An other Christian WordPress.com site – Een andere Christelijke WordPress.com site

Posts tagged ‘Christen zijn’

God liefhebben en Bekommeren om je medemensen

 

“4  Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5 Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. 6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. 8 Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.” (Deuteronomium 6:4-8 NBV)

“8  Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf, ‘dan handelt u juist. 9 Maar als u op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders. 10 Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke.” (Jakobus 2:8-10 NBV)

“Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten.” (Leviticus 19:15 NBV)

“door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.” (Leviticus 19:18 NBV)

“want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’” (Galaten 5:14 NBV)

“Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.” (Galaten 6:2 NBV)

“36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’” (Mattheüs 22:36-40 NBV)

“28  Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29 Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31 Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’” (Markus 12:28-31 NBV)

“38 U moet dus weten, broeders en zusters, dat het dankzij hem is dat aan u de vergeving van de zonden verkondigd wordt; iedereen die op grond van de wet van Mozes geen vrijspraak kon krijgen, 39 wordt door hem geheel vrijgesproken, mits hij gelooft.” (Handelingen 13:38-39 NBV)

“Wij weten dat de wet het werk van de Geest is, maar door mijn natuur ben ik uitgeleverd aan de zonde.” (Romeinen 7:14 NBV)

“Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?” (Jesaja 58:7 NBV)

“Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent?” (1 Corinthiërs 6:19 NBV)

“‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen.” (Psalmen 132:14 NBV)

*

Voorgaande

Opgepast voor oproepers tot wraak

+++

Gerelateerd

Doopsel en bloedvergieten ter vergeving

In de volgende tekst van broeder Islip Collyer gaat het over de keuze die wij moeten maken omtrent het bloed van Christus.

“Zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving van zonden.”

De leer van de verzoening betrokken bij het Bijbelse principe is één van de meest belangrijke en in sommige opzichten een van de moeilijkste van alle primaire waarheden verbonden met het Evangelie. Nergens anders is het zo makkelijk voor de mens  uit zijn diepte te krijgen, en er is geen ander onderwerp dat bewijst zo verleidelijk te zijn.

Er is zeker gevaar dat vitale waarheden die het offer van Christus aan gaan in twijfel kunnen worden getrokken of verduisterd kunnen worden door verkeerde leer over dit onderwerp. Wij mogen het niet minimaliseren hoe gevaarlijk het kan zijn hoe de mens kijkt naar het zoenoffer van Jezus. Vooral als men weet dat bepaalde Christenen er aan vast houden dat Jezus wel God moet zijn omdat zij vinden dat geen enkel mens bekwaam zou zijn om Gods Wil te doen. Hierbij onderschatten zij wel een hele boel mensen.

Dr. Thomas merkte meteen dat er slechts weinig elementaire waarheden over verlossing waren en dat deze eenvoudig waren en dat er geen reden kan worden gegeven voor hen over het “het feit dat God hen wil “. Als wij een gemeenschap willen vormen moet men zich afvragen welke de noodzakelijke kennis moet zijn om toe te treden tot de gemeenschap.  Het staat vast dat men zeker niet alle begrip en kennis kan vereisen van iemand die pas in het geloof staat. Dr. Thomas was er daarom van overtuigd dat men iemand tot de doop kan toe laten als deze een gedegen kennis blijkt te bezitten van deze eenvoudige waarheden. Ook al zouden zij slechts een eenvoudige uitleg van die Bijbelse principes kunnen voorleggen moeten we niet durven hen het “water te weren”. Eens iemand zich komt aanbieden om gedoopt te worden moeten wij na gaan of hij of zij voldoende kennis heeft van de Waarheid.

Indien de persoon getuigt te geloven in de vereiste van God in een perfect offer voordat Hij de zonde zou kunnen vergeven en dat Deze Enige Ware God voorzag in die éne die zich bereid toonde zich op te offeren, moeten wij dit teken van geloof aanvaarden. Natuurlijk moeten wij dan na zien of hij de persoon van Christus Jezus wel degelijk kan plaatsen en deze niet als God aanschouwt. Als de doopkandidaat getuigt kennis te hebben van Jezus rol en dat deze de gezondene van God is, de zoon van God en een profeet wiens woorden wij ter harte moeten nemen, moeten wij in die persoon een valide kandidaat zien.

Er mag geen reden zijn om de doop te verbieden omdat de kandidaat niet bekwaam zou zijn om uit te leggen waarom God een volmaakt offer nodig had, of waarom Hij het vergieten van bloed eiste voor de zonden konden worden vergeven.

Sommigen zullen zich wel afvragen waarom wij een ‘doop‘ vragen als mensen vroeger reeds gedoopt zijn. Daarbij moet men de vraag stellen of die mensen zelf persoonlijk een doopbelijdenis hebben afgelegd, of waren het anderen die het voor hem of haar hebben gedaan, zoals bij een kinderdoop gebeurt. Een baby heeft niet de kennis noch het verstand om al dan niet voor God te kiezen en kan zeker zich niet uitdrukken deze keuze voor God te maken. Ook heeft het nog geen zonden gedaan mist het nog niet in kennis is van wat mag en niet mag, van wat juist of verkeerd is.

In sommige kerkgemeenschappen mag dan wel een wederhelft van de babydoop bestaan met een geloofsbelijdenis die op latere leeftijd wordt afgelegd door de ‘communiekant’. Doch bij zo een eerste en bij de tweede of plechtige communie kan er geen sprake zijn van een doop of geldige doopbelijdenis, mist de doop door onderdompeling in water moet gebeuren. Bij die gemeenschappen waar men gelegenheid heeft om de belijdenis zogezegd te vernieuwen, valt op dat die jongeren bij zulke gelegenheid dan nog te jong zijn of niet echt een keuze kunnen maken maar eerder de traditie volgen om op die leeftijd zich aan te bieden voor een communiefeest en/of vormsel.

Bij zulke een gelegenheid om een geloofsbelijdenis af te leggen moet de persoon werkelijk voldoende bijzijn of haar zinnen zijn. Hij of zij moet getuigen van zelf een eigen keuze te maken zich aan te bieden voor God en de gemeenschap van Christus. Hierbij moet de persoon ook getuigenis afleggen en bewijzen dat hij of zij verandering wil hebben van het voorgaande, het voorbije leven. De bekeerling komt namelijk in een nieuw soort leven, in onderworpenheid aan God en niet meer in onderworpenheid aan de wereld.

Een goed begrip van eenvoudige elementen moet volstaan om de intrede te laten maken.

Het kan nuttig zijn om kennis te nemen van de belangrijkste oorzaken die hebben geleid dat mensen of zelfs broeders dwalen als ze geprobeerd hebben om dieper in de leer van de verzoening te gaan. Hiervoor moeten wij op onze hoede zijn.

Een van de oorzaken is door de tendens om de schaduw met de stof verwarren. Broeders hebben geredeneerd dat de aard van de wet die en die voorgestelde noodzakelijkheden en het offer van Christus moesten conformeren. De waarheid is natuurlijk precies andersom. Het werk van Christus was het zeer centrale kenmerk van het goddelijke doel en al de schaduwen van de wet moesten er aan voldoen. De apostel die schrijft aan de Hebreeën redeneert vanuit de types naar Christus, maar maakt het duidelijk dat Christus de stof is. Wij erkennen dat de geschriften van de apostelen precies dezelfde autoriteit hebben als het Oude Testament. We doen er daarom goed aan hun duidelijkste taal te nemen als onze gids en na te gaan dat ons begrip van types en symbolen er mee in lijn valt.

Ook zien wij dat er verwarring kan ontstaan door de neiging om een verklaring te zoeken op basis van een menselijke opvatting van logica en legaliteit. Vele jaren geleden moesten we erop wijzen dat terwijl de menselijke wetten vaak effecten hebben die ver verwijderd waren van de bedoeling van de makers van de wet, kan dit nooit het geval zijn met de wetten van God. We kunnen geen onderscheid herkennen tussen de goddelijke wet en de goddelijke wil. Als God een wet maakt is het de uitdrukking van Zijn wil voor het tijdstip waarop zij van toepassing is, en is het gemaakt met een volledige kennis van de gevolgen ervan (zie Handelingen 15: 18). We kunnen nauwelijks veronderstellen dat elke broer ooit deze stelling zou betwisten; maar sommigen hebben zodanig geredeneerd alsof ze nooit aan een dergelijk idee gedacht hebben. We doen er dus goed aan elkaar te herinneren aan deze eenvoudige waarheid, die ons verbiedt om onderscheid te maken tussen juridische behoeften en de goddelijke wil.

Bij het tot de gemeenschap willen behoren houdt in dat  men zijn taal en handelingen zal aanpassen zodat zij niet indruisen tegen de Wil van God. De bekeerling en diegene die tot de broedergemeenschap is toegetreden horen zich dan ook aan de ethiek en Goddelijke moraal te houden en zich goed te gedragen en met elkaar te communiceren met een waardig taal gebruik waarin dubbelzinnigheden best wordt vermeden.

Ernstige broeders en zusters, die popelen om de waarheid vast te houden, zijn soms verbijsterd en bijna afgeleid in de strijd van woorden, buiten hun vermogen om te begrijpen.

De ravage die dergelijke conflicten kunnen veroorzaken is misschien het best geïllustreerd door het feit dat een van de meest capabele mensen die we ooit in ons midden hadden, in zijn inspanningen voor juridische logica eindigde door het onderwijs van rechtvaardiging voor de zonde zonder geloof. Hierbij waren we allemaal traag om ons te realiseren van de volledige omvang van de positie. Ik herinner me goed de verbazing en ontsteltenis zelfs van één van zijn aanhangers toen hij voor het eerst dit aspect van de zaak werd getoond.

schrijft broeder Islip Collyer, die vervolgt

Ook nu is er dezelfde neiging tot juridische redenering met betrekking tot types en schaduwen met de duidelijke principes van de Schrift verwaarloosd. Hoewel twistende partijen de lading zouden ontkennen, is het een feit dat sommigen van hen voortdurend het feit uit het oog verliezen dat alle dingen in Gods handelen met deze wereld centreren rond Christus.

De reden dat alle dingen onder de wet werden gereinigd door het offer van bloed, was dat alle dingen in de komende eeuw ook door het offer van Christus tot stand zullen komen. In de redenering met de joden kan het nodig zijn om het argument te keren, maar wij die het voorrecht hebben om de inhoud van Gods grote doel te weten mogen dat nooit uit het oog verliezen .

File:1292-1-doop-kamerling.jpg

Tafereeltegel, tegel in tegelveld van vier stuks, twee hoog, twee breed, ‘De doop van de kamerling’, hoekmotief kwartrozet

Het is dat besef van onze reiniging door Christus zoenoffer dat ons moet overhalen om gereinigd te worden in het water van zuivering. Onze overgang van deze wereld tot de wereld van Christus moet via de weg verlopen van volledige onderdompeling als teken van witwassing. Hierbij moet het geloof er zijn dat Jezus zijn loskoopoffer ons de genade brengt van God. Enkel als de bekeerling werkelijk aanvaard dat Jezus zijn eigen wil opzij zette om de wil van God te doen, waarbij het duidelijk moet zijn dat daarom Jezus God niet kan zijn (want anders zou het steeds zijn wil zijn) en niet tegenstaande alle verleidingen zich toch gehouden heeft aan Gods Wil, zich aangeboden heeft als zoenoffer en een lam voor God, dan kan de gegadigde toe treden. Met het volle besef dat God niet in verleiding kan gebracht worden en niet kan sterven, alsook geen bloed heeft, moet de doopkandidaat dat bloedvergieten van Christus Jezus erkennen als een noodzakelijkheid om ons  voor eens en voor goed los te kopen. Maar daarbij zal hij of zij ook moeten beseffen dat door dat bloedvergieten de Genade van God over ons gekomen is maar ons niet het vrijrecht geeft om zomaar alles te doen wat wij wel graag zouden doen. Neen, een heel boel dingen blijven nog steeds ongeoorloofd en zullen steeds onaanvaardbaar zijn voor een ware volgeling van Christus Jezus.

De letterlijke waarheid geopenbaard in het Nieuwe Testament over de betekenis van het offer houdt in dat God zonden vergeeft en het eeuwige leven aanbiedt  aan de hand van het volmaakte offer gebracht door Christus in zijn leven en dood. Welke figuratieve of gedeeltelijk figuurlijk taal van de Bijbel mag gebruikt worden, dit is de echte betekenis. Gewassen in zijn bloed, onze zonden op Hem gelegd, een peiling van onze zonden in zijn eigen lichaam, de aankoop van zijn bloed, het losgeld, hij overgeleverd om onze zonden, de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen – al deze uitdrukkingen moet worden verstaan in harmonie met de letterlijke waarheid van die vergevende God.

Overtredingen van de goddelijke wet kan alleen opzij gezet worden door de vergeving en verdraagzaamheid van God. Fysieke onreinheid van de natuur kan slechts weggeblazen worden door de kracht van God. Het offer van Christus is de door God aangewezen basis, waarin God in Zijn genade en verdraagzaamheid vergeving en verlossing biedt aan zondaren.

“Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God;” (Romeinen 3:23 NBV)

“‘Gelukkig is de mens wiens onrecht is vergeven, wiens zonden zijn bedekt;” (Romeinen 4:7 NBV)

“In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade” (Efeziërs 1:7 NBV)

“die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.” (Colossenzen 1:14 NBV)

“Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:9 NBV)

“Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam.” (1 Johannes 2:12 NBV)

Het is die aanvaarding van Jezus zoenoffer door God en door ons welke dankzij Gods aanvaarding ons vrede en hoop mag brengen op bevrijding van de vloek der zonde of de vloek der dood.

Als we willen verder te onderzoeken en de vraag stellen waarom heeft God een dergelijk offer als de basis van de vergeving aangeboden aan de mensheid nodig heeft, zullen wij nooit een antwoord te vinden door middel van de verschillende interpretaties van de wet of gesprek van de straf als gevolg van de zonde. Goddelijke wet is gewoon een uitdrukking van de goddelijke wil. Het was niet de wil van God dat de mens zou zondigen, maar het was de wil van God dat de mens een vrije persoon zou moeten zijn en dat de dood het loon van de zonde moest zijn. Het was de wil van God, dat het menselijk ras, dat door de zonde verontreinigd is, geen toegang zou hebben tot Zijn heilige aanwezigheid, behalve op basis van een volmaakte offer.

En het is de wil van God dat we moeten inspelen op de genadige uitnodiging en dat wij worden gered op de basis die Hij heeft voorzien.

“Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.” (1 Thessalonicen 5:9 NBV)

Indien wij ons aanbieden zal God ons ook tegemoet komen want Hij is bij de mens, bereid om hen te ontvangen. Als we vragen waarom God een dergelijk offer nodig heeft, moeten we een morele verklaring zoeken. Het is geen antwoord om de wet aan te halen die zijn wil tot uitdrukking brengt. Geleid door de Schrift kunnen we een morele verklaring vinden die elke eis dat de intelligentie kan maken voldoet. Het volmaakte offer was nodig zodat het vlees daadwerkelijk kan worden ontkend, dat de zonde zou kunnen worden overwonnen en veroordeeld, dat de gerechtigheid en heiligheid van God zou worden verklaard, en dat de zondige mens zou vernederd worden, zonder een deeltje van de grond voor roem over te laten aan hem.

“23 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; 24 en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. 25 (25-26) Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft. 26 27 Kunnen wij ons dan nog ergens op laten voorstaan? Dat is uitgesloten. En door welke wet komt dat? Door de wet die eist dat u hem naleeft? Nee, door de wet die eist dat u gelooft.” (Romeinen 3:23-27 NBV)

“Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij was door de menselijke natuur, dat heeft God tot stand gebracht. Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen Zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft hij in dit bestaan met de zonde afgerekend,” (Romeinen 8:3 NBV)

“1  U was dood door de misstappen en zonden 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4  Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5 heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6 Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7 Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8 Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9 en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.” (Efeziërs 2:1-9 NBV)

Nu is het geloof in Christus Jezus essentieel om tot God te komen en zij die tot de gemeenschap van Christus willen komen moeten die Nazareense man ook werkelijk de volle erkenning geven voor wie hij is en voor wat hij gedaan heeft. Zij die zich vroeger Christen noemden maar geloofden dat Jezus God zou zijn hun voorgaand doopsel heeft generlei waarde, mits het de persoon en daad van Jezus niet ten volle erkende – een essentieel punt van Christelijk geloof.

God maakte het duidelijk, zelfs in oude tijden, dat de mensheid enkel tot Hem kon naderen met een nederig geloof en aan de hand van het bloed vergieten. Hij gaf een wet die de zondigheid en hulpeloosheid van Zijn volk benadrukte. De erkenning van dat bloedvergieten van Jezus opent die weg naar God. Enkel dat zoen- of reinigingsoffer kan de zonden op zij zetten en vergeving afroepen.

“U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.” (Romeinen 8:15 NBV)

“Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig.” (Romeinen 5:2 NBV)

“Hij moet de stier op dezelfde wijze offeren als de stier van zijn eigen reinigingsoffer. Zo voltrekt de priester voor het volk de verzoeningsrite en krijgt het vergeving.” (Leviticus 4:20 NBV)

“Al het vet moet hij op het altaar verbranden, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt. Zo voltrekt de priester voor de leider van het volk de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:26 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het op het altaar verbranden als een geurige gave die de HEER behaagt. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:31 NBV)

“Al het vet moet hij verwijderen, zoals ook met het vet van het schaap voor het vredeoffer gedaan wordt, en hij moet het verbranden op het altaar, samen met de andere offergaven voor de HEER. Zo voltrekt de priester voor de persoon in kwestie de verzoeningsrite voor wat hij misdaan heeft, en krijgt deze vergeving.” (Leviticus 4:35 NBV)

God beloofde een verlosser, die een einde moest maken aan zonde en “eeuwige gerechtigheid brengen” (Dan. 9). Toen de volheid van de tijd gekomen was onthulde Hij die regeling van de liefde waarin zelfs de engelen hadden gewenst te kijken. Hij maakte de selectie van een maagd uit het huis van Israël en produceerde uit haar iemand die sterk genoeg was voor het grote werk dat nodig zou moeten zijn. Dus het vlees werd verstoten, zelfs in de geboorte van Christus, werd de zonde overwonnen en veroordeeld in elke daad van zijn leven, en uiteindelijk presenteerde hij vrijelijk de laatste gehoorzaamheid tot de dood toe, dat hij naar onsterfelijkheid en glorie kon worden opgewekt uit de doden als de kapitein van onze zaligheid volmaakt door lijden.

“Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.” (Hebreeën 2:10 NBV)

In onze onvolmaaktheid moeten wij oog hebben voor eenieder die zich aan biedt om opgenomen te worden in de gemeenschap van Christus. Niemand kan de volledige waarheid bezitten noch volmaakt zijn tot in de uiteinden van zijn lenden. Maar door te erkennen dat Jezus als mens daar wel in geslaagd is geven wij toe aan God dat wij onder zijn bescherming willen komen te staan.

Aan Jezus werd veel gegeven maar ook veel gevraagd. Datgene wat van hem gevergd werd zouden velen van ons niet eens halen. Hij werkte zijn perfectie uit en bracht redding door de kracht die God hem gaf, en dus door hem opende God de manier van leven voor ons. Hier is de zondige natuur die alleen hulpeloze zondaars, gecontroleerd, veroordeeld en uiteindelijk de sterke Zoon van God weg zette in zijn volmaakte gehoorzaamheid van leven en dood. Op basis hiervan kan de mensheid de heiligheid van de Schepper benaderen en kunnen de mensen van het geloof, alhoewel zondaars, worden verhoogd tot het goddelijke. Op deze basis van de overwonnen zondige natuur, verworpen en veroordeeld door de ene die God sterk voor Zichzelf maakte, vergeeft God. Dat is de werkelijke betekenis van de verzoening.

Het Nieuwe Testament beschrijft het offer van Christus in duidelijke en letterlijke taal. Laten we alle figuren en symbolen  interpreteren op basis van de duidelijke uitspraken. God, die het einde vanaf het begin weet, Die doet naar Zijn wil, maar die “Zichzelf niet kan verloochenen” voorzag de voorwaarde voor het veroordelen en het overwinnen van zonden op basis waarvan Hij met veel verdraagzaamheid diegenen vergeeft die Hem behagen door hun geloof .

Aldus moet diegene die zich ook aan biedt om als kind van God in de gemeenschap opgenomen te worden, spijt betuigen van voorheen gedane fouten en hier om vergiffenis vragen.

Veel controverse is ontstaan door de vraag of Christus voor zijn eigen reiniging aangeboden. Het is grotendeels een oorlog van woorden, te wijten aan de ene kant om een angst te zeggen of een abonnement op iets denigrerende aan Christus en aan de andere kant misschien een neiging tot terugvallen in de oude overdrijving van ‘erfzonde’ geweest. Er behoort niet tot een minuut moeite met het omgaan met de vraag en het veiligstellen van overeenkomst.

Verder zal hij ook de belofte moeten maken om de ‘zonde’ in het vlees terzijde te zetten. (Uiteraard is het een afgeleide of secundaire betekenis van het woord, voor het primaire betekenis van de zonde is overtreding van de goddelijke wet.)

Zij die Jezus als God aanschouwen vallen buiten beschouwing voor het geloof in Christus, want zij negeren de persoonlijkheid van de Nazareense Jood. Zoals wij worden geboren met de mogelijkheid tot zondigen was dat ook zo bij Jezus. Hij was echter sterk genoeg om dit niet te doen en zich vrij van zonden te houden. Zij die beweren dat hij daarom wel God moest zijn  vergeten dat zij zo van God een vreselijk wezen maken die wetten oplegde aan Zijn schepselen waarvan Hij wist dat zij die toch niet zouden kunnen houden. Om te veronderstellen dat een buitengewoon zuiver en rechtvaardig mens deze zwakte minder dan anderen zou voelen is een enorme vergissing. De waarheid is andersom. De man met de hoogste idealen en de meest spirituele geest zal de strijd meest voelen. Om te suggereren dat Christus in alle dingen werd verzocht als wij en toch zonder deze wet van de zonde in zijn leden is, is een verkondiging in complete tegenspraak. Het is hetzelfde als zeggen:

“Behalve dat hij in het geheel niet geneigd was!”

Suggesties van buitenaf zijn geen verleiding op ons als ze geen beroep doen op iets in. Christus droeg alleen deze zelfde ontkende natuur die wij dragen. God kan niet verleid worden maar Jezus wel (mits hij god niet is) maar doordat hij niet voor de verleiding viel kon niet veroordeeld worden en overwon zonde. Christus droeg deze kwaliteit in het vlees, maar hij heeft nooit toegestaan om “zwanger te worden van zonde”, zelfs tot op het punt van de zondige gedachte. Daarin was dit voor hem de meest geweldige strijd en de meest onheilspellende overwinning van alle menselijke ervaring.

Zoals Jezus gehoorzaamheid aan God vertoonde moet diegene die zich christen wil noemen ook gehoorzaamheid aan God willen vertonen en tegelijkertijd ook de leer van Christus Jezus na volgen.  anders heeft hij of zij geen recht om zich Christen te noemen.

Na het tot het geloof komen en de wil zich aan God en Zijn gemeenschap over te geven moet blijken dat die persoon ook daadwerkelijk de wil van God wil uitvoeren.

Christus kwam om Gods wil te doen, hij was in alles gehoorzaam tot de dood, en zo met zijn eigen bloed, met andere woorden, op basis van zijn volmaakte offer, ging hij het Allerheiligste in om voor ons een voorspreker of bemiddelaar te zijn. Met zijn eigen bloed betrad hij het heilige der heiligen, een eeuwige verlossing, en wij, als we getrouw zijn, kunnen eindelijk ” van onze zonden in zijn bloed worden gewassen” en bedekt worden met zijn gerechtigheid.

Zij die in Jezus geloof stellen zullen ook terecht mogen inzien dat God bereid is om hen te accepteren, te vergeven en te reinigen, dit op basis van het volmaakte leven en de dood van Zijn Gezalfde Zoon. Hen is het gegeven om zich aan te bieden om gedoopt te worden en deel uit te maken van de gemeenschap van broeders en zusters in Christus.

+

Voorgaande artikelen

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

16° Eeuwse Broeders in Christus

++

Aanvullende artikelen

  1. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  2. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  3. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  4. Op zoek naar spiritualiteit 5 Vrucht van de geest
  5. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  6. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  7. Kiemend zaad
  8. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  9. Doop
  10. Doopsel
  11. Doop en Geloof
  12. Dopen en herdopen
  13. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  14. Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk
  15. Ontdopen gaat verder in België, een keerpunt om stil bij te staan
  16. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #9 Controverse betreft doop
  17. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten
  18. 16° Eeuwse Broeders in Christus
  19. Synode: Jezus annuleerde Bijbels ‘Gekozen volk’
  20. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  21. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  22. Doopverplichting bij Baptisten
  23. Nederlandse Raad van Kerken wil gezamelijke dooperkenning
  24. Pinksterkerken en RKK dichter bij elkaar
  25. Doop in de huiskerk
  26. Religieuze feesten in mei 2016
  27. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

+++

Aanverwante lectuur

  1. Hoe weet je eigenlijk of God bestaat? @trouw #geloof(sovertuiging) #religie #bewijzen
  2. Wijsheid op woensdag: religiegoïsme
  3. Wie of wat is God?
  4. Geloof
  5. Life Changing
  6. Herbelijdenis
  7. Over communies en vestimentaire keuzes maken
  8. en toen was het eindelijk zo ver !!!!
  9. foto souvenierke
  10. ‘n Paar geloofsvrae bespreek
  11. Stel je eens voor, als dat zou kunnen …
  12. YHWH, ons Skepper
  13. Lewe en dood
  14. Pasen 2016
  15. Hoop
  16. Goal
  17. Gehandicapte mensen: goed of slecht voor het karma van gelovigen?
  18. Ascension Day

Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen

Wanneer jij jezelf een christen noemt hoort heeft dit te betekenen dat jij Christus Jezus volgt, de Nazarener jood waarvan God verklaarde dat hij Zijn eniggeboren zoon is.

Om jezelf christen te noemen betekent ook dat u één met Christus wenst te worden, zoals Christus één is met zijn Vader, de Enige Ware God. Een dergelijke eenheid zal je niet tot God maken, zoals die eenheid Jezus niet tot God heeft gemaakt (zoals vele christenen denken). Maar je conditie van je hart moet dicht bij de conditie van Jezus’ hart liggen, vol vreugde in de bereidheid je eigen wil niet te doen, zoals Jezus zijn eigen wil niet deed (wat hij gedaan zou hebben als hij God is), maar bereid zijn te allen tijde de Wil van God te doen.

Als een volgeling van Jezus (wat een ‘christen zijn‘ ook zou moeten betekenen), moet uw hart vol liefde voor anderen, zoals Jezus een ongelooflijke liefde voor andere mensen had, zelfs bereid om voor hen te sterven. Alle dingen zijn overgeleverd geworden aan Jezus door zijn vader. Deze man, uit Nazareth, die we moeten volgen onthulde de Elohim Hashem Jehovah. Jezus vroeg ons tot Hem te komen, al die vermoeid en belast zijt, en hij zal ervoor zorgen dat we rust vinden. Als volgelingen van Christus hebben we Jezus’ juk op ons te nemen en te leren van hem, want hij was zachtmoedig en nederig van hart, en wij zullen rust vinden voor onze zielen.

“27 Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren. 28 Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. 29 Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden,” (Mattheüs 11:27-29 NBV)

We hebben ons hart dat functioneert als de bron van het denken en reflectie.

“Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’” (Jesaja 6:10 NBV)

“21 Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, 22 overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; 23 al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’” (Markus 7:21-23 NBV)

Als christenen moeten we horen wat Jezus Christus de wereld vertelt en dat proberen te begrijpen en kunnen we niet die dingen die hij zegt negeren, zoals over zijn hemelse Vader die groter is dan hem. Met ons hart moeten we tot verstand komen.

“Laat ieder van u dan beseffen dat de HEER, uw God, u opvoedt zoals een vader zijn kind opvoedt.” (Deuteronomium 8:5 NBV)

“Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.” (Jesaja 42:25 NBV)

De Bijbelse waarheid is het die we ter harte moeten nemen en niet de menselijke leerstellingen die mist brengen voor onze ogen en oren en wil dat wij doctrines die niet in de Bijbel zijn geschreven geloven.

Laten we daarom de woorden van de Bijbel tere harte nemen als getrouw en waardevol, in de wetenschap dat zij de wijsheid geven om te begrijpen, maar ook om rechtvaardig en verstandig te regeren, en onderscheidt van goed en kwaad te hebben.

“zal ik je wens vervullen. Ik zal je zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft.” (1 Koningen 3:12 NBV)

“Uit alle delen van de wereld kwamen mensen naar Salomo toe om te luisteren naar de wijsheid waarmee God hem vervuld had.” (1 Koningen 10:24 NBV)

“En de koning vervolgde: ‘U weet maar al te goed wat u mijn vader David hebt aangedaan. De HEER zal u uw wandaad vergelden;” (1 Koningen 2:44 NBV)

De meester leraar rabbijn Jeshua volgend als de zoon van David, zijn voorvader en de andere profeten die naar de wereld werden gestuurd, moet ons hart ook het idee van de wil en het geweten vertegenwoordigen.

“(24:6) Zijn hart bonsde ervan,” (1 Samuël 24:5 NBV)

“Toen het tot David doordrong wat hij had gedaan, sloeg de schrik hem om het hart. Hij zei tegen de HEER: ‘Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Ach HEER, vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.’” (2 Samuël 24:10 NBV)

Laten we vragen voor een rein hart als een centrum voor besluitvorming, gehoorzaamheid, toewijding en intentionaliteit, die het verlangen naar een nieuwe en meer perfect geweten vormen.

“(51:12) Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,” (Psalmen 51:10 NBV)

“Daarom-spreekt de HEER -,keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.” (Joël 2:12 NBV)

“Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’” (Handelingen 2:37 NBV)

“Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.” (Mattheüs 5:8 NBV)

“U hebt al deze grootse dingen gedaan en ze aan mij bekendgemaakt omdat u handelt naar uw woord en u houdt aan wat u zich hebt voorgenomen.” (2 Samuël 7:21 NBV)

Wij hebben Gods Woord om ons te begeleiden, waarin wij terug kunnen vinden hoe Jehovah, God, steeds de mensen heeft begeleidt en voor hen grote dingen heeft gedaan.

His Only-begotten Son and the Word of God 1885...

Gods eniggeboren zoon en het Woord van God

In het hart kunnen we het woord van God ontmoeten, naar haar luisteren en het ter harte nemen, of we kunnen, het zoals de meerderheid van de bevolking doet, negeren of zelfs verafschuwen. Aan ons is de keuze om het naar waarheid te aanvaarden en lief te hebben. Het is in ons hart dat dat onfeilbare Woord van God, opgetekend in het Boek der boeken, zal moeten rijpen en groeien. Het is in het hart waar het zaad zal moeten worden geplant om een discipel van Jezus te worden, naar aanleiding van zijn taken, om uit te gaan in de wereld om dat Woord van God te verkondigen, waardoor het Goede Nieuws van het komende Koninkrijk zich verder zal kunnen verspreiden. Net als Jezus vreesde zijn hemelse Vader en een trouwe dienaar was van Jehovah, de God van Abraham, ook wij moeten zo’n trouwe dienaar worden en alle grote dingen overwegen, die over ons gekomen zijn door de genade van God.

“Dus: heb ontzag voor de HEER en wees hem oprecht, met hart en ziel toegewijd. U hebt immers zelf ervaren welke grootse daden hij voor u heeft verricht.” (1 Samuël 12:24 NBV)

“Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, ik keer mij nooit meer van hen af en zal hen altijd zegenen. Ik zal hen met ontzag voor mij vervullen, zodat zij zich nooit meer van mij zullen afkeren.” (Jeremia 32:40 NBV)

“Ach, HEER, ik ben uw dienaar, uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares: u hebt mijn boeien verbroken.” (Psalmen 116:16 NBV)

“‘Hier is de dienaar die ik mij gekozen heb, die ik liefheb en in wie ik vreugde vind. Ik zal hem vervullen met mijn geest, aan alle volken zal hij het recht verkondigen.” (Mattheüs 12:18 NBV)

“door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar.’” (Handelingen 4:30 NBV)

“Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.” (Mattheüs 6:24 NBV)

“Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg,” (Mattheüs 24:48 NBV)

“Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’” (Lukas 17:10 NBV)

“Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn.” (Romeinen 6:6 NBV)

“We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van de wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.” (Romeinen 7:6 NBV)

“U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven van mensen.” (1 Corinthiërs 7:23 NBV)

“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde,” (Galaten 5:13 NBV)

“Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.” (Mattheüs 24:14 NBV)

“Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben, ‘zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’” (Johannes 18:37 NBV)

“De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” (Openbaring 12:17 NBV)

“Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat hij het is die door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden.” (Handelingen 10:42 NBV)

We kunnen gebonden zijn door de wereld, maar ons hart zal die wereld van mensen die geen interesse hebben in God moeten verlaten. Ons hart moet open staan voor hen om hen op te roepen om tot Jezus en zijn God, de Enige Ware God, de God van Israël te komen.

Ons hart moet de locatie zijn waar de conversie plaatsvindt.

“(51:12) Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,” (Psalmen 51:10 NBV)

“Daarom-spreekt de HEER -,keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.” (Joël 2:12 NBV)

“Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’” (Handelingen 2:37 NBV)

Wanneer ons hart op de juiste plaats is, de liefde van Christus deelt met anderen, en daarbij een goed voorbeeld voor anderen zijn, zullen we in staat zijn om degenen die de roep van God zullen kunnen ontvangen, dichter bij God te brengen en bij de poorten van het koninkrijk van God, dat is geopend voor iedereen, die willen komen via Christus Jezus en leven volgens de wensen van God.

+

Engelse versie / English version: Christians having the right heart to call others to go to God

Voorgaande teksten

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar

++

Aanvullende lectuur

  1. Bijbelgezegden over God
  2. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  3. Eigenheden aan God toegeschreven
  4. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  5. Eigenheden aan Jezus toegeschreven
  6. Één met Christus
  7. Eenheid in Jezus en Jezus in ons en God in hem
  8. >Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  9. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de HoeksteenVerzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in ChristusVerzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  10. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijnAl-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7
  11. Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  12. Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen
  13. Een hart op de juiste plaats en helder brandend geloof
  14. Bent u op zoek naar antwoorden en Bent u op zoek naar God
  15. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  16. Kan men God zoeken en ervaren
  17. De Schepper God wil gevonden worden
  18. De Bijbel 7: Boeken voor de juiste houding en keuze
  19. Bijbel Nuttige Gids voor kennis, onderricht en aanmoediging
  20. Bijbel – Woord van God tot lering en opvoeding
  21. Is er een verbinding tussen God en mens?
  22. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  23. Het eerste op de lijst van de zorgen van de heilige
  24. Christelijke Overdenking: Zijn broeder haten
  25. Opdracht om anderen lief te hebben
  26. Leef …
  27. Woede en wraak
  28. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  29. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde
  30. Doe het passende voor een vriend
  31. De geboden observerend, uitvoerders wordend van het Woord
  32. Hoe we denken schijnt door in hoe we handelen
  33. Hermeneutiek om uit te dragen #5 Beeldvorming
  34. Hoe is jouw film van je leven?
  35. Anders dan anderen
  36. Denkers in de maatschappij
  37. Bijbel op de eerste plaats #2/3
  38. Missionaire hermeneutiek 4/5
  39. Missionaire hermeneutiek 5/5
  40. Zet het gehele pantser op van God
  41. Waarheid, wat is het eigenlijk
  42. Stil blijven wanneer Gods waarheid onder vuur wordt genomen
  43. Eerst denken dan praten
  44. Wat Jezus Deed: Wanneer waarheid niet het doel is & Belangrijkste dingen
    eerst
  45. De inspirerende goddelijke vonk
  46. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  47. Waarheid speelt nooit valse rollen van welke aard dan ook
  48. De naakte waarheid is altijd beter dan de best geklede leugen
  49. Ongewapende waarheid en de onvoorwaardelijke liefde
  50. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  51. Verbum Domini
  52. Verkondigen
  53. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  54. Hermeneutiek om uit te dragen #4 Uitzendkanaal
  55. Hermeneutiek om uit te dragen #10 Verkondigen
  56. Door verkondiging ook geruster
  57. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
  58. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  59. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  60. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  61. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  62. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  63. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  64. De ecclesia als lichaam van Christus
  65. Intenties van de ecclesia
  66. Goed Nieuws brengen met en door voorbeeld

+++

Verder aanvullend leesmateriaal

  1. Radicaliteit is gevaarlijk
  2. Vrije-uitloopchristen
  3. Zij en Ik.
  4. Tel je zegeningen
  5. Pinksteren: Het begin van de Christelijke kerk en
  6. Ben ik meer waard dan een vluchteling?
  7. Back to Basics {Afrikaans} So, wat beteken dit om ‘n Christen te wees?
  8. God vs. His followers

+++

Related articles

Jehovah kan hem staande houden

Wie zijt gij, dat gij de huisknecht van een ander oordeelt?+ Hij staat of valt voor zijn eigen meester.+ Hij zal trouwens staande worden gehouden, want Jehovah* kan hem staande houden.+ (Romeinen 14:4)

een ander oordeelt?:

  • Jakobus 4:12: 12 Eén is wetgever en rechter,+ hij die kan redden en vernietigen.+ Maar gij, wie zijt gij, dat gij [uw] naaste oordeelt?+
  • Lukas 6:37: 37 Houdt bovendien op met oordelen, en GIJ zult geenszins geoordeeld worden;+ en houdt op met veroordelen, en GIJ zult geenszins veroordeeld worden. Blijft vrijlaten, en GIJ zult vrijgelaten worden.+
  • Romeinen 2:1 2 Daarom zijt gij, o mens,+ wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen wanneer gij oordeelt;+ want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf, aangezien gij die oordeelt,+ dezelfde dingen beoefent.+
  • Romeinen 14:10: 10 Maar waarom oordeelt gij uw broeder?+ Of waarom ziet gij ook neer op uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel+ van God staan;
  • Romeinen 14:13: 13 Laten wij elkaar daarom niet langer oordelen,+ maar neemt liever deze beslissing,+ een broeder+ geen struikelblok+ in de weg te leggen noch iets waarover hij kan vallen.
  • 1 Korinthiërs 4:5: Oordeelt daarom niets+ vóór de bestemde tijd, totdat de Heer komt,+ die zowel de verborgen dingen der duisternis aan het licht zal brengen+ als de raadslagen der harten openbaar zal maken,+ en dan zal een ieder zijn lof van God ontvangen.*+
  • Jakobus 4:11-12: 11 Spreekt niet langer ten nadele van elkaar, broeders.+ Wie ten nadele van een broeder spreekt of zijn broeder oordeelt,+ spreekt ten nadele van de wet en oordeelt de wet. Nu dan, indien gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader van de wet, maar een rechter.+  12 Eén is wetgever en rechter,+ hij die kan redden en vernietigen.+ Maar gij, wie zijt gij, dat gij [uw] naaste oordeelt?+

Hij staat of valt voor zijn eigen meester

  • 1 Korinthiërs 4:4: Want ik ben mij er niet van bewust+ dat er iets tegen mij is. Toch is daardoor nog niet bewezen dat ik rechtvaardig ben, maar hij die mij onderzoekt, is Jehovah.*+

Jehovah {„Jehovah”, J18,23; P46אABC(Gr.): ho Kuʹri·os; DVgSyh: „God.”} kan hem staande houden:

  • Jeremia 35:19:19 daarom heeft Jehovah der legerscharen, de God van I̱sraël, dit gezegd: „Van Jo̱nadab, de zoon van Re̱chab, zal niet worden afgesneden een man die voor altijd*+ voor mijn aangezicht staat.”’”*+

 

Jehovah kan hem staande houden. — Rom. 14:4.

Het gaat erom wat God van ons vindt. Jehovah waardeert onze toewijding en loyaliteit aan hem en beoordeelt ons niet op onze prestaties. En het zou kunnen dat je meer voor Jehovah hebt gedaan dan je beseft. Waarschijnlijk heb je een goede invloed gehad op anderen in de gemeente en ook op personen in je gebied die dankzij jouw inspanningen over de waarheid hebben gehoord. Bezie elke taak die je van Jehovah krijgt als een bewijs dat hij met je is (Jeremias 20:11). Misschien ben je ontmoedigd omdat je dienst onproductief lijkt of omdat een bepaald geestelijk doel onbereikbaar lijkt. Toch heb je nog steeds het grootste voorrecht dat er is: het goede nieuwsprediken en Gods naam dragen. Blijf Jehovah daarom trouw. Dan kan er ook tegen jou gezegd worden:

„Ga de vreugde van uw meester binnen” (Matth. 25:23).

w14 15/3 2:17, 18

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig - samen sterk in de verkondiging van het Goede Nieuws en bekendmaking van Gods Heilige Naam en Zijn Plan van wereldvrede

Saam sterk verenig in die deel met mekaar van die Waarheid van God, vol durf om daar op uit te trek om die Goeie Nuus te verkondig – samen sterk in de verkondiging van het Goede Nieuws en bekendmaking van Gods Heilige Naam en Zijn Plan van wereldvrede

+

Voorgaande:

Jehovah kan hom staande hou

Deel van God se Rykdom en Wysheid

Freigeben von Gottes Reichtum und Weisheit

Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid

Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad

++

Aanvullende lektuur:

  1. Geloof aan mijn voordeur
  2. De Mens op zoek naar God
  3. Intentie en Toewijding

In Talen sprekend

 

 

 

5 Nu woonden er in Jeru̱zalem joden,{1} eerbiedige mannen,{2} die afkomstig waren uit elk van de natiën die er onder de hemel zijn. 6 Toen dan dat geluid ontstond, kwam de menigte bijeen en was verbijsterd, daar iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ja, zij waren verbaasd en gingen zich verwonderen en zeiden: „Ziet, zijn niet allen die daar spreken, Galileeërs?{3} 8 Hoe komt het dan dat een ieder van ons zijn eigen taal hoort, waarin wij werden geboren? 9 Parthen en Meden{4} en Elamieten,{5} en de bewoners van Mesopota̱mië, en Jude̱a{6} en Kappado̱cië,{7} Po̱ntus{8} en het [district] A̱sia,{9} 10 en Fry̱gië{10} en Pamfy̱lië,{11} Egy̱pte en de streken van Li̱bië, dat bij Cyre̱ne ligt, en de hier tijdelijk verblijvende mensen uit Ro̱me, zowel joden als proselieten,{*+12} 11 Kretenzers {13} en Arabieren,{14} wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken.” 12 Ja, zij waren allen verbaasd en verkeerden in verlegenheid en zeiden tot elkaar: „Wat heeft dit toch te betekenen?” 13 Anderen echter bespotten hen en zeiden voorts: „Zij zijn vol zoete wijn.”{15}

*

(NWV)

 

 

Pentecostés. Óleo sobre lienzo, 275 × 127 cm. ...

 

~~~

 

{1} joden: (Exodus 23:17) 17 Bij drie gelegenheden in het jaar zal al wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht van de [ware] Heer,* Jehovah,* verschijnen.+

{2} eerbiedige mannen: (Handelingen 22:12): 12 Een zekere Anani̱as nu, een eerbiedig man naar de Wet, over wie door alle joden die daar woonden een goed bericht werd uitgebracht,+

{3} Galileeërs: (Markus 14:70): 70 Hij ontkende het opnieuw. En even daarna zeiden de omstanders nu nogmaals tot Pe̱trus: „Zeker, gij zijt een van hen; trouwens, gij zijt een Galileeër.”+

(Handelingen 1:11): 11 en zij zeiden: „Mannen van Galile̱a, waarom staat GIJ in de lucht te kijken? Deze Jezus, die van U werd opgenomen in de lucht, zal aldus op dezelfde wijze komen+ als GIJ hem in de lucht* hebt zien gaan.”

{4} Parthen en Meden: (2 Koningen 17:6): 6 In het negende jaar van Hose̱a nam de koning van Assy̱rië Sama̱ria in,+ waarna hij I̱sraël in ballingschap voerde+ naar Assy̱rië en hen liet wonen in Ha̱lah+ en in Ha̱bor aan de rivier de Go̱zan+ en in de steden van de Meden.+

{5} Elamieten: (Daniël 8:2): 2 Ik dan zag in het visioen; en het geschiedde, terwijl ik zag, dat ik in de burcht Su̱san+ was, die in het rechtsgebied E̱lam+ ligt; vervolgens zag ik in het visioen, en ikzelf bevond mij aan de waterloop* van de U̱lai.+

{6} Jude̱a:(Mattheüs 24:16): 16 laten dan zij die in Jude̱a zijn, naar de bergen vluchten.+

(Markus 1:5): 5 Bijgevolg trokken heel het gebied van Jude̱a en alle inwoners van Jeru̱zalem naar hem uit, en zij werden door hem gedoopt in de rivier de Jorda̱a̱n, terwijl zij openlijk hun zonden beleden.+

{7} Kappado̱cië: (1 Petrus 1:1): 1 Pe̱trus,* een apostel+ van Jezus Christus, aan de tijdelijke inwoners+ die verstrooid zijn*+ in Po̱ntus, Gala̱tië, Kappado̱cië,+ A̱sia en Bithy̱nië, aan hen die uitverkoren zijn+

{8} Po̱ntus: (Handelingen 18:2): 2 En hij trof er een zekere jood aan genaamd Aqu̱i̱la,+ van geboorte uit Po̱ntus, die onlangs uit Ita̱lië+ was gekomen, en zijn vrouw Priski̱lla, omdat Cla̱u̱dius+ bevolen had dat alle joden uit Ro̱me moesten vertrekken. Hij dan ging naar hen toe,

{9} [district] A̱sia: (Handelingen 13:1): 13 In Antiochi̱ë nu waren in de plaatselijke gemeente profeten+ en leraren: Ba̱rnabas en ook Si̱meon, die Ni̱ger werd genoemd, en Lu̱cius+ van Cyre̱ne, en Ma̱naën, die met de districtsregeerder* Hero̱des was opgevoed, en Sa̱u̱lus.

(1 Petrus 1:1): 1 Pe̱trus,* een apostel+ van Jezus Christus, aan de tijdelijke inwoners+ die verstrooid zijn*+ in Po̱ntus, Gala̱tië, Kappado̱cië,+ A̱sia en Bithy̱nië, aan hen die uitverkoren zijn+

{10} Fry̱gië: (Handelingen 16:6): 6 Zij trokken ook door Fry̱gië en het land van Gala̱tië,+ omdat* het hun door de heilige geest was verboden het woord in het [district] A̱sia te spreken.

(Handelingen 18:23): 23 En nadat hij daar enige tijd had doorgebracht, vertrok hij en ging van plaats tot plaats het land van Gala̱tië+ en Fry̱gië+ door en versterkte+ alle discipelen.

{11} Pamfy̱lië: (Handelingen 13:13): 13 Van Pa̱fos voeren de mannen, te zamen met Pa̱u̱lus, nu weg en kwamen te Pe̱rge in Pamfy̱lië+ aan. Maar Joha̱nnes+ scheidde zich van hen af en keerde naar Jeru̱zalem terug.+

(Handelingen 15:38): 38 Maar Pa̱u̱lus achtte het niet juist hem mee te nemen, aangezien hij hen van Pamfy̱lië af had verlaten+ en zich niet met hen tot het werk had begeven.

{*+12} proselieten Of: „bekeerlingen.”: (Exodus 12:48): 48 En ingeval er een inwonende vreemdeling bij u vertoeft en hij het Pascha voor Jehovah werkelijk wil vieren, laten dan al de zijnen die van het mannelijk geslacht zijn, besneden worden.*+ Eerst dan mag hij naderen om het te vieren; en hij moet als een in het land geborene worden. Maar geen onbesnedene mag ervan eten.

(Jesaja 56:6): 6 En de buitenlanders die zich bij Jehovah hebben aangesloten om hem te dienen+ en om de naam van Jehovah lief te hebben,+ ten einde hem tot knechten te worden, allen die de sabbat houden om hem niet te ontheiligen en die vasthouden aan mijn verbond,+

{13} Kretenzers: (Titus 1:12): 12 Iemand van hen, hun eigen profeet,* heeft gezegd: „Kretenzers zijn altijd leugenaars, schadelijke+ wilde beesten, werkeloze veelvraten.”*

{14} Arabieren: (2 Kronieken 17:11): 11 En van de Filistijnen bracht men Jo̱safat geschenken+ en geld als schatting.+ Ook de Arabieren+ brachten hem kleinveekudden: zevenduizend zevenhonderd rammen en zevenduizend zevenhonderd bokken.+

{15} vol zoete wijn: (1 Samuël 1:14): 14 Daarom zei E̱li tot haar: „Hoe lang zult gij u nog als een beschonkene gedragen?+ Doe uw wijn van u weg.”

~~~~

Betreft het in “talen spreken” of “in tongen spreken” kan u ook het Engelstalige artikel lezen: Is Speaking in Tongues an Evidence of True Worship? waar de auteur de trend van het “spreken in tongen” bekijkt volgens de Schriftuurlijke waarde.

Het is namelijk zo dat wij een aantal religieuze organisaties kunnen zien in het Christendom die spreken in tongen prominent maken in hun aanbidding.
Volgens hen is “spreken in tongen” een noodzakelijke voorwaarde van de ware aanbidding. Zij geloven “in de doop van de Heilige Geest, zoals het was op de dag van Pinksteren en zij geloven dat iedereen die de Heilige Geest ontvangt met andere tongen zal spreken. Vooral de Pinksterkerken  of Pinkstergemeenten zijn zulke enorm groeiende kerkgemeenschapen waar men dit aanhoudt.

Men mag ernstig de vraag stellen of het wel zo is dat “spreken in tongen” een onderscheidend kenmerk van een ware christenen is.

Best kan u de vroege kerkgeschiedenis bekijken en zien wat er in de eerste dagen van het Christendom gebeurde. Men kan zelfs verder gaan dan de uitstorting van de Heilige Geest op de apostelen. Want indien het een belangrijk element zou zijn om in tongen te spreken zou Jezus dit toch ook gedaan hebben. Maar heeft Jezus in tongen gesproken?

Jezus genas de zieken, wekte de doden op en verrichte vele andere verbazingwekkende daden. Deze wonderbaarlijke krachten identificeerde hem als een ware profeet en dienaar van God, net zoals het uitvoeren van wonderen Mozes ‘authenticiteit bewezen dat deze als Gods profeet de wereld kon in gaan.

Jezus staat zo ook als profeet vermeld in de Heilige Schrift en openbaarde Gods Werken. Hij sprak echter niet bepaald in vreemde talen, maar eerder in steeds een duidelijke taal, niets verbloemend, alleen soms omschrijvend wanneer hij in vergelijkingen, gelijkenissen of parabels sprak. Die vertelling of niet echt gebeurde zaken vertelde Jezus om zaken te verduidelijken. Hij sprak ze wel in de taal van de toehoorders.

Het spreken in tongen was niet een van de wonderlijke krachten uitgeoefend door Jezus. Het was niet tot het feest van Pinksteren GT 33 dat deze gave eerst werd ontvangen, en bij die gelegenheid diende het als een effectief bewijs dat christenen Gods geest op hen hadden. Het was een teken voor de omstaanders dat die apostelen wel mensen waren die met bijzondere gaven waren begenadigd door de Allerhoogste, in wiens naam zij spraken over belangrijke geestelijke elementen.

In het late voorjaar van de GT 33 hadden de Joden zich binnen en buiten het Romeinse Rijk verzameld voor hun jaarlijkse feest van Pinksteren, de Shavuot. De apostelen waren eigenlijk nog niet zeker genoeg om onder de mensen te komen en wachtten op de door Jezus beloofde ‘Instructeur’.  120 van Jezus zijn leerlingen wachtten in gehoorzaamheid in Jeruzalem om de beloofde instructies van de “Kracht uit het hoge” te ontvangen.

49 En ziet! ik zend over U uit wat door mijn Vader beloofd is. GIJ moet echter in de stad blijven totdat GIJ met kracht van boven wordt bekleed.” (Lukas 24:49 NWV)

Toen zij in de bovenkamer bijeen waren, afwachtend wat er zou gebeuren, stonden zij versteld bij de wind die zich door de kamer bewoog. De bries was voelbaar tot in hun innerlijk. Naast een geluid uit de hemel was er ook een ruisende stevige bries die het gehele huis, waar zij zaten, vervulde . . . . en zij werden allen vervuld met heilige geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest hen de mogelijkheid verleende om uitspraken te maken in hen oorspronkelijk vreemde talen. (Handelingen van de apostelen 2:2-4). (zie: Op de Dag van het Pinksterfeest)

Toen de Joden vanuit allerlei windstreken Jezus ‘volgelingen hoorden spreken, in misschien wel meer dan een dozijn verschillende talen, moet dit wel een bijzondere indruk op hen gemaakt hebben.

“Ze waren verbaasd,” zegt de Bijbel ,  “en begonnen zich af te vragen en te zeggen: ‘Zie hier, al dezen, die daar spreken zijn ze niet Galileeërs? En toch, hoe is het mogelijk, we horen, ieder van ons, onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? . . . wij horen hen in onze talen spreken over de grote daden van God. ‘”- (Handelingen van de apostelen 2:5-11).
Om Galileeërs duidelijk te horen spreken in hun vele verschillende talen werd als een overtuigend bewijs aanschouwd voor deze vreemdelingen, dat Gods geest op Jezus ‘volgelingen was. Het was wonderbaarlijk! Het was totaal verschillend van het ‘luid en vurig geschreeuw’ van de Pinksteropwekkingen die men kan horen in die Pinkstergemeenschappen. Eigenlijk heeft het er weinig mee te maken, want daar uiten velen zich  met geluiden die door anderen juist niet verstaanbaar zijn. Daar gebeurt dus eigenlijk het omgekeerde van wat er in Jeruzalem gebeurde.

In Jeruzalem kregen veel buitenlanders onderricht in hun eigen taal over “de grote daden van God.”
Van wat er gebeurde met Pinksteren is het duidelijk dat de Heilige Geest werd gegeven aan de eerste christenen voor het praktische doel van de prediking van het goede nieuws. Bij zijn afscheid had Jezus aan zijn discipelen aangegeven: “Niet terug te trekken uit Jeruzalem, maar blijf wachten op wat de Vader heeft beloofd,. . . gij zult kracht ontvangen wanneer de heilige geest op u gekomen is, en gij zult getuigen van mij, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot de verst verwijderde streek der aarde. “- (Handelingen 1:4-8).

4 En terwijl hij met hen samenkwam, beval hij hun: „Vertrekt niet uit Jeru̱zalem,+ maar blijft wachten op datgene wat de Vader heeft beloofd,+ waarover GIJ van mij hebt gehoord, 5 want Joha̱nnes doopte wel met water, maar GIJ zult niet vele dagen hierna in heilige geest worden gedoopt.”+ 6 Toen zij nu bijeengekomen waren, gingen zij hem vragen: „Heer,* herstelt gij in deze tijd het koninkrijk+ voor I̱sraël?” 7 Hij zei tot hen: „Het komt U niet toe kennis te verkrijgen van de tijden of tijdperken*+ die de Vader onder zijn eigen rechtsmacht* heeft gesteld,+ 8 maar GIJ zult kracht+ ontvangen wanneer de heilige geest op U gekomen is, en GIJ zult getuigen*+ van mij zijn zowel in Jeru̱zalem+ als in geheel Jude̱a en Sama̱ria+ en tot de verst verwijderde streek* der aarde.”+ 9 En nadat hij deze dingen had gezegd, werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven,+ en een wolk onttrok hem aan hun gezicht.+ (Handelingen 1:4-8 NWV)

Deze speciale gave van spreken in tongen, of spreken in vreemde talen, ontvingen de aanwezige volgelingen van Jezus  in Jeruzalem door Gods heilige geest. Hierdoor werden de leerlingen geholpen in de prediking van het goede nieuws, voor een teken aan die joodse gelovigen uit afgelegen delen van de aarde. Maar de echte vervulling van de profetie van Joël 2:28-32 op die Pinksterdag was het feit dat degenen die waren gevuld met de geest profeteerden. Spreken in tongen was incidenteel, als een teken van authenticiteit of goddelijke backing. – (Handelingen 2:16-22).

De Bijbel registreert slechts twee andere gebeurtenissen waarbij een uitstorting van de heilige geest plaats grijpt en wordt begeleid met het spreken in tongen. De eerste vond plaats ongeveer drie en een half jaar na Pinksteren, toen God zijn aandacht richtte op de natiën en zijn geest goot op de heiden Cornelius en zijn huishouden. Door zijn onmiddellijke zichtbare manifestatie, was het spreken in tongen het logische cadeau voor God om aan deze onbesneden niet-joden aan te bieden en zo de apostel Petrus te laten zien dat ze konden worden aanvaard in de christelijke gemeente of congregatie. – (Handelingen 10:44-46).
Het was vergelijkbaar in de andere instantie, toen de apostel Paulus predikte aan de mensen in Efeze, die de doop van Johannes hadden ontvangen. Hun spreken in tongen was indrukwekkend en een on-the-spot bewijs dat de doop van Johannes, zoals het was vóór de uitstorting van de Geest op Pinksteren GT 33, niet meer geschikt was in Gods ogen .- (Handelingen 19:1-7).

Deze  drie geregistreerde gevallen geven echter niet aan dat alle eerste-eeuwse christenen in tongen spraken. De apostel Paulus geeft ook te kennen dat niet iedereen dezelfde gaven heeft. Het is duidelijk dat Paulus liet zien dat niet alle christenen deze wonderlijke gaven om in tongen te spreken of andere gaven bezaten en, bijgevolg, het bezit van een van hen, met inbegrip van het spreken in tongen, niet noodzakelijk was tot zaligheid. -(1 Korinthiërs 12:4-11, 28-31).

De Schrift zegt onderscheid te maken tussen de gave van profetie door de uitstorting van de heilige geest en later de uitoefening van verkondiging door de medegelovigen. Ook wordt er op gewezen dat er zelfs belangrijkere gaven zijn dan dat spreken in tongen. De Liefde gave of Agape is namelijk door de apostel Paulus (in het dertiende hoofdstuk van zijn brief aan de Korinthiërs) als één van de duurzame elementen benadrukt.

8 De liefde faalt nimmer.+ Maar hetzij er [gaven van] profeteren zijn, ze zullen worden weggedaan; hetzij er talen zijn, ze zullen ophouden; hetzij er kennis is, ze zal worden weggedaan.*+ 9 Want wij hebben gedeeltelijke kennis*+ en wij profeteren gedeeltelijk;+ 10 wanneer echter het volledige gekomen is,+ zal dat wat gedeeltelijk is, worden weggedaan. (1 Korinthiërs 13:8-10 NWV)

Paulus vergelijkt hier niet de stopzetting van het spreken in tongen met ongelovigen, maar veeleer de tijdelijkheid van de gaven van de geest met de permanentie van de liefde, en hij verbindt de vergankelijkheid van deze gaven, niet met ongelovigen, maar met de kinderschoenen van het christendom. eigenlijk zou men kunnen zeggen dat
in vers 8, de miraculeuze gaven van profetie, tongen en kennis dienen te worden afgeschaft. Paulus laat zien dat ze een kenmerk waren van de babytijd van de christelijke gemeente. In de kinderschoenen waren zulke wonderbaarlijke gaven nodig om op een spectaculaire manier Gods gunst, die was verschoven van de Joodse natie (het Volk van God) op deze nieuwe gemeente van christenen, te identificeren. Maar, zoals Paulus verklaarde, wanneer een mens volwassenheid bereikt rekent hij af met “de trekken van een baby.” Dus toen de christelijke gemeente groeide naar volwassenheid, dat is, volwassenheid bereikte door zich als een erkende, gevestigde organisatie te vestigen, ‘overleden’ of kwamen deze wonderlijke gaven ten einde. Toch bleven geloof, hoop en liefde als het onderscheidende kenmerk van ware Christenheid. -(1 Korinthiërs 13:9-13).

Toen de apostelen en zij die de wonderbaarlijke gaven hadden ontvangen stierven, hielden de bovennatuurlijke gaven van de geest, met inbegrip van spreken in tongen op.

18 Toen Si̱mon nu zag dat door middel van de handoplegging van de apostelen de geest werd gegeven, bood hij hun geld aan+ 19 en zei: „Geeft ook mij deze macht, opdat een ieder die ik de handen opleg, heilige geest ontvangt.” 20 Maar Pe̱trus zei tot hem: „Dat uw zilver met u verga, omdat gij hebt gedacht door middel van geld in het bezit te komen van de vrije gave Gods.+ 21 Gij hebt part noch deel aan deze zaak, want uw hart is niet recht in Gods ogen.+ 22 Heb daarom berouw over deze slechtheid van u, en smeek Jehovah*+ dat de beraming van uw hart u, indien mogelijk, vergeven mag worden, 23 want ik zie dat gij een* giftige gal+ en een band van onrechtvaardigheid zijt.”+ 24 Si̱mon gaf ten antwoord: „Smeekt gijlieden voor mij+ tot Jehovah,* dat niets van wat GIJ hebt gezegd, mij moge overkomen.” (Handelingen 8:18-24, NWV)

Het met vreemde geluiden spreken tijdens een bijeenkomst, of onverstaanbare woorden kramen tijdens een dienst zouden zoals bij de apostel Paulus ook voor ons niet belangrijk mogen zijn.  Paulus verklaarde: “Hij die in een tong spreekt bouwt zichzelf op, maar wie profeteert bouwt een gemeente op.” Hij vroeg toen: “Als ik zou komen tegen je spreken in tongen, wat voor nut zou het zijn?” Ja, hoe zou het anderen helpen als ze niet begrepen wat hij zei? Dus zei Paulus : “In een gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook mondeling anderen kan onderwijzen, dan tien duizend woorden in een tong.”

Speaking in Tongues (TV series)

TV serie Spreken in tongen / Speaking in Tongues (TV series) (Photo credit: Wikipedia)

Als iemand in een vreemde taal spreekt, spreekt hij tot God en niet tot mensen, want zij verstaan hem niet. Wat hij onder de leiding van de Geest zegt, is geheimtaal. Maar wie woorden van God doorgeeft, spreekt de mensen opbouwend, bemoedigend en troostend toe, en dat is wat leden van een kerkgemeente onder elkaar horen te doen. Als iemand in een vreemde taal spreekt, bouwt hij zichzelf op. Maar als iemand woorden van God doorgeeft, bouwt hij de gemeente op. Diegenen die een gemeenschap in Christus willen vormen moeten er voor zorgen dat zij elkaar kunnen opbouwen. Niet dat ‘spreken in tongen’ moet het doel van de gemeenschap zijn, maar laat de liefde uw doel zijn, terwijl  u ook  streeft naar de gaven van de Geest, in het bijzonder naar het spreken namens God.

Het doorgeven van de woorden van God is veel belangrijker dan het ‘spreken in tongen’. Als u iets in een vreemde taal zegt, heeft de gemeente er alleen iets aan als u uitlegt wat het betekent. Het is heel anders als men in de gemeenschap in verstaanbare taal verteld wat God ons duidelijk maakt. De apostel Paulus haalt de vergelijking aan met losse klanken van muziek instrumenten.  Als er zomaar wat geblazen of getokkeld wordt, zal geen mens er enige melodie in horen. Als mensen geen duidelijke signalen krijgen hoe weten zij dan hoe zij moeten reageren? Wel, als u een taal spreekt die niemand verstaat, gaan uw woorden verloren in de lucht. Er worden in de wereld vele talen gesproken. Maar als iemand iets tegen iemand iets zegt in een taal die hij of zij niet verstaat, blijven zij in het ongewisse en blijven zij ook vreemden voor elkaar. Dus moet u, omdat u zo vurig naar de gaven van de Geest verlangt, proberen uit te blinken in díe gaven waar de gemeente door opgebouwd wordt.

Iemand die een andere taal heeft dan deze van de meerderheid in de ecclesia, kan persoonlijk in zijn of haar taal aangesproken worden. Of als men naar andere oorden gaat kan men eerst die taal van die streek leren en zo in een vreemde taal tegenover de moedertaal de anders sprekenden toch te woord staan. Dit in andere talen spreken is dan wel héél iets anders dan het ‘spreken in tongen’ dat men in de Pinkstergemeenten kan vinden.

Wij moeten in gemeenschap in voor iedereen verstaanbare taal samen bidden. Het bidden moet met geest én met mijn verstand gebeuren waarbij eenieder ook tot eer van God zal zingen met zijn geest én zingen met zijn verstand. Want als u alleen met uw geest God prijst en dankt, hoe kan dan een belangstellende die daar ook is, zeggen of hij het met u eens is? Hij verstaat er immers niets van! U dankt wel goed, maar een ander wordt er niet door opgebouwd. als men op zijn eigen is kan men misschien in voor anderen onverstaanbare woorden tot God bidden, maar in gemeenschap is dat tot niemands nut. Zoals de apostel Paulus met andere gelovigen liever vijf woorden met zijn verstand sprak, dan duizenden woorden in een vreemde taal, moeten ook wij geen brabbeltaaltje als kinderen uiten, maar volwassen zijn in ons denken en spreken.

Enkel door klare taal te spreken zal men gelovigen én ongelovigen kunnen aanspreken en verder tot God trekken. Indien men zou overgaan tot het spreken van een vreemde taal in een dienst zal het moeten zijn om in de taal van de vreemdeling(en) te spreken zo dat de vreemde of de ongelovige iets duidelijk kan gemaakt worden. Anderzijds zal een ongelovige of belangstellende zeggen dat u dol geworden bent als hij in de gemeente komt en ieder in vreemde talen hoort spreken of zo maar onverstaanbare klanken hoort uiten. Maar als u allemaal namens God spreekt, wordt zo iemand overtuigd en zal hij tot inzicht komen, omdat zijn geweten gaat spreken. Wat er in hem omgaat, komt aan het licht. Dan zal hij op zijn knieën vallen, God aanbidden en openlijk erkennen dat God bij u is.
Weet u hoe het moet, broeders? Als u bijeen komt, neemt ieder deel aan de dienst. De een zingt een lied, de ander onderwijst; de een geeft door wat God hem duidelijk heeft gemaakt, de ander spreekt in vreemde talen en weer een ander legt uit wat hij zegt. Maar het moet wel opbouwend zijn.” (1 Korinthiërs 14:1-26)

+

Voorgaand artikel: Op de Dag van het Pinksterfeest

++

Lees meer:

  1. Wat betreft Korte inhoud van lezingen: Bijgeloof en feesten
  2. Op de Dag van het Pinksterfeest
  3. De uitstraling van God en zijn pleitbezorger
  4. De Kerk als realiteitsspel
  5. Feestdagen, consumeren en besparen
  6. Zingen geschenk van God
  7. Aanbiddingsmuziek en opzweping in kerken
  8. Maak een vreugdevol geluid voor Jahweh, verheug, en breng lofzang tot Jehovah
  9. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  10. Onder de Geest blijven
  11. Samen komen in huizen
  12. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #3 De Weg
  13. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus
  14. Verlichting door Gods Geest
  15. Hij heeft de Pneuma, de Kracht van Hem gegeven
  16. Geest van God geeft liefde, hoop en vrijheid
  17. Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
  18. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  19. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  20. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  21. Dienaar van zijn Vader
  22. Hoop zal niet worden beschaamd
  23. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #5 Meditatie en transformatie
  24. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
  25. Missionaire hermeneutiek 4/5
  26. Ernstig strijdend voor het geloof
  27. Paulus dienaar van het evangelie
  28. De betrokkenheid van geniaal leerlingschap
  29. Twee soorten mensen
  30. Wim Verdouw zijn tocht naar geloof in slechts één God
  31. Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
  32. Getuig van het gehoorde
  33. Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou
  34. Kerkgroei en samengaan
  35. Vergadering – Meeting
  36. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  37. Samen komen in huizen
  38. Leer mij anderen Helpen
  39. Dagelijks helpen in het geloof

+++

 

 

  • Who was able to speak in tongues during New Testament times? (braggschurchofchrist.com)
    There were three groups in the New Testament who could speak in tongues, or languages they had never studied. The first group was the apostles, as we have already noted. They received the baptism of the Holy Spirit on Pentecost which gave them this power. The second group included those people to whom the apostles gave this power by laying their hands on them.
    +
    Is there an apostle still living today? No. So there is no one who can give this power to anyone else. And no one is still alive today who was given this power by an apostle. Therefore, the gift of tongue speaking is not available today.
  • Is Speaking in Tongues an Evidence of True Worship? (illustrationstoencourage.wordpress.com)
    On the basis of Paul’s words here, there should be no question that the miraculous gifts of the spirit were to pass away. But when? It is argued by some that, since Paul said that ‘tongues are a sign to the unbelievers,’ they would not pass away until unbelievers passed away, that is, until there were no longer any unbelievers. (1 Cor. 14:22)
    +
    Regarding the transitoriness of the miraculous gifts M’Clintock and Strong’s Cyclopædia, Volume 10, page 484, says: “It thus appears that the miraculous gifts of the first days bestowed upon the Church for a definite purpose were gradually but quickly withdrawn from men when the apostles and those who had learned Christ from their lips had fallen asleep.” The Scriptures show that it was “through the laying on of the hands of the apostles the spirit was given.” Therefore, when the apostles died, and when those who had received the miraculous gifts through them passed from the earthly scene, the supernatural gifts of the spirit, including speaking in tongues, ceased.—Acts 8:18.
    +
    The fact of the matter is that Bible scholars are agreed that the last twelve verses shown with the book of Mark, which speak about tongues and not being injured by snakes, were not written by Mark but were added by another. Tregelles, a noted nineteenth-century Bible scholar, states: “Eusebius, Gregory of Nyssa, Victor of Antioch, Severus of Antioch, Jerome, as well as other writers, especially Greeks, testify that these verses were not written by St. Mark, or not found in the best copies.” But even if these words were part of Mark’s inspired writings (although the bulk of evidence shows they are not) there is nothing in them contrary to the Scriptural evidence that tongues would pass away following the death of the apostles.
  • Baptism of the Holy Ghost (teamtripartite.wordpress.com)
    There is a school of thought that says you cannot be baptized with the Holy Ghost, you can only be filled with the Holy Ghost, while the other school of thought says you must be baptized with the Holy Ghost with the evidence of speaking in tongues, the truth of the matter in this context is that; if you say baptised or filled it means the same thing, so I do not understand while nomenclatures should be the course of division in the Christendom.
  • Mark Driscoll Preaches About the Gift of Tongues (blackchristiannews.com)
    Pastor Mark Driscoll of Mars Hill Church in Seattle, Wash., recently spoke on the gift of tongues as described in the New Testament as part of his “Acts: Empowered for Jesus’ Mission” sermon series. The conservative Reformed, or New Calvinist, Christian minister laid out his arguments as to why he believes the gift of speaking in tongues did not end with Jesus’ apostles in the first century.
    +
    Driscoll relayed a part of the passage: “‘For to one is given through the Spirit . . . various kinds of tongues’ — or languages, heavenly or earthly — ‘to another, the interpretation of tongues’ — the ability to articulate in the other language what has been said in the foreign language. ‘All these are empowered by one and the same Spirit, who apportions to each one individually as he wills.'”
    +
    “So, we agree with the Cessationists that yes, certain gifts, at least, they’re going to cease. They’re going to cease,” added Driscoll. “Where we disagree with the Cessationists and we agree with the Continuationists is when they cease. We believe that all of the gifts continue until one very important transitionary moment in the history of the world.”
    +
    “Miracle gifts like tongues and healing are mentioned only in 1 Corinthians, an early epistle. Two later epistles, Ephesians and Romans, both discuss gifts of the Spirit at length — but no mention is made of the miraculous gifts,” explains an adaptation of MacArthur’s 1992 book Charismatic Chaos, published on the theologian’s Grace to You (GTY) ministry website. “By that time miracles were already looked on as something in the past (Heb. 2:3-4). Apostolic authority and the apostolic message needed no further confirmation. Before the first century ended, the entire New Testament had been written and was circulating through the churches.”
  • Rose and Linda’s Journal Speaking in Tongues (momsfirstscreenn.wordpress.com)
    Jesus said that the Spirit would testify, and that the disciples would be the ones to witness. And ye also shall bear witness, because ye have been with me from the beginning (John 15:27). But ye shall receive power, after that the Holy Ghost is come upon you: and ye shall be witnesses unto me both in Jerusalem, and in all Judaea, and in Samaria, and unto the uttermost part of the earth (Acts 1:8). These verses speak of the witness by the disciples; read them along with John 15:26 which plainly tells that the Holy Ghost will speak when He comes in.
    +
    Speaking with tongues was the physical, initial evidence of the Holy Ghost baptism of the early church Christians and it is the physical, initial evidence of Christians who receive it today. The main purpose of receiving the Holy Ghost is not just to have something speak through you; speaking in tongues is simply the first evidence that He has come in; there are many evidences of the Holy Spirit. At Mount Sinai it was not the thunder, lightning, fire nor trumpet which were paramount, but the giving of the Law; and at Pentecost it was not the sound of wind or the tongues of fire, or speaking with other tongues which was paramount, but the giving of the Holy Ghost.
  • Baptism in the Holy Spirit (currentoracles.wordpress.com)
    Tongues were given for personal edification as prayer and praise to be used in private worship. Every believer can speak with these tongues when they receive the Baptism of the Holy Spirit.
  • Pneumatology: On Spiritual Gifts and the Fruits of The Holy Sprit (The relevancy of speaking in tongues to the Post-Modern Christian) (hades1solution.wordpress.com)
    Pneumatology is the theological study of the Holy Spirit. This doctrine explains the identity, office, and empowerment of the Holy Spirit and establishes the monotheistic relationship with the Father, Son and Holy Ghost. Pneumatology explains the Spirit has both a human and spiritual relationship much like Christ and is a persona (Psa. 51:11, Acts 7:51, John 14:17, Romans 8:16) and like Jesus is omniscient (1 Cor: 25), omnipotent (Zech. 4:6), and omnipresent (1 Cor. 2: 10-16). The Holy Spirit was present from the beginning and part of creation (Genesis 1:2; Gn. 1:7) and originated from the father but sent forth from the son and is present in all men but awakened at the time of salvation.
  • Tongues Beyond The Upper Room. #TonguesBUR (dosomethingfresh.wordpress.com)
    Speaking in tongues – the divinely imparted gift that enables Christians to supernaturally communicate with God in a more intimate way than prayer and praise in languages we know. Its one of the most controversial topics among Christians and non Christians

 

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #3 De Weg

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen.

De Weg, groepering van volgelingen van Christus.

Tijdens het rijk van Tiberius was er een onopvallende timmermanszoon geweest die vreemde dingen deed en in illustrerende taal en raadsels sprak. Het was een Jood met een zeer kort leven wiens actieve of openbaar bestaan van aar drie jaar een wervelstorm van geestelijk geweld teweegbracht welke zou resulteren in een navolging bij een deerde van de wereldbevolking in de twintigste eeuw.

Tacitus wrote that the roman general Agricola ...

Tacitus

Reeds in de vroege annalen van de Romeinse historicus Tacitus (XV, 44 circa 110) werd het moeilijk geval van die “sekte” besproken. Yeshu, Yeshua, Jehshua, beter bij ons gekend onder de naam Jezus, was als zoon van Maria en Jozef gekend, en geraakte meer en meer besproken als de Redder of Messias, Christos (Chrestus/Christus) de lang verwachte beloofde Bevrijder. (Bij de Joodse historicus van het Domitaanse hof, Josephus wordt Hij schampend gezegd dat deze broeder van Jakob door Zijn volgelingen als zogenaamde Christ werd aanschouwd) (Antiquities XX, 200) (Vita Claudii 25:4; na 100).

Onafhankelijke bronnen tonen aan dat in de vroegere tijden er nooit twijfel heeft bestaan omtrent die ‘rebel’ en autoriteit van Jezus Christus. Pas op het einde van de 18de eeuw begon men de persoon Jezus Zijn bestaan in vraag te stellen en evolueerde het tot in onze tijden tot een volledig ontkennen van Zijn bestaan. Vandaag worden er in bepaalde zedenleer klassen geleerd dat Jezus nooit zou bestaan hebben. Deze gevaarlijke ontkenning zou eigenlijk alle historische figuren dan in vraag moeten stellen. Er is trouwens meer over Jezus Christus bijeen geschreven dan bijvoorbeeld een Napoleon Bonaparte.

Jezus was echter geen man van geweld, alhoewel er rond Hem veel geweld is ontstaan. Men kan zich zelfs afvragen hoe het komt dat zulk een pacifistisch man, die het Woord van de Vrede predikte, zoveel geweld kon uitlokken.
In Judea zagen velen de jonge man als een profeet en leermeester (rabbi/raboni/rabbijn) die een levens- of handelwijze voorstelde om op een manier of methode te gaan leven volgens die Persoon welke volgens de Joden de Vader van elk volk was. Alhoewel er geen enkel geschrift van Zijn eigen hand te vinden is, heeft men wel geschriften gevonden van Zijn leerlingen. De teksten in Tacitus geschiedschrijving bewijzen dat er in Judea de verwachting van een Verlosser heerste en dat er een religieuze beweging was ontstaan die als sekte werd aanschouwd. Behalve van de wereldse vertellingen betreft Zijn geboorte, Zijn vlucht naar Egypte en referenties naar Zijn optreden in de tempel als jongeling van 12 jaar is er echter weinig geweten van Zijn kinderjaren en de periode voor Zijn 30 jaar. Om van die periode meer te weten kan men slechts grotendeels afgaan van wat eer in de Christelijke literatuur wordt vermeld. Vanaf dat Jezus zich door Johannes liet dopen en Zijn 12 apostelen bijeen riep, beginnen wij meer gegevens te vinden buiten de Heilige Schrift. In de Schrift wordt het woord voor de beweging die Jezus op gang bracht, dikwijls gebruikt met betrekking tot een levens- of handelwijze die door Jehovah God hetzij goedgekeurd of afgekeurd wordt (#Re 2:22; 2Ki 21:22; Ps 27:11; 32:8; 86:11; Jes 30:21; Jer 7:23; 10:23; 21:8).

Sinds de komst van Jezus Christus kan men, volgens Zijn volgelingen, zich alleen in een goede verhouding met God verheugen en hem op aanvaardbare wijze in gebed naderen wanneer men Jezus Christus aanvaardt. Zoals de Zoon van God zei: „Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij” (#Jo 14:6; Heb 10:19-22). Van hen die volgelingen werden van Jezus Christus, werd gezegd dat zij tot „De Weg” behoorden, dat wil zeggen, zij volgden een levensweg of hielden aan een levenswijze vast die gericht was op het geloof in Jezus Christus, wiens voorbeeld zij navolgden. — (# Hndl 9:2; 19:9, 23; 22:4; 24:22).

Vandaag de dag kan men daar soms vragen over stellen, maar normaal gesproken zouden al diegenen die Jezus Christus als hun Verlosser aanschouwen die regels van die Prediker of Leermeester moeten navolgen.

Indien zij zouden luisteren naar zijn stem zouden zij niet enkel kunnen vinden wat in zijn leerlingen hun brieven staat geschreven. Ook niet alleen de evangeliën worden dan belangrijk om lezen, maar weldegelijk ook de oudere Joodse geschriften. Voor Christenen zou het noodzakelijk moeten zijn om de gehele Schrift te leren kennen. Zowel het Oude als het Nieuwe, het Eerste als het Tweede Testament, behoren boeken tot onderricht en leiding te zijn.

Door zich te wijden aan Bijbelonderzoek zal men merken dat het Eerste Testament het fundament voor het Tweede Testament is. Het Nieuwe Testament is doorspekt met referenties en allusies op het Oude Testament. Een goede kennis van de Oude geschriften kan slechts bijdragen aan het beter begrijpen waarover het gaat. Door in de 66 boeken van de Bijbel te gaan lezen zal men merken dat het Oude Testament de achtergrond is voor het leven van Christus en de draagsteen voor ons verder leven.

De groepering “De Weg” heeft nooit de vroegere geschriften verworpen. De handelingen van de apostelen bewijzen ons dat de vroege Christenen veelvuldig het Oude Testament gebruikten. Zij waren zich ten volle bewust hoe het Eerste Testament hun juist de boodschap gaf waarop zij konden vertrouwen dat de man die zij navolgden weldegelijk hun beloofde Redder was. Ook beseften zij dat hun Leermeester deze geschriften door en door kende en ook verwachte dat Zijn nakomelingen dat Woord van God heel goed zouden kennen én ook zouden navolgen.

Als navolgers van Christus geloven Broeders in Christus en elke goede Bijbelstudent dat Jezus de Zoon van God is. Ook nemen wij aan dat datgene dat Hij ons verteld heeft en overgeleverd is door de apostelen, datgene is dat wij moeten navolgen. Vandaar ligt in ons Christen zijn ook de opdracht verscholen de Bijbel te leren kennen én te onderhouden.

Welkomstwoord

Wij wensen allen welkom die hier op deze pagina’s terecht komen en hopen dat zij geïnspireerd mogen geraken om verder de Bijbel ter hand te nemen en zelf op onderzoek te gaan wat er in de Heilige Schrift werkelijk staat.

De artikelen die u hier bij de Belgische Bijbelstudenten kan vinden welke gepubliceerd waren van 2005 tot november 2009 op Bijbelvorsers Blogspot worden hier voor het ogenblik gedeeld sinds mei 2011. Zo lang de reeks over de Geschiedenis van het Christendom niet volledig geplaatst zal zijn zullen zij hier ook ter beschikking blijven.

YAHUAH:Jehovah YHUH Modern Hebrew

YAHUAH:Jehovah YHUH Modern Hebreeuws voor Jehovah of Jahweh

Sommige mensen denken dadelijk aan Jehovah Getuigen als zij Christenen Gods Naam horen noemen of horen dat deze Bijbelonderzoekers zijn. U mag er gerust op aan dat er gelukkig nog andere Christenen zijn die Gods Naam kennen en loven. Alsook zijn er ernstige Bijbelonderzoekers of Bijbelvorsers die niet behoren tot de Getuigen van Jehovah.

Graag houden wij er van om gedachten uit te wisselen en onze kennis te delen met diegenen die houden van en die geïnteresseerd zijn in het Woord van God.
De Belgische Bijbelstudenten willen graag met andere ernstige Bijbelonderzoekers of Bijbelvorsers het Woord van God bestuderen en met elkaar overleggen om tot betere inzichten te komen. Onderlinge uitwisseling van gedachten kan elkaar enkel maar verrijken. Daarom willen wij ook ruimte geven aan anders denkenden om hier met ons van gedachten te wisselen en hopen wij zodanig een platform te kunnen creëren waar mensen samen op weg kunnen gaan naar de Ene Ware God Elohim Hashem Jehovah.

De Belgische Bijbelstudenten zijn wel verbonden met de Internationale Biblestudents en maken deel uit van een wereldwijde gemeenschap van Bijbel studenten wiens genootschap op een gemeenschappelijk begrip van de Bijbel is gebaseerd maar werken wel onafhankelijk en staan niet onder een centrale organisatie  die oplegt wat te doen en te geloven. de verbintenis met onze broeders en zusters over heel de wereld ligt in het onderscheidende gemeenschappelijk overeenkomstig  geloof.

De Belgian Biblestudents, Bijbelonderzoekers en de Christadelphians of Broers in Christus geloven dat Jezus of Jeshua, de Nazarener, de Messias of Christus de zoon van God is, die kwam volgens de Oude Testamentbeloften en om de overeenkomsten van God met de mensheid te volbrengen, hoofdzakelijk de overeenkomsten met Eva, Abraham en David.

Wij geloven alle Bijbelse leerstellingen, inclusief dat:

  1. * De Bijbel, als Boek der boeken, het enige ware bericht van God is welk door Hem aan de mensheid werd volledig  gegeven.  De Bijbel is het Woord van God.
  2. * Er slechts één enkele Ware God is, de Vader, die de wereld maakte en er een geweldig doel voor heeft.
  3. * De Heilige Geest de eigen macht van God is , waardoor hij Zijn eigen heilige wens to volbrenging brengt.
  4. * Jezus de zoon van God is. Hij is ook zoon der mensen door zijn geboorte uit de maagd Maria.
  5. * Jezus alle verleidingen overwon en stierf om de gehele mensheid van zonde en dood te redden.
  6. * Jezus werd van de doden door God verhoogd. Later steeg hij op naar de hemel, maar zal terugkeren.
  7. * Wanneer hij terugkeert zal hij oordelen en de verantwoordelijke doden verhogen en hun sterfelijkheid aan banden leggen en de getrouwen voor eeuwig laten leven.
  8. * Hij zal Koning zijn over het herstelde Koninkrijk van God in Israël en over de hele wereld.
  9. * Wanneer de mens sterft stopt met hij te bestaan. De enige hoop van leven is door herrijzenis aan de terugkeer van Christus.
  10. * Geloof in de beloften van God over het Koninkrijk van God en het werk van Jezus Christus is essentieel.
  11. * Berouw en doop in Christus door onderdompeling in water en het daarop dagelijks volgen van Christus zijn allemaal noodzakelijk voor ultieme redding.

Tag Cloud

The Eccentric Fundamentalist

Musings on theology, apologetics, practical Christianity and God's grace in salvation through Jesus Christ

John 20:21

"As the Father has sent me, so I am sending you."

The Biblical Review

Reviewing Publications, History, and Scripture

Words on the Word

Blog by Abram K-J

Bybelverskille

Hier bestudeer ons die redes vir die verskille in Bybelvertalings.

Michael Bradley - Time Traveler

The official website of Michael Bradley - Author of novels, short stories and poetry involving the past, future, and what may have been.

BIBLE Students DAILY

"Be faithful unto death, and I will give you the crown of life." Revelation 2:10

God's Simple Kindness

A place to share your daily blessings

takeaminutedotnet

All the Glory to God

Religieus Redeneren

Gedachten en berichten over hedendaags (on)geloof

Jesse A. Kelley

A topnotch WordPress.com site

JWUpdate

JW Current Apostate Status and Final Temple Judgment - Web Witnessing Record; The Bethel Apostasy is Prophecy

Sophia's Pockets

Wisdom Beyond Walls

ConquerorShots

Spiritual Shots to Fuel the Conqueror Lifestyle

Examining Watchtower Doctrine

Truth Behind the "Truth"

Theological NoteBook

Dabbling into Theology

sowers seed

be careful 'how you hear'

Next Comes Africa

If I take the wings of the morning, and dwell in the uttermost parts of the sea; Even there shall thy hand lead me, and thy right hand shall hold me - Psalm 139: 9,10

friarmusings

the musings of a Franciscan friar...

%d bloggers like this: