An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Volgeling van Jezus’

Teken van authenticiteit of goddelijke backing

In het voorgaande artikel “In Talen sprekend” hebben wij aangehaald dat het in tongen spreken kwam door de genadegave van Gods Heilige Kracht, de Heilige Geest die zich had uitgestort over de in de bovenkamer verzamelde volgelingen van Jezus. Alsook haalden wij aan dat die wonderbaarlijke verkondiging in meerdere talen voor de omstaanders ook een teken was dat die mannen bijzonder waren en begenadigd werden door de Allerhoogste God.

File:Giovanni Paolo Pannini - Apostle Paul Preaching on the Ruins - WGA16977.jpg

De predikende apostel Paulus – Predikend op de ruïnes – 1744, Giovanni Paolo Panini (1692–1765); Hermitage Museum

In het onderstaande fragment van de Handelingen der apostelen, hoofdstuk 2, verzen 16-22 kunnen wij lezen hoe Petrus met de elf naar voren trad om de toehoorders er op te wijzen dat deze mensen niet dronken waren zoals sommigen wel dachten. Hij verwees er naar wat door de profeet Joël gezegd was geworden dat er in de laatste dagen God “Zijn Geest zal uitgieten over alle mensen” zodat jongeren zouden kunnen profeteren en visioenen kunnen zien en de ouderen dromen zouden dromen.

In het boek Joel was er aangegeven dat over God Zijn dienaren en Zijn dienaressen in die dagen Jehovah Zijn Geest (Ruach) zou “uitgieten”, en dat zij hierdoor in de mogelijkheid zouden gesteld worden om te kunnen profeteren. In een volgend artikel (‘Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’) zullen wij ook nog verder in gaan op de betekenis van die gezonden ‘Beschermer’, ‘Advokaat’ en ‘Geest’ ‘Helper’.

De Israëlieten konden het niet nalaten om te luisteren naar deze woorden die daar in de straten van Jeruzalem werden gesproken door de volgelingen van JeshuaJezus de Nazoreeër. Nu moesten zij wel aanhoren dat deze man die ter dood was gebracht van Godswege aangewezen was om voor Hem te spreken. Door de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Jezus liet doen hadden zij al eerder kunnen vermoeden dat die Joodse jonge man wel erg bijzonder was. Maar zij hadden het niet gezien. Nu echter door de uitstorting van de Heilige Geest durfden eindelijk de apostelen naar voor treden met enkele getrouwe volgelingen, om eindelijk zich te durven uiten over wat Jezus hen had geleerd. Nu hadden zij van God de kracht gekregen om zich te uiten over die wonderdaden en bijzondere leerstellingen die Jezus in hun midden vertoond had.

Ook nu haalden zij aan hoe Jezus onderdeel was van Gods vastgestelde plan. De uitlevering en ophanging aan het stuk hout hoorden in dat plan. Maar na die dood van Jezus moest de wereld nu te weten komen dat God Jezus heeft laten opstaan, door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat hij door de dood werd vastgehouden. (Handelingen 2:14-24)

Dat zij nu zo zonder vrees in meerdere talen konden spreken over die wonderbaarlijke gebeurtenissen was dankzij Gods heilige geest. Ook al mocht het “spreken in tongen” incidenteel zijn, voor iedereen moest het een teken zijn van authenticiteit of goddelijke backing.  (Handelingen 2:16-22).

+

13 Anderen echter bespotten hen en zeiden voorts: „Zij zijn vol zoete wijn.”

14 Maar Pe̱trus stond op met de elf {1} en verhief zijn stem en sprak hen aldus toe: „Mannen van Jude̱a en al GIJ inwoners van Jeru̱zalem,{2} dit zij U bekend en leent het oor aan mijn woorden. 15 Deze [mensen] zijn in werkelijkheid niet dronken,{3} zoals GIJ veronderstelt, want het is het derde uur {*4} van de dag. 16 Integendeel, dit is wat door bemiddeling van de profeet Jo̱ël werd gezegd: 17 ’„En in de laatste dagen”, zegt God, „zal ik wat van mijn geest {*5} uitstorten {5} op alle soorten van vlees,{*6} en UW zonen en UW dochters zullen profeteren en UW jonge mannen zullen visioenen zien en UW oude mannen {*7} zullen dromen dromen;{8} 18 en zelfs op mijn slaven en op mijn slavinnen wil ik in die dagen wat van mijn geest uitstorten, en zij zullen profeteren.{9} 19 En ik wil wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rooknevel;{10} 20 de zon {11} zal in duisternis worden veranderd en de maan in bloed voordat de grote en doorluchtige dag van Jehovah {*12} gekomen zal zijn.{13} 21 En een ieder die de naam van Jehovah {*13} aanroept, zal gered worden.”’{14}

*

(NWV)

Photochrom of Jews in Jerusalem, Holy Land in ...

Fotochrome van Joden in Jeruzalem, in de 1890’s (Foto credit: Wikipedia)

{1} de elf: (Mattheüs 28:16): 16 De elf discipelen gingen echter naar Galile̱a,+ naar de berg waar Jezus met hen had afgesproken,

{2} Jeru̱zalem: (Handelingen 7:2): 2 Hij zei: „Mannen, broeders en vaders, hoort. De God der heerlijkheid+ is aan onze voorvader A̱braham verschenen terwijl hij in Mesopota̱mië was, voordat hij zich in Ha̱ran vestigde,+

(Handelingen 22:1): 22.1 „Mannen, broeders+ en vaders, hoort mijn verdediging+ [die ik] thans tot U [richt].”

{3} dronken: (Handelingen 26:25): 25 Maar Pa̱u̱lus zei: „Ik word niet waanzinnig, Uwe Excellentie Fe̱stus, maar ik uit woorden van waarheid en van gezond verstand.

(1 Thessalonicenzen 5:7): 7 Want zij die slapen,+ zijn gewend ’s nachts te slapen,+ en zij die dronken worden, zijn gewoonlijk ’s nachts dronken.

{*4} het derde uur van de dag: D.w.z. omstreeks 9 uur ’s morgens, gerekend vanaf zonsopgang:

{*5} mijn geest uitstorten Of: „werkzame kracht.” Gr.: pneu′ma·tos; Lat.: Spi′ri·tu; J17,18,22(Hebr.): roe·chi′, „mijn geest”. Zie Ge 1:2 vtn., „Kracht”: (Jesaja 44:3): 3 Want ik zal water uitgieten op de dorstige+ en druppelende stromen op de droge plaats.+ Ik zal mijn geest uitgieten op uw zaad,*+ en mijn zegen op uw nakomelingen.

(Ezechiël 36:27): 27 En mijn geest zal ik in UW binnenste leggen,+ en ik wil dusdanig handelen dat GIJ in míȷ́n voorschriften zult wandelen+ en míȷ́n rechterlijke beslissingen zult onderhouden en werkelijk zult uitvoeren.+

(Zacharia 12:10): 10 En ik wil over het huis van Da̱vid en over de inwoners van Jeru̱zalem de geest* van gunst+ en smekingen+ uitstorten, en zij zullen stellig opzien naar Degene die* zij hebben doorstoken,+ en zij zullen stellig over Hem weeklagen zoals bij het geweeklaag over een enige [zoon]; en er zal een bittere jammerklacht over hem zijn zoals wanneer er een bittere jammerklacht is over de eerstgeboren [zoon].+

{*6} vlees: Of: „op alle vlees.” Gr.: e′pi pa′san sar′ka; Lat.: car′nem; J17,18,22(Hebr.): ba·sar′.

{*7} oude mannen Of: „oudsten.” Gr.: pre·sbu′te·roi.

{8} dromen dromen; (Joël 2:28): 28 En daarna moet het geschieden dat ik mijn geest* zal uitstorten+ op alle soorten van vlees,+ en UW zonen en UW dochters+ zullen stellig profeteren. Wat UW oude mannen betreft, dromen zullen zij dromen. Wat UW jonge mannen betreft, visioenen zullen zij zien.

{9} profeteren: (Numeri 11:29): 29 Maar Mo̱zes zei tot hem: „Zijt gij soms jaloers om mij? Neen, ik wenste wel* dat allen van Jehovah’s volk profeten waren, want Jehovah zou zijn geest* op hen leggen!”+

(Joël 2:29): 29 En zelfs op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal ik in die dagen mijn geest uitstorten.+

(Handelingen 21:4): 4 Na enig zoeken vonden wij de discipelen en bleven daar zeven dagen. Maar door middel van de geest+ zeiden zij Pa̱u̱lus herhaaldelijk geen voet in Jeru̱zalem te zetten.

(1 Korinthiërs 12:10): 10 aan weer een ander het doen van krachtige werken,*+ aan een ander het profeteren,+ aan een ander het onderscheiden+ van geïnspireerde uitspraken,*+ aan een ander verschillende talen+ en aan een ander het uitleggen+ van talen.

{10} rooknevel: (Joël 2:30): 30 En ik wil wondertekenen geven in de hemel+ en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.+

{11} de zon: (Mattheüs 24:29): 29 Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd,+ en de maan+ zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt.+

{*12} doorluchtige dag van Jehovah: dagen van Jehovah; Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH) (Joël 2:31): 31 De zon zelf zal in duisternis worden veranderd+ en de maan in bloed,+ vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah.+

(Markus 13:24): 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven,

{13} gekomen zal zijn: (Joël 2:31) 31 De zon zelf zal in duisternis worden veranderd+ en de maan in bloed,+ vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah.+

(Markus 13:24): 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven,

{*13} de naam van Jehovah: Hebr.: יהוה (JHWH of JHVH)

{14} zal gered worden: (Joël 2:32): 32 En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen;+ want op de berg Si̱on en in Jeru̱zalem zullen de ontkomenen blijken te zijn,+ juist zoals Jehovah heeft gezegd, en onder de overlevenden,* die Jehovah roept.”*+

(Romeinen 10:13): 13 Want „een ieder die de naam van Jehovah* aanroept, zal gered worden”.+

+

Voorgaand:

Op de Dag van het Pinksterfeest

In Talen sprekend

Wordt vervolgd

Engelse versie / English version:

Tongues a sign of authenticity or divine backing

+:

Meaning of filled with the Holy Spirit and “speaking in tongues”

++

  1. Eerste Eeuw van het Christendom
  2. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  3. Kracht wordt zichtbaar in zwakheid
  4. De Leidsman van geloof
  5. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  6. Jezus’ mirakelen voldoende om zijn identiteit te bewijzen
  7. Hedendaagse wonderen geen werk van Satan
  8. Misleid door valse opwekkingen
  9. De hoop op leven

+++

  • Tongues of Fire and the Fullness of God (fbcpadenok.wordpress.com)
    The power promised by Jesus in Acts 1:8 and Luke 24:49 is an extraordinary power.
    +
    This promise that the disciples would receive power when the Holy Spirit came upon them (Acts 1:8) and that they would be clothed with power from on high (Luke 24:49) was a promise given to sustain the completion of world evangelization, and all the ministry that supports it.
    +
    The task of world evangelization is not yet complete.
    +
    He is not fire. He is not wind. He is not a dove. He is not a warm glow. So he will not use these manifestations in a way that allows us to confuse him with them. He is free. But when he pleases, there may be fire and there may be sound.
  • A Wonderful Word for Wednesday – Anticipation of the Holy Ghost (my-faith-and-fitness.com)
    What impediments prevent you from being on one accord with your fellow believers?What obstacles, internal and external, prevent you from being filled with the Holy Ghost?
  • Pentecost (frstephensmuts.wordpress.com)
    When they heard this sound, a crowd came together in bewilderment, because each one heard their own language being spoken.
  • The Times Of Salvation! June, 2013 (healmenow.wordpress.com)
    “Men of Israel, hear these words: Jesus of Nazareth, a man attested to you by God with mighty works and wonders and signs that God did through him in your midst, as you yourselves know— this Jesus,  delivered up according to the definite plan and foreknowledge of God, you crucified and killed by the hands of lawless men. God raised him up, loosing the pangs of death, because it was not possible for him to be held by it.
  • Acts 10:46 (biblia.com)
  • Mark 16:17 (biblia.com)
  • 1 Kings 19:11 (biblia.com)
  • Beloften van Jezus voor de vereerders van Zijn H.Hoofd als Zetel van goddelijke wijsheid (911ww3.wordpress.com)
    + Goddelijke Wijsheid
    God heeft zich van Jezus bediend om de mens de Waarheid te leren
    +
    Jezus is vervolgens het “Licht der onderwijzende Kerk”

In Talen sprekend

 

 

 

5 Nu woonden er in Jeru̱zalem joden,{1} eerbiedige mannen,{2} die afkomstig waren uit elk van de natiën die er onder de hemel zijn. 6 Toen dan dat geluid ontstond, kwam de menigte bijeen en was verbijsterd, daar iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ja, zij waren verbaasd en gingen zich verwonderen en zeiden: „Ziet, zijn niet allen die daar spreken, Galileeërs?{3} 8 Hoe komt het dan dat een ieder van ons zijn eigen taal hoort, waarin wij werden geboren? 9 Parthen en Meden{4} en Elamieten,{5} en de bewoners van Mesopota̱mië, en Jude̱a{6} en Kappado̱cië,{7} Po̱ntus{8} en het [district] A̱sia,{9} 10 en Fry̱gië{10} en Pamfy̱lië,{11} Egy̱pte en de streken van Li̱bië, dat bij Cyre̱ne ligt, en de hier tijdelijk verblijvende mensen uit Ro̱me, zowel joden als proselieten,{*+12} 11 Kretenzers {13} en Arabieren,{14} wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken.” 12 Ja, zij waren allen verbaasd en verkeerden in verlegenheid en zeiden tot elkaar: „Wat heeft dit toch te betekenen?” 13 Anderen echter bespotten hen en zeiden voorts: „Zij zijn vol zoete wijn.”{15}

*

(NWV)

 

 

Pentecostés. Óleo sobre lienzo, 275 × 127 cm. ...

 

~~~

 

{1} joden: (Exodus 23:17) 17 Bij drie gelegenheden in het jaar zal al wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht van de [ware] Heer,* Jehovah,* verschijnen.+

{2} eerbiedige mannen: (Handelingen 22:12): 12 Een zekere Anani̱as nu, een eerbiedig man naar de Wet, over wie door alle joden die daar woonden een goed bericht werd uitgebracht,+

{3} Galileeërs: (Markus 14:70): 70 Hij ontkende het opnieuw. En even daarna zeiden de omstanders nu nogmaals tot Pe̱trus: „Zeker, gij zijt een van hen; trouwens, gij zijt een Galileeër.”+

(Handelingen 1:11): 11 en zij zeiden: „Mannen van Galile̱a, waarom staat GIJ in de lucht te kijken? Deze Jezus, die van U werd opgenomen in de lucht, zal aldus op dezelfde wijze komen+ als GIJ hem in de lucht* hebt zien gaan.”

{4} Parthen en Meden: (2 Koningen 17:6): 6 In het negende jaar van Hose̱a nam de koning van Assy̱rië Sama̱ria in,+ waarna hij I̱sraël in ballingschap voerde+ naar Assy̱rië en hen liet wonen in Ha̱lah+ en in Ha̱bor aan de rivier de Go̱zan+ en in de steden van de Meden.+

{5} Elamieten: (Daniël 8:2): 2 Ik dan zag in het visioen; en het geschiedde, terwijl ik zag, dat ik in de burcht Su̱san+ was, die in het rechtsgebied E̱lam+ ligt; vervolgens zag ik in het visioen, en ikzelf bevond mij aan de waterloop* van de U̱lai.+

{6} Jude̱a:(Mattheüs 24:16): 16 laten dan zij die in Jude̱a zijn, naar de bergen vluchten.+

(Markus 1:5): 5 Bijgevolg trokken heel het gebied van Jude̱a en alle inwoners van Jeru̱zalem naar hem uit, en zij werden door hem gedoopt in de rivier de Jorda̱a̱n, terwijl zij openlijk hun zonden beleden.+

{7} Kappado̱cië: (1 Petrus 1:1): 1 Pe̱trus,* een apostel+ van Jezus Christus, aan de tijdelijke inwoners+ die verstrooid zijn*+ in Po̱ntus, Gala̱tië, Kappado̱cië,+ A̱sia en Bithy̱nië, aan hen die uitverkoren zijn+

{8} Po̱ntus: (Handelingen 18:2): 2 En hij trof er een zekere jood aan genaamd Aqu̱i̱la,+ van geboorte uit Po̱ntus, die onlangs uit Ita̱lië+ was gekomen, en zijn vrouw Priski̱lla, omdat Cla̱u̱dius+ bevolen had dat alle joden uit Ro̱me moesten vertrekken. Hij dan ging naar hen toe,

{9} [district] A̱sia: (Handelingen 13:1): 13 In Antiochi̱ë nu waren in de plaatselijke gemeente profeten+ en leraren: Ba̱rnabas en ook Si̱meon, die Ni̱ger werd genoemd, en Lu̱cius+ van Cyre̱ne, en Ma̱naën, die met de districtsregeerder* Hero̱des was opgevoed, en Sa̱u̱lus.

(1 Petrus 1:1): 1 Pe̱trus,* een apostel+ van Jezus Christus, aan de tijdelijke inwoners+ die verstrooid zijn*+ in Po̱ntus, Gala̱tië, Kappado̱cië,+ A̱sia en Bithy̱nië, aan hen die uitverkoren zijn+

{10} Fry̱gië: (Handelingen 16:6): 6 Zij trokken ook door Fry̱gië en het land van Gala̱tië,+ omdat* het hun door de heilige geest was verboden het woord in het [district] A̱sia te spreken.

(Handelingen 18:23): 23 En nadat hij daar enige tijd had doorgebracht, vertrok hij en ging van plaats tot plaats het land van Gala̱tië+ en Fry̱gië+ door en versterkte+ alle discipelen.

{11} Pamfy̱lië: (Handelingen 13:13): 13 Van Pa̱fos voeren de mannen, te zamen met Pa̱u̱lus, nu weg en kwamen te Pe̱rge in Pamfy̱lië+ aan. Maar Joha̱nnes+ scheidde zich van hen af en keerde naar Jeru̱zalem terug.+

(Handelingen 15:38): 38 Maar Pa̱u̱lus achtte het niet juist hem mee te nemen, aangezien hij hen van Pamfy̱lië af had verlaten+ en zich niet met hen tot het werk had begeven.

{*+12} proselieten Of: „bekeerlingen.”: (Exodus 12:48): 48 En ingeval er een inwonende vreemdeling bij u vertoeft en hij het Pascha voor Jehovah werkelijk wil vieren, laten dan al de zijnen die van het mannelijk geslacht zijn, besneden worden.*+ Eerst dan mag hij naderen om het te vieren; en hij moet als een in het land geborene worden. Maar geen onbesnedene mag ervan eten.

(Jesaja 56:6): 6 En de buitenlanders die zich bij Jehovah hebben aangesloten om hem te dienen+ en om de naam van Jehovah lief te hebben,+ ten einde hem tot knechten te worden, allen die de sabbat houden om hem niet te ontheiligen en die vasthouden aan mijn verbond,+

{13} Kretenzers: (Titus 1:12): 12 Iemand van hen, hun eigen profeet,* heeft gezegd: „Kretenzers zijn altijd leugenaars, schadelijke+ wilde beesten, werkeloze veelvraten.”*

{14} Arabieren: (2 Kronieken 17:11): 11 En van de Filistijnen bracht men Jo̱safat geschenken+ en geld als schatting.+ Ook de Arabieren+ brachten hem kleinveekudden: zevenduizend zevenhonderd rammen en zevenduizend zevenhonderd bokken.+

{15} vol zoete wijn: (1 Samuël 1:14): 14 Daarom zei E̱li tot haar: „Hoe lang zult gij u nog als een beschonkene gedragen?+ Doe uw wijn van u weg.”

~~~~

Betreft het in “talen spreken” of “in tongen spreken” kan u ook het Engelstalige artikel lezen: Is Speaking in Tongues an Evidence of True Worship? waar de auteur de trend van het “spreken in tongen” bekijkt volgens de Schriftuurlijke waarde.

Het is namelijk zo dat wij een aantal religieuze organisaties kunnen zien in het Christendom die spreken in tongen prominent maken in hun aanbidding.
Volgens hen is “spreken in tongen” een noodzakelijke voorwaarde van de ware aanbidding. Zij geloven “in de doop van de Heilige Geest, zoals het was op de dag van Pinksteren en zij geloven dat iedereen die de Heilige Geest ontvangt met andere tongen zal spreken. Vooral de Pinksterkerken  of Pinkstergemeenten zijn zulke enorm groeiende kerkgemeenschapen waar men dit aanhoudt.

Men mag ernstig de vraag stellen of het wel zo is dat “spreken in tongen” een onderscheidend kenmerk van een ware christenen is.

Best kan u de vroege kerkgeschiedenis bekijken en zien wat er in de eerste dagen van het Christendom gebeurde. Men kan zelfs verder gaan dan de uitstorting van de Heilige Geest op de apostelen. Want indien het een belangrijk element zou zijn om in tongen te spreken zou Jezus dit toch ook gedaan hebben. Maar heeft Jezus in tongen gesproken?

Jezus genas de zieken, wekte de doden op en verrichte vele andere verbazingwekkende daden. Deze wonderbaarlijke krachten identificeerde hem als een ware profeet en dienaar van God, net zoals het uitvoeren van wonderen Mozes ‘authenticiteit bewezen dat deze als Gods profeet de wereld kon in gaan.

Jezus staat zo ook als profeet vermeld in de Heilige Schrift en openbaarde Gods Werken. Hij sprak echter niet bepaald in vreemde talen, maar eerder in steeds een duidelijke taal, niets verbloemend, alleen soms omschrijvend wanneer hij in vergelijkingen, gelijkenissen of parabels sprak. Die vertelling of niet echt gebeurde zaken vertelde Jezus om zaken te verduidelijken. Hij sprak ze wel in de taal van de toehoorders.

Het spreken in tongen was niet een van de wonderlijke krachten uitgeoefend door Jezus. Het was niet tot het feest van Pinksteren GT 33 dat deze gave eerst werd ontvangen, en bij die gelegenheid diende het als een effectief bewijs dat christenen Gods geest op hen hadden. Het was een teken voor de omstaanders dat die apostelen wel mensen waren die met bijzondere gaven waren begenadigd door de Allerhoogste, in wiens naam zij spraken over belangrijke geestelijke elementen.

In het late voorjaar van de GT 33 hadden de Joden zich binnen en buiten het Romeinse Rijk verzameld voor hun jaarlijkse feest van Pinksteren, de Shavuot. De apostelen waren eigenlijk nog niet zeker genoeg om onder de mensen te komen en wachtten op de door Jezus beloofde ‘Instructeur’.  120 van Jezus zijn leerlingen wachtten in gehoorzaamheid in Jeruzalem om de beloofde instructies van de “Kracht uit het hoge” te ontvangen.

49 En ziet! ik zend over U uit wat door mijn Vader beloofd is. GIJ moet echter in de stad blijven totdat GIJ met kracht van boven wordt bekleed.” (Lukas 24:49 NWV)

Toen zij in de bovenkamer bijeen waren, afwachtend wat er zou gebeuren, stonden zij versteld bij de wind die zich door de kamer bewoog. De bries was voelbaar tot in hun innerlijk. Naast een geluid uit de hemel was er ook een ruisende stevige bries die het gehele huis, waar zij zaten, vervulde . . . . en zij werden allen vervuld met heilige geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest hen de mogelijkheid verleende om uitspraken te maken in hen oorspronkelijk vreemde talen. (Handelingen van de apostelen 2:2-4). (zie: Op de Dag van het Pinksterfeest)

Toen de Joden vanuit allerlei windstreken Jezus ‘volgelingen hoorden spreken, in misschien wel meer dan een dozijn verschillende talen, moet dit wel een bijzondere indruk op hen gemaakt hebben.

“Ze waren verbaasd,” zegt de Bijbel ,  “en begonnen zich af te vragen en te zeggen: ‘Zie hier, al dezen, die daar spreken zijn ze niet Galileeërs? En toch, hoe is het mogelijk, we horen, ieder van ons, onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? . . . wij horen hen in onze talen spreken over de grote daden van God. ‘”- (Handelingen van de apostelen 2:5-11).
Om Galileeërs duidelijk te horen spreken in hun vele verschillende talen werd als een overtuigend bewijs aanschouwd voor deze vreemdelingen, dat Gods geest op Jezus ‘volgelingen was. Het was wonderbaarlijk! Het was totaal verschillend van het ‘luid en vurig geschreeuw’ van de Pinksteropwekkingen die men kan horen in die Pinkstergemeenschappen. Eigenlijk heeft het er weinig mee te maken, want daar uiten velen zich  met geluiden die door anderen juist niet verstaanbaar zijn. Daar gebeurt dus eigenlijk het omgekeerde van wat er in Jeruzalem gebeurde.

In Jeruzalem kregen veel buitenlanders onderricht in hun eigen taal over “de grote daden van God.”
Van wat er gebeurde met Pinksteren is het duidelijk dat de Heilige Geest werd gegeven aan de eerste christenen voor het praktische doel van de prediking van het goede nieuws. Bij zijn afscheid had Jezus aan zijn discipelen aangegeven: “Niet terug te trekken uit Jeruzalem, maar blijf wachten op wat de Vader heeft beloofd,. . . gij zult kracht ontvangen wanneer de heilige geest op u gekomen is, en gij zult getuigen van mij, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot de verst verwijderde streek der aarde. “- (Handelingen 1:4-8).

4 En terwijl hij met hen samenkwam, beval hij hun: „Vertrekt niet uit Jeru̱zalem,+ maar blijft wachten op datgene wat de Vader heeft beloofd,+ waarover GIJ van mij hebt gehoord, 5 want Joha̱nnes doopte wel met water, maar GIJ zult niet vele dagen hierna in heilige geest worden gedoopt.”+ 6 Toen zij nu bijeengekomen waren, gingen zij hem vragen: „Heer,* herstelt gij in deze tijd het koninkrijk+ voor I̱sraël?” 7 Hij zei tot hen: „Het komt U niet toe kennis te verkrijgen van de tijden of tijdperken*+ die de Vader onder zijn eigen rechtsmacht* heeft gesteld,+ 8 maar GIJ zult kracht+ ontvangen wanneer de heilige geest op U gekomen is, en GIJ zult getuigen*+ van mij zijn zowel in Jeru̱zalem+ als in geheel Jude̱a en Sama̱ria+ en tot de verst verwijderde streek* der aarde.”+ 9 En nadat hij deze dingen had gezegd, werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven,+ en een wolk onttrok hem aan hun gezicht.+ (Handelingen 1:4-8 NWV)

Deze speciale gave van spreken in tongen, of spreken in vreemde talen, ontvingen de aanwezige volgelingen van Jezus  in Jeruzalem door Gods heilige geest. Hierdoor werden de leerlingen geholpen in de prediking van het goede nieuws, voor een teken aan die joodse gelovigen uit afgelegen delen van de aarde. Maar de echte vervulling van de profetie van Joël 2:28-32 op die Pinksterdag was het feit dat degenen die waren gevuld met de geest profeteerden. Spreken in tongen was incidenteel, als een teken van authenticiteit of goddelijke backing. – (Handelingen 2:16-22).

De Bijbel registreert slechts twee andere gebeurtenissen waarbij een uitstorting van de heilige geest plaats grijpt en wordt begeleid met het spreken in tongen. De eerste vond plaats ongeveer drie en een half jaar na Pinksteren, toen God zijn aandacht richtte op de natiën en zijn geest goot op de heiden Cornelius en zijn huishouden. Door zijn onmiddellijke zichtbare manifestatie, was het spreken in tongen het logische cadeau voor God om aan deze onbesneden niet-joden aan te bieden en zo de apostel Petrus te laten zien dat ze konden worden aanvaard in de christelijke gemeente of congregatie. – (Handelingen 10:44-46).
Het was vergelijkbaar in de andere instantie, toen de apostel Paulus predikte aan de mensen in Efeze, die de doop van Johannes hadden ontvangen. Hun spreken in tongen was indrukwekkend en een on-the-spot bewijs dat de doop van Johannes, zoals het was vóór de uitstorting van de Geest op Pinksteren GT 33, niet meer geschikt was in Gods ogen .- (Handelingen 19:1-7).

Deze  drie geregistreerde gevallen geven echter niet aan dat alle eerste-eeuwse christenen in tongen spraken. De apostel Paulus geeft ook te kennen dat niet iedereen dezelfde gaven heeft. Het is duidelijk dat Paulus liet zien dat niet alle christenen deze wonderlijke gaven om in tongen te spreken of andere gaven bezaten en, bijgevolg, het bezit van een van hen, met inbegrip van het spreken in tongen, niet noodzakelijk was tot zaligheid. -(1 Korinthiërs 12:4-11, 28-31).

De Schrift zegt onderscheid te maken tussen de gave van profetie door de uitstorting van de heilige geest en later de uitoefening van verkondiging door de medegelovigen. Ook wordt er op gewezen dat er zelfs belangrijkere gaven zijn dan dat spreken in tongen. De Liefde gave of Agape is namelijk door de apostel Paulus (in het dertiende hoofdstuk van zijn brief aan de Korinthiërs) als één van de duurzame elementen benadrukt.

8 De liefde faalt nimmer.+ Maar hetzij er [gaven van] profeteren zijn, ze zullen worden weggedaan; hetzij er talen zijn, ze zullen ophouden; hetzij er kennis is, ze zal worden weggedaan.*+ 9 Want wij hebben gedeeltelijke kennis*+ en wij profeteren gedeeltelijk;+ 10 wanneer echter het volledige gekomen is,+ zal dat wat gedeeltelijk is, worden weggedaan. (1 Korinthiërs 13:8-10 NWV)

Paulus vergelijkt hier niet de stopzetting van het spreken in tongen met ongelovigen, maar veeleer de tijdelijkheid van de gaven van de geest met de permanentie van de liefde, en hij verbindt de vergankelijkheid van deze gaven, niet met ongelovigen, maar met de kinderschoenen van het christendom. eigenlijk zou men kunnen zeggen dat
in vers 8, de miraculeuze gaven van profetie, tongen en kennis dienen te worden afgeschaft. Paulus laat zien dat ze een kenmerk waren van de babytijd van de christelijke gemeente. In de kinderschoenen waren zulke wonderbaarlijke gaven nodig om op een spectaculaire manier Gods gunst, die was verschoven van de Joodse natie (het Volk van God) op deze nieuwe gemeente van christenen, te identificeren. Maar, zoals Paulus verklaarde, wanneer een mens volwassenheid bereikt rekent hij af met “de trekken van een baby.” Dus toen de christelijke gemeente groeide naar volwassenheid, dat is, volwassenheid bereikte door zich als een erkende, gevestigde organisatie te vestigen, ‘overleden’ of kwamen deze wonderlijke gaven ten einde. Toch bleven geloof, hoop en liefde als het onderscheidende kenmerk van ware Christenheid. -(1 Korinthiërs 13:9-13).

Toen de apostelen en zij die de wonderbaarlijke gaven hadden ontvangen stierven, hielden de bovennatuurlijke gaven van de geest, met inbegrip van spreken in tongen op.

18 Toen Si̱mon nu zag dat door middel van de handoplegging van de apostelen de geest werd gegeven, bood hij hun geld aan+ 19 en zei: „Geeft ook mij deze macht, opdat een ieder die ik de handen opleg, heilige geest ontvangt.” 20 Maar Pe̱trus zei tot hem: „Dat uw zilver met u verga, omdat gij hebt gedacht door middel van geld in het bezit te komen van de vrije gave Gods.+ 21 Gij hebt part noch deel aan deze zaak, want uw hart is niet recht in Gods ogen.+ 22 Heb daarom berouw over deze slechtheid van u, en smeek Jehovah*+ dat de beraming van uw hart u, indien mogelijk, vergeven mag worden, 23 want ik zie dat gij een* giftige gal+ en een band van onrechtvaardigheid zijt.”+ 24 Si̱mon gaf ten antwoord: „Smeekt gijlieden voor mij+ tot Jehovah,* dat niets van wat GIJ hebt gezegd, mij moge overkomen.” (Handelingen 8:18-24, NWV)

Het met vreemde geluiden spreken tijdens een bijeenkomst, of onverstaanbare woorden kramen tijdens een dienst zouden zoals bij de apostel Paulus ook voor ons niet belangrijk mogen zijn.  Paulus verklaarde: “Hij die in een tong spreekt bouwt zichzelf op, maar wie profeteert bouwt een gemeente op.” Hij vroeg toen: “Als ik zou komen tegen je spreken in tongen, wat voor nut zou het zijn?” Ja, hoe zou het anderen helpen als ze niet begrepen wat hij zei? Dus zei Paulus : “In een gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook mondeling anderen kan onderwijzen, dan tien duizend woorden in een tong.”

Speaking in Tongues (TV series)

TV serie Spreken in tongen / Speaking in Tongues (TV series) (Photo credit: Wikipedia)

Als iemand in een vreemde taal spreekt, spreekt hij tot God en niet tot mensen, want zij verstaan hem niet. Wat hij onder de leiding van de Geest zegt, is geheimtaal. Maar wie woorden van God doorgeeft, spreekt de mensen opbouwend, bemoedigend en troostend toe, en dat is wat leden van een kerkgemeente onder elkaar horen te doen. Als iemand in een vreemde taal spreekt, bouwt hij zichzelf op. Maar als iemand woorden van God doorgeeft, bouwt hij de gemeente op. Diegenen die een gemeenschap in Christus willen vormen moeten er voor zorgen dat zij elkaar kunnen opbouwen. Niet dat ‘spreken in tongen’ moet het doel van de gemeenschap zijn, maar laat de liefde uw doel zijn, terwijl  u ook  streeft naar de gaven van de Geest, in het bijzonder naar het spreken namens God.

Het doorgeven van de woorden van God is veel belangrijker dan het ‘spreken in tongen’. Als u iets in een vreemde taal zegt, heeft de gemeente er alleen iets aan als u uitlegt wat het betekent. Het is heel anders als men in de gemeenschap in verstaanbare taal verteld wat God ons duidelijk maakt. De apostel Paulus haalt de vergelijking aan met losse klanken van muziek instrumenten.  Als er zomaar wat geblazen of getokkeld wordt, zal geen mens er enige melodie in horen. Als mensen geen duidelijke signalen krijgen hoe weten zij dan hoe zij moeten reageren? Wel, als u een taal spreekt die niemand verstaat, gaan uw woorden verloren in de lucht. Er worden in de wereld vele talen gesproken. Maar als iemand iets tegen iemand iets zegt in een taal die hij of zij niet verstaat, blijven zij in het ongewisse en blijven zij ook vreemden voor elkaar. Dus moet u, omdat u zo vurig naar de gaven van de Geest verlangt, proberen uit te blinken in díe gaven waar de gemeente door opgebouwd wordt.

Iemand die een andere taal heeft dan deze van de meerderheid in de ecclesia, kan persoonlijk in zijn of haar taal aangesproken worden. Of als men naar andere oorden gaat kan men eerst die taal van die streek leren en zo in een vreemde taal tegenover de moedertaal de anders sprekenden toch te woord staan. Dit in andere talen spreken is dan wel héél iets anders dan het ‘spreken in tongen’ dat men in de Pinkstergemeenten kan vinden.

Wij moeten in gemeenschap in voor iedereen verstaanbare taal samen bidden. Het bidden moet met geest én met mijn verstand gebeuren waarbij eenieder ook tot eer van God zal zingen met zijn geest én zingen met zijn verstand. Want als u alleen met uw geest God prijst en dankt, hoe kan dan een belangstellende die daar ook is, zeggen of hij het met u eens is? Hij verstaat er immers niets van! U dankt wel goed, maar een ander wordt er niet door opgebouwd. als men op zijn eigen is kan men misschien in voor anderen onverstaanbare woorden tot God bidden, maar in gemeenschap is dat tot niemands nut. Zoals de apostel Paulus met andere gelovigen liever vijf woorden met zijn verstand sprak, dan duizenden woorden in een vreemde taal, moeten ook wij geen brabbeltaaltje als kinderen uiten, maar volwassen zijn in ons denken en spreken.

Enkel door klare taal te spreken zal men gelovigen én ongelovigen kunnen aanspreken en verder tot God trekken. Indien men zou overgaan tot het spreken van een vreemde taal in een dienst zal het moeten zijn om in de taal van de vreemdeling(en) te spreken zo dat de vreemde of de ongelovige iets duidelijk kan gemaakt worden. Anderzijds zal een ongelovige of belangstellende zeggen dat u dol geworden bent als hij in de gemeente komt en ieder in vreemde talen hoort spreken of zo maar onverstaanbare klanken hoort uiten. Maar als u allemaal namens God spreekt, wordt zo iemand overtuigd en zal hij tot inzicht komen, omdat zijn geweten gaat spreken. Wat er in hem omgaat, komt aan het licht. Dan zal hij op zijn knieën vallen, God aanbidden en openlijk erkennen dat God bij u is.
Weet u hoe het moet, broeders? Als u bijeen komt, neemt ieder deel aan de dienst. De een zingt een lied, de ander onderwijst; de een geeft door wat God hem duidelijk heeft gemaakt, de ander spreekt in vreemde talen en weer een ander legt uit wat hij zegt. Maar het moet wel opbouwend zijn.” (1 Korinthiërs 14:1-26)

+

Voorgaand artikel: Op de Dag van het Pinksterfeest

++

Lees meer:

  1. Wat betreft Korte inhoud van lezingen: Bijgeloof en feesten
  2. Op de Dag van het Pinksterfeest
  3. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  4. De Kerk als realiteitsspel
  5. Feestdagen, consumeren en besparen
  6. Zingen geschenk van God
  7. Aanbiddingsmuziek en opzweping in kerken
  8. Maak een vreugdevol geluid voor Jahweh, verheug, en breng lofzang tot Jehovah
  9. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  10. Onder de Geest blijven
  11. Samen komen in huizen
  12. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #3 De Weg
  13. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus
  14. Verlichting door Gods Geest
  15. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  16. Geest van God geeft liefde, hoop en vrijheid
  17. Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
  18. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  19. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  20. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  21. Dienaar van zijn Vader
  22. Hoop zal niet worden beschaamd
  23. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #5 Meditatie en transformatie
  24. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
  25. Missionaire hermeneutiek 4/5
  26. Ernstig strijdend voor het geloof
  27. Paulus dienaar van het evangelie
  28. De betrokkenheid van geniaal leerlingschap
  29. Twee soorten mensen
  30. Wim Verdouw zijn tocht naar geloof in slechts één God
  31. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  32. Getuig van het gehoorde
  33. Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou
  34. Kerkgroei en samengaan
  35. Vergadering – Meeting
  36. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  37. Samen komen in huizen
  38. Leer mij anderen Helpen
  39. Dagelijks helpen in het geloof

+++

 

 

  • Who was able to speak in tongues during New Testament times? (braggschurchofchrist.com)
    There were three groups in the New Testament who could speak in tongues, or languages they had never studied. The first group was the apostles, as we have already noted. They received the baptism of the Holy Spirit on Pentecost which gave them this power. The second group included those people to whom the apostles gave this power by laying their hands on them.
    +
    Is there an apostle still living today? No. So there is no one who can give this power to anyone else. And no one is still alive today who was given this power by an apostle. Therefore, the gift of tongue speaking is not available today.
  • Is Speaking in Tongues an Evidence of True Worship? (illustrationstoencourage.wordpress.com)
    On the basis of Paul’s words here, there should be no question that the miraculous gifts of the spirit were to pass away. But when? It is argued by some that, since Paul said that ‘tongues are a sign to the unbelievers,’ they would not pass away until unbelievers passed away, that is, until there were no longer any unbelievers. (1 Cor. 14:22)
    +
    Regarding the transitoriness of the miraculous gifts M’Clintock and Strong’s Cyclopædia, Volume 10, page 484, says: “It thus appears that the miraculous gifts of the first days bestowed upon the Church for a definite purpose were gradually but quickly withdrawn from men when the apostles and those who had learned Christ from their lips had fallen asleep.” The Scriptures show that it was “through the laying on of the hands of the apostles the spirit was given.” Therefore, when the apostles died, and when those who had received the miraculous gifts through them passed from the earthly scene, the supernatural gifts of the spirit, including speaking in tongues, ceased.—Acts 8:18.
    +
    The fact of the matter is that Bible scholars are agreed that the last twelve verses shown with the book of Mark, which speak about tongues and not being injured by snakes, were not written by Mark but were added by another. Tregelles, a noted nineteenth-century Bible scholar, states: “Eusebius, Gregory of Nyssa, Victor of Antioch, Severus of Antioch, Jerome, as well as other writers, especially Greeks, testify that these verses were not written by St. Mark, or not found in the best copies.” But even if these words were part of Mark’s inspired writings (although the bulk of evidence shows they are not) there is nothing in them contrary to the Scriptural evidence that tongues would pass away following the death of the apostles.
  • Baptism of the Holy Ghost (teamtripartite.wordpress.com)
    There is a school of thought that says you cannot be baptized with the Holy Ghost, you can only be filled with the Holy Ghost, while the other school of thought says you must be baptized with the Holy Ghost with the evidence of speaking in tongues, the truth of the matter in this context is that; if you say baptised or filled it means the same thing, so I do not understand while nomenclatures should be the course of division in the Christendom.
  • Mark Driscoll Preaches About the Gift of Tongues (blackchristiannews.com)
    Pastor Mark Driscoll of Mars Hill Church in Seattle, Wash., recently spoke on the gift of tongues as described in the New Testament as part of his “Acts: Empowered for Jesus’ Mission” sermon series. The conservative Reformed, or New Calvinist, Christian minister laid out his arguments as to why he believes the gift of speaking in tongues did not end with Jesus’ apostles in the first century.
    +
    Driscoll relayed a part of the passage: “‘For to one is given through the Spirit . . . various kinds of tongues’ — or languages, heavenly or earthly — ‘to another, the interpretation of tongues’ — the ability to articulate in the other language what has been said in the foreign language. ‘All these are empowered by one and the same Spirit, who apportions to each one individually as he wills.'”
    +
    “So, we agree with the Cessationists that yes, certain gifts, at least, they’re going to cease. They’re going to cease,” added Driscoll. “Where we disagree with the Cessationists and we agree with the Continuationists is when they cease. We believe that all of the gifts continue until one very important transitionary moment in the history of the world.”
    +
    “Miracle gifts like tongues and healing are mentioned only in 1 Corinthians, an early epistle. Two later epistles, Ephesians and Romans, both discuss gifts of the Spirit at length — but no mention is made of the miraculous gifts,” explains an adaptation of MacArthur’s 1992 book Charismatic Chaos, published on the theologian’s Grace to You (GTY) ministry website. “By that time miracles were already looked on as something in the past (Heb. 2:3-4). Apostolic authority and the apostolic message needed no further confirmation. Before the first century ended, the entire New Testament had been written and was circulating through the churches.”
  • Rose and Linda’s Journal Speaking in Tongues (momsfirstscreenn.wordpress.com)
    Jesus said that the Spirit would testify, and that the disciples would be the ones to witness. And ye also shall bear witness, because ye have been with me from the beginning (John 15:27). But ye shall receive power, after that the Holy Ghost is come upon you: and ye shall be witnesses unto me both in Jerusalem, and in all Judaea, and in Samaria, and unto the uttermost part of the earth (Acts 1:8). These verses speak of the witness by the disciples; read them along with John 15:26 which plainly tells that the Holy Ghost will speak when He comes in.
    +
    Speaking with tongues was the physical, initial evidence of the Holy Ghost baptism of the early church Christians and it is the physical, initial evidence of Christians who receive it today. The main purpose of receiving the Holy Ghost is not just to have something speak through you; speaking in tongues is simply the first evidence that He has come in; there are many evidences of the Holy Spirit. At Mount Sinai it was not the thunder, lightning, fire nor trumpet which were paramount, but the giving of the Law; and at Pentecost it was not the sound of wind or the tongues of fire, or speaking with other tongues which was paramount, but the giving of the Holy Ghost.
  • Baptism in the Holy Spirit (currentoracles.wordpress.com)
    Tongues were given for personal edification as prayer and praise to be used in private worship. Every believer can speak with these tongues when they receive the Baptism of the Holy Spirit.
  • Pneumatology: On Spiritual Gifts and the Fruits of The Holy Sprit (The relevancy of speaking in tongues to the Post-Modern Christian) (hades1solution.wordpress.com)
    Pneumatology is the theological study of the Holy Spirit. This doctrine explains the identity, office, and empowerment of the Holy Spirit and establishes the monotheistic relationship with the Father, Son and Holy Ghost. Pneumatology explains the Spirit has both a human and spiritual relationship much like Christ and is a persona (Psa. 51:11, Acts 7:51, John 14:17, Romans 8:16) and like Jesus is omniscient (1 Cor: 25), omnipotent (Zech. 4:6), and omnipresent (1 Cor. 2: 10-16). The Holy Spirit was present from the beginning and part of creation (Genesis 1:2; Gn. 1:7) and originated from the father but sent forth from the son and is present in all men but awakened at the time of salvation.
  • Tongues Beyond The Upper Room. #TonguesBUR (dosomethingfresh.wordpress.com)
    Speaking in tongues – the divinely imparted gift that enables Christians to supernaturally communicate with God in a more intimate way than prayer and praise in languages we know. Its one of the most controversial topics among Christians and non Christians

 

Samen komen in huizen

Bijbelstudie kan in de kleine huiskring gebeuren

Ten tijde van Christus kwam de Heer samen met zijn trouwste volgelingen in hun huizen en met de voetbende op de heuvels en in de open natuur.

Na Christus dood gingen de apostelen van het ene naar het andere dorp en kwamen zij in private huizen lezingen geven. Het was in de woningen van vrienden en kennissen dat de Christenen samen kwamen om dienst te houden. Meer dan alleen kleine Woordstudiegroepen, leverden de kleine ecclesiae een netwerk van doorgaande contacten, verhoudingen en groeiende Christenen.

Vandaag is het niet meer dan toen, maar nog wel belangrijker. De nood is veel hoger geworden. Het einde der tijden is dichter bij gekomen en nu zijn de mensen nog meer vervreemd geraakt van God dan in de eerste eeuwen van deze nieuwe tijdregeling. Men moet geen groot kerkgebouw hebben om samen te komen. Een eenvoudig huis, appartement of zelfs in openbare plaatsen als snackbars kan men samen komen.

English: The Geneva Bible (1560): God's name I...

Gods Naam in The Geneva Bible (1560): God's name Iehouah (in older Latin transcription form), that is/dat is Jehovah

Als geïnteresseerden in Gods Woord en hoe wij het best God kunnen dienen, verlangen wij er naar om zo veel mogelijk inzicht te verkrijgen. Hiervoor willen wij ons inzetten. Meerdere Bijbelstudenten zijn ons voorgegaan. De ernstige Bijbelstudenten trachten zoveel mogelijk van Jehovah God te weten te komen. Door zich te verdiepen in de Heilige Geschriften trachten ze zo ook de relatie tussen God Jehovah/Yahweh en Jezus/Yeshua/Yashua beter te leren kennen. zij willen alle vergissingen uitsluiten en zich ontdoen van elke verkeerde leerstelling. Het is doeltreffender in gemeenschap het leerproces te volbrengen. Zo kan iedereen elkaar helpen om de Bijbel beter te begrijpen en al de kruisreferenties op te merken. Hierbij kunnen zij ook letten op de zuiverheid, zodat niemand zich vergaapt aan mensenregels of door mensen gepropageerde stelregels. Als navolgers van Christus, willen wij ons houden aan het Woord van God en schunnen wij valse leerstellingen.

Wij durven terug kijken op de handelingen en uitspraken van de apostelen die de mensen rondom hen waarschuwden voor de valse leraars. De apostelen toonden ons welke houding wij hoorden aan te nemen en hoe wij elkaar konden helpen om samen onze gemeenschap zuiver te houden. In Jezus tijd waren zij steeds op weg met hun leermeester die elke gelegenheid waar nam om te prediken. Of het nu in een gemeente, een stad, een tempel, open plein, een tuin of een park was, Jezus sprak zijn toehoorders overal toe waar zij de mogelijkheid zagen om te verzamelen of samen te komen. Na zijn dood waren de apostelen eerst bang om zich in het openbaar te komen, maar zij lieten niet na om nog steeds in elkaars huizen samen te komen. Naar de traditie van de medeburgers die ook vergaderingen belegden om allerlei dingen te bespreken, vormden de volgelingen van Christus ook bijeenkomsten. Gebruikelijk werden deze vergaderingen of bijeenkomsten ecclesia genoemd. Deze bijeenkomsten konden, na de herwinning van hun durf, terug in de synagogen of aan de tempels plaats grijpen, maar er werd ook gretig gebruik gemaakt van de vriendelijke burgers die sympathie vertoonden met de leer van Christus Jezus en hun huis open stelden om meerdere mensen te kunnen opvangen. Met de tijd groeiden uit die bijeenkomsten in private huizen ook vaste groepen die zich verenigd voelden in die huisgemeenschap.

Zoals de kerk van de eerste Christenen groeide vanuit de huisgemeenschappen willen ook wij graag de kerk terug levendig zien worden in die kleine gemeenschapsvormen. Het gezin in de eerste plaats is het sleutelmoment voor het geloofsleven. Daarnaast staat de vrienden en kennissenkring. Voor Christus was de omgeving, de naaste zeer belangrijk, en in de kleine gemeenschap hoort ook alles te draaien rond die gemeenschap van gelijk zoekenden of gelijkdenkenden. Het is trouwens in die verbondenheid met het aanvaarden van Christus als hun Beloofde Redder of Messias, dat zij zich als Broeders en Zusters in Christus verenigt voelen als één gemeenschap. Verhalen vertellen, lachen, samen dingen doen maken deel uit van dat verenigingsleven of ecclesia werk. Veel meer is mogelijk dan de afstandelijkheid die een ‘grote’ kerk met zich mee brengt.

In de kleine kring vormen de mensen een inniger band met elkaar. Als zij samen de Bijbel bestuderen geeft dit ook al een inniger gevoelen van samen zijn en samen durven onderzoeken. Het gevoelen van samen onderweg zijn is belangrijk voor heel de gemeenschap. Elke bijeenkomst kan totaal verschillend verlopen terwijl er toch enkele typische zelfde elementen in voorkomen, waarvan het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn de voornaamste symbolische tekenen zijn van de verbondenheid met Christus. In die unieke Gift van de timmermanszoon kunnen alle beroepen, alle rassen, alle culturen zich één voelen en gelijkwaardig naast een verdelende buitenwereld. Zij kunnen zich afzonderen van de tradities en gebruiken van die commerciële wereld en in alle eenvoud elkaars genegenheid betonen.

Het groeiproces zal veel makkelijker verlopen in de kleine gemeenschap dan in een grote kerk. In vele kerkgemeenschappen kan men meestal ook slechts een verdeling waarnemen van de actieve geestelijke groep en de passieve leken. Daar ziet men soms dat enkel de dienstondersteunende mensen de publieke gaven van leiderschap en lering bevestigd krijgen en kunnen bevorderen. In de standaard kerken zijn er grenzen gekomen tussen de uitvoerende actieven en de passieve gelovigen. In de traditionele kerken zijn rangordes gaan ontstaan die niet volgens de gebruiken van de eerste Christenen waren en niet volgens de leer van Jezus, die op de gelijkheid van elke mens wees.

In de huiskerken, krijgt men familiale groepen waarin elke persoon zich met de gemeenschap verbonden kan voelen, maar eveneens taken kan opnemen. Van elke persoon wordt er verwacht dat zij rechtstreeks uit de Heilige Schrift leren en hun inzichten durven delen met de anderen. Het gezamenlijk lezen en overleggen met het Woord van God als Leidraad kan iedereen rechtstreeks beïnvloeden en wijsheid geven.

Wel is het zo dat men ver weg van Christus of van God kan zijn, terwijl in de kleine groep men Christus zeer nabij kan voelen. In de kleine ecclesia kan men God niet op een veilige afstand zetten. Bezoekers in de huiskerk hoeven zich niet dadelijk verplicht te voelen tot iets, maar men kan merken dat de vorm van kerk viering er makkelijker toe leidt om iedereen betrokken te maken met de eredienst.

Aan Christus Boodschap kan men niet voorbij gaan en meer dan in de grote kerkgebouwen kan men er bewust van worden dat men de Goede Boodschap ook verder moet dragen dan de muren van het kleine huis.

God wil dat de Boodschap van het Koninkrijk van God zich over heel de wereld verspreidt. Wij kunnen daar allen samen aan mee werken door te groeperen en elkaar te versterken. Door samen te komen en tijd met elkaar te delen rond het Woord van God kunnen wij er samen aan werken om ons doel te bereiken.

Om elkaar te laten vermenigvuldigen en verder leerlingen te maken kunnen wij beginnen in onze eigen kleine kring en van daaruit het laten groeien zodat er meer navolgers van Christus kunnen komen.

Indien jij echt van het Woord van God houdt en de Ene Ware God wil gehoorzamen, dan wordt het tijd dat je erkent wie Jezus is en welke opdrachten hij ons gegeven heeft. Wij moeten namelijk slecht één God aanbidden en geen afgoden verheerlijken of bidden voor beelden.

Laten wij Paulus raad opvolgen: “en laten wij elkaar gadeslaan om te prikkelen tot liefde en goede werken, en ons eigen samenkomen niet nalaten, zoals voor sommigen gewoonte is, maar ertoe aanmoedigen, en dat zoveel te meer naarmate ge de Dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:24-25 NB)

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #6 Constantijn de Grote

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Constantijn de Grote .

In 325 G.T. riep de Romeinse keizer Flavius Valerius Aurelius Constantinus of  Constantijn de Grote (272/280-337)  in de stad Nicea in Klein-Azië een concilie van bisschoppen bijeen. Zijn opzet was, de voortdurende religieuze geschillen over de verhouding tussen de Zoon van God en de Almachtige God te beslechten.

Concilie van Nicea 325

De historicus Philip Schaff merkte op dat „het meest opvallende punt” in de periode vóór het concilie van Nicea in 325 G.T. „het geloof [was] in een aan de algemene opstanding en het algemene oordeel voorafgaande en door de verheerlijkte Christus op aarde uitgeoefende zichtbare regering die duizend jaar zou duren en waarin de opgestane heiligen zouden delen”. In A Dictionary of the Bible, onder redactie van James Hastings, staat: „Tertullianus, Irenaeus en Hippolytus zien nog steeds uit naar een ophanden zijnde Advent [van Jezus Christus]; maar met de Alexandrijnse Vaders komt er een verandering in het gedachtengoed. . . . Toen Augustinus het Millennium met de periode van de strijdende Kerk vereenzelvigde, werd de Tweede Advent naar een verre toekomst geschoven.”

In 314 G.T. trachtte het concilie van Arles (Frankrijk) de Romeinse regeling door te drukken en alle alternatieven af te schaffen. De overgebleven Quartodecimanen hielden stand. In 325 G.T. riep de heidense keizer Constantijn een oecumenische synode bijeen, het concilie van Nicea, om deze en andere kwesties waardoor de belijdende christenen in zijn rijk werden verdeeld, op te lossen. Het concilie vaardigde een decreet uit waarin allen in Klein-Azië werd opgedragen zich aan het Romeinse gebruik aan te passen.[1]
Constantijn I, de Grote, was beslist een man van zijn tijd en zwichtte voor de tijdgeest en achtte het noodzakelijk religie een belangrijke plaats toe te kennen binnen het raamwerk van zijn politieke plannen. Aan het begin van zijn loopbaan had hij enige „goddelijke” steun nodig, en die konden de kwijnende Romeinse goden niet bieden. Het rijk, met inbegrip van de godsdienst en andere instellingen, verkeerde in verval, en er was iets nieuws en bezielends nodig om het weer te consolideren. De encyclopedie Hidria zegt: „Constantijn was vooral in het christendom geïnteresseerd omdat het niet alleen zijn overwinning maar ook de reorganisatie van zijn rijk ondersteunde. De christelijke kerken, die overal bestonden, werden zijn politieke steun. . . . Hij omringde zich met de grote prelaten van die tijd, en hij verlangde dat zij hun eenheid intact hielden.”

Constantijn begreep dat de „christelijkereligie — al was ze inmiddels afvallig en door en door verdorven — doeltreffend kon worden gebruikt als een vernieuwende en verenigende kracht ter verwezenlijking van zijn grootse plan om een absoluut heerser te worden. Hij nam de grondslagen van het afvallige christendom over om steun te winnen ter bevordering van zijn eigen politieke doeleinden en besloot de mensen te verenigen onder één „katholieke” of universele religie. Heidense gewoonten en vieringen kregen een „christelijke” naam. En „christelijke” geestelijken ontvingen de status, het salaris en het invloedrijke gezag van heidense priesters.

Constantinus

Constantinus

Om politieke redenen naar religieuze harmonie zoekend, bracht Constantijn iedereen die een afwijkende mening had, snel tot zwijgen, niet op basis van leerstellige waarheid maar op grond van aanvaarding door de meerderheid. De diepgaande dogmatische geschillen binnen de uiterst verdeelde „christelijke” kerk boden hem de gelegenheid als een „door God gezonden” middelaar tussenbeide te komen. Uit zijn bemoeienissen met de donatisten in Noord-Afrika en de volgelingen van Arius in het oostelijk deel van het rijk begreep hij al gauw dat overredingskracht niet voldoende was om een sterke, verenigde religie te smeden. In een poging de Ariaanse controverse op te lossen, riep hij het eerste oecumenische concilie in de geschiedenis van de kerk bijeen.

De historicus Paul Johnson zegt over Constantijn: „Een van de voornaamste redenen waarom hij het christendom tolereerde, was wellicht dat het hemzelf en de Staat in de gelegenheid stelde zeggenschap uit te oefenen over het beleid van de Kerk inzake orthodoxie en de behandeling van ketterij.”

Als de heidense Pontifex Maximus — en bijgevolg het religieuze hoofd van het Romeinse Rijk — trachtte Constantijn de bisschoppen van de afvallige kerk voor zich te winnen. Hij bood hun posities van macht, aanzien en rijkdom aan als functionarissen van de Romeinse staatsreligie. De Catholic Encyclopedia geeft toe: „Sommige bisschoppen, verblind door de pracht en praal aan het hof, gingen zelfs zo ver dat zij de keizer als een engel van God, als een heilig wezen, loofden en profeteerden dat hij, net als de Zoon van God, in de hemel zou regeren.”

Concilie van Nicaea 325 Verbranding Ariaanse boeken

Naarmate het afvallige christendom bij het politieke bestuur in de gunst kwam, werd het meer en meer een deel van deze wereld, van dit seculiere samenstel, en dreef het af van de leringen van Jezus Christus (Johannes 15:19; 17:14, 16; Openbaring 17:1, 2). Als gevolg daarvan vond er een versmelting plaats van het „christendom” met valse leerstellingen en praktijken — de Drie-eenheid, de onsterfelijkheid van de ziel, het hellevuur, het vagevuur, gebeden voor de doden, het gebruik van rozenkransen, iconen, beelden en dergelijke. — Vergelijk 2 Korinthiërs 6:14-18.

Van Constantijn heeft de kerk ook de neiging tot eigenmachtig optreden geërfd. De bijbelgeleerden Henderson en Buck zeggen: „De eenvoud van het Evangelie werd verdorven, er werden pompeuze riten en ceremoniën ingevoerd, aan de leraren van het christendom werden wereldse eerbewijzen en salarissen geschonken en het Koninkrijk van Christus werd grotendeels in een koninkrijk van deze wereld veranderd.”

De Catholische Kerk werd als de Romeinse Kerk gepromoveerd tot de Koninkrijkskerk. In de Encyclopædia Britannica wordt uiteengezet dat, volgens de theologie van Aurelius Augustinus van Hippo (354–430 G.T.), „het Koninkrijk van God al in deze wereld begonnen is bij de oprichting van de kerk” en „reeds aanwezig [is] in de sacramenten van de kerk”.

De historische feiten onthullen de waarheid achter de „grootheid” van Constantijn. In plaats van gegrondvest te zijn door Jezus Christus, het Hoofd van de ware christelijke gemeente, is de christenheid voor een deel het resultaat van het politieke opportunisme en de slinkse manoeuvres van een heidense keizer. Heel passend vraagt de historicus Paul Johnson: „Is het rijk voor het christendom gezwicht, of heeft het christendom zich met het rijk geprostitueerd?”

Vanaf het concilie van Nicea in 325 G.T. fuseerde keizer Constantijn de heidense Romeinse staatscultus met het afvallige christendom en werd hij het hoofd van de nieuwe Katholieke Kerk. De Rooms-Katholieke Kerk kan haar bestaan derhalve terugvoeren tot de vierde eeuw van onze gewone tijdrekening.

Ondertussen bleven Christelijke broeders en zusters elkaar steunen en het geloof onderhouden, niettegenstaande verhoogde tegenstand.


[1]A Short History of Christian Doctrine; A History of Christianity; Istoria tou Ellinikou Ethnous (Geschiedenis van de Griekse natie); Encyclopedie Hidria; WT 1998; Catholic Encyclopedia

De tegenpaus Hippolytus van Rome ( omstreeks 170 – omstreeks 235) leerling van Irenaeus een van de belangrijkste kerkleraren van zijn tijd. Hij verzette zich openlijk tegen de pausen van zijn tijd die hadden geopteerd om over te gaan naar een Drie-eenheidsleer, opeenvolgend Zephyrinus, Calixtus I en Pontianus, met name wat betreft de heilige drie-eenheid. Hij beschuldigde Paus Zephyrinus van modalism, de ketterij die inhield dat de namen Vader en Zoon eenvoudig verschillende namen waren voor hetzelfde onderwerp zijn. Hippolytus verdedigde de Logo’s doctrine van de Griekse Apologeten, die de Vader van de Logo’s (“Woord”) onderscheidden.

zie ook: “Saint Hippolytus of Rome.” Encyclopædia Britannica. 2010. Encyclopædia Britannica Online. 15 Aug. 2010 > Saint Hippolytus of Rome + Saint Hippolytus of Rome

Constantijns hoofddoel was stabiliteit. De religieuze en theologische geschillenwaren voor hem een doorn in het oog en een gevaar ovor de stabiliteit in zijn rijk. Daarom leek het voor hem ook zeer belangrijk dat er in de uitvoering van het geloof ook een consensus kon gevonden worden en een vrede tussen de heidenen en navolgers van Jezus Christus kon verkregen worden. Voor hem moest de zonnegod  Sol Invictus het symbool zijn van de algemene goddelijkheid.  Het labarum dat als symbool werd aangebracht op de soldaten hun schildenen en het ermee geassocieerde motto in hoc signo vinces (in dit teken zal je overwinnen) zou volgens de overlevering aan Constantijn zijn verschenen in een visioen toen hij in Saxa Rubra was, tot welk Constantijn zijn overwinning toeschreef aan de god van de christenen.

De eenheid of katholiciteit der religies die Constantijn I op het oog had bracht mee dat die gemeenschap van gelovigen die zich profileerde als De Kerk sinds het Eerste Concilie van Nicea in 325 in haar officiële documenten de term ‘Katholieke Kerk’ staande voor Algemene Kerk of Universele Kerk, ook in de documenten van de twee laatste oecumenische concilies ging gebruiken.  Constantijn gaf de paus het Lateraanse paleis, dat jarenlang de pauselijke residentie zou zijn, naast de basiliek San Giovanni in Laterano. Dit paleis werd het bestuurscentrum van de Katholieke Kerk. Ook werd hier de synode van Lateranen gehouden, waar Caecilianus werd vrijgesproken van de aanklacht dat hij de onrechtmatige bisschop van Carthago was. Zijn tegenstander Donatus werd schuldig bevonden aan ketterij, evenals zijn aanhangers, de donatisten. Het begrip ‘rooms-katholiek’ dat wij ook meermaals gebruiken is ontstaan aan het begin van de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie, om onderscheid te maken tussen hen die de paus, of de bisschop van Rome, trouw bleven, alsook om te onderscheiden tussen de  Orthodox, Charismatische en andere Trinitarische Katholieken en de protestanten. Het woord rooms duidt op de stad Rome en verwijst naar de kleine stadstaat Vaticaan waar de pauselijke zetel is gevestigd. Met Rooms-katholieke Kerk wordt dus de organisatie aangeduid: de Katholieke Kerken die verenigd zijn rond de bisschop van Rome.

Ook al waren er sommige keizers die openlijk Ariaans gezind waren en zelfs soms actief het trinitarische christendom tegenwerkten kon de unitaristische gedachte het halen en werd het Trinitarisme de hoofdstroming in het Christendom.

Doordat een groot deel van het christendom zich met het rijk geprostitueerd heeft wordt die Catholische Kerk of Katholieke Kerk ook als de hoer Babylon gepersonifieerd.

Vindt ook achtergrondinformatie:
Apologetics – A theological science which has for its purpose the explanation and defence of the Christian religion

Constantinus (Constantijn) de Grote Augustus van het Westen (313 – 324); Augustus van het Romeinse Rijk (324-337)

Constantine the Great – Information on the Roman emperor
Constantine, Donation of – By this name is understood, since the end of the Middle Ages, a forged document of Emperor Constantine the Great, by which large privileges and rich possessions were conferred on the pope and the Roman Church
Constantinople – Capital, formerly of the Byzantine, now of the Ottoman, Empire (As of 1908, when the article was written.)
Constantinople, First Ecumenical Council of – Called in May, 381, by Emperor Theodosius, to provide for a Catholic succession in the patriarchal See of Constantinople, to confirm the Nicene Faith, to reconcile the semi-Arians with the Church, and to put an end to the Macedonian heresy

Nicaea, First Council of – First ecumenical council, held in 325 to combat Arianism

Nicene Creed – The profession of the Christian Faith common to the Catholic Church, to all the Eastern Churches separated from Rome, and to most of the Protestant denominations.

Aurelius Augustinus (354-430)

Augustine of Hippo, Saint – Biography, with extensive hyperlinks to related articles
Augustine of Hippo, Teaching of Saint – Article on Augustine as a Doctor of the Church, and his influence in the history of philosophy and theology. Particular interest in his teaching on grace
Augustine of Hippo, Works of Saint – Annotated bibliography of Augustine’s principal writings
Augustinian Canons – According to St. Thomas Aquinas, a canon regular is essentially a religious cleric

Tatianus een 2° eeuwse apologist

Athanasian Creed, The – One of the symbols of the Faith approved by the Church and given a place in her liturgy

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Volgelingen van Jezus.

Abraham is de rechtstreekse voorvader van het Judaisme. Vanuit dat jodendom kwamen de navolgers van Jezus, de zoon van Maria en Jozef, uit Nazareth, uit de stam van David.
Jezus zond Zijn discipelen uit en gaf hen de opdracht als broeders en zusters voor elkaar te zijn en elkaar aldus lief te hebben.

Tijdens Jezus zijn leven beginnen meerdere mensen zich reeds rond hun rabbijn te scharen en zich verenigd te voelen in een broederschap rond de Messias, de Beloofde Gezalfde.

Na Jezus dood verandert de wanhoop van Zijn volgelingen in geestesvervoering wanneer de Heilige Geest op hen neerdaalt. Nog meer dan voorheen durven zij zich verenigd voelen in een liefderijke christelijke gemeenschap. Overal ontstonden kleine groeperingen. Eerst werden zij aanschouwd als een sekte, die men de naam gaf De Weg. Vervolgens begon men de volgelingen van Christus Jezus gewoon Christenen noemen.

Icon of the Apostle Saint Peter, painted by Ni...

Ikoon van de Apostel Petrus, geschilderd door Nikolla, zoon van Onufri, 2° helft 16° Eeuw

“De apostelen en de broeders in Judea hoorden dat ook de heidenen het woord van God hadden aangenomen.” (Hnd 11:1 WV78) en de navolgers van hen die geloofden dat Jezus de Zoon van God was begonnen zich algemeen Broeders en Zusters van elkaar te noemen. De leden van de christelijke gemeente verheugen zich in een gemeenschappelijke geestelijke verhouding welke te vergelijken is met die van broers. Jezus noemde zijn discipelen broeders (Mt 25:40; 28:10; Jo 20:17). Hij legde krachtig de nadruk op deze verhouding, door te zeggen: „Al wie de wil doet van mijn Vader . . ., die is mijn broer en zuster en moeder” (Mt 12:48-50). Daarom moet men bloedverwanten minder liefhebben dan Christus en dient men hen zo nodig ter wille van hem te verlaten (Mt 10:37; 19:29; Lu 14:26). De ene broer kan de andere broer zelfs ter dood overleveren (Mr 13:12). Het begrip „broeder” strekt zich tot verder dan de directe metgezellen van Jezus uit, want ze omvat de hele gemeente van gelovigen (Mt 23:8; Heb 2:17), „de gehele gemeenschap van broeders”, „die het werk hebben dat bestaat in het getuigenis afleggen omtrent Jezus” (1Pe 2:17; 5:9; Opb 19:10). Zo’n gemeenschap van geestelijke broeders spreidt „broederlijke liefde” in de volledigste mate tentoon. (Ro 12:10; Heb 13:1).

Met Pinksteren sprak Petrus zijn toehoorders uit verre landen, onder wie zich ook proselieten bevonden, allen met „broeders” aan (Han 2:8-10, 29, 37). Soms werden in het bijzonder de mannelijke christelijke gelovigen als „broeders” aangeduid, terwijl de vrouwen „zusters” werden genoemd (1Kor 7:14, 15), maar in het algemeen werden gemengde groepen met de term „broeders” aangesproken en was deze uitdrukking niet alleen op mannen van toepassing (Han 1:15; Ro 1:13; 1Th 1:4). De term wordt in deze betekenis in alle geïnspireerde christelijke brieven gebruikt, op drie na (Titus, 2 Johannes, Judas), alsook in de werken van de schrijvers van de vroege kerk. De apostelen waarschuwden voor „valse broeders” die de gemeenten binnendrongen. (2Kor 11:26; Ga 2:4).

Al vroeg in de kerkgeschiedenis ontstonden er twistpunten en meningsverschillen die gingen resulteren in scheuringen en verschillende groeperingen in dat christelijk geloof.

Na drie eeuwen van vervolging hadden velen toe gegeven aan wereldse waarden en structuren. Door de eeuwen heen waren mythologiën en fylosofiën ook bij veel groeperingen binnen hun religie gedrongen. Tussen de Christenen begon er een machtsontplooiïng in de meer en meer georganiseerde Kerk van het Romeinse rijk.

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

%d bloggers like this: