in die verbondenheid met het aanvaarden van Christus als hun Beloofde Redder of Messias, dat zij zich als Broeders en Zusters in Christus verenigt voelen als één gemeenschap. Verhalen vertellen, lachen, samen dingen doen maken deel uit van dat verenigingsleven of ecclesia werk. Veel meer is mogelijk dan de afstandelijkheid die een ‘grote’ kerk met zich mee brengt.

In de kleine kring vormen de mensen een inniger band met elkaar. Als zij samen de Bijbel bestuderen geeft dit ook al een inniger gevoelen van samen zijn en samen durven onderzoeken. Het gevoelen van samen onderweg zijn is belangrijk voor heel de gemeenschap. Elke bijeenkomst kan totaal verschillend verlopen terwijl er toch enkele typische zelfde elementen in voorkomen, waarvan het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn de voornaamste symbolische tekenen zijn van de verbondenheid met Christus. In die unieke Gift van de timmermanszoon kunnen alle beroepen, alle rassen, alle culturen zich één voelen en gelijkwaardig naast een verdelende buitenwereld. Zij kunnen zich afzonderen van de tradities en gebruiken van die commerciële wereld en in alle eenvoud elkaars genegenheid betonen.

Het groeiproces zal veel makkelijker verlopen in de kleine gemeenschap dan in een grote kerk. In vele kerkgemeenschappen kan men meestal ook slechts een verdeling waarnemen van de actieve geestelijke groep en de passieve leken. Daar ziet men soms dat enkel de dienstondersteunende mensen de publieke gaven van leiderschap en lering bevestigd krijgen en kunnen bevorderen. In de standaard kerken zijn er grenzen gekomen tussen de uitvoerende actieven en de passieve gelovigen. In de traditionele kerken zijn rangordes gaan ontstaan die niet volgens de gebruiken van de eerste Christenen waren en niet volgens de leer van Jezus, die op de gelijkheid van elke mens wees.

In de huiskerken, krijgt men familiale groepen waarin elke persoon zich met de gemeenschap verbonden kan voelen, maar eveneens taken kan opnemen. Van elke persoon wordt er verwacht dat zij rechtstreeks uit de Heilige Schrift leren en hun inzichten durven delen met de anderen. Het gezamenlijk lezen en overleggen met het Woord van God als Leidraad kan iedereen rechtstreeks beïnvloeden en wijsheid geven.

Wel is het zo dat men ver weg van Christus of van God kan zijn, terwijl in de kleine groep men Christus zeer nabij kan voelen. In de kleine ecclesia kan men God niet op een veilige afstand zetten. Bezoekers in de huiskerk hoeven zich niet dadelijk verplicht te voelen tot iets, maar men kan merken dat de vorm van kerk viering er makkelijker toe leidt om iedereen betrokken te maken met de eredienst.

Aan Christus Boodschap kan men niet voorbij gaan en meer dan in de grote kerkgebouwen kan men er bewust van worden dat men de Goede Boodschap ook verder moet dragen dan de muren van het kleine huis.

God wil dat de Boodschap van het Koninkrijk van God zich over heel de wereld verspreidt. Wij kunnen daar allen samen aan mee werken door te groeperen en elkaar te versterken. Door samen te komen en tijd met elkaar te delen rond het Woord van God kunnen wij er samen aan werken om ons doel te bereiken.

Om elkaar te laten vermenigvuldigen en verder leerlingen te maken kunnen wij beginnen in onze eigen kleine kring en van daaruit het laten groeien zodat er meer navolgers van Christus kunnen komen.

Indien jij echt van het Woord van God houdt en de Ene Ware God wil gehoorzamen, dan wordt het tijd dat je erkent wie Jezus is en welke opdrachten hij ons gegeven heeft. Wij moeten namelijk slecht één God aanbidden en geen afgoden verheerlijken of bidden voor beelden.

Laten wij Paulus raad opvolgen: “en laten wij elkaar gadeslaan om te prikkelen tot liefde en goede werken, en ons eigen samenkomen niet nalaten, zoals voor sommigen gewoonte is, maar ertoe aanmoedigen, en dat zoveel te meer naarmate ge de Dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:24-25 NB)

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Afstandelijken, donatisten en arianen.

Doopsel.

In de periode van de joodse diaspora na de Babylonische ballingschap (586-538 v. Chr.) kwam het meer voor dat heidenen over wensten te gaan naar het jodendom. Om Jodengenoot of proseliet te worden was een reinigingsbad noodzakelijk: de zogenaamde proselietendoop. Heidenen die naar de synagoge kwamen werden in geval van bekering door de rabbi’s nauwkeurig onderzocht op hun motieven, waarna men door besnijdenis én doop (en zo mogelijk een offer) tot het joodse geloofoverging.

Johannes de Doper

Voor Jezus’ tijd doopte zijn neef Johannes de Doper volwassen mensen in de rivier de Jordaan in de provincie Judea in Palestina. De profeet zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabeth riep de Joden op deugdzaam te leven. De mensen moesten tegenover elkaar gerechtigheid betrachten, en eerbied tegenover God. Pas als zij die dingen konden doen konden zij klaar zijn om gedoopt te worden. Het volledig onderdompelen in het water moest dan een teken van witwassing zijn tegenover God en de mensheid. Enkel en alleen als men voldeed aan die vooropgestelde voorwaarden en men zich volledig aan God wilde geven kon men over gaan tot een doop die welgevallig zou zijn in de ogen van God. De doop diende niet tot vrijstelling van zonden, maar was een manier om het lichaam ritueel te reinigen nadat ze daaraan voorafgaande hun ziel al gereinigd hadden door te leven in gerechtigheid.Duidelijk ging het hier niet om kinderen of om mensen die niet goed bij hun zinnen waren. Volledig besef was nodig om een keuze te maken. Trouwens werd ook het zondigen aanschouwd als een tegen God verkeerd gaan of handelen tegen de Wil van God. Een kind zonder voldoende besef en zonder kennis van de Wil van God of de Mozaïsche Wetten kon hier dan ook niet tegen zondigen.

Ook Jezus, die zichzelf op dertigjarige leeftijd liet dopen, gaf opdracht aan zijn apostelen om de wijde wereld in te gaan, Gods Naam  en het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God te verkondigen, en dan over te gaan tot het dopen van diegenen die het evangelie wilden geloven. Zo gingen de apostelen over tot de voortzetting van het dopen van volwassen mensen waarbij meestal gebruik werd gemaakt van de voorhanden zijnde wateren, de rivieren en meren of binnenzeeën.

Toen de eerste eeuw van onze Gewone Tijdrekening naar zijn einde ging waren er al afwijkingen van de leer van Christus.  Het verlangen en neiging om christendom naar Judaïsme te enten vanwege de bekeerde Joden en het onvermogen van de Niet-joden om de fundamentele principes van christendom helemaal te begrijpen leidde tot corruptie in de kerk. Gewoon aan de idee dat buitenwaartse ceremonies en offers de vereisten van hun Opperste Heerser moesten voldoen, probeerden de Joden de leerstellingen van Christus en de apostels met de ideeën van hun voormalige eredienst te harmoniseren. Men had verscheidene Joodse leerstellingen die ook reeds afgedwaald waren van het geloof van Abraham en waar men een substitutie van formalisme voor geestelijkheid had, toewijding naar de uiterlijke vorm van godsdienst die de plaats van levend geloof had ingenomen. Daarnaast was er de vermenging met de heidenen die ook hun eigen riten bleven liefhebben. Het is gemakkelijk begrepen hoe deze neigingen tot een corruptie van doctrine en gemeenschap leidden; hoe die de eenvoud van de Nieuwe Testamentkerkorganisatie, met zijn absoluut tekort van riten en ceremonies, de vraag van ritualisten en formalisten in de kerken niet tegemoet kon komen.

Verscheidene heidense volkeren voerden bij de geboorte van een kind rituelen uit om de boze geesten op afstand te houden of om het kind een gezonde toekomst te bezorgen. Zo werden kinderen met kruidenwater besprenkelt in de gedachte dat de boze geesten hen dan niet mee zouden voeren naar het slechte godenrijk of de onderwereld. Andere heidense groepen wasten de babies in kruidenwater met de bedoeling dat de kinderen de sappen en krachten van de kruiden in zich zouden opnemen en om hun lichaam te sterken en voor te bereiden op het zware dagelijkse leven.

Na de eerste eeuw waren er zogenaamde ‘christelijke priesters’ die de onderdompeling van volwassenen niet zo spectaculair vonden als de rituele handelingen van hun heidense collegae die meer aanhang hadden. In plaats van het kruidenwater creëerden zij het ‘heilig water’. In de beginjaren was het eerst enkel heilig water om te dopen maar dan werd het wijwater ook gebruikt om allerlei riten uitte voeren, zoals kruistekens maken, bezweringen en genezingen te doen. Het wijwater werd aanschouwd als één van de sacramentalia welke verder in de canones 1166 tot en met 1172 van het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 en artikels 1667 tot en met 1679 van de Catechismus van de Katholieke Kerk werden behandeld.

Mars, Mars pater, Marspiter, Maspiter, Mavors, Mamers, Marmar of Mamerd, zoon van Juno (de koningin der Goden) en een magische bloem (of Jupiter (vader der Goden) ws de meest vereerde god van het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk omdat zijn zonen (Romulus en Remus) gezien worden als de stichters van Rome. Oorspronkelijk was hij de Romeinse god van de vruchtbaarheid en beschermer van het vee, maar smolt later samen met de Griekse god Ares en werd toen vooral geassocieerd met de strijd en werd ook de god van de dood en oorlog. Ter ere van hem werden tempels en badplaatsen opgericht.  Doorheen de geschiedenis ontstonden er driegoden systemen zoals bij de de Grieken, Kelten, Indo-Iraniërs, Baltische volkeren, Germanen en Slavische volkeren. Zo had men in het Romeinse Rijk de oud-Romeinse trias Jupiter-Mars-Quirinus en de Umbrische trias Jupiter-Mars-Vofionus. De Indo-Europese trias vertegenwoordigde de drie maatschappelijke lagen van de Indo-Europese maatschappij: heersende klasse (hemelgod, hier Jupiter), krijgersklasse (oorlogsgod die zich meestal op aarde manifesteert, hier Mars) en boerenklasse (vruchtbaarheidsgod die zich meestal onder de grond manifesteert, hier Quirinus). Deze indeling in een trias treft men aan in vele Indo-Europese culturen. De oude trias zou in de Etruskisch periode (eind 6e eeuw v.Chr. vervangen worden de Capitolijns-Etruskische trias Jupiter-Juno-Minerva (naar analogie met de Etruskische trias Tinia-Uni-Menrva).

Romeinse krijgers voor dat zij ten strijde gingen, wilden hun lichaam ook hiervoor eerst reinigen en de gunsten van de drie goden afsmeken. Zij gingen daarvoor dan ook naar die tempel om te baden en te bidden om zo hun god van oorlog met hen te hebben en vol kracht te zijn. Het besprenkelen van kinderen met heilig water zou de krachten van de goden van vruchtbaarheid, kracht en oorlog over hen brengen.
Ook bij de Joden en andere volkeren kon men in de oudheid reeds verscheidene vormen van ritueel wassen vinden, dus voor de volken in het Midden Oosten was het niets nieuws. In het Oude Testament waren bepaalde rituele wassingen voorgeschreven. Ze speelden vooral een rol in het kader van de dienst in de tabernakel en in de tempel. Als Jood kende Jezus deze handelingen zeer goed en wist hij de betekenis er van. Toen hij de apostelen uitzond om nu ook doopsels uit te voeren ging het niet over een ander ritueel dan bij het Joodse gebruik.

Onder de valse leermeesters in het Christendom was het een dankbaar element om over te nemen en zo toch populair te zijn omdat zij de kinderen van hun volgelingen ook die zekerheden van het leven konden aanbieden. Zij verkochten hun waar onder het mom dat als de kinderen niet door hen gedoopt zouden worden zij zouden branden in de hel, een doemplaats waar er voor eeuwig foltering zou zijn. Ongedoopte kinderen zouden nooit een kans krijgen om later met hun ouders verenigd te worden in het eeuwig leven. Mits een eeuwig leven hier op aarde te simpel leek en niet op kon tornen tegen de vele rijken van de afgoden, vond het beeld van zeven hemelen meer gading.

Firenze Battistero San Giovanni 1059-1128

De plaatsen waar de kinderen moesten gedoopt worden gaf men graag de vorm van de Mars tempels. Zo  dachten in de 15e eeuw de Florentijnen dat hun Baptisterium, dat vergelijkingen oproept met dat van het Pantheon in Rome, ooit een Romeinse tempel, gewijd aan de god Mars was geweest.

Achtvormige doopvont

De doopvont of kort Vont (Latijn fons voor bron) is een waterbekken, vaak achtkantig, verwijzend naar de achtste dag, duidend naar de nieuwe schepping, als de achtste dag waarop de besnijdenis van Jezus Christus plaatsvond, gemaakt van hout, (natuur)steen of (edel) metaal, ontworpen om de baby’s te dopen.

In de 3° & 4° eeuw kwam de controverse rond het doopsel meer op de voorgrond. Het neoplatonisme won meer veld en filosofische gedachten infiltreerden het christelijk geloof. De Ierse (of Britse) monnik Pelagius die nog aan nam dat de zondige mens in staat is de eerste en fundamentele stappen op de weg naar de verlossing te zetten, zonder de hulp van de goddelijke genade kwam in conflict met Augustinus. Volgens Pelagius heeft een mens, althans in theorie, nog steeds de mogelijkheid om zondeloos te blijven. Pasgeboren kinderen dragen de zonde niet in zich en zouden volgens Pelagius nog steeds de Adamitische toestand kunnen behouden indien tijdens hun opgroei zich voldoende zouden kunnen bewapenen of verzetten tegen inkomende verkeerde gedachten. Zoals Jezus als klein kind zuiver was, maar toch de mogelijkheid had om verkeerd te gaan, heeft deze wel getoond en bewezen dat wij mensen vrij zouden kunnen blijven van zonde indien onze geest sterk genoeg was.

Catharijneconvent - Doopvont

Image by Pachango via Flickr

In de 11° en 12° eeuw uitten de Petrobrusians, volgelingen van Peter van Bruys,  zich tegen de meer gangbaar geworden kinderdoop.

Peter van Bruys liet de leerstellige autoriteit van de Gospels in hun letterlijke interpretatie toe; de andere Nieuwe Testament geschriften beschouwde hij vermoedelijk waardeloos, zo van twijfelachtige apostolische oorsprong. Naar de Nieuwe Testamentepistels wees hij enkel een ondergeschikte plaats toe omdat zij niet van Jezus Christus zelf kwamen. Hij keurde de autoriteit van de Kerkvaders af. Zijn verachting voor de Kerk werd overgebracht naar de leken tot wie hij ook tot lichamelijk geweld tegen priesters en monniken opriep. In zijn lering werd doop beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor redding, maar het was doop die door persoonlijk geloof werd voorafgegaan, zodat zijn toepassing naar zuigelingen, dat meer en meer in voege was gekomen, als  waardeloos werd beschouwd.

De doopvonten die in de speciale opgerichte gebouwen werden gevonden werden als verwerpelijk aanschouwd.
Zoals de Kerk niet in muren bestaat, maar in de gemeenschap van het trouwe volk, zouden kerkgebouwen moeten vernietigd worden, want Peter van Bruys liet de mensen weten dat zij naar God kunnen bidden in een schuur evenals in een kerk. Een gewone tafel kon overal dienst doen als de tafel waar rond de gelovigen vergaderden. Er moest niet een speciaal altaar voorzien zijn. Geen goede werken van de levenden kunnen tot het profijt van de doden komen. Kruisen, als het instrument van de dood van Christus, kunnen zeker geen verering verdienen; daarom waren zij voor de Petrobrusians voorwerpen van schending en werden zij in vreugdevuren vernietigd.

Bernardus van Clairvaux bekeert Willem van Aquitanië

Bernard van Clairvaux of Bernardus zou er verder voor zorgen dat er een omvorming van het sacramenteel rituele christendom van de Vroege Middeleeuwen naar een nieuw, meer persoonlijk beleefd geloof zou komen, met het leven van Christus als een rolmodel en met een nieuw accent op de Maagd Maria. In tegenstelling tot de rationele benadering om het goddelijke te begrijpen dat de scholastici voorstonden, predikte Bernard een onmiddellijk geloof, waarin de bemiddelaar de maagd Maria was. Volgelingen van hem en zijn leerling Henri van Lausanne werden bekend als de Henricianen zouden zich ook heftig tegen de kinderdoop verzetten zoals de Waldensen, Albigezen en Bohemiaanse Broeders.

Pierre Abelard

Later zou Pierre Abélard, gelatiniseerd Petrus Abaelardus (10791142) de middeleeuwse Franse theoloog en filosoof, die ook gerekend wordt tot de scholastici en een grote reputatie te Parijs had, de Drie-eenheidsleer en de doopgedachte nog verder ter discussie brengen. Zijn ideeën van niet-trinitarisme, riteloosheid en een geloof, waar begrip op de voorgrond trad, waren natuurlijk in tegenspraak met de oplegging van allerlei dogma‘s in de Kerk. Doordat er nog geen universiteiten waren en de opleidingsscholen onafhankelijk waren kon Abaelardus vrij zijn gedachten uitten. Maar het was  Bernard van Clairvaux die zich hevig tegen Abaelardus zou verzetten. Volgens Bernard zou de onafhankelijke lering leiden tot de verheerlijking van de menselijke rede en het rationalisme, vooral als men aannam dat een zonde alleen een zonde zou zijn als die uit vrije wil werd gepleegd en dus tegen het eigen geweten inging. Abaelardus wees daarmee als eerste op het belang van de intentie van een daad, een aspect dat een grote rol is gaan spelen in de latere middeleeuwse theologie over schuld en boete. De leer van Abaelardus was in strijd met de heersende kerkelijke ideeën. Pierre Abélard diens verhandeling over de Drie-eenheid werd in 1121 veroordeeld, omdat het teveel met behulp van de ratio de basisbeginselen van het christelijk geloof probeerde te benaderen. Abélard werd gedwongen zijn eigen boek tijdens een boekverbranding in het vuur te gooien. In 1139 bepleitte hij opnieuw denkbeelden die in tegenspraak waren met die van Rome. Bernard van Clairvaux, hiervan op de hoogte gesteld door William van St.-Thierry, sprak Abélard hier streng op aan. Toen deze hem vervolgens op beledigende wijze van repliek diende, kaartte Bernard deze zaak bij de paus aan, die vervolgens in 1141 in Sens een concilie belegde om deze zaak uit de wereld te helpen. Tijdens dit concilie vroeg Abélard om een openbaar debat met zijn tegenstander. Bernard bepleitte de zaak van Rome echter met een zo uitmuntende helderheid en met zulk een logische kracht, dat zijn opposant ervan afzag hem van repliek te dienen. Abélard werd veroordeeld en werd gedwongen zich uit het openbare leven terug te trekken. De paus bevestigde deze uitspraak van het concilie van Sens. Abélard legde zich hier zonder verzet bij neer. Hij vestigde zich onder abt Petrus Venerabilis als monnik in Cluny, waar hij twee jaar later stierf.
Diezelfde Bernard zou ook achter  Henri van Lausanne gaan, een voormalige Cluniacenzer monnik die de leer van de petrobrusianen ook had aangenomen en deze leer in een gewijzigde vorm na de dood van Peter van Bruys verder verspreid. Henri van Lausanne’s volgelingen werden bekend als de henricianen. In juni 1145 reisde Bernard op uitnodiging van kardinaal Alberic van Ostia door Zuid-Frankrijk waar hij met zijn preken, geholpen door zijn ascetische uiterlijk en eenvoudige kledij, deze  nieuwe geloofsgroeperingen tot de ondergang veroordeelde . Zowel de Henriciaanse als Petrobrusiaanse geloofsrichtingen begonnen reeds aan het einde van het jaar 1145 uit te sterven. Kort daarna werd Henri van Lausanne gearresteerd. Zijn zaak werd voor de bisschop van Toulouse gebracht en zeer waarschijnlijk werd Henri tot levenslang veroordeeld. In een brief aan de inwoners van Toulouse uit het einde van 1146, roept Bernard hen op de laatste overblijfselen van de ketterij van Henri te verdelgen. Hij predikte ook tegen de Katharen.

Ook bleven vele Christelijke broeders het goed en kwaad in de mens bekijken als iets van uit hem zelf. Het overgieten van water over het hoofd ging niets aan een zaligmaking of verdoemenis verhelpen. Volgens diegenen die het Woord van God goed bestudeerden kon men er duidelijk in vinden dat er geen geesten of goden waren die aanspraak konden maken op het leven van een kind of van een mens. Boze geesten konden het kind niet toeeigenen en God, die een God van liefde is, zou Zijn pasgeborenen geen onrecht laten aandoen door vreemde wezens die in de fantasieën van de mens bestonden.

De Albigensen verkregen hun naam aan de Zuid Franse stad Albi maar was hoofdzakelijk gebruikt voor de Katharen en navolgers van het Neo-Machineïsme.

***

Lees meer over Petrobrusians in de Katholieke Encyclopedie: The Catholic Encyclopedia. Vol. 11. New York: Robert Appleton Company, 1911. 31 May 2011.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #7 Afstandelijken, donatisten en arianen

Uit het vorige artikel (Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. – Constantijn de Grote) kon u opmaken dat doorheen de jaren de leerlingen van Jezus en hun opvolgers meer en meer geconfronteerd werden met tegensprekende gedachten. Reeds in de eerste eeuw hadden de apostelen gewaarschuwd voor valse leraren, valse religie en valse profeten. Maar de wereld verkneukeld zich graag in gewoonten en houdt graag vast aan gebruiken, traditionele feesten en ziet zich niet graag in afzondering leven of als buitenbeentje beschouwd worden. Het willen behoren tot de gemeenschap werd als belangrijker aanschouwd dan het trouw blijven aan een juiste leer.

De Griekse wijsgerig-wetenschappelijke denk- of redeneermethodes én de Grieks-wijsgerige denkbeelden slopen de theologie binnen waarbij men ook naar wetenschappelijke theorieën en wijsgerige denkpatronen zocht. Met behulp van wetenschappelijke analyses probeerde men  inzicht te krijgen in het ‘wezen’ van God, en vervolgens ook in andere ‘geloofsdogma’s’ die werden ‘opgehoest’. ‘Christelijke theologieën’ werden tegenover heidense ‘theologieën’ (filosofische theorieën over wat of wie ‘god’ is) geplaatst (aldus bijv. Tertullianus).

Diegenen die als ware navolgers van Christus Jezus de Joodse geschriften ter hand bleven nemen werden meer in het verdomhoekje gedreven. Zij de de Heilige Geschriften of het Woord van God verder blijven bestuderen werd het moeilijker gemaakt. Diegenen die verkozen om hun macht te versterken kozen er voor om de anderen zo onwetend mogelijk te houden en trachtten er voor te zorgen dat de mensen onder hen niet te veel in de oudere Geschriften lazen. De Bijbel werd minder en minder als werkinstrument gebruikt zodat de mensen van de inhoud ervan vervreemden.

Diegenen die de Bijbel als ‘Hét Boek der boeken‘ verder wilden bestuderen geraakten in de minderheid en hadden veel moeite om stand te kunnen houden tegenover al de andere predikers die met meer populairdere gedachten de mensen wisten te bekoren. Hoe minder de mensen van het Woord van God kenden hoe meer konden ‘theologen‘ de mensen dingen voor leggen welke on-Schriftuurlijk waren maar waarbij de Kerk haar macht over de mensheid kon verhogen.

***

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Afstandelijken, donatisten en arianen.

Niet iedereen wou deel uit maken van de wereld en toegeven aan de machtshebbers. Door heen de tijden bleven bepaalde Christenen zich afzijdig houden van de door mensen bijgevoegde zo gezegde geloofspunten.

Arius (AD ca. 250 or 256 - 336) was a Christia...

Arius

Ook op het concilie van Nicea, soms ook het eerste oecumene concilie genaamd, werden tegenstrijdige opvattingen hardop geuit en ging het er niet steeds kalm aan toe. Eén opvatting, vertegenwoordigd door Arius, leerde dat de Zoon qua tijd een eindig begin had en daarom niet aan God gelijk, maar in alle opzichten ondergeschikt was. Athanasius daarentegen geloofde dat de Zoon in een bepaald opzicht aan God gelijk was. En er waren andere opvattingen.

Betreffende de beslissing van het concilie om de Zoon te beschouwen als van hetzelfde wezen (wezenseen) met God, zegt Martin Marty: „Nicea vertegenwoordigde in feite de opvatting van een minderheid; het akkoord werd moeizaam bereikt en was voor velen die de Ariaanse zienswijze niet deelden, onaanvaardbaar.”[1] Insgelijks merkt het boek A Select Library of Nicene and Post-Nicene Fathers of the Christian Church op dat „een duidelijk geformuleerd leerstellig standpunt dat tegengesteld was aan het arianisme, slechts door een minderheid werd ingenomen, hoewel deze minderheid zegevierde”.[2] En in A Short History of Christian Doctrine wordt opgemerkt:

„Waar veel bisschoppen en theologen van het Oosten vooral bezwaar tegen schenen te hebben, was het door Constantijn zelf in de geloofsbelijdenis opgenomen denkbeeld van de homoousios [„van hetzelfde wezen”], dat in het latere conflict tussen de orthodoxie en de ketterij de twistappel werd.”[3]

Na het concilie werden de disputen nog tientallen jaren voortgezet. De voorstanders van het denkbeeld dat de Zoon aan de Almachtige God gelijk was, geraakten zelfs een tijdlang uit de gunst. Zo zegt Martin Marty betreffende Athanasius: „Zijn populariteit steeg en daalde, en hij werd zo vaak verbannen [in de jaren na het concilie] dat hij vrijwel een pendelaar werd.”[4] Athanasius bracht jaren in ballingschap door omdat politieke en kerkelijke autoriteiten zich verzetten tegen zijn opvattingen dat de Zoon gelijk was aan God.

Athanasius (± 295 – 373) patriarch van Alexandrië

De bewering dat het concilie van Nicea in 325 G.T. de leerstelling van de Drie-eenheid heeft bevestigd of bekrachtigd, is dus niet waar. Wat later de Drie-eenheidsleer werd, bestond destijds nog niet. Het denkbeeld dat de Vader, de Zoon en de heilige geest elk de ware God alsook gelijk in eeuwigheid, macht, positie en wijsheid waren, en toch maar één God — een drie-in-één God — is niet door dat concilie noch door vroegere kerkvaders ontwikkeld. pas ruim een eeuw na Arius, op het Concilie van Chalcedon in 451 na Chr., de leer van de drie-eenheid vastgelegd. Er waren nog twee concilies (kerkvergaderingen) nodig alvorens men tot de definitieve afronding van deze theologische kwesties kwam. In The Church of the First Three Centuries wordt gezegd:

„De huidige populaire leerstelling der Drieëenheid . . . vindt geen ondersteuning in de taal van Justinus [Martyr]: en deze waarneming kan bij uitbreiding gelden voor alle ante-Niceense Vaders; dat wil zeggen, voor alle christelijke schrijvers gedurende drie eeuwen na de geboorte van Christus. Zij spreken weliswaar over de Vader, de Zoon en de profetische of heilige Geest, maar in geen enkel opzicht zoals dat thans door Trinitariërs wordt aanvaard; niet als aan elkaar gelijk, niet als één numeriek wezen, niet als Drie in Eén. Juist het tegenovergestelde is het geval. De leerstelling der Drieëenheid zoals ze door deze Vaders werd verklaard, verschilde essentieel van de huidige leerstelling. Dit stellen wij als een feit dat even afdoend bewezen kan worden als elk feit in de geschiedenis van menselijke opvattingen.[5]

Nicea vertegenwoordigt echter een keerpunt. Het opende de deur tot de officiële aanvaarding van de leer dat de Zoon gelijk is aan de Vader, en dat baande de weg voor het latere denkbeeld van de Drieëenheid. Het boek Second Century Orthodoxy, door J. A. Buckley, merkt op:

„Tot ten minste het einde van de tweede eeuw bleef de universele Kerk in één fundamenteel opzicht verenigd; allen aanvaardden het oppergezag van de Vader. Allen beschouwden God, de Almachtige Vader, als alleen oppermachtig, onveranderlijk, onuitsprekelijk en zonder begin. . . .

Na de dood van die tweede-eeuwse schrijvers en voorgangers bleek dat de Kerk zelf . . . langzaam maar onverbiddelijk afgleed naar dat punt . . . waar op het concilie van Nicea de climax van heel deze geleidelijke ondermijning van het oorspronkelijke geloof werd bereikt. Daar drong een kleine explosieve minderheid haar ketterij aan een inschikkelijke meerderheid op, en met de steun van de politieke autoriteiten dwong, vleide en intimideerde ze degenen die zich beijverden om de oorspronkelijke zuiverheid van hun geloof onbevlekt te bewaren.”

De schismatische stroming van 311,  het donatisme was een „christelijke” sekte in de vierde en vijfde eeuw G.T. De aanhangers ervan stelden dat de geldigheid van de sacramenten afhankelijk is van de moraliteit van de bedienaar en dat de kerk mensen die zich aan ernstige zonde schuldig maakten, van het lidmaatschap moest uitsluiten. Het arianisme was een „christelijke” beweging in de vierde eeuw, die de godheid van Jezus Christus ontkende. Arius onderwees dat God ongeboren en zonder begin is. De Zoon kan, omdat hij wel geboren is, niet God zijn in dezelfde zin als de Vader. De Zoon is niet eeuwig, maar werd geschapen en bestaat door de wil van de Vader.[6]

Theodosius I

Waarschijnlijk heeft keizer Theodosius het Arianisme wel de zwaarste slag toegebracht. Door middel van de officiële edicten van 391-392 G.T. stelde hij de rooms-katholieke orthodoxe leer voor alle „christenen” verplicht en beroofde de Arianen, alsmede alle heidenen, van hun plaatsen van aanbidding. Over deze gebeurtenis verklaarde een historicus: „De legale triomf van de kerk over ketterij [Arianisme] en heidendom en haar evolutie van een vervolgde sekte tot een vervolgende staatskerk waren voltooid.”

Vanaf de vijfde eeuw kwamen er geen Ariaansgezinde Romeinse keizers meer voor. Dit kenmerkte echter niet het einde van het Arianisme als een nationale religie. Verre van dat! Na de dood van Theodosius viel Rome opnieuw ten prooi aan Ariaans-Germaanse invallers uit het noorden. Een rooms-katholieke autoriteit merkt hierover op: „Ondanks enige vervolging, verspreidde het christendom zich in deze [Ariaanse] vorm met opmerkelijke snelheid van de Goten naar de naburige stammen. . . . Toen ze het Westen binnenvielen en de verschillende Germaanse koninkrijken stichtten, beleden de meeste stammen [het Arianisme] als hun nationale religie en vervolgden in sommige gevallen degenen onder de Romeinse bevolking die de katholieke orthodoxie aanhingen. . . . Maar geleidelijk aan slaagde de [Rooms-]Katholieke Kerk erin het Arianisme uit te roeien. In sommige gevallen werd dit tot stand gebracht met behulp van militaire acties die het Germaanse element bijna geheel deden verdwijnen.” Dit vond plaats tijdens de regering van keizer Justinianus, die de ambitie koesterde het Romeinse Rijk tot zijn voormalige glorie te herstellen en berucht was wegens zijn vervolgingen, niet alleen van de Arianen, maar ook van de joden en de Samaritanen. Hij verbood de joden zelfs hun Geschriften in het Hebreeuws te lezen!

Flavius Petrus Sabbatius Justinianus (Justinianus I, Justinian I, Justinian the Great) Justinianus de Grote

Justinianus maakte evenwel geen eind aan het Arianisme. Rome zou nog meer met Germaanse barbaren te maken krijgen, want een paar jaar na Justinianus’ dood vielen de Longobarden, naar verluidt een van de wreedste Germaanse stammen, Italië binnen. Het duurde niet lang of zij hadden het grootste deel van het Italiaanse schiereiland onder controle. Toen, in het midden van de zevende eeuw, werden de Longobarden om de een of andere reden langzamerhand trinitarische rooms-katholieken, en dat zij de paus problemen bleven geven, was daarom niet om religieuze, maar om politieke redenen en problemen in verband met gebiedsbezit.

Betreffende deze periode lezen wij: „In de daaropvolgende ineenstorting keerden de kansen, vaker als gevolg van lekenpatronaat en politieke verschuivingen dan theologische argumenten.” Of zoals een andere schrijver het stelt: „[Het Arianisme] handhaafde zich nog twee eeuwen, ofschoon meer door toeval dan door keus of overtuiging.” Terloops zij opgemerkt dat bovengenoemde politieke en militaire activiteiten van de zijde van de Arianen een weerlegging vormen van de beschuldiging die sommigen uiten dat de niet politiek gezinde, vredelievende christelijke getuigen van Jehovah Arianen zijn.

Als wij opmerken wat de geschiedenis te zeggen heeft over de politieke activiteiten van de Trinitariërs en de Arianen kunnen wij niet anders dan onder de indruk komen van de nauwkeurigheid waarmee zowel Jezus als zijn apostelen hebben voorzegd wat er met de christelijke gemeente zou gebeuren. Jezus schildert het in een van zijn gelijkenissen: „Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen de tarwe, en ging weg.” En zo werd het veld dat oorspronkelijk een tarweveld was een onkruidwildernis (Matth. 13:25). En als men kijkt naar de hebzucht en de gewelddaad die de Trinitariërs en Arianen ten toon hebben gespreid, beseft men hoe nauwkeurig de apostel Paulus heeft voorzegd hoe de mensen zouden worden: „Ik weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet teder zullen behandelen.” Tot die wolvenhorden hebben zowel de Trinitariërs als de Arianen behoord, waarvan de eersten de wreedsten waren! (Handelingen der Apostelen 20:29).

De Germaanse stammen die het verzwakte Romeinse Rijk binnendrongen, beleden het ariaanse „christendom” en namen het mee naar een groot deel van Europa en Noord-Afrika, waar het tot ver in de zesde eeuw G.T., en in sommige gebieden zelfs nog langer, bleef gedijen.


[1]A Short History of Christianity, door Martin E. Marty, 1959, blz. 91.

[2]A Select Library of Nicene and Post-Nicene Fathers of the Christian Church, door Philip Schaff en Henry Wace, 1892, Deel IV, blz. xvii.

[3]A Short History of Christian Doctrine, blz. 53.

[4]A Short History of Christian Doctrine, blz. 91.

[5]The Church of the First Three Centuries, door Alvan Lamson, 1869, blz. 75, 76, 341.

[6] Dat de Arianen schriftplaatsen hadden die hen ondersteunden, blijkt wel uit teksten als Johannes 14:28, Kolossenzen 1:15-17; 1 Timótheüs 1:17; Openbaring 3:14.

Arius (Grieks: Άρειος) (Pentapolis van Cyrenaica, 256Constantinopel, zo rond 336) is de stichter van het arianisme, een stroming in de vroege kerk. zijn volgelingen werden lang door de Katholieke Kerk bestreden.  De eerste eeuwen bleef de niet-trinitarische gedachte nog te veel verspreiden, volgens de Katholieke Kerk. Om dit tegen te gaan moest die Kerk een Germaanse kampioen uitzoeken en opleiden die de tegenstanders van de algemeen heersenden konden breken. Uit een schraal assortiment van heidense stammen werden de woeste Franken uit Noord-Oost-Gallië gekozen.  De katholieke bisschoppen legden een levendige belangstelling aan de dag voor de persoon en ontwikkeling van een 15-jarige, heidense krijger, die in 481 koning der Franken werd: Chlodovech of Clovis (465-511).

Vindt meer:

over Athanasius (± 295/296 – 373) patriarch van Alexandrië geboren in Afrika streed energiek voor het katholieke geloof. Ook al was hij toen nog maar diaken streed hij zeer hard tegen de Arianen op het concilie van Nicea.

Athanasius patriarch van Alexandrië

Goddelijke waarheid en menselijke geleerdheid

Concilie van Chalcedon

In 303 beval keizer Diocletianus dat de heilige boeken van het christendom ter vernietiging moesten worden overgedragen aan de burgerlijke autoriteiten en dat kerkelijk bezit moest worden geregistreerd. In een rituele handeling moesten christenen vervolgens hun trouw aan de keizer en de goden van het keizerrijk betonen. Uit angst voor de doodstraf gaven vele bisschoppen en gelovigen gehoor aan het bevel van de keizer. Deze Lapsi werden na deze vervolging traditores genoemd: verkwanselaars. Voor christenen was omgang met hen streng verboden; wederopname in de kerk was pas mogelijk na een lang proces van boete.  > Traditores en Donatisme

Het leven van Augustinus (354-430): Augustinus en de puriteinen … Donatisten

Causes of the donatist schism

History of the Donatists

Flavius Theodosius bekend als Theodosius I de Grote (Grieks: Θεοδόσιος ο Μέγας) ( ca. 346395) laatste van het gehele Romeinse rijk. Na zijn dood werd het rijk definitief gesplitst in Oost en West.

Theodosian-Code

Het Byzantijnse Rijk van 527-565

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: