An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Zoon van God’

Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus

File:Alexandr Ivanov 087.jpg

Een engel die de steen wegrolt voor het graf van Jezus Christus – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)

 

 


*

“1  Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, en Salome welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen. 2 Op de eerste dag van de week, heel vroeg, toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf. 3 Ze zeiden tot elkaar: ‘Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?’” (Markus 16:1-3 WV78)

“Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold.” (Johannes 20:1 WV78)

“En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.’” (Mattheüs 28:14 WV78)

“1  Op de eerste dag van de week echter gingen zij zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. 2 Zij vonden de steen weggerold van het graf, 3 gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. 5 Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: ‘Wat zoekt ge de levende bij de doden? 6 Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: 7 De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en aan het kruis geslagen, maar op de derde dag verrijzen.’ 8 Zij herinnerden zich zijn woorden, 9 keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen.” (Lukas 24:1-9 WV78)

“39 Maar Hij gaf hun ten antwoord: ‘Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal hun gegeven worden dan dat van de profeet Jona. 40 Zoals mogelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde. {drie dagen in sheol/hel}” (Mattheüs 12:39-40 WV78)

“23 Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. 24 Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. 25 Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; 26 daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, 27 omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. 28 Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. 29 Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. 30 Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, 31 zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. 33 Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort. 34 David immers is niet ten hemel opgestegen, maar toch zegt hij zelf: De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zit aan mijn rechterhand, 35 totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd. 36 Voor heel het huis van Israel moet dus onomstotelijk vaststaan, dat God Hem en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekruisigd hebt.’” (Handelingen 2:23-36 WV78)

“3 Het is de boodschap over zijn Zoon, die naar het vlees is geboren uit het geslacht van David, 4 die naar de heilige Geest is aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus onze Heer.” (Romeinen 1:3-4 WV78)

“1  Broeders, ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt 2 en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoordingen heb ik het u verkondigd? Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. 3 In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, 4 en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, 5 en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf. 6 Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. 7 Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. 8 En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. 9 Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.” (1 Corinthiërs 15:1-9 WV78)

“3 Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. 4 Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. 5 Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Simon Petrus die hem volgde, kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, 7 maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. 8 Toen pas ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen; hij zag en geloofde, 9 want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.” (Johannes 20:3-9 WV78)

“11  Maria stond buiten bij het graf te schreien. En al schreiend boog zij zich naar het graf toe 12 en zag op de plaats waar Jezus’ lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. 13 Zij spraken haar aan: ‘Vrouwe, waarom schreit ge?’ Zij antwoordde: ‘Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.’ 14 Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. 15 Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?’ In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: ‘Heer, mocht gij Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.’ 16 Daarop zei Jezus tot haar: ‘Maria!’Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: ‘Rabboeni!’- wat leraar betekent. 17 Toen sprak Jezus: ‘Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.’ 18 Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had.” (Johannes 20:11-18 WV78)

“28  Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik. 29 Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven. 30 Veel zal Ik niet meer met u spreken, want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen Mij, 31 maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft. Staat op, laten we hier vandaan gaan.” (Johannes 14:28-31 WV78)

“25 In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. 26 Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, 27 want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.’” (Johannes 16:25-28 WV78)

“13 Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. 14 En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, 15 opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” (Johannes 3:13-15 WV78)

“15 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
17  Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. 18 Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, 19 en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.” (Johannes 17:15-19 WV78)

“19  In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 20 ’Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. 21 Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’” (Johannes 20:19-21 WV78)

“1  De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen, om te verbinden wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, en aan de geboeiden de terugkeer naar het licht; 2 om een jaar van Jahwe’s genade te melden, een dag van wraak voor onze God; om alle treurenden te troosten, 3 om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen eiken van heil, door Jahwe geplant, een blijk van zijn luister.” (Jesaja 61:1-3 WV78)

“Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist dezen getuigen over Mij.” (Johannes 5:39 WV78)

“Uit uw eigen broeders zal Jahwe uw God een profeet doen opstaan zoals ik dat ben, naar wie gij moet luisteren.” (Deuteronomium 18:15 WV78)

“18 Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. 19 Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en 20 leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’” (Mattheüs 28:18-20 WV78)

“1  En gij, mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. 2 De leer die gij in het bijzijn van vele getuigen van mij hebt gehoord, geef die door aan betrouwbare mannen, bekwaam om op hun beurt anderen te onderrichten.” (2 Timotheüs 2:1-2 WV78)

“Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus.” (2 Timotheüs 1:13 WV78)

“24 Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. 25 De andere leerlingen vertelden hem: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Maar hij antwoordde: ‘Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.’
26  Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ 27 Vervolgens zij Hij tot Tomas: ‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’ 28 Toen riep Tomas uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’ 29 Toen zei Jezus tot hem: ‘Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.’” (Johannes 20:24-29 WV78)

“Wij leven in geloof, wij zien Hem niet.” (2 Corinthiërs 5:7 WV78)

“8 Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, 9 als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, bereikt.
10  Naar dat heil hebben reeds profeten gezocht en gevorst, toen zij profeteerden over de genade die voor u bestemd was. 11 Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij voorspelde al het lijden dat over Christus zou komen, en de daarop volgende verheerlijking. 12 Maar hun werd geopenbaard, dat zij deze boodschap moesten beheren voor u, niet voor zichzelf. En nu is die boodschap bij monde van de evangeliepredikers openlijk aan u verkondigd, in de kracht van de heilige Geest, die van de hemel is neergezonden. Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen.” (1 Petrus 1:8-12 WV78)

“Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was.” (Johannes 20:14 WV78)

“Terwijl ze daarover spraken, stond Hijzelf plotseling in hun midden en zei: ‘Vrede zij u.’” (Lukas 24:36 WV78)

“43 Hij nam het en at het voor hun ogen op. 44 Hij sprak tot hen: ‘Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was: Alles wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes, in de profeten en psalmen moet vervuld worden.’ 45 Toen maakte Hij hun geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 46 Hij zei hun: ‘Zo staat er geschreven: dat de Christus moest lijden en op de derde dag verrijzen uit de doden 47 en dat in zijn naam bekering tot vergiffenis van de zonden gepredikt moet worden onder alle volken, te beginnen met Jeruzalem. 48 Gij zijt getuigen hiervan 49 Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is; blijft dus in de stad, totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.
50  Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Betanie, hief de handen omhoog en zegende hen. 51 En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen. 52 Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. 53 Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en verheerlijkten God.” (Lukas 24:43-53 WV78)

“19  Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. 20 Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezelden.” (Markus 16:19-20 WV78)

“30 Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.
31  Wat moeten wij hieraan nog toevoegen? Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? 32 Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? 34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit? 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? 36 Er staat immers geschreven: Om Uwentwil bedreigt ons de dood de gehele dag; wij worden behandeld als slachtvee. 37 Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. 38 Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht 39 in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” (Romeinen 8:30-39 WV78)

*

Voorgaande rond de dood van Christus Jezus:

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

In andere talen:

Duitstalig / Deutsch: Nach der Sabbat nach dem Passahfest, die Auferstehung von Jesus Christus

Franstalig / Version en Français: Après le sabbat après la Pesach ou Pâque, la résurrection de Jésus-Christ

Engelstalig: After the Sabbath after Passover, the resurrection of Jesus Christ

+

Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Jezus is verrezen

  19. Niet goddelijkheid van Christus toch
  20. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  21. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  22. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  23. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  24. Een gedicht voor Pasen
  25. Pasen 2006
  26. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  27. Laat mij kiezen voor eerste-belang-dingen

  28. Alles zal worden opgeslorpt door de overwinning van het goede

  29. Dagelijkse schoonheid

  30. Hoe zullen de doden weer levend gemaakt worden?

+++

  • Thoughts About Easter (donnaharris.wordpress.com)
    Mary completely forgot what Jesus promised he would do on the third day. She turns and quickly runs to find her friends. I imagine her running on a dirt path as fast as she possibly could, stumbling over rocks, tired, sweaty and breathless. Her friends, Peter and John listened as she told them, “They have taken his body away!” and they too ran quickly to see for themselves.
  • He is not here, He is risen, just as He said (prhayz.com)
    After his resurrection, Jesus appeared to the women near the tomb and afterwards at least twice to the disciples while they had gathered at a house in prayer. He visited two of the disciples on the road to Emmaus, and he also appeared at the Sea of Galilee while some of the disciples were fishing.
  • What Happened on Easter? (citizentom.com)
    Some insist the Bible speaks metaphorically. Others insist the Bible speaks of what actually happened. Over and over again the Bible itself says it speaks of what actually happened. As Settled In Heaven explains in Easter Week Devotion: The Importance of the Resurrection, the Apostle Paul took this issue head on in 1 Cor 15:12-23 (KJV).
  • Easter: He is Risen (christianityandvirtue.wordpress.com)
    Today we celebrate the risen Christ. Let us remember the victory we have in Jesus. Death is defeated. Not only are our sins forgiven, but we are being made new; not only  are we being made new, but Christ is saying to us, “I say you are gods.” Let us celebrate the new reality that Christus Victor brings.
  • He IS Alive.. (ourchristianwalkinfaith.wordpress.com)
    After the Sabbath, at dawn on the first day of the week, Mary Magdalene and the other Mary went to look at the tomb.
  • The Empty Tomb (newcovenantofgrace.wordpress.com)
    Simon Peter, who was behind him, arrived and went into the tomb. He saw the strips of linen lying there, as well as the burial cloth that had been around Jesus’ head. The cloth was folded up by itself, separate from the linen.
  • Jesus is Risen!! (myeverydaygod.com)
    This morning turned the deepest grief into the most passionate praise! As the day dawned, death fell in defeat! Jesus is alive!! He is standing! He is seeking those whom He has called.
  • Happy Easter: Christ Has Died, Christ Has Risen (independentsentinel.com)
    Jesus said to her, “Woman, why are you weeping? Whom do you seek?” Supposing him to be the gardener, she said to him, “Sir, if you have carried him away, tell me where you have laid him, and I will take him away.”
  • Jesus is alive, the tomb is empty. (truthorshame.com)
    There are “many infallible proofs” of the bodily resurrection of the Lord Jesus Christ, but the testimony of the empty tomb is the most conclusive of all. Jesus had been buried, with the tomb sealed and guarded by a watch of Roman soldiers. Yet on the third day of His burial, on the morning of the first day of the week, the body was no longer there, and the empty tomb still stands today as an unanswerable proof that the Lord Jesus rose from the dead.
  • When Nothing Meant All (theonlywai.com)
    I attended a service at the crack of dawn to celebrate the resurrection of our Lord and Saviour Jesus Christ. My sacrifice of lost sleep is insignificant compared with His at Calvary, yet denying my flesh those extra 40 winks made today’s service for St John’s and St Luke’s churches in Colchester seem the sweetest Easter I have ever celebrated.
    +
    In minus degrees temperatures at Highwoods Country Park, about 50 folk encircled a camping table bedecked with a tablecloth, bread and wine. Our breath clouded our voices as we joined the bird’s dawn chorus singing praises to the Risen Lord. Our warm booted feet melted the frost encrusting the grass (see our footprints in the pic) as a rosy blanket slowly covered the horizon.

Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

File:Doek calv-restauratie.jpg

Aan de voet van de paal waarop Jezus zijn dood vond – Doek uit eigen privé-collectie, Carolus

“De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.” (Johannes 19:7 NBG51)

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” (Johannes 3:16 NBG51)

“En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.” (Mattheüs 3:17 NBG51)

“17 en Hij, zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota, 18 waar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
19  En Pilatus liet ook een opschrift schrijven en op het kruis plaatsen; er was geschreven: Jezus, de Nazoreeer, de Koning der Joden.  20 Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. 21 De overpriesters der Joden dan zeiden tot Pilatus: Schrijf niet: De Koning der Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden. 22 Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.” (Johannes 19:17-22 NBG51)

“23 Toen dan de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij zijn klederen en maakten daarvan vier delen, voor iedere soldaat een deel, en zijn onderkleed. Dit kleed nu was zonder naad, aan een stuk geweven.  24 Zij zeiden dan tot elkander: Laten wij dit niet scheuren, maar erom loten, voor wie het zijn zal; zodat het schriftwoord vervuld werd: Zij hebben mijn klederen onder elkander verdeeld en over mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de soldaten gedaan. ” (Johannes 19:23-24 NBG51)

“Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:18 NBG51)

“En zij kruisigden Hem en verdeelden zijn klederen door het lot te werpen, wat ieder ervan krijgen zou. {} {}” (Markus 15:24 NBG51)

“28 Hierna zeide Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden: Mij dorst! 29 Er stond een kruik vol zure wijn; zij staken dan een spons, gedrenkt met zure wijn, op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond.  30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.” (Johannes 19:28-30 NBG51)

“En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.” (Lukas 23:46 NBG51)

“1  Want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken. 2 Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn, generlei besef van zonden meer hadden? 3 Doch door die offeranden werden ieder jaar de zonden in gedachtenis gebracht; 4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen. 5 Daarom zegt Hij bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid; 6 in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad.
7  Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik (in de boekrol staat van Mij geschreven) om uw wil, o God, te doen. 8 In de aanhef zegt Hij: Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild, noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden. 9 [Doch] daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden. 10 Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus. 11 Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen; 12 deze echter is, na een offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God, 13 voorts afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. 14 Want door een offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:1-14 NBG51)

“31  De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven (want de dag van die sabbat was groot) vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden. 32 De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren;  33 maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij zijn benen niet, 34 maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit. 35 En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft.” (Johannes 19:31-35 NBG51)

“4 Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. 5 En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
6  Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard. 7 Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, 8 want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.” (Johannes 17:4-8 NBG51)

“In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niets uit het huis naar buiten brengen; geen been zult gij ervan breken.” (Exodus 12:46 NBG51)

“12 Men zal niets ervan laten overblijven tot de volgende morgen, en geen been eraan breken; geheel volgens de inzetting van het Pascha zal men het vieren. 13 Maar de man, die rein is, en niet op reis, en nalaat het Pascha te vieren, die zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten, omdat hij op de daarvoor bepaalde tijd de offergave des HEREN niet heeft gebracht; die man zal zijn zonde dragen.” (Numeri 9:12-13 NBG51)

“17 Roepen zij, dan hoort de HERE, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden. 18 De HERE is nabij de gebrokenen van harten Hij verlost de verslagenen van geest. 19 Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de HERE; 20 Hij behoedt al zijn beenderen, niet een daarvan wordt gebroken.” (Psalmen 34:17-20 NBG51)

“36 Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden. 37 En weder zegt een ander schriftwoord: Zij zullen zien op Hem, die zij doorstoken hebben.
38  En daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij kwam dan en nam zijn lichaam weg. ” (Johannes 19:36-38 NBG51)

“Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.” (Zacharia 12:10 NBG51)

“Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.” (Openbaring 1:7 NBG51)

“45 En van het zesde uur af kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur. 46 Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? 47 En sommige van de omstanders, dit horende, zeiden: Hij roept Elia. 48 En terstond liep een van hen toe en nam een spons, drenkte die met zure wijn, stak ze op een riet en gaf Hem te drinken. 49 Maar de anderen zeiden: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem te redden.
50  Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. 51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeen, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden, 52 en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt.  53 En zij gingen uit de graven na zijn opstanding en kwamen in de heilige stad waar zij aan velen verschenen. 54 De hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk dit was een Zoon Gods.” (Mattheüs 27:45-54 NBG51)

“38  En daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij kwam dan en nam zijn lichaam weg.  39 En ook kwam Nikodemus, die de eerste maal des nachts tot Hem gekomen was, en hij bracht een mengsel mede van mirre en aloe, ongeveer honderd pond. 40 Zij namen dan het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen windsels met de specerijen, zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven. 41 En er was ter plaatse, waar Hij gekruisigd was, een hof en in die hof een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was bijgezet; 42 daar dan legden zij Jezus neder wegens de Voorbereiding der Joden, omdat het graf dichtbij was.” (Johannes 19:38-42 NBG51)

“De volgende dag, dat is na de Voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeen gezamenlijk tot Pilatus, ” (Mattheüs 27:62 NBG51)

“En toen het reeds avond geworden was, (15-43a) kwam(15-42b) omdat het Voorbereiding, dat is de voorsabbat, was,” (Markus 15:42 NBG51)

“50  En zie, een man, genaamd Jozef, die raadsheer was, een goed en rechtvaardig man 51 (deze had niet ingestemd met hun raad en bedrijf), van Arimatea, een stad der Joden, die het Koninkrijk Gods verwachtte, 52 deze ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. 53 En na het te hebben afgenomen, wikkelde hij het in linnen en legde Hem in een rotsgraf, waarin nog nooit iemand gelegd was. 54 En het was de dag der voorbereiding en de sabbat brak aan. 55 En de vrouwen, die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zij bezagen het graf en hoe zijn lichaam gelegd werd; 56 en toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten zij naar het gebod,” (Lukas 23:50-56 NBG51)

“Bedenkt, dat de HERE u de sabbat gegeven heeft; daarom geeft Hij u op de zesde dag brood voor twee dagen. Ieder moet op zijn plaats blijven; niemand mag zijn plaats op de zevende dag verlaten. ” (Exodus 16:29 NBG51)

“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt;” (Exodus 20:8 NBG51)

“Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft.” (Deuteronomium 5:12 NBG51)

*

Vorige hoofdstukken rond de dood van Christus:

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

In andere talen:

Duitstalig / Deutsch: Jesu Tod auf Golgatha am 14 Nisan

Franstalig / Version en Français: La Mort du Jésus Christ sur le Jour de Préparation

Engelstalig: Death of Christ on the day of preparation

+

English: Jews Celebrating Passover. Lubok, XIX...

Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus

 ++

Ook aangeraden post / Recommended reading:
  1. Impaled until death overtook him
  2. Swedish theologian finds historical proof Jesus did not die on a cross
  3. Why 20 Nations Are Defending the Crucifix in Europe
  4. 14-15 Nisan and Easter
  5. High Holidays not only for Israel

+++

    • Shabbat of Love: Song of Songs (lazerbrody.typepad.com)
      This Shabbat is Shabbat Chol HaMoed Pesach, the interim Sabbath of Passover. In the south of Israel, the citrus trees are in full blossom.
    • Passover and Easter (dolunaylaben.wordpress.com)
      +The Origins of Easter
      But while Easter primarily serves as a day of remembrance and rejoicing over the Resurrection of Christ, many of the traditions and symbols of Easter are actually based on pagan traditions and symbols. Since Easter took place during the spring, it competed with pagan celebrations of the arrival of spring and renewal of life. In Europe and Asia, this time was dedicated to a goddess of fertility. While this goddess is believed to have been originally based on the Babylonian goddess Ishtar, she also has many counterparts in other mythologies. Interestingly enough, she is referred to in Saxon mythology as “Oestre” or “Eastre.” Many scholars consider this the origin of the name “Easter.” As for the Easter eggs and rabbits, these symbolize reproduction and were thought to invoke the fertility of spring. Even the painted eggs and egg-hunts originated from pagan ceremonies of various cultures, including the Babylonians.Pesach (Passover): History & Overview

      Pesach, or Passover in English, is one of the best known Jewish holidays, as much for its connection to Jewish redemption and the figure of Moses as for its ties with Christian history (the Last Supper was apparently a Passover seder).

      Passover begins on the 15th day of the Jewish month of Nissan. It is the first of the three major festivals with both historical and agricultural significance (the other two are Shavu’ot and Sukkot). Agriculturally, it represents the beginning of the harvest season in Israel. The primary observances of Passover are related to the Exodus from Egypt after 400 years of slavery as told in the biblical Book of Exodus from chapters 1 to 15.

      Passover lasts for seven days (eight days outside of Israel). The first and last days of the holiday (first two and last two outside of Israel) are days on which no work is permitted. Work is permitted on the intermediate days, referred to as Chol Ha-Mo’ed.

       

Passover Seder table with an Esperanto Haggada...

Passover Seder table with an Esperanto Haggadah of Pesach Esperanto: Seder-tablo dum Pesaĥo kun Hagada en Esperanto (Photo credit: Wikipedia)

Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

File:Alexandr Ivanov 048.jpg

Jezus voorgebracht om berecht te worden – Smaad van Christus. Uit “Bijbelse Sketches” – Alexander Andreyevich Ivanov (1806–1858)


*

“54  En zij grepen Hem en leidden [Hem] [weg], en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. 55 En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. 56 En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. 57 Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. 58 En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. 59 En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde [dat] een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileër. 60 Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. 61 En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. 62 En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. 63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen [Hem]. 64 En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? 65 En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.” (Lukas 22:54-65 STV)

“23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? 24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)” (Johannes 18:23-24 STV)

“66 En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad, 67 Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; 68 En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; 69 Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter [hand] der kracht Gods. 70 En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. 71 En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.” (Lukas 22:66-71 STV)

“63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter [hand] der kracht [Gods], en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:63-64 STV)

“En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (1 Koningen 22:16 STV)

“13  Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesaréa Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 16:13-17 STV)

“24 De Joden dan omringden Hem, en zeiden tot Hem: Hoe lang houdt Gij onze ziel op? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit. 25 Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij. 26 Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.” (Johannes 10:24-26 STV)

“13 [Verder] zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen. 14 En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.” (Daniël 7:13-14 STV)

“13 En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk] de Zoon des mensen, Die in den hemel is. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17 Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.” (Johannes 3:13-19 STV)

“55 Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter [hand] Gods. 56 En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter [hand] Gods.” (Handelingen 7:55-56 STV)

“5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:5-11 STV)

“5 De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts. 6 Ik geef Mijn rug dengenen, die [Mij] slaan, en Mijn wangen dengenen, die [Mij] het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.” (Jesaja 50:5-6 STV)

“1  En de gehele menigte van hen stond op, en leidde Hem tot Pilatus. 2 En zij begonnen Hem te beschuldigen, zeggende: Wij hebben bevonden, dat Deze het volk verkeert, en verbiedt den keizer schattingen te geven, zeggende, dat Hij Zelf Christus, de Koning is. 3 En Pilatus vraagde Hem, zeggende: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordde hem en zeide: Gij zegt het. 4 En Pilatus zeide tot de overpriesters en de scharen: Ik vind geen schuld in dezen Mens. 5 En zij hielden te sterker aan, zeggende: Hij beroert het volk, lerende door geheel Judéa, begonnen hebbende van Galiléa tot hier toe.” (Lukas 23:1-5 STV)

“Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij meer bevreesd;” (Johannes 19:8 STV)

“1  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet geërgerd wordt. 2 Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen. 3 En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij den Vader niet gekend hebben, noch Mij. 4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de ure zal gekomen zijn, gij dezelve moogt gedenken, dat Ik ze u gezegd heb; doch deze dingen heb Ik u van het begin niet gezegd, omdat Ik bij ulieden was. 5 En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? 6 Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld.
7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: 9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; 10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien; 11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. 12 Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen. 13 Maar wanneer Die zal gekomen zijn, [namelijk] de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. 14 Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen.
16  Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien, want Ik ga heen tot den Vader. 17 [Sommigen] dan uit Zijn discipelen zeiden tot elkander: Wat is dit, dat Hij tot ons zegt: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien; en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien; en: Want Ik ga heen tot den Vader? 18 Zij zeiden dan: Wat is dit, dat Hij zegt: Een kleinen [tijd]? Wij weten niet, wat Hij zegt. 19 Jezus dan bekende, dat zij Hem wilden vragen, en zeide tot hen: Vraagt gij daarvan onder elkander, dat Ik gezegd heb: Een kleinen [tijd], en gij zult Mij niet zien, en wederom een kleinen [tijd], en gij zult Mij zien? 20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat gij zult schreien, en klagelijk wenen, maar de wereld zal zich verblijden; en gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden. 21 Een vrouw, wanneer zij baart, heeft droefheid, dewijl haar ure gekomen is; maar wanneer zij het kindeken gebaard heeft, zo gedenkt zij de benauwdheid niet meer, om de blijdschap, dat een mens ter wereld geboren is. 22 En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
23  En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, [dat] zal Hij u geven. 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij. 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen. 26 In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
28  Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. 29 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie, nu spreekt Gij vrijuit, en zegt geen gelijkenis. 30 Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt. 31 Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu? 32 Ziet, de ure komt, en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden, een iegelijk naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en [nochtans] ben Ik niet alleen; want de Vader is met Mij. 33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:1-33 STV)

“30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben. 31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden. 32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.” (Johannes 18:30-32 STV)

“15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten, welken zij wilden. 16 En zij hadden toen een welbekenden gevangene, genaamd Bar-abbas. 17 Als zij dan vergaderd waren, zeide Pilatus tot hen: Welken wilt gij, dat ik u zal loslaten, Bar-abbas, of Jezus, Die genaamd wordt Christus? 18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb [toch] niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil. 20 Maar de overpriesters en de ouderlingen hebben den scharen aangeraden, dat zij zouden Bar-abbas begeren, en Jezus doden. 21 En de stadhouder, antwoordende, zeide tot hen: Welken van deze twee wilt gij, dat ik u zal loslaten? En zij zeiden: Bar-abbas. 22 Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen [met] Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden. 23 Doch de stadhouder zeide: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer, zeggende: Laat Hem gekruisigd worden! 24 Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer [dat] [er] oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. 25 En al het volk, antwoordende, zeide: Zijn bloed [kome] over ons, en over onze kinderen. 26  Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.” (Mattheüs 27:15-26 STV)

“2 Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om [het] [recht] te buigen. 3 Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.” (Exodus 23:2-3 STV)

“9 En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate? 10 (Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.) 11 Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten. 12 En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik [met] [Hem] doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt? 13 En zij riepen wederom: Kruis Hem. 14 Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15  Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij [Hem] gegeseld had, om gekruist te worden.” (Markus 15:9-15 STV)

“16 En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen; 17 En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem [die] op; 18 En begonnen Hem te groeten, [zeggende]: Wees gegroet, [Gij] Koning der Joden! 19 En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieën, aanbaden Hem. 20 En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.” (Markus 15:16-20 STV)

“32  En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden. 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel [plaats], kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter [zijde] en den ander ter linker [zijde]. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.” (Lukas 23:32-34 STV)

“44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo? 48 Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44-48 STV)

“13 De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men [Hem] zoude loslaten. 14 Maar gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend, en hebt begeerd, dat u een man, die een doodslager was, zou geschonken worden; 15 En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uw oversten. 18 Maar God heeft alzo vervuld, hetgeen Hij door den mond van al Zijn profeten te voren verkondigd had, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 STV)

“8 Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben. 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Corinthiërs 2:8-10 STV)

“En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten [Hem], zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.” (Lukas 23:35 STV)

“16 (22-17) Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. 17 (22-18) Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. 18 (22-19) Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.” (Psalmen 22:16-18 STV)

“36 En ook de krijgsknechten, tot [Hem] komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik; 37 En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven. 38 En er was ook een opschrift boven Hem geschreven, met Griekse, en Romeinse en Hebreeuwse letters: DEZE IS DE KONING DER JODEN. 39 En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons. 40 Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt? 41 En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen [straf], waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. 42 En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. 43 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.” (Lukas 23:36-43 STV)

“1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, [dat] wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter [hand] van den troon der Majesteit in de hemelen: 2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 3 Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 4 Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 5 Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 7 Want indien dat eerste [verbond] onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 8 Want [hen] berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.” (Hebreeën 8:1-9 STV)

“2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het [geschied] [zij] in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied] [zij], weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. 5 Van den zodanige zal ik roemen, doch van mijzelven zal ik niet roemen, dan in mijn zwakheden. 6 Want zo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik houde [daarvan] af, opdat niemand van mij denke boven hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 7 En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, [namelijk] een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen.” (2 Corinthiërs 12:2-7 STV)

“Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.” (Openbaring 2:7 STV)

“6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, [zal] verbolgenheid en toorn [vergolden] [worden]; 9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en [ook] van den Griek; 10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en [ook] den Griek. 11 Want er is geen aanneming des persoons bij God. 12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 (Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden; 14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; 15 [Als] die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander [hen] beschuldigende, of ook ontschuldigende). 16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.” (Romeinen 2:6-16 STV)

*

Voorgaand: Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Inhaftierung und Hinrichtung von Jesus Christus

Engelse versie / English version: Imprisonment and execution of Jesus Christ

Franse versie / Version Française: Emprisonnement et l’exécution de Jésus-Christ

+
Vindt ook:
Omtrent de laatste ogenblikken van Jezus zijn leven:
  1. Jesaja profeet en boodschapper van God
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Dienaar van zijn Vader
  4. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  5. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  10. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  11. Teken van het Verbond
  12. Verontrustheid van Jezus
  13. Jezus moest sterven
  14. Een Messias om te Sterven
  15. Een Feestmaal en doodsherinnering
  16. Een Groots Geschenk om te herinneren
  17. Jezus stervensdag
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. De Afstraling van Gods Heerlijkheid
  20. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  21. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Een gedicht voor Pasen
  24. Pasen 2006
  25. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
Christ before Pontius Pilate, Mihály Munkácsy,...

Christus Jezus voor Pontius Pilatus – Mihály Munkácsy, 1881 (Photo credit: Wikipedia)

+++

+

  • The Reformers Missed The Supreme Sola – The Sixth Sola – Sola Christus Emphainein – Emphasize Christ Alone – Christ Centered (christcenteredteaching.wordpress.com)
    The fact is that mankind is prone to selfish pride that wars against our humble Savior’s rightful place in our hearts.Christ is our religion, it’s all about Him, yet many, maybe most sermons I hear fall short of giving Christ supreme preeminence .
    +
    Each of the Five existing Solas depend on Christ.
    Jesus is the Lliving Word of God, the Way, the Truth and the Life. He is the Living Scriptura.
    Christ is the one mediator between God and man, the Sola Christos.
    Christ’s death and resurrection made God’s Grace available to mankind. Jesus is the Sola Gratia.
    Christ said, “believe in Him whom God has sent.” Christ is the Sole Fide, in whom we place our Faith Alone.
    Jesus is our bridge to Sola Deo Gloria, Christ is also our one mediator between God and man as we
  • Learning to Believe and Not to Challenge: A Good Friday Meditation (queerconfessions.wordpress.com)
    High priest. Roman governor. Convicted criminal. Passer by. Roman soldier. They are all guilty of putting Jesus to the test: prove to us that you are truly the Son of Man and the King of the Jews. Give us a sign. Speak with power and authority. Save yourself.
    +
    Neither Christ the Accused nor Christ the Crucified would acquiesce to the selfish demands of his tormentors. They saw the very miracles and teachings of Jesus first hand, and there was nothing left that could be said to change their hearts.
  • Easter Saturday: The Secret Arimathean Apostle (chandlerozconsultants.wordpress.com)
    ‘If a man has committed a crime punishable by death and he is put to death, and you hang him on a tree, his body shall not remain all night upon the tree. but you shall bury him the same day, for a hanged man is accursed by God; you shall not defile your land which the Lord your God gives you for an inheritance.’
  • Good Friday (covestudents.wordpress.com)
    the love of a Savior who died so that we may have life! Believe this truth today and be encouraged that there is nothing you can do that will ever separate you from His great love.
  • Friday of the Passion of the Lord (Good Friday) (catholicglasses.com)
    Though he was harshly treated, he submitted and opened not his mouth;
    like a lamb led to the slaughter or a sheep before the shearers, he was silent and opened not his mouth. Oppressed and condemned, he was taken away, and who would have thought any more of his destiny? When he was cut off from the land of the living, and smitten for the sin of his people, a grave was assigned him among the wicked and a burial place with evildoers, though he had done no wrong nor spoken any falsehood. But the LORD was pleased to crush him in infirmity.
  • “The Right Charge” – Mar. 29 (boyslumber.wordpress.com)
    The trial of Jesus was a sham.  The whole trial of Jesus was unjust according to their own law.  How they did it; where they did it; when they did it; the witness alone; all were against their own law.  Those who prosecuted and convicted Jesus broke their own law in their passionate pursuit to kill Jesus.
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.
    +
    Conflicting testimony against Jesus was brought forth by many witnesses, to which Jesus answered nothing.
  • Carissimi; Today’s Mass: Holy Tuesday (frjeromeosjv.wordpress.com)
    Holy Tuesday: Missa “Nos autem”
    Station at the Church of St. Prisca in Rome . This was one of the 25 parishes of Rome in the fifth century. The Epistle, Gradual, Offertory and Communion are a perfect adaptation of the passages in the Old Testament to Christ persecuted. He is ‘the meek lamb that is carried to be a victim’, and which God, by a striking revenge on them (Epistle) delivers from the hand of the sinner” (Offertory). The Gospel of St. Mark describes the death of Christ. The Introit and the Collect show that the Church, which continues and ‘glories in the Cross of our Lord Jesus Christ, in Whom is our salvation, life and resurrection’ (Introit).
    +
    It is truly meet and just, right and for our salvation, that we should at all times, and in all places, give thanks unto Thee, O holy Lord, Father almighty, everlasting God : Who didst establish the salvation of mankind on the tree of the Cross: that whence death came thence also life might arise again, and that he, Who overcame by the tree, by the tree also might be overcome: Through Christ our Lord.

Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

File:Berruguete-Pedro-Gethsemane.jpg

Jezus in de tuin van Getsemane – circa 1500, Pedro Berruguete (1450–1504)

 


“14 En toen de ure kwam, zette hij zich neder, en de twaalf apostelen met hem. 15 En hij zeide tot hen: Ik heb hartelijk verlangd dit Pascha met u te eten, voordat ik lijde; 16 want ik zeg u, dat ik voortaan niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld wordt in het rijk Gods. 17 En hij nam den kelk, dankte, en zeide: Neemt dien en deelt hem onder u; 18 want ik zeg u, dat ik niet drinken zal van het gewas des wijnstoks, totdat het rijk Gods komt. 19 En hij nam het brood, dankte, brak het, en gaf het hun, en zeide: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt: doet dat tot mijne gedachtenis. 20 Desgelijks [nam hij] na het avondmaal, ook den kelk, en zeide: Deze kelk is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:14-20 LU)

“6  Dit nu is ons tot een voorbeeld geschied, opdat wij geen lust zouden hebben tot het kwade, gelijk zij er lust toe hadden. 7 Wordt ook geen afgodsdienaars, gelijk sommigen van hen geworden zijn; gelijk er geschreven staat: “Het volk zat neder om te eten en te drinken, en stond op om te spelen”. 8 Laat ons ook geen hoererij bedrijven, gelijk sommigen van hen hoererij bedreven, en er vielen op één dag drie en twintig duizend. 9 En laat ons ook Christus niet verzoeken, gelijk sommigen van hen hem verzochten, en werden door de slangen omgebracht. 10 Murmureert ook niet, gelijk sommigen van hen murmureerden, en werden omgebracht door den verderver. 11 Al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden, en het is geschreven ons tot waarschuwing, tot wie het einde der wereld gekomen is.” (1 Corinthiërs 10:6-11 LU)

“31 Zie, de tijd komt, spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken: 32 niet gelijk het verbond geweest is, dat Ik met hunne vaderen gemaakt heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypteland te voeren, welk verbond zij niet gehouden hebben, waarom Ik hen dwingen moest, spreekt de Heer; 33 maar dit zal het verbond zijn, hetwelk Ik met het huis van Israël maken zal na dezen tijd, spreekt de Heer: Ik zal mijn wet in hun hart geven en in hun binnenste schrijven, en zij zullen mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn; 34 en zij zullen niet meer de een den ander noch de ene broeder den anderen vermanen, zeggende: Erken den Heer; maar zij zullen mij allen kennen, beiden klein en groot, spreekt de Heer, want Ik zal hun hunne misdaad vergeven en hunne zonde nooit meer gedenken. 35  Dus spreekt de Heer, die de zon tot een licht geeft des daags, en de maan en de sterren naar haren loop tot een licht des nachts; die de zee beweegt, dat hare golven woeden, Heer Zebaôth is zijn naam: 36 Indien deze ordeningen zullen ophouden voor mijn aangezicht, spreekt de Heer, zo zal ook het zaad van Israël ophouden, dat het geen volk meer zal zijn voor mijn aangezicht eeuwiglijk.” (Jeremia 31:31-36 LU)

“15  En daarom is hij ook de Middelaar des nieuwen verbonds, opdat, nu zijn dood geschied is tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, degenen, die geroepen zijn, de beloofde eeuwige erfenis ontvangen zouden. 16 Want waar een testament is, daar moet de dood bewezen worden desgenen, die het testament maakte; 17 want een testament wordt vast door den dood, daar het nog geen kracht heeft, wanneer diegene nog leeft, die het gemaakt heeft. 18 Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd. 19 Want toen Mozes alle geboden naar de Wet aan al het volk verkondigd had, nam hij het bloed der kalveren en der bokken, met water en purperen wol en hysop, en besprengde het boek en al het volk, 20 zeggende: “Dit is het bloed des verbonds, hetwelk God u geboden heeft”. 21 En ook de Tabernakel en al het gereedschap van den eredienst besprengde hij desgelijks met bloed. 22 En bijna alle dingen worden met bloed gereinigd naar de Wet, en zonder bloedvergieten geschiedt geen vergeving. 23  Zo moesten nu de voorbeelden der hemelse dingen daarmede gereinigd worden; maar de hemelse dingen zelve moeten betere offers hebben dan gene. 24 Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat een tegenbeeld is van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons. 25 En dit niet, opdat hij zichzelven dikwijls zou offeren, gelijk de hogepriester alle jaren in het heiligdom gaat met vreemd bloed; 26 anders had hij dikwijls moeten lijden van het begin der wereld af; maar nu is hij bij de voleinding der eeuwen éénmaal verschenen, om door zijn eigen offer de zonde te niet te doen. 27 En gelijk het den mensen gezet is éénmaal te sterven, 28 en daarna het oordeel, alzo zal ook Christus, na éénmaal geofferd te zijn om veler zonden weg te nemen, ten tweeden male zonder zonde tot zaligheid verschijnen aan degenen, die op hem wachten.” (Hebreeën 9:15-28 LU)

“1  Want de Wet, die slechts ene schaduw der toekomende goederen heeft, niet het wezen der zaken zelve, kan met dezelfde offers, die men jaar op jaar brengt, nimmer volkomen maken degenen, die daar toetreden; 2 anders had het offeren opgehouden, indien degenen, die den dienst verrichten, geen zonden meer op hun geweten hadden, als zij éénmaal gereinigd zijn. 3 Maar daardoor geschiedt alle jaren ene gedachtenis der zonden. 4 Want het is onmogelijk door het bloed der stieren en der bokken de zonde weg te nemen. 5 Daarom, als hij in de wereld komt, zegt hij: “Offers en gaven hebt Gij niet gewild, maar het lichaam hebt Gij mij toebereid; 6 brandoffers en zondoffers behagen U niet. 7  Toen sprak ik: Zie, ik kom—in de boekrol staat van mij geschreven—om uwen wil, o God! te doen”. 8 Nadat hij eerst gezegd had: “Offers en gave, brandoffers en zondoffers hebt Gij niet gewild, zij behagen U ook niet”—die toch naar de wet geofferd worden, 9 sprak hij daarna: “Zie, ik kom om uwen wil, o God! te doen”. Hij neemt het eerste weg, opdat hij het andere zou instellen. 10 En in dien wil zijn wij geheiligd door het offer des lichaams van Jezus Christus, éénmaal gebracht.” (Hebreeën 10:1-10 LU)

“39  En hij ging naar zijne gewoonte, uit naar den Olijfberg; en zijne jongeren volgden hem. 40 En toen hij aan die plaats gekomen was, zeide hij tot hen: Bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 41 En hij scheidde zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder, en bad, 42 en zeide: Vader, wilt gij, zo neem dezen kelk van mij: doch niet mijn, maar uw wil geschiede. 43 En hem verscheen een Engel van den hemel, die hem sterkte. 44 En in doodsangst zijnde, bad hij vuriger. En zijn zweet werd als druppelen bloeds, die op de aarde vielen.” (Lukas 22:39-44 LU)

“34 en zeide tot hen: Mijne ziel is bedroefd tot den dood toe; vertoeft hier en waakt. 35 En hij ging een weinig verder, viel op de aarde en bad, dat, zo het mogelijk ware, die ure mocht voorbijgaan, 36 en zeide: Abba, mijn Vader! u is alles mogelijk. Neem dezen kelk van mij; doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt.” (Markus 14:34-36 LU)

“29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is Gods werk, dat gij in dengene gelooft, dien Hij gezonden heeft. 30 Toen zeiden zij tot hem: Wat teken doet gij dan, opdat wij het zien en u geloven? Wat werkt gij? 31 Onze vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, gelijk geschreven staat: “Hij gaf hun brood van den hemel te eten.” 32 Toen zeide Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u: Mozes heeft u geen brood van den hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood van den hemel; 33 want het brood Gods is dat, hetwelk uit den hemel komt en der wereld het leven geeft. 34 Toen zeiden zij tot hem: Heer, geef ons altijd zulk brood. 35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot mij komt, dien zal niet hongeren; en wie in mij gelooft, dien zal nimmermeer dorsten. 36 Maar ik heb u gezegd, dat gij mij gezien hebt, en gij gelooft toch niet. 37 Al wat mijn Vader mij geeft, dat komt tot mij; en wie tot mij komt, dien zal ik niet uitstoten. 38 Want ik ben van den hemel gekomen, niet opdat ik mijnen wil zou doen, maar den wil desgenen, die mij gezonden heeft. 39 En dit is de wil des Vaders, die mij gezonden heeft, dat ik niets verlieze van al wat Hij mij gegeven heeft, maar dat ik het opwekke ten jongsten dage. 40 En dit is de wil desgenen die mij gezonden heeft, dat ieder, die den Zoon ziet en in hem gelooft, het eeuwige leven hebbe, en ik zal hem opwekken ten jongsten dage.” (Johannes 6:29-40 LU)

“7 En hij heeft in de dagen zijns vleses gebeden en smeekingen met een sterk geroep en tranen geofferd aan dengene, die hem uit den dood kon uithelpen, en is ook verhoord, omdat hij God in ere hield. 8 En hoewel hij Gods Zoon was, zo heeft hij nochtans uit hetgeen hij leed gehoorzaamheid geleerd; 9 en volkomen geworden, is hij allen, die hem gehoorzaam zijn, ene oorzaak van eeuwige zaligheid geworden, 10  en is door God genoemd een hogepriester naar de ordening van Melchizédek.” (Hebreeën 5:7-10 LU)

“8 en in het gelaat als een mens bevonden; hij vernederde zichzelven en werd gehoorzaam tot den dood, ja, tot den dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd, en hem een naam gegeven, die boven alle namen is, 10 opdat in den naam van Jezus zich buigen zullen alle knieën dergenen, die in den hemel en op de aarde en onder de aarde zijn, 11 en alle tongen bekennen zullen, dat Jezus Christus de Heer is, ter ere Gods des Vaders.” (Filippenzen 2:8-11 LU)

“25 Voorwaar, voorwaar ik zeg u: De ure komt en is nu reeds, dat de doden de stem van den Zoon Gods zullen horen, en wie haar horen zullen, zullen leven; 26 want gelijk de Vader het leven heeft in zichzelven, alzo heeft Hij aan den Zoon gegeven, het leven te hebben in zichzelven, 27 en heeft hem macht gegeven zelf het oordeel te houden, omdat hij des Mensen Zoon is. 28 Verwondert u niet daarover; want de ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijne stem zullen horen, 29 en zullen uitgaan, zij die goed gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die kwaad gedaan hebben, tot de opstanding des oordeels. 30 Ik kan van mijzelven niets doen. Gelijk ik hoor, zo oordeel ik, en mijn oordeel is recht, want ik zoek niet mijnen wil, maar den wil des Vaders, die mij gezonden heeft. 31  Indien ik van mijzelven getuig, zo is mijne getuigenis niet waar. 32 Een ander is er, die van mij getuigt, en ik weet, dat de getuigenis waar is, welke Hij van mij getuigt.” (Johannes 5:25-32 LU)

“28  Gij hebt gehoord, dat ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u. Hadt gij mij lief, zo zoudt gij u verblijden, omdat ik gezegd heb: Ik ga tot den Vader; want de Vader is groter dan ik. 29 En nu heb ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat, als het geschieden zal, gij gelooft. 30 Ik zal voortaan niet veel meer met u spreken; want de vorst dezer wereld komt, en heeft niets aan mij. 31 Maar opdat de wereld erkenne, dat ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijk de Vader mij geboden heeft: staat op, en laat ons van hier gaan.” (Johannes 14:28-31 LU)

“1  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. 2 Elke rank aan mij, die geen vrucht draagt, zal hij wegnemen; en elke die vrucht draagt, zal hij reinigen, opdat zij meer vrucht drage. 3 Gij zijt nu rein vanwege het woord, dat ik tot u gesproken heb. 4 Blijft in mij, en ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, indien zij niet aan den wijnstok blijft, alzo ook gij niet, zo gij in mij niet blijft. 5 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in mij blijft, en ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:1-5 LU)

“9  Gelijk de Vader mij liefheeft, zo heb ik ook u lief. Blijft in mijne liefde. 10 Indien gij mijne geboden onderhoudt, zo blijft gij in mijne liefde, gelijk ik de geboden mijns Vaders onderhoud en blijf ik zijne liefde. 11 Dit spreek ik tot u, opdat mijne blijdschap in u blijve, en uwe blijdschap volkomen worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk ik u liefheb. 13 Niemand heeft groter liefde dan die zijn leven laat voor zijne vrienden. 14 Gij zijt mijne vrienden, zo gij doet hetgeen ik u gebied 15 Ik noem u niet meer knechten, want de knecht weet niet wat zijn heer doet, maar ik heb u vrienden genoemd, want al wat ik van mijnen Vader gehoord heb, heb ik u bekend gemaakt. 16 Gij hebt mij niet verkoren, maar ik heb u verkoren, en ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en uwe vrucht blijve; opdat al wat gij van den Vader bidden zult in mijnen naam, Hij u dat geve.” (Johannes 15:9-16 LU)

“45 En hij stond op van het gebed, en kwam tot zijne jongeren, en vond hen slapende van treurigheid; en hij zeide tot hen: 46 Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. 47  En terwijl hij nog sprak, ziedaar de bende; en een van de twaalve, genaamd Judas, ging voor hen uit, en trad tot Jezus om hem te kussen. 48 En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij des Mensen Zoon met een kus? 49 Toen nu zij, die bij hem waren, zagen wat het worden zou, zeiden zij tot hem: Heer, zullen wij met het zwaard er onder slaan? 50 En een van hen sloeg des Hogepriesters knecht en hieuw hem het rechteroor af. 51 Maar Jezus antwoordde en zeide: Laat hen toch tot zover begaan! En hij raakte zijn oor aan en heelde hem. 52 En Jezus zeide tot de Hogepriesters en de hoofdlieden des tempels en de Oudsten die tegen hem gekomen waren: Gij zijt uitgegaan als tot een moordenaar met zwaarden en met stokken; 53 ik ben dagelijks bij u geweest in den tempel, en gij hebt geen hand aan mij geslagen; maar dit is uwe ure, en de macht der duisternis.” (Lukas 22:45-53 LU)

“En Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad: dat zal u den kop vertreden, en gij zult het in de verzenen steken.” (Genesis 3:15 LU)

“13 De God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijnen knecht Jezus verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en verloochend voor Pilatus, toen deze oordeelde hem los te laten. 14 Maar gij hebt den heilige en rechtvaardige verloochend, en geeist, dat men u den moordenaar schenken zou; 15 maar den vorst des levens hebt gij gedood, dien God heeft opgewekt van de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En door het geloof in zijnen naam heeft hij zijnen naam bevestigd aan dezen, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door hem is, heeft hem deze gezondheid gegeven voor uw aller ogen. 17 En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk ook uwe oversten; 18 maar God heeft alzo vervuld hetgeen Hij door den mond van al zijne profeten te voren verkondigd heeft, dat de Christus lijden zou.” (Handelingen 3:13-18 LU)

“29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den mensen. 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij gedood hebt, en gehangen aan het hout; 31 dezen heeft God door zijne rechterhand verhoogd tot een Vorst en Heiland, om Israël boete en vergeving der zonden te geven. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, welken God gegeven heeft dengenen die hem gehoorzaam zijn.” (Handelingen 5:29-32 LU)

“3 hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zulk ene zaligheid geen acht geven? die, nadat zij eerst gepredikt is door den Heer, onder ons bevestigd is geworden door degenen, die hem gehoord hebben; 4 en God heeft medegetuigenis gegeven door tekenen en wonderen en menigerlei krachten, en met uitdelingen des Heiligen Geestes naar zijnen wil.
5  Want Hij heeft de toekomende wereld, van welke wij spreken, den Engelen niet onderdanig gemaakt. 6 Maar iemand betuigt ergens, zeggende: “Wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt! 7 Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, met eer en heerlijkheid hebt Gij hem gekroond, en hebt hem gesteld over de werken uwer handen; 8 alles hebt Gij onder zijne voeten onderworpen”. Want daarin, dat Hij hem alles onderdanig gemaakt heeft, heeft Hij niets overgelaten, dat hem niet onderdanig gemaakt is; maar nu zien wij nog niet, dat hem alles onderdanig gemaakt is. 9 Maar hem, die een weinig minder gemaakt is dan de Engelen, namelijk Jezus, zien wij door het lijden des doods gekroond met eer en heerlijkheid, opdat hij door Gods genade voor allen den dood zou smaken.
10  Want het betaamde Hem, om wiens wil alle dingen zijn en door wien alle dingen zijn, dewijl Hij vele kinderen tot de heerlijkheid heeft geleid, den bewerker hunner zaligheid door lijden volkomen te maken. 11 Want èn die heiligt, èn die geheiligd worden zijn allen uit éénen; waarom hij zich ook niet schaamt hen broeders te noemen, 12 zeggende: “lk zal uwen naam mijnen broederen verkondigen, en midden in de gemeente zal ik U lofzingen; 13 en wederom: “lk wil mijn vertrouwen op Hem stellen”; en wederom: “Ziehier, ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft”.” (Hebreeën 2:3-13 LU)

*

Voorgaande: Op de eerste dag voor matzah

Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden

Duitse versie / Deutsch: Für den Willen dessen, der größer ist als Jesus

Engelse versie / English version: For the Will of Him who is greater than Jesus

Franse versie / Version Française: Pour la Volonté de Celui qui est plus grand que Jésus

++

Vindt ook om te lezen rond het Laatste Avondmaal:
In het Nederlands:
  1. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  2. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  3. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  4. 1 -15 Nisan
  5. 14 Nisan, de avond om Christus Zijn predikingswerk te herinneren
  6. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  7. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  8. 14 Nisan een dag om te herinneren #3 Voor het Overgangsfeest
  9. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  11. Jezus Laatste Avondmaal
  12. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  13. Teken van het Verbond
  14. Jezus moest sterven
  15. Een Messias om te Sterven
  16. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  17. Een Groots Geschenk om te herinneren
  18. Een Feestmaal en doodsherinnering
  19. Geen Wegvluchter
  20. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten

+++

 

  • Hebrews 8…A Heavenly Priesthood (simplyjuliana.com)
    We have this kind of high priest, who sat down at the right hand of the throne of the Majesty in the heavens, a minister of the sanctuary and the true tabernacle that was set up by the Lord and not man.
  • The Lord is our Salvation (bscribes.wordpress.com)
    Going through the Old Testament I came to understand the word save, or rescue. I came to understand this word through the light of Isaiah 54. Isaiah 54 speaks of a future event to be played out when God redeem his people, an event Jesus fulfilled at his appearance. The prophecy is not yet complete, but for that which Jesus has already fulfilled. What is yet to be fulfilled, is a few verse: Isaiah 15, and 17.
  • Different from all other nights (joaninordinarytime.wordpress.com)
    There are several cues during the Evening Mass on Holy Thursday that tell you something is different tonight.
    +
    It was a memorial they celebrated for 30+ years of their lives, and suddenly Jesus was doing something different.
    +
    The Hebrew understanding of remembering, memorial – zikaron – was not a passive remembering of a past event.  It was a participation in that event.  The past event was being made present for you, so that you too could share in the Passover, the redemption of the first born.
  • Covenant (part 1) (judysdiamondyear.com)
    Theologians have seen this as the first promise of a Redeemer for fallen mankind.
  • Remembering the Betrothal of Christ (tamimyer.wordpress.com)
    The night before He died for her, Christ was thinking of His bride. When He knelt to wash His disciples’ feet, He was the Bridegroom washing His bride to make her radiant. In the strength of humility, He ministered to the needs of His bride.
    +
    Each time that we “drink this cup,” we are not only remembering His sacrifice for us; we are also renewing our vows to Him.
  • Justin Martyr: The Dialogue with Trypho – Chapter XI. – The Law Abrogated (restart.typepad.com)
    “There will be no other God, O Trypho, nor was there from eternity any other existing” (I thus addressed him), “but He who made and disposed all this universe. Nor do we think that there is one God for us, another for you, but that He alone is God who led your fathers out from Egypt with a strong hand and a high arm. Nor have we trusted in any other (for there is no other), but in Him in whom you also have trusted, the God of Abraham, and of Isaac, and of Jacob.”
  • The Jewish Roots of Palm Sunday and the Passion (thesacredpage.com)
    With the Palm Sunday readings, the Church ushers us into the climax of the liturgical year in the celebration of Holy Week. This is the last Sunday feast before the beginning of the Triduum, which will climax in the celebration of Easter (Latin Pascha), what the Catechism calls the “feast of feasts” (CCC 1169).
  • Holy Thursday (johnmsfs.wordpress.com)
    Have you ever noticed that in Leonardo da Vinci’s painting of the Last Supper everybody is on one side of the table? The other side is empty. “Why’s that?” someone asked the great artist. His answer was simple. “So that there may be plenty of room for us to join them.” Want to let Jesus do his thing on earth through you? Then pull up a chair and receive him into your heart.
  • To Gethsemane (nebraskaenergyobserver.wordpress.com)
    We don’t get much of a sense of the daily life of Jesus as He and His disciples tramped the roads of Judea, but the Gospel narratives give us some insight. They settled down for the night in Gethsemane. They’d had a good evening, and only one person at that supper knew why Judas had left early. We get a sense of companionship, and we can grasp something of the feeling of love which Jesus inspired in those close to Him.
    jesus-in-gethsemane
  • Good Friday (hyattractions.wordpress.com)
    Good Friday is a religious holiday observed primarily by Christians commemorating the crucifixion of Jesus Christ and his death at Calvary. The holiday is observed during Holy Week as part of the Paschal Triduum on the Friday preceding Easter Sunday, and may coincide with the Jewish observance of Passover. It is also known as Holy Friday, Great Friday, Black Friday, or Easter Friday, though the latter properly refers to the Friday in Easter week.

    Based on the details of the Canonical gospels, the Crucifixion of Jesus was most likely to have been on a Friday (John 19:42). The estimated year of the Crucifixion is AD 33, by two different groups, and originally as AD 34 by Isaac Newton via the differences between the Biblical and Julian calendars and the crescent of the moon. A third method, using a completely different astronomical approach based on a lunar Crucifixion darkness and eclipse model (consistent with Apostle Peter‘s reference to a “moon of blood” in Acts 2:20), points to Friday, 3 April AD 33.

Politiek en macht eerste prioriteit # 3 Verhoging van Maria en de Heilige Geest

In de vorige artikelen hebben we gezien dat geestelijken van de late derde en vroege vierde eeuw, zoals Athanasius, hun politieke invloed gebruikten om hun geformuleerde ideeën over de Drie-eenheid door te drukken zodat  op het Concilie van Nicea (325) werd besloten dat de Vader en de Zoon “van dezelfde substantie” moesten zijn. 
In het Westen had men Hilarius van Poitiers ( ca. 315367), en in het Oosten Basilius van Caesarea, ook Basilius de Grote[1] (c.330-379), Griekse prelaat, bischop van Caesarea in Cappadocia, en één van de Vier Vaders van de Griekse Kerk met zijn broer Gregorius van Nyssa en zijn beste vriend Gregorius van Nazianze (c.330-390) die de Nicene formule van de orthodoxe leer van de Drievuldigheid (Drie-eenheid) bleven verdedigen en de Niceense geloofsbeleidenis interpreteerden met God als één wezen in drie hypostasen als een te nemen voorwaarde om christen te zijn. Het niet-christelijk idealisme met zijn hoge morele en esthetische niveau boeide hen en men kan zich indenken dat de beleving van de heidenen door hun verering van meerdere goden een grotere devotie bleek te verwezenlijken. De kerkvaders van die tijd waren er van overtuigd dat de toelegging voor een verering van meerdere goden de kerk tengoede zou komen en daarom opteerden zij voor de gratie van de machtshebbers met instemming voor hun godendom te transplanteren naar hun christelijke figuren, zodat de Maagd Maria en andere heiligen ook vereerd konden worden.

De wijding van Hilarius van Poitiers ook gekend als de ‘Athanasius van het Westen’ – Prent uit een 14e eeuws manuscript.

Het arianisme was een belangrijke levensbeschouwelijke stroming. Ook de keizer van het West-Romeinse Rijk, Constantius II, was het arianisme vriendelijk gezind. Hilarius verzette zich tegen de door de keizer geëiste veroordeling van kerkvader Athanasius en daarmee van de geloofsbelijdenis van Nicea, waaraan andere Gallische bisschoppen meededen, en werd daarom naar Klein-Azië verbannen (356359). In deze periode schreef hij zijn hoofdwerk, De Trinitate (‘Over de Drievuldigheid‘). In zijn De synodis seu de fide orientalium (‘Over de synoden of de geloofstrouw van de Oosterse bisschoppen’) gaf hij daar een historische toelichting bij.
In het Griekse Oosten geraakte hij nog veel beter thuis in de christologische strijd en deze zette hij, in 360 teruggekeerd, in Gallië voort, in de eerste plaats tegen Saturninus van Arles op een synode te Parijs (361) en enige jaren later – met weinig onmiddellijk succes – tegen Auxentius van Milaan.

Voorafgaand: Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme

De vroege dagen van het Christendom

2.2.3 Politiek en macht de eerste prioriteit: Verhoging van Maria en de Heilige Geest

De keizer Constantinus voltooide wat Paulus was begonnen –  een wereld vijandig aan het geloof  waarin Jezus had geleefd en wasgestorven. De Raad van Nicea of Oecumenische Concilie in Nicea in 325 bepaalde dat de Kerk en de Synagoge niets gemeenschappelijk zouden moeten hebben, en dat wat er ook van de eenheid van God en van de vrijheid van de mens sloeg of een Joods aspect van verering aanbood, van het Katholiek Christendom moest worden geëlimineerd. Alles wat er maar op zou kunnen wijzen dat Jezus zijn leer op de Joodse leer  zou geschoeid zijn wenste men te verwijderen. Mits vele Joden de volgers van Jezus toch als een Joodse sekte beschouwden, zou het niet moeilijk zijn om  door zich te ontdoen van de Joodse verbondenheid zich als een nieuwe godsdienst te laten opmerken.

De overdracht van de zetel van macht van Rome tot Constantinopel, en het oprichten van het Oost Romeinse Rijk onder Constantinus I gaf aan Klein-Azië, en vooral aan Constantinopel, een belangrijk belang in de geschiedenis van de Kerk voor verscheidene eeuwen. De zeven oecumenische Raden van 325 tot 787 waren allen gehouden in die stad of in haar buurt, en de doctrinaire controversen op de Drievuldigheid en de persoon van Christus werden voornamelijk gedragen in Klein-Azië, Syrië, en Egypte.

Het geërodeerde rots-standbeeld van de godin Cybele op de berg Sipylus, op een vroeg 20ste-eeuwse Franse postkaart

Niet ver van Frygië (ook vaak als Phrygië gespeld) in het midwesten van de Anatolische hoogvlakte in Klein-Azië werd Montan of Montanus geboren in Ardaban (Misië) (?- 195), die zich ontdeed van zijn priesterschap van de godin Cybele en zich geroepen vond om als de profeet uit te geven als de trooster, de Parakleet, van wie Jezus beloofd had dat hij hem in de laatste dagen zou sturen.

De Romeinse Staat keurde en ontwikkelde een bepaalde vorm de cultus van de goddelijkheid van de Staat van Frygië goed. Alsook werd deze door Griekse kolonisten van Klein-Azië aangepast, en werd ze verder verspreid van daar naar het  vasteland Griekenland en zijn verdere westelijke kolonies rond de 6de eeuw vGT. In Rome, werd Cybele Magna Mater („Grote Moeder“) genoemd.  Om priester of priesteres te zijn moest men zich castreren en werden Gallos of Galli genoemd. Deze barbaarse verminking werd gerechtvaardigd door de mythe over Attis, de god van de vruchtbaarheid en minnaar van de Grote Moeder, die zichzelf ontmande onder een dennenboom. Cybeles ‘priesteressen’ gingen de uitgelaten festiviteiten voor in ceremonies met veel drank en wilde muziek, waarbij zij, en veel van haar fanatieke volgelingen, zichzelf met messen sneden. De feesten werden in grote processies gevierd nog tot 268 n.Chr. Ook de Nijldelta godin Isis (Grieks) of Aset (Egyptisch Au Set), dochter van Geb en Nut, de god van de aarde en de godin van de hemel geraakten meer verweven met de christelijke gedachten. De Egyptische Moedergodin Isis stond bekend als vruchtbaarheidsgodin zoals Cybele die in de verering werd opgenomen als evenbeeld van Maria, de moeder van Jezus, zodat deze als de ‘moeder van God’  in de cultus kon worden vereerd.[1]

De Romeinen schreven hun succes tegen Carthago tijdens de Punische Oorlogen toe aan de verheerlijking van Cybele en meerdere volgelingen en gelovigen na Montanus dachten dat hun verzoeken aan de Magna Mater of ‘Moeder Gods’ in vervulling gingen door hun toewijding aan haar.

Toen Montanus zich had bekeerd tot het Christendom nam hij de cultus van zijn godin mee over en nadat hij in een trance was gevallen begon hij aan „het profeteren onder de invloed van de Geest.“ Hij werd spoedig vergezeld door twee jonge vrouwen, Prisca, of Priscilla, en Maxirnilla, die ook aan voorspellingen begonnen. Hij kreeg het bericht dat Christus spoedig zou terugkeren en dat de Heilige Geest nu zou regeren.

Als profeet van God, overtuigd dat de Parakleet door hem sprak, kondigde Montanus de steden van Pepuza en Tymion in west-centraal Frygië aan als plaats van het Nieuw Jeruzalem. Hiervoor maakte hij het grotere Pepuza tot zijn hoofdkwartier. Zijn aanhangers, de Montanisten wachtten op de komst van de Heilige Geest om de plaats van de zoon in te nemen en een meer perfect Evangelie aan te kondigen. De Heilige Geest werd gemaakt tot het voorwerp van een exclusieve verering.

De Kerk moest die verering onderdrukken, maar zowel deze verering van de Heilige Geest als van Maria paste netjes in het raamwerk om de Heilige Drievuldigheid aanvaardbaar te maken. Door  de Anatoolse godin naar Maria te transponeren kon de moeder van Jeshua (Jezus) als de Magna Mater, de Grote Moeder, genomen worden en moest zij wel de moeder van God zijn en haar zoon Jeshua (Jezus) kon dan niet anders dan de reïncarnatie van God zijn. Nu kon zij ook tot de andere figuren  behoren als  „heilig“ of ‘apart geplaatste’ .[2]

Deze Maria verering en het maken van de Heilige Geest tot een godheid,  kwam de machthebbers ten goede en stimuleerde de handel van nog meer beeldjes en gekapte stenen.

Meer en meer werden allerlei figuren uit de heidense traditie overgenomen om als beeltenis plaats te nemen voor ‘heiligen’ uit de stroming van Jezus volgers. De anathema’s of artefacten dat in de oudheid door een bezoeker van een heiligdom aan een godheid werden geschonken geraakten alsmaar meer ingeburgerd in het christelijk geloof. Nu kon de Heilige Geest ook voorgesteld worden en kreeg deze ook een plaats op de offeraltaren en in gebedshuizen naast de vele andere artefacten die hun weg vonden in de gebedshuizen.

De Allerhoogste God, Elohim Jehovah, verafschuwt standbeelden of artefacten die vorm wordt gegeven door de mens voor verering. In het Oude Testament, werd reeds vermeld dat geen beeltenis van God hoorde gemaakt te worden. Voorwerpen die werden gebruikt voor votieve dienstenaanbod, mochten niet hergebruikt worden voor een profaan gebruik . Dergelijke voorwerpen moesten vernietigd worden. Deze voor vernietiging bestemde voorwerpen werden „vervloekt“ evenals gewijd of geconsacreerd. De gewijde beelden of anathema werden populair maar de  Apostel Paulus beschouwde ze ook als verwerpelijke standbeelden of steengravures die zouden moeten worden uitgesloten. Hij sprak over het aan de kaak stellen“ [anathema] of vervloeken „maar ook over het  „ aanbieden aan God“.Voor de eerste Christenen gold het bidden tot standbeelden als een misdaad.

De Apostel Paulus gebruikt de naam van die beeltenissen ook als de verwijzing van wat christenen zich niet mogen welgevallen. Aanbidding van beeltenissen is namelijk iets verwerpelijk voor God. Voor de Allerhoogste is het een vervloeking om met een menselijk ontwerp te worden vergeleken of uitgebeeld. Daarom gebruikt Paulus ‘anathema sit’ om uit te drukken dat “hij zij vervloekt” worde. Afbeeldaanbidders hoorden niet thuis bij de eerste christenen en werden ‘vervloekt’ of uit gesloten.  Eigenlijk zijn het afgodenaanbidders. In de betekenis van uitsluiting (excommunicatie, kerkelijke ban) is de formulering sinds de 4e eeuw tegen verschillende ketterijen gebruikt op particuliere en oecumenische concilies in de geijkte vorm “indien iemand dit of dat zegt (dat in strijd is met de besluiten van het concilie), hij zij in de ban is (anathema sit)”.[3]

Zij die hun liefde aan beelden of standbeelden toonden deden iets tegen de bevelen van God en toonden aan dat zij niet zo zeer hielden van Elohim de Hoogste God maar voorwerpen waren van afschuw en execratie aan alle heilige wezens. Voor de eerste Christenen waren zij zonder schuldgevoelens voor een misdaad die de strengste veroordeling verdient en konden zij als dusdanig niet meer deel uitmaken van de ecclesia. Bij zulke ‘verschrikkelijke daden’ moest overwogen worden hen uit de gemeenschap te verwijderen. Zij werden blootgesteld aan de zin van „eeuwige vernietiging van de aanwezigheid van de Heer“ want zij omhelsden geen blijvend geloof, zoals de zin was van geheel de mensheid vóór het zoenoffer, de rechtvaardiging en heiliging van het bloed van Christus dat de afkoop van zonden toestond.[4]

{{{název}}}

Cyrillus I van Alexandrië (Grieks: Κύριλλος Α΄ Αλεξανδρείας) (Alexandrië, 375-380 – Alexandrië, 27 juni 444) monnik en patriarch van Alexandrië van 412 tot 444. Fel bestrijder van het arianisme.

Het gebruik van het woord „anathema“werd verder gebruikt om een vloek en een gedwongen uitwijzing van de gemeenschap van Christenen te betekenen. Het werd overgenomen en werd de standaardtermijn in de kerk na de heilige Cyrillus van Alexandrië, die zijn 12 anathema’s tegen de afvallige Nestorius (in 413 GT) uitsprak. In de 6de eeuw, kwam het anathema als de strengste vorm van excommunicatie te betekenen dat een afvallige van de Christelijke Kerk formeel gescheiden werd en zijn doctrines veroordeeld; maar ook werd het gebruikt voor minder belangrijke excommunicaties, terwijl het vrije ontvangst van de sacramenten belemmerde, de zondaar verplichtend om zijn zondige staat door het sacrament van vergiffenis (Sacrament van verzoening) te rectificeren.

In de eeuw 4° hield men van de idee van de bewondering van de Heilige Geest en Magna Mater of Theotokos, de Griekse titel van Maria, de moeder van Jezus, vooral gebruikt in de Oostelijke Orthodoxe, Oosterse Orthodoxe, en Oostelijke Katholieke Kerken (het Oosters christendom). Haar letterlijke Nederlandse vertalingen omvatten `god-Drager ` ‘God baarster’ en `wie geboorte aan God’ geeft. De Raad van Ephesus die, in oppositie tegen hen werd verordend ontzegden Maria die de titel Theotokos („wie geboorte aan God“geeft) maar noemden haar Christotokos („wie geboorte aan Christus“ geeft).
In de theologische discussie over de natuur van Christus kwam het tot verschillend woordgebruik, dat voor verwarring zorgde. De mens Jezus maakte van Maria een antropotokos (Moeder van de mens Jezus), maar ook een theotokos (moeder van God). Volgens Nestorius (Nestorius van Constantinopel) kon het “eeuwig voortkomen van de Zoon uit de Vader” niet eeuwig via Maria voltrokken worden, en hij koos daarom voor de alternatieve term “christotokos” (moeder van Christus). Het leverde Nestorius een aanval van Cyrillus van Alexandrië op, die in de nestoriaanse Jezus een eenheid, die pas door de ontmoeting tussen de eeuwige Logos en de tijdelijke mens op grond van genade (van God) en vrije wil (van de mens Jezus) tot stand kwam. Hierin zou Jezus Christus niet pre-existent zijn en bovendien meenden sommigen (m.n. Dioscurus, opvolger van Cyrillus) dat de benadrukte twee naturen in een persoon zou kunnen worden geïnterpreteerd als twee personen (Jezus en Christus) in een verschijning.
Athanasius van Alexandrië in 330, Gregorius de Theoloog in 370, Johannes Chrysostomos in 400, en Augustinus gebruikte allen theotokos.[5] (De formulering Theotokos werd op het anti-nestoriaanse Concilie van Efeze in 431 bevestigd.)

Een 18e-eeuwse Russische pictogram dat verschillende soorten van de Theotokos iconen voorstelt

Naast de incarnatie van God kon nu ook de Geest op de aarde komen en kon hij bemind of aanbeden worden. In 380 zouden anathema’s die door de overspelige Paus Damasus uitgesproken werden, in de Vierde Raad van Rome, de veroordeling uitspreken over hen die zouden ontkennen dat de Heilige Geest moest bemind worden  als de Vader en de Zoon door elk schepsel [6]. Deze anathema’s werden vernieuwd door Celestinus I en Virgilius, en de oecumenische raad van 381 in zijn symbool, dat zijn plaats in de liturgie nam, formuleerde haar geloof in de Heilige Geest, „Wie te samen met de Vader en de Zoon is bemind  en verheerlijkt.“ Deze uitdrukkingen wijzen op de eenheid van de bewondering van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest; namelijk dat de één of andere Persoon van de Drievuldigheid kan bemind worden afzonderlijk maar niet met de uitsluiting van de andere twee.

De idee van een Drievuldigheid, die, aangezien de Raad van Nicea in370, en vooral door Basilicum de Grote of Basilius van Caesarea, ook Basilius de Grote en Vader van het Oosterse Monastieke Leven genoemd, (ca. 330 – 379) , het Katholieke dogma was geworden, werd natuurlijk niet alleen door Joden tegenstrijdig aan hun monotheïstisch geloof beschouwd. De echte studenten van de Bijbel vonden geen reden om in zulk een onderwijs te gaan. Voor hen was de Bijbel duidelijk met woorden zoals “de zoon van God”. Het werd nog slechter wanneer bepaalde Christenen ook deze drie-Ene God, `God de zoon‘ `God de Vader‘ samen met de God „de Heilige Geest [“ Ruaḥ Ha-Ḳodesh“]opvatten als een vrouwelijk wezen dat, haar parallellen had in al de heidense mythologieën.[7]

De respons op de Nieuwe Profetie bracht nog een splitsing onder de christelijke gemeenschappen, en vooral de meer orthodoxe geestelijkheid vocht hard om deze stroming te onderdrukken. Men geloofde dat de Frygische profeten werden bezeten door boze geesten, en dat zijn twee profetessen Maximilla en Priscilla, vrouwelijke presbyters, voorbeelden waren van mislukt exorcisme.

Montanisten, die in de tweede eeuw predikten, en uitkeken naar de komst van de Heilige Geest om  de plaats van de Zoon in te nemen en een meer perfect Evangelie aan te kondigen, gaven zeer veel aandacht aan droomduidingen en extase-ervaringen. Bij hen valt het eindtijd denken vooral op. Hun eindtijdverwachting legde hen een sobere levensstijl op met een strikte publieke en individuele moraal , vol vasten, seksuele onthouding, boetedoening, loslaten van het huwelijk en bereidheid tot het martelaarschap.

Montanus zag zich als de laatste definitieve openbaring en Priscilla bezag zichzelf als allerlaatste  profetes waarna  slechts het einde zou komen.

Hun exclusieve verering van de Heilige Geest werd wel hoog geschat en als een aan te nemen element in de godsdienst verering. Zo kon Gods Kracht als derde persoonlijkheid gestaafd worden.

Na het overlijden van Priscilla in 179 zagen de mensen dat Jezus niet terug kwam en liet het nieuwe Jeruzalem op zich wachten waardoor  aan de eindtijdprofetieën een einde kwam, toch bleef het verder bestaan tot het meer te lijden kwam onder de strenge legislatie tegen het Montanisme door keizer Justinianus I die heerste van 527 tot 565. Enkele overgebleven groepen zetten de beweging echter voort tot in de 9° eeuw.

In 380 werd zo een vervloeking of banspreuk uitgesproken door Paus Damasus, op de Vierde Raad of Concilie van Rome. Er werd  uitgesproken dat wie ook maar zou ontkennen dat de Heilige Geest moet worden bemind worden als de Vader en de Zoon door elk schepsel, deze zou verbannen worden uit de Katholische Kerkgemeenschap.  Deze anathema’s werden vernieuwd door Celestinus I en Virgilius, en de oecumenische raad van 381. De anathemata als versierselen in de gebedshuizen werden nu als een vorm van devotie aangekondigd en de liturgische gewaden en symbolen als tekenen van macht.

De Oost-Romeinse / Byzantijnse keizer Theodosius I zag dat er iets moest gedaan worden om de verscheurde christelijke kerk tot een eenheidskerk te brengen. Alsook wenste hij zijn keizerlijke macht te gebruiken  om de nog zeer grote invloedrijke groep aanhangers van het arianisme, dat door het eerste oecumenische concilie in 325 in Nicea al als ketterij was veroordeeld, zoveel mogelijk uit te schakelen.

De Heilige Geest werd nu door nog meer mensen hoog geschat en als een te vereren persoonlijkheid aanschouwd. Het geloof in de Heilige Geest als gelijkwaardige goddelijke derde persoon van de in essentie éne God werd in de – in 325 in Nicea vastgestelde – geloofsbelijdenis opgenomen.

De heilige drie-eenheid, icoon van Andrej Roebljov (ca. 1400)


[1] Jezus werd aanschouwd als de verwerkeling van God op aarde en werd als  Horus de zoon van Isis  de symbolisering van  het jaarlijks verdwijnen en opkomen van het leven, zoals dat in de landbouw zichtbaar wordt (zie ook: Geboorte van Horus). Het gebruik om poppen van de korengeest te maken bestaat nu nog altijd bij de Kopten. Tijdens de goede week wordt een voorstelling van Christus in de vorm van een mummie op het altaar gelegd van vrijdag tot zondag, omgeven door bloemblaadjes e.d. Vrouwen (mannen niet) vullen ook nog altijd potjes met aarde en zaaien daarin. Dit doet denken aan de tuin van Adonis.

[2] In deze betekenis werd de vorm van het woord anathema ooit (in meervoud) gebruikt in het Griekse Nieuwe Testament, in Lukas 21:5, waar het als „giften“ of “geschenken” wordt weergegeven.

[3] De uitdrukking werd ook gebruikt tijdens het Concilie van Trente (15451563) over de aanhangers van de (vanuit de katholieke leer gezien) dwaling van de Reformatie 126 keer het anathema heeft uitgesproken.

[4] Alternatief, zou de apostel Paulus kunnen voorstellen dat zij die niet van de Heer houden zouden moeten tot God aangeboden worden.

[6] Denzinger, Enchiridion, n. 80

[7] Zoals door vele Christelijke geleerden, zoals Zimmern, in zijn „Vater, Sohn, und Fürsprecher“  is aangetoond, 1896, en in Schrader’s „K.A.T.„1902, p. 377; Ebers, in zijn „Sinnbildliches: die Koptische Kunst „1892, p. 10; en anderen.


[1] Enkele van zijn vermeende ruggenwervels worden bewaard als relikwie in Brugge, namelijk drie in de Sint-Salvatorskathedraal en één in de Sint-Basiliuskapel op de Burg (de Heilig Bloedbasiliek).

+

Voorgaand artikel: Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme

Vervolg: Politiek en macht eerste prioriteit #3 Samengaan van Joodse, Oosterse en Helleense gedachtegoed

English version: Politics and power first priority #3 Elevation of Mary and the Holy Spirit

Mozaïek van Maria als theotokos in de Chora-kerk in Istanboel

Vindt ook:

De belangrijkste concilies

  1. Nicaea I
  2. Constantinopel I
  3. Efeze
  4. Chalcedon
  5. Constantinopel II
  6. Constantinopel III
  7. Nicaea II

Lees meer over:

  1. Doctrine van de Drievuldigheid

  2. Drievuldigheid of Heilige Drie-Eeenheid
  3. Is God Drie-één
  4. De Allerhoogste is het Opperwezen
  5. Drie Heilige Hiërarchen: Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomus worden in de Byzantijnse Kerken de Drie Heilige Hiërarchen genoemd.
  6. Niet goddelijkheid van Christus toch
  7. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  8. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  9. Jezus van Nazareth #3 De zoon van God
  10. Voorbestaan van Christus
  11. Al of niet verenigen
  12. De ecclesia als lichaam van Christus
  13. Verzamelen of Bijeenkomen
  14. Maken van een kerk
  15. Congregation – Congregatie
  16. Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  17. Kerst en wenslampions
  18. Waarom gaf Jezus Maria aan Johannes
  19. Slechts één ding is nodig
  20. Groei eerste christenen
  21. Is er een komende Eindtijd
  22. Visie op Jezus’ wederkomst van invloed op vraag hoe met deze aarde omgaan
  23. Laatste dagen omroepers

***

Hellenistische invloeden

De vroege dagen van het Christendom

2. Hellenistische invloeden

In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening was de invloed van de Griekse cultuur in het Romeinse Rijk nog steeds merkbaar en behoedde Griekenland zijn culturele erfgoed; een van de belangrijkste universiteiten van het Romeinse Rijk stond in Athene.

Bij de Atheense scholen konden onder haar leden ook Christenen, zoals Prohæresios, de sofist, gevonden worden. (σοφιστης; sophistés, kan het best vertaald worden als geleerde of deskundige. Sophos of sophia betekende “wijs”)

Vooral tijdens de periode van de 2e helft van de 5e eeuw v.G.T. kon men meestal rondreizende “beroepsdenkers” aantreffen die hun encyclopedische vakkennis inzake wiskunde, literatuur, filosofie en vooral ook welsprekendheid, praktische staatkunde en recht, tegen (hoge) betaling dienstbaar maakten aan de opleiding van de rijpere jeugd uit de gegoede middenklasse. Zo zorgden dezen dat hun leerlingen door middel van onderwijs op het vlak van kennisleer en welsprekendheid op geleid werden tot bekwame mensen die een leidende rol zouden kunnen spelen in de gedemocratiseerde maatschappij en in staat waren het woord te nemen in de volksvergadering (Grieks: ekklèsia).

De sofisten, aan wie de eer toe komt om als eersten de wetten van het denken te hebben gesystematiseerd (logica), kwamen uit vrijwel alle gebieden van de Griekse wereld en doceerden in bijna alle steden.

Zij waren ook de voorlopers van de socratische dialectiek en van aristotelische logica. Latere sofisten waren meer op materieel succes uit en benadrukten het belang van retoriek als de kunst van de overtuiging in de politiek, in de rechtszaal of in andere discussies. Tegen deze praktijk nam Socrates stelling, want waarheid kon volgens hem niet afhankelijk zijn van degene die het overtuigendst op gevoelens inpraatte en met alle mogelijke middelen zijn gelijk probeerde te halen. Op die manier werd een slechte zaak immers als goed voorgesteld. Vooral onder invloed van de dialogen van Plato en Xenophon, kregen de sofisten een kwalijke reputatie, en werd sofistiek verbonden met een manier van redeneren waarbij drogredenen werden gebruikt (sofismen). Zij werden door sommigen er van beschuldigt eerder uit te zijn op macht dat te zoeken naar waarheid en gerechtigheid.

The "obscene" medieval depiction of ...

Obscene middeleeuwse voorstelling van Socrates en Plato

Ook Sixtus II, of Xystos, die aan martelaarschap leed in Rome ongeveer rond 258 G.T., kan ook in Athene gestudeerd hebben en is de „zoon van een Atheense filosoof“. Maar de meest genoteerde mensen die deze scholen frequenteerden waren Basil van Kæsareia, en Gregorius van Nazianzos, rond het midden van de vierde eeuw. Deze scholen van filosofie hielden het heidendom voor vier eeuwen levend, maar tegen de vijfde eeuw was de oude godsdienst van Elevsis en Athene praktisch bezweken. In de Raad van Nikæa was er een bisschop van Athene aanwezig. In 529 waren de scholen van filosofie gesloten. Van die datum had het christendom geen rivaal meer in Athene.[1]

De Nazarener Jood Jezus kreeg bij de doop door zijn neef Johannes een wolk en duif boven hem, waarbij de stem van God te kennen gaf dat hij de “zoon van God” was.  God zij niet “dit ben ik hier in menselijke gedaante” of “ziehier God de zoon“. Tijdens zijn openbaar leven leerde Jezus de mensen ook dat er slechts één ware God was tussen de vele goden die werden aanbeden door de verschillende volkeren. Hij aanschouwde zijn vader in de hemel als de Allerhoogste God. Eveneens leerde hij de mensen dat de ziel, het eigenlijke levensbestaan van de mens beperkt in de tijd was. Elke mens was volgens Jezus sterfelijk. (Johannes 17:3; Mattheus 10:28) Bij de dood van de apostelen kwam er een verzwakking in de originele structuur van de geloofsvereniging en werden zulke leerstellingen vermengd met heidense leerstellingen. Het christendom raakte alom meer bezoedeld door die heidense en hellenistische gedachten.

Ook de Naam van God, Jehovah, die Jezus zeer belangrijk vond, werd meer opzij geschoven ten voordele van andere namen. De voorkeur om de godheid meerdere persoonlijkheden toe te kennen zoals in het hellenistische systeem bracht mee dat verscheidene christenen hun godheid ook gingen opsplitsen in drie persoonlijkheden, de geboorte van de zogenaamde Heilige Drie-eenheid. Het zou echter nog enkele decennia duren eer de drievuldigheid grote navolging kreeg.

Als gevolg van de vermenging van de verscheidene geloofsideeën werden heidense doctrines zoals de Drie-eenheidsleer en de onsterfelijkheid van de ziel al sijpelde opgenomen in de christelijke leer om deze te bederven. Deze leringen gaan echter veel verder terug dan de Griekse filosofen. De Grieken verworven ze daadwerkelijk van oudere culturen, want er is bewijs van een dergelijk onderricht in de oude Egyptische en Babylonische religies. Zoals andere heidense doctrine bleef zij het christendom infiltreren en werden andere Schriftuurlijke leerstellingen ook vervormd of verlaten.

Arabisch Diatessaron, Vertaald door Abul Faraj Al Tayyeb van Syrisch naar Arabisch, 11e eeuw

De vraag welke betrekking de Zoon had tegenover de Vader (zelf erkend bij allen om één Opperste Godheid te zijn), gaf een toename tussen de jaren. 60 en 200 G.T.,  aan een aantal Theosofische systemen, over het algemeen Gnosticisme genoemd, met als voorname auteurs Basilides, Valentinus, Tatianus de Syriër, ontwerper van het Diatessaron (‘Uit vier samengesteld’; geschreven tussen 170 en 180), een harmonie van de vier evangeliën, en andere Griekse speculanten.[2] Volgens sommigen was het door Gnosticisme dat heidense invloeden in de Christelijke verering zijn toegetreden. Gnosticisme, beweren zij, diende dan enigszins als brug tussen heidendom en christendom.[3] De Gnostische systemen openbaarden meer theosofie dan theologie. Zo ook in de Joodse kabbala, met de  Sefer Yetzirah, The Zohar, Pardes Rimonim, en Eitz Chaim, waarin de leer van een geheime, mystieke interpretatie van de Torah wordt gegeven, treft men de theosofie aan die een oplossing zoekt te vinden voor de natuurverschijnselen en de bedoeling van het bestaan De verscheidene ontologische vragen brachten een vermenging in de godsdienst met diverse vormen van magie en occultisme.

Flemish edition of the Corpus Hermeticum or the Hermetic Corpus

Corpus Hermeticum, Vlaamse uitgave uit 1643

De belangrijkste hellenistische bron is het Corpus Hermeticum, een verzameling teksten toegeschreven aan Hermes Trismegistus wiens leerstellingen weer erg relevant werden in de New Age. Daarin worden astrologie en andere occulte wetenschappen behandeld, alsook spirituele vernieuwing.

Alexandrië, vol Joden, was het literaire evenals commerciële centrum van het Oosten, en het verbindende verband tussen het Oosten en het Westen. Daar werden de grootste bibliotheken verzameld; daar kwam de Joodse geest dicht in contact met de Griekse, en de godsdienst van Mozes met de filosofie van Plato en Aristoteles. Daar schreef Philo, terwijl Christus in Jeruzalem en Galilea onderwees, en zijn werken waren bestemd om een grote invloed op Christelijke exegese door de Alexandrische vaders uit te oefenen.

Tijdens de vierde eeuw ging Egypte aan de kerk de Ariaanse, Athanasian orthodoxie, en kloosterpiëteit van St. Antonius en St. Pachomius geven, die met onweerstaanbare kracht over het christendom uitspreiden.

De theologische literatuur van Egypte was voornamelijk Grieks. De meeste vroege manuscripten van de Griekse Geschriften – inclusief de waarschijnlijk onschatbare Sinaitische en Vaticaanse Manuscripten omvattend. – werden geschreven in Alexandrië. Maar reeds in de tweede eeuw werd de Heilige Schrift vertaald in de lokale taal, in drie verschillende dialecten. Wat van deze versies overblijft is van aanzienlijk gewicht in het nagaan van de vroegste tekst van het Griekse Testament.

Tot de joden die het meest ontvankelijk waren voor hellenistische invloeden, behoorden de priesters. Voor velen van hen betekende het aanvaarden van het hellenisme een manier om het judaïsme met zijn tijd te laten meegaan.

Terwijl veel joden het hellenisme aanvaardden, moedigde een nieuwe groep die zich Hasidim of Chassidim noemde — vromen (letterlijk “liefhebbende vriendelijkheid”, afgeleid van het Hebreeuwse חסידות (chassidoet), dat “vroomheid” betekent) —, aan tot striktere gehoorzaamheid aan de wet van Mozes of Mozaïsche Wet.

De eerste groep Hasidim, ook genoemd Chasideeën of Assideeën (Hebreeuws: חסידים Hassidim, “Integeren” of “Vromen”; Koinè: Ἁσιδαίοι Asidaioi) of Hasideans (afgeleid van het Griekse asidaioi, of van het Hebreeuwse Hasidim, “het vrome”), waren een oude Joodse sekte die zich tussen 300 en 175 V.G.T. ontwikkelde. Zij waren de stijfste aanhangers van Judaïsme in tegenstelling tot die Joden die door Hellenistische invloeden waren beïnvloed. Hasidim leidde de weerstand tegen de hellenizerings campagne van Antiochus IV van Syrië, en zij kwamen grotendeels in de vroege fasen van de opstand voor van Maccabeeën of Machabees, Joodse families van de 2d en 1st eeuw voor Christus welke een restauratie van het Joodse politieke en godsdienstige leven bewerkstelligde. Zij worden ook Hasmoneans of Asmoneans genoemd naar hun voorvader, Hashmon. Hun rituele striktheid heeft sommigen veroorzaakt om hen als voorlopers van Farizeeërs te zien. Doorheen de Talmoedische periode werden talrijke als Hasidim omschreven.[4] Het gewone volk walgde nu van de gehelleniseerde priesters en koos meer en meer partij voor de Chassidim. Er brak een periode van martelaarschap aan toen joden in het hele land werden gedwongen zich in heidense gebruiken en offers te schikken of te sterven.[5]

De hellenisering van de Joden in de pre-Hasmoneaanse periode werd niet door iedereen weerstaan. In het algemeen, accepteerden de Joden vreemde overheersing wanneer ze enkel werden gevraagd om er erkenning aan te geven. Wanneer zij formeel alleen maar hulde hoefden te brengen te brengen, en zich verder zelf intern mochten besturen was er geen probleem . Toch geraakten de Joden verdeeld tussen dezen die  de hellenisering begunstigden  en diegenen die zich daar  tegenover verzetten. Zo groeide de verdeeldheid tussen hen die trouw aan de Ptolemaeën verkozen, en diegenen die de Seleuciden verkozen. Toen hogepriester Simon II stierf in 175 vGT, brak er een conflict uit tussen de aanhangers van zijn zoon Onias III (die tegen hellenisering was, en de Ptolemaeën verkoos) en zijn zoon Jason (die de voorkeur gaf aan hellenisering, en de Seleuciden verkoos). Een periode van politieke intriges volgde, met priesters zoals Menelaus die de koning omkocht voor het hoge priesterschap te verkrijgen, en beschuldigingen van moord van concurrerende kanshebbers voor de titel. Het resultaat was een korte burgeroorlog. De Tobiads, een filo-Hellenistische partij, slaagden er in om Jason in de machtige positie van de Hogepriester te plaatsen. Hij vestigde een arena voor openbare spelen dicht bij de tempel. (Ginzberg, Lewis. “The Tobiads and Oniads.”. Retrieved 2007-01-23. Jewish Encyclopedia.) Auteur Lee I. Levine merkt op: “De ‘pièce de resistance’ van Judese hellenisering, en de meest dramatische van al deze ontwikkelingen, kwam in 175 vGT toen de hogepriester Jason Jeruzalem bekeerde tot een Griekse polis vol met gymnasiums en ephebeion (2 Makkabeeën 4). Of deze stap het hoogtepunt van een 150-jaar durend proces van hellenisering werd binnen Jeruzalem in het algemeen, of dat het slechts het initiatief was van een kleine kliek van Jeruzalemse priesters zonder wijdere vertakkingen, is voor decennia besproken geworden. “(Levine, Lee I. jodendom en hellenisme in de oudheid: conflict of samenvloeiing Hendrickson Publishers, 1998 pp 38 tot 45 Via.. “De impact van de Griekse cultuur op normatieve jodendom.”)

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Constantijn (C., Flavius Valerius Constantinus) trachtte het christendom met bepaalde heidense gebruiken en leerstellingen te versmelten, en hij ondernam de eerste stappen om deze fusiereligie tot de officiële staatsreligie te maken. Aldus werd Griekenland een deel van de christenheid.

Constantijn was tijdens de vervalperiode van het Romeinse Rijk de Grote keizer (306–337 G.T.) en verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk van Rome naar Byzantium, welk hij ter ere van zichzelf Constantinopel noemde.

In 321 G.T. verordende Constantijn dat de zondag (Lat.: dies Solis, een oude titel die verband hield met astrologie en zonaanbidding, niet Sabbatum [sabbat] of dies Domini [dag des Heren]) een rustdag voor iedereen, behalve voor de boeren, zou zijn. Constantijn bovendien plaatste de zondag onder de bescherming van de Staat. Constantijn spreekt niet van de dag van de Heer, maar van de eeuwige dag van de zon zoals de gelovigen in Mithras ook zondag evenals Kerstmis waarnamen.

Mesopotamische kalksteen rolzegel en afdruk: verering van Šamaš de zonnegod (Louvre)

Geloof in het oude polytheïsme was door elkaar geschud; in flegmatieker naturen, als de Romeinse keizer Diocletianus, en toonde haar kracht enkel in de vorm van bijgeloof, magie en waarzegging. Waarschijnlijk erkenden veel van de meer edelmoedigen de waarheid in Judaïsme en christendom, maar geloofden dat zij er deel van konden gaan uitmaken zonder verplicht te worden te verzaken aan hun heidense praktijken en verering van o.a. hemellichamen. Zulk iemand was Keizer Alexander Severus; een andere gelijkdenkende was Aurelian, wiens opinies bevestigd werden door Christenen zoals Paulus van Samosata. Niet alleen Gnostici en andere ketters, maar ook Christenen die zich als gelovige beschouwden, namen de maatregelen aan om de zon te vereren. Ook Constantijn koesterde dit verkeerde geloof.[6]


[1] Christian Athens, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Arianism., Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[3] Notion and characteristics, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[4] In de 18de Eeuw zou deze beweging opnieuw, voor de derde keer, opgenomen worden, maar nu in Oost Europa, door rabbijn Yisroel ben Eliezer (1698-1760) ook gekend als Rabijn Israël Baal Shem Tov (Hebreeuws voor Meester van de Goede Naam)als reactie tegen overdreven legalistische Judaïsme.

[5] S. Lieberman, Hellenism in Jewish Palestine (1962); S. G. Kramer, God and Man in the Sefer Hasidim (1966); A. L. Lowenkopf, The Hasidim (1973).

[6] The original Catholic Encyclopedia

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #5 Apologeten

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Apologeten.

Tijdens de vreedzame tweede eeuw herleeft het heidendom en worden de christenen nog slechts sporadisch vervolgd. Een christelijke volksliteratuur versterkt het geloof en het gnosticisme en marcionisme belagende kerk.

Ongeveer vanaf het midden tot aan het einde van de tweede eeuw van onze gewone tijdrekening verschenen de kerkleiders die men nu Apologeten noemt. Hun geschriften hadden ten doel het christendom dat zij kenden, te verdedigen tegen vijandige filosofieën die in de Romeinse wereld van die tijd gangbaar waren. Hun werk dateert uit de tijd dat de Apostolische Vaders hun geschriften zo ongeveer hadden voltooid, en uit de periode daarna.

Icon of Tatian the Asssyrian

Tatianus de Assiriër

Tot de Apologeten die in het Grieks schreven, behoren Justinus de Martelaar (Justinus Martyr/Justin Martyr), Tatianus, Athenagoras, Theophilus, en Clemens van Alexandrië. Tertullianus was een apologeet die in het Latijn schreef. Onderwezen zij de Drieëenheid van de hedendaagse christenheiddrie aan elkaar gelijke personen (Vader, Zoon en Heilige Geest) in een Godheid, waarbij ieder waarlijk God is en er nochtans niet drie Goden zijn maar er één God is?

In het boek The Formation of Christian Dogma zegt dr. Martin Werner over de vroegste opvatting omtrent de verhouding van de Zoon tot God:

„Die verhouding werd onmiskenbaar beschouwd als een verhouding van ’ondergeschiktheid’, i.e. in de zin van ondergeschiktheid van Christus aan God. Overal waar in het Nieuwe Testament de verhouding van Jezus tot God, de Vader, ter sprake wordt gebracht, . . . wordt deze categorisch als ondergeschiktheid opgevat en weergegeven. En de meest overtuigde Subordinatianist van het Nieuwe Testament, volgens het synoptische verslag, was Jezus zelf . . . Dit oorspronkelijke standpunt, krachtig en duidelijk als het was, heeft zich lange tijd kunnen handhaven. ’Alle grote pre-Niceense theologen wezen op de ondergeschiktheid van de Logos aan God.’”[1]

„De ondergeschiktheid van de Zoon werd over het algemeen, zo niet eenstemmig, door de ante-Niceense Vaders onderstreept . . . Dat zij de Zoon als onderscheiden van de Vader bezagen, blijkt uit de omstandigheid dat zij zijn ondergeschiktheid duidelijk onderstrepen. . . . Zij beschouwden hem als onderscheiden en ondergeschikt.”[2]

„De christologie van de apologieën, evenals die van het Nieuwe Testament, is in wezen subordinatiaans. De Zoon is altijd ondergeschikt aan de Vader, die de ene God van het Oude Testament is. . . . Wat wij dus bij deze vroege auteurs aantreffen, is geen Drie-eenheidsleer . . . Vóór Nicea was de christelijke theologie bijna universeel subordinatiaans.”5

Volgens de Drie-eenheidsleer van de christenheid is de Zoon wat betreft eeuwigheid, macht, positie en wijsheid gelijk aan God de Vader. Maar de Apologeten zeiden dat de Zoon niet gelijk is aan God de Vader. Zij bezagen de Zoon als ondergeschikt. Dat is niet de Drie-eenheidsleer.[3]

Vóór Tertullianus zelfs geen melding gemaakt van de Drie-eenheid. En de ’heterodoxe’ Drie-eenheid van Tertullianus was geheel verschillend van die waarin velen heden ten dage geloven.

Onder Trajan Decius breekt een kerkvervolging uit die tijdens Diocletianus nog heviger wordt.


[1] The Formation of Christian Dogma (oorspronkelijke titel: Die Entstehung des christlichen Dogmas), door Martin Werner, 1957, blz. 125.

[2]The Church of the First Three Centuries, door Alvan Lamson, 1869, blz. 70, 71.

[3]Gods and the One God, door Robert M. Grant, 1986, blz. 109, 156, 160.

Lees ook: Tatianus aankondiging aan de Grieken: Tatian’s  Address to the Greeks

Ga de geschiedenis van de Kerkelijke dogma’s na en vergelijk met wat er in uw Bijbel te vinden is.

Dogma’s of aan geen beredenering meer onderworpen geloofsartikelen houden een risico in dat de mens een regel op legt waaraan iedereen zich moet aan houden. Iedere zogenaamde waarheid waarvan een Kerkgemeenschap plechtig heeft verklaard dat zij door God geopenbaard is en derhalve door de mens geloofd moet worden, zoals het dogma van de Heilige Drievuldigheid, de Onfeilbaarheid of enige andere leerstelling die hun geloofwaardigheid aan zichzelf of aan het gezag van een leermeester ontlenen, zouden moeten onderzocht worden in het licht van wat er werkelijk te vinden is in de Heilige Schrift, het Woord van God. Indien er geen verwoording of kennisgeving in het Boek der Boeken, de Bijbel staat kan men aannemen dat het een menselijke oplegging is, daar God wel duidelijkheid zou gegeven hebben in Zijn Woord.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: