An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Archive for the ‘Bijbelstudie’ Category

Wetten en regels ter onderwijs

“1  Luister dus, Israël, naar de wetten en de regels waarin ik u onderwijs en kom ze na. Dan blijft u in leven en kunt u het land in bezit nemen dat de HEER, de God van uw voorouders, u zal geven. 2 Voeg niets toe aan wat ik u voorschrijf en doe er niets van af. Houd u aan de geboden die ik u geef; het zijn de geboden van de HEER, uw God.” (Deuteronomium 4:1-2 NBV)

“Hij moet het onder handbereik hebben en erin lezen zolang hij leeft. Zo leert hij ontzag te hebben voor de HEER, zijn God, en alle wetten uit dit boek in acht te nemen.” (Deuteronomium 17:19 NBV)

“Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen, zo zal ik niet tegen u zondigen.” (Psalmen 119:11 NBV)

“HEER, voor eeuwig staat uw woord in de hemel vast.” (Psalmen 119:89 NBV)

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.” (Psalmen 119:105 NBV)

“119 Als schuim veracht u wie kwaad doen op aarde, daarom heb ik uw richtlijnen lief. 120 Ik huiver van angst voor u, uw vonnissen wekken mijn vrees. 121  Ik heb altijd gedaan wat recht is en wettig, geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. 122 Waarborg het geluk van uw dienaar, sta niet toe dat hoogmoedigen mij verdrukken. 123  Mijn ogen smachten naar de redding die u brengt, naar de gerechtigheid die u hebt beloofd. 124  Toon uw dienaar uw genade en trouw, onderwijs mij in uw wetten. 125 Ik ben uw dienaar, geef mij inzicht, dan leer ik uw richtlijnen kennen. 126  Het is tijd om in te grijpen, HEER, overal wordt uw wet geschonden. 127  Maar ik, ik heb uw geboden lief, meer dan goud, dan zuiver goud. 128 Ik richt mij naar al uw regels en haat elk bedrieglijk pad. 129  Uw richtlijnen zijn voor mij een wonder, daarom volg ik ze met heel mijn hart. 130  Als uw woorden opengaan, is er licht en inzicht voor de eenvoudigen.” (Psalmen 119:119-130 NBV)

“zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.” (Jesaja 55:11 NBV)

“16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:16-17 NBV)

“6 (12:7) De woorden van de HEER zijn zuiver als zilver, gesmolten in de smeltkuil, gelouterd tot zevenmaal toe. 7 (12:8) Behoed hen, HEER, bescherm hen steeds tegen dat volk.” (Psalmen 12:6-7 NBV)

“5 Elk woord van God is getoetst, hij is een schild voor wie bij hem hun toevlucht zoeken. 6 Voeg niets aan zijn woorden toe, anders straft hij je en blijk je een leugenaar.” (Spreuken 30:5-6 NBV)

“18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.” (Mattheüs 5:18-19 NBV)

“Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.” (Markus 13:31 NBV)

“Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt.” (Lukas 16:17 NBV)

“Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.” (Romeinen 15:4 NBV)

“maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’ Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.” (1 Petrus 1:25 NBV)

“18 Ik verklaar tegenover eenieder die de profetie van dit boek hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn; 19 en als iemand iets afneemt van wat in het boek van deze profetie staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de heilige stad, zoals die in dit boek beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19 NBV)

*

Gods woorden inscherpen en erover spreken

En deze woorden die ik u heden gebied, moeten op uw hart blijken te zijn;+ en gij moet ze uw zoon inscherpen+ en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt+ en wanneer gij opstaat. — Deuteronium 6:6-7.

  • Deuteronomium 11:18: 18 En GIJ moet deze woorden van mij op UW hart+ en UW ziel leggen en ze als een teken op UW hand binden, en ze moeten tot een voorhoofdsband tussen UW ogen dienen.+
  • Spreuken 7:3: Bind ze aan uw vingers,+ en schrijf ze op de tafel van uw hart.+
  • 2 Korinthiërs 3:3: Want het is duidelijk dat GIJ een brief van Christus zijt, geschreven door ons als bedienaren,+ niet met inkt geschreven, maar met geest+ van een levende God, niet op stenen tafelen,+ maar op vleselijke tafelen, op harten.*+
  • Spreuken 6:22: 22 Wanneer gij rondtrekt, zal het* u leiden;+ wanneer gij neerligt, zal het de wacht over u houden;+ en wanneer gij wakker zijt geworden, zal het zich intens met u bezighouden.
  • Psalm 119:9: 9 Hoe zal een jonge man+ zijn pad reinigen? Door op zijn hoede te blijven overeenkomstig uw woord.*+
  • Lees ook:

Men kan stellen dat over het algemeen kinderen van hun ouders houden en wederzijds ouders van hun kinderen. Dit is zeker zo in Christelijke huishoudens.

Hoewel ouders en kinderen graag een goede band met elkaar willen hebben, verloopt de communicatie niet altijd even soepel. Veel gezinnen vinden het een uitdaging om tijd te vinden voor goede gesprekken. Dat is niet altijd zo geweest. In het oude Israël waren kinderen de hele dag bij hun moeder thuis of bij hun vader op het werk. Er was meer dan genoeg tijd om met elkaar te praten. Ouders konden zo de persoonlijkheid, wensen en behoeften van hun kinderen beter leren kennen. En kinderen hadden de gelegenheid meer over hun ouders te weten te komen. Wat een contrast met nu! w13 15/5 4:2-4

Het is belangrijk dat kinderen al vroeg gewend geraken om te communiceren met hun ouders en met anderen in hun omgeving. Zo niet kan het dat wanneer de kinderen adolescenten worden en zij misschien met problemen geconfronteerd worden, dat zij eerder zullen denken aan vrienden om mee te praten dan aan hun ouders.

Hoe kun je hen helpen om hun hart te openen voor u? (Spreuken 20: 5), zegt:

“De raad in het hart van een man is als diepe wateren, maar de man van onderscheidingsvermogen is er een die zal opstellen.”

Door het gebruik van oogpunt vragen, zoals:

“Wat denk je?”

kunnen ouders hun kinderen aanmoedigen om hun gedachten en gevoelens te uiten.

Wat gaat u doen als uw kind een ernstige fout maakt? Dat is het moment waarop hij de nodige vriendelijke aandacht nodig heeft. Dan komt het er op aan om uw emoties te beheersen terwijl u naar uw kind luistert.

Een vader zegt dit over zijn manier van omgaan met een dergelijke situatie:

“Toen de kinderen fouten maken, probeer ik niet te overreageren. Ik ga zitten en luisteren naar wat ze te zeggen hebben. Ik probeer de situatie te begrijpen. Als ik het moeilijk vind om mijn geest te beheersen, wacht ik een tijdje en tracht te kalmeren.”

Als je uw emoties weet te controleren en kan luisteren, zal de correctie van u gemakkelijker worden aanvaard.

+

In andere talen:

God se woorde inskerp en daaroor praat

Gottes Worte einschärfen und davon reden

Inculques les paroles de Jéhovah et en parles

Inculcate God’s words and speak of them

Moeder tijd nemend om te praten met haar zoon - Mother taking time to spend moments of thoughts with her son

Moeder tijd nemend om te praten met haar zoon – Mother taking time to spend moments of thoughts with her son

++

Aanvullende lectuur:

  1. Kinderen mogen falen
  2. Laat geen slecht woord over mijn lippen komen
  3. Eerst denken dan praten
  4. Eén tong om langzaam en doordacht te spreken
  5. Wees stil en luister
  6. Luister, of uw tong houdt u doof
  7. Hermeneutiek om uit te dragen #2 Ontvangstkanaal

+++

Verdere lezing:

+++

Es ist Gottes Wille, dass alle Arten von Menschen gerettet werden

Das ist vortrefflich und annehmbar+ in den Augen Gottes, unseres Retters,+ dessen Wille es ist, daß alle Arten von Menschen+ gerettet werden+ und zu einer genauen Erkenntnis+ der Wahrheit kommen.+

Es ist Gottes Wille, dass alle Arten von Menschen gerettet werden (1. Tim. 2:4)

Je näher wir dem Ende kommen, umso wichtiger ist es, sich auf Jehovas Wort zu verlassen. Was wir daraus lernen, hilft uns, schlechte Gewohnheiten zu korrigieren und sündige Neigungen zu kontrollieren. Wir können dem Widerstand Satans und seiner Welt standhalten, weil wir durch die Bibel ermutigt und getröstet werden. Jehova leitet uns durch sein Wort an, auf dem Weg zum Leben zu bleiben. Er möchte, „dass alle Arten von Menschen gerettet werden“. Dazu gehören seine Diener genauso wie die Menschen, denen wir predigen. Aber jeder, der gerettet werden möchte, muss „zu einer genauen Erkenntnis der Wahrheit kommen“. Überleben geht also Hand in Hand damit, in der Bibel zu lesen und danach zu handeln. Lesen wir täglich in der Bibel, dann zeigen wir, wie viel uns an der Wahrheit aus Gottes Wort liegt! (Joh. 17:17). w13 15. 4. 1:19, 20

+

Früher:

Der heilige Geist wird euch an alle Dinge erinnern

In anderen Sprache:

Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered

Dit is God se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word

Dieu veut que toutes sortes d’hommes soient sauvés

God’s will is that all sorts of men should be saved

Dit is God se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word

Dit is goed en aangenaam+ in die oë van ons Redder, God,+ wie se wil dit is dat alle soorte mense+ gered moet word+ en tot juiste kennis+ van die waarheid moet kom.+

[Dit is God] se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word.—1 Tim. 2:4.

Hoe nader ons aan die einde kom, hoe meer moet ons op Jehovah se Woord staatmaak. Die raad wat ons daarin vind, help ons om slegte gewoontes af te skaf en ons sondige neigings te beheers. Die aanmoediging en vertroosting wat ons daaruit put, sal ons help om die toetse te deurstaan wat Satan en sy wêreld oor ons bring. Met die leiding wat Jehovah in sy Woord voorsien, sal ons op die weg van die lewe bly. Dit is God se wil dat “alle soorte mense gered moet word”. “Alle soorte mense” sluit Jehovah se knegte in, asook diegene wat ons deur middel van ons predikings- en onderrigtingswerk help. Maar almal wat gered wil word, moet “juiste kennis van die waarheid” opdoen. Om die laaste dae te oorleef, moet ons die Bybel lees en die geïnspireerde instruksies daarin volg. Ja, ons daaglikse Bybellees toon dat ons Jehovah se kosbare Woord van waarheid hoog op prys stel.—Joh. 17:17. w13 4/15 1:19, 20

+

Vorige

Die helper, die heilige gees sal julle alles leer en julle herinner

Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered

Vind in andere tale:

Es ist Gottes Wille, dass alle Arten von Menschen gerettet werden

Dieu veut que toutes sortes d’hommes soient sauvés

God’s will is that all sorts of men should be saved

++

Ewige woord dat alles vertel

Hele Skrif deur God geïnspireer om in die waarheid te onderrig en dwaling te bestry

Die Storie van begin tot die einde

+++

English: Reference to the sacred Tetragrammato...

English: Reference to the sacred Tetragrammaton, the name of God in the Bible, translated as Jehovah by Jacques Paul Migne (1863). (Photo credit: Wikipedia)

Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered

Dit is voortreffelijk en aangenaam+ in de ogen van onze Redder, God,+ wiens wil het is dat alle soorten van mensen+ worden gered+ en tot een nauwkeurige kennis+ van de waarheid komen.+

alle soorten van mensen:

  • Romeinen 5:18: 18 Daarom dan, gelijk het door middel van één overtreding voor alle soorten van mensen op veroordeling is uitgelopen,+ evenzo loopt het er ook door middel van één daad van rechtvaardiging*+ voor alle soorten van mensen+ op uit dat zij rechtvaardig verklaard worden ten leven.+
  • Romeinen 9:24: 24 namelijk ons, die hij niet alleen uit de joden maar ook uit de natiën heeft geroepen,+ [wat zou dat dan]?
  • 1 Timotheüs 4:10: 10 Want hiertoe werken wij hard en spannen wij ons in,+ omdat wij onze hoop+ hebben gevestigd op een levende God, die een Redder+ is van alle soorten van mensen,+ in het bijzonder van getrouwen.+

zouden gered moeten worden:/ worden gered:

  • Jesaja 45:22: 22 Wendt U tot mij en wordt gered,+ GIJ allen [aan de] einden der aarde; want ik ben God en er is geen ander.+
  • Handelingen 17:30: 30 God heeft weliswaar de tijden van zulk een onwetendheid voorbijgezien,+ maar zegt de mensen thans dat zij allen overal berouw moeten hebben.+
  • 1 Korinthiërs 12:13: 13 Want waarlijk, door één geest werden wij allen tot één lichaam gedoopt,+ hetzij joden of Grieken, hetzij slaven of vrijen, en wij werden er allen toe gebracht één geest te drinken.+
  • 2 Kronieken 20:17: 17 GIJ zult in dit geval niet hoeven te strijden.+ Stelt U op, blijft staan+ en ziet de redding+ van Jehovah ten behoeve van U. O Ju̱da en Jeru̱zalem, weest niet bevreesd, noch verschrikt.+ Trekt morgen tegen hen* uit, en Jehovah zal met U zijn.’”+
  • Psalm 3:8: Redding behoort Jehovah toe.+ Uw zegen rust op uw volk.+ Sela.
  • Psalm 37:39: 39 En* de redding der rechtvaardigen is van Jehovah afkomstig;+ Hij is hun vesting in tijd van nood.+
  • Psalm 65:5: Met vrees inboezemende dingen zult gij ons in rechtvaardigheid antwoorden,+ O God van onze redding,+ Het Vertrouwen van alle grenzen der aarde en van hen die ver weg zijn op zee.+
  • Psalm 68:19: 19 Gezegend zij Jehovah,* die dagelijks de vracht voor ons draagt,+ De [ware] God van onze redding.+ Sela.
  • Spreuken 21:31: 31 Het paard is iets dat wordt gereedgemaakt voor de dag van strijd,+ maar redding behoort Jehovah toe.+
  • Jesaja 43:11: 11 Ik — ik ben Jehovah,+ en buiten mij is er geen redder.”+
  • Hosea 13:4: Maar ik ben Jehovah, uw God,* van het land Egy̱pte af,+ en er was geen God behalve mij die gij placht te kennen; en er was geen redder dan ik.+
  • Jona 2:9: Maar wat mij betreft, met de stem van dankzegging wil ik u slachtoffers brengen.+ Wat ik plechtig beloofd heb, wil ik betalen.+ Redding behoort Jehovah toe.”+
  • Micha 7:7: Maar wat mij aangaat, naar Jehovah zal ik blijven uitzien.+ Ik wil van een wachtende houding jegens de God van mijn redding blijk geven.+ Mijn God zal mij horen.+
  • Johannes 3:16: 16 Want God heeft de wereld* zozeer liefgehad+ dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,+ opdat een ieder die geloof+ oefent in hem, niet vernietigd zou worden,+ maar eeuwig leven zou hebben.+
  • Openbaring 7:10: 10 En zij blijven met een luide stem roepen en zeggen: „Redding* [hebben wij te danken] aan onze God,+ die op de troon is gezeten,+ en aan het Lam.”+
  • Openbaring 19:1: 19 Na deze dingen hoorde ik iets dat was als een luide stem van een grote schare in de hemel.+ Zij zeiden: „Looft Jah!*+ De redding+ en de heerlijkheid en de kracht behoren aan onze God,*+

tot een nauwkeurige kennis komen:

  • Efeziërs 1:17: 17 opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, U een geest van wijsheid+ en van openbaring* in de nauwkeurige kennis van hem moge geven,+
  • Filippenzen 1:9: En dit blijf ik bidden, dat UW liefde steeds overvloediger mag zijn+ met nauwkeurige kennis*+ en volledig onderscheidingsvermogen,*+
tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen:

  • 2 Timotheüs 2:25: 25 en met zachtaardigheid degenen onderricht die niet gunstig gezind zijn,+ daar God hun misschien berouw geeft,+ hetwelk tot een nauwkeurige kennis van de waarheid leidt,+

Het is Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered. — 1 Tim. 2:4.

Hoe dichter we bij het einde komen, hoe meer we op Jehovah’s Woord moeten vertrouwen. De raad uit de Bijbel helpt ons om slechte gewoonten aan te pakken en zondige neigingen te beheersen. We vinden er de aanmoediging en troost in die ons helpen de beproevingen van Satan en zijn wereld aan te kunnen. Dankzij de leiding die Jehovah ons via zijn Woord geeft, kunnen we op de weg naar het leven blijven. Het is Gods wil dat „alle soorten van mensen worden gered”. Daar horen Jehovah’s aanbidders bij, en ook de mensen die we via ons predikings- en onderwijzingswerk helpen. Maar iedereen die gered wil worden moet „nauwkeurige kennis van de waarheid” hebben. Om de laatste dagen te kunnen overleven moeten we dus de Bijbel lezen en de instructies die erin staan opvolgen. Als we elke dag de Bijbel lezen, laten we zien dat Jehovah’s kostbare Woord van waarheid heel belangrijk voor ons is (Joh. 17:17). w13 15/4 1:19, 20

+

Vindt in andere talen: find in other languages:

Dit is God se wil . . . dat alle soorte mense gered moet word

Es ist Gottes Wille, dass alle Arten von Menschen gerettet werden

Dieu veut que toutes sortes d’hommes soient sauvés

God’s will is that all sorts of men should be saved

++

Aanvullend kan u ook lezen:

  1. Bent u op zoek naar antwoorden en Bent u op zoek naar God
  2. Jehovah steile rots en vesting, bron van inzicht
  3. Gods vergeten Woord 8 Verloren Wetboek 7 Terug naar de Bijbel
  4. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  5. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  6. Uitdagende vordering 4 Goddelijk geïnspireerd 3 Zelf-consistente Woord van God
  7. Schriftwoord door God geïnspireerd bruikbaar voor onderricht en toerusting
  8. Onder de Geest blijven
  9. Maak ons onervarenen wijs

+++

Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger

Gij alleen zijt Jehovah; gijzelf hebt de hemel gemaakt, ja de hemel der hemelen, en heel zijn heerleger, de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is; en gij houdt dat alles in het leven; en het heerleger van de hemel buigt zich voor u neer. — Nehemia 9:6.

Gij alleen zijt Jehovah:

  • Exodus 20:3: Gij moogt geen andere goden*+ tegen mijn persoon in* hebben.
  • Deuteronomium 4:35: 35 U — u is het getoond, opdat gij weet dat Jehovah de [ware] God is;+ er is geen ander buiten hem.+
  • Deuteronomium 5:7: Gij moogt nooit enige andere goden tegen mijn persoon in* hebben.+
  • Deuteronomium 6:4: Luister, o I̱sraël: Jehovah, onze God, is één Jehovah.*+
  • 1 Koningen 8:23: 23 en hij zei vervolgens: „O Jehovah, de God van I̱sraël,+ er is in de hemel boven of op de aarde beneden geen God* als gij,+ die zich houdt aan het verbond en de liefderijke goedheid*+ jegens uw knechten,+ die met geheel hun hart voor uw aangezicht wandelen,+
  • 1 Koningen 8:60: 60 opdat alle volken der aarde mogen weten+ dat Jehovah de [ware] God is.+ Er is geen ander.+
  • 2 Koningen 17:35: 35 toen Jehovah een verbond+ met hen sloot en hun het volgende gebood: „GIJ moogt geen andere goden vrezen,+ en GIJ moogt U voor die niet neerbuigen, noch ze dienen* noch er slachtoffers aan brengen.+
  • 2 Koningen 19:19: En nu, o Jehovah, onze God,+ red ons+ alstublieft uit zijn hand, opdat alle koninkrijken van de aarde mogen weten dat gij, o Jehovah, alléén God zijt.”+
  • Psalm 83:18: 18 Opdat men weet+ dat gij, wiens naam Jehovah is, Gij alleen de Allerhoogste zijt+ over heel de aarde.+
  • Jesaja 37:16: 16 „O Jehovah der legerscharen, de God van I̱sraël,+ die op de cherubs zit, gij alleen zijt de [ware] God van alle koninkrijken der aarde.+ Gíȷ́ hebt de hemel en de aarde gemaakt.+
  • Jesaja 42:8: Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam;+ en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven,+ noch mijn lof+ aan gehouwen beelden.+
  • Jesaja 44:6: Dit heeft Jehovah gezegd, de Koning van I̱sraël+ en zijn Terugkoper,+ Jehovah der legerscharen: ’Ik ben de eerste en ik ben de laatste,+ en buiten mij is er geen God.*+
  • Jesaja 44:8: Hebt geen angst en staat niet verstomd.+ Heb ik [het] u niet van die tijd af ieder afzonderlijk doen horen en aangekondigd?+ En GIJ zijt mijn getuigen.+ Bestaat er een God* buiten mij?+ Neen, er is geen Rots.*+ Ik heb er geen erkend.’”
  • Jesaja 45:5: Ik ben Jehovah, en er is geen ander.+ Behalve mij is er geen God.+ Ik zal u vast omgorden, ofschoon gij mij niet hebt gekend,
  • Jeremia 25:6: En loopt geen andere goden* achterna om die te dienen en U ervoor neer te buigen, opdat GIJ mij niet krenkt door het werk van UW handen en ik geen rampspoed over U breng.’+
  • Joël 2:27: 27 En gijlieden zult moeten weten dat ik in het midden van I̱sraël ben,+ en dat ik Jehovah, UW God, ben en er geen ander is.+ En mijn volk zal tot onbepaalde tijd niet beschaamd staan.*
  • Zacharia 14:9: En Jehovah moet koning worden over de gehele aarde.*+ Op die dag zal Jehovah één+ blijken te zijn, en zijn naam één.+
  • Markus 12:29: 29 Jezus antwoordde: „Het eerste is: ’Hoor, o I̱sraël, Jehovah,* onze God, is één Jehovah,*+
  • 1 Korinthiërs 8:6: in werkelijkheid is er voor ons maar één God,*+ de Vader,+ uit wie alle dingen zijn en wij voor hem;+ en er is één Heer,+ Jezus Christus,+ door bemiddeling van wie alle dingen zijn+ en wij door bemiddeling van hem.

hemel en de aarde gemaakt:

  • Genesis 1:1: 1 In [het] begin*+ schiep+ God*+ de hemel en de aarde.+ {„In het begin.” Hebr.: Bereʼ·sjithʹ. Dit eerste boek van de bijbel is in het Hebr. naar dit aanvangswoord genoemd. LXXVg noemen het boek „Genesis”.}
  • Genesis 2:1: 2 Zo kwamen de hemel en de aarde en hun gehele leger tot voltooiing.+
  • Genesis 2:4: Dit is [de] geschiedenis* van de hemel en de aarde ten tijde dat ze werden geschapen, op de dag waarop Jehovah* God* aarde en hemel maakte.+
  • Genesis 14:19: 19 Toen zegende hij hem en zei: „Gezegend zij A̱bram van de Allerhoogste God,+ Voortbrenger* van hemel en aarde;+
  • Exodus 20:11: 11 Want in zes dagen heeft Jehovah de hemel en de aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt,+ en vervolgens rustte hij* op de zevende dag.+ Daarom zegende Jehovah de sabbatdag en heiligde hij hem vervolgens.*+
  • Job 26:7: Hij spant het noorden uit over de lege ruimte,+Hangt de aarde op aan niets;
  • Job 38:4:  Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte?+ Vertel het [mij], indien gij werkelijk over verstand beschikt.
  • Psalm 104:2: U hullend in het licht als in een gewaad,+ De hemel uitspannend als een tentkleed,+
  • Psalm 146:6: De Maker van hemel en aarde,+ Van de zee, en van al wat daarin is,+ Die waarachtig blijft tot onbepaalde tijd,+
  • Psalm 102:25: 25 Lang geleden hebt gij de grondvesten gelegd van de aarde,+ En de hemelen zijn het werk van uw handen.+
  • Psalm 148:5 Dat ze de naam van Jehovah loven;+ Want híȷ́ gebood, en ze werden geschapen.+
  • Jesaja 42:5: Dit heeft de [ware] God, Jehovah, gezegd, de Schepper van de hemelen+ en de Grootse Uitspanner* ervan;+ die de aarde uitspreidde+ met al wat ze voortbrengt,+ die adem*+ geeft aan het volk daarop,+ en geest aan hen die erop wandelen:+
  • Jesaja 44:24:24 Dit heeft Jehovah gezegd, uw Terugkoper+ en uw Formeerder van de buik af:* „Ik, Jehovah, ben het die alles doet, die de hemelen uitspande,+ geheel alleen, de aarde uitspreidde.+ Wie was bij mij?
  • Jesaja 45:18: 18 Want dit heeft Jehovah gezegd, de Schepper van de hemelen,+ Hij, de [ware] God,+ de Formeerder van de aarde en de Maker ervan,+ Hij, die haar stevig heeft bevestigd,+ die haar niet louter voor niets heeft geschapen, die haar geformeerd heeft om ook bewoond te worden:+ „Ik ben Jehovah, en er is geen ander.+
  • Jesaja 48:13: 13 Bovendien is het mijn hand die de aarde heeft gegrondvest,+ en mijn rechterhand die de hemelen heeft uitgespannen.+ Ik roep ze toe, opdat ze te zamen in stand blijven.+
  • Zacharia 12:1: 12 Een formele uitspraak: „Het woord van Jehovah betreffende I̱sraël”, is de uitspraak van Jehovah, die [de] hemel uitspant+ en [de] aarde grondvest+ en de geest+ van de mens* in zijn binnenste vormt.
  • Handelingen 4:24: 24 Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God+ en zeiden: „Soevereine+ Heer,* gij zijt Degene die de hemel en de aarde en de zee en al wat daarin is, hebt gemaakt,+
  • Openbaring 4:11: 11 „Gij, Jehovah,* ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid+ en de eer+ en de kracht te ontvangen,+ want gij hebt alle dingen geschapen,+ en vanwege uw wil+ bestonden ze en werden ze geschapen.”+
  • Openbaring 10:6: en hij zwoer bij Degene die tot in alle eeuwigheid+ leeft,+ die de hemel en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de zee en wat daarin is,* heeft geschapen:+ „Er zal geen uitstel* meer zijn;+
  • Openbaring 14:7: en hij zei met een luide stem: „Vreest God+ en geeft hem heerlijkheid,+ want het uur van het oordeel door hem is gekomen,+ en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen gemaakt+ heeft.”+

heel zijn heerleger:

  • Genesis 2:1: 2 Zo kwamen de hemel en de aarde en hun gehele leger tot voltooiing.+
  • Psalm 148:2: Looft hem, al GIJ zijn engelen.+ Looft hem, heel GIJ zijn legerschare.+
  • Jesaja 47:4: „Er is Iemand die ons terugkoopt.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam,+ de Heilige I̱sraëls.”+
  • Jeremia 10:16: 16 Het Deel van Ja̱kob+ is niet als deze dingen, want hij is de Formeerder van alles,+ en I̱sraël is de staf* van zijn erfdeel.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam.+
  • Jeremia 32:18: 18 Degene die jegens duizenden liefderijke goedheid betracht+ en de dwaling van de vaderen vergeldt in de boezem van hun zonen na hen,+ de [ware] God,* de grote,+ de sterke [God],*+ wiens naam Jehovah der legerscharen+ is,+
  • Jeremia 51:19: 19 Het Deel van Ja̱kob is niet als deze dingen,+ want hij is de Formeerder van alles,+ ja, de staf* van zijn erfdeel.+ Jehovah der legerscharen is zijn naam.+
  • Mattheüs 26:53: 53 Of denkt gij dat ik geen beroep op mijn Vader kan doen om mij op dit ogenblik meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking te stellen?+

de aarde … al wat daarop is: Jesaja 45:18

  • Genesis 1:28: 28 Voorts zegende+ God hen en God zei tot hen: „Weest vruchtbaar+ en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt+ haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt,* in onderworpenheid.”+
  • Genesis 9:1: 9 Vervolgens zegende God No̱ach en zijn zonen en zei tot hen: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde.+
  • Psalm 37:29: 29 De rechtvaardigen, díé zullen de aarde bezitten,+ En zij zullen er eeuwig op verblijven.+
  • Psalm 115:16: 16 Wat de hemel betreft, aan Jehovah behoort de hemel toe,+ Maar de aarde heeft hij aan de mensenzonen* gegeven.+

de zeeën:

  • Genesis 1:10: 10 En God noemde het droge land voortaan Aarde,+ maar de verzameling der wateren noemde hij Zeeën.+ Voorts zag God dat [het] goed [was].+
  • Psalmen 8: 3,6: Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers,+ De maan en de sterren die gij hebt bereid,+ Gij doet hem heersen over de werken van uw handen;Alles hebt gij onder zijn voeten gelegd:+
  • Job 38:8 En [wie] heeft de zee met deuren* gebarricadeerd,+ Die te voorschijn kwam als brak ze los uit de moederschoot;
  • Spreuken 8:29:29 toen hij de zee zijn verordening stelde, dat de wateren zelf zijn bevel* niet zouden overschrijden,+ toen hij de grondvesten der aarde verordende,+

al wat daarin is:

  • Genesis 1:20-21: 20 Verder zei God: „Dat de wateren een gewemel van levende zielen*+ voortbrengen en dat vliegende schepselen over de aarde vliegen langs het vlak van het uitspansel van de hemel.”+ {„Van levende zielen.” Gr.: ψυχῶν ζωσῶν (psuʹchon zoʹson, mv.); Hebr.: neʹfesj chai·jahʹ, enk., betrekking hebbend op zeedieren. In het Hebr. wordt dezelfde uitdr. gebruikt met betrekking tot de mens in 2:7. Zie App. 4A.} 21 En God ging ertoe over de grote zeemonsters+ te scheppen* en elke levende ziel* die zich beweegt,+ waarvan de wateren gingen wemelen naar hun soort, en elk gevleugeld vliegend schepsel naar zijn soort.+ Toen zag God dat [het] goed [was].
  • Exodus 20:11: 11 Want in zes dagen heeft Jehovah de hemel en de aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt,+ en vervolgens rustte hij* op de zevende dag.+ Daarom zegende Jehovah de sabbatdag en heiligde hij hem vervolgens.*+
  • Leviticus 11:10: 10 En al wat in de zeeën en de stromen geen vinnen en schubben heeft, van elk wemelend schepsel der wateren en van elke levende ziel {„Ziel.” Hebr.: neʹfesj; Gr.: psuʹches; Syr.: naf·sjaʼ.} die in de wateren is — ze zijn voor U een gruwel.
  • Psalmen 14:6: De Maker van hemel en aarde,+ Van de zee, en van al wat daarin is,+ Die waarachtig blijft tot onbepaalde tijd,+
  • Handelingen 4:24: 24 Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God+ en zeiden: „Soevereine+ Heer,* gij zijt Degene die de hemel en de aarde en de zee en al wat daarin is, hebt gemaakt,+
  • Handelingen 14:15: 15 en zeiden: „Mannen, waarom doet GIJ deze dingen? Ook wij zijn mensen+ en hebben dezelfde zwakheden+ als GIJ en maken het goede nieuws aan U bekend, opdat GIJ U van deze ijdele+ dingen zoudt afkeren en U zoudt wenden tot de levende God,+ die de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is, heeft gemaakt.+
  • Openbaring 10:6:en hij zwoer bij Degene die tot in alle eeuwigheid+ leeft,+ die de hemel en wat daarin is en de aarde en wat daarop is en de zee en wat daarin is,* heeft geschapen:+ „Er zal geen uitstel* meer zijn;+
  • Openbaring 14:7:en hij zei met een luide stem: „Vreest God+ en geeft hem heerlijkheid,+ want het uur van het oordeel door hem is gekomen,+ en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen gemaakt+ heeft.”+

het heerleger van de hemel buigt zich voor u neer:

  • 1 Koningen 22:19: 19 En hij zei verder: „Hoor daarom het woord van Jehovah:+ Voorwaar, ik zie Jehovah op zijn troon zitten+ en heel het hemelleger aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand bij hem staan.+
  • Psalm 103:21: 21 Zegent Jehovah, al GIJ legerscharen van hem,+ GIJ zijn dienaren, die zijn wil* doet.+
  • Psalm 148:2: Looft hem, al GIJ zijn engelen.+ Looft hem, heel GIJ zijn legerschare.+
  • Lukas 2:13-14: 13 En plotseling bevond zich bij de engel een menigte van de hemelse legerschare,*+ die God loofde+ en zei: 13 En plotseling bevond zich bij de engel een menigte van de hemelse legerschare,*+ die God loofde+ en zei: 14 „Glorie in de hoogste hoogten+ aan God, en op aarde vrede+ onder mensen van goede wil.”*+

 

Jehovah heeft inderdaad het universum gemaakt met „heel zijn heerleger”, al zijn sterrenstelsels. Net zo bijzonder is alles op onze schitterende planeet. Hij heeft die gemaakt met het indrukwekkende vermogen om een enorme verscheidenheid aan levensvormen in stand te houden, die zich allemaal voortplanten naar hun soort. Het gebed noemt nog een leger. Het beschrijft Gods engelen als „het heerleger van de hemel” (1 Kon. 22:19; Job 38:4, 7). Deze engelen doen nederig Gods wil door zondige mensen te dienen „die redding zullen beërven” (Hebr. 1:14). We kunnen het geweldige voorbeeld van de engelen volgen door Jehovah eensgezind te dienen als een goed getraind leger (1 Kor. 14:33, 40). w13 15/10 3:9

Sing to Jehovah, Jehovah's Witnesses' current ...

Sing to Jehovah, Jehovah’s Witnesses’ current hymnal (Photo credit: Wikipedia)

+

Terwyl ons Jehovah eendragtig soos ’n goed opgeleide leër dien

Jehova ebenfalls wie ein gut ausgebildetes „Heer“ demütig und vereint dienen

Servons Jéhovah Dieu, qui créé l’univers entier et ses innombrables galaxies, dans l’unité

Jehovah God Maker of the entire universe served by a well-trained army

++

Aanvullende lectuur:

  1. Hoe weet ik wat Gods wil is
  2. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  3. Schepper en Blogger God 7 Een Blog van een Boek 1 De Blogger geloven
  4. Geestelijke vorming tot heiligheid #2
  5. Ademen om les te geven
  6. Niet alle Getuigen behorend tot Getuige van Jehovah
  7. Volharding en Bijbelstudenten

+++

Wahren Gott gibt sein Wort für immer Weisheit

 

 

Psalm 19:1 Die Himmel verkünden die Herrlichkeit Gottes;*+ Und die Ausdehnung tut das Werk seiner Hände kund.+

2. Mose 20: 1-3: Und Gott redete dann alle diese Worte*, indem [er] sprach:+ 2 „Ich bin Jehova, dein Gott,*+ der ich dich aus dem Land Ägypten, aus dem Sklavenhaus, herausgeführt habe.+ Du sollst keine anderen Götter*+ wider mein Angesicht* haben.

Jesaja 7: 7: Dies ist, was der Souveräne Herr Jehova gesagt hat: „Es wird nicht bestehen, noch wird es geschehen.+

Jeremia 1:9:Darauf streckte Jehova seine Hand aus und ließ sie meinen Mund berühren.+ Dann sprach Jehova zu mir: „Siehe, ich habe meine Worte in deinen Mund gelegt.+

Johannes 14: 10: 10 Glaubst du nicht, daß ich in Gemeinschaft bin mit dem Vater und der Vater in Gemeinschaft ist mit mir?+ Die Dinge, die ich zu euch spreche, rede ich nicht aus* mir selbst; sondern der Vater, der in Gemeinschaft mit mir bleibt, tut seine Werke.+

Epheser 6:17: 17 Auch nehmt den Helm+ der Rettung und das Schwert+ des Geistes+, das ist Gottes Wort,+ entgegen,

2. Mose 3Und er sprach weiter: „Ich bin der Gott deines Vaters*, der Gott Abrahams, der Gott Ịsa·aks und der Gott Jakobs.“+ Dann verbarg Moses sein Angesicht, denn er fürchtete sich, den [wahren] Gott* anzuschauen.

1. Johannes 5 :2020 Wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist,+ und er hat uns verstandesmäßig+ befähigt,* den Wahrhaftigen zu erkennen.+ Und wir sind in Gemeinschaft+ mit dem Wahrhaftigen durch seinen Sohn Jesus Christus. Dies ist der wahre+ Gott und ewiges Leben.+

Offenbarung 4: 11 „Du bist würdig, Jehova*, ja du, unser Gott, die Herrlichkeit+ und die Ehre+ und die Macht zu empfangen,+ weil du alle Dinge erschaffen hast,+ und deines Willens+ wegen existierten sie und wurden sie erschaffen.“+

2. Mose 6Und Gott* fuhr fort, zu Moses zu reden und zu ihm zu sprechen: „Ich bin Jehova.+

Hiob 22 :13-14: 13 Und doch hast du gesagt: ‚Was weiß Gott* wirklich? Kann er durch dichtes Dunkel richten? 14 Wolken sind für ihn ein Versteck, so daß er nicht sieht, Und am Himmelsgewölbe wandelt er umher.‘

Nehemia 9: 5-6:

Und die Levịten Jeschụa und Kạdmiël, Bạni, Haschabnẹja, Scherẹbja, Hodịja, Schebạnja [und] Pethạchja sprachen dann: „Erhebt euch, segnet+ Jehova, euren Gott, von unabsehbarer Zeit bis auf unabsehbare Zeit.+ Und möge man deinen herrlichen Namen segnen,+ der erhaben ist über alle Segnung und Lobpreisung. Du bist Jehova, [du] allein;+ du selbst hast die Himmel gemacht,+ [ja] die Himmel der Himmel, und all ihr Heer,+ die Erde+ und alles, was darauf ist,+ die Meere+ und alles, was darin ist;+ und du erhältst sie alle am Leben; und das Heer+ der Himmel beugt sich vor dir nieder.

Psalms 50: 7-17: „Höre zu, o mein Volk, und ich will reden,+ O Israel, und ich will Zeugnis gegen dich ablegen.*+ Ich bin Gott, dein Gott. Nicht hinsichtlich deiner Schlachtopfer weise ich dich zurecht+ Noch [hinsichtlich] deiner Ganzbrandopfer, [die] beständig vor mir [sind]. Ich will nicht aus deinem Haus einen Stier nehmen,+ Aus deinen Hürden Ziegenböcke. 10 Denn mir gehört jedes wildlebende Tier des Waldes,+ Die Tiere auf tausend Bergen.+ 11 Mir ist jedes geflügelte Geschöpf der Berge gut bekannt,+ Und das Tiergewimmel des freien Feldes ist bei mir.+ 12 Wäre ich hungrig, ich würde es dir nicht sagen; Denn mir gehört das ertragfähige Land*+ und seine Fülle.+ 13 Soll ich das Fleisch von starken [Stieren] essen,+ Und soll ich das Blut von Ziegenböcken trinken?+ 14 Bring als dein Schlachtopfer Gott Dank* dar,+ Und bezahl dem Höchsten deine Gelübde;+ 15 Und rufe mich an am Tag der Bedrängnis.+ Ich werde dich befreien, und du wirst mich verherrlichen+.“ 16 Aber zu dem Bösen wird Gott sagen müssen:+ „Welches Recht hast du, meine Bestimmungen aufzuzählen+ Und meinen Bund* in deinem Mund zu führen?+ 17 Ja du — du hast Zucht gehaßt,+ Und du wirfst meine Worte ständig hinter dich.+

Epheser 4:1111 Und er gab einige als Apostel+, einige als Propheten+, einige als Evangeliumsverkündiger*+, einige als Hirten und Lehrer+,

1. Korinther 2: 1,9-10, 14-16: Und so kam ich denn, Brüder, als ich zu euch kam, nicht mit übertriebener Rede[kunst]*+ oder Weisheit, um euch das heilige Geheimnis+ Gottes zu verkünden. Sondern so wie geschrieben steht: „Was [das] Auge nicht gesehen und [das] Ohr nicht gehört hat noch im Herzen eines Menschen aufgekommen ist, die Dinge, die Gott denen bereitet hat, die ihn lieben.“+ 10 Denn uns hat Gott sie durch seinen Geist+ geoffenbart,+ denn der Geist+ erforscht alle Dinge, selbst die tiefen+ Dinge Gottes.14 Ein physischer* Mensch aber nimmt die Dinge des Geistes Gottes nicht an, denn sie sind ihm Torheit; und er kann [sie] nicht erkennen,+ weil sie geistig beurteilt werden. 15 Der Geistesmensch*+ dagegen beurteilt tatsächlich alle Dinge, er selbst aber wird von keinem Menschen beurteilt.+ 16 Denn „wer hat den Sinn Jehovas* kennengelernt,+ daß er ihn unterweise“?+ Wir aber haben Christi* Sinn+.

Jesaja 40:13: 13 Wer hat den Geist Jehovas bemessen, und wer kann ihn als sein Mann des Rates irgend etwas erkennen lassen?+

Epheser 3:5, 6: In anderen Generationen wurde dieses [Geheimnis+] den Söhnen der Menschen nicht so bekanntgemacht, wie es jetzt seinen heiligen Aposteln und Propheten+ durch [den] Geist geoffenbart+ worden ist, nämlich daß Leute von den Nationen Miterben sein sollten und Miteinverleibte+ sowie Mitgenossen der Verheißung+ mit uns in Gemeinschaft mit Christus Jesus durch die gute Botschaft.

Kolosser 2:2:daß ihr Herz getröstet werde,+ daß sie harmonisch zusammengefügt seien in Liebe+ und im Hinblick auf den ganzen Reichtum der vollen Gewißheit [ihres] Verständnisses,+ im Hinblick auf eine genaue Erkenntnis des heiligen Geheimnisses Gottes, nämlich Christus.*+

Sprüche 23: In die Ohren eines Unvernünftigen rede nicht,+ denn er wird deine verständigen Worte verachten.+

2. Samuel 23 :2 Der Geist Jehovas war es, der durch mich redete,+ Und sein Wort* war auf meiner Zunge.+

Apostelgeschichte 1:1616 „Männer, Brüder, es war notwendig, daß das Schriftwort erfüllt werde,+ das der heilige Geist+ durch den Mund Davids über Judas vorhergesagt hatte,+ der denen, die Jesus festnahmen, zum Wegweiser wurde,+

Apostelgeschichte 28 :25:25 Weil sie also miteinander uneins waren, begannen sie wegzugehen, während Paulus diese e i n e Bemerkung machte: „Treffend hat der heilige Geist durch Jesaja, den Propheten, zu euren Vorvätern geredet,

1. Petrus 1:11: 11 Sie untersuchten beständig,* welchen besonderen Zeitabschnitt+ oder welche Art eines [Zeitabschnitts] der Geist+ in ihnen in bezug auf Christus* anzeigte,+ als er im voraus über die für Christus [bestimmten] Leiden+ und über die nach diesen folgenden Herrlichkeiten+ Zeugnis gab.

2. Petrus 1 :21:21 Denn Prophetie wurde niemals durch den Willen eines Menschen hervorgebracht,+ sondern Menschen redeten von Gott aus,+ wie sie von heiligem Geist getrieben wurden.+

Johannes 14:2626 Der Helfer* aber, der heilige Geist, den der Vater in meinem Namen senden wird, dieser* wird euch alle Dinge lehren und euch an alle Dinge erinnern, die ich euch gesagt habe.+

2. Timotheus 3 : 16 Die ganze Schrift ist von Gott inspiriert*+ und nützlich zum Lehren,+ zum Zurechtweisen,+ zum Richtigstellen der Dinge,*+ zur Erziehung+ in [der] Gerechtigkeit, 17 damit der Mensch Gottes völlig tauglich sei,+ vollständig ausgerüstet* für jedes gute Werk.+

1. Thessalonicher 213: 13 In der Tat, darum danken wir Gott auch unablässig,+ denn als ihr Gottes Wort, das ihr von uns hörtet, empfingt,+ habt ihr es nicht als Menschenwort+ angenommen, sondern als das, was es wahrhaftig ist, als das Wort Gottes, das* auch in euch, den Gläubigen, wirksam ist.+

Römer 15 :4 Denn alles, was vorzeiten geschrieben wurde, ist zu unserer Unterweisung+ geschrieben worden,+ damit wir durch unser Ausharren+ und durch den Trost+ aus den Schriften Hoffnung*+ haben können.

1. Korinther 10:1111 Diese Dinge nun widerfuhren ihnen fortgesetzt als Vorbilder*, und sie sind zur Warnung+ für uns geschrieben worden, auf welche die Enden* der Systeme der Dinge*+ gekommen sind.

Psalm 119:49, 50: 49 Gedenke des Wortes an deinen Knecht,+ Auf das du mich hast warten lassen. 50 Dies ist mein Trost in meiner Trübsal,+ Denn deine eigene Zusage hat mich am Leben erhalten.+

Sprüche 4: 7-9: Weisheit ist das Erste.+ Erwirb Weisheit; und mit allem, was du erwirbst, erwirb Verständnis.+ Schätze sie hoch ein, und sie wird dich erhöhen.+ Sie wird dich verherrlichen, weil du sie umarmst.+ Deinem Haupt wird sie einen Kranz der Anmut geben;+ eine Krone der Schönheit wird sie dir verleihen.“+

Sprüche 15:14:14 Das verständige Herz ist es, das nach Erkenntnis forscht,+ aber der Mund Unvernünftiger ist auf Torheit aus.+

Matthäus 13 :23: 23 Was den betrifft, der auf den vortrefflichen Boden gesät wurde, dieser ist es, der das Wort hört und dessen Sinn erfaßt, der wirklich Frucht trägt und hervorbringt, dieser hundertfach, jener sechzigfach, der andere dreißigfach.“+

Hebräer 5 :1414 Die feste Speise aber gehört reifen Menschen, denen, die ihr Wahrnehmungsvermögen*+ durch Gebrauch geübt haben* zur Unterscheidung [zwischen] Recht und Unrecht.+

Daniel 1:17: 17 Und was diese Kinder betrifft, alle vier, ihnen gab der [wahre] Gott Erkenntnis und Einsicht in aller Schrift und Weisheit+; und Daniel selbst verstand sich auf alle Arten von Visionen und Träumen.+

Sprüche 21:30 Es gibt weder Weisheit noch irgendwelches Unterscheidungsvermögen, noch irgendeinen Rat im Widerstand gegen Jehova.+

Sprüche 19:21 Viele Pläne sind im Herzen eines Mannes,*+ aber der Rat Jehovas, der wird bestehen.+

2. Timotheus 2: 7-10: Denke beständig an das,* was ich sage; der Herr wird dir wirklich in allen Dingen Unterscheidungsvermögen geben.+ Erinnere dich daran, daß Jesus Christus von den Toten auferweckt wurde+ und aus dem Samen Davids war,+ gemäß der guten Botschaft, die ich predige;+ in Verbindung mit ihr erleide ich Ungemach bis zu Fesseln+ wie ein Übeltäter. Dessenungeachtet ist das Wort Gottes nicht gebunden.+ 10 Deshalb werde ich weiterhin alle Dinge um der Auserwählten+ willen erdulden,+ damit auch sie die Rettung erlangen mögen, die in Gemeinschaft mit Christus Jesus samt ewiger Herrlichkeit [zu finden] ist.+

Johannes 17 : Dies bedeutet ewiges Leben,+ daß sie fortgesetzt Erkenntnis+ in sich aufnehmen über dich,* den allein wahren Gott+, und über den, den du ausgesandt hast, Jesus Christus.+

1. Johannes 520 Wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist,+ und er hat uns verstandesmäßig+ befähigt,* den Wahrhaftigen zu erkennen.+ Und wir sind in Gemeinschaft+ mit dem Wahrhaftigen durch seinen Sohn Jesus Christus. Dies ist der wahre+ Gott und ewiges Leben.+

1. Timotheus 2: 2-4: in bezug auf Könige+ und alle, die in hoher Stellung sind,+ damit wir weiterhin ein ruhiges und stilles Leben führen können in völliger Gottergebenheit* und Ernsthaftigkeit.+ Das ist vortrefflich und annehmbar+ in den Augen Gottes, unseres Retters,+ dessen Wille es ist, daß alle Arten von Menschen+ gerettet werden+ und zu einer genauen Erkenntnis+ der Wahrheit kommen.+

 

*

 


Neue Welt Übersetzung der Heiligen Schrift - 1999

Neue Welt Übersetzung der Heiligen Schrift – 1999

+

+++

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: