An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Verrijzenis van Jezus’

Enkele kernpunten van het Christelijk geloof

In Mattheüs hoofdstuk 27 komen we één van de kernpunten van het Christelijk geloof tegen. Namelijk is de dood van Jezus een essentieel element in het geloofsgebeuren van een Christen. Het is namelijk een daad van overgave welke een zeer belangrijke rol speelt voor de mensheid.

De Nazareense Jood Jeshua, beter gekend onder de naam Jezus Christus, heeft zijn wil volledig opzij gezet om de wil van zijn hemelse Vader te doen. In het Christendom zijn er beweren dat Jezus God is. Er zijn er zelfs die beweren dat God geboren is. Anderen beweren dat God gestorven is, wat indruist in de Bijbelse verkondiging dat God geen begin en geen einde heeft. Zulke mensen vergeten dat God geen geboorte of begin heeft gehad. God is namelijk een eeuwig of oneindig bestaand Wezen. Zij die beweren dat Jezus God is krijgen in de evangeliën enkele teksten te lezen die hen zouden moeten aanzetten om eens ernstig na te denken over hun visie van de Heilige Drievuldigheid of Drie-Eenheid.

Mattheüs begint zijn evangelie met de geboorte van Christus Jezus, waarbij hij ook de stamboom van Jezus laat zien. Daarbij kunnen wij zijn afstammeling zien van gewone mensen, tot aan de door God voor het eerst geschapen mens. Hierbij moeten wij dan ook denken aan het Genesis verhaal waarin verteld wordt hoe die eerste mens in de fout gegaan is. De eerste Adam heeft zich, met zijn partner, tegen de Wil van God genoegen verschaft om te eten van de Boom van kennis of Boom van moraal. Die daad ging in tegen de Wil van God en dat verzet wordt aanzien als een zonde. God sprak daarom een straf uit over het eerste menselijk koppel. Voor zij uit de Tuin van Eden verbannen werden beloofde God hen echter dat er een oplossing zou komen voor de doodstraf voor hun verzetsdaad, die de dood over hen had gebracht.

In de Boeken van het Oude Testament wordt er meermaals verwezen naar “iemand” die zou komen om “verlossing” te brengen. Jezus’ discipel Mattheüs laat doorheen zijn evangelie woorden vallen die het duidelijk moeten maken dat zijn leermeester Jezus van Nazareth, die beloofde Messias is. Doorheen dit werk kan men zien welk een speciale persoonlijkheid Jezus is en welke bijzondere krachten hij blijkt te hebben. Maar Jezus geeft duidelijk te kennen dat die woorden en kracht die hij bezit niet van hem komen maar van zijn hemelse Vader. Trinitariërs ofwel zien dat niet in of wensen daar geen rekening mee te houden. De gospelschrijver Johannes geeft namelijk aan dat Jezus niet uit zichzelf sprak, maar dat hij woorden bracht die God hem had ingegeven.

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden:

‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Joh 5:19 NBV)

“Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 5:30 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

“‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, ‘ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.” (Joh 8:28 NBV)

“Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” (Joh 12:49 NBV)

“Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.” (Joh 14:10 NBV)

Meermaals gaf Jezus aan dat hij niet hier op aarde was om zijn eigen wil te doen maar dat hij er zich had toegenomen om de Wil van God te doen. Zelfs tijdens één van de moeilijkste momenten in zijn leven verzocht hij zijn hemelse vader hem kracht te geven om toch verder Zijn Wil te doen.

“Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’” (Mt 26:39 NBV)

“Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’” (Mt 26:42 NBV)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lu 22:42 NBV)

“want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.” (Joh 6:38 NBV)

Het is duidelijk dat Jezus niet zichzelf verzocht, maar zijn God vroeg om zijn Wil door te voeren en de dingen te laten gebeuren zoals God het wenste dat het zou gebeuren.

Mattheüs vertelt ons hoe al de overpriesters en de oudsten van het volk het besluit tegen Jezus hadden genomen om hem te doden. (Mattheüs 27:1) Via Judas Iskariot waren zij te weten gekomen waar Jezus zich bevond, zodat zij er voor konden zorgen dat hij daar gevangen genomen werd. Het was daar in de Olijftuin waar ze Jezus aantroffen dat Jezus tot God had gebeden. Het is niet zoals Trinitariërs denken dat Jezus God is en dan tot zichzelf zou bidden. Jezus in zijn leven had meerdere keren duidelijk gemaakt dat wij niet hem moesten aanbidden maar zijn Vader tot wie hij ook bad:

“Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,” (Mt 6:9 NBV)

Jezus was er zich ook heel bewust van dat die Vader, De Enige Ware God is, en dat deze groter is dan hij.

“Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.” (Joh 14:28 NBV)

“‘Houd me niet vast, ‘zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’” (Joh 20:17 NBV)

“Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.” (1Co 11:3 NBV)

“En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.” (1Co 15:28 NBV)

“Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,” (Flp 2:6 NBV)

Nooit en nergens heeft Jezus gelijkheid noch gelijkwaardigheid aan God opgeëist. Steeds liet hij blijken dat hij niets kon zonder God Die boven alle ander goden staat en die de Veroorzaker is van alles. Wel gaf Jezus aan dat hij door God gemachtigd of geautoriseerd was te spreken en handelen in Zijn Naam.

“Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.” (Mt 11:27 NBV)

“Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.” (Mt 28:18 NBV)

De apostelen hadden diegene erkend waar in vroegere geschriften was over geschreven dat hij autoriteit zou krijgen en zou heersen over de aarde.

“Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.” (Da 7:14 NBV)

Toen zij Jezus leerden kennen dachten zij eerst dat hij de Romeinse overheersers zou omver werpen en opnieuw het Joodse koninkrijk zou installeren. Zij beseften toen nog niet dat het over een toekomend rijk zou gaan. Voor hen was het nog niet duidelijk dat het over een koninkrijksregering zou gaan boven alle overheid, gezag, kracht en heerschappij, waarbij elke naam die genoemd zou worden, in het niets zou zinken, niet alleen in hun tijd, maar ook in de toekomstige eeuw. Wat de rijkdom zou zijn van de heerlijkheid van zijn erfenis in de heiligen, en wat de uitnemende grootte van zijn kracht zou zijn tegenover diegenen die zouden gaan geloven, naar de werking van de macht van zijn sterkte, die God heeft gewerkt in Christus door hem uit de doden op te wekken en hem aan zijn rechterhand te zetten in de hemelse gewesten, zouden zij pas later beseffen.

“hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.” (Efe 1:21 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“13 In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.” (Efe 1:13-14 NBV)

“17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.” (Efe 1:17-23 NBV)

Daar ligt de waarheid voor de ware Christen in. Het is de hoop stellen in de gezondene van God, die door God gemachtigd is om in Zijn Naam te handelen en spreken, maar die zich ook als een offerlam heeft aangeboden ter vergeving van alle zonden.

“Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden.” (Joh 5:36 NBV)

“Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’” (Joh 20:21 NBV)

“Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi, ‘zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’” (Joh 3:2 NBV)

Meerdere mensen waren naar die grote verteller komen luisteren en konden zien welk een wonderwerken hij kon verrichten. Door zijn woorden en daden gingen ook meerdere mensen inzien wie die bijzondere man uit Nazareth was. Maar velen echter wensten dit niet te geloven. Ook vandaag zijn er ontkenners van de positie van Jezus. Zij willen niet inzien dat hij door God gezonden is en dat hij de zoon van God is, ook al heeft God zelf dit verklaard en Jezus dit meermaals heeft aangegeven.

“En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’” (Mt 3:17 NBV)

“Onder het volk waren er velen in hem gaan geloven, ‘want, ‘zeiden ze, ‘wanneer de messias komt, zal die niet meer wondertekenen verrichten dan hij heeft gedaan.’” (Joh 7:31 NBV)

“Jezus antwoordde: ‘Dat heb ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat ik namens mijn Vader doe getuigt over mij,” (Joh 10:25 NBV)

Voor Jezus was het ook duidelijk dat alle macht van God komt en dat Hij Almachtig is en de Allerhoogste.

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.” (Ge 17:1 NBV)

“(83:19) Dan zullen zij weten dat uw naam HEER is, dat u alleen de Allerhoogste bent op aarde.” (Ps 83:18 NBV)

“(4:14) Dit vonnis is geveld door de wachters, dit oordeel is gesproken door de heilige engelen, opdat de levenden weten dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat: hij bepaalt wie het ambt krijgt toebedeeld, zelfs de laagste onder de mensen kan daartoe verheven worden.”” (Da 4:17 NBV)

Diegene die nu voorgeleid werd voor de stadhouder Pilatus was door velen al gekend als de mensenzoon die ook zoon van God werd genoemd.

“Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.” (Lu 1:32 NBV)

“(9:5) Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 NBV)

De overpriesters en de ouderlingen overreedden de scharen om te roepen dat Jezus, die ook de Christus werd genoemd, zou worden ter dood worden gebracht.

“20 Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden. 21 Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. 22 Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:20-22 NBV)

De stadhouder vroeg de massa wat voor kwaads Jezus had gedaan gedaan. Maar opgejut door de geestelijken schreeuwden de aanwezigen uitermate om hem te laten ophangen.

“Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:23 NBV)

Pilatus merkte dat er nog meer opschudding ontstond, maar wenste toch te getuigen dat hij geen schuld in die man zach en dat hij onschuldig aan zijn bloed wenste te zijn.Toen namen de krijgsknechten van de stadhouders Jezus mee in het rechthuis, en brachten tegen hem geheel de bende zamen. Zij ontkleedden hem en deden hem een scharlakenroode mantel om, vlochten een kroon van doornen en zetten hem die op het hoofd, en een riet in zijn rechterhand, als tekens van ‘koningschap’ waarover zij spot dreven.

“ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,‘” (Mt 27:29 NBV)

Jezus moest de geseling en vernedering ondergaan terwijl hi ook moest blijven vertrouwen op zijn hemelse Vader, Jehovah God. Hij besefte dat zijn einde nabij was maar ook dat de mens niet aan God kan doen terwijl Deze alles wel in het oog houdt en het hart van de mens kent.

Wat kan een mens God doen?

Een mens vermag niets tegen God.

“Maar de HEER zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’” (1Sa 16:7 NBV)

“Een mens kiest in zijn eigen ogen altijd de rechte weg, de HEER toetst wat hem innerlijk beweegt.” (Spr 21:2 NBV)

“Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient.” (Jer 17:10 NBV)

Jezus werd danig op de proef gesteld. Na al de bespotting van de soldaten moest hij langs de rijen spottende mensen die langs de weg stonden naar de plaats, genaamd Golgotha, wat zeggen wil: Schedelplaats.

Nadat zij Jezus aan de houten paal hadden opgehangen verdeelden de soldaten zijn kleren en stelden boven zijn hoofd de beschuldiging tegen hem, dat daar de “koning der Joden” zou hangen.

“Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’.” (Mt 27:37 NBV)

Voorbijgangers lasterden Jezus, hun hoofd schuddende terwijl zij hem toeriepen waarom hij zichelf niet kon verlossen.

“39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: 40 ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ 41 Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: 42 ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. 43 Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’” (Mt 27:39-43 NBV)

Als zoon van God had en heeft Jezus natuurlijk niet dezelfde macht als God. Hier ligt een belangrijk putn wat Trinitariërs niet lijken in te zien. Dat indien Jezus God is, dat Jezus niet kan sterven en daar aan die houten paal ook geen vrees moest hebben. Maar zijn angst was uitermate groot. Er kwam zelfs een ogenblik dat Jezus het niet meer zag zitten en twijfelde of zijn God nog wel bij hem was. Toen het zesde uur ban de dag aanbrak kwam er duisternis over de ganse aarde tot het negende uur toe.  En omtrent het negende uur riep Jezus met luide stem op zijn Vader en God, zich afvragende waarom deze hem had verlaten. Indien Jezus God is kan deze zichzelf niet hebben verlaten, mits een wezen zich niet opsplitst en was er zeker geen reden voor Jezus om te roepen waarom hij zichzelf had verlaten. Want God weet alles en is overal, zo God was dar ook. Maar nu Jezus niet God is, was het voor hem zo moeilijk als voor ieder ander mens om dat vertrouwen in God te behouden. Aldus was de noodkreet van Jezus gemeend, omdat hij mens zijnde ook werkelijk kon en zou sterven. God daarentegen is onsterfelijk, dus als Jezus God is moest hij daar helemaal geen vrees voor hebben, want God weet dat een mens hem toch niets kan doen maar dat Hij alles aan een mens kan doen.

“45 Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46 Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid:

‘Eli, Eli, lema sabachtani?’

Dat wil zeggen:

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

47 Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’” (Mt 27:45-47 NBV)

Sommige van de toeschouwers bleven spotten met Jezus en wilden wel eens zien of Elia zou komen om hem te verlossen. Jezus nu riep wederom met luider stem, en gaf de geest. Toen Jezus werkelijk stief, en niet deed alsof, wat hij zou gedaan hebben als hij God zou zijn, scheurde het voorhangsel van de tempel van boven tot beneden in twee, terwijl de aarde beefde, en de rotsen zodanig scheurden dat zelfs de graven open braken. De hoofdman nu en die met hem Jezus bewaarden, die nu ook getuigen waren van de aardbeving en wat er gebeurde, werden zeer bevreesd en erkenden dat zij nu waarlijk met de zoon van God te maken hadden.

“50  Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest
51 Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54 Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’” (Mt 27:50-54 NBV)

De Romeinen wilden niet weten dat er met die dode Jezus iets zou gebeuren en waren blij dat een rijk men van Arimathéa, met name Jozef, die ook zelf een leerling van Jezus was, bereid was voor een graf te betalen. Jezus lichaam werd in een rein lijnwaad gewikkeld, en in een nieuw graf gelegd, dat Jozef van Arimathéa in de rots gehouwen had.  Nadat hij een grote steen tegen de ingang van het graf gewenteld had, ging hij heen terwijl Maria Magdalena en de andere Maria, zittende tegenover het graf bleven waken terwijl eveneens soldaten de wacht hielden zodat niemand het lijk zou kunnen roven.

“62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de Farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem:

‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood, ”en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’

65 Pilatus antwoordde:

‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.” (Mt 27:62-66 NBV)

Aldus werd het graf van Jezus goed bewaakt en zou men denken dat er niets met die dode kon gebeuren. Op de derde dag na zijn dood gebeurde echter wat er ook in de schriften voorspeld stond. Het was na de sabbat, bij het aanbreken van de eersten dag van de week, dat Maria Magdalena en de andere Maria terugkwamen om het graf te bezien. Maar weer beefde de aarde en waren er verschijnselen die de romeinse soldaten schrik aanjoegen. Zij ondergingen doosangsten tijden die beving.

“1  Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.” (Mt 28:1-3 NBV)

“4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ 8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen.” (Mt 28:4-8 NBV)

Zij die de dode Jezus zochten konden hem aldus niet vinden, maar kregen te horen dat hij uit de dood zou zijn opgestaan. Voor de volgers van Jeshua of Jezus, zou daar de verwachtingshoop van af hangen. Namelijk nu bleek de Schriftvoorspelling uitgekomen dat de gezondene van Jezus de derde dag uit de dood zou opstaan. ekt, den gekruisigde. De vrouwen konden de lege plaats in het graf zien en toen de boodschapper van God hen vroeg om spoedig heen te gaan naar Galiléa en de leerlingen te vertellen wat zij hadden gezien, deden zij dat. Spoedig van het graf weggaande, met vrees en grote blijdschap, liepen zij heen om het Jezus zijn leerlingen te berichten.

“16  De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, 17 en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei:

‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’” (Mt 28:16-20 NBV)

Zo werd de opdracht voor de apostelen nogmaals medegedeeld door Jezus. En die opdracht zou toekomen aan allen die zich volgeling van Christus noemen, of hen die zich Christen noemen. Voor hen die zich Christen noemen is het namelijk van essentieel belang dat zij geloven dat Jezus de mensenzoon is die door God gezonden is  en dat deze man uit Nazareth de beloofde zoon van God is, de gezlfde of de Messias, die zich opgeofferd heeft voor velen, terwijl hij steeds de Wil van God heeft gedaan.

Ware Christenen geloven dat die man, geboren in Bethlehem werkelijk gestorven is en op de derde dag na zijn dood is opgestaan uit de doden, om vervolgens later door God verhoogd te worden om naast Hem te komen zetelen en dienst te doen als hogepriester voor God en als bemiddelaar tussen God en de mensen.

“God heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven.” (Hnd 5:31 NBV)

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,” (Flp 2:9 NBV)

“Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor.” (Mt 26:44 NBV)

“Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’” (Mr 14:62 NBV)

“Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mr 16:19 NBV)

“Want David zelf zegt in het boek van de Psalmen: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,” (Lu 20:42 NBV)

“Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.’” (Lu 22:69 NBV)

“Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond,” (Hnd 7:55 NBV)

“terwijl hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen,” (Heb 10:12 NBV)

“U allen, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,” (Heb 3:1 NBV)

“waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was.” (Heb 6:20 NBV)

“voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 NBV)

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,” (1Ti 2:5 NBV)

Zij die zich Christen wensen te noemen moeten die bovengehaalde Bijbelteksten aannemen en geloven dat Jezus diegene is die God openbaarde als Zijn enig geliefde zoon. Al diegenen die dat niet willen geloven en willen aanhouden dat Jezus God is gaan in tegen Gods Woorden en zijn niet waardig om zich Christen te noemen. Want het Christen noemen houdt in in hem te geloven en zijn woorden en leerstellingen op te volgen en gelijk hem de Wil van God te willen doen en maar één God te aanbidden, Die de God van Jezus en zijn disciplen is. Trwijl God een geest is die niemand kan zien was zijn zoon een mens van vlees en bloed die door velen gezien is en die werkelijk gestorven is en opgestaan uit de doden om naderhand opgenomen te zijn in de hemel waar hij nu naast God zetelt en niet op Gods troon zit.

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Ex 33:20 NBV)

ook al kunnen wij God niet zien moeten wij geloof hebben in hem die ons Deze God verduidelijkt heeft en ons de weg naar God heeft voorbereid.

“Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht:” (Joh 1:8 NBV)

“Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.” (Joh 1:18 NBV)

“Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” (Joh 14:6 NBV)

Naar deze man moeten wij luiseren en naar de Woorden van zijn hemelse Vader Die De Enige Ware God is.

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!” (De 6:4 NBV)

“wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.” (1Co 8:6 NBV)

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:24 NBV)

“Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit hem geboren zijn.” (1Jo 5:1 NBV)

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Joh 3:16 NBV)

Ware Christenen zijn diegenen die geloven dat Jezus de zoon van God is die door God opgewekt is uit de doden, waardoor verlossing ons toekomt en een hoop op het Koninkrijk van God waar een eindeloos leven de gelovigen zal te wachten staan.

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.” (1Pe 1:3 NBV)

“Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes.” (Opb 1:1 NBV)

“Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.” (Opb 3:12 NBV)

“Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.” (Joh 17:1 NBV)

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Joh 17:3 NBV)

“16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God, ‘antwoordde Simon Petrus. 17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.” (Mt 16:16-17 NBV)

Laat daarom geen twijfel meer in u en geloof de woorden zoals zij zijn opgetkend in de Heilige Schrift. De Bijbel geeft duidelijk aan dat Jezus en God twee verschillende entiteiten zijn. Laat u daarom niet misleiden door hen die beweren dat zij die niet in de Drie-eenheid geloven geen Christenen zijn. Diegenen die namelijk er aan vast houden dat Jezus niet God is maar de zoon van God, en zijn woorden en leerstelling trachten op te volgen zijn juist wel de ware Christenen. Zij die belijden dat Jezus de zoon van God is en zijn geboden opvolgen, zullen diegenen zijn die God tot zich zullen kunnen krijgen.

“Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.” (1Jo 4:15 NBV)

“30 Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34 Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35 De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.” (Lu 1:30-35 NBV)

“21  Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend 22 en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 23 Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli,” (Lu 3:21-23 NBV)

+

Voorgaande

Op de eerste dag voor matzah

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong

14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

Vrijdag 3 april 2015 een dag voor verenigde samenkomst ter herinnering

++

Vindt ook te lezen

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Heilige Drievuldigheid of Drie-eenheid
  3. Drie-eenheid of niet
  4. Drie-Eenheid
  5. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  6. Drie-eenheid – God de zoon of Zoon van God
  7. Rond God de Allerhoogste
  8. De Enige Ware God
  9. God boven alle goden
  10. Aanwijzingen voor redding te vinden
  11. Christus in de Tora: In de boekrol staat van mij geschreven
  12. Gezondene van God (Broeders in Christus)
  13. De gezondene van God (Belgische Christadelphians)
  14. De gezondene van God (Our World)
  15. Man van Nazareth
  16. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  17. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  18. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  19. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  20. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  21. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  22. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  23. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  24. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  25. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  26. Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
  27. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  28. Jezus zoon van God (Our world)
  29. Jezus zoon van God (Belgische Bijbelstudenten)
  30. Christus Jezus: de zoon van God
  31. Zoon van God – de weg naar God
  32. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  33. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  34. Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
  35. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  36. Jezus vertrouwend op zijn God
  37. Een Messias om te Sterven
  38. Het nieuwe verbond in het evangelie en de koninkrijkstijdperken
  39. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  40. Verlossing #4 Het Paaslam
  41. Verlossing #7 Christus levend in de gelovige
  42. Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)
  43. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

+++

Gerelateerde of aanverwante artikelen

  1. As probleme onoorkomlik lyk
  2. Jij bent niet gemaakt om dit probleem alleen op te lossen
  3. Fijne kerstdagen
  4. Onze eindbestemming is bij God
  5. Waarom Doet Gods Perfecte Mix Van Genade En Oordeel Elke Eersteklas Blender Huiveren Als Ze Smoothies Uitblazen Met Griezelige Excuses? – Deel 3,
  6. Pontius Pilatussen – “Zo velen willen geen verantwoordelijkheid nemen voor hun (nood)lot.”
  7. Een religieus hoogtepuntje
  8. Het teken van Jona: Lag Jezus drie dagen en drie nachten in het graf?
  9. Wat Pasen met het milieu te maken heeft
  10. Een inleiding van een website die over het Koninkrijk van God wil hebben en praat over die grote Zoon van David wie het zal zijn en dat Hij inderdaad gekomen is en dat wij kunnen weten wie het is geworden!

Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus

File:Alexandr Ivanov 087.jpg

Een engel die de steen wegrolt voor het graf van Jezus Christus – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)

 

 


*

“1  Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, en Salome welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen. 2 Op de eerste dag van de week, heel vroeg, toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf. 3 Ze zeiden tot elkaar: ‘Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?’” (Markus 16:1-3 WV78)

“Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold.” (Johannes 20:1 WV78)

“En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.’” (Mattheüs 28:14 WV78)

“1  Op de eerste dag van de week echter gingen zij zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. 2 Zij vonden de steen weggerold van het graf, 3 gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. 5 Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: ‘Wat zoekt ge de levende bij de doden? 6 Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: 7 De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en aan het kruis geslagen, maar op de derde dag verrijzen.’ 8 Zij herinnerden zich zijn woorden, 9 keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen.” (Lukas 24:1-9 WV78)

“39 Maar Hij gaf hun ten antwoord: ‘Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal hun gegeven worden dan dat van de profeet Jona. 40 Zoals mogelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde. {drie dagen in sheol/hel}” (Mattheüs 12:39-40 WV78)

“23 Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. 24 Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. 25 Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; 26 daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, 27 omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. 28 Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. 29 Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. 30 Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, 31 zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. 33 Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort. 34 David immers is niet ten hemel opgestegen, maar toch zegt hij zelf: De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zit aan mijn rechterhand, 35 totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd. 36 Voor heel het huis van Israel moet dus onomstotelijk vaststaan, dat God Hem en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt.’” (Handelingen 2:23-36 WV78)

“3 Het is de boodschap over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, 4 die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer.” (Romeinen 1:3-4 WV78)

“1  Broeders, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt 2 en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. 3 In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, 4 en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, 5 en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf. 6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. 7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. 8 En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. 9 Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.” (1 Corinthiërs 15:1-9 WV78)

“3 Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. 4 Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. 5 Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, 7 maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. 8 Toen pas ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen; hij zag en geloofde, 9 want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.” (Johannes 20:3-9 WV78)

“11  Maria stond buiten bij het graf te schreien. En al schreiend boog zij zich naar het graf toe 12 en zag op de plaats waar Jezus’ lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. 13 Zij spraken haar aan: ‘Vrouwe, waarom schreit ge?’ Zij antwoordde: ‘Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.’ 14 Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. 15 Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?’ In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: ‘Heer, mocht gij Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.’ 16 Daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!’Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’- wat leraar betekent. 17 Toen sprak Jezus: ‘Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.’ 18 Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had.” (Johannes 20:11-18 WV78)

“28  Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. 29 Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. 30 Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, 31 maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft. Staat op, laten we hier vandaan gaan.” (Johannes 14:28-31 WV78)

“25 In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. 26 Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, 27 want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.’” (Johannes 16:25-28 WV78)

“13 Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. 14 En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, 15 opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” (Johannes 3:13-15 WV78)

“15 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
17  Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. 18 Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, 19 en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.” (Johannes 17:15-19 WV78)

“19  In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 20 ’Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. 21 Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’” (Johannes 20:19-21 WV78)

“1  De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; 2 om een jaar van Jahwe’s genade te melden, een dag van wraak voor onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen eiken van heil, door Jahwe geplant, een blijk van zijn luister.” (Jesaja 61:1-3 WV78)

“Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist dezen getuigen over Mij.” (Johannes 5:39 WV78)

“Uit uw eigen broeders zal Jahwe uw God een profeet doen opstaan zoals ik dat ben, naar wie gij moet luisteren.” (Deuteronomium 18:15 WV78)

“18 Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. 19 Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en 20 leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:18-20 WV78)

“1  En gij, mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. 2 De leer die gij in het bijzijn van vele getuigen van mij hebt gehoord, geef die door aan betrouwbare mannen, bekwaam om op hun beurt anderen te onderrichten.” (2 Timotheüs 2:1-2 WV78)

“Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.” (2 Timotheüs 1:13 WV78)

“24 Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. 25 De andere leerlingen vertelden hem: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Maar hij antwoordde: ‘Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.’
26  Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ 27 Vervolgens zij Hij tot Tomas: ‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’ 28 Toen riep Tomas uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’ 29 Toen zei Jezus tot hem: ‘Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.’” (Johannes 20:24-29 WV78)

“Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.” (2 Corinthiërs 5:7 WV78)

“8 Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, 9 als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, bereikt.
10  Naar dat heil hebben reeds profeten gezocht en gevorst, toen zij profeteerden over de genade die voor u bestemd was. 11 Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij voorspelde al het lijden dat over Christus zou komen, en de daarop volgende verheerlijking. 12 Maar hun werd geopenbaard, dat zij deze boodschap moesten beheren voor u, niet voor zichzelf. En nu is die boodschap bij monde van de evangeliepredikers openlijk aan u verkondigd, in de kracht van de heilige Geest, die van de hemel is neergezonden. Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen.” (1 Petrus 1:8-12 WV78)

“Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was.” (Johannes 20:14 WV78)

“Terwijl ze daarover spraken, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: ‘Vrede zij u.’” (Lukas 24:36 WV78)

“43 Hij nam het en at het voor hun ogen op. 44 Hij sprak tot hen: ‘Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was: Alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes, in de profeten en psalmen moet vervuld worden.’ 45 Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 46 Hij zei hun: ‘Zo staat er geschreven: dat de Christus moest lijden en op de derde dag verrijzen uit de doden 47 en dat in zijn naam bekering tot vergiffenis van de zonden gepredikt moet worden onder alle volken, te beginnen met Jeruzalem. 48 Gij zijt getuigen hiervan 49 Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is; blijft dus in de stad, totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.
50  Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanie, hief de handen omhoog en zegende hen. 51 En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen. 52 Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. 53 Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en verheerlijkten God.” (Lukas 24:43-53 WV78)

“19  Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. 20 Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.” (Markus 16:19-20 WV78)

“30 Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.
31  Wat moeten wij hieraan nog toevoegen? Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? 32 Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? 34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit? 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? 36 Er staat immers geschreven: Om Uwentwil bedreigt ons de dood de gehele dag; wij worden behandeld als slachtvee. 37 Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. 38 Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht 39 in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” (Romeinen 8:30-39 WV78)

*

Voorgaande rond de dood van Christus Jezus:

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

In andere talen:

Duitstalig / Deutsch: Nach der Sabbat nach dem Passahfest, die Auferstehung von Jesus Christus

Franstalig / Version en Français: Après le sabbat après la Pesach ou Pâque, la résurrection de Jésus-Christ

Engelstalig: After the Sabbath after Passover, the resurrection of Jesus Christ

+

Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Jezus is verrezen

  19. Niet goddelijkheid van Christus toch
  20. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  21. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  22. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  23. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  24. Een gedicht voor Pasen
  25. Pasen 2006
  26. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  27. Laat mij kiezen voor eerste-belang-dingen

  28. Alles zal worden opgeslorpt door de overwinning van het goede

  29. Dagelijkse schoonheid

  30. Hoe zullen de doden weer levend gemaakt worden?

+++

  • Thoughts About Easter (donnaharris.wordpress.com)
    Mary completely forgot what Jesus promised he would do on the third day. She turns and quickly runs to find her friends. I imagine her running on a dirt path as fast as she possibly could, stumbling over rocks, tired, sweaty and breathless. Her friends, Peter and John listened as she told them, “They have taken his body away!” and they too ran quickly to see for themselves.
  • He is not here, He is risen, just as He said (prhayz.com)
    After his resurrection, Jesus appeared to the women near the tomb and afterwards at least twice to the disciples while they had gathered at a house in prayer. He visited two of the disciples on the road to Emmaus, and he also appeared at the Sea of Galilee while some of the disciples were fishing.
  • What Happened on Easter? (citizentom.com)
    Some insist the Bible speaks metaphorically. Others insist the Bible speaks of what actually happened. Over and over again the Bible itself says it speaks of what actually happened. As Settled In Heaven explains in Easter Week Devotion: The Importance of the Resurrection, the Apostle Paul took this issue head on in 1 Cor 15:12-23 (KJV).
  • Easter: He is Risen (christianityandvirtue.wordpress.com)
    Today we celebrate the risen Christ. Let us remember the victory we have in Jesus. Death is defeated. Not only are our sins forgiven, but we are being made new; not only  are we being made new, but Christ is saying to us, “I say you are gods.” Let us celebrate the new reality that Christus Victor brings.
  • He IS Alive.. (ourchristianwalkinfaith.wordpress.com)
    After the Sabbath, at dawn on the first day of the week, Mary Magdalene and the other Mary went to look at the tomb.
  • The Empty Tomb (newcovenantofgrace.wordpress.com)
    Simon Peter, who was behind him, arrived and went into the tomb. He saw the strips of linen lying there, as well as the burial cloth that had been around Jesus’ head. The cloth was folded up by itself, separate from the linen.
  • Jesus is Risen!! (myeverydaygod.com)
    This morning turned the deepest grief into the most passionate praise! As the day dawned, death fell in defeat! Jesus is alive!! He is standing! He is seeking those whom He has called.
  • Happy Easter: Christ Has Died, Christ Has Risen (independentsentinel.com)
    Jesus said to her, “Woman, why are you weeping? Whom do you seek?” Supposing him to be the gardener, she said to him, “Sir, if you have carried him away, tell me where you have laid him, and I will take him away.”
  • Jesus is alive, the tomb is empty. (truthorshame.com)
    There are “many infallible proofs” of the bodily resurrection of the Lord Jesus Christ, but the testimony of the empty tomb is the most conclusive of all. Jesus had been buried, with the tomb sealed and guarded by a watch of Roman soldiers. Yet on the third day of His burial, on the morning of the first day of the week, the body was no longer there, and the empty tomb still stands today as an unanswerable proof that the Lord Jesus rose from the dead.
  • When Nothing Meant All (theonlywai.com)
    I attended a service at the crack of dawn to celebrate the resurrection of our Lord and Saviour Jesus Christ. My sacrifice of lost sleep is insignificant compared with His at Calvary, yet denying my flesh those extra 40 winks made today’s service for St John’s and St Luke’s churches in Colchester seem the sweetest Easter I have ever celebrated.
    +
    In minus degrees temperatures at Highwoods Country Park, about 50 folk encircled a camping table bedecked with a tablecloth, bread and wine. Our breath clouded our voices as we joined the bird’s dawn chorus singing praises to the Risen Lord. Our warm booted feet melted the frost encrusting the grass (see our footprints in the pic) as a rosy blanket slowly covered the horizon.

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: