An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Vroege Christenen’

Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen

13 Ga naar binnen door de nauwe poort,+ want breed is de poort en wijd is de weg die naar de vernietiging leidt, en veel mensen gaan daardoor naar binnen. 14 Maar nauw is de poort en smal is de weg die naar het leven leidt, en maar weinig mensen vinden die.+

15 Pas op voor de valse profeten,+ die in schaapskleren naar jullie toe komen+ maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn.+ 16 Je zult ze herkennen aan hun vruchten. Je kunt toch geen druiven plukken van een doornstruik of vijgen van een distel?+

17 Zo draagt elke goede boom goede vruchten, terwijl elke slechte boom slechte vruchten draagt.+ 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen en een slechte boom geen goede.+ 19 Elke boom die geen goede vruchten oplevert, wordt omgehakt en in het vuur gegooid.+ 20 Zulke mensen zijn dus te herkennen aan hun vruchten.+

*

    • Lukas 13:24: 4 ‘Span je krachtig in om door de smalle deur naar binnen te gaan.+ Want ik zeg jullie: veel mensen zullen proberen naar binnen te gaan, maar zullen daar niet in slagen.
    • Mattheüs 7:13, 14,(Anne de Vries): „Wijd is de poort en breed de weg die naar de ondergang leidt, en er zijn veel die deze weg inslaan. Maar de poort die naar het leven leidt is nauw en de weg is smal en er zijn er maar weinig die hem vinden”

Als gelovenden in één Ware God moeten wij er bewust van zijn dat er velen op de loer liggen om ons te misleiden. Maar al te graag zijn er mensen die niet liever willen dat wij het opgeven om in zulke kleine gemeenschap te willen leven omdat wij willen vasthouden aan de Bijbelse principes en niet vallen voor de wereldse leerstellingen en de grotere groepen van drie-eenheidsaanbidders.

Onmiddellijk nadat Jezus had gezegd dat er maar twee wegen zijn, zei hij:

„Pas op voor de valse profeten. Ze komen in schaapskleren naar u toe, maar in werkelijkheid zijn het roofzuchtige wolven” (Mattheüs 7:15, Groot Nieuws Bijbel).

Later zei hij:

„Niet ieder die Heer! Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel” (Mattheüs 7:21, Willibrordvertaling).

We mogen redelijkerwijs aannemen dat iemand die een profeet wordt genoemd of die beweert dat Jezus zijn Heer is, godsdienstig is en geen ongelovige. Het is dus duidelijk dat Jezus waarschuwde dat niet alle religies goed zijn en dat men niet alle religieuze leiders zomaar kan vertrouwen.

Er zijn massa’s religieuze groepen. Er zijn de verschillende religies, waarbij in die religieuze groepen ook nog vele verschillen zijn tussen allerlei onderverdelingen of subgroepen. In het Christendom vinden wij zo een hoeveelheid aan soorten kerken of geloofsgemeenschappen die in hun leerstellingen soms sterk afwijken van elkaar.

De grootste afwijking die wij niet mogen verwaarlozen is deze tussen de trinitarische en niet trinitarische of unitaristische gelovigen.  Wij kunnen zo een grote onderverdeling maken van de kerken uit het vroege christendom en de middeleeuwen, gevold door het Nestorianisme en de Oriëntaals-orthodoxie naast het meest gekende Katholicisme en haar dikwijls ontziene tegenvoeter de (Oosters-)orthodoxie, waartegenover de andere grote stroming staat van het Protestantisme met weer een veelheid van stromingen, met daarnaast overige groeperingen die door sommigen ook aanzien worden als een onderdeel van het protestantisme terwijl anderen ze beschouwen als ketters behorende tot sekten. Opvallend hierbij is dat sommige mensen juist diegenen die al de moeite doen om de bijbel te volgen als sekteleden aanschouwen of hen beschuldigen van ketters te zijn en godloochenaars, terwijl zij juist de Enige Ware God trachten te aanbidden. Vreemd is het dan ook dat men tegen die mensen die geen Drieenheid willen aanbidden, maar zich wel tot één God willen richten, dat men daar dikwijls heviger tegen te keer gaat dan niet-gelovigen of atheïsten.

Als men die mensen die het oneens zijn met de hoofdkerken of het niet eens zijn met de “officiële leer van de kerk” beschouwd als ketters, zou men die van de ‘mainstream kerken ‘ (of ‘mainstream churches’) afwijkende groepen dan ketters kunnen noemen, maar dan niet in de negatieve zin, die er wel meestal aan gegeven word en zeker niet aanschouwen als sekten. echter kunnen wij de vraag stellen waarom men dan die hoofdkerk die totaal afwijkt van de leer van Christus geen ketters of sekte noemt maar wel Katholische Kerk. Eveneens kan men dan ook de vraag stellen waarom men al die Katholieke zo wel als protestantse afscheuringen geen ketters noemt terwijl men de ware volgers van Christus wel ketters noemt.

Van al die afscheuringen van de Katholieke Kerk en vervolgens van de Protestantse kerk mag men stellen dat elk van hen geloofsgemeenschappen of religieuze gemeenschappen heeft die dezelfde religie aanhangen of de organisatie daarvan. Dit kan op allerlei niveaus zijn: van plaatselijk (een gemeente) tot (inter)nationaal (bijvoorbeeld een kerk). Kleinere geloofsgemeenschappen kunnen dus deel uitmaken van grote, zelfs mondiale geloofsgemeenschappen. De term kan voor alle religies worden gebruikt en is dus niet gebonden aan het christendom.

Opmerkelijk bij diegenen die zich Christen noemen dat daar de meerderheid helemaal niet die leerstellingen van de Joodse leermeester Jeshua, Christus Jezus, volgt, maar er zich aan houdt om eerder menselijke filosofische en theologische leerstellingen op na te houden in plaats van de Bijbelse leerstellingen. Nochtans zou men toch mogen stellen dat het er op aan komt om de leer te volgen van wie men deel in zijn naam draagt?! Aldus mag men toch verwachten van diegenen die zich Christen noemen dat zij de zelfde God aanbidden als hun zogenaamde stichter? Ook zou men dan toch mogen verwachten dat men de gemeenschap dan opbouwt naar de gebruiken en gewoonten van die leermeester en zijn eerste volgelingen. Maar niets is minder waar. Er is een enorm verschil tussen de lering van die hedendaagse grote kerkgemeenschappen en die eerste volgelingen van Jezus hun kerkgemeenschappen.

Egyptische goden.

De grootste groep van diegenen die zich vandaag Christen noemen beweren wel te geloven in één God maar verdelen deze toch in Drie Personen. Bij de meeste christenen bestaat hun godheid uit een God de Vader, een god de zoon Jezus Christus en als derde figuur een Heilige Geest.  Met die idee van Drievuldigheid voeden zij hun kinderen op en zetten de Romeins-Griekse en heidense traditie voort in hun geloof. Voor velen van die kerkgemeenschappen was Jezus al een gesplitste godheid voor dat de alleswetende God de wereld schiep. Hun Jezus is echter niet een alleswetende god en heeft aldus minder gelijke eigenschappen van de hoofdgod dan in andere polytheïstische geloofsgemeenschappen, ook al willen die christenen niet aanvaarden dat zij polytheïsten zouden worden genoemd.
Toch zou men daar dan de vraag kunnen stellen wat het verschil is tussen hun meer godendom en dat van de heidenen, waarbij er ook bij zijn die hun meerdere goden als onderdeel van de hoofdgod beschouwen en waar wij kunnen zien dat zij eigenlijk voor elke eigenheid van hun hoofdgod een andere naam hebben gegeven. Zo kan men daar Wijsheid , Kennis, Kracht, Tederheid, Liefde en Jaloersheid, om er enkele te noemen als godheden aantreffen, maar moet men ze eerder als eigenheden van die ene godheid zien, en zou men in gelijke trend als de trinitarische christenen ook hen als monotheïsten kunnen beschouwen.

Jezus en zijn apostelen in die eerste eeuw van onze tijdrekening waarschuwden al voor vele valse leerstellingen die wij nu als gemeengoed kunnen terug vinden in vele van die algemeen aanvaarde kerken van het Christendom, waarbij de meerderheid van de mensen vindt dat zij de juiste kerken zijn.

In het volgende hoofdstuk gaan wij verder kijken wat er mis is gegaan en waar de apostel Mattheus dan ook op inspeelt.

+

Voorgaande

  1. Vele kerken
  2. Doopsel en bloedvergieten ter vergeving
  3. 2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is
  4. 2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is – Vervolg 1

++

Aanverwante artikelen

  1. Begeerde zaken, gidsen en betrouwbare leidraad
  2. Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden
  3. Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen
  4. Hoe publiek minachtend te zijn over godsdienst
  5. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  6. Fundamentalisme en religie #6 Versplintering
  7. Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans
  8. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  9. De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?
  10. Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld
  11. Gods volk onderweg – Het leven in de gemeente
  12. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  13. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  14. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  15. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  16. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  17. Communicatie noodzakelijk voor groei in Ecclesia
  18. Doop en Geloof
  19. Geloofstwijfel, geloofsafval en kerk in moeilijkheden
  20. Moeten Christenen over zich heen laten walsen
  21. Heilige-drievuldigheid of drie-eenheid
  22. Doctrine van de Drievuldigheid

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. De Drievuldigheid van God
  2. Die Kerk(11) – Die Kerk en die Drie-eenheid
  3. De ware- en de valse drievuldigheid
  4. Verandering in de traditionele kerk
  5. Die Kerk (7) – Kerk in universele sin
  6. Die Kerk (14) – Die Kerk en sy ekumeniese roeping volgens die Nuwe Testament
  7. Kerk in een post-truth samenleving
  8. Kerken
  9. Religekkies: de eeuwige identiteitscrisis
  10. Praat Nederlands met me
  11. Conflict en theologie

+++

Advertisements

Positie en macht

Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom

Voorgaand: 1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.1.              Positie en macht

De stichter van het christendom, Jezus uit Nazareth[1], de Christus, bad dat er eenheid onder zijn volgelingen mocht bestaan (Johannes 17:21), en er was de apostelen zeer veel aan gelegen de eenheid van de christelijke gemeente te bewaren (1 Korinthiërs 1:10; Judas 17-19), maar al in de eerste eeuw kwam er vals onderwijs in het christendom.

Het feit, dat de Christenen een dicht verenigd lichaam waren, vers, krachtig, hoopvol, en dagelijks toenemend, terwijl heidenen grotendeels een losse samenvoeging waren, dagelijks verminderend, maakte dit de ware prospectieve sterkte van de kerk veel groter. Maar zij bleven sterk omringd door allerlei verscheiden heidense geloofsvormen en populaire activiteiten die soms zeer verleidelijk konden zijn.

Met het verstrijken der jaren kwamen de Christenen voor allerlei beproevingen en vervolging te staan. Net als die eerste discipelen putten zij vertroosting en aanmoediging uit hun samenkomsten. Bijgevolg schreef de apostel[2] Paulus in Hebreeën 10:24, 25: „Laten wij op elkaar letten ten einde tot liefde en voortreffelijke werken aan te sporen, het onderling vergaderen niet nalatend, zoals voor sommigen gebruikelijk is, maar laten wij elkaar aanmoedigen, en dat te meer naarmate gij de dag ziet naderen.” Die woorden zijn veel meer dan een gebod om bijeen te blijven komen. Ze verschaffen een door God geïnspireerde norm die voor alle christelijke vergaderingen geldt — en eigenlijk voor elke gelegenheid dat Christenen bijeenzijn.

De apostelen waren er bewust van dat onenigheid in het geloof tot heftig geredetwist, tweespalt en zelfs vijandschap kon leiden. (Vergelijk Handelingen van de Apostelen 23:7-10.) De apostels en de vroeggeïnspireerde mensen van de eerste eeuw verdedigden het Christelijke geloof op twee manieren: mondeling (Handelingen 22.1, Filippenzen 1.7, 16, 2 Timotheüs. 4.16) en door middel van literatuur (1 Korintiërs. 9.3). Al in hun tijd moesten de apostelen de aanhangers van Christus voor valse leraren en het verkeerde onderwijs waarschuwen welke reeds het geloof in de eerste eeuw langzaam binnendrongen.

De apostel Johannes weerlegde de misvattingen van hoe te goddelijk te leven in aanwezigheid van de docetic-gnostische leraren die de kerk infiltreerden (1 Johannes 2.1). „ Er zijn veel verleiders of dwaalleraars tot de wereld uitgegaan; die niet belijden dat Yahshua/Jezus de Messias in het vlees is gekomen. Dit is verleider en een antichrist.“ (2 Johannes 1:7) „omdat een aantal valse leraren in de wereld zijn uitgegaan, die geen getuigenis geven dat Jezus Christus in het vlees kwam. Zulk één is een valse leraar en een Antichrist.“ (2 Johannes 1:7)

Petrus schrijft: „Maar er waren ook valse profeten onder de mensen, zelfs aangezien er valse leraren onder u zullen zijn, die in het geheim in afgrijselijke ketterijen zullen brengen, zelfs ontkennend dat de heer hen kocht, en op zich vlugge vernietiging zullen brengen” (2 Petrus 2:1) „vooral hen die hun oude aard volgen in verlangen voor vuiligheid en wie gezag verachten. Vermetel en verwaand, zonder blikken of blozen, schromen zij niet de hemelse machten te beschimpen. En beven deze valse leraren niet bij het beledigen van engelachtige wezens; “ (2 Petrus 2:10)

Niemand van echt belang wil verkeerd zijn op wat de Bijbel onderwijst. Daarom moeten wij voorzichtig en bereid zijn om al het Bijbels bewijsmateriaal zo langzaam of zo snel te zien als het geanalyseerd kan worden. In principe, is het wat wij in de instructie van Paulus aan de bewoners van Thessaloniki vinden: „Doof niet de Geest. Veracht het profeteren niet. Bewijs alle dingen; houdt vast aan alles dat goed is. Onthoudt u of houdt u ver van al de verschijningen van kwaad.“ (1 Thessalonicenzen 5:19 – 22)

Verblijvend in de woorden van het Evangelie (Johannes 8.31-32) moeten wij geduldig zijn, hopend om de gift van de Heilige Geest te ontvangen, en de Bijbelse feiten zichzelf laten openbaren onder hun eigen voorwaarden. Aan dat geduld ontbrak het enkele vroege Christenen, alsook vonden zij het niet aangenaam om hun oude gewoonten zo maar op te geven. Zij werden toen aangetrokken door hen die vonden dat het niet zo belangrijk was om zo strikt aan alles te houden.

Het Romeinse Rijk

Zolang de apostelen nog leefden, beschermden zij de gemeente. De geschiedenis getuigt dat de vroege christenen niet betrokken waren bij de politieke aangelegenheden van het Romeinse Rijk en dat zij geen vooraanstaande klasse van geestelijken hadden. In plaats daarvan waren zij ijverige verkondigers van Gods koninkrijk. Tegen het einde van de eerste eeuw hadden zij getuigenis gegeven in alle delen van het Romeinse Rijk en discipelen gemaakt in Azië, Europa en Noord-Afrika. (Kolossenzen 1:23). Deze verrichtingen in de prediking betekenden echter niet dat het niet langer noodzakelijk was geestelijk waakzaam te blijven. Jezus’ voorzegde komst lag nog ver in de toekomst.

Sekten moesten dus vermeden worden, aangezien ze tot de werken van het vlees behoorden (Galaten 5:19-21). Christenen werden vermaand geen sekten te bevorderen noch zich door valse leraren op een dwaalspoor te laten brengen (Handelingen der Apostelen 20:28; 2 Timotheüs 2:17, 18; 2 Petrus 2:1). In zijn brief aan Titus gebood de apostel Paulus dat een mens die er na een eerste en een tweede ernstige vermaning mee bleef voortgaan een sekte te bevorderen, verworpen moest worden, wat blijkbaar betekende dat hij uit de gemeente gesloten moest worden (Titus 3:10). Degenen die weigerden betrokken te raken bij het veroorzaken van verdeeldheid binnen de gemeente of bij het ondersteunen van een bepaalde partij, zouden zich door hun trouwe wandel onderscheiden en er blijk van geven Gods goedkeuring te bezitten. Dit bedoelde Paulus blijkbaar toen hij tot de Korinthiërs zei: „Er moeten ook sekten onder u zijn, opdat de goedgekeurden onder u ook openbaar mogen worden.” (1 Korinthiërs 11:19).

De christenen hielden er hoge beginselen van moraliteit en rechtschapenheid op na, en met vurige ijver maakten zij een hoopgevende boodschap bekend. Duizenden verlieten het judaïsme en aanvaardden het christendom (Handelingen 2:41; 4:4; 6:7). In de ogen van de joodse religieuze leiders waren Jezus’ joodse discipelen louter afvalligen. (Vergelijk Handelingen 13:45.) Deze woedende leiders waren van mening dat het christendom hun tradities teniet deed. Ja, het loochende zelfs de kijk die zij op heidenen hadden! Vanaf 36 G.T. konden heidenen christenen worden en zich in hetzelfde geloof en dezelfde voorrechten verheugen als joodse christenen. (Handelingen 10:34, 35).

Christelijke martelaars

Christelijke martelaars

Wegens hun hoge moraliteitsbeginselen en het vasthouden aan hun geloofsovertuiging op meerdere gebieden werden de Christenen in de Romeinse wereld niet geliefd. Hun afgescheiden van de wereld (Johannes 15:19) riep aversie op. Zij bekleedden dus geen politiek ambt en weigerden militaire dienst. Als gevolg hiervan „werden [zij] voorgesteld als mensen die dood waren voor de wereld, en onbruikbaar voor alle aangelegenheden van het leven”, aldus de geschiedschrijver August Neander. Geen deel van de wereld zijn, betekende ook de goddeloze wegen van de verdorven Romeinse wereld mijden. „De kleine Christengemeenschappen stoorden de pleziermakende heidense wereld met hun vroomheid en fatsoen”, legt de geschiedschrijver Will Durant uit (1 Petrus 4:3, 4). Door christenen te vervolgen en terecht te stellen, hebben de Romeinen misschien wel geprobeerd de kwellende stem van het geweten tot zwijgen te brengen.

De eerste-eeuwse christenen predikten het goede nieuws van Gods koninkrijk met onwankelbare ijver (Mattheüs 24:14). Omstreeks 60 G.T. kon Paulus zeggen dat het goede nieuws ’in heel de schepping die onder de hemel is, gepredikt’ was (Kolossenzen 1:23). Tegen het einde van de eerste eeuw hadden Jezus’ volgelingen discipelen gemaakt in het hele Romeinse Rijk — in Azië, Europa en Afrika! Zelfs sommige leden van „het huis van caesar” werden christenen (Filippenzen 4:22). Deze ijverige prediking wekte wrevel. Neander zegt: ’Het christendom maakte gestadig vorderingen onder mensen uit alle lagen van de bevolking en dreigde de staatsreligie ten val te brengen.’ U kan zich voorstellen hoe belangrijk het wel kon zijn om toch mensen te laten infiltreren om hen op andere gedachten te laten brengen.

Jezus’ volgelingen (of aanhangers van Christus) schonken Jehovah exclusieve toewijding (Mattheüs 4:8-10). Misschien bracht dit aspect van hun aanbidding hen meer dan wat anders in conflict met Rome. De Romeinen waren tolerant ten aanzien van andere religies, zolang hun aanhangers ook deelnamen aan de keizeraanbidding. De vroege christenen konden gewoon niet aan een dergelijke aanbidding deelnemen. Zij bezagen zich als personen die rekenschap verschuldigd waren aan een autoriteit die hoger was dan die van de Romeinse staat, namelijk Jehovah God (Handelingen 5:29). Als gevolg hiervan werd een christen, ook al was hij verder in alle opzichten nog een zodanig voorbeeldige burger, als een staatsvijand beschouwd.

Keizer Nero

Er was nog een reden waarom getrouwe christenen in de Romeinse wereld „voorwerpen van haat” werden: Gemene laster over hen werd grif geloofd, beschuldigingen waarvoor de joodse religieuze leiders in niet geringe mate verantwoordelijk waren (Handelingen 17:5-8). Omstreeks 60 of 61 G.T., toen Paulus in Rome op zijn berechting door keizer Nero wachtte, zeiden vooraanstaande joden over christenen: „Werkelijk, wat deze sekte aangaat, het is ons bekend dat ze overal tegenspraak ondervindt” (Handelingen 28:22). Nero zal beslist lasterlijke verhalen over hen gehoord hebben. In 64 G.T. koos hij, toen men hem voor de brand die Rome teisterde verantwoordelijk hield, naar verluidt de reeds alom belasterde christenen als zondebokken uit. Dit schijnt een golf van gewelddadige vervolging teweeggebracht te hebben, die ten doel had de christenen uit te roeien.[3]

De valse beschuldigingen die tegen de christenen werden ingebracht, kwamen vaak neer op een mengsel van regelrechte leugens en een verdraaiing van hun geloofsopvattingen. Omdat zij monotheïstisch waren en niet de keizer aanbaden, werden zij als atheïstisch bestempeld. Omdat sommige niet-christelijke gezinsleden hun christelijke familieleden tegenstonden, werden christenen ervan beschuldigd gezinnen te ontwrichten (Mattheüs 10:21). Zij werden voor kannibalen uitgemaakt, een beschuldiging die volgens sommige bronnen was gebaseerd op een verdraaiing van de woorden die Jezus tijdens het Avondmaal des Heren had geuit. (Mattheüs 26:26-28).

Tegen het eind van Nero’s regeerperiode werden de Christenen, onder de zwaarste sancties, zelfs dat van dood, vereist om offers aan de keizer en aan heidense goden aan te bieden. Na de dood van Nero hield de vervolging op, en de aanhangers van Jezus genoten van een tamelijke vrede tot Domitiaan, een keizer van vergelijkbare verdorvenheid als Nero regeerde

Verwoesting Tempel Jeruzalem

De verspreiding van de Joden, en de totale vernietiging van hun stad en tempel in 70 G.T, zijn de volgende gebeurtenissen van overweging in de rest van de eerste eeuw. De aantallen die onder Vespasian in het land verdwenen, en onder Titus in de stad, van 67-70 G.T. omkwamen door hongersnood, de interne facties, en het Romeinse zwaard, liepen op tot één miljoen drie honderd vijftig duizend vier honderd zestig, naast honderd duizend verkocht in de slavernij.[4]

Eusebius, de vader van geestelijke geschiedenis schrijft dat nadat Domitianus tegen velen zijn wreedheid had uitgeoefend, en onterecht had gedood waaronder geen klein aantal edele en belangrijke mensen in Rome, en, zonder oorzaak, die enorme aantallen eerbare mensen met ballingschap en de inbeslagneming van hun bezit heeft gestraft, zich vestigde als uitvoerig opvolger van Nero in zijn haat en vijandigheid aan God.[5] Hij volgde ook Nero in het tarten van hen. Hij beval dat zijn eigen standbeeld zou worden aanbeden als een god, herzag de wet van verraad, en omringde zich met spionnen en informanten om een tweede vervolging van de Christenen teweeg te brengen.

NYC - Metropolitan Museum of Art - Roman statu...

Roman statue of Artemis - NYC Metropolitan Museum of Art

Niettegenstaande de Romeinse keizers, Romeinse gevangenissen en Romeinse executies slaagde het christendom er in om toch een stille opmars te maken. In weinig meer dan zeventig jaar na de dood van Christus, had het dergelijke snelle vooruitgang geboekt in sommige plaatsen om de val van heidendom te bedreigen. Christenen haalden zich meer en meer de haat van heidense aanbidders op de hals. Zo was in het oude Efeze het vervaardigen van zilveren tempeltjes van de godin Artemis een winstgevend bedrijf. Maar toen Paulus daar predikte, reageerde een aanzienlijk aantal Efeziërs hier gunstig op en keerden zij de aanbidding van Artemis de rug toe. Nu hun handel werd bedreigd, veroorzaakten de zilversmeden een volksoploop (Handelingen 19:24-41). Iets overeenkomstigs deed zich voor nadat het christendom zich tot in Bithynië (nu Noordwest-Turkije) had uitgebreid. Niet lang nadat de christelijke Griekse Geschriften waren voltooid, berichtte de bestuurder van Bithynië, Plinius de Jongere, dat heidense tempels werden verlaten en de verkoop van voer voor offerdieren drastisch terugliep. De christenen kregen de schuld — en werden vervolgd — omdat in hun aanbidding geen plaats was voor dierlijke slachtoffers en afgoden (Hebreeën 10:1-9; 1 Johannes 5:21). Het is duidelijk dat de verbreiding van het christendom invloed uitoefende op bepaalde gevestigde belangen die met heidense aanbidding verband hielden, en degenen die als gevolg hiervan zowel handel als inkomsten kwijtraakten, waren hier gebelgd over.

Door de vooruitgang van christendom werden de tijdelijke belangen van een groot aantal personen ernstig beïnvloed. Dit was een vruchtbare en bittere bron van vervolging. Heidense tempels werden meer en meer verlaten, de verering van de goden werd veronachtzaamd, en de slachtoffers voor offers werden zelden gekocht. Dit hief natuurlijk een populaire schreeuw tegen het christendom op, zoals er zich voor deed in Efeze: „ons ambacht is in gevaar tot niets teruggebracht te worden, en dat de tempel van de grote godin Diana zal worden veracht.“ Een talloze menigte van priesters, beeldhouwers, handelaars, waarzeggers, voorspellers, en vakmannen, vonden een goed leven met betrekking tot de verering van zo vele goden. Al dezen, zagen hun ambacht in gevaar, stegen in verenigde sterkte tegen de Christenen, en zochten op elke manier om de vooruitgang van christendom tegen te houden. De sluwe priesters en listige zieners en waarzeggers overreedden in het algemeen, gemakkelijk de gewone mensen, en overtuigden de openbare mening dat alle rampen, oorlogen, stormen, en ziekten die mensheid troffen, op hen door de boze goden werden verzonden, omdat de Christenen die hun gezag verachtten overal werden getolereerd.[6] Zij vonden en verspreidden de meest gemene lasterpraatjes tegen alles wat christelijk was en legden veel en erge klachten voor tegen de Christenen vóór de gouverneurs. Dit was vooral zo in de Aziatische provincies waar het christendom het meest overwegend was.

De eerste Christenen trokken zich natuurlijk van paganisme terug, hielden hun bijeenkomsten in het geheim en werden een afzonderlijke en verschillende groep van mensen. Zij konden zo het aanhangen van polytheïsme enkel maar veroordelen daar het volkomen tegengesteld was aan het ware leven en ware God, en aan het evangelie van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gaf de Romeinen de idee dat de Christenen aan het menselijke ras vijandig waren, doordat zij zagen dat zij alle godsdiensten, buiten de hunne, veroordeelden. Vandaar dat zij„Atheïsten“ werden genoemd omdat zij niet geloofden in heidense goden, en heidense verering verafschuwden.[7] Maar die afzondering van die heidense bevolking leek niet altijd even gemakkelijk.


[2] „apostel“ betekent vooruitgezondene.

[3] In de maand Juli 64 G.T. brak een grote brand uit in het Circus, welke zich bleef uitspreiden tot het al oude grandeur van de keizerstad in ruïnes legde. De vlammen breidden zich met grote snelheid uit door de kracht van de wind en door de lange smalle straten van Rome stad, over de heuvels en valleien. De algemene vuurzee. verpakte in een korte tijd de gehele stad in één blad verterende vlammen.

[4] Dean Milman’s History of the Jews, vol. 2, book 16, page 380

[5] Roman History, Encyclopedia Britannica, vol. 19, page 406

[6] Mosheim’s Ecclesiastical History, vol. 1, page 67. Cave’s Primitive Christianity; early chapters

[7] De christelijke verering, in ware eenvoud, zonder de hulp van tempels en priesters, riten en ceremonies, wordt nu niet veel beter begrepen door het Christendom tegenover toen door het heidense Rome. Vandaag willen vele naamchristenen ook priesters in gewaden zien en diensten met offergaven, wierook en symbolen in tempels of speciale kerkgebouwen. In plaats van te beseffen dat God een Geest is, “en zij dat Hem vereren moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden.“ (Johannes 4:24)

+

Aanverwante lectuur

Lees ook Zichtbaar houden van oudste kerken

Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.

1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

Heidense tempels & Kompromis met kerkvaders

Eerste Eeuw van het Christendom

Geschiedenis van het Christendom

1. De vroege dagen van het Christendom

1.1. Eerste Eeuw van het Christendom

Toen Jezus (Yeshua) op deze Wereld rond liep sprak hij over het Woord van God dat gegeven werd  aan de mensen door het geschrift in de Heilige Boeken. Tijdens zijn gehele dodelijk leven ter wereld, met inbegrip van de twee of drie jaar van zijn actief ministerie, leefde Christus als godsvruchtige Jood, zelf waarnemend, en aandringend op zijn aanhangers om ook de bevelen van de Wet waar te nemen (Mattheüs 23:3). Het algemene van het zijn onderwijs, zoals dat van zijn voorloper, was de benadering van het „Koninkrijk van God“,niet alleen betekenende dat de regel van oprechtheid in het individuele hart ligt (het „koninkrijk van God is binnen u“ – Lukas 17:21), maar ook in de Kerk (zoals duidelijk uit vele van de gelijkenissen) welke hij zou oprichten.[1]

Jarenlang hadden vele mensen die boekrollen bestudeerd. Jezus zijn discipelen, de apostelen schreven een verslag over het leven van Jezus en over de dingen die zij deden om Jezus bekend te maken in de wereld. Hun brieven werden gelezen door velen en heel wat aanhangers van Christus, die als beweging als de Israëlitische sektede Weg” bekend stond, bestudeerden die geschriften van deze apostels. Voor hen was de gehele geschiedenis van de Joden zoals die in het Oude Testament gedetailleerd wordt iets dat zij met volgende generaties moesten delen. Wanneer dit gelezen werd in het licht van andere gebeurtenissen moest het voor hen duidelijk een geleidelijke voorbereiding voor het prediken van Christendom zijn. De nieuwe godsdienst die in bestaan kwam na de dood van Jezus en na de dag van Pinksteren, in 29 G.T., werd eerst geheel beperkt tot de synagoge, en hun leden hadden nog een groot aandeel van Joodse exclusiviteit; de Wet lezend, besnijdenis uitoefenend, en aanbidding in de Tempel, evenals in de Opperkamer in Jeruzalem.

Lange tijd beschouwde het Christendom zich als deel van het Judaïsme. Apostelen waren als Jezus Joden en beschouwden zich nog als Joden. De aanhangers van Christus en degenen die studenten van het onderwijs van Jezus de Nazareen werden en gedoopt werden overwogen om deelgenoten te worden van één of andere communiën, van het lichaam van Christus. Zij hadden hun centrum in Jeruzalem[2] de stad die God aan Zijn mensen had beloofd.

In de eerste eeuw waren de discipelen betrekkelijk gering in aantal. Hun Leider, Jezus, was als een vermeende oproerling terechtgesteld. Aanvankelijk werden die aanhangers van de Jood Jezus nog aanschouwd als deel van de joodse religie die vast in het zadel zat en in Jeruzalem haar luisterrijke tempel had waar zij ook terecht konden.

Rabbijn Jezus leest voor uit de Thora

De eerste christelijke gemeente in de wereldgeschiedenis bestond uit natuurlijke joden en proselieten en werd in 33 G.T. in Jeruzalem opgericht. Met Pinksteren 33 G.T. bevonden zich in Jeruzalem ook joden uit Kappadocië en uit Pontus (Handelingen van de Apostelen2:9). Het kan zijn dat enkele van deze joden uit Pontus die Petrus’ toespraak hoorden, christenen werden en naar hun eigen gebied terugkeerden. Waarschijnlijk verbreidde het christendom zich tengevolge van de aanwezige Kappadociërs al vroeg naar Kappadocië, en werd Petrus zijn eerste brief aan hen en aan „de tijdelijke inwoners die verstrooid zijn in Pontus” en in andere streken van Klein-Azië gericht.(1Petrus 1:1).

In de eerste eeuw bestonden er overal in de omliggende heidense natiën joodse gemeenschappen. Die gemeenschappen hadden synagogen waar mensen geregeld bijeenkwamen om de Schrift te horen voorlezen en bespreken. Aldus waren vroege christenen in staat om voort te bouwen op de religieuze kennis die mensen reeds bezaten (Handelingen 8:28-36; 17:1, 2).

Geleidelijk aan verspreide het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God zich en kwamen de volgelingen van Jezus Christus onder goddelijke leiding als christenen bekend te staan. Deze term werd voor het eerst in Syrisch Antiochië gebezigd, van waaruit Barnabas en Paulus, vergezeld van Johannes Markus, aan hun eerste zendingsreis begonnen. (Handelingen 11:26).

Ware christenen deden hun uiterste best om dit goede nieuws, dat een begrip omtrent het heilige geheim bevatte, in „heel de schepping die onder de hemel is” te prediken (1Korinthiërs 2:1; Efeziërs 6:19; Kolossenzen 1:23; 4:3, 4). De apostelen en de andere eerste christenen hebben in dit opzicht een duidelijk voorbeeld gegeven. In Handelingen 5:42 lezen wij over hun activiteit: „Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws bekendmaken.”

Het boek over de Handelingen van de Apostelen laat zien dat saamhorigheid voor de eerste christenen een belangrijk deel van hun aanbidding vormde. Wij lezen daar: „En dag aan dag waren zij eensgezind voortdurend in de tempel aanwezig en braken eensgezind het brood van huis tot huis, hun vlees etend met eenheid van hart. En zij loofden God en stonden bij het gehele volk in de gunst, diegenen die gered waren hun vlees etende met vreugde en eensgezindheid van hart” (Handelingen 2:46, 47).

Ook de apostel Paulus vroeg aan de gelovigen eensgezind vast te houden aan het geloof. „Laten wij zonder wankelen vasthouden aan de openbare bekendmaking van onze hoop, want hij die beloofd heeft, is getrouw” (Hebreeën 10:23). Voor hem en de andere apostelen was het duidelijk dat deze openbare bekendmaking zich niet beperkte tot uitingen tijdens bijeenkomsten van de gemeente (Psalm 40:9, 10). Een profetisch gebod om buiten de gemeente, tot de natiën, te prediken, kan gevonden worden in de woorden van Psalm 96:2, 3, 7, 10: „Vertelt van dag tot dag het goede nieuws van de redding door hem. Maakt onder de natiën zijn heerlijkheid bekend, onder alle volken zijn wonderwerken. Geef aan Jahweh/Jehovah glorie en sterkte. Gij geslachten der volken, families van gemeenschappen, brengt Jahweh/Jehovah, glorie en lof. Brengt Adonai Jehovah de glorie welke Zijn Naam toekomt, breng een offer en treed zijn voorhoven binnen. Verkondigt het onder de volken: ’Jehovah zelf is koning geworden.’” En inderdaad gaf Jezus in Mattheüs 28:19, 20 en Handelingen 1:8 Christenen het gebod tot alle natiën te prediken.

Op deze openbare prediking doelt Paulus in zijn verdere woorden tot de gezalfde Hebreeuwse Christenen: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken” (Hebreeën 13:15). Het boek Openbaring laat ons zien dat ook de „grote schare” die uit alle natiën is bijeengebracht, uit personen bestaat die met een luide stem uitroepen: „Redding hebben wij te danken aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam” (Openbaring 7:9, 10).

Christus had met zijn discipelen vaak vergaderd om hun geestelijk onderricht te geven, en na zijn dood zetten zijn leerlingen deze traditie voort. Zijn volgelingen kwamen bijeen, zoals op de pinksterdag in 33 G.T., toen de heilige geest werd uitgestort op degenen die aldus bijeenwaren. (Handelingen der Apostelen 2:1-4). De eerste Christenen hielden er aan zich, meestal in kleine groepen, te verzamelen en regelmatig ofwel in elkaars huis of in de synagoge samen te komen om het Woord van God te bestuderen. Het was voor de eerste joodse christenen niet moeilijk ordelijke, leerzame Bijbelstudiebijeenkomsten te houden, want het grondpatroon hadden zij in de synagogen waarmee zij vertrouwd waren. De fundamentele kenmerken van de in de synagoge geleide diensten werden door de christenen overgenomen voor hun samenkomsten, waar men de Schriften voorlas en uitlegde, elkaar aanmoedigde, bad en God loofde. (1 Korintiërs 14:26-33, 40; Kolossenzen 4:16). Soms was „een aanzienlijke schare” op hun bijeenkomsten aanwezig (Handelingen 11:26).

Zoals in de joodse synagoge was er in de christelijke gemeente ook geen afzonderlijk priesterschap noch een geestelijke die vrijwel alleen aan het woord was. In de synagoge stond het iedere vrome jood vrij een aandeel aan het voorlezen en uitleggen te hebben. Zo ook in de christelijke gemeente werd er verwacht van iedereen dat deze zijn steentje bijdroeg en moesten allen een openbare bekendmaking doen en elkaar tot liefde en voortreffelijke werken aansporen, maar dit moest op ordelijke wijze geschieden (Hebreeën 10:23-25). In de joodse synagoge onderwezen de vrouwen niet en oefenden zij geen autoriteit over mannen uit; op de christelijke vergadering deden zij dat evenmin. Eén Korintiërs hoofdstuk 14 bevat instructies voor de bijeenkomsten van de christelijke gemeente, en er blijkt duidelijk zeer veel overeenkomst te zijn met de gang van zaken in de synagoge. (1 Korintiërs 14:31-35; 1Timotheus 2:11, 12).

Evenals er in de vroege Kerk op het gebied van de verantwoordelijkheid om het evangelie op alle mogelijke manieren te verbreiden, geen onderscheid bestond tussen volle-tijdbedienaren en leken, was er in dit opzicht ook geen onderscheid tussen de seksen. Het stond onomstotelijk vast dat elke Christen was geroepen om een getuige van Christus te zijn, niet alleen door middel van zijn levenswijze, maar ook met zijn lippen. Iedereen moest een apologeet of verdediger van het geloof zijn, op zijn minst in die mate dat hij bereid was een goede uiteenzetting te geven van de hoop die hij bezat. En dit gold zeer nadrukkelijk ook voor vrouwen. Zij hadden een heel groot aandeel aan de bevordering van het christendom.

Verslagen van de vroege kerk vormen het bewijs dat zij de evangelieprediking niet alleen ernstig maar ook letterlijk opvatten. Zelfs de eenvoudigste leden waren boodschappers die de waarheid verbreidden.

De geschiedenis toont aan hoe de eerste christenen, ofschoon zij eerbiedige, ordelievende burgers waren, vastbesloten waren „geen deel van de wereld” te zijn maar toch door te zetten in hun predikingwerk, ook al bracht dit hevige vervolging over hen.

Het christendom groeide van binnenuit op een natuurlijke wijze door de sereniteit van toegewijde aanhangers van Jezus Christus. Het trok mensen aan door haar eigenlijke aanwezigheid en door de rust en vrede welke die Jezus’ volgelingen uitstraalden. Terwijl er geen professionele missionarissen waren die hun geheel leven wijden aan dit specifieke werk, was elke congregatie een missionaire maatschappij, en elke Christelijke gelovige missionaris, ontstoken door de liefde van Christus om zijn medemensen te bekeren. Het voorbeeld werd geplaatst door Jeruzalem en Antiochië, en door die broeders die, na het martelaarschap van Stefanus, „in het buitenland verspreid waren en over gingen tot het prediken van het Woord.“ (Handelingen 8:4; 11:19). Volders, en arbeiders in wol en leer, rustige en onwetende personen, waren de meest ijverige verbreiders van het Christendom, en brachten het eerst tot vrouwen en kinderen. [3] De vrouwen en de slaven introduceerden het in de huiskring. Het was de glorie van het evangelie dat aan de armen en door de armen werd gepredikt om hen rijk te maken. Origenus deelt ons mee dat de stadskerken hun missionarissen naar de dorpen stuurden. Elke Christen vertelde zijn buur, arbeider aan zijn medewerker, de slaaf aan zijn medeslaaf, de bediende aan zijn meester en bazin.

Het evangelie werd voornamelijk verspreid door de wijze van leven, het prediken en door persoonlijke betrekkingen; in belangrijke mate ook door Heilige Schrift, welke reeds vroeg werd verspreid en vertaald in diverse ‘tongen’, het Latijn (Noord Afrika en Italië), Syrisch (Curetoniaans en Peshito), en het Egyptisch (in drie dialecten, Memphitisch, Thebaisch, en Bashmurisch). De communicatie onder de verschillende delen van het Romeinse imperium van Damascus tot Groot-Brittannië was betrekkelijk gemakkelijk en veilig. De wegen die voor handel en voor de Romeinse legioenen gebouwd werden, dienden ook voor de boodschappers van vrede en de stille veroveringen van de Christenheid. De handel zelf op dat ogenblik, evenals nu, was een krachtig agentschap in het uitdragen van het evangelie en het verspreiden van de zaden van Christelijke beschaving tot in de verste delen van het Romeinse Rijk.

Hoewel verschillende caesars als tirannen regeerden, maakten de wetten in de eerste eeuw het gewoonlijk mogelijk ’het goede nieuws te verdedigen en wettelijk te bevestigen’. (Filippenzen 1:7).


[1] Origin of Christianity and its relation with other religions, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Irenæus, “Adversus Hæreses, i. 26

[3] Celsus

+++

Gerelateerde artikels
  • In het begin van de geloofsgemeenschap gaven de volgelingen van Jezus zichzelf de naam van Nazarener-Netzerim-Natzraya. De talmoed verwijst enkele keren naar hen. dat zij als sekte aanschouwd werden valt op te maken aan het Twelth gebed dat door Gamiliel II was toegevoegd aan de Amidahn tegen de Sectairen, de Sekte van de Nazareners-Netzerim-Natzraya. In de talmoed zijn de vroege Messiaanse gelovigen Saduceeën genaamd en soms Essenen of zelfs Netzerim-Natzraya. Rashi maakte er werk van om de titel Netzerim-Natzraya te herstellen daar waar deze was verwijderd, volgens  What Were The Early Believers Called: HaDerech (The Way), The Natzari Sect, Netzerim-Natzraya, Jessaeans, Essene’s, Saducee’s, Christians or Nasaraeans? What Is There Place In Middle Judiasm? (paradoxparables.wordpress.com) waar men ook geschriften aanhaalt waar men meld dat de Nazareners essentieel niet verschilden van de Orthodoxe Joden, aangezien zij de gewoonten, gebruiken en doctrine beoefenden die door de Joodse Wet werden voorgeschreven; behalve dat zij in Christus geloofden. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
    Zij geloofden in de herrijzenis van de doden en dat het heelal door God werd gecreëerd. Zij predikten dat God één is en dat Jezus Christus zijn zoon was. Zij waren geschoold in de Hebreeuws taal en lazen de Wet (die de Wet van Mozes of Mozaïsche Wet betekent). Vreemd genoeg wordt er dan een onderscheid gemaakt tussen ander Christus volgelingen of Christenen die zich niet hielden aan de Joodse riten, waarmee eigenlijk bedoeld werd op de nieuwe Christenen of gedoopte heidenen. “Daarom verschillen zij…van de ware christenen omdat zij tot nu [zo] Joodse riten als de besnijdenis volbrengen, sabbat en anderen”. (Epiphanius, “Tegen Ketterijen,” Panarion 29 7 pp 41, 402)
  • Ook Earliest (pre-Christian) Nazarenes: Pliny the Elder’s evidence en Earliest Nazarenes: Evidence of Epiphanius gaan in op de benaming van de volgelingen van de Jood Jezus Christus uit Nazareth welke daarom ook wel de Nazareners of Nazoreans (“Panarion 29″ by Epiphanius) werden genoemd. Maar zij werden voor een korte tijd eveneens aangeduid met de benaming “Jessaeans” voor zij in Antiochië als Christenen werden vernoemd. Ook vandaag vinden wij nog de niet-trinitarische Christelijke denominatie ‘Vrienden van de Nazareen’ of “Nazarene Friends”

    “While treating the name of the sect, we may deal here with a short notice by Pliny the Elder which has caused some confusion among scholars. In his Historia Naturalis, Book V, he says: We must now speak of the interior of Syria. Cœle Syria has the town of Apamea, divided by the river Marsyas from the Tetrarchy of the Nazerini; Bambyx, the other name of which is Hierapolis, but by the Syrians called Mabog. This was written before 77 A.D., when the work was dedicated to Titus. The similarity of the name with the Nazerini has led many to conclude, erroneously, that this is an early (perhaps the earliest) witness to Christians  (or Nazarenes) by a pagan writer. Other than this, be it noted, there is no pagan notice of Nazarenes.”
    “… Can Pliny’s Nazerini be early Christians? The answer depends very much on the identification of his sources, and on this basis the answer must be an unequivocal No. It is generally acknowledged that Pliny drew heavily on official records and most likely on those drawn up by Marcus Agrippa (d. 12 B.C.). Jones has shown that this survey was accomplished between 30 and 20 B.C. Any connection between the Nazerini and the Nazarini must, therefore, be ruled out, and we must not attempt to line this up with Epiphanius’ Nazoraioi. One may, however, be allowed to see the Nazerini as the ancestors of today’s Nusairi, the inhabitants of the ethnic region captured some seven centuries later by the Moslems. …” (Neil Godfrey)
    “… everyone called the Christians Nazoraeans, as they say in accusing the apostle Paul, “We have found this man a pestilent fellow and a perverter of the people, a ring-leader of the sect of the Nazoraeans.”  And the holy apostle did not disclaim the name – not to profess the Nazoraean sect, but he was glad to own the name his adversaries’ malice had applied to him for Christ’s sake. For he says in court, “They neither found me in the temple disputing with any man, neither raising up the people, nor have I done any of those things whereof they accuse me. But this I confess unto thee, that after the way which they call heresy, so worship I, believing all things in the Law and the prophets .””

Samen komen in huizen

Bijbelstudie kan in de kleine huiskring gebeuren

Ten tijde van Christus kwam de Heer samen met zijn trouwste volgelingen in hun huizen en met de voetbende op de heuvels en in de open natuur.

Na Christus dood gingen de apostelen van het ene naar het andere dorp en kwamen zij in private huizen lezingen geven. Het was in de woningen van vrienden en kennissen dat de Christenen samen kwamen om dienst te houden. Meer dan alleen kleine Woordstudiegroepen, leverden de kleine ecclesiae een netwerk van doorgaande contacten, verhoudingen en groeiende Christenen.

Vandaag is het niet meer dan toen, maar nog wel belangrijker. De nood is veel hoger geworden. Het einde der tijden is dichter bij gekomen en nu zijn de mensen nog meer vervreemd geraakt van God dan in de eerste eeuwen van deze nieuwe tijdregeling. Men moet geen groot kerkgebouw hebben om samen te komen. Een eenvoudig huis, appartement of zelfs in openbare plaatsen als snackbars kan men samen komen.

English: The Geneva Bible (1560): God's name I...

Gods Naam in The Geneva Bible (1560): God's name Iehouah (in older Latin transcription form), that is/dat is Jehovah

Als geïnteresseerden in Gods Woord en hoe wij het best God kunnen dienen, verlangen wij er naar om zo veel mogelijk inzicht te verkrijgen. Hiervoor willen wij ons inzetten. Meerdere Bijbelstudenten zijn ons voorgegaan. De ernstige Bijbelstudenten trachten zoveel mogelijk van Jehovah God te weten te komen. Door zich te verdiepen in de Heilige Geschriften trachten ze zo ook de relatie tussen God Jehovah/Yahweh en Jezus/Yeshua/Yashua beter te leren kennen. zij willen alle vergissingen uitsluiten en zich ontdoen van elke verkeerde leerstelling. Het is doeltreffender in gemeenschap het leerproces te volbrengen. Zo kan iedereen elkaar helpen om de Bijbel beter te begrijpen en al de kruisreferenties op te merken. Hierbij kunnen zij ook letten op de zuiverheid, zodat niemand zich vergaapt aan mensenregels of door mensen gepropageerde stelregels. Als navolgers van Christus, willen wij ons houden aan het Woord van God en schunnen wij valse leerstellingen.

Wij durven terug kijken op de handelingen en uitspraken van de apostelen die de mensen rondom hen waarschuwden voor de valse leraars. De apostelen toonden ons welke houding wij hoorden aan te nemen en hoe wij elkaar konden helpen om samen onze gemeenschap zuiver te houden. In Jezus tijd waren zij steeds op weg met hun leermeester die elke gelegenheid waar nam om te prediken. Of het nu in een gemeente, een stad, een tempel, open plein, een tuin of een park was, Jezus sprak zijn toehoorders overal toe waar zij de mogelijkheid zagen om te verzamelen of samen te komen. Na zijn dood waren de apostelen eerst bang om zich in het openbaar te komen, maar zij lieten niet na om nog steeds in elkaars huizen samen te komen. Naar de traditie van de medeburgers die ook vergaderingen belegden om allerlei dingen te bespreken, vormden de volgelingen van Christus ook bijeenkomsten. Gebruikelijk werden deze vergaderingen of bijeenkomsten ecclesia genoemd. Deze bijeenkomsten konden, na de herwinning van hun durf, terug in de synagogen of aan de tempels plaats grijpen, maar er werd ook gretig gebruik gemaakt van de vriendelijke burgers die sympathie vertoonden met de leer van Christus Jezus en hun huis open stelden om meerdere mensen te kunnen opvangen. Met de tijd groeiden uit die bijeenkomsten in private huizen ook vaste groepen die zich verenigd voelden in die huisgemeenschap.

Zoals de kerk van de eerste Christenen groeide vanuit de huisgemeenschappen willen ook wij graag de kerk terug levendig zien worden in die kleine gemeenschapsvormen. Het gezin in de eerste plaats is het sleutelmoment voor het geloofsleven. Daarnaast staat de vrienden en kennissenkring. Voor Christus was de omgeving, de naaste zeer belangrijk, en in de kleine gemeenschap hoort ook alles te draaien rond die gemeenschap van gelijk zoekenden of gelijkdenkenden. Het is trouwens in die verbondenheid met het aanvaarden van Christus als hun Beloofde Redder of Messias, dat zij zich als Broeders en Zusters in Christus verenigt voelen als één gemeenschap. Verhalen vertellen, lachen, samen dingen doen maken deel uit van dat verenigingsleven of ecclesia werk. Veel meer is mogelijk dan de afstandelijkheid die een ‘grote’ kerk met zich mee brengt.

In de kleine kring vormen de mensen een inniger band met elkaar. Als zij samen de Bijbel bestuderen geeft dit ook al een inniger gevoelen van samen zijn en samen durven onderzoeken. Het gevoelen van samen onderweg zijn is belangrijk voor heel de gemeenschap. Elke bijeenkomst kan totaal verschillend verlopen terwijl er toch enkele typische zelfde elementen in voorkomen, waarvan het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn de voornaamste symbolische tekenen zijn van de verbondenheid met Christus. In die unieke Gift van de timmermanszoon kunnen alle beroepen, alle rassen, alle culturen zich één voelen en gelijkwaardig naast een verdelende buitenwereld. Zij kunnen zich afzonderen van de tradities en gebruiken van die commerciële wereld en in alle eenvoud elkaars genegenheid betonen.

Het groeiproces zal veel makkelijker verlopen in de kleine gemeenschap dan in een grote kerk. In vele kerkgemeenschappen kan men meestal ook slechts een verdeling waarnemen van de actieve geestelijke groep en de passieve leken. Daar ziet men soms dat enkel de dienstondersteunende mensen de publieke gaven van leiderschap en lering bevestigd krijgen en kunnen bevorderen. In de standaard kerken zijn er grenzen gekomen tussen de uitvoerende actieven en de passieve gelovigen. In de traditionele kerken zijn rangordes gaan ontstaan die niet volgens de gebruiken van de eerste Christenen waren en niet volgens de leer van Jezus, die op de gelijkheid van elke mens wees.

In de huiskerken, krijgt men familiale groepen waarin elke persoon zich met de gemeenschap verbonden kan voelen, maar eveneens taken kan opnemen. Van elke persoon wordt er verwacht dat zij rechtstreeks uit de Heilige Schrift leren en hun inzichten durven delen met de anderen. Het gezamenlijk lezen en overleggen met het Woord van God als Leidraad kan iedereen rechtstreeks beïnvloeden en wijsheid geven.

Wel is het zo dat men ver weg van Christus of van God kan zijn, terwijl in de kleine groep men Christus zeer nabij kan voelen. In de kleine ecclesia kan men God niet op een veilige afstand zetten. Bezoekers in de huiskerk hoeven zich niet dadelijk verplicht te voelen tot iets, maar men kan merken dat de vorm van kerk viering er makkelijker toe leidt om iedereen betrokken te maken met de eredienst.

Aan Christus Boodschap kan men niet voorbij gaan en meer dan in de grote kerkgebouwen kan men er bewust van worden dat men de Goede Boodschap ook verder moet dragen dan de muren van het kleine huis.

God wil dat de Boodschap van het Koninkrijk van God zich over heel de wereld verspreidt. Wij kunnen daar allen samen aan mee werken door te groeperen en elkaar te versterken. Door samen te komen en tijd met elkaar te delen rond het Woord van God kunnen wij er samen aan werken om ons doel te bereiken.

Om elkaar te laten vermenigvuldigen en verder leerlingen te maken kunnen wij beginnen in onze eigen kleine kring en van daaruit het laten groeien zodat er meer navolgers van Christus kunnen komen.

Indien jij echt van het Woord van God houdt en de Ene Ware God wil gehoorzamen, dan wordt het tijd dat je erkent wie Jezus is en welke opdrachten hij ons gegeven heeft. Wij moeten namelijk slecht één God aanbidden en geen afgoden verheerlijken of bidden voor beelden.

Laten wij Paulus raad opvolgen: “en laten wij elkaar gadeslaan om te prikkelen tot liefde en goede werken, en ons eigen samenkomen niet nalaten, zoals voor sommigen gewoonte is, maar ertoe aanmoedigen, en dat zoveel te meer naarmate ge de Dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:24-25 NB)

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #1 Abraham de aartsvader

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Abraham de aartsvader.

Some sources which? claim that it was Metatron...

Abraham geportreteerd door Rembrandt

Vroeg in het 2° millennium voor de gewone tijdrekening werd de eerste Hebreeuwse patriarch geboren. Als almachtige God gebruikte Jehovah zijn macht om elk obstakel dat de vervulling van zijn belofte aan Abraham zou kunnen verhinderen, uit de weg te ruimen en stelde aldus die aartsvader in staat de vader van Isaäk te worden. Mettertijd werd Abraham inderdaad de stamvader van de Israëlieten en anderen. [1] Bij de Joden de Christenen zo wel als bij de Moslims wordt Abraham aanschouwd als de aartsvader tot wie God de belofte uitsprak dat er een groot nageslacht zou komen dat een groot rijk zou erven en tot wie de wereld zou toe komen. Het volk van Israel zou het Beloofde land krijgen. Uit de stam van deze aartsvader zou een groot aards koning komen (David) waaruit de Messias zou geboren worden, welke nog een groter Koning zou worden want deze zou mogen heersen over het Koninkrijk van God.

Jezus beperkte zijn prediking grotendeels tot de joden. Maar kort na Pinksteren werd de christelijke apostel Petrus gebruikt om „De Weg” te openen voor Samaritanen, die zich aan de eerste vijf boeken van de bijbel hielden, en later, in 36 G.T., voor alle niet-joden. Paulus werd „een apostel der natiën” en ondernam drie zendingsreizen (Romeinen 11:13). Op deze wijze werden er gemeenten opgericht, en ze floreerden. „Hun ijver om het geloof te verbreiden, kende geen grenzen”, zegt het boek From Christ to Constantine, en voegt eraan toe: „Het door christenen gegeven getuigenis breidde zich niet alleen uit, maar was ook doeltreffend.” Vervolging van christenen had een averechtse uitwerking en droeg ertoe bij dat de boodschap verbreid werd, zoals wind een vlam aanwakkert. Het bijbelboek Handelingen verhaalt een opwindende geschiedenis over de niet te stuiten christelijke activiteit die tijdens de vroege periode van het christendom werd ontplooid.


[1] Genesis 21:1-3; 25:1-4.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: