An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Archive for the ‘Bijbelstudie’ Category

Ein von Gott gegebenes Wahrheitswort

“Nehmet auch den Helm des Heils und das Schwert des Geistes, welches Gottes Wort ist;” (Eph 6:17 ELB)“20 indem ihr dies zuerst wisset, daß keine Weissagung der Schrift von eigener Auslegung ist. 21 Denn die Weissagung wurde niemals durch den Willen des Menschen hervorgebracht, sondern heilige Männer Gottes redeten, getrieben vom Heiligen Geiste.” (2Pe 1:20-21 ELB)

“9 Gedenket des Anfänglichen von der Urzeit her, daß ich Gott bin, und sonst ist keiner, daß ich Gott bin und gar keiner wie ich; 10 der ich von Anfang an das Ende verkünde, und von alters her, was noch nicht geschehen ist; der ich spreche: Mein Ratschluß soll zustande kommen, und all mein Wohlgefallen werde ich tun;” (Jes 46:9-10 ELB)

“Das Gras ist verdorrt, die Blume ist abgefallen; aber das Wort unseres Gottes besteht in Ewigkeit.” (Jes 40:8 ELB)

“16 Alle Schrift ist von Gott eingegeben und nütze zur Lehre, zur Überführung, zur Zurechtweisung, zur Unterweisung in der Gerechtigkeit, 17 auf daß der Mensch Gottes vollkommen sei, zu jedem guten Werke völlig geschickt.” (2Ti 3:16-17 ELB)

“Und darum danken wir auch Gott unablässig, daß, als ihr von uns das Wort der Kunde Gottes empfinget, ihr es nicht als Menschenwort aufnahmet, sondern, wie es wahrhaftig ist, als Gottes Wort, das auch in euch, den Glaubenden, wirkt.” (1Th 2:13 ELB)

“Dies aber ist das ewige Leben, daß sie dich, den allein wahren Gott, und den du gesandt hast, Jesum Christum, erkennen.” (Joh 17:3 ELB)

“Heilige sie durch die Wahrheit: dein Wort ist Wahrheit.” (Joh 17:17 ELB)

“Denn alles, was zuvor geschrieben ist, ist zu unserer Belehrung geschrieben, auf daß wir durch das Ausharren und durch die Ermunterung der Schriften die Hoffnung haben.” (Rö 15:4 ELB)

“Diese aber sind geschrieben, auf daß ihr glaubet, daß Jesus der Christus ist, der Sohn Gottes, und auf daß ihr glaubend Leben habet in seinem Namen.” (Joh 20:31 ELB)

“Er aber antwortete und sprach: Es steht geschrieben: “Nicht von Brot allein soll der Mensch leben, sondern von jedem Worte, das durch den Mund Gottes ausgeht.”” (Mt 4:4 ELB)

“6 Und diese Worte, die ich dir heute gebiete, sollen auf deinem Herzen sein. 7 Und du sollst sie deinen Kindern einschärfen und davon reden, wenn du in deinem Hause sitzest, und wenn du auf dem Wege gehst, und wenn du dich niederlegst, und wenn du aufstehst.” (5Mo 6:6-7 ELB)

“und weil du von Kind auf die heiligen Schriften kennst, die vermögend sind, dich weise zu machen zur Seligkeit durch den Glauben, der in Christo Jesu ist.” (2Ti 3:15 ELB)

“Darum seid nicht töricht, sondern verständig, was der Wille des Herrn sei.” (Eph 5:17 ELB)

*

 

 

 

Een waarheidswoord gegeven door God

“Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.” (Efe 6:17 NBV)“20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” (2Pe 1:20-21 NBV)

“9 Denk terug aan alles wat eertijds is gebeurd. Ik ben God, er is geen ander, ik ben God, niemand is aan mij gelijk. 10 Die in het begin al het einde aankondigde en lang tevoren wat nog gebeuren moest. Die zegt: ‘Wat ik besluit, wordt van kracht, en alles wat ik wil, breng ik ten uitvoer.’” (Jes 46:9-10 NBV)

“Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” (Jes 40:8 NBV)

“16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2Ti 3:16-17 NBV)

“Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.” (1Th 2:13 NBV)

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Joh 17:3 NBV)

“Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid.” (Joh 17:17 NBV)

“Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.” (Ro 15:4 NBV)

“maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” (Joh 20:31 NBV)

“Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’” (Mt 4:4 NBV)

“6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.” (De 6:6-7 NBV)

“en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus.” (2Ti 3:15 NBV)

“Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil.” (Efe 5:17 NBV)

*

 

 

 

Onvolmaakte mensen die kunnen leren van Degene die onze Vader wil zijn

Jehovah verwacht van kinderen dat ze hun ouders gehoorzamen. Op dezelfde manier wil Hij dat wij Hem aanvaarden als onze hemelse Vader. Hij verwacht van ons dat we hem gehoorzamen.

“Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het.” (Efe 6:1 NBV)

Hij verdient onze gehoorzaamheid omdat hij onze Schepper is, de Onderhouder van ons leven en de wijste van alle ouders. De belangrijkste reden waarom we Jehovah gehoorzamen, is echter dat we van Hem houden.

“Want God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last,” (1Jo 5:3 NBV)

Om te weten wat Hij wil en wat zijn geboden zijn, kunnen we het beste de woorden lezen die hij aan de mensheid heeft gegeven, het Boek der boeken, de bijbel. Daarin kunnen we alle antwoorden op onze vragen vinden en zullen we kunnen ontdekken hoe we onze God het meest kunnen behagen. We moeten weten dat de hele Schrift door Jehovah God geïnspireerd is en nuttig is om te onderwijzen, terecht te wijzen, te corrigeren en in gerechtigheid te trainen. Daarom is het die Bestseller aller tijden die we elke dag bij ons moeten dragen om te lezen. Door het Woord van God te bestuderen, zullen we in staat zijn om een ​​goed kind van God te zijn, voldoende en toegerust voor elk goed werk.

“16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2Ti 3:16-17 NBV)

Hoewel er veel redenen zijn waarom we Jehovah moeten gehoorzamen, dwingt Hij ons niet om dat te doen. Jehovah heeft ons de gave van vrije wil gegeven, dus Hij is blij als we ervoor kiezen om Hem uit liefde voor Hem te gehoorzamen.

+

Engelse versie / English version: Imperfect ones to learn from the One Who wants to be our Father

++

Aanvullende artikelen

  1. Boek der boeken de Bijbel
  2. Bestseller aller tijden
  3. Woord van God
  4. Bijbel
  5. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  6. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  7. Missionaire hermeneutiek 4/5
  8. Missionaire hermeneutiek 5/5
  9. De Bijbel lezen – Ja natuurlijk … maar eh, echt alles?
  10. Ongelezen bestseller
  11. Vrije wil
  12. Begeerde zaken, gidsen en betrouwbare leidraad
  13. Mogelijkheid de Bijbel zelf ter hand te nemen
  14. Ogen open doen voor transparante verkondiging te zien
  15. Voorzien om te lezen
  16. Nut van het lezen van de Bijbel
  17. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 1-7 Hulp van God onze Schepper
  18. Gehoorzamen aan God
  19. Gehoorzaamheid beter dan offers
  20. God mijn schutting, mijn hoop voor de toekomst
  21. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  22. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  23. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

Taal van de bijbel: Wijzen uit het Oosten te Jeruzalem

Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, er kwamen wijzen uit het Oosten te Jeruzalem en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen. (Matteüs 2:1-2, NBG’51)

De wijzen uit het oosten afgebeeld als Perzen, 6e-eeuws Byzantijns mozaïek, Basiliek van Sant’Apollinare Nuovo, Ravenna

In het evangelie naar Matteüs lezen we over de wijzen uit het oosten, die naar Jeruzalem komen om de nieuwgeboren koning te aanbidden.
Het grote publiek kent ze echter als ‘de drie koningen’, hoewel Matteüs in feite al evenmin een aantal noemt. Men neemt aan dat dit getal drie is afgeleid uit het feit dat ze drie soorten geschenken bij zich hebben (goud, wierook en mirre). En die transformatie van wijzen naar koningen berust op het feit dat de kerk hierin reeds vroeg een vervulling heeft menen te zien van Jesaja:

Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER … Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel … Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. (Jesaja 60:1,3,6)

En van Psalm 72:

De koningen van Tarsis en de kustlanden, laten zij hem een geschenk brengen. De koningen van Seba en Saba, laten ook zij hem schatting afdragen. Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem, alle volken hem dienstbaar zijn. (Psalm 72:10-11)

De genoemde streken zouden dan staan voor Europa, Azië en Afrika (al kan je – vanuit Judea gezien – toch eigenlijk alleen maar Azië opvatten als ‘het oosten’) en de geschenken zouden daar dan karakteristiek voor zijn (goud uit Europa, wierook uit Azië en mirre uit Afrika).

De Rijmbijbel van de middeleeuwse dichter van Maerlant spreekt dan ook van (drie!) koningen. Maar al vanaf de eerste gedrukte Bijbels vinden we gewoon de echte Bijbeltekst met een niet nader genoemd aantal ‘wijzen’. Die heten in het oorspronkelijke Grieks van het NT magoi, en in het Latijn van de middeleeuwse Bijbel magi. Een moderne opvatting wil hierin dan ook de aanduiding zien van een stel priesters van het zoroastrisme (uit Perzië) die met deze benaming werden aangeduid.

Maar we kunnen de achtergrond toch beter in de Bijbel zelf zoeken.

God tegen de Farao van Egypte

In het Oude Testament komen we enkele malen een confrontatie tegen tussen de verzamelde wijsheid van een wereldheerser en iemand die door God is aangesteld als Zijn vertegenwoordiger. De eerste keer vinden we dat in Gen. 41. De aartsvaders, die de kern zijn waaruit het volk Israël is ontstaan, hebben dan vooral te maken met de ‘wereldmacht’ Egypte. Farao, de koning van Egypte, heeft in de nacht een tweetal dromen gehad die hij niet begrijpt, maar die hem zeer verontrusten. De Egyptische wijzen beschouwden zichzelf als grote droomuitleggers, en ze worden onmiddellijk door Farao ontboden. We vinden ze aangeduid met chartom en chakam. Dat laatste woord duidt simpelweg op iets van wijsheid; de NBV vertaalt het met ‘wijzen’ en de NBG’51 als ‘geleerden’.
Het eerste woord heeft veel meer de klank van paranormale begaafdheden en magie. Maar met deze dromen weten ze toch absoluut geen raad, en dat geeft God a.h.w. de gelegenheid om Zijn deskundige naar voren te schuiven: de jonge Jozef, uitgerust met Gods wijsheid. Waarmee het in één klap duidelijk wordt Wie de ware bron van wijsheid is.
Dit krijgt enkele generaties later nog een vervolg in Exodus 7 en 8, wanneer Mozes namens God moet optreden om Gods volk te bevrijden uit de macht van de Farao die er dan is. Ook dat resulteert in een confrontatie, maar nu een vijandige, met de Egyptische ‘chartom’, die de NBG-51 opnieuw vertaalt met ‘geleerden’, maar de NBV nu (meer correct) met ‘magiërs’. Dat andere woord, chakam (wijzen), vinden we hier niet, maar in plaats daarvan in Ex. 7:11 nog wel even het woord kashaph,
wat iets als tovenaar betekent.

God tegen de koning van Babylon

Gravering van Nebukadnezar II

De machtigste koning van het Nieuw-Babylonische Rijk Nebukadnezar II

Een andere serie confrontaties vindt (vanaf Mozes gerekend) ruim 800 jaar later plaats in Mesopotamië (het huidige Irak), waar de andere grootmacht van de oude wereld zetelde. Aanvankelijk was dat Assyrië geweest, maar nu was dat – bijna van de ene dag op de andere – het Nieuw-Babylonische rijk geworden, onder leiding van de machtige heerser Nebukadnezar. God zet nu de nog veel jongere Daniël in, want waar Jozef nog 30 jaar oud was geweest toen hij voor Farao stond, moet Daniël bij de eerste confrontatie nog maar een tiener zijn geweest. Ook Nebukadnezar had een droom waar zijn geleerden geen raad mee wisten. Het boek Daniël somt ze op als ‘de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën’ (2:2). Dat woord Chaldeeën duidt verderop de hele groep aan, dus dat zullen we wel moeten zien als een algemene aanduiding van dit soort ‘deskundigen’. De andere woorden duiden ze aan als (opnieuw) de chartom en als de ashaph en kashaph, waarvan die laatste twee woorden wel mede zullen zijn gekozen vanwege hun klankgelijkheid. Alsof het wil zeggen: de hele reutemeteut. Maar die kan, zoals gezegd, de koning toch geen spat wijzer maken, en Gods piepjonge vertegenwoordiger moet het raadsel oplossen.

Verderop volgen er dan nog drie andere confrontaties. Eerst de weigering van Daniëls drie vrienden om Nebukadnezars gouden beeld te aanbidden. En let ook hier op die veelzeggende opsommingen: ‘de satrapen, stadhouders, gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies’ in 3:3 en vervolgens ‘de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten’ in 3:5,7,10 en 15; alles wordt zogezegd uit de kast gehaald. Vervolgens vinden we Nebukadnezars hoogmoed en vernedering in hoofdstuk 4. En tenslotte de hoogmoed van zijn nakomeling Belsassar in hoofdstuk 5 (met het schrift op de wand).

De lessen hiervan

Let echter op hoe Nebukadnezar geleidelijk aan tot erkenning komt van de macht van Daniëls God. Na de eerste confrontatie erkent hij dat God machtiger is dan zijn eigen goden:

Het is waar, uw God is de God der goden [d.w.z. de allerhoogste God, hoger dan alle andere] en de heer der koningen [d.w.z. machtiger dan menselijke koningen, inclusief hijzelf] (2:47).

Na de tweede confrontatie verbiedt hij zijn onderdanen ook maar iets negatiefs te zeggen over die God van Daniël en zijn vrienden (geen ‘vrijheid van meningsuiting’ hier!):

Daarom vaardig ik het bevel uit dat eenieder, van welk volk, welke natie of taal ook, die zich oneerbiedig uitlaat over de God van Sadrach, Mesach en Abednego, in stukken wordt gehakt en dat zijn huis in puin wordt gelegd, want er is geen god die kan redden als deze. (3:29)

Na de derde belijdt hij tenslotte zijn erkenning van Gods almacht:

Het heeft mij behaagd de tekenen die de hoogste God mij heeft gegeven … bekend te maken. Hoe groots zijn zijn tekenen, hoe machtig zijn wonderen! Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en zijn heerschappij duurt van generatie tot generatie voort! (NBV 3:32-33)

Ik, Nebukadnessar, roem, verhef en verheerlijk nu de koning van de hemel. Al zijn daden zijn juist en zijn paden recht. Wie hoogmoedig zijn, kan hij vernederen. (4:34, nummering wijkt af van NBG’51 !).

En na de laatste verwijt Daniël aan Belsassar dat hij is ‘gewogen en te licht bevonden’, omdat hij dit toch niet ter harte heeft genomen:

Hoewel u dit alles wist, bent u, zijn nakomeling Belsassar, niet nederig gebleven. U bent tegen de heer van de hemel opgestaan. (5:22-23).

Wat hier speelt is het feit dat God met deze confrontaties, in de aanloop naar de Babylonische ballingschap van zijn volk nu, en de toekomstige verstrooiing door de Romeinen over de wereld later, al is begonnen de niet-Joodse wereld te tonen wie Hij is, en dat Hij degene is die bepaalt wie koning wordt en wie niet (4:32 en 5:21).

Nog wat taal

Nog even terug naar het woordgebruik. De Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vertaalde die chartom in Genesis met
exègètai, uitleggers, van exègèsis, uitleg (we kennen dat als exegese, Bijbeluitleg).
Want in Genesis ging het om de uitleg van een droom. In Exodus vinden we het vertaald als epaoidos, bezweerder, afgeleid van aoidos, zanger (en een voorzetsel epi). Want daar ging het om de macht om een wonder te verrichten. Het woord dat onze Nederlandse vertalingen feitelijk vertalen met ‘bezweerder’ is echter dat al genoemde woord ashaph. In de Babylonische wereld was dat eigenlijk de aanduiding voor een astroloog, iemand die wereldgebeurtenissen kon ‘aflezen’ uit de sterren. De
Septuaginta geeft dat weer als magos (meervoud magoi). En dat was weer het woord voor die wijzen uit het oosten, waar we mee begonnen.

De boodschap bij Matteüs

De aanbidding der koningen door Dirk Bouts, 1467-1468

Wat vertelt ons dit? Dit vertelt ons dat de lessen die God de koningen van Babylon (maar daarmee ook die van alle andere wereldmachten) wilde leren, tenslotte toch zijn begrepen. En wanneer zes eeuwen later eindelijk Gods koning wordt geboren, nemen de late nakomelingen van die Mesopotamische astrologen een verschijnsel waar aan de nachthemel waarvan ze beseffen dat het (in de context hun belevingswereld) van belang moet zijn. Ze doen er dik een jaar over om uit te zoeken wat die betekenis dan moet zijn, en ze zullen terecht zijn gekomen bij de Arameese versie van het boek Daniël. En hoe onbijbels en afgodisch hun theorieën ook mogen zijn, God leidt ze daarmee naar de enig juiste conclusie. En zo verschijnen deze magoi in het Jeruzalem van Herodes, om hulde te brengen aan die nieuwe wereldkoning, die de ‘lichtgewicht’ Herodes zelf vervolgens prompt probeert uit te roeien. En dat is de werkelijke boodschap van Matteüs hoofdstuk 2.

Maarten de Vos Aanbidding

Maarten de Vos, Aanbidding van de drie koningen, 1599. Musée des Beaux-Arts de Valenciennes.

R.C.R

Commentaar van Calvijn bij de uitverkiezing der apostelen

Calvijn-Harmonie Evangeliën #Mt 10:1-8 Mr 6:7 Lu 9:1,2.

#Mt 10:1. Zijn twaalf discipelen bijeen geroepen hebbende. Het getal twaalf doelde op het toekomstig herstel van de Kerk. Want gelijk het volk uit twaalf Patriarchen gesproten was, zo roept Christus thans het verstrooide overschot er van tot de gedachte aan zijn oorsprong terug, opdat het een vaste hoop op herstel moge voeden. En ofschoon het rijk van God in Juda niet alzo gebloeid heeft, dat de toestand van het volk ongedeerd gebleven is, en dat volk, dat reeds zo jammerlijk gezonken was, door het verachten van de aangebodene genade zelfs verdiende dubbel ten verderve te gaan, toch verhinderde dit niet dat er weer een nieuw volk geboren werd. Vervolgens heeft God de scepter van de kracht zijns Zoons van uit Sion verder uitgestrekt, opdat uit deze bron stromen vloeien, en alle delen van de wereld rijkelijk besproeien zouden. Toen verzamelde God zijn Israël uit alle oorden, opdat niet slechts deszelfs verstrooide en verscheurde leden, maar ook mensen die vroeger vervreemd waren van het volk van God met hen tot één lichaam verenigd zouden worden. Niet zonder doel heeft dus de Heer door het verordenen van als het ware twaalf Patriarchen van het herstel van de Kerk getuigd. Voeg hierbij, dat hij door dit getal de Joden herinnerde aan het doel waartoe hij gekomen was. Daar zij echter de genade Gods gene plaats gegeven hebben, heeft hij zich een ander Israël verwekt. Ziet men op de aanvang, zo zou het belachelijk kunnen schijnen, dat Christus onbekende en onaanzienlijke lieden met zo’n eerwaardig ambt bekleedde. De ongehoorde voorspoed en zo vruchtbare voortplanting van de Kerk echter heeft getoond, dat de Apostelen, wat eerwaardigheid en vruchtbaarheid in nakomelingen betreft, niet slechts bij de Patriarchen niet ten achter stonden, maar hen daarin zelfs overtroffen. Gaf hun macht. Aangezien er bij de mensen bijna gene achting voor de Apostelen, en toch de zending die Christus hun opdroeg een goddelijke was; aangezien zij voorts noch in geestesgaven, noch in welsprekendheid uitblonken, en toch de uitnemendheid en nieuwheid van de zaak meer dan menselijke gaven eisten, was het nodig dat zij van elders met gezag bekleed werden. Als Christus hun dan beveelt wonderen te doen, geeft hij hun de blijken van de hemelse macht, om hun geloof en eerbied van de zijde van het volk te verschaffen. En hieruit maken we op wat het recht gebruik van de wonderen is; want als Christus hen op een en hetzelfde ogenblik tot predikers van het evangelie en bedienaren van de tekenen aanstelt, zodat de wonderen niets anders zijn dan het zegel van zijn leer, zo is het niet geoorloofd deze onverbreekbaren band los te maken. En daarom handelen de Roomsen vals, en bederven zij het werk Gods op gruwzame wijze, wanneer zij het woord van de wonderen scheiden.

#Mt 10:2. De eerste was Simon. Het is onzinnig van de Roomsen hier hun bisschoppelijken voorrang op te gronden. Wij stemmen gaarne toe dat Simon Petrus de eerste van de Apostelen: geweest is; maar er is geen enkele reden om toe te staan dat, wat voor zekeren kleinen kring van mensen geldt, voor de gehele wereld van kracht gemaakt worde. Daarbij komt, dat wie het eerste genoemd wordt, daarom nog geenszins gezagvoerder over zijn metgezellen is. Maar al geven wij hun aangaande Petrus alles toe wat zij verlangen, toch bewijst zijn waardigheid niets voor die van de Roomsen Stoel, zolang zij ons niet bewijzen dat goddelozen en heiligschenders de opvolgers van Petrus zijn geweest.

#Mt 10:5. Op de weg van de heidenen. Hier blijkt het nog duidelijker dat, gelijk ik straks met een enkel woord gezegd heb, de last, die de Apostelen hier opgedragen werd, geen ander doel had dan bij de Joden de hoop op het naderende heil levendig te maken, en hen alzo aandachtig naar Christus te doen horen. Daarom beperkt hij hier hun prediking, die hij hun later gebiedt overal tot aan de verste einden van de aarde te doen weerklinken, binnen de grenzen van het Joodse land. De reden waarom hij dit deed is deze, dat hij door de Vader als een dienaar van de Besnijdenis gezonden was, om de beloften te vervullen, die voorheen aan de vaderen gedaan waren, volgens #Ro 15:8. God had echter een bijzonder verbond met het geslacht van Abraham opgericht. Niet zonder reden heeft dus Christus in de beginne de genade Gods bij het uitverkoren volk laten berusten, totdat de tijd om haar openlijk te prediken gerijpt zou zijn. Sedert zijn opstanding echter heeft hij de zegen, die in de tweede plaats beloofd was, over alle volken uitgestort, omdat toen de voorhang des tempels gescheurd en de middelmuur des afscheidsels ter neer geworpen was. Indien dus dit verbod, waarbij Christus de heidenen niet waardig keurt deel aan het Evangelie te hebben, iemand niet zeer menselijk toeschijnt, die verheffe zijn stem tegen God, die de gehele wereld uitsloot en alleen met het zaad van Abraham zijn verbond oprichtte, een handeling waarop dit bevel van Christus gegrond is.

+

Engelse versie / english version: Matthew 10:1-4 – Calling of the apostles – by Calvin

Voorgaande

Eerste Eeuw van het Christendom

Positie en macht

Verkiezing van Matthias

 

++

Aanvullende lectuur

  1. Eenheid in Jezus en Jezus in ons en God in hem
  2. De Leidsman van geloof
  3. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  4. Jezus’ mirakelen voldoende om zijn identiteit te bewijzen
  5. Oude afbeeldingen apostelen gepresenteerd
  6. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  7. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  8. Intenties van de ecclesia

Tag Cloud

Zsion, Zion and Sion Mom Signal for the Peoples!

Thy Empire and Kingdom Zsion Come as In Heavens So on Earth. Diatheke. Matthew.6.10 ~ <<All Lives, Remainder Loves, Faiths and Hopes matter!>>

johnsweatjrblog

Doxology rooted in Theology: Nothing more, Nothing less

jamesgray2

A discussion of interesting books from my current stock A WordPress.com site

Unmasking anti Jehovah sites and people

Showing the only One True God and the Way to That God

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Biblical Literature

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

God's Word Made Simple

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Groen is Gezond

van zaadjes in volle grond tot iets lekkers op het bord

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Withouth Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

<span>%d</span> bloggers like this: