An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Verkondigen’

Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar

Vorig seizoen 2013-2014 was voor verscheidene Bijbelstudenten in België niet het aangenaamste jaar om te blijven herinneren. In de betrachting om meer eenheid in België te verkrijgen zijn er verzoeningspogingen gedaan om enkele groepen van gelovigen in de Ene Ware God, waaronder meerdere Christadelphian verenigingen of groepen zoals de Bijbelstudenten, de Central Fellowship Christadelphians met de Christadelphian Bible Mission Christadelphians, samen te laten komen met de grootste groep Christadelphians in België (met gedoopten te Brussel, Antwerpen, Gent en Oostende) onder leiding van D.H., de man uit het Noorden, en met enkele Old Paths van uit Gent, liep alles uit op een sisser en bleef er nog meer isolatie voor de Vrije Christadelphians en de Bijbelstudenten te betreuren.

English: Old facade is maintained, but it is a...

Alleen de oude facade wordt bewaard, maar de rest is nieuw. (Photo credit: Wikipedia)

Dat houdt ons echter niet tegen om met goede moed 2014-2015 te begroeten als een fris nieuw jaar. Maar een jaar waar geen een van onze leden zich laat ontmoedigen om verder te gaan in het werk van Christus en om samen te komen als getrouwe Bijbelonderzoekers, werkers van het Woord en deelgenoten van de tafel te zijn als broeders en zusters, die willen behoren bij hen die één willen zijn en vallen onder de zalvende zegening van Christus Jezus.

Met goede moed willen wij ons predikingswerk voortzetten en verder samen komen, ook al zijn er maar weinigen om dit te doen, op regelmatige tijdstippen, in elkaars huizen en openbare plaatsen. Met enkelen weten wij dan zo huiskerk te houden en innig de liefde voor het Woord van God te delen. dit willen wij gestaag verder zetten met onze hoop door uit te gaan en verder te blijven verkondigen dat wij meer mensen tot dat Woord van God en de Blijde Boodschap mogen aantrekken.

In het besef dat wij ons niet mogen laten ontmoedigen door tegenslagen willen wij verder gaan als blijmoedige leden van een Nieuw Verbond, geïnstalleerd door Jeshua, Jezus Christus. Daarbij moeten we niet alleen bedenken hoe moeilijk het voor de maagd Miriam (Maria), maar ook voor de gemeenschap van volgelingen van de Nazarener moet zijn geweest.

Vaak denken we dat we de wereld kunnen bezitten en kunnen doen wat we willen. Velen in deze wereld willen ook zien dat zij anderen onder hun bewind kunnen voeren of verlangen volledige getrouwheid alleen aan hen persoonlijk of aan hun organisatie. ook is het zo dat wij meestal niet graag zien dat iemand over ons wilt regeren. We houden er niet van dat anderen in grijpen in ons leven. We vinden het ook moeilijk wanneer we worden geleid door anderen. Maar toen we ervoor kozen om Christus te volgen maakten wij de goede keuze om onder zijn leiding geroepen te worden. Door onze bewuste keuze konden wij door onze onderdompeling in water herboren worden.

 

Nu wij weer een nieuw academisch jaar zijn ingegaan en binnenkort ook een nieuw burgerlijk jaar mogen tegemoet zien en een nieuwe kalender mogen ophangen, kunnen wij nu ook voor de nieuwe kalender voor het leven kiezen.

Na de rustige start van een nieuw seizoen willen we ervoor zorgen dat de Geest van God ons hoop, vrijheid en liefde brengt. In de komende dagen zullen wij ook tijd nemen om aan Maria te denken, hoe  zij de boodschap kreeg zwanger te zijn van een kind door God geschonken. Zij zoals vele andere diepgelovigen had lang uitgekeken naar de beloofde Boodschapper van God die heil zou brengen en verlossing voor de mensheid zou betekenen. Nu mocht zij te horen krijgen dat haar kind een profeet van God zou zijn die zou profeteren en vertellen over een nieuw systeem, een nieuw wereldstelsel, waar alle mensen moesten naar uit kijken.

Jezus kwam in het openbaar om het Woord van God te verduidelijken en het Goede Nieuws te brengen van het komende Koninkrijk. Hij verzocht zijn leerlingen die hoop verder uit te dragen zodat met de jaren meer en meer mensen het Woord van God zouden kennen en zich zouden verenigen in de hoop om samen het Koninkrijk van God binnen te gaan.

Maar de nieuwe hoop gegeven aan de mens voor die hernieuwde wereld zou horen bij mensen die weten dat ze niet tot zichzelf, maar toebehoren aan Die Ene Ware God die Zijn zoon heeft voorzien. Voor hem moeten we onszelf geven en moeten wij komen accepteren als aanbod voor onze zonden, het zoenoffer dat ons waardig maakt maar ook oproept om een broer of zus van hem te zijn, als een kind van God onder het reddingsschap door het bloed van Christus.

De boodschap die op aarde kwam, en een verandering in de wereld bracht, zorgde voor een nieuw begin. Dat nieuwe begin moeten ook wij voor ogen houden. In de komende weken zullen we, in de aanloop naar de herdenking dat hij werd geboren en besneden, herinneren hoe wij dankzij zijn loskoopoffer nu ook opgenomen kunnen worden in de gemeenschap van het joodse volk, de Joden.

 

Vandaag levend met de moeilijkheden van de wereld, moeten wij toch uitzien voor beterschap en er samen aan werken om een betere wereld te bekomen.
We moeten nu verenigd worden onder Christus, die een hart van eik maakt, gefundeerd in hem als hoeksteen. Jeshua, Jezus Christus, moet onze enige heer en meester op aarde zijn waar rond wij onze gemeenschap willen bouwen. Zij hoort niet en hoeft niet geschoeid te zijn op leerstellingen van andere mensen, priesters, bisschoppen, pausen of andere zogenaamde godgeleerden of theologen. God heeft een Lam voorzien op de slachtbank dat tevens de hogepriester is.  als hogepriester Jezus hebben wij niemand anders nodig om priesterlijke leiding te geven, maar mits wij maar mensen zijn in dit tijdsbestel moeten wij het wel doen met mensen die ook alles in goede banen trachten te leiden. Hiervoor kunnen de ouderlingen hun verantwoordelijkheid opnemen zoals in de dagen van de eerste apostelen. Het is volgens die gebruiken dat wij ook vandaag nog steeds ‘kerk’ kunnen maken en samen dienst moeten houden.

Levend in deze wereld weten we dat we misschien niet van deze wereld te zijn, maar dat betekent niet dat we staatloos zouden moeten zijn. We moeten van Christus zijn, waarbij wij er op toe zien dat wij tot de vorming kunnen komen van een sterke gemeenschap van broeders en zusters die vooreerst de Wil van God willen doen, zoals Jezus alleen de Wil van zijn Vader wenste te doen. Dit nieuwe jaar tegemoet ziende hopen wij dat wij meerderen kunnen doen inzien dat zij ook zoals Jezus en zoals wij dienstknechten moeten worden ter wille van de waarheid van God.

Wij roepen dan ook iedereen op om samen met ons voor de eeuwige hoop te gaan en zich met ons te verenigen als liefhebbers en onderzoekers van het Woord, zoals het overgeleverd is in de Heilige Schrift, de Bijbel. Ook wij willen de oproep van Jezus blijven volgen en getuigen in zijn naam in welke mate wij zijn Vader ook als de onze aanschouwen, liefhebben en aanbidden als de Enige Allerhoogste God.

Young Adult Home Church Bible study

Jong Volwassenen Huiskerk Bijbel studie

Jezus waarschuwde om niet te lang te blijven wachten maar tijdig de knapzak op te nemen om hem te volgen. Allen die hem dan willen volgen zullen zich dan ook moeten houden aan de wet van Christus: de Wet van Liefde. Als broeders en zusters moet men dan door het leven willen gaan, elkaar helpend en opofferend voor elkaar. Dat samengaan moet met een gevoel van innige binding zijn. Verenigd onder Christus durven wij donkere tijden tegemoet zien en weten wij dat een herfst over deze wereld zal komen waarbij wij elkaar zullen moeten gesterkt hebben om sterk te blijven staan in de branding. daarbij moeten wij ons bereid voelen om steeds klaarstaande voor elkaar, samen dat Woord van God verder te blijven onderzoeken en elkaar op te bouwen volgens de liefderegels van Christus. Wij als broers en zusters moeten anderen laten voelen dat wij voor hen klaar staan en iedereen die oog heeft voor ons moet dan ook een openstaande deur vinden waar zij zich welkom voelen in een gemeenschap die één is onder Christus.

Laten wij er toe komen om steeds ons goed in te zetten voor de goede zaak van het evangelie. Met het besef dat ook wij met een prijs zijn gekocht, mogen wij niet langer wachten om dat Goede Nieuws te gaan verkondigen. alsook mogen wij niet langer wachten om een broederschap op te bouwen in Christus Jezus naam, waarbij iedereen bereidt is om zich voor Christus en voor God in te spannen.


“19 Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? 20 U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam. {-(6:20) \met uw lichaam\ Andere handschriften lezen: ‘met uw lichaam en met uw geest, die van God zijn’.}”
(1 Corinthiërs 6:19-20 NBV)

 


Welke les kan voor ons belangrijker zijn dan deze zijn, bij de opening van het nieuwe jaar, dat we niet ons eigen bezit zijn, maar behoren tot een ander. Dat wij daarom niet ons eigen zoeken te plezieren, maar er op toe zien dat wij God verheugen.
Wij moeten 
dus niet
onszelf trachten te behagen, maar er alles om doen om Hem te behagen.
Alsook moeten wij niet
streven naar zelfbediening, maar om Hem te dienen;
noch om te streven naar het
gehoorzamen van onze eigen wil, maar integendeel Zijn wil.
Dit betekent heiligheid in de meest absolute en uitgebreide zin van het woord
(niet alleen de scheiding van de zonde naar gerechtigheid, maar de scheiding van het “zelf” aan de wil van God in Christus).
`Z.’97-35`
`R2099: 4`

 

Al degenen die God liefhebben, dienen regelmatig bij elkaar te komen en zo als ware gelovigen zichzelf zien als delen van het lichaam van Christus. Hierbij moeten zij zich stevig houden aan het hoofd, van wie het hele lichaam voed en samenhoudt door middel van haar gewrichten en gewrichtsbanden, (en) groeit met een groei die van God komt.
“Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien.” (Colossenzen 2:19 NBV)
Bent u goede vooruitgang aan het maken in vast te houden aan het hoofd“? Wordt u gevoeden ‘tot één geheel gebreid’ met anderen uit uw omgeving?
Maak niet de fout van het kijken naar anderen om deze de schuld te geven. Iedereen moet samenwerken alsfellows’ of medewerkers op hetzelfde schip op zoek naar Christus als de kapitein.
+
English readers may find a reflection on the Daily Manna: Joining for a new year in the assurance to be bought with a price
Please do find the verses in different versions:

Hebraic Roots Bible 1 Corinthians 6:15-20 – Flee fornication and be joined to our Master

Nazarene Commentary 1 Corinthians 6:15-20 – Flee from Immorality

+

Vindt aansluitende literatuur:

  1. Ware geloof en ware geloofsgemeenschap
  2. Christen mensen met ons geloof
  3. Christadelphian mens
  4. Volgelingen met de vrucht van verdieping
  5. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  6. Navolgers van Christus
  7. Horen bij Christus en één worden met Christus
  8. Leden in het lichaam van Christus
  9. Organisatie gemeenschap
  10. Samen op weg
  11. Christadelphians wereldwijd
  12. Huiskerk in België
  13. Bijbelonderzoekers en Russelism
  14. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  15. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  16. Wie, wat & hoe Christadelphians
  17. Kernpunten van geloof
  18. Opdracht tot getuigenis
  19. Een terugblik op Christadelphianisme en de Broeders in Christus in België
  • We Are Complete, Only In Him (pastorht.wordpress.com)
    The principle of the Old Covenant was “do” and you shall live. The principle of the New Covenant is “it is done,” and includes redemption, reconciliation, righteousness, and sanctification. The work is finished! We are complete in Him!If the Old Covenant had no defects, there would have been no attempt to institute another Hebrews 8:7. In the Old Covenant, men found themselves unable to abide in its agreement, for it was based upon a man’s performance.
  • WSC Q.86 What is Faith in Jesus Christ? (cardiphonia.org)
    Faith in Jesus Christ is a saving grace whereby we receive and rest upon Him alone for salvation as he is offered to us in the Gospel. 
  • Marriages Made In Heaven? Stories Claim New Findings On The Marital Status of Jesus Christ and Joseph Smith (saboteur365.wordpress.com)
    In a new book, researchers are claiming evidence that Jesus married Mary Magdalene and had two sons. In the meantime, a new publication on the website of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints says that Church founder Joseph Smith had as many as 40 wives including one who was only 14 years old.
  • Make nations of thee (thepauls.wordpress.com)
    Jesus Christ is the hope of all nations (Matthew 12:21) and all those who believe in Jesus Christ, are made into a holy nation (1 Peter 2:9). We are blessed and made into a holy nation so that we can be conduits of God’s blessings to all nations. Will God make nations of you and me?
  • 09.2 Moses 9, Day 2 (thenotesaregood.com)
    When the lives of the Christian community look the same as non-Christians, we misrepresent the uniform that we choose to wear.  We face the same struggles, temptations and battles as non-Christians, but we are held to a higher standard.  We are not just held to the rule of law, but also to the New Covenant of Jesus Christ.
  • Media: Music Super Star Bono – I Believe Jesus Christ Is The Son Of God (nigerianbulletin.com)
    video: Duration: 2 minutes 46 seconds
    Uploaded on Nov 2, 2014 at 6:55 PM
  • Christ In The Book Of Hebrews: “the God of peace, that brought again from the dead our Lord Jesus” (settledinheaven.wordpress.com)
    if we all were saved and followed the leading of the Spirit in our lives, we truly would have peace on earth. But as long as there are those who reject the Lord and the leading of His Spirit, there will be strife and warring among us.
  • John Owen: What Is Sanctification? (mydelightandmycounsellors.wordpress.com)
    It is the universal renovation of our natures by the Holy Spirit into the image of God, through Jesus Christ.
  • Today’s Bible Reading (galatians 3:22-29) (prayers4reparation.wordpress.com)
    For as many of you have been baptized in Christ, have put on Christ.There is neither Jew nor Greek: there is neither bond nor free: there is neither male nor female. For you are all one in Christ Jesus.And if you be Christ’s, then are you the seed of Abraham, heirs according to the promise.
  • Accept His love (takeaminute.net)
    God reaches toward his people with kindness motivated by deep and everlasting love. He is eager to do the best for them if they will only let him. After many words of warning about sin, this reminder of God’s magnificent love is a breath of fresh air. Rather than thinking of God with dread, look carefully and see him lovingly drawing us toward himself.(Tyndale Study Bible)This is what unbelievers don’t understand – God loves us. Here is an open invitation to accept His love at any time. That invitation is not only for the Israelites, but to all people in the world.
  • Sleepless Sovereign (moretolifetoday.wordpress.com)
    here is so much injustice in our world today. But, God is aware of every violent crime; He sees the poor and the mistreated. He knows about the illness that has taken a loved one away; He knows all about pain and suffering. He sees it all. And He has not abdicated His throne and He has not abandoned His plan to one day set all things right.
  • After the Trumpets (markbyron.typepad.com)
    Gideon was humble when he was a little guy (“Pardon me, my lord,” Gideon replied, “but how can I save Israel?”) but was rather nasty when he was the Big Man on the Canaan Campus.
  • Who Is Your Leader? (carolynwebbrussell.wordpress.com)
    Our actions and being away from God always have consequences.  Even our secret ways, that no one else knows.  God knows.  There are always consequences for going against God’s will.  For Rehoboam and other kings, war with Egypt was the consequence.Who is in your sphere of influence today?  Who leads you?
  • Why conservative Christians would have hated Jesus (salon.com)
    In “God-fearing America” the poor are now the “takers,” no longer the “least of these,” and many conservative evangelicals side with today’s Pharisees, attacking the poor in the name of following the Bible.
    +
    Confronted by the Bible cult called evangelicalism we have a choice: follow Jesus or follow a book cult. If Jesus is God as evangelicals and Roman Catholics claim he is, then the choice is clear. We have to read the book–including the New Testament–as he did, and Jesus didn’t like the “Bible” of his day.
  • Why Jesus Wouldn’t Cut It as a Pastor in Today’s Evangelical Megachurches (alternet.org)
    Evangelicals and conservative Roman Catholics thrive on drawing distinctions between their “truth” and other people’s failings. Jesus by contrast, set off an empathy time bomb that obliterates difference.Jesus’ empathy bomb explodes every time a former evangelical puts love ahead of what the “Bible says.” It goes off every time Pope Francis puts inclusion ahead of dogma. It goes off every time a gay couple are welcomed into a church. Jesus’ time bomb explodes whenever atheists follow Jesus better than most Christians.
  • What are Brothers in Christ (christadelphianworld.blogspot.com)
    There have been countless independent communities around the world who have eagerly studied the Bible and accepted its simple teachings and felt like spiritual siblings of Jesus Christ.

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Eerste Eeuw van het Christendom

Geschiedenis van het Christendom

1. De vroege dagen van het Christendom

1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

Toen Jezus (Yeshua) op deze Wereld rond liep sprak hij over het Woord van God dat gegeven werd  aan de mensen door het geschrift in de Heilige Boeken. Tijdens zijn gehele dodelijk leven ter wereld, met inbegrip van de twee of drie jaar van zijn actief ministerie, leefde Christus als godsvruchtige Jood, zelf waarnemend, en aandringend op zijn aanhangers om ook de bevelen van de Wet waar te nemen (Mattheüs 23:3). Het algemene van het zijn onderwijs, zoals dat van zijn voorloper, was de benadering van het „Koninkrijk van God“,niet alleen betekenende dat de regel van oprechtheid in het individuele hart ligt (het „koninkrijk van God is binnen u“ – Lukas 17:21), maar ook in de Kerk (zoals duidelijk uit vele van de gelijkenissen) welke hij zou oprichten.[1]

Jarenlang hadden vele mensen die boekrollen bestudeerd. Jezus zijn discipelen, de apostelen schreven een verslag over het leven van Jezus en over de dingen die zij deden om Jezus bekend te maken in de wereld. Hun brieven werden gelezen door velen en heel wat aanhangers van Christus, die als beweging als de Israëlitische sektede Weg” bekend stond, bestudeerden die geschriften van deze apostels. Voor hen was de gehele geschiedenis van de Joden zoals die in het Oude Testament gedetailleerd wordt iets dat zij met volgende generaties moesten delen. Wanneer dit gelezen werd in het licht van andere gebeurtenissen moest het voor hen duidelijk een geleidelijke voorbereiding voor het prediken van Christendom zijn. De nieuwe godsdienst die in bestaan kwam na de dood van Jezus en na de dag van Pinksteren, in 29 G.T., werd eerst geheel beperkt tot de synagoge, en hun leden hadden nog een groot aandeel van Joodse exclusiviteit; de Wet lezend, besnijdenis uitoefenend, en aanbidding in de Tempel, evenals in de Opperkamer in Jeruzalem.

Lange tijd beschouwde het Christendom zich als deel van het Judaïsme. Apostelen waren als Jezus Joden en beschouwden zich nog als Joden. De aanhangers van Christus en degenen die studenten van het onderwijs van Jezus de Nazareen werden en gedoopt werden overwogen om deelgenoten te worden van één of andere communiën, van het lichaam van Christus. Zij hadden hun centrum in Jeruzalem[2] de stad die God aan Zijn mensen had beloofd.

In de eerste eeuw waren de discipelen betrekkelijk gering in aantal. Hun Leider, Jezus, was als een vermeende oproerling terechtgesteld. Aanvankelijk werden die aanhangers van de Jood Jezus nog aanschouwd als deel van de joodse religie die vast in het zadel zat en in Jeruzalem haar luisterrijke tempel had waar zij ook terecht konden.

Rabbijn Jezus leest voor uit de Thora

De eerste christelijke gemeente in de wereldgeschiedenis bestond uit natuurlijke joden en proselieten en werd in 33 G.T. in Jeruzalem opgericht. Met Pinksteren 33 G.T. bevonden zich in Jeruzalem ook joden uit Kappadocië en uit Pontus (Handelingen van de Apostelen2:9). Het kan zijn dat enkele van deze joden uit Pontus die Petrus’ toespraak hoorden, christenen werden en naar hun eigen gebied terugkeerden. Waarschijnlijk verbreidde het christendom zich tengevolge van de aanwezige Kappadociërs al vroeg naar Kappadocië, en werd Petrus zijn eerste brief aan hen en aan „de tijdelijke inwoners die verstrooid zijn in Pontus” en in andere streken van Klein-Azië gericht.(1Petrus 1:1).

In de eerste eeuw bestonden er overal in de omliggende heidense natiën joodse gemeenschappen. Die gemeenschappen hadden synagogen waar mensen geregeld bijeenkwamen om de Schrift te horen voorlezen en bespreken. Aldus waren vroege christenen in staat om voort te bouwen op de religieuze kennis die mensen reeds bezaten (Handelingen 8:28-36; 17:1, 2).

Geleidelijk aan verspreide het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God zich en kwamen de volgelingen van Jezus Christus onder goddelijke leiding als christenen bekend te staan. Deze term werd voor het eerst in Syrisch Antiochië gebezigd, van waaruit Barnabas en Paulus, vergezeld van Johannes Markus, aan hun eerste zendingsreis begonnen. (Handelingen 11:26).

Ware christenen deden hun uiterste best om dit goede nieuws, dat een begrip omtrent het heilige geheim bevatte, in „heel de schepping die onder de hemel is” te prediken (1Korinthiërs 2:1; Efeziërs 6:19; Kolossenzen 1:23; 4:3, 4). De apostelen en de andere eerste christenen hebben in dit opzicht een duidelijk voorbeeld gegeven. In Handelingen 5:42 lezen wij over hun activiteit: „Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws bekendmaken.”

Het boek over de Handelingen van de Apostelen laat zien dat saamhorigheid voor de eerste christenen een belangrijk deel van hun aanbidding vormde. Wij lezen daar: „En dag aan dag waren zij eensgezind voortdurend in de tempel aanwezig en braken eensgezind het brood van huis tot huis, hun vlees etend met eenheid van hart. En zij loofden God en stonden bij het gehele volk in de gunst, diegenen die gered waren hun vlees etende met vreugde en eensgezindheid van hart” (Handelingen 2:46, 47).

Ook de apostel Paulus vroeg aan de gelovigen eensgezind vast te houden aan het geloof. „Laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw” (Hebreeën 10:23). Voor hem en de andere apostelen was het duidelijk dat deze openbare bekendmaking zich niet beperkte tot uitingen tijdens bijeenkomsten van de gemeente (Psalm 40:9, 10). Een profetisch gebod om buiten de gemeente, tot de natiën, te prediken, kan gevonden worden in de woorden van Psalm 96:2, 3, 7, 10: „Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem. Maakt onder de natiën zijn heerlijkheid bekend, onder alle volken zijn wonderwerken. Geef aan Jahweh/Jehovah glorie en sterkte. Gij geslachten der volken, families van gemeenschappen, brengt Jahweh/Jehovah, glorie en lof. Brengt Adonai Jehovah de glorie welke Zijn Naam toekomt, breng een offer en treed zijn voorhoven binnen. Verkondigt het onder de volken: ’Jehovah zelf is koning geworden.’” En inderdaad gaf Jezus in Mattheüs 28:19, 20 en Handelingen 1:8 Christenen het gebod tot alle natiën te prediken.

Op deze openbare prediking doelt Paulus in zijn verdere woorden tot de gezalfde Hebreeuwse Christenen: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken” (Hebreeën 13:15). Het boek Openbaring laat ons zien dat ook de „grote schare” die uit alle natiën is bijeengebracht, uit personen bestaat die met een luide stem uitroepen: „Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam” (Openbaring 7:9, 10).

Christus had met zijn discipelen vaak vergaderd om hun geestelijk onderricht te geven, en na zijn dood zetten zijn leerlingen deze traditie voort. Zijn volgelingen kwamen bijeen, zoals op de pinksterdag in 33 G.T., toen de heilige geest werd uitgestort op degenen die aldus bijeenwaren. (Handelingen der Apostelen 2:1-4). De eerste Christenen hielden er aan zich, meestal in kleine groepen, te verzamelen en regelmatig ofwel in elkaars huis of in de synagoge samen te komen om het Woord van God te bestuderen. Het was voor de eerste joodse christenen niet moeilijk ordelijke, leerzame Bijbelstudiebijeenkomsten te houden, want het grondpatroon hadden zij in de synagogen waarmee zij vertrouwd waren. De fundamentele kenmerken van de in de synagoge geleide diensten werden door de christenen overgenomen voor hun samenkomsten, waar men de Schriften voorlas en uitlegde, elkaar aanmoedigde, bad en God loofde. (1 Korintiërs 14:26-33, 40; Kolossenzen 4:16). Soms was „een aanzienlijke schare” op hun bijeenkomsten aanwezig (Handelingen 11:26).

Zoals in de joodse synagoge was er in de christelijke gemeente ook geen afzonderlijk priesterschap noch een geestelijke die vrijwel alleen aan het woord was. In de synagoge stond het iedere vrome jood vrij een aandeel aan het voorlezen en uitleggen te hebben. Zo ook in de christelijke gemeente werd er verwacht van iedereen dat deze zijn steentje bijdroeg en moesten allen een openbare bekendmaking doen en elkaar tot liefde en voortreffelijke werken aansporen, maar dit moest op ordelijke wijze geschieden (Hebreeën 10:23-25). In de joodse synagoge onderwezen de vrouwen niet en oefenden zij geen autoriteit over mannen uit; op de christelijke vergadering deden zij dat evenmin. Eén Korintiërs hoofdstuk 14 bevat instructies voor de bijeenkomsten van de christelijke gemeente, en er blijkt duidelijk zeer veel overeenkomst te zijn met de gang van zaken in de synagoge. (1 Korintiërs 14:31-35; 1Timotheus 2:11, 12).

Evenals er in de vroege Kerk op het gebied van de verantwoordelijkheid om het evangelie op alle mogelijke manieren te verbreiden, geen onderscheid bestond tussen volle-tijdbedienaren en leken, was er in dit opzicht ook geen onderscheid tussen de seksen. Het stond onomstotelijk vast dat elke Christen was geroepen om een getuige van Christus te zijn, niet alleen door middel van zijn levenswijze, maar ook met zijn lippen. Iedereen moest een apologeet of verdediger van het geloof zijn, op zijn minst in die mate dat hij bereid was een goede uiteenzetting te geven van de hoop die hij bezat. En dit gold zeer nadrukkelijk ook voor vrouwen. Zij hadden een heel groot aandeel aan de bevordering van het christendom.

Verslagen van de vroege kerk vormen het bewijs dat zij de evangelieprediking niet alleen ernstig maar ook letterlijk opvatten. Zelfs de eenvoudigste leden waren boodschappers die de waarheid verbreidden.

De geschiedenis toont aan hoe de eerste christenen, ofschoon zij eerbiedige, ordelievende burgers waren, vastbesloten waren „geen deel van de wereld” te zijn maar toch door te zetten in hun predikingwerk, ook al bracht dit hevige vervolging over hen.

Het christendom groeide van binnenuit op een natuurlijke wijze door de sereniteit van toegewijde aanhangers van Jezus Christus. Het trok mensen aan door haar eigenlijke aanwezigheid en door de rust en vrede welke die Jezus’ volgelingen uitstraalden. Terwijl er geen professionele missionarissen waren die hun geheel leven wijden aan dit specifieke werk, was elke congregatie een missionaire maatschappij, en elke Christelijke gelovige missionaris, ontstoken door de liefde van Christus om zijn medemensen te bekeren. Het voorbeeld werd geplaatst door Jeruzalem en Antiochië, en door die broeders die, na het martelaarschap van Stefanus, „in het buitenland verspreid waren en over gingen tot het prediken van het Woord.“ (Handelingen 8:4; 11:19). Volders, en arbeiders in wol en leer, rustige en onwetende personen, waren de meest ijverige verbreiders van het Christendom, en brachten het eerst tot vrouwen en kinderen. [3] De vrouwen en de slaven introduceerden het in de huiskring. Het was de glorie van het evangelie dat aan de armen en door de armen werd gepredikt om hen rijk te maken. Origenus deelt ons mee dat de stadskerken hun missionarissen naar de dorpen stuurden. Elke Christen vertelde zijn buur, arbeider aan zijn medewerker, de slaaf aan zijn medeslaaf, de bediende aan zijn meester en bazin.

Het evangelie werd voornamelijk verspreid door de wijze van leven, het prediken en door persoonlijke betrekkingen; in belangrijke mate ook door Heilige Schrift, welke reeds vroeg werd verspreid en vertaald in diverse ‘tongen’, het Latijn (Noord Afrika en Italië), Syrisch (Curetoniaans en Peshito), en het Egyptisch (in drie dialecten, Memphitisch, Thebaisch, en Bashmurisch). De communicatie onder de verschillende delen van het Romeinse imperium van Damascus tot Groot-Brittannië was betrekkelijk gemakkelijk en veilig. De wegen die voor handel en voor de Romeinse legioenen gebouwd werden, dienden ook voor de boodschappers van vrede en de stille veroveringen van de Christenheid. De handel zelf op dat ogenblik, evenals nu, was een krachtig agentschap in het uitdragen van het evangelie en het verspreiden van de zaden van Christelijke beschaving tot in de verste delen van het Romeinse Rijk.

Hoewel verschillende caesars als tirannen regeerden, maakten de wetten in de eerste eeuw het gewoonlijk mogelijk ’het goede nieuws te verdedigen en wettelijk te bevestigen’. (Filippenzen 1:7).


[1] Origin of Christianity and its relation with other religions, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Irenæus, “Adversus Hæreses, i. 26

[3] Celsus

+++

Gerelateerde artikels
  • In het begin van de geloofsgemeenschap gaven de volgelingen van Jezus zichzelf de naam van Nazarener-Netzerim-Natzraya. De talmoed verwijst enkele keren naar hen. dat zij als sekte aanschouwd werden valt op te maken aan het Twelth gebed dat door Gamiliel II was toegevoegd aan de Amidahn tegen de Sectairen, de Sekte van de Nazareners-Netzerim-Natzraya. In de talmoed zijn de vroege Messiaanse gelovigen Saduceeën genaamd en soms Essenen of zelfs Netzerim-Natzraya. Rashi maakte er werk van om de titel Netzerim-Natzraya te herstellen daar waar deze was verwijderd, volgens  What Were The Early Believers Called: HaDerech (The Way), The Natzari Sect, Netzerim-Natzraya, Jessaeans, Essene’s, Saducee’s, Christians or Nasaraeans? What Is There Place In Middle Judiasm? (paradoxparables.wordpress.com) waar men ook geschriften aanhaalt waar men meld dat de Nazareners essentieel niet verschilden van de Orthodoxe Joden, aangezien zij de gewoonten, gebruiken en doctrine beoefenden die door de Joodse Wet werden voorgeschreven; behalve dat zij in Christus geloofden. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
    Zij geloofden in de herrijzenis van de doden en dat het heelal door God werd gecreëerd. Zij predikten dat God één is en dat Jezus Christus zijn zoon was. Zij waren geschoold in de Hebreeuws taal en lazen de Wet (die de Wet van Mozes of Mozaïsche Wet betekent). Vreemd genoeg wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen ander Christus volgelingen of Christenen die zich niet hielden aan de Joodse riten, waarmee eigenlijk bedoeld werd op de nieuwe Christenen of gedoopte heidenen. “Daarom verschillen zij…van de ware christenen omdat zij tot nu [zo] Joodse riten als de besnijdenis volbrengen, sabbat en anderen”. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
  • Ook Earliest (pre-Christian) Nazarenes: Pliny the Elder’s evidence en Earliest Nazarenes: Evidence of Epiphanius gaan in op de benaming van de volgelingen van de Jood Jezus Christus uit Nazareth welke daarom ook wel de Nazareners of Nazoreans (“Panarion 29″ by Epiphanius) werden genoemd. Maar zij werden voor een korte tijd eveneens aangeduid met de benaming “Jessaeans” voor zij in Antiochië als Christenen werden vernoemd. Ook vandaag vinden wij nog de niet-trinitarische Christelijke denominatie ‘Vrienden van de Nazareen’ of “Nazarene Friends”

    “While treating the name of the sect, we may deal here with a short notice by Pliny the Elder which has caused some confusion among scholars. In his Historia Naturalis, Book V, he says: We must now speak of the interior of Syria. Cœle Syria has the town of Apamea, divided by the river Marsyas from the Tetrarchy of the Nazerini; Bambyx, the other name of which is Hierapolis, but by the Syrians called Mabog. This was written before 77 A.D., when the work was dedicated to Titus. The similarity of the name with the Nazerini has led many to conclude, erroneously, that this is an early (perhaps the earliest) witness to Christians  (or Nazarenes) by a pagan writer. Other than this, be it noted, there is no pagan notice of Nazarenes.”
    “… Can Pliny’s Nazerini be early Christians? The answer depends very much on the identification of his sources, and on this basis the answer must be an unequivocal No. It is generally acknowledged that Pliny drew heavily on official records and most likely on those drawn up by Marcus Agrippa (d. 12 B.C.). Jones has shown that this survey was accomplished between 30 and 20 B.C. Any connection between the Nazerini and the Nazarini must, therefore, be ruled out, and we must not attempt to line this up with Epiphanius’ Nazoraioi. One may, however, be allowed to see the Nazerini as the ancestors of today’s Nusairi, the inhabitants of the ethnic region captured some seven centuries later by the Moslems. …” (Neil Godfrey)
    “… everyone called the Christians Nazoraeans, as they say in accusing the apostle Paul, “We have found this man a pestilent fellow and a perverter of the people, a ring-leader of the sect of the Nazoraeans.”  And the holy apostle did not disclaim the name – not to profess the Nazoraean sect, but he was glad to own the name his adversaries’ malice had applied to him for Christ’s sake. For he says in court, “They neither found me in the temple disputing with any man, neither raising up the people, nor have I done any of those things whereof they accuse me. But this I confess unto thee, that after the way which they call heresy, so worship I, believing all things in the Law and the prophets .””

Jezus volgen

Jezus volgen en zijn woorden in ons laten doordringen

Wij als Christenen zouden Jezus moeten volgen en proberen om onszelf te veranderen zodat wij zoals Christus kunnen worden. Onze Hoofdleraar bereidde de weg voor ons voor om onze Vader kunnen direct te mogen  benaderen. Aan onze Vader kunnen wij vragen om ons in het vervullen van de taken die Jezus ons op opdroeg te helpen. Het is de Heilige Geest die ons kan begeleiden en ons de mogelijkheden kan geven om de nodige vaardigheden en middelen te hebben tot het noodzakelijke prediken te komen. God kan ons onder Zijn Geest brengen als wij in de vergaderingen zijn, en als wij verzamelen in naam van Christus.

Het geloof komt uit het horen van de boodschap, en het bericht wordt vandaag gehoord door het woord van Christus die het Woord van God * aan allen bracht, en vandaag moeten wij als gelovigen degenen zijn die dit woord over de grenzen van om het even welke natie kunnen dragen.

“ Zo ontstaat dan het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus.” (Romeinen 10:17 WV78)

Het is onder de verdere instructies van Jezus dat wij zouden moeten proberen om ons werk voor God te doen. Hem moeten wij als onze meester nemen, zelfs Messias.

“ En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar een leraar, de Christus.” (Mattheüs 23:10 WV78)

Cover of "Following Jesus"

Cover of Following Jesus

Ons geloof is in de handen van hem die rechts van de Vader zit. Wij hier ter wereld moeten zijn opdracht tot zijn terugkeer volbrengen . Als de verspreiding van Gods Woord over de gehele aarde zal gebeuren kan het einde komen en zal Jezus allen beoordelen.
Het zijn zijn bevelen die zullen worden in acht genomen, en wij kunnen anderen helpen om deze te leren kennen en te aanvaarden, waarna zij dan gedoopt kunnen worden en opgenomen in onze gemeenschap van gelovigen, die elkaar de broederlijke liefde geven.
Deze liefde van Christus met ons dragend kunnen wij in de wereld uitgaan en zijn onderwijs verder gekend laten worden.

“ Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Hebreeën 12:2 WV78)

“ Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en  leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:19-20 WV78)

“ De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mattheüs 24:14 WV78)

“ Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.” (Jakobus 1:22 WV78)

“ Het is duidelijk dat een mens wordt gerechtvaardigd door daden en niet alleen door geloof.” (Jakobus 2:24 WV78)

“ Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad.” (Jakobus 2:26 WV78)

“ Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.  Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.’” (Johannes 13:34-35 WV78)

Gaand door geloof, houdende aan het Woord van de Enige God, geven wij ons zelf bloot om door hem te worden verbeterd en anderen te helpen beter te worden, zodat wij allen onze oude persoonlijkheid terzijde kunnen leggen en meer als Christus worden. Dit kan slechts gebeuren als wij onze geest, ons denken herbronnen en laten doordringen door Gods Woord.

“ En beliegt elkaar niet meer. Legt de oude mens met zijn gedragingen af,  bekleedt u met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn schepper.” (Kolossenzen 3:9-10 WV78)

“ Volgt hieruit, dat wij moeten blijven zondigen om de genade te doen toenemen?  Natuurlijk niet! Hoe zouden wij nog in zonde leven, wij die dood zijn voor de zonde?  Gij weet toch,, dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood?  Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden.  Zijn wij een met Hem geworden door het beeld van zijn dood, dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,  in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn.” (Romeinen 6:1-6 WV78)

“ Niemand die een lamp aansteekt, zet die in een verscholen hoek of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnenkomt de lichtglans kan zien.  De lamp van het lichaam is uw oog. Wanneer uw oog helder is, is ook heel uw lichaam verlicht. Is het echter slecht, dan is ook uw lichaam duister.  Zie dus toe, of het licht in u geen duisternis is.  Als nu heel uw lichaam verlicht is, geen plekje donker meer heeft, dan zal het in zijn geheel zo verlicht zijn als wanneer de lamp u met haar helle stralen verlicht.’” (Lukas 11:33-36 WV78)

“ Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten.” (Mattheüs 7:12 WV78)

“ Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven,  zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk.” (2 Timotheüs 3:16-17 WV78)

“ Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar.  Laten we elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde.  Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen.” (Hebreeën 10:23-25 WV78)

“ Roep dan het volk bijeen, de mannen, de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen in uw steden. Zij moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zodat zij al de bepalingen van deze wet nauwgezet volbrengen.” (Deuteronomium 31:12 WV78)

“ In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op de voorlezing, de vermaning en het onderricht.  Verwaarloos de genadegave niet die in u is en die u krachtens een profetenwoord werd geschonken onder handopleggen van de gezamenlijke presbyters.  Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.  Blijf voortdurend zorg besteden aan uzelf en aan uw onderricht. Zodoende redt gij uzelf en hen die naar u luisteren.” (1 Timotheüs 4:13-16 WV78)

“ Op die dag zult gij zeggen: Looft Jahwe, roept zijn naam uit, maakt onder de volken zijn daden bekend, verkondigt zijn hoog verheven naam.  Zingt Jahwe lof, want Hij deed grootse dingen, laat het bekend zijn over heel de aarde!” (Jesaja 12:4-5 WV78)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

* Het Woord van God, de Bestseller aller tijden, hét Boek der Boeken, de Bijbel is nu bijna over de hele wereld beschikbaar in verschijdene talen.

Hallo Wereld

The Ten Commandments, In SVG

De Tien Geboden

Van harte welkom op deze paginas van de Belgisch Bijbelstudenten.

In God‘s Plan was een Vredevolle wereld voorzien. doordat de eerste mens verkeerde keuzes heeft gemaakt en aldus zondigde kwam er een klink in de kabel en moest God enkele dingen wijzigen. In zijn voornemen voorzag Hij een Redder. Deze Messias, de Gezalfde eniggeboren zoon van God, Jezus Christus (Yeshua) kwam op de aarde voor ons allen.
Deze Nazareense Jood predikte in het Midden Oosten en gaf de wereld te kennen dat wij enkel en alleen zijn Vader mochten eren en loven. Jezus was de Getrouwe Getuige van Hashem, Elohim, Jehovah, Jahweh, Yahweh, de enige Ware God, Schepper van hemel en aarde. Jezus gaf ons het voorbeeld om zijn Vader na te volgen en gaf zijn volgelingen de opdracht uit te gaan en het Woord van God en het Goede Nieuws van de Redding door Christus te gaan verkondigen.

Die opdracht tot verkondigen is hetgeen elke Christen zou moeten opnemen en welke de Bijbelstudenten als één van onze voornaamste opdrachten vinden.
Door onze aanwezigheid op het internet hopen wij ook zo het Woord van God verder te kunnen verspreiden.

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: