An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Drie-eenheid’

Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen

Wanneer jij jezelf een christen noemt hoort heeft dit te betekenen dat jij Christus Jezus volgt, de Nazarener jood waarvan God verklaarde dat hij Zijn eniggeboren zoon is.

Om jezelf christen te noemen betekent ook dat u één met Christus wenst te worden, zoals Christus één is met zijn Vader, de Enige Ware God. Een dergelijke eenheid zal je niet tot God maken, zoals die eenheid Jezus niet tot God heeft gemaakt (zoals vele christenen denken). Maar je conditie van je hart moet dicht bij de conditie van Jezus’ hart liggen, vol vreugde in de bereidheid je eigen wil niet te doen, zoals Jezus zijn eigen wil niet deed (wat hij gedaan zou hebben als hij God is), maar bereid zijn te allen tijde de Wil van God te doen.

Als een volgeling van Jezus (wat een ‘christen zijn‘ ook zou moeten betekenen), moet uw hart vol liefde voor anderen, zoals Jezus een ongelooflijke liefde voor andere mensen had, zelfs bereid om voor hen te sterven. Alle dingen zijn overgeleverd geworden aan Jezus door zijn vader. Deze man, uit Nazareth, die we moeten volgen onthulde de Elohim Hashem Jehovah. Jezus vroeg ons tot Hem te komen, al die vermoeid en belast zijt, en hij zal ervoor zorgen dat we rust vinden. Als volgelingen van Christus hebben we Jezus’ juk op ons te nemen en te leren van hem, want hij was zachtmoedig en nederig van hart, en wij zullen rust vinden voor onze zielen.

“27 Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren. 28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. 29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden,” (Mattheüs 11:27-29 NBV)

We hebben ons hart dat functioneert als de bron van het denken en reflectie.

“Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’” (Jesaja 6:10 NBV)

“21 Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, 22 overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; 23 al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’” (Markus 7:21-23 NBV)

Als christenen moeten we horen wat Jezus Christus de wereld vertelt en dat proberen te begrijpen en kunnen we niet die dingen die hij zegt negeren, zoals over zijn hemelse Vader die groter is dan hem. Met ons hart moeten we tot verstand komen.

“Laat ieder van u dan beseffen dat de HEER, uw God, u opvoedt zoals een vader zijn kind opvoedt.” (Deuteronomium 8:5 NBV)

“Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.” (Jesaja 42:25 NBV)

De Bijbelse waarheid is het die we ter harte moeten nemen en niet de menselijke leerstellingen die mist brengen voor onze ogen en oren en wil dat wij doctrines die niet in de Bijbel zijn geschreven geloven.

Laten we daarom de woorden van de Bijbel tere harte nemen als getrouw en waardevol, in de wetenschap dat zij de wijsheid geven om te begrijpen, maar ook om rechtvaardig en verstandig te regeren, en onderscheidt van goed en kwaad te hebben.

“zal ik je wens vervullen. Ik zal je zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft.” (1 Koningen 3:12 NBV)

“Uit alle delen van de wereld kwamen mensen naar Salomo toe om te luisteren naar de wijsheid waarmee God hem vervuld had.” (1 Koningen 10:24 NBV)

“En de koning vervolgde: ‘U weet maar al te goed wat u mijn vader David hebt aangedaan. De HEER zal u uw wandaad vergelden;” (1 Koningen 2:44 NBV)

De meester leraar rabbijn Jeshua volgend als de zoon van David, zijn voorvader en de andere profeten die naar de wereld werden gestuurd, moet ons hart ook het idee van de wil en het geweten vertegenwoordigen.

“(24:6) Zijn hart bonsde ervan,” (1 Samuël 24:5 NBV)

“Toen het tot David doordrong wat hij had gedaan, sloeg de schrik hem om het hart. Hij zei tegen de HEER: ‘Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Ach HEER, vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.’” (2 Samuël 24:10 NBV)

Laten we vragen voor een rein hart als een centrum voor besluitvorming, gehoorzaamheid, toewijding en intentionaliteit, die het verlangen naar een nieuwe en meer perfect geweten vormen.

“(51:12) Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,” (Psalmen 51:10 NBV)

“Daarom-spreekt de HEER -,keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.” (Joël 2:12 NBV)

“Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’” (Handelingen 2:37 NBV)

“Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.” (Mattheüs 5:8 NBV)

“U hebt al deze grootse dingen gedaan en ze aan mij bekendgemaakt omdat u handelt naar uw woord en u houdt aan wat u zich hebt voorgenomen.” (2 Samuël 7:21 NBV)

Wij hebben Gods Woord om ons te begeleiden, waarin wij terug kunnen vinden hoe Jehovah, God, steeds de mensen heeft begeleidt en voor hen grote dingen heeft gedaan.

His Only-begotten Son and the Word of God 1885...

Gods eniggeboren zoon en het Woord van God

In het hart kunnen we het woord van God ontmoeten, naar haar luisteren en het ter harte nemen, of we kunnen, het zoals de meerderheid van de bevolking doet, negeren of zelfs verafschuwen. Aan ons is de keuze om het naar waarheid te aanvaarden en lief te hebben. Het is in ons hart dat dat onfeilbare Woord van God, opgetekend in het Boek der boeken, zal moeten rijpen en groeien. Het is in het hart waar het zaad zal moeten worden geplant om een discipel van Jezus te worden, naar aanleiding van zijn taken, om uit te gaan in de wereld om dat Woord van God te verkondigen, waardoor het Goede Nieuws van het komende Koninkrijk zich verder zal kunnen verspreiden. Net als Jezus vreesde zijn hemelse Vader en een trouwe dienaar was van Jehovah, de God van Abraham, ook wij moeten zo’n trouwe dienaar worden en alle grote dingen overwegen, die over ons gekomen zijn door de genade van God.

“Dus: heb ontzag voor de HEER en wees hem oprecht, met hart en ziel toegewijd. U hebt immers zelf ervaren welke grootse daden hij voor u heeft verricht.” (1 Samuël 12:24 NBV)

“Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, ik keer mij nooit meer van hen af en zal hen altijd zegenen. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich nooit meer van mij zullen afkeren.” (Jeremia 32:40 NBV)

“Ach, HEER, ik ben uw dienaar, uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares: u hebt mijn boeien verbroken.” (Psalmen 116:16 NBV)

“‘Hier is de dienaar die ik mij gekozen heb, die ik liefheb en in wie ik vreugde vind. Ik zal hem vervullen met mijn geest, aan alle volken zal hij het recht verkondigen.” (Mattheüs 12:18 NBV)

“door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar.’” (Handelingen 4:30 NBV)

“Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.” (Mattheüs 6:24 NBV)

“Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg,” (Mattheüs 24:48 NBV)

“Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’” (Lukas 17:10 NBV)

“Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn.” (Romeinen 6:6 NBV)

“We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.” (Romeinen 7:6 NBV)

“U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven van mensen.” (1 Corinthiërs 7:23 NBV)

“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde,” (Galaten 5:13 NBV)

“Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.” (Mattheüs 24:14 NBV)

“Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben, ‘zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’” (Johannes 18:37 NBV)

“De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” (Openbaring 12:17 NBV)

“Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat hij het is die door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden.” (Handelingen 10:42 NBV)

We kunnen gebonden zijn door de wereld, maar ons hart zal die wereld van mensen die geen interesse hebben in God moeten verlaten. Ons hart moet open staan voor hen om hen op te roepen om tot Jezus en zijn God, de Enige Ware God, de God van Israël te komen.

Ons hart moet de locatie zijn waar de conversie plaatsvindt.

“(51:12) Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,” (Psalmen 51:10 NBV)

“Daarom-spreekt de HEER -,keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.” (Joël 2:12 NBV)

“Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’” (Handelingen 2:37 NBV)

Wanneer ons hart op de juiste plaats is, de liefde van Christus deelt met anderen, en daarbij een goed voorbeeld voor anderen zijn, zullen we in staat zijn om degenen die de roep van God zullen kunnen ontvangen, dichter bij God te brengen en bij de poorten van het koninkrijk van God, dat is geopend voor iedereen, die willen komen via Christus Jezus en leven volgens de wensen van God.

+

Engelse versie / English version: Christians having the right heart to call others to go to God

Voorgaande teksten

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar

++

Aanvullende lectuur

  1. Bijbelgezegden over God
  2. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  3. Eigenheden aan God toegeschreven
  4. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  5. Eigenheden aan Jezus toegeschreven
  6. Één met Christus
  7. Eenheid in Jezus en Jezus in ons en God in hem
  8. >Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  9. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de HoeksteenVerzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in ChristusVerzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  10. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijnAl-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7
  11. Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  12. Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen
  13. Een hart op de juiste plaats en helder brandend geloof
  14. Bent u op zoek naar antwoorden en Bent u op zoek naar God
  15. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  16. Kan men God zoeken en ervaren
  17. De Schepper God wil gevonden worden
  18. De Bijbel 7: Boeken voor de juiste houding en keuze
  19. Bijbel Nuttige Gids voor kennis, onderricht en aanmoediging
  20. Bijbel – Woord van God tot lering en opvoeding
  21. Is er een verbinding tussen God en mens?
  22. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  23. Het eerste op de lijst van de zorgen van de heilige
  24. Christelijke Overdenking: Zijn broeder haten
  25. Opdracht om anderen lief te hebben
  26. Leef …
  27. Woede en wraak
  28. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  29. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde
  30. Doe het passende voor een vriend
  31. De geboden observerend, uitvoerders wordend van het Woord
  32. Hoe we denken schijnt door in hoe we handelen
  33. Hermeneutiek om uit te dragen #5 Beeldvorming
  34. Hoe is jouw film van je leven?
  35. Anders dan anderen
  36. Denkers in de maatschappij
  37. Bijbel op de eerste plaats #2/3
  38. Missionaire hermeneutiek 4/5
  39. Missionaire hermeneutiek 5/5
  40. Zet het gehele pantser op van God
  41. Waarheid, wat is het eigenlijk
  42. Stil blijven wanneer Gods waarheid onder vuur wordt genomen
  43. Eerst denken dan praten
  44. Wat Jezus Deed: Wanneer waarheid niet het doel is & Belangrijkste dingen
    eerst
  45. De inspirerende goddelijke vonk
  46. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  47. Waarheid speelt nooit valse rollen van welke aard dan ook
  48. De naakte waarheid is altijd beter dan de best geklede leugen
  49. Ongewapende waarheid en de onvoorwaardelijke liefde
  50. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  51. Verbum Domini
  52. Verkondigen
  53. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  54. Hermeneutiek om uit te dragen #4 Uitzendkanaal
  55. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  56. Door verkondiging ook geruster
  57. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  58. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  59. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  60. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  61. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  62. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  63. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  64. De ecclesia als lichaam van Christus
  65. Intenties van de ecclesia
  66. Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld

+++

Verder aanvullend leesmateriaal

  1. Radicaliteit is gevaarlijk
  2. Vrije-uitloopchristen
  3. Zij en Ik.
  4. Tel je zegeningen
  5. Pinksteren: Het begin van de Christelijke kerk en
  6. Ben ik meer waard dan een vluchteling?
  7. Back to Basics {Afrikaans} So, wat beteken dit om ‘n Christen te wees?
  8. God vs. His followers

+++

Related articles

Hellenistische invloeden

De vroege dagen van het Christendom

2. Hellenistische invloeden

In de eerste eeuwen van de gewone tijdrekening was de invloed van de Griekse cultuur in het Romeinse Rijk nog steeds merkbaar en behoedde Griekenland zijn culturele erfgoed; een van de belangrijkste universiteiten van het Romeinse Rijk stond in Athene.

Bij de Atheense scholen konden onder haar leden ook Christenen, zoals Prohæresios, de sofist, gevonden worden. (σοφιστης; sophistés, kan het best vertaald worden als geleerde of deskundige. Sophos of sophia betekende “wijs”)

Vooral tijdens de periode van de 2e helft van de 5e eeuw v.G.T. kon men meestal rondreizende “beroepsdenkers” aantreffen die hun encyclopedische vakkennis inzake wiskunde, literatuur, filosofie en vooral ook welsprekendheid, praktische staatkunde en recht, tegen (hoge) betaling dienstbaar maakten aan de opleiding van de rijpere jeugd uit de gegoede middenklasse. Zo zorgden dezen dat hun leerlingen door middel van onderwijs op het vlak van kennisleer en welsprekendheid op geleid werden tot bekwame mensen die een leidende rol zouden kunnen spelen in de gedemocratiseerde maatschappij en in staat waren het woord te nemen in de volksvergadering (Grieks: ekklèsia).

De sofisten, aan wie de eer toe komt om als eersten de wetten van het denken te hebben gesystematiseerd (logica), kwamen uit vrijwel alle gebieden van de Griekse wereld en doceerden in bijna alle steden.

Zij waren ook de voorlopers van de socratische dialectiek en van aristotelische logica. Latere sofisten waren meer op materieel succes uit en benadrukten het belang van retoriek als de kunst van de overtuiging in de politiek, in de rechtszaal of in andere discussies. Tegen deze praktijk nam Socrates stelling, want waarheid kon volgens hem niet afhankelijk zijn van degene die het overtuigendst op gevoelens inpraatte en met alle mogelijke middelen zijn gelijk probeerde te halen. Op die manier werd een slechte zaak immers als goed voorgesteld. Vooral onder invloed van de dialogen van Plato en Xenophon, kregen de sofisten een kwalijke reputatie, en werd sofistiek verbonden met een manier van redeneren waarbij drogredenen werden gebruikt (sofismen). Zij werden door sommigen er van beschuldigt eerder uit te zijn op macht dat te zoeken naar waarheid en gerechtigheid.

The "obscene" medieval depiction of ...

Obscene middeleeuwse voorstelling van Socrates en Plato

Ook Sixtus II, of Xystos, die aan martelaarschap leed in Rome ongeveer rond 258 G.T., kan ook in Athene gestudeerd hebben en is de „zoon van een Atheense filosoof“. Maar de meest genoteerde mensen die deze scholen frequenteerden waren Basil van Kæsareia, en Gregorius van Nazianzos, rond het midden van de vierde eeuw. Deze scholen van filosofie hielden het heidendom voor vier eeuwen levend, maar tegen de vijfde eeuw was de oude godsdienst van Elevsis en Athene praktisch bezweken. In de Raad van Nikæa was er een bisschop van Athene aanwezig. In 529 waren de scholen van filosofie gesloten. Van die datum had het christendom geen rivaal meer in Athene.[1]

De Nazarener Jood Jezus kreeg bij de doop door zijn neef Johannes een wolk en duif boven hem, waarbij de stem van God te kennen gaf dat hij de “zoon van God” was.  God zij niet “dit ben ik hier in menselijke gedaante” of “ziehier God de zoon“. Tijdens zijn openbaar leven leerde Jezus de mensen ook dat er slechts één ware God was tussen de vele goden die werden aanbeden door de verschillende volkeren. Hij aanschouwde zijn vader in de hemel als de Allerhoogste God. Eveneens leerde hij de mensen dat de ziel, het eigenlijke levensbestaan van de mens beperkt in de tijd was. Elke mens was volgens Jezus sterfelijk. (Johannes 17:3; Mattheus 10:28) Bij de dood van de apostelen kwam er een verzwakking in de originele structuur van de geloofsvereniging en werden zulke leerstellingen vermengd met heidense leerstellingen. Het christendom raakte alom meer bezoedeld door die heidense en hellenistische gedachten.

Ook de Naam van God, Jehovah, die Jezus zeer belangrijk vond, werd meer opzij geschoven ten voordele van andere namen. De voorkeur om de godheid meerdere persoonlijkheden toe te kennen zoals in het hellenistische systeem bracht mee dat verscheidene christenen hun godheid ook gingen opsplitsen in drie persoonlijkheden, de geboorte van de zogenaamde Heilige Drie-eenheid. Het zou echter nog enkele decennia duren eer de drievuldigheid grote navolging kreeg.

Als gevolg van de vermenging van de verscheidene geloofsideeën werden heidense doctrines zoals de Drie-eenheidsleer en de onsterfelijkheid van de ziel al sijpelde opgenomen in de christelijke leer om deze te bederven. Deze leringen gaan echter veel verder terug dan de Griekse filosofen. De Grieken verworven ze daadwerkelijk van oudere culturen, want er is bewijs van een dergelijk onderricht in de oude Egyptische en Babylonische religies. Zoals andere heidense doctrine bleef zij het christendom infiltreren en werden andere Schriftuurlijke leerstellingen ook vervormd of verlaten.

Arabisch Diatessaron, Vertaald door Abul Faraj Al Tayyeb van Syrisch naar Arabisch, 11e eeuw

De vraag welke betrekking de Zoon had tegenover de Vader (zelf erkend bij allen om één Opperste Godheid te zijn), gaf een toename tussen de jaren. 60 en 200 G.T.,  aan een aantal Theosofische systemen, over het algemeen Gnosticisme genoemd, met als voorname auteurs Basilides, Valentinus, Tatianus de Syriër, ontwerper van het Diatessaron (‘Uit vier samengesteld’; geschreven tussen 170 en 180), een harmonie van de vier evangeliën, en andere Griekse speculanten.[2] Volgens sommigen was het door Gnosticisme dat heidense invloeden in de Christelijke verering zijn toegetreden. Gnosticisme, beweren zij, diende dan enigszins als brug tussen heidendom en christendom.[3] De Gnostische systemen openbaarden meer theosofie dan theologie. Zo ook in de Joodse kabbala, met de  Sefer Yetzirah, The Zohar, Pardes Rimonim, en Eitz Chaim, waarin de leer van een geheime, mystieke interpretatie van de Torah wordt gegeven, treft men de theosofie aan die een oplossing zoekt te vinden voor de natuurverschijnselen en de bedoeling van het bestaan De verscheidene ontologische vragen brachten een vermenging in de godsdienst met diverse vormen van magie en occultisme.

Flemish edition of the Corpus Hermeticum or the Hermetic Corpus

Corpus Hermeticum, Vlaamse uitgave uit 1643

De belangrijkste hellenistische bron is het Corpus Hermeticum, een verzameling teksten toegeschreven aan Hermes Trismegistus wiens leerstellingen weer erg relevant werden in de New Age. Daarin worden astrologie en andere occulte wetenschappen behandeld, alsook spirituele vernieuwing.

Alexandrië, vol Joden, was het literaire evenals commerciële centrum van het Oosten, en het verbindende verband tussen het Oosten en het Westen. Daar werden de grootste bibliotheken verzameld; daar kwam de Joodse geest dicht in contact met de Griekse, en de godsdienst van Mozes met de filosofie van Plato en Aristoteles. Daar schreef Philo, terwijl Christus in Jeruzalem en Galilea onderwees, en zijn werken waren bestemd om een grote invloed op Christelijke exegese door de Alexandrische vaders uit te oefenen.

Tijdens de vierde eeuw ging Egypte aan de kerk de Ariaanse, Athanasian orthodoxie, en kloosterpiëteit van St. Antonius en St. Pachomius geven, die met onweerstaanbare kracht over het christendom uitspreiden.

De theologische literatuur van Egypte was voornamelijk Grieks. De meeste vroege manuscripten van de Griekse Geschriften – inclusief de waarschijnlijk onschatbare Sinaitische en Vaticaanse Manuscripten omvattend. – werden geschreven in Alexandrië. Maar reeds in de tweede eeuw werd de Heilige Schrift vertaald in de lokale taal, in drie verschillende dialecten. Wat van deze versies overblijft is van aanzienlijk gewicht in het nagaan van de vroegste tekst van het Griekse Testament.

Tot de joden die het meest ontvankelijk waren voor hellenistische invloeden, behoorden de priesters. Voor velen van hen betekende het aanvaarden van het hellenisme een manier om het judaïsme met zijn tijd te laten meegaan.

Terwijl veel joden het hellenisme aanvaardden, moedigde een nieuwe groep die zich Hasidim of Chassidim noemde — vromen (letterlijk “liefhebbende vriendelijkheid”, afgeleid van het Hebreeuwse חסידות (chassidoet), dat “vroomheid” betekent) —, aan tot striktere gehoorzaamheid aan de wet van Mozes of Mozaïsche Wet.

De eerste groep Hasidim, ook genoemd Chasideeën of Assideeën (Hebreeuws: חסידים Hassidim, “Integeren” of “Vromen”; Koinè: Ἁσιδαίοι Asidaioi) of Hasideans (afgeleid van het Griekse asidaioi, of van het Hebreeuwse Hasidim, “het vrome”), waren een oude Joodse sekte die zich tussen 300 en 175 V.G.T. ontwikkelde. Zij waren de stijfste aanhangers van Judaïsme in tegenstelling tot die Joden die door Hellenistische invloeden waren beïnvloed. Hasidim leidde de weerstand tegen de hellenizerings campagne van Antiochus IV van Syrië, en zij kwamen grotendeels in de vroege fasen van de opstand voor van Maccabeeën of Machabees, Joodse families van de 2d en 1st eeuw voor Christus welke een restauratie van het Joodse politieke en godsdienstige leven bewerkstelligde. Zij worden ook Hasmoneans of Asmoneans genoemd naar hun voorvader, Hashmon. Hun rituele striktheid heeft sommigen veroorzaakt om hen als voorlopers van Farizeeërs te zien. Doorheen de Talmoedische periode werden talrijke als Hasidim omschreven.[4] Het gewone volk walgde nu van de gehelleniseerde priesters en koos meer en meer partij voor de Chassidim. Er brak een periode van martelaarschap aan toen joden in het hele land werden gedwongen zich in heidense gebruiken en offers te schikken of te sterven.[5]

De hellenisering van de Joden in de pre-Hasmoneaanse periode werd niet door iedereen weerstaan. In het algemeen, accepteerden de Joden vreemde overheersing wanneer ze enkel werden gevraagd om er erkenning aan te geven. Wanneer zij formeel alleen maar hulde hoefden te brengen te brengen, en zich verder zelf intern mochten besturen was er geen probleem . Toch geraakten de Joden verdeeld tussen dezen die  de hellenisering begunstigden  en diegenen die zich daar  tegenover verzetten. Zo groeide de verdeeldheid tussen hen die trouw aan de Ptolemaeën verkozen, en diegenen die de Seleuciden verkozen. Toen hogepriester Simon II stierf in 175 vGT, brak er een conflict uit tussen de aanhangers van zijn zoon Onias III (die tegen hellenisering was, en de Ptolemaeën verkoos) en zijn zoon Jason (die de voorkeur gaf aan hellenisering, en de Seleuciden verkoos). Een periode van politieke intriges volgde, met priesters zoals Menelaus die de koning omkocht voor het hoge priesterschap te verkrijgen, en beschuldigingen van moord van concurrerende kanshebbers voor de titel. Het resultaat was een korte burgeroorlog. De Tobiads, een filo-Hellenistische partij, slaagden er in om Jason in de machtige positie van de Hogepriester te plaatsen. Hij vestigde een arena voor openbare spelen dicht bij de tempel. (Ginzberg, Lewis. “The Tobiads and Oniads.”. Retrieved 2007-01-23. Jewish Encyclopedia.) Auteur Lee I. Levine merkt op: “De ‘pièce de resistance’ van Judese hellenisering, en de meest dramatische van al deze ontwikkelingen, kwam in 175 vGT toen de hogepriester Jason Jeruzalem bekeerde tot een Griekse polis vol met gymnasiums en ephebeion (2 Makkabeeën 4). Of deze stap het hoogtepunt van een 150-jaar durend proces van hellenisering werd binnen Jeruzalem in het algemeen, of dat het slechts het initiatief was van een kleine kliek van Jeruzalemse priesters zonder wijdere vertakkingen, is voor decennia besproken geworden. “(Levine, Lee I. jodendom en hellenisme in de oudheid: conflict of samenvloeiing Hendrickson Publishers, 1998 pp 38 tot 45 Via.. “De impact van de Griekse cultuur op normatieve jodendom.”)

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.

Sint Constantijn (Άγιος Κωνσταντίνος); deel van een Kretenzische icoon waarop ook Sint Helena staat afgebeeld.
Foto: RKK

Constantijn (C., Flavius Valerius Constantinus) trachtte het christendom met bepaalde heidense gebruiken en leerstellingen te versmelten, en hij ondernam de eerste stappen om deze fusiereligie tot de officiële staatsreligie te maken. Aldus werd Griekenland een deel van de christenheid.

Constantijn was tijdens de vervalperiode van het Romeinse Rijk de Grote keizer (306–337 G.T.) en verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk van Rome naar Byzantium, welk hij ter ere van zichzelf Constantinopel noemde.

In 321 G.T. verordende Constantijn dat de zondag (Lat.: dies Solis, een oude titel die verband hield met astrologie en zonaanbidding, niet Sabbatum [sabbat] of dies Domini [dag des Heren]) een rustdag voor iedereen, behalve voor de boeren, zou zijn. Constantijn bovendien plaatste de zondag onder de bescherming van de Staat. Constantijn spreekt niet van de dag van de Heer, maar van de eeuwige dag van de zon zoals de gelovigen in Mithras ook zondag evenals Kerstmis waarnamen.

Mesopotamische kalksteen rolzegel en afdruk: verering van Šamaš de zonnegod (Louvre)

Geloof in het oude polytheïsme was door elkaar geschud; in flegmatieker naturen, als de Romeinse keizer Diocletianus, en toonde haar kracht enkel in de vorm van bijgeloof, magie en waarzegging. Waarschijnlijk erkenden veel van de meer edelmoedigen de waarheid in Judaïsme en christendom, maar geloofden dat zij er deel van konden gaan uitmaken zonder verplicht te worden te verzaken aan hun heidense praktijken en verering van o.a. hemellichamen. Zulk iemand was Keizer Alexander Severus; een andere gelijkdenkende was Aurelian, wiens opinies bevestigd werden door Christenen zoals Paulus van Samosata. Niet alleen Gnostici en andere ketters, maar ook Christenen die zich als gelovige beschouwden, namen de maatregelen aan om de zon te vereren. Ook Constantijn koesterde dit verkeerde geloof.[6]


[1] Christian Athens, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[2] Arianism., Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[3] Notion and characteristics, Catholic Encyclopaedia, New York 1908

[4] In de 18de Eeuw zou deze beweging opnieuw, voor de derde keer, opgenomen worden, maar nu in Oost Europa, door rabbijn Yisroel ben Eliezer (1698-1760) ook gekend als Rabijn Israël Baal Shem Tov (Hebreeuws voor Meester van de Goede Naam)als reactie tegen overdreven legalistische Judaïsme.

[5] S. Lieberman, Hellenism in Jewish Palestine (1962); S. G. Kramer, God and Man in the Sefer Hasidim (1966); A. L. Lowenkopf, The Hasidim (1973).

[6] The original Catholic Encyclopedia

Minimaliseren van Gods Kracht de Heilige Geest

De vroege dagen van het Christendom

1.2.       Aanzien als een gevaar

1.2.2.              Minimaliseren van Gods Kracht de Heilige Geest

Het “uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk tot een speciaal bezit” ( 1 Petrus 2:9 ) trachtte zich recht te houden en hun leerstellingen zuiver te bewaren. Zij verrichtten hun christelijke bediening onder heel moeilijke omstandigheden. Paulus bracht het als volgt onder woorden: „Wij worden in elk opzicht bestookt, maar toch niet zo in het nauw gedreven dat wij ons niet meer kunnen bewegen; wij zijn ten einde raad, maar niet totaal zonder uitweg; wij worden vervolgd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeworpen, maar niet vernietigd.” (2 Korintiërs 4:8, 9).

Men hoeft slechts de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen der Apostelen te lezen om te zien hoeveel enthousiasme en vreugde ervan uitging, zelfs ondanks vervolging (Handelingen 2:44-47; 4:32-34; 5:41; 6:7). Maar in de loop van tientallen jaren veranderde de situatie, en veel joodse christenen gingen het in de wedloop om het leven kennelijk wat langzamer aan doen. Een toestand van matheid en vermoeidheid, van onvervulde verwachtingen, uitgestelde hoop, bewust tekortschieten en feitelijk ongeloof kwam over de gelovigen. Zij waren christenen, maar hadden weinig waardering voor de heerlijkheid van hun roeping. Voor sommigen van hen leken Gods beloften onwerkelijk en een brug te ver.

Speyer---Cathedral---South-View---(Gentry)

4° Eeuwse bijeenkomstruimte. - Zuidzijde van de Kaiser- und Mariendoms zu Speyer. - Foto Alfred Hutter

Tijdens de eerste eeuw zag de toekomst voor de georganiseerde christelijke gemeente er donker uit. Jezus had voorzegd dat het zou zijn alsof een pas bezaaid tarweveld met onkruid bezaaid werd waardoor de tarwe vrijwel niet van het onkruid te onderscheiden was. Voor vrees dat men toevallig terwijl men de valse leraren zou verwijderen ook de normale gelovigen met hen zouden kwijt spelen. (Mattheüs 13:24-30). En zo geschiedde het ook. Tegen het einde van de eerste eeuw, toen de bejaarde apostel Johannes als de laatste belemmering tegen verdorvenheid fungeerde, bloeide de afval reeds (2 Thessalonicenzen 2:6; 1 Johannes 2:18). Niet lang na de dood van de apostelen ontstond er een afzonderlijke klasse van geestelijken, die de kudde onderdrukte en onderscheidende kledij droeg. De afval verbreidde zich als gangreen.

Van de dagen van de apostelen tot nu vindt men de wortel van de gehele opzet en heerschappij van klerikalisme. De filosofie en heterodoxie, zonder twijfel, deed er veel aan om de kerk te bederven en haar ertoe te brengen om zich bij de wereld aan te sluiten: maar de orde van de geestelijkheid en alles dat er bij behoorde moest op de godsdienst van de Joden worden gebaseerd. Het is meer dan waarschijnlijk, echter, dat velen dan kunnen overreed zijn om het christendom als een voortzetting van Judaïsme te nemen, in plaats van haar perfecte contrast te zijn. De Judaïzerende leraren bevestigden dapper dat het christendom slechts een enting op Judaïsme was. Maar door de epistels leren wij overal dat er zijn die tot het oude behoren en andere aan de nieuwe verwezenlijking behoren; dat de wet door Mozes werd gegeven, maar de gunst en de waarheid kwamen door Jezus Christus.

Ook al had Paulus de Hebreeën gewaarschuwd om op te letten dat er zich in niemand van hen ooit een goddeloos, ongelovig hart zou ontwikkelen, doordat hij zich zou terugtrekken van de levende God. Alsook bleken de andere waarschuwingen van de mede apostelen soms een maat voor niets. Sommigen die in de gemeente kwamen, begonnen hun geloofsovertuigingen in de termen van de Griekse filosofie tot uitdrukking te brengen, om datgene wat zij predikten aanvaardbaarder te maken voor de mensen van de wereld. Geleidelijk gingen heidense leerstellingen, zoals de Drie-eenheid en de inherente onsterfelijkheid van de ziel, deel uitmaken van een bezoedelde vorm van het christendom. Dit leidde tot het prijsgeven van de hoop op het Millennium.

Early-Christians-Worship-in-the-Catacombs-of-Saint-Calixtus

19° Eeuws beeld van de 1° eeuwse catacomben bijeenkomst - Catacomben van de heilige Calixtus - eind 19° eeuw

Het gevaar dat er dreigde werd meer en meer werkelijkheid en zonde en afval kwamen meer voor. Om die reden had Paulus de gemeenten er aan herinnerd steeds waakzaam te blijven en elkaar te vermanen.[1] Vanuit de gemeenschappen zelf kwamen mensen die er de voorkeur aan gaven verkeerde leerstellingen te prediken om zo volgelingen voor henzelf te verkrijgen. Op subtiele wijze schreven zij aan hun eigen meningen en leringen een zelfde of zelfs nog hogere waarde toe dan aan de Schrift. Toen de gelegenheid hiertoe zich voordeed, stelde deze afvallige kerk zich zelfs beschikbaar om de belangen van de politieke staat te dienen. (Handelingen 20:30; 2 Petrus 2:1, 3).[2] Om de gemeenschap te beschermen was het belangrijk om het gevoelen van eenheid hoog te houden, zoals dat ook vandaag nog steeds belangrijk is. Paulus’ uitdrukking „past op” beklemtoont de noodzaak om waakzaam te zijn (Hebreeën 3:12, 13). De vroege Christenen kregen de waarschuwing die ook vandaag nog steeds op gaat om geen gebrek aan geloof en Bijbelstudie te hebben, zodat wij in ons hart niets verkeerds zouden kunnen ontwikkelen, en wij ons zouden kunnen terugtrekken van Godin plaats van hem te naderen (Jakobus 4:8).

Toen en nu komt het er op aan dat de leden van de gemeenschap elkaar durven vertrouwen, steunen maar ook durven vermanen. Wij hebben de warmte van broederlijke omgang nodig. „Wie zich afzondert, zal zijn eigen zelfzuchtige verlangen zoeken; tegen alle praktische wijsheid zal hij losbarsten” (Spreuken 18:1). De noodzaak van een dergelijke omgang beweegt Christenen in deze tijd ertoe geregeld gemeentevergaderingen, grotere bijeenkomsten en congressen te bezoeken.

Men moest belangstelling aan kweken voor „de breedte en lengte en hoogte en diepte” van de waarheid, en aldus tot rijpheid voort gaan. (Efeziërs 3:18, Hebreeën 6:1, 2 Timotheüs 4:7)

Sommige Joden en heidenen die naar het christendom waren over gestapt bleken in gebreke te blijven hun waarnemingsvermogen te vergroten. Zij waren traag geworden in het aanvaarden van het toegenomen licht met betrekking tot de Wet en de besnijdenis (Handelingen 15:27-29; Galaten 2:11-14; 6:12, 13). Sommigen hechtten misschien nog steeds grote waarde aan traditionele praktijken zoals de wekelijkse sabbat en de plechtige jaarlijkse Yom Kippur of Verzoendag. (Kolossenzen 2:16, 17; Hebreeën 9:1-14).

In de eerste eeuw had de apostel Paulus reeds Timotheüs gewaarschuwd dat „goddeloze mensen en bedriegers” de christelijke gemeente zouden binnensluipen en velen zouden misleiden (2 Timotheüs 3:13)[3]. Deze grote afval begon na de dood van de apostelen (Handelingen 20:29, 30).

Epicurus-PergamonMuseum

Buste van Epicurus, in het Pergamon Museum, Berlijn.

Sommige christenen onderhielden misschien nauwe banden met personen die onder invloed stonden van de Griekse filosofieën, met inbegrip van die van de epicuristen. De epicuristen waren volgelingen van de Griekse filosoof Epicurus, die van 341 tot 270 v. G.T. leefde. Hij onderwees dat genot het enige of hoogste goed in het leven was. Hij onderwees daarentegen dat genot het beste te bereiken is door zich in het leven met beleid, moed, zelfbeheersing en gerechtigheid te gedragen. Hij bepleitte niet het najagen van onmiddellijk en kortstondig genot, maar van genot dat het hele leven duurt. Hierdoor kunnen de epicuristen, vergeleken met mensen die grove zonde beoefenden, deugdzaam hebben geschenen.(Vergelijk Titus 1:12). De epicuristen betrachtten bijvoorbeeld matiging in hun najagen van genot. Zij hechtten meer waarde aan lustgevoelensvan de geest dan aan lichamelijk genot.

De apostolische Vaders, zoals zij werden genoemd, zoals Clement, Polycarp, Ignatius, en Barnabas, waren oorspronkelijk de directe aanhangers van geïnspireerde. Apostelen. Zij hadden naar hun instructies geluisterd, met hen in het evangelie gewerkt en waren waarschijnlijk informeel op de hoogte van hen. Maar niettegenstaande de hoge voorrechten die zij als volgelingen van de apostelen genoten, vertrokken zij zeer spoedig van de doctrines die aan hen, vooral in verband met kerkoverheid overgebracht waren geweest. Zij schijnen volledig de grote Nieuwe waarheid van het Testament van de aanwezigheid van de Heilige Geest in de bijeenroeping vergeten te hebben – oordelend naar de Epistels die hun namen dragen. Hun ijdelheid om te beweren dat het slechts aan een bepaalde elite gegeven is om het Woord van God te kunnen begrijpen en te verklaren negeert gewoon de Kracht van God in Zijn zending van de Heilige Geest over alle mensen die wensen God te naderen.

De nieuwe leraren van de kerk schijnen ook de mooie eenvoud van de goddelijke orde in de kerk vergeten te hebben. Er waren slechts twee orden van ambtsbekleders – oudsten en diakens. De ene benoemd voor tijdelijke, de andere voor de geestelijke behoefte van de bijeengebrachte heiligen. Ouder, of bisschop, betekent eenvoudig opzichter, wie een geestelijke oplettendheid op zich neemt. Hij kan geschikt geweest zijn om te onderwijzen, maar ook niet; hij was geen verordende leraar, maar een verordend toezichter. En zoals voor de instellingen van goddelijke benoeming, vinden wij in het Nieuwe Testament slechts, doopsel en het Avondmaal van de Heer of het “Breken van het Brood”. Niets zou, in verband met alle aangevingen eenvoudiger, duidelijker, of makkelijker te begrijpen kunnen zijn dan die voor geloof en praktijk worden gegeven, maar er was geen ruimte gelaten voor de verheffing en de glorie van de mens in de kerk van God. De Heilige Geest was neer gekomen om de leiding in de vereniging of bijeenkomst te nemen, volgens het Woord van de heer, en de belofte van de Vader; en geen enkele Christen, hoe begaafd ook, dit gelovend, kon de plaats van leider nemen, en zo praktisch de Heilige Geest verplaatsen. Maar van het ogenblik dat deze waarheid uit het oog was verloren, begonnen de mensen voor plaats en macht te vechten, en natuurlijk had de Heilige Geest Zijn juiste plaats niet meer in de gemeente of congregatie.

Nauwelijks was de stem van inspiratie in de kerk stil geworden, of wij hoorden de stem van de nieuwe leraren die luid en ernstig voor de hoogste eer schreeuwden die aan de bisschop zou moeten worden betaald, en een opperste plaats die aan hem hoorde te worden gegeven. Niet een woord over de plaats van de Geest als soevereine heerser in de kerk van God. Dit is duidelijk van de Brieven of epistels van de bovengenoemde Ignatius, geschreven in 107 G.T.. Wij zijn bewust dat vele grote namen, hun authenticiteit hebben bevraagd; en dat vele grote namen naar genoegen vochten om hun echtheid bewezen te zien. Het echte geestelijk ambt is van de Heer en alleen van Hem. Dit is van wat wij zouden moeten opmerken in het licht van wat er plaats greep op de eigenlijke drempel van christendom. Enkel Christus is het ware Hoofd van de kerk. Het is een ernstig en plechtig ding voor om het even wie om zich in de eisen van Christus op de dienst van Zijn bediende te mengen. Dit te raken is de verantwoordelijkheid terzijde leggen aan Christus, en het fundamentele principe van Christelijke bediening omverwerpen.

St James' church - rood screen - geograph.org.uk - 868346

Vroegere geestelijken: Gregorius, Ambrosius, Jeromius en Augustinus - 15° eeuwse rood screen panels St James' church - Foto Evelyn Simak

Priesterschap was het onderscheidende kenmerk van de Joodse dispensatie; bediening, volgens God, is kenmerkend voor de Christelijke periode. Vandaar de uiterste mislukking van de bewerende kerk, toen het tot doel had om Judaïsme op zo vele manieren, zowel in zijn priesterschap als zijn ritualisme te imiteren. Als een priesterlijke orde, met riten en ceremonies, nog noodzakelijk is, wordt de doeltreffendheid van het werk van Christus in vraag gesteld. In feite, doch niet in woorden, slaat het bij de wortel van christendom. Maar alles wordt geregeld door het woord van God. [4]  „Maar deze mens, nadat hij één enkel offer voor zonden had aangeboden, voor altijd is gaan zitten bij de rechterhand van God; nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten. Want door een offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. Dit getuigt ons ook de heilige geest. Waar de zonden vergeven en vergeten zijn, is geen zoenoffermeer nodig. We hebben nu ‘die grote priester die over het huis van God is aangesteld.’” (zie Heb. 10: 1-25)

Het geestelijk ambt is dus een onderwerp van de hoogste waardigheid en van het hoogste belang. Het getuigt aan het werk, de overwinning, en de glorie van Jezus, dat verlorenen kunnen worden gered. Het is de activiteit van de uitgaande liefde van de God aan een vreemde en geruïneerde wereld, en aan ernstig smekende zielen om met hem te worden verzoend. [5]  „God was in Christus, de wereld verzoenend in overeenstemming brengend tot zichzelf. Hij telde de fouten van de mensen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Zo zijn wij dan gezanten van Christus alsof God u door ons zou oproepen. (2 Korinthiërs 5:19-21)

Helaas vond de kerk spoedig dat om bediening te belemmeren, zoals het vóór ons in het woord van God wordt geplaatst, en een nieuwe orde van dingen te introduceren, dit geen belemmering gaf om afdelingen, afwijkingen en dwaalleren, en valse leraren deed ontstaan. Van die tijd – het begin van de tweede eeuw, en er vóór – werd de kerk zeer gestoord door dwaalleren; en aangezien de tijd verderging, groeiden de dingen nooit beter, maar altijd slechter. [6]


[1] “ Zorgt ervoor, broeders, dat onder u niemand zo’n slechte en trouweloze gezindheid heeft, die leidt tot afval van de levende God.  Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang dat ‘heden’ duurt, zodat niemand zich door de zonde tot zulk een halsstarrigheid laat verleiden.” (Hebreeën 3:12-13 WV78)

[2] “ Toch zijn er onder het volk ook valse profeten geweest. En zo zullen er onder u valse leraars komen, die heimelijk verderfelijke ketterijen invoeren. Zij zullen zich niet ontzien tot hun eigen schielijke ondergang de Heerser te verloochenen die hen heeft vrijgekocht.” (2 Petrus 2:1 WV78)

“ In hun hebzucht zullen zij u met verzonnen verhalen geld uit de zak kloppen. Maar hun vonnis is al lang geveld, hun ondergang zal niet op zich laten wachten.” (2 Petrus 2:3 WV78)

[3] “ Trouwens, allen die godvruchtig willen leven in de Messias Christus Jezus Yashua, zullen lijden onder vervolging, terwijl mensen met het kwaad in zich, deugnieten, charlatans en verleiders van kwaad tot erger zullen komen, anderen misleidend en zichzelf.” (2 Timotheüs 3:12-13)

[4] Miller’s Church History

[5] Miller’s Church History

[6] Miller’s Church History

+

Engelse versie: Please do find an English version in: Minimizing the power of God’s Force the Holy Spirit

++

Aansluitende artikelen:

  1. De Bijbel onze Gids #1 Fundament in de Schrift
  2. Judaisme & Katholicisme Universele ‘kerken’
  3. Over de stelling van Luther en de Heilige Geest: 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #2:6-1395 stellingen Wittenberg Maarten Luther #3:14-2595 stellingen Wittenberg Maarten Luther #6:42-5295 stellingen Wittenberg Maarten Luther #8:64-75 +   95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #9:76-7995 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #3 Betreft Jezus C95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #10: 80-85 + 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader + 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #2 De Geest
  4. Over de Godheid Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam” + God of een god + God is geen mens + God versus goden
  5. Over de positie van Jezus Christus en zijn goddelijkheid: Bedenkingen Verwarring tussen Jezus en God + Wie zijt Gij, Here?Niet goddelijkheid van Christus toch + Met wie kan je hem vergelijken + Hoe kijken trinitariërs op tegen het gelijk christus worden + Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid + Hij die zit aan de Rechterhand van Zijn Vader
  6. Doctrine van de Drievuldigheid
  7. Heidense invloeden op het trinitarisme
  8. Calvijn worstelde ook met de drie-eenheidsleer
  9. Christenen
  10. In elkaar zijn
  11. De Bijbel onze Gids #9God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  12. De Bijbel onze Gids #13 Het Christelijk Leven
  13. Joodse interpretatie van Zoon van God
  14. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  15. Christus verwekt door de Kracht van de Heilige Geest
  16. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  17. Verlichting door Gods Geest
  18. Bedenkingen Denominaties
  19. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  20. Bedenkingen Leegloop der kerken
  21. Kerkgroei en samengaan
  22. Openbare Samenkomsten
  23. Volharden in het Avondmaal regelmatig vieren
  24. Breken van het brood
  25. Eucharistie
  26. Communie en dag des Heren
  27. On-Bijbelse instituut van de kerk
  28. Intenties van de ecclesia
  29. Een samenkomst of meeting
  30. Maken van een kerk
  31. Al of niet toegeven aan de wereld
  32. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  33. Parochie
  34. Keerpunt in de Kerk
  35. De voordelen van een kleine gemeenschap of een huiskerk
  36. Zichtbaar houden van oudste kerken
  37. Het niet goed gaan in de Kerk
  38. Kerk geen afhaal Chinees
  39. Een kerk verlaten om lid te worden van een ander
  40. Helft Amerikanen verandert wel van geloofstraditie
  41. Ontkerkten terug naar de Kerk brengen
  42. Tijdperk van het christendom voorbij volgens Mike Love
  43. Dementia in de Kerk
  44. Vlaamse kerk met uitsterven bedreigd
  45. Waarom kerken soms doodgaan
  46. Christenen in België
  47. Voorgangers Engeland debet aan secularisatie
  48. De Kerk als realiteitsspel
  49. Focussen op Christus
  50. Verenigen
  51. Kerk dak boven evangelie
  52. Waarom lopen kerken leeg?
  53. Verlangen naar vernieuwing in de kerk
  54. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  55. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.

+

Engelstalige artikelen: English realted articles:

Please do find more on Judaism and Christianity:

  1. Seeing the world through the lens of his own experience
  2. Judaism & Catholicism Universal ‘churches’

+

Please do find articles on Jesus as the Cornerstone of the community:

  1. Video: Who was Jesus?
  2. Who is Jesus #2 Jesus Christ, man who died
  3. Who is Jesus #4 Clear statements that our heavenly Father is his “God”
  4. Who is Jesus #6 Jesus prays to God
  5. Who is Jesus #8 Father greater than Jesus
  6. Who is Jesus #9 100% or not
  7. Who is Jesus #12 Conclusion
  8. Da Vinci Code: Was Jesus Human or Divine?
  9. Jesus son of God
  10. Christian thought: acknowledge that Jesus is the Son of God
  11. Jesus Christ the same yesterday, today and forever
  12. Christ begotten through the power of the Holy Spirit
  13. The Victor
  14. How is it that Christ pleased God so perfectly?
  15. The builder of the Kingdom
  16. Can we not do what Jesus did?
  17. The increasing rejection of the teaching of Christ
  18. For those who have not the rudiments of an historical sense

+

Other articles of interest:

  1. How did the Trinity Doctrine Develop
  2. Historical Development of Trinity
  3. How the Doctrine of the Trinity came to the Church
  4. Trinity function
  5. Trinity versus Tritheism
  6. Why the trinity was accepted in Europe
  7. The Pagan Influence of The catholic church ……The Pagan Trinity, and Saint B
  8. Summary on trinity
  9. Holy Sabbath
  10. A man with an outstanding personality
  11. Misleading Pictures
  12. A small company of Jesus’ footstep follower
  13. Quit griping about your church
  14. Rebirth and belonging to a church
  15. An ecclesia in your neighborhood
  16. Making church
  17. Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  18. Intentions of an Ecclesia
  19. He has given us the Pneuma, the force, from Him
  20. The radiance of God’s glory and the counsellor
  21. Millions of Christians leaving conventional churches to meet in homes
  22. Working for God
  23. Efeziërs 2:21-22 Church no longer holds a central place in many Christian lives
  24. Prefering to be a Christian

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Afstandelijken, donatisten en arianen.

Doopsel.

In de periode van de joodse diaspora na de Babylonische ballingschap (586-538 v. Chr.) kwam het meer voor dat heidenen over wensten te gaan naar het jodendom. Om Jodengenoot of proseliet te worden was een reinigingsbad noodzakelijk: de zogenaamde proselietendoop. Heidenen die naar de synagoge kwamen werden in geval van bekering door de rabbi’s nauwkeurig onderzocht op hun motieven, waarna men door besnijdenis én doop (en zo mogelijk een offer) tot het joodse geloofoverging.

Johannes de Doper

Voor Jezus’ tijd doopte zijn neef Johannes de Doper volwassen mensen in de rivier de Jordaan in de provincie Judea in Palestina. De profeet zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabeth riep de Joden op deugdzaam te leven. De mensen moesten tegenover elkaar gerechtigheid betrachten, en eerbied tegenover God. Pas als zij die dingen konden doen konden zij klaar zijn om gedoopt te worden. Het volledig onderdompelen in het water moest dan een teken van witwassing zijn tegenover God en de mensheid. Enkel en alleen als men voldeed aan die vooropgestelde voorwaarden en men zich volledig aan God wilde geven kon men over gaan tot een doop die welgevallig zou zijn in de ogen van God. De doop diende niet tot vrijstelling van zonden, maar was een manier om het lichaam ritueel te reinigen nadat ze daaraan voorafgaande hun ziel al gereinigd hadden door te leven in gerechtigheid.Duidelijk ging het hier niet om kinderen of om mensen die niet goed bij hun zinnen waren. Volledig besef was nodig om een keuze te maken. Trouwens werd ook het zondigen aanschouwd als een tegen God verkeerd gaan of handelen tegen de Wil van God. Een kind zonder voldoende besef en zonder kennis van de Wil van God of de Mozaïsche Wetten kon hier dan ook niet tegen zondigen.

Ook Jezus, die zichzelf op dertigjarige leeftijd liet dopen, gaf opdracht aan zijn apostelen om de wijde wereld in te gaan, Gods Naam  en het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God te verkondigen, en dan over te gaan tot het dopen van diegenen die het evangelie wilden geloven. Zo gingen de apostelen over tot de voortzetting van het dopen van volwassen mensen waarbij meestal gebruik werd gemaakt van de voorhanden zijnde wateren, de rivieren en meren of binnenzeeën.

Toen de eerste eeuw van onze Gewone Tijdrekening naar zijn einde ging waren er al afwijkingen van de leer van Christus.  Het verlangen en neiging om christendom naar Judaïsme te enten vanwege de bekeerde Joden en het onvermogen van de Niet-joden om de fundamentele principes van christendom helemaal te begrijpen leidde tot corruptie in de kerk. Gewoon aan de idee dat buitenwaartse ceremonies en offers de vereisten van hun Opperste Heerser moesten voldoen, probeerden de Joden de leerstellingen van Christus en de apostels met de ideeën van hun voormalige eredienst te harmoniseren. Men had verscheidene Joodse leerstellingen die ook reeds afgedwaald waren van het geloof van Abraham en waar men een substitutie van formalisme voor geestelijkheid had, toewijding naar de uiterlijke vorm van godsdienst die de plaats van levend geloof had ingenomen. Daarnaast was er de vermenging met de heidenen die ook hun eigen riten bleven liefhebben. Het is gemakkelijk begrepen hoe deze neigingen tot een corruptie van doctrine en gemeenschap leidden; hoe die de eenvoud van de Nieuwe Testamentkerkorganisatie, met zijn absoluut tekort van riten en ceremonies, de vraag van ritualisten en formalisten in de kerken niet tegemoet kon komen.

Verscheidene heidense volkeren voerden bij de geboorte van een kind rituelen uit om de boze geesten op afstand te houden of om het kind een gezonde toekomst te bezorgen. Zo werden kinderen met kruidenwater besprenkelt in de gedachte dat de boze geesten hen dan niet mee zouden voeren naar het slechte godenrijk of de onderwereld. Andere heidense groepen wasten de babies in kruidenwater met de bedoeling dat de kinderen de sappen en krachten van de kruiden in zich zouden opnemen en om hun lichaam te sterken en voor te bereiden op het zware dagelijkse leven.

Na de eerste eeuw waren er zogenaamde ‘christelijke priesters’ die de onderdompeling van volwassenen niet zo spectaculair vonden als de rituele handelingen van hun heidense collegae die meer aanhang hadden. In plaats van het kruidenwater creëerden zij het ‘heilig water’. In de beginjaren was het eerst enkel heilig water om te dopen maar dan werd het wijwater ook gebruikt om allerlei riten uitte voeren, zoals kruistekens maken, bezweringen en genezingen te doen. Het wijwater werd aanschouwd als één van de sacramentalia welke verder in de canones 1166 tot en met 1172 van het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 en artikels 1667 tot en met 1679 van de Catechismus van de Katholieke Kerk werden behandeld.

Mars, Mars pater, Marspiter, Maspiter, Mavors, Mamers, Marmar of Mamerd, zoon van Juno (de koningin der Goden) en een magische bloem (of Jupiter (vader der Goden) ws de meest vereerde god van het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk omdat zijn zonen (Romulus en Remus) gezien worden als de stichters van Rome. Oorspronkelijk was hij de Romeinse god van de vruchtbaarheid en beschermer van het vee, maar smolt later samen met de Griekse god Ares en werd toen vooral geassocieerd met de strijd en werd ook de god van de dood en oorlog. Ter ere van hem werden tempels en badplaatsen opgericht.  Doorheen de geschiedenis ontstonden er driegoden systemen zoals bij de de Grieken, Kelten, Indo-Iraniërs, Baltische volkeren, Germanen en Slavische volkeren. Zo had men in het Romeinse Rijk de oud-Romeinse trias Jupiter-Mars-Quirinus en de Umbrische trias Jupiter-Mars-Vofionus. De Indo-Europese trias vertegenwoordigde de drie maatschappelijke lagen van de Indo-Europese maatschappij: heersende klasse (hemelgod, hier Jupiter), krijgersklasse (oorlogsgod die zich meestal op aarde manifesteert, hier Mars) en boerenklasse (vruchtbaarheidsgod die zich meestal onder de grond manifesteert, hier Quirinus). Deze indeling in een trias treft men aan in vele Indo-Europese culturen. De oude trias zou in de Etruskisch periode (eind 6e eeuw v.Chr. vervangen worden de Capitolijns-Etruskische trias Jupiter-Juno-Minerva (naar analogie met de Etruskische trias Tinia-Uni-Menrva).

Romeinse krijgers voor dat zij ten strijde gingen, wilden hun lichaam ook hiervoor eerst reinigen en de gunsten van de drie goden afsmeken. Zij gingen daarvoor dan ook naar die tempel om te baden en te bidden om zo hun god van oorlog met hen te hebben en vol kracht te zijn. Het besprenkelen van kinderen met heilig water zou de krachten van de goden van vruchtbaarheid, kracht en oorlog over hen brengen.
Ook bij de Joden en andere volkeren kon men in de oudheid reeds verscheidene vormen van ritueel wassen vinden, dus voor de volken in het Midden Oosten was het niets nieuws. In het Oude Testament waren bepaalde rituele wassingen voorgeschreven. Ze speelden vooral een rol in het kader van de dienst in de tabernakel en in de tempel. Als Jood kende Jezus deze handelingen zeer goed en wist hij de betekenis er van. Toen hij de apostelen uitzond om nu ook doopsels uit te voeren ging het niet over een ander ritueel dan bij het Joodse gebruik.

Onder de valse leermeesters in het Christendom was het een dankbaar element om over te nemen en zo toch populair te zijn omdat zij de kinderen van hun volgelingen ook die zekerheden van het leven konden aanbieden. Zij verkochten hun waar onder het mom dat als de kinderen niet door hen gedoopt zouden worden zij zouden branden in de hel, een doemplaats waar er voor eeuwig foltering zou zijn. Ongedoopte kinderen zouden nooit een kans krijgen om later met hun ouders verenigd te worden in het eeuwig leven. Mits een eeuwig leven hier op aarde te simpel leek en niet op kon tornen tegen de vele rijken van de afgoden, vond het beeld van zeven hemelen meer gading.

Firenze Battistero San Giovanni 1059-1128

De plaatsen waar de kinderen moesten gedoopt worden gaf men graag de vorm van de Mars tempels. Zo  dachten in de 15e eeuw de Florentijnen dat hun Baptisterium, dat vergelijkingen oproept met dat van het Pantheon in Rome, ooit een Romeinse tempel, gewijd aan de god Mars was geweest.

Achtvormige doopvont

De doopvont of kort Vont (Latijn fons voor bron) is een waterbekken, vaak achtkantig, verwijzend naar de achtste dag, duidend naar de nieuwe schepping, als de achtste dag waarop de besnijdenis van Jezus Christus plaatsvond, gemaakt van hout, (natuur)steen of (edel) metaal, ontworpen om de baby’s te dopen.

In de 3° & 4° eeuw kwam de controverse rond het doopsel meer op de voorgrond. Het neoplatonisme won meer veld en filosofische gedachten infiltreerden het christelijk geloof. De Ierse (of Britse) monnik Pelagius die nog aan nam dat de zondige mens in staat is de eerste en fundamentele stappen op de weg naar de verlossing te zetten, zonder de hulp van de goddelijke genade kwam in conflict met Augustinus. Volgens Pelagius heeft een mens, althans in theorie, nog steeds de mogelijkheid om zondeloos te blijven. Pasgeboren kinderen dragen de zonde niet in zich en zouden volgens Pelagius nog steeds de Adamitische toestand kunnen behouden indien tijdens hun opgroei zich voldoende zouden kunnen bewapenen of verzetten tegen inkomende verkeerde gedachten. Zoals Jezus als klein kind zuiver was, maar toch de mogelijkheid had om verkeerd te gaan, heeft deze wel getoond en bewezen dat wij mensen vrij zouden kunnen blijven van zonde indien onze geest sterk genoeg was.

Catharijneconvent - Doopvont

Image by Pachango via Flickr

In de 11° en 12° eeuw uitten de Petrobrusians, volgelingen van Peter van Bruys,  zich tegen de meer gangbaar geworden kinderdoop.

Peter van Bruys liet de leerstellige autoriteit van de Gospels in hun letterlijke interpretatie toe; de andere Nieuwe Testament geschriften beschouwde hij vermoedelijk waardeloos, zo van twijfelachtige apostolische oorsprong. Naar de Nieuwe Testamentepistels wees hij enkel een ondergeschikte plaats toe omdat zij niet van Jezus Christus zelf kwamen. Hij keurde de autoriteit van de Kerkvaders af. Zijn verachting voor de Kerk werd overgebracht naar de leken tot wie hij ook tot lichamelijk geweld tegen priesters en monniken opriep. In zijn lering werd doop beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor redding, maar het was doop die door persoonlijk geloof werd voorafgegaan, zodat zijn toepassing naar zuigelingen, dat meer en meer in voege was gekomen, als  waardeloos werd beschouwd.

De doopvonten die in de speciale opgerichte gebouwen werden gevonden werden als verwerpelijk aanschouwd.
Zoals de Kerk niet in muren bestaat, maar in de gemeenschap van het trouwe volk, zouden kerkgebouwen moeten vernietigd worden, want Peter van Bruys liet de mensen weten dat zij naar God kunnen bidden in een schuur evenals in een kerk. Een gewone tafel kon overal dienst doen als de tafel waar rond de gelovigen vergaderden. Er moest niet een speciaal altaar voorzien zijn. Geen goede werken van de levenden kunnen tot het profijt van de doden komen. Kruisen, als het instrument van de dood van Christus, kunnen zeker geen verering verdienen; daarom waren zij voor de Petrobrusians voorwerpen van schending en werden zij in vreugdevuren vernietigd.

Bernardus van Clairvaux bekeert Willem van Aquitanië

Bernard van Clairvaux of Bernardus zou er verder voor zorgen dat er een omvorming van het sacramenteel rituele christendom van de Vroege Middeleeuwen naar een nieuw, meer persoonlijk beleefd geloof zou komen, met het leven van Christus als een rolmodel en met een nieuw accent op de Maagd Maria. In tegenstelling tot de rationele benadering om het goddelijke te begrijpen dat de scholastici voorstonden, predikte Bernard een onmiddellijk geloof, waarin de bemiddelaar de maagd Maria was. Volgelingen van hem en zijn leerling Henri van Lausanne werden bekend als de Henricianen zouden zich ook heftig tegen de kinderdoop verzetten zoals de Waldensen, Albigezen en Bohemiaanse Broeders.

Pierre Abelard

Later zou Pierre Abélard, gelatiniseerd Petrus Abaelardus (10791142) de middeleeuwse Franse theoloog en filosoof, die ook gerekend wordt tot de scholastici en een grote reputatie te Parijs had, de Drie-eenheidsleer en de doopgedachte nog verder ter discussie brengen. Zijn ideeën van niet-trinitarisme, riteloosheid en een geloof, waar begrip op de voorgrond trad, waren natuurlijk in tegenspraak met de oplegging van allerlei dogma‘s in de Kerk. Doordat er nog geen universiteiten waren en de opleidingsscholen onafhankelijk waren kon Abaelardus vrij zijn gedachten uitten. Maar het was  Bernard van Clairvaux die zich hevig tegen Abaelardus zou verzetten. Volgens Bernard zou de onafhankelijke lering leiden tot de verheerlijking van de menselijke rede en het rationalisme, vooral als men aannam dat een zonde alleen een zonde zou zijn als die uit vrije wil werd gepleegd en dus tegen het eigen geweten inging. Abaelardus wees daarmee als eerste op het belang van de intentie van een daad, een aspect dat een grote rol is gaan spelen in de latere middeleeuwse theologie over schuld en boete. De leer van Abaelardus was in strijd met de heersende kerkelijke ideeën. Pierre Abélard diens verhandeling over de Drie-eenheid werd in 1121 veroordeeld, omdat het teveel met behulp van de ratio de basisbeginselen van het christelijk geloof probeerde te benaderen. Abélard werd gedwongen zijn eigen boek tijdens een boekverbranding in het vuur te gooien. In 1139 bepleitte hij opnieuw denkbeelden die in tegenspraak waren met die van Rome. Bernard van Clairvaux, hiervan op de hoogte gesteld door William van St.-Thierry, sprak Abélard hier streng op aan. Toen deze hem vervolgens op beledigende wijze van repliek diende, kaartte Bernard deze zaak bij de paus aan, die vervolgens in 1141 in Sens een concilie belegde om deze zaak uit de wereld te helpen. Tijdens dit concilie vroeg Abélard om een openbaar debat met zijn tegenstander. Bernard bepleitte de zaak van Rome echter met een zo uitmuntende helderheid en met zulk een logische kracht, dat zijn opposant ervan afzag hem van repliek te dienen. Abélard werd veroordeeld en werd gedwongen zich uit het openbare leven terug te trekken. De paus bevestigde deze uitspraak van het concilie van Sens. Abélard legde zich hier zonder verzet bij neer. Hij vestigde zich onder abt Petrus Venerabilis als monnik in Cluny, waar hij twee jaar later stierf.
Diezelfde Bernard zou ook achter  Henri van Lausanne gaan, een voormalige Cluniacenzer monnik die de leer van de petrobrusianen ook had aangenomen en deze leer in een gewijzigde vorm na de dood van Peter van Bruys verder verspreid. Henri van Lausanne’s volgelingen werden bekend als de henricianen. In juni 1145 reisde Bernard op uitnodiging van kardinaal Alberic van Ostia door Zuid-Frankrijk waar hij met zijn preken, geholpen door zijn ascetische uiterlijk en eenvoudige kledij, deze  nieuwe geloofsgroeperingen tot de ondergang veroordeelde . Zowel de Henriciaanse als Petrobrusiaanse geloofsrichtingen begonnen reeds aan het einde van het jaar 1145 uit te sterven. Kort daarna werd Henri van Lausanne gearresteerd. Zijn zaak werd voor de bisschop van Toulouse gebracht en zeer waarschijnlijk werd Henri tot levenslang veroordeeld. In een brief aan de inwoners van Toulouse uit het einde van 1146, roept Bernard hen op de laatste overblijfselen van de ketterij van Henri te verdelgen. Hij predikte ook tegen de Katharen.

Ook bleven vele Christelijke broeders het goed en kwaad in de mens bekijken als iets van uit hem zelf. Het overgieten van water over het hoofd ging niets aan een zaligmaking of verdoemenis verhelpen. Volgens diegenen die het Woord van God goed bestudeerden kon men er duidelijk in vinden dat er geen geesten of goden waren die aanspraak konden maken op het leven van een kind of van een mens. Boze geesten konden het kind niet toeeigenen en God, die een God van liefde is, zou Zijn pasgeborenen geen onrecht laten aandoen door vreemde wezens die in de fantasieën van de mens bestonden.

De Albigensen verkregen hun naam aan de Zuid Franse stad Albi maar was hoofdzakelijk gebruikt voor de Katharen en navolgers van het Neo-Machineïsme.

***

Lees meer over Petrobrusians in de Katholieke Encyclopedie: The Catholic Encyclopedia. Vol. 11. New York: Robert Appleton Company, 1911. 31 May 2011.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #8 Concilie van Constantinopel

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Concilie van Constantinopel

De Britse historicus H. G. Wells suggereerde dat Constantijn politiek en autocratie invoerde in een reeds sterk verdeelde christenheid. Wells schreef: „Niet alleen werd het concilie van Nicea door Constantijn de Grote bijeengebracht, maar alle grote concilies, de twee in Constantinopel (381 en 553), [en het concilie in] Efeze (431) en [in] Chalcedon (451) werden door de keizerlijke macht bijeengeroepen.

Concilie van Nicea-325 vastgesteld op het Concilie van Constantinopel in 381

In 381 G.T. werd op het concilie van Constantinopel de Niceaanse geloofsbelijdenis bekrachtigd. En het voegde daar nog iets anders aan toe: de heilige geest werd „Heer” en „levengever” genoemd. De uitgebreidere geloofsbelijdenis van 381 G.T. (die thans in hoofdzaak in de kerken wordt gebruikt en „de Niceaanse geloofsbelijdenis” wordt genoemd) toont aan dat de christenheid op het punt stond een volslagen trinitarisch dogma te formuleren. Maar zelfs op dit concilie werd dat dogma nog niet afgesloten. De New Catholic Encyclopedia erkent:

„Het is interessant dat het concilie van Constantinopel I (381 G.T.), dat 60 jaar na Nicea I werd gehouden, de term homoousios in zijn definitie van de goddelijkheid van de Heilige Geest vermeed.”[1]

„Geleerden hebben zich verbaasd over de ogenschijnlijk gematigde wijze waarop deze geloofsbelijdenis was geformuleerd; het verzuim bijvoorbeeld om het woord homoousios voor de Heilige Geest te gebruiken teneinde de wezenseenheid met de Vader en de Zoon aan te duiden.”[2]

Diezelfde encyclopedie erkent: „Homoousios komt in de Schrift niet voor.” Nee, de Bijbel gebruikt dat woord noch voor de heilige geest noch voor de Zoon om de wezenseenheid met God aan te duiden. Het was een onbijbelse uitdrukking die tot de ontwikkeling van de onbijbelse, ja, antibijbelse leerstelling van de Drieëenheid bijdroeg.

Zelfs na het concilie van Constantinopel duurde het eeuwen voordat de Drieëenheidsleer in heel de christenheid werd aanvaard. De New Catholic Encyclopedia zegt: „In het Westen . . . schijnt men met betrekking tot Constantinopel I en de daar afgekondigde geloofsbelijdenis in het algemeen het stilzwijgen te hebben bewaard.”[3] Deze bron toont aan dat de op het concilie afgekondigde geloofsbelijdenis tot de zevende of de achtste eeuw in het Westen niet in brede kringen werd erkend.

St Athanasius

St Athanasius – Image by Lawrence OP via Flickr

Bijbelgeleerden erkennen ook dat de Athanasiaanse geloofsbelijdenis, vaak aangehaald als een standaarddefinitie en ondersteuning van de Drieëenheid, niet door Athanasius geschreven werd, maar veel later door een onbekende schrijver werd opgesteld. The New Encyclopædia Britannica merkt op:

„Tot aan de 12de eeuw kende de Oosterse Kerk deze geloofsbelijdenis niet. Sinds de 17de eeuw zijn bijbelgeleerden het er algemeen over eens dat de Athanasiaanse Geloofsbelijdenis niet door Athanasius (die in 373 stierf) geschreven werd, maar waarschijnlijk in de 5de eeuw in Zuid-Frankrijk werd opgesteld. . . . De geloofsbelijdenis schijnt in de 6de en 7de eeuw voornamelijk invloed te hebben gehad in het zuiden van Frankrijk en Spanje. Ze werd in de 9de eeuw gebruikt in de liturgie van de kerk in Duitsland en enige tijd later in Rome.”[4]

„Bij latere algemene concilies hadden de keizerlijke kerkpolitiek en de wedijver tussen de grote aartsbisdommen dikwijls de overhand”[5]. Aangezien zulke kerkvergaderingen gekenmerkt werden door kerkelijke politiek en wedijver, brachten ze geen vruchten van Gods geest, zoals liefde en vrede, voort. Integendeel, ze werden ontsierd door werken van het vlees, waaronder „vijandschap, twist en jaloezie; . . . verdeeldheid, scheuring en nijd”.

Ook al worden de concilies goedgepraat als theologische mijlpalen, in de ogen van velen zijn het grafzerken geweest die de slagen markeren waarmee de zuivere christelijke leerstellingen zijn verbrijzeld. [6][7]


[1]New Catholic Encyclopedia, 1967, Deel VII, blz. 115.

[2]New Catholic Encyclopedia, 1967, Deel VII, blz. 436,

[3]New Catholic Encyclopedia, 1967, Deel VII, blz. 436.

[4] The New Encyclopædia Britannica, 1985, 15de druk, Micropædia, Deel 1, blz. 665.

[5]The Encyclopedia Americana.

[6] Ter illustratie: In 325 G.T. voerde het Concilie van Nicea de leerstelling van de incarnatie (vlees- of menswording) van Christus in, ofte wel de leer van Christus als ’god en mens’. Deze loochening van het feit dat Jezus werkelijk een mens was, werd een van de misleidendste leerstellingen van de christenheid. (Vergelijk 2 Johannes 7.)

[7] De Drieëenheid is derhalve onschriftuurlijk. De leer werd in 325 G.T. op het concilie van Nicea aangenomen toen afvalligen een heidens idee overnamen dat afkomstig was uit het oude Egypte en Babylon. Zoals historicus Will Durant opmerkte in The Story of Civilization: Part III: „Het christendom heeft het heidendom niet vernietigd; het heeft het geadopteerd. . . . De ideeën over een goddelijke drieëenheid kwamen uit Egypte.” En The New Encyclopædia Britannica verklaart: „Noch het woord Drieëenheid noch de expliciete leerstelling als zodanig komt in het Nieuwe Testament voor . . . De leerstelling heeft zich in de loop van verscheidene eeuwen geleidelijk en onder veel onenigheid ontwikkeld.”

De Mariaverering zou nog meer navolging krijgen door de leerstellingen van Bernard of Bernardus van Clairvaux ( 1090 –  1153) een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de cisterciënzers. In het vroegmiddeleeuwse denken, had de maagd Maria een ondergeschikte rol gespeeld en pas met de opkomst van het emotionele christendom in de elfde eeuw, werd Maria dan de belangrijkste bemiddelaar tussen de mensheid met de godheid.

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #7 Afstandelijken, donatisten en arianen

Uit het vorige artikel (Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. – Constantijn de Grote) kon u opmaken dat doorheen de jaren de leerlingen van Jezus en hun opvolgers meer en meer geconfronteerd werden met tegensprekende gedachten. Reeds in de eerste eeuw hadden de apostelen gewaarschuwd voor valse leraren, valse religie en valse profeten. Maar de wereld verkneukeld zich graag in gewoonten en houdt graag vast aan gebruiken, traditionele feesten en ziet zich niet graag in afzondering leven of als buitenbeentje beschouwd worden. Het willen behoren tot de gemeenschap werd als belangrijker aanschouwd dan het trouw blijven aan een juiste leer.

De Griekse wijsgerig-wetenschappelijke denk- of redeneermethodes én de Grieks-wijsgerige denkbeelden slopen de theologie binnen waarbij men ook naar wetenschappelijke theorieën en wijsgerige denkpatronen zocht. Met behulp van wetenschappelijke analyses probeerde men  inzicht te krijgen in het ‘wezen’ van God, en vervolgens ook in andere ‘geloofsdogma’s’ die werden ‘opgehoest’. ‘Christelijke theologieën’ werden tegenover heidense ‘theologieën’ (filosofische theorieën over wat of wie ‘god’ is) geplaatst (aldus bijv. Tertullianus).

Diegenen die als ware navolgers van Christus Jezus de Joodse geschriften ter hand bleven nemen werden meer in het verdomhoekje gedreven. Zij de de Heilige Geschriften of het Woord van God verder blijven bestuderen werd het moeilijker gemaakt. Diegenen die verkozen om hun macht te versterken kozen er voor om de anderen zo onwetend mogelijk te houden en trachtten er voor te zorgen dat de mensen onder hen niet te veel in de oudere Geschriften lazen. De Bijbel werd minder en minder als werkinstrument gebruikt zodat de mensen van de inhoud ervan vervreemden.

Diegenen die de Bijbel als ‘Hét Boek der boeken‘ verder wilden bestuderen geraakten in de minderheid en hadden veel moeite om stand te kunnen houden tegenover al de andere predikers die met meer populairdere gedachten de mensen wisten te bekoren. Hoe minder de mensen van het Woord van God kenden hoe meer konden ‘theologen‘ de mensen dingen voor leggen welke on-Schriftuurlijk waren maar waarbij de Kerk haar macht over de mensheid kon verhogen.

***

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Afstandelijken, donatisten en arianen.

Niet iedereen wou deel uit maken van de wereld en toegeven aan de machtshebbers. Door heen de tijden bleven bepaalde Christenen zich afzijdig houden van de door mensen bijgevoegde zo gezegde geloofspunten.

Arius (AD ca. 250 or 256 - 336) was a Christia...

Arius

Ook op het concilie van Nicea, soms ook het eerste oecumene concilie genaamd, werden tegenstrijdige opvattingen hardop geuit en ging het er niet steeds kalm aan toe. Eén opvatting, vertegenwoordigd door Arius, leerde dat de Zoon qua tijd een eindig begin had en daarom niet aan God gelijk, maar in alle opzichten ondergeschikt was. Athanasius daarentegen geloofde dat de Zoon in een bepaald opzicht aan God gelijk was. En er waren andere opvattingen.

Betreffende de beslissing van het concilie om de Zoon te beschouwen als van hetzelfde wezen (wezenseen) met God, zegt Martin Marty: „Nicea vertegenwoordigde in feite de opvatting van een minderheid; het akkoord werd moeizaam bereikt en was voor velen die de Ariaanse zienswijze niet deelden, onaanvaardbaar.”[1] Insgelijks merkt het boek A Select Library of Nicene and Post-Nicene Fathers of the Christian Church op dat „een duidelijk geformuleerd leerstellig standpunt dat tegengesteld was aan het arianisme, slechts door een minderheid werd ingenomen, hoewel deze minderheid zegevierde”.[2] En in A Short History of Christian Doctrine wordt opgemerkt:

„Waar veel bisschoppen en theologen van het Oosten vooral bezwaar tegen schenen te hebben, was het door Constantijn zelf in de geloofsbelijdenis opgenomen denkbeeld van de homoousios [„van hetzelfde wezen”], dat in het latere conflict tussen de orthodoxie en de ketterij de twistappel werd.”[3]

Na het concilie werden de disputen nog tientallen jaren voortgezet. De voorstanders van het denkbeeld dat de Zoon aan de Almachtige God gelijk was, geraakten zelfs een tijdlang uit de gunst. Zo zegt Martin Marty betreffende Athanasius: „Zijn populariteit steeg en daalde, en hij werd zo vaak verbannen [in de jaren na het concilie] dat hij vrijwel een pendelaar werd.”[4] Athanasius bracht jaren in ballingschap door omdat politieke en kerkelijke autoriteiten zich verzetten tegen zijn opvattingen dat de Zoon gelijk was aan God.

Athanasius (± 295 – 373) patriarch van Alexandrië

De bewering dat het concilie van Nicea in 325 G.T. de leerstelling van de Drie-eenheid heeft bevestigd of bekrachtigd, is dus niet waar. Wat later de Drie-eenheidsleer werd, bestond destijds nog niet. Het denkbeeld dat de Vader, de Zoon en de heilige geest elk de ware God alsook gelijk in eeuwigheid, macht, positie en wijsheid waren, en toch maar één God — een drie-in-één God — is niet door dat concilie noch door vroegere kerkvaders ontwikkeld. pas ruim een eeuw na Arius, op het Concilie van Chalcedon in 451 na Chr., de leer van de drie-eenheid vastgelegd. Er waren nog twee concilies (kerkvergaderingen) nodig alvorens men tot de definitieve afronding van deze theologische kwesties kwam. In The Church of the First Three Centuries wordt gezegd:

„De huidige populaire leerstelling der Drieëenheid . . . vindt geen ondersteuning in de taal van Justinus [Martyr]: en deze waarneming kan bij uitbreiding gelden voor alle ante-Niceense Vaders; dat wil zeggen, voor alle christelijke schrijvers gedurende drie eeuwen na de geboorte van Christus. Zij spreken weliswaar over de Vader, de Zoon en de profetische of heilige Geest, maar in geen enkel opzicht zoals dat thans door Trinitariërs wordt aanvaard; niet als aan elkaar gelijk, niet als één numeriek wezen, niet als Drie in Eén. Juist het tegenovergestelde is het geval. De leerstelling der Drieëenheid zoals ze door deze Vaders werd verklaard, verschilde essentieel van de huidige leerstelling. Dit stellen wij als een feit dat even afdoend bewezen kan worden als elk feit in de geschiedenis van menselijke opvattingen.[5]

Nicea vertegenwoordigt echter een keerpunt. Het opende de deur tot de officiële aanvaarding van de leer dat de Zoon gelijk is aan de Vader, en dat baande de weg voor het latere denkbeeld van de Drieëenheid. Het boek Second Century Orthodoxy, door J. A. Buckley, merkt op:

„Tot ten minste het einde van de tweede eeuw bleef de universele Kerk in één fundamenteel opzicht verenigd; allen aanvaardden het oppergezag van de Vader. Allen beschouwden God, de Almachtige Vader, als alleen oppermachtig, onveranderlijk, onuitsprekelijk en zonder begin. . . .

Na de dood van die tweede-eeuwse schrijvers en voorgangers bleek dat de Kerk zelf . . . langzaam maar onverbiddelijk afgleed naar dat punt . . . waar op het concilie van Nicea de climax van heel deze geleidelijke ondermijning van het oorspronkelijke geloof werd bereikt. Daar drong een kleine explosieve minderheid haar ketterij aan een inschikkelijke meerderheid op, en met de steun van de politieke autoriteiten dwong, vleide en intimideerde ze degenen die zich beijverden om de oorspronkelijke zuiverheid van hun geloof onbevlekt te bewaren.”

De schismatische stroming van 311,  het donatisme was een „christelijke” sekte in de vierde en vijfde eeuw G.T. De aanhangers ervan stelden dat de geldigheid van de sacramenten afhankelijk is van de moraliteit van de bedienaar en dat de kerk mensen die zich aan ernstige zonde schuldig maakten, van het lidmaatschap moest uitsluiten. Het arianisme was een „christelijke” beweging in de vierde eeuw, die de godheid van Jezus Christus ontkende. Arius onderwees dat God ongeboren en zonder begin is. De Zoon kan, omdat hij wel geboren is, niet God zijn in dezelfde zin als de Vader. De Zoon is niet eeuwig, maar werd geschapen en bestaat door de wil van de Vader.[6]

Theodosius I

Waarschijnlijk heeft keizer Theodosius het Arianisme wel de zwaarste slag toegebracht. Door middel van de officiële edicten van 391-392 G.T. stelde hij de rooms-katholieke orthodoxe leer voor alle „christenen” verplicht en beroofde de Arianen, alsmede alle heidenen, van hun plaatsen van aanbidding. Over deze gebeurtenis verklaarde een historicus: „De legale triomf van de kerk over ketterij [Arianisme] en heidendom en haar evolutie van een vervolgde sekte tot een vervolgende staatskerk waren voltooid.”

Vanaf de vijfde eeuw kwamen er geen Ariaansgezinde Romeinse keizers meer voor. Dit kenmerkte echter niet het einde van het Arianisme als een nationale religie. Verre van dat! Na de dood van Theodosius viel Rome opnieuw ten prooi aan Ariaans-Germaanse invallers uit het noorden. Een rooms-katholieke autoriteit merkt hierover op: „Ondanks enige vervolging, verspreidde het christendom zich in deze [Ariaanse] vorm met opmerkelijke snelheid van de Goten naar de naburige stammen. . . . Toen ze het Westen binnenvielen en de verschillende Germaanse koninkrijken stichtten, beleden de meeste stammen [het Arianisme] als hun nationale religie en vervolgden in sommige gevallen degenen onder de Romeinse bevolking die de katholieke orthodoxie aanhingen. . . . Maar geleidelijk aan slaagde de [Rooms-]Katholieke Kerk erin het Arianisme uit te roeien. In sommige gevallen werd dit tot stand gebracht met behulp van militaire acties die het Germaanse element bijna geheel deden verdwijnen.” Dit vond plaats tijdens de regering van keizer Justinianus, die de ambitie koesterde het Romeinse Rijk tot zijn voormalige glorie te herstellen en berucht was wegens zijn vervolgingen, niet alleen van de Arianen, maar ook van de joden en de Samaritanen. Hij verbood de joden zelfs hun Geschriften in het Hebreeuws te lezen!

Flavius Petrus Sabbatius Justinianus (Justinianus I, Justinian I, Justinian the Great) Justinianus de Grote

Justinianus maakte evenwel geen eind aan het Arianisme. Rome zou nog meer met Germaanse barbaren te maken krijgen, want een paar jaar na Justinianus’ dood vielen de Longobarden, naar verluidt een van de wreedste Germaanse stammen, Italië binnen. Het duurde niet lang of zij hadden het grootste deel van het Italiaanse schiereiland onder controle. Toen, in het midden van de zevende eeuw, werden de Longobarden om de een of andere reden langzamerhand trinitarische rooms-katholieken, en dat zij de paus problemen bleven geven, was daarom niet om religieuze, maar om politieke redenen en problemen in verband met gebiedsbezit.

Betreffende deze periode lezen wij: „In de daaropvolgende ineenstorting keerden de kansen, vaker als gevolg van lekenpatronaat en politieke verschuivingen dan theologische argumenten.” Of zoals een andere schrijver het stelt: „[Het Arianisme] handhaafde zich nog twee eeuwen, ofschoon meer door toeval dan door keus of overtuiging.” Terloops zij opgemerkt dat bovengenoemde politieke en militaire activiteiten van de zijde van de Arianen een weerlegging vormen van de beschuldiging die sommigen uiten dat de niet politiek gezinde, vredelievende christelijke getuigen van Jehovah Arianen zijn.

Als wij opmerken wat de geschiedenis te zeggen heeft over de politieke activiteiten van de Trinitariërs en de Arianen kunnen wij niet anders dan onder de indruk komen van de nauwkeurigheid waarmee zowel Jezus als zijn apostelen hebben voorzegd wat er met de christelijke gemeente zou gebeuren. Jezus schildert het in een van zijn gelijkenissen: „Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen de tarwe, en ging weg.” En zo werd het veld dat oorspronkelijk een tarweveld was een onkruidwildernis (Matth. 13:25). En als men kijkt naar de hebzucht en de gewelddaad die de Trinitariërs en Arianen ten toon hebben gespreid, beseft men hoe nauwkeurig de apostel Paulus heeft voorzegd hoe de mensen zouden worden: „Ik weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet teder zullen behandelen.” Tot die wolvenhorden hebben zowel de Trinitariërs als de Arianen behoord, waarvan de eersten de wreedsten waren! (Handelingen der Apostelen 20:29).

De Germaanse stammen die het verzwakte Romeinse Rijk binnendrongen, beleden het ariaanse „christendom” en namen het mee naar een groot deel van Europa en Noord-Afrika, waar het tot ver in de zesde eeuw G.T., en in sommige gebieden zelfs nog langer, bleef gedijen.


[1]A Short History of Christianity, door Martin E. Marty, 1959, blz. 91.

[2]A Select Library of Nicene and Post-Nicene Fathers of the Christian Church, door Philip Schaff en Henry Wace, 1892, Deel IV, blz. xvii.

[3]A Short History of Christian Doctrine, blz. 53.

[4]A Short History of Christian Doctrine, blz. 91.

[5]The Church of the First Three Centuries, door Alvan Lamson, 1869, blz. 75, 76, 341.

[6] Dat de Arianen schriftplaatsen hadden die hen ondersteunden, blijkt wel uit teksten als Johannes 14:28, Kolossenzen 1:15-17; 1 Timótheüs 1:17; Openbaring 3:14.

Arius (Grieks: Άρειος) (Pentapolis van Cyrenaica, 256Constantinopel, zo rond 336) is de stichter van het arianisme, een stroming in de vroege kerk. zijn volgelingen werden lang door de Katholieke Kerk bestreden.  De eerste eeuwen bleef de niet-trinitarische gedachte nog te veel verspreiden, volgens de Katholieke Kerk. Om dit tegen te gaan moest die Kerk een Germaanse kampioen uitzoeken en opleiden die de tegenstanders van de algemeen heersenden konden breken. Uit een schraal assortiment van heidense stammen werden de woeste Franken uit Noord-Oost-Gallië gekozen.  De katholieke bisschoppen legden een levendige belangstelling aan de dag voor de persoon en ontwikkeling van een 15-jarige, heidense krijger, die in 481 koning der Franken werd: Chlodovech of Clovis (465-511).

Vindt meer:

over Athanasius (± 295/296 – 373) patriarch van Alexandrië geboren in Afrika streed energiek voor het katholieke geloof. Ook al was hij toen nog maar diaken streed hij zeer hard tegen de Arianen op het concilie van Nicea.

Athanasius patriarch van Alexandrië

Goddelijke waarheid en menselijke geleerdheid

Concilie van Chalcedon

In 303 beval keizer Diocletianus dat de heilige boeken van het christendom ter vernietiging moesten worden overgedragen aan de burgerlijke autoriteiten en dat kerkelijk bezit moest worden geregistreerd. In een rituele handeling moesten christenen vervolgens hun trouw aan de keizer en de goden van het keizerrijk betonen. Uit angst voor de doodstraf gaven vele bisschoppen en gelovigen gehoor aan het bevel van de keizer. Deze Lapsi werden na deze vervolging traditores genoemd: verkwanselaars. Voor christenen was omgang met hen streng verboden; wederopname in de kerk was pas mogelijk na een lang proces van boete.  > Traditores en Donatisme

Het leven van Augustinus (354-430): Augustinus en de puriteinen … Donatisten

Causes of the donatist schism

History of the Donatists

Flavius Theodosius bekend als Theodosius I de Grote (Grieks: Θεοδόσιος ο Μέγας) ( ca. 346395) laatste van het gehele Romeinse rijk. Na zijn dood werd het rijk definitief gesplitst in Oost en West.

Theodosian-Code

Het Byzantijnse Rijk van 527-565

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #6 Constantijn de Grote

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

Constantijn de Grote .

In 325 G.T. riep de Romeinse keizer Flavius Valerius Aurelius Constantinus of  Constantijn de Grote (272/280-337)  in de stad Nicea in Klein-Azië een concilie van bisschoppen bijeen. Zijn opzet was, de voortdurende religieuze geschillen over de verhouding tussen de Zoon van God en de Almachtige God te beslechten.

Concilie van Nicea 325

De historicus Philip Schaff merkte op dat „het meest opvallende punt” in de periode vóór het concilie van Nicea in 325 G.T. „het geloof [was] in een aan de algemene opstanding en het algemene oordeel voorafgaande en door de verheerlijkte Christus op aarde uitgeoefende zichtbare regering die duizend jaar zou duren en waarin de opgestane heiligen zouden delen”. In A Dictionary of the Bible, onder redactie van James Hastings, staat: „Tertullianus, Irenaeus en Hippolytus zien nog steeds uit naar een ophanden zijnde Advent [van Jezus Christus]; maar met de Alexandrijnse Vaders komt er een verandering in het gedachtengoed. . . . Toen Augustinus het Millennium met de periode van de strijdende Kerk vereenzelvigde, werd de Tweede Advent naar een verre toekomst geschoven.”

In 314 G.T. trachtte het concilie van Arles (Frankrijk) de Romeinse regeling door te drukken en alle alternatieven af te schaffen. De overgebleven Quartodecimanen hielden stand. In 325 G.T. riep de heidense keizer Constantijn een oecumenische synode bijeen, het concilie van Nicea, om deze en andere kwesties waardoor de belijdende christenen in zijn rijk werden verdeeld, op te lossen. Het concilie vaardigde een decreet uit waarin allen in Klein-Azië werd opgedragen zich aan het Romeinse gebruik aan te passen.[1]
Constantijn I, de Grote, was beslist een man van zijn tijd en zwichtte voor de tijdgeest en achtte het noodzakelijk religie een belangrijke plaats toe te kennen binnen het raamwerk van zijn politieke plannen. Aan het begin van zijn loopbaan had hij enige „goddelijke” steun nodig, en die konden de kwijnende Romeinse goden niet bieden. Het rijk, met inbegrip van de godsdienst en andere instellingen, verkeerde in verval, en er was iets nieuws en bezielends nodig om het weer te consolideren. De encyclopedie Hidria zegt: „Constantijn was vooral in het christendom geïnteresseerd omdat het niet alleen zijn overwinning maar ook de reorganisatie van zijn rijk ondersteunde. De christelijke kerken, die overal bestonden, werden zijn politieke steun. . . . Hij omringde zich met de grote prelaten van die tijd, en hij verlangde dat zij hun eenheid intact hielden.”

Constantijn begreep dat de „christelijkereligie — al was ze inmiddels afvallig en door en door verdorven — doeltreffend kon worden gebruikt als een vernieuwende en verenigende kracht ter verwezenlijking van zijn grootse plan om een absoluut heerser te worden. Hij nam de grondslagen van het afvallige christendom over om steun te winnen ter bevordering van zijn eigen politieke doeleinden en besloot de mensen te verenigen onder één „katholieke” of universele religie. Heidense gewoonten en vieringen kregen een „christelijke” naam. En „christelijke” geestelijken ontvingen de status, het salaris en het invloedrijke gezag van heidense priesters.

Constantinus

Constantinus

Om politieke redenen naar religieuze harmonie zoekend, bracht Constantijn iedereen die een afwijkende mening had, snel tot zwijgen, niet op basis van leerstellige waarheid maar op grond van aanvaarding door de meerderheid. De diepgaande dogmatische geschillen binnen de uiterst verdeelde „christelijke” kerk boden hem de gelegenheid als een „door God gezonden” middelaar tussenbeide te komen. Uit zijn bemoeienissen met de donatisten in Noord-Afrika en de volgelingen van Arius in het oostelijk deel van het rijk begreep hij al gauw dat overredingskracht niet voldoende was om een sterke, verenigde religie te smeden. In een poging de Ariaanse controverse op te lossen, riep hij het eerste oecumenische concilie in de geschiedenis van de kerk bijeen.

De historicus Paul Johnson zegt over Constantijn: „Een van de voornaamste redenen waarom hij het christendom tolereerde, was wellicht dat het hemzelf en de Staat in de gelegenheid stelde zeggenschap uit te oefenen over het beleid van de Kerk inzake orthodoxie en de behandeling van ketterij.”

Als de heidense Pontifex Maximus — en bijgevolg het religieuze hoofd van het Romeinse Rijk — trachtte Constantijn de bisschoppen van de afvallige kerk voor zich te winnen. Hij bood hun posities van macht, aanzien en rijkdom aan als functionarissen van de Romeinse staatsreligie. De Catholic Encyclopedia geeft toe: „Sommige bisschoppen, verblind door de pracht en praal aan het hof, gingen zelfs zo ver dat zij de keizer als een engel van God, als een heilig wezen, loofden en profeteerden dat hij, net als de Zoon van God, in de hemel zou regeren.”

Concilie van Nicaea 325 Verbranding Ariaanse boeken

Naarmate het afvallige christendom bij het politieke bestuur in de gunst kwam, werd het meer en meer een deel van deze wereld, van dit seculiere samenstel, en dreef het af van de leringen van Jezus Christus (Johannes 15:19; 17:14, 16; Openbaring 17:1, 2). Als gevolg daarvan vond er een versmelting plaats van het „christendom” met valse leerstellingen en praktijken — de Drie-eenheid, de onsterfelijkheid van de ziel, het hellevuur, het vagevuur, gebeden voor de doden, het gebruik van rozenkransen, iconen, beelden en dergelijke. — Vergelijk 2 Korinthiërs 6:14-18.

Van Constantijn heeft de kerk ook de neiging tot eigenmachtig optreden geërfd. De bijbelgeleerden Henderson en Buck zeggen: „De eenvoud van het Evangelie werd verdorven, er werden pompeuze riten en ceremoniën ingevoerd, aan de leraren van het christendom werden wereldse eerbewijzen en salarissen geschonken en het Koninkrijk van Christus werd grotendeels in een koninkrijk van deze wereld veranderd.”

De Catholische Kerk werd als de Romeinse Kerk gepromoveerd tot de Koninkrijkskerk. In de Encyclopædia Britannica wordt uiteengezet dat, volgens de theologie van Aurelius Augustinus van Hippo (354–430 G.T.), „het Koninkrijk van God al in deze wereld begonnen is bij de oprichting van de kerk” en „reeds aanwezig [is] in de sacramenten van de kerk”.

De historische feiten onthullen de waarheid achter de „grootheid” van Constantijn. In plaats van gegrondvest te zijn door Jezus Christus, het Hoofd van de ware christelijke gemeente, is de christenheid voor een deel het resultaat van het politieke opportunisme en de slinkse manoeuvres van een heidense keizer. Heel passend vraagt de historicus Paul Johnson: „Is het rijk voor het christendom gezwicht, of heeft het christendom zich met het rijk geprostitueerd?”

Vanaf het concilie van Nicea in 325 G.T. fuseerde keizer Constantijn de heidense Romeinse staatscultus met het afvallige christendom en werd hij het hoofd van de nieuwe Katholieke Kerk. De Rooms-Katholieke Kerk kan haar bestaan derhalve terugvoeren tot de vierde eeuw van onze gewone tijdrekening.

Ondertussen bleven Christelijke broeders en zusters elkaar steunen en het geloof onderhouden, niettegenstaande verhoogde tegenstand.


[1]A Short History of Christian Doctrine; A History of Christianity; Istoria tou Ellinikou Ethnous (Geschiedenis van de Griekse natie); Encyclopedie Hidria; WT 1998; Catholic Encyclopedia

De tegenpaus Hippolytus van Rome ( omstreeks 170 – omstreeks 235) leerling van Irenaeus een van de belangrijkste kerkleraren van zijn tijd. Hij verzette zich openlijk tegen de pausen van zijn tijd die hadden geopteerd om over te gaan naar een Drie-eenheidsleer, opeenvolgend Zephyrinus, Calixtus I en Pontianus, met name wat betreft de heilige drie-eenheid. Hij beschuldigde Paus Zephyrinus van modalism, de ketterij die inhield dat de namen Vader en Zoon eenvoudig verschillende namen waren voor hetzelfde onderwerp zijn. Hippolytus verdedigde de Logo’s doctrine van de Griekse Apologeten, die de Vader van de Logo’s (“Woord”) onderscheidden.

zie ook: “Saint Hippolytus of Rome.” Encyclopædia Britannica. 2010. Encyclopædia Britannica Online. 15 Aug. 2010 > Saint Hippolytus of Rome + Saint Hippolytus of Rome

Constantijns hoofddoel was stabiliteit. De religieuze en theologische geschillenwaren voor hem een doorn in het oog en een gevaar ovor de stabiliteit in zijn rijk. Daarom leek het voor hem ook zeer belangrijk dat er in de uitvoering van het geloof ook een consensus kon gevonden worden en een vrede tussen de heidenen en navolgers van Jezus Christus kon verkregen worden. Voor hem moest de zonnegod  Sol Invictus het symbool zijn van de algemene goddelijkheid.  Het labarum dat als symbool werd aangebracht op de soldaten hun schildenen en het ermee geassocieerde motto in hoc signo vinces (in dit teken zal je overwinnen) zou volgens de overlevering aan Constantijn zijn verschenen in een visioen toen hij in Saxa Rubra was, tot welk Constantijn zijn overwinning toeschreef aan de god van de christenen.

De eenheid of katholiciteit der religies die Constantijn I op het oog had bracht mee dat die gemeenschap van gelovigen die zich profileerde als De Kerk sinds het Eerste Concilie van Nicea in 325 in haar officiële documenten de term ‘Katholieke Kerk’ staande voor Algemene Kerk of Universele Kerk, ook in de documenten van de twee laatste oecumenische concilies ging gebruiken.  Constantijn gaf de paus het Lateraanse paleis, dat jarenlang de pauselijke residentie zou zijn, naast de basiliek San Giovanni in Laterano. Dit paleis werd het bestuurscentrum van de Katholieke Kerk. Ook werd hier de synode van Lateranen gehouden, waar Caecilianus werd vrijgesproken van de aanklacht dat hij de onrechtmatige bisschop van Carthago was. Zijn tegenstander Donatus werd schuldig bevonden aan ketterij, evenals zijn aanhangers, de donatisten. Het begrip ‘rooms-katholiek’ dat wij ook meermaals gebruiken is ontstaan aan het begin van de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie, om onderscheid te maken tussen hen die de paus, of de bisschop van Rome, trouw bleven, alsook om te onderscheiden tussen de  Orthodox, Charismatische en andere Trinitarische Katholieken en de protestanten. Het woord rooms duidt op de stad Rome en verwijst naar de kleine stadstaat Vaticaan waar de pauselijke zetel is gevestigd. Met Rooms-katholieke Kerk wordt dus de organisatie aangeduid: de Katholieke Kerken die verenigd zijn rond de bisschop van Rome.

Ook al waren er sommige keizers die openlijk Ariaans gezind waren en zelfs soms actief het trinitarische christendom tegenwerkten kon de unitaristische gedachte het halen en werd het Trinitarisme de hoofdstroming in het Christendom.

Doordat een groot deel van het christendom zich met het rijk geprostitueerd heeft wordt die Catholische Kerk of Katholieke Kerk ook als de hoer Babylon gepersonifieerd.

Vindt ook achtergrondinformatie:
Apologetics – A theological science which has for its purpose the explanation and defence of the Christian religion

Constantinus (Constantijn) de Grote Augustus van het Westen (313 – 324); Augustus van het Romeinse Rijk (324-337)

Constantine the Great – Information on the Roman emperor
Constantine, Donation of – By this name is understood, since the end of the Middle Ages, a forged document of Emperor Constantine the Great, by which large privileges and rich possessions were conferred on the pope and the Roman Church
Constantinople – Capital, formerly of the Byzantine, now of the Ottoman, Empire (As of 1908, when the article was written.)
Constantinople, First Ecumenical Council of – Called in May, 381, by Emperor Theodosius, to provide for a Catholic succession in the patriarchal See of Constantinople, to confirm the Nicene Faith, to reconcile the semi-Arians with the Church, and to put an end to the Macedonian heresy

Nicaea, First Council of – First ecumenical council, held in 325 to combat Arianism

Nicene Creed – The profession of the Christian Faith common to the Catholic Church, to all the Eastern Churches separated from Rome, and to most of the Protestant denominations.

Aurelius Augustinus (354-430)

Augustine of Hippo, Saint – Biography, with extensive hyperlinks to related articles
Augustine of Hippo, Teaching of Saint – Article on Augustine as a Doctor of the Church, and his influence in the history of philosophy and theology. Particular interest in his teaching on grace
Augustine of Hippo, Works of Saint – Annotated bibliography of Augustine’s principal writings
Augustinian Canons – According to St. Thomas Aquinas, a canon regular is essentially a religious cleric

Tatianus een 2° eeuwse apologist

Athanasian Creed, The – One of the symbols of the Faith approved by the Church and given a place in her liturgy

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

Be faithful unto death, and I will give you the crown of life. – Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: